|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/1286 |
1.7.2025 |
BESLUIT (EU) 2025/1286 VAN DE RAAD
van 20 juni 2025
houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland voor een overeenkomst inzake een jongerenervaringsprogramma
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 79, lid 2, in samenhang met artikel 218, leden 3 en 4,
Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Sinds 1 januari 2021 is de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (“de handels- en samenwerkingsovereenkomst”) (1), van toepassing. Het is, samen met het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (“het Terugtrekkingsakkoord”) (2), de hoeksteen voor de bilaterale betrekkingen tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (het “Verenigd Koninkrijk”). |
|
(2) |
Hoewel de handels- en samenwerkingsovereenkomst voorziet in coördinatie van de sociale zekerheid ter ondersteuning van de mobiliteit van personen uit hoofde van het interne recht van elk van beide partijen, en regels bevat voor de toegang en het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen voor zakelijke doeleinden, die betrekking hebben op gevallen van tijdelijk verblijf voor een specifiek doel zoals het verlenen van diensten, heeft zij geen betrekking op mobiliteit als zodanig, d.w.z. de mogelijkheid voor een onderdaan van de ene partij om op het grondgebied van de andere partij te wonen of te verblijven. In plaats daarvan valt de mobiliteit tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk nu onder de respectieve binnenlandse regels inzake immigratie van de Unie en haar lidstaten en van het Verenigd Koninkrijk. Het aantal personen dat gebruik maakt van mobiliteit tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk, is daardoor afgenomen. Dit heeft met name gevolgen voor de mogelijkheden voor jongeren uit de Unie en het Verenigd Koninkrijk om buitenlandse ervaring op te doen op elkaars grondgebied en te profiteren van uitwisselingen voor jongeren op het gebied van cultuur, onderwijs, onderzoek en opleiding. |
|
(3) |
In de loop van 2023 heeft het Verenigd Koninkrijk verschillende lidstaten benaderd om te onderhandelen over bilaterale regelingen inzake mobiliteit van jongeren, naar het voorbeeld van de visumregeling voor jongerenmobiliteit van het Verenigd Koninkrijk. Het bestaan van verschillende regelingen op nationaal niveau zou ertoe leiden dat niet alle burgers van de Unie op dezelfde manier worden behandeld. Bovendien zou een dergelijke aanpak de belangrijkste belemmeringen voor de mobiliteit die jongeren ervaren, niet wegnemen. |
|
(4) |
Er moeten derhalve onderhandelingen worden geopend met het oog op de sluiting van een aanvullende overeenkomst, in de zin van artikel 2 van de handels- en samenwerkingsovereenkomst, met het Verenigd Koninkrijk over een jongerenervaringsprogramma (de “aanvullende overeenkomst”). De Commissie moet worden aangewezen als onderhandelaar namens de Unie. |
|
(5) |
Er moet een gespecialiseerd comité worden opgericht om de aangelegenheden die onder de aanvullende overeenkomst vallen, te behandelen. |
|
(6) |
Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), heeft Ierland te kennen gegeven, middels een brief van 3 maart 2025, dat het aan de vaststelling en toepassing van dit besluit wenst deel te nemen. |
|
(7) |
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit; dit is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat. |
|
(8) |
De beoogde aanvullende overeenkomst doet geen afbreuk aan het recht van de lidstaten om zelf te bepalen hoeveel onderdanen van derde landen zij overeenkomstig artikel 79, lid 5, VWEU toelaten. De bescherming van de nationale veiligheid blijft de exclusieve bevoegdheid van elke lidstaat overeenkomstig artikel 4, lid 2, VEU, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De Commissie wordt gemachtigd onderhandelingen te openen met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland voor een overeenkomst over een jongerenervaringsprogramma.
Artikel 2
De Commissie wordt aangewezen als onderhandelaar namens de Unie.
Artikel 3
De onderhandelingen worden gevoerd in overleg met de Groep Verenigd Koninkrijk, in overeenstemming met de in het addendum bij dit besluit opgenomen richtsnoeren, behoudens eventuele richtsnoeren die de Raad later aan de Commissie kan verstrekken.
Artikel 4
Dit besluit is gericht tot de Commissie.
Gedaan te Luxemburg, 20 juni 2025.
Voor de Raad
De voorzitter
A. DOMAŃSKI
(1) PB L 149 van 30.4.2021, blz. 10, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2021/689(1)/oj.
(2) PB L 29 van 31.1.2020, blz. 7, ELI: http://data.europa.eu/eli/treaty/withd_2020/sign.
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/1286/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)