UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/1192 VAN DE COMMISSIE
van 18 juni 2025
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 wat bepaalde aspecten van de verificatie van gegevens en de accreditatie van verificateurs betreft
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (1), en met name artikel 15, derde alinea, en artikel 30 septies, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1)
|
Naar aanleiding van de wijziging van Richtlijn 2003/87/EG bij Richtlijn (EU) 2023/959 van het Europees Parlement en de Raad (2) moet Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 van de Commissie (3) worden gewijzigd om er regels in op te nemen die van toepassing zijn op de verificatie van de verwezenlijking van de in artikel 10 ter, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG gespecificeerde mijlpalen en streefdoelen. Om te voorzien in een gestructureerde wijze om te rapporteren over de verwezenlijkte mijlpalen en streefdoelen en om de verificatie daarvan te vergemakkelijken, zijn procedurele eisen opgenomen in Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842 van de Commissie (4) betreffende de indiening en de inhoud van een klimaatneutraliteitsverslag. Het is essentieel te voorzien in geharmoniseerde regels voor de verificatie van een dergelijk verslag.
|
|
(2)
|
Om te beoordelen of mijlpalen en streefdoelen zijn verwezenlijkt, is het essentieel dat de verificateur beoordeelt of het klimaatneutraliteitsverslag volledig is en voldoet aan de eisen van bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842, en mogelijke verbeteringen van het monitoring- en rapportageproces en de nauwkeurigheid van de gegevens in het klimaatneutraliteitsverslag identificeert. De verificateur moet het klimaatneutraliteitsplan als uitgangspunt nemen en de naleving van dat plan door de exploitant beoordelen, met name wat mijlpalen, streefdoelen, maatregelen en investeringen betreft. Om de bevoegde autoriteit in staat te stellen te besluiten of het aantal emissierechten moet worden verlaagd overeenkomstig artikel 22 ter, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 van de Commissie (5), moet het verificatierapport voldoende informatie bevatten over eventuele inconsistenties die niet konden worden weggewerkt voor dat verslag werd uitgebracht, met inbegrip van door de verificateur vastgestelde gevallen van niet-naleving van de eisen van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2441 van de Commissie (6) van het klimaatneutraliteitsplan.
|
|
(3)
|
Om in overeenstemming te zijn met de geharmoniseerde regels en normen inzake de verificatie van broeikasgasemissies en toewijzingsgegevens, moeten de definities van artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067, de verplichtingen van artikel 4 en de toepassing van de eisen in de hoofdstukken II en III van die uitvoeringsverordening worden uitgebreid tot de verificatie van de klimaatneutraliteitsverslagen, tenzij die verificatie andere op maat gesneden regels vereist. Evenzo moeten de eisen inzake de accreditatie van verificateurs in hoofdstuk V van die uitvoeringsverordening en de eisen inzake samenwerking en informatie-uitwisseling tussen nationale accreditatie-instanties en bevoegde autoriteiten in hoofdstuk VI van die uitvoeringsverordening van toepassing zijn op de verificatie van de klimaatneutraliteitsverslagen.
|
|
(4)
|
Het is essentieel dat de verificateur voldoende informatie verkrijgt om met redelijke zekerheid te kunnen beoordelen dat het klimaatneutraliteitsverslag geen materiële onjuistheden bevat en dat de mijlpalen en streefdoelen zijn verwezenlijkt. Om een geharmoniseerde aanpak te waarborgen, moeten regels worden vastgesteld betreffende het soort informatie dat moet worden uitgewisseld tussen de exploitant en de verificateur en betreffende de factoren waarmee rekening moet worden gehouden in de strategische en risicoanalyse met het oog op de planning van de verificatie.
|
|
(5)
|
Om te beoordelen of de overeenkomstig artikel 10 ter, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG in het klimaatneutraliteitsplan vastgelegde mijlpalen en streefdoelen zijn verwezenlijkt, moet de verificateur de gegevens controleren die worden gebruikt om aan te tonen dat die mijlpalen en streefdoelen zijn verwezenlijkt. Om te zorgen voor harmonisatie van de beoordeling van de verificateur van klimaatneutraliteitsverslagen in alle installaties, moeten regels worden vastgesteld betreffende de controles die moeten worden uitgevoerd van het bewijsmateriaal en het klimaatneutraliteitsplan van de exploitant, en van lacunes in de gegevens die worden gebruikt om aan te tonen dat de mijlpalen of streefdoelen zijn verwezenlijkt.
|
|
(6)
|
Met het oog op de planning van de verificatie van klimaatneutraliteitsverslagen en de beoordeling of een onjuistheid, non-conformiteit of niet-naleving materieel is, moet het materialiteitsniveau worden vastgesteld. Om het kwantitatieve aspect ervan toe te passen en de administratieve lasten te verminderen, moet één uniform materialiteitsniveau worden vastgesteld voor alle exploitanten, ongeacht hun omvang en emissies. Het soort gegevens waarop het materialiteitsniveau moet worden toegepast, hangt af van het soort kwantitatieve doelstelling dat in het klimaatneutraliteitsplan is vastgesteld en moet met het oog op de rechtszekerheid in wetgeving worden gespecificeerd. Daarnaast moet de verificateur rekening houden met de aard, omvang en bijzondere omstandigheden van eventuele onjuistheden, non-conformiteiten of gevallen van niet-naleving.
|
|
(7)
|
Overeenkomstig artikel 10 bis, lid 1, vijfde alinea, en artikel 10 ter, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG kan een klimaatneutraliteitsverslag alleen als bevredigend worden geverifieerd indien het geen materiële onjuistheden bevat en indien de in het klimaatneutraliteitsplan vastgelegde mijlpalen en streefdoelen voor de desbetreffende periode van vijf jaar zijn verwezenlijkt. Om gestructureerde rapportage door de verificateur te vergemakkelijken, moeten regels worden vastgesteld voor gevallen waarin een klimaatneutraliteitsverslag niet als bevredigend kan worden geverifieerd.
|
|
(8)
|
Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van de Commissie (7) is gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2493 van de Commissie (8) om er regels in op te nemen voor de monitoring en rapportage met betrekking tot biomassabrandstoffen, hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong, brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof en synthetische koolstofarme brandstoffen waarvoor het nultarief geldt en waarvoor geen nultarief geldt. Bijgevolg moeten de bestaande regels over de rol van de verificateur bij de beoordeling van de toepasselijkheid van de bij Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad (9) vastgestelde duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria en van het bewijs van naleving van die criteria worden aangepast. In het kader van de beoordeling door de verificateur van de correcte toepassing van de monitoringmethodiek moet de verificateur aan de hand van het bewijs van de exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit controleren of de relevante duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria van artikel 29, leden 2 tot en met 7 en lid 10, en artikel 29 bis van Richtlijn (EU) 2018/2001 op biomassabrandstoffen, hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong en brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof van toepassing zijn en of aan die criteria is voldaan. Er moeten soortgelijke controles worden uitgevoerd bij de beoordeling van de naleving van de broeikasgasemissiereductiecriteria van artikel 2, punt 13), van Richtlijn (EU) 2024/1788 van het Europees Parlement en de Raad (10) voor synthetische koolstofarme brandstoffen. Indien de verificateur niet-naleving vaststelt van de toepasselijke duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, die niet kan worden gecorrigeerd voordat het verificatierapport wordt uitgegeven, moet dat in het verificatierapport worden gemeld.
|
|
(9)
|
Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 is gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2493 om de toewijzing van alternatieve brandstoffen of in aanmerking komende vliegtuigbrandstoffen en hun emissies aan specifieke vluchten te reguleren. Voor brandstoffen die niet fysiek aan een specifieke vlucht kunnen worden toegeschreven, zijn specifieke regels opgenomen inzake de evenredige toewijzing van die brandstoffen aan vluchten die vertrekken vanaf luchthavens en het tijdstip waarop de brandstoffen aan het brandstofsysteem worden geleverd. Met het oog op de rechtszekerheid en de milieu-integriteit moet de rol van de verificateur bij het controleren of aan de relevante eisen van artikelen 53 bis tot en met 54 quater van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 is voldaan, worden gespecificeerd.
|
|
(10)
|
Om de correcte evenredige toewijzing van alternatieve vliegtuigbrandstoffen en in aanmerking komende vliegtuigbrandstoffen aan vluchten te waarborgen en de bevoegde autoriteit daarvan in kennis te stellen, moet de verificateur controles uitvoeren op de volledigheid en nauwkeurigheid van de geclaimde hoeveelheid zuivere alternatieve vliegtuigbrandstof waarvoor het nultarief geldt en de hoeveelheid in aanmerking komende zuivere vliegtuigbrandstof per brandstofcategorie overeenkomstig artikel 3 quater, lid 6, van Richtlijn 2003/87/EG. De verificateur moet eventuele vastgestelde inconsistenties in het verificatierapport melden.
|
|
(11)
|
Overeenkomstig het uitgebreide toepassingsgebied van bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG zijn bij Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2493 nieuwe regels ingevoerd betreffende de monitoring en rapportage van CO2 dat wordt overgedragen naar installaties of de CO2-vervoersinfrastructuur voor geologische langetermijnopslag, zoals gespecificeerd in artikel 49 van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066. Om ervoor te zorgen dat inconsistenties in de aftrek van de hoeveelheid overgebracht CO2 worden opgemerkt, is het essentieel te specificeren welke controles een verificateur moet uitvoeren bij de beoordeling van de correcte toepassing van de monitoringmethodiek en de passende aftrek van overgebracht CO2 overeenkomstig artikel 49 van die uitvoeringsverordening.
|
|
(12)
|
Om te waarborgen dat het CO2 dat permanent chemisch is gebonden in een product dat is opgenomen in Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/2620 van de Commissie (11), op correcte wijze wordt afgetrokken van de totale emissies van een installatie, is het essentieel te specificeren welke controles de verificateur moet uitvoeren met betrekking tot de hoeveelheid CO2 die permanent chemisch is gebonden in die producten en tot de aftrek van die CO2.
|
|
(13)
|
Naar aanleiding van wijzigingen van Richtlijn (EU) 2023/958 van het Europees Parlement en de Raad (12) zijn regels voor de monitoring en rapportage met betrekking tot niet-CO2-effecten van de luchtvaart van vliegtuigexploitanten vastgesteld in Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066. Als gevolg van die wijzigingen moeten in Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 geharmoniseerde regels worden opgenomen betreffende de verificatie van niet-CO2-effecten van de luchtvaart en de accreditatie van verificateurs die die verificatie uitvoeren.
|
|
(14)
|
De verificatie van het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart van de vliegtuigexploitant moet dezelfde stappen volgen als de verificatie van de CO2-emissieverslagen van de vliegtuigexploitant. Daartoe moeten de definities van artikel 3, de verplichting van artikel 4 en de toepassing van de eisen van de hoofdstukken II en III van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 worden uitgebreid tot de verificatie van niet-CO2-effecten van de luchtvaart, tenzij specifieke kenmerken van die verificatie andere op maat gesneden regels vereisen. Evenzo moeten de eisen inzake de accreditatie van verificateurs in hoofdstuk V van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 en de eisen inzake samenwerking en informatie-uitwisseling tussen nationale accreditatie-instanties en bevoegde autoriteiten in hoofdstuk VI van die uitvoeringsverordening van toepassing zijn op de verificatie van niet-CO2-effecten van de luchtvaart.
|
|
(15)
|
Overeenkomstig artikel 14, lid 5, van Richtlijn 2003/87/EG moet de verificatie van niet-CO2-effecten van de luchtvaart zo veel mogelijk worden geautomatiseerd. Wanneer verslagen over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart automatisch worden voorzien van gegevens uit het door de Commissie ontwikkelde systeem voor het traceren van niet-CO2-effecten van de luchtvaart” (NEATS) of een door de Commissie goedgekeurd IT-instrument van derden, zonder betrokkenheid van of wijziging van inputgegevens door de vliegtuigexploitant, moeten de verslagen over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart als geverifieerd worden beschouwd. In dergelijke gevallen heeft het verslag geautomatiseerde verificatiecontroles door het systeem of instrument ondergaan. Om te zorgen voor afstemming op de CO2-rapportage en om de grootst mogelijke nauwkeurigheid van de gegevens te bereiken, moet in het kader van de verificatie van het emissieverslag van de vliegtuigexploitant een controle worden uitgevoerd van de consistentie tussen de vluchtinformatie in het emissieverslag en de vluchtinformatie in NEATS of in het IT-instrument van derden, waarbij rekening wordt gehouden met het toepassingsgebied van de vluchten die onder Richtlijn 2003/87/EG vallen. Om de administratieve lasten tot een minimum te beperken, mogen dergelijke consistentiecontroles niet vereist worden voor de kleinere emittenten. De verificateur moet eventuele inconsistenties in de vluchtinformatie in het verificatierapport melden.
|
|
(16)
|
Wanneer de vliegtuigexploitant zijn eigen gegevens gebruikt om in NEATS of een door de Commissie goedgekeurd instrument van derden in te voeren of zijn eigen berekeningsmethoden toepast, is het met het oog op de milieu-integriteit en het vergroten van het vertrouwen van het publiek in de nauwkeurigheid van de gegevens essentieel dat het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart door een bevoegde en onafhankelijke verificateur wordt gecontroleerd.
|
|
(17)
|
Er moeten specifieke competentiecriteria worden vastgesteld voor verificateurs die verslagen over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart controleren en de technische aspecten van de monitoring en rapportage betreffende de niet-CO2-effecten van de luchtvaart beoordelen. Dit moet accreditatie-instanties in staat stellen de bekwaamheid en prestaties van de verificateur bij de accreditatie van en het toezicht op verificateurs aan die specifieke criteria te toetsen.
|
|
(18)
|
Om het vertrouwen van het publiek in de kwaliteit en deugdelijkheid van de verificatie te vergroten en tegelijkertijd de accreditatie te vergemakkelijken en administratieve lasten te vermijden, moet worden voorzien in een uitbreiding van het bestaande toepassingsgebied van de accreditatie voor activiteitengroep 12 voor luchtvaartactiviteiten voor de verificatie van het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart. Verificateurs die een verificatie van een emissieverslag uitvoeren, moeten worden geaccrediteerd volgens het toepassingsgebied van de accreditatie voor activiteitengroep 12a, en verificateurs die een verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart verifiëren, moeten worden geaccrediteerd voor het uitgebreide toepassingsgebied van de accreditatie voor activiteitengroep 12b. Om de administratieve lasten te verminderen, moet een vrijstelling worden verleend voor situaties waarin de verificatie van verslagen over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart relatief eenvoudig is vanwege het soort gegevensinvoer door de vliegtuigexploitant, zoals vluchtinformatie, gegevens over het vluchttraject of gegevens over de eigenschappen van het luchtvaartuig. In dergelijke gevallen moet een accreditatie volgens het toepassingsgebied van de accreditatie voor activiteitengroep 12a volstaan.
|
|
(19)
|
Om geldige accreditaties van verificateurs die CO2-emissieverslagen verifiëren niet nadelig te beïnvloeden, moeten verificateurs die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn geaccrediteerd volgens het toepassingsgebied van de accreditatie voor activiteitengroep 12 de emissieverslagen van de vliegtuigexploitant en de verslagen over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart kunnen verifiëren wanneer de vliegtuigexploitant alleen de vluchtinformatie, gegevens over het vluchttraject of gegevens over de eigenschappen van het luchtvaartuig wijzigt in NEATS of in het door de Commissie goedgekeurde instrument van derden.
|
|
(20)
|
Het is essentieel dat de verificateur toegang heeft tot de IT-systemen die vliegtuigexploitanten gebruiken om niet-CO2-effecten van de luchtvaart te monitoren en te rapporteren. Er moeten geharmoniseerde regels worden vastgesteld betreffende het soort informatie en de systemen of de instrumenten die tussen de exploitant en de verificateur moeten worden gedeeld en de factoren waarmee rekening moet worden gehouden in de strategische en risicoanalyse met het oog op de planning van de verificatie.
|
|
(21)
|
Als onderdeel van de gegevensverificatie moeten de verificateurs specifieke consistentiecontroles uitvoeren op de gegevens die vliegtuigexploitanten gebruiken bij het opstellen van de verslagen over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart. Het soort controles moet afhangen van de specifieke gegevensinvoer. Er zijn geharmoniseerde regels nodig om die controles te definiëren en te bepalen hoe kan worden omgegaan met ontbrekende gegevens in verband met de niet-CO2-effecten van de luchtvaart.
|
|
(22)
|
Om aan te sluiten bij de verificatie van de CO2-emissies en om rekening te houden met het feit dat gegevens betreffende niet-CO2-effecten van de luchtvaart in grote mate worden verwerkt en opgeslagen in geautomatiseerde systemen, moeten de definitie van “locatie” van de verificatie van de CO2-emissies en de regels betreffende bezoeken ter plaatse van de verificateur van toepassing zijn op de verificatie van niet-CO2-effecten van de luchtvaart. Virtuele locatiebezoeken moeten onder vergelijkbare voorwaarden worden toegestaan. De nationale accreditatie-instanties moeten toezicht houden op de toepassing van die voorwaarden en op de prestaties van verificateurs bij dergelijke bezoeken in het kader van het jaarlijkse toezicht op verificateurs.
|
|
(23)
|
Met het oog op de rechtszekerheid en om administratieve lasten te voorkomen moet één uniform materialiteitsniveau voor alle vliegtuigexploitanten worden bepaald om de verificatie van verslagen over niet-CO2-effecten van de luchtvaart te plannen en de beoordeling door de verificateur bij die verificatie of een onjuistheid, non-conformiteit of niet-naleving een materieel effect heeft, te ondersteunen.
|
|
(24)
|
Om ervoor te zorgen dat individuele of cumulatieve onjuistheden of gevallen van non-conformiteit met of niet-naleving van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 onder het toepasselijke materialiteitsniveau niet worden genegeerd, moeten die gevallen ook als materieel worden beschouwd indien dit gerechtvaardigd is gezien de aard, de omvang en de bijzondere omstandigheden van dat specifieke geval.
|
|
(25)
|
Om de administratieve lasten voor gereglementeerde entiteiten met eenvoudige monitoringsituaties en lage risico’s te beperken, moeten bij de verificatie van de verslagen van deze gereglementeerde entiteiten enkele vereenvoudigingen worden ingebouwd. Deze vereenvoudigingen mogen alleen onder strikte voorwaarden worden toegepast om de kwaliteit van de verificatie te waarborgen en de milieu-integriteit te behouden.
|
|
(26)
|
Om het risico te beperken dat de onpartijdigheid van de verificateur in het gedrang komt, moeten de regels inzake onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de verificateur en zijn personeel dat verificatieactiviteiten uitvoert, worden uitgebreid tot de verificatie van verslagen over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart.
|
|
(27)
|
Overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG zijn de in Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 vastgestelde voorschriften voor de bewaking en rapportage van emissies uit biomassabrandstoffen, hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong, brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof en synthetische koolstofarme brandstoffen van toepassing met ingang van 1 januari 2024. Daarom moeten de regels voor de verificatie van emissies met betrekking tot die brandstoffen van toepassing zijn op de verificatie van emissieverslagen over de verslagperiode 2024.
|
|
(28)
|
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité klimaatverandering,
|
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 wordt als volgt gewijzigd:
|
1)
|
artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
|
a)
|
punt b) wordt vervangen door:
|
“b)
|
de verificatie van vanaf 1 januari 2025 uitgestoten broeikasgasemissies die door de gereguleerde entiteit overeenkomstig artikel 30 septies van Richtlijn 2003/87/EG zijn gerapporteerd;”;
|
|
|
b)
|
het volgende punt c) wordt toegevoegd:
|
“c)
|
de verificatie van niet-CO2-effecten van de luchtvaart die zich vanaf 1 januari 2025 voordoen en die door de vliegtuigexploitant overeenkomstig artikel 14, lid 5, van Richtlijn 2003/87/EG zijn gerapporteerd.”;
|
|
|
|
2)
|
artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
|
a)
|
het volgende punt 6 quater wordt ingevoegd:
|
“6 quater.
|
“verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart”: het verslag dat de vliegtuigexploitant krachtens artikel 14, lid 5, van Richtlijn 2003/87/EG moet overleggen en als bijlage in het jaarlijkse emissieverslag van de vliegtuigexploitant overeenkomstig artikel 68, lid 5, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 moet opnemen;”;
|
|
|
b)
|
punt 7 wordt vervangen door:
|
“7.
|
“verslag van de exploitant of vliegtuigexploitant”: het jaarlijkse emissieverslag dat de exploitant of vliegtuigexploitant krachtens artikel 14, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG moet overleggen, het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart, het verslag met referentiegegevens dat de exploitant indient krachtens artikel 4, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 van de Commissie (*1), het gegevensverslag over een nieuwkomer dat de exploitant indient krachtens artikel 5, lid 2, van die verordening, het jaarverslag over het activiteitsniveau of het klimaatneutraliteitsverslag;
|
(*1) Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 van de Commissie van 19 december 2018 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 59 van 27.2.2019, blz. 8, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/331/oj).”;"
|
|
c)
|
punt 13 wordt als volgt gewijzigd:
|
i)
|
punt b) wordt vervangen door:
|
“b)
|
met betrekking tot de verificatie van het emissieverslag van een vliegtuigexploitant of het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart van een vliegtuigexploitant, elke handeling of nalatigheid van de vliegtuigexploitant die in strijd is met de eisen in het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan;”;
|
|
|
ii)
|
het volgende punt c bis) wordt ingevoegd:
|
“c bis)
|
met betrekking tot de verificatie van een klimaatneutraliteitsverslag, elke handeling of nalatigheid van de exploitant die in strijd is met de specificaties in het klimaatneutraliteitsverslag;”;
|
|
|
|
d)
|
in punt 14 wordt punt a) vervangen door:
|
“a)
|
met betrekking tot de verificatie van het emissieverslag of het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart van een vliegtuigexploitant: de locaties waar het monitoringproces wordt vastgesteld en beheerd, met inbegrip van de locaties waar relevante gegevens en informatie worden gecontroleerd en bewaard;”;
|
|
|
e)
|
punt 30 wordt vervangen door:
|
“30.
|
“verslagperiode voor het activiteitsniveau”: de toepasselijke periode voorafgaand aan de indiening van het jaarverslag over het activiteitsniveau overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842;”;
|
|
|
f)
|
de volgende punten 31 en 32 worden toegevoegd:
|
“31.
|
“klimaatneutraliteitsverslag”: een verslag dat een exploitant indient overeenkomstig artikel 3 ter, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842;
|
|
32.
|
“periode voor de rapportage over klimaatneutraliteit”: krachtens artikel 10 bis, lid 1, vijfde alinea, en artikel 10 ter, lid 4, vierde alinea, van Richtlijn 2003/87/EG, de toepasselijke periode tot en met 31 december 2025 en vervolgens elke periode van vijf jaar die eindigt op 31 december van elk vijfde jaar daarna.”;
|
|
|
|
3)
|
artikel 6 wordt vervangen door:
“
Artikel 6
Betrouwbaarheid van de verificatie
Een geverifieerd emissieverslag, verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart, verslag met referentiegegevens, gegevensverslag over een nieuwkomer, jaarverslag over het activiteitsniveau of klimaatneutraliteitsverslag moet betrouwbaar zijn voor gebruikers. Die verslagen geven een getrouwe weergave van wat zij voorgeven weer te geven of van wat zij redelijkerwijze verwacht mogen worden weer te geven.
Het verificatieproces van een verslag van de exploitant of vliegtuigexploitant moet een effectief en betrouwbaar hulpmiddel zijn ter ondersteuning van de procedures voor kwaliteitsborging en kwaliteitscontrole en informatie verstrekken waardoor een exploitant of vliegtuigexploitant zich kan laten leiden om zijn prestaties op het gebied van monitoring en rapportage van emissies, van niet-CO2-effecten van de luchtvaart, van voor een kosteloze toewijzing relevante gegevens of van voor klimaatneutraliteitsverslagen relevante gegevens, met inbegrip met betrekking tot mijlpalen en streefdoelen, te verbeteren.”
; |
|
4)
|
artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
|
a)
|
lid 4 wordt als volgt gewijzigd:
|
i)
|
de punten a) en b) worden vervangen door:
|
“a)
|
het verslag van de exploitant of vliegtuigexploitant volledig is en voldoet aan de in bijlage X bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, in bijlage IV bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 of in artikel 3, lid 2, van of in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842 vastgestelde eisen, al naargelang van het geval;
|
|
b)
|
de exploitant of vliegtuigexploitant heeft gehandeld overeenkomstig de vergunning voor broeikasgasemissies en de eisen van het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan wanneer het om de verificatie van het emissieverslag van een exploitant gaat, en met de eisen van het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan wanneer het om de verificatie van het emissieverslag of het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart van een vliegtuigexploitant gaat;”;
|
|
|
ii)
|
het volgende punt c bis) wordt ingevoegd:
|
“c bis)
|
de exploitant — wanneer het gaat om de verificatie van een klimaatneutraliteitsverslag van de exploitant — heeft gehandeld overeenkomstig de specificaties van het klimaatneutraliteitsplan uit hoofde van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2441 van de Commissie (*2), met name wat maatregelen, mijlpalen, investeringen en streefdoelen betreft;
|
(*2) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2441 van de Commissie van 31 oktober 2023 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de inhoud en de vorm van de klimaatneutraliteitsplannen die nodig zijn voor de kosteloze toewijzing van emissierechten (PB L, 2023/2441, 3.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/2441/oj).”;"
|
|
iii)
|
de derde alinea wordt vervangen door:
“Voor de toepassing van punt d) krijgt de verificateur duidelijk en objectief bewijs van de exploitant of vliegtuigexploitant dat de gerapporteerde geaggregeerde emissies, niet-CO2-effecten van de luchtvaart, voor een kosteloze toewijzing relevante gegevens of voor klimaatneutraliteitsverslagen relevante gegevens ondersteunt, waarbij rekening wordt gehouden met alle andere gegevens die in het rapport van de exploitant of vliegtuigexploitant zijn verstrekt.”;
|
|
|
b)
|
het volgende lid 5 bis wordt ingevoegd:
“5 bis. Wanneer de verificateur vaststelt dat een exploitant niet voldoet aan Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2441, moet deze onregelmatigheid in het verificatierapport worden vermeld, ook al wordt het klimaatneutraliteitsplan geacht met die verordening in overeenstemming te zijn door de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 22 ter, lid 1, punt c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331.”
; |
|
|
5)
|
Artikel 9, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
|
a)
|
het volgende punt b bis) wordt ingevoegd:
|
“b bis)
|
het informatieniveau en de complexiteit van het klimaatneutraliteitsplan, wanneer het om de verificatie van het klimaatneutraliteitsverslag gaat;”;
|
|
|
b)
|
punt e) wordt vervangen door:
|
“e)
|
de locatie van informatie en gegevens met betrekking tot broeikasgasemissies en niet-CO2-effecten van de luchtvaart, voor een kosteloze toewijzing relevante gegevens of voor klimaatneutraliteitsverslagen relevante gegevens.”;
|
|
|
|
6)
|
artikel 10, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
|
a)
|
het volgende punt c bis) wordt ingevoegd:
|
“c bis)
|
de recentste versie van het klimaatneutraliteitsplan van de exploitant, alsook alle andere relevante versies van het klimaatneutraliteitsplan;”;
|
|
|
b)
|
punt h) wordt vervangen door:
|
“h)
|
het jaarlijkse emissieverslag, het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart, het verslag met referentiegegevens, het gegevensverslag over een nieuwkomer, het jaarverslag over het activiteitsniveau of het klimaatneutraliteitsverslag van de exploitant of vliegtuigexploitant, al naargelang van het geval;”;
|
|
|
c)
|
het volgende punt k ter) wordt ingevoegd:
|
“k ter)
|
wanneer het klimaatneutraliteitsplan tijdens de periode voor de rapportage over klimaatneutraliteit is bijgewerkt, gegevens van al die bijwerkingen overeenkomstig artikel 22 quinquies van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331;”;
|
|
|
d)
|
de punten m), n) en o) worden vervangen door:
|
“m)
|
het verificatierapport van het voorgaande jaar, de vorige referentieperiode of de vorige periode voor de rapportage over klimaatneutraliteit, al naargelang van het geval, indien de verificateur dat jaar, die referentieperiode of die periode voor de rapportage over klimaatneutraliteit de verificatie voor die bepaalde exploitant of vliegtuigexploitant niet heeft uitgevoerd;
|
|
n)
|
alle relevante correspondentie met de bevoegde autoriteit, in het bijzonder gegevens met betrekking tot de kennisgeving van wijzigingen van het monitoringplan, het monitoringmethodiekplan, het klimaatneutraliteitsplan of mijlpalen en streefdoelen, alsook correcties van ingediende gegevens, al naargelang van het geval;
|
|
o)
|
informatie over databanken en gegevensbronnen die voor monitoring- en rapportagedoeleinden worden gebruikt, met inbegrip van de databanken en gegevensbronnen van Eurocontrol of een andere relevante organisatie, het systeem voor het traceren van niet-CO2-effecten van de luchtvaart (NEATS) of een IT-instrument van derden krachtens artikel 56 bis, lid 7, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066;”;
|
|
|
e)
|
het volgende punt o bis) wordt ingevoegd:
|
“o bis)
|
informatie en onderliggende gegevens die door de vliegtuigexploitant worden gebruikt om vluchtinformatie, informatie over de eigenschappen van het luchtvaartuig en andere soorten bewaakte informatie te verzamelen, teneinde het CO2-equivalent voor niet-CO2-effecten van de luchtvaart per vlucht te berekenen, indien NEATS overeenkomstig artikel 56 ter, lid 6, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 later door de Commissie beschikbaar wordt gesteld;”;
|
|
|
|
7)
|
artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
|
a)
|
lid 3 wordt als volgt gewijzigd:
|
i)
|
punt b) wordt vervangen door:
|
“b)
|
de omvang en aard van de vliegtuigexploitant, de verspreiding van informatie op verschillende locaties en het aantal en type vluchten, voor de verificatie van het emissieverslag of het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart van de vliegtuigexploitant;”;
|
|
|
ii)
|
het volgende punt c bis) wordt ingevoegd:
|
“c bis)
|
het klimaatneutraliteitsplan, de in dat plan vastgelegde specifieke mijlpalen en streefdoelen, alsook alle bijwerkingen van het klimaatneutraliteitsplan in de periode voor de rapportage over klimaatneutraliteit, voor de verificatie van het klimaatneutraliteitsverslag;”;
|
|
|
iii)
|
punt d) wordt vervangen door:
|
“d)
|
de aard, schaal en complexiteit van emissiebronnen en bronstromen, alsook de apparatuur en processen voor het verkrijgen van emissiegegevens, gegevens over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart of voor een kosteloze toewijzing relevante gegevens, met inbegrip van de in het monitoringplan, respectievelijk het monitoringmethodiekplan beschreven meetapparatuur, de oorsprong en toepassing van berekeningsfactoren en andere primaire gegevensbronnen;”;
|
|
|
|
b)
|
het volgende punt f) wordt ingevoegd:
|
“f)
|
met het oog op de verificatie van het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart, de mate waarin gegevens worden verstrekt door vliegtuigexploitanten in NEATS of in door de Commissie krachtens artikel 56 bis, lid 8, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 goedgekeurde IT-instrumenten van derden.”;
|
|
|
c)
|
lid 4 wordt als volgt gewijzigd:
|
i)
|
het volgende punt a bis) wordt ingevoegd:
|
“a bis)
|
of het voorgelegde klimaatneutraliteitsplan de meest recente versie is en of dit door de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 22 ter, lid 1, punt c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 wordt geacht in overeenstemming te zijn;”;
|
|
|
ii)
|
het volgende punt b ter) wordt ingevoegd:
|
“b ter)
|
of het klimaatneutraliteitsplan tijdens de periode voor de rapportage over klimaatneutraliteit is gewijzigd en of de bevoegde autoriteit van die wijzigingen in kennis is gesteld;”;
|
|
|
|
|
8)
|
artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
|
a)
|
in lid 1 wordt punt c) vervangen door:
|
“c)
|
een gegevensbemonsteringsplan waarin het toepassingsgebied en de methodiek worden uiteengezet voor de bemonstering van de meetgegevens die ten grondslag liggen aan de geaggregeerde emissies in het emissieverslag van de exploitant of vliegtuigexploitant, de geaggregeerde niet-CO2-effecten van de luchtvaart in het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart, de voor een kosteloze toewijzing relevante geaggregeerde gegevens in het verslag met referentiegegevens, het gegevensverslag over een nieuwkomer of het jaarverslag over het activiteitsniveau van de exploitant, of de geaggregeerde gegevens die relevant zijn om aan te tonen dat de in het klimaatneutraliteitsplan vastgelegde mijlpalen en streefdoelen zijn verwezenlijkt.”;
|
|
|
b)
|
in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:
“De verificateur stelt het in lid 1, punt b), bedoelde testplan zo op dat kan worden bepaald in welke mate op de relevante controleactiviteiten kan worden vertrouwd om te beoordelen of de in artikel 7, lid 4, punten b), c), c bis) en d), of artikel 7, lid 4, derde alinea, vermelde eisen zijn nageleefd.”;
|
|
|
9)
|
in artikel 14 wordt de eerste alinea vervangen door:
“De verificateur voert het verificatieplan uit en controleert op basis van de risicoanalyse de uitvoering van het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan of monitoringmethodiekplan, of het klimaatneutraliteitsplan, al naargelang van het geval.”;
|
|
10)
|
artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:
|
a)
|
lid 2 wordt als volgt gewijzigd:
|
i)
|
de aanhef van de eerste alinea wordt vervangen door:
“2. Als onderdeel van de in lid 1 bedoelde gegevensverificatie en rekening houdend met het goedgekeurde monitoringplan, het monitoringmethodiekplan of het klimaatneutraliteitsplan, al naargelang van het geval, en de daarin beschreven procedures, controleert de verificateur:”;
|
|
ii)
|
het volgende punt c bis) wordt ingevoegd:
|
“c bis)
|
voor de verificatie van een klimaatneutraliteitsverslag, de consistentie met de in Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 vastgestelde grenzen van de installatie en met de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 vastgestelde grenzen van de bijbehorende subinstallaties;”;
|
|
|
iii)
|
punt d) wordt vervangen door:
|
“d)
|
voor de verificatie van een emissieverslag of een verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart van de vliegtuigexploitant, de volledigheid van de vluchten die onder een in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG genoemde luchtvaartactiviteit vallen waarvoor de vliegtuigexploitant verantwoordelijk is, alsook de volledigheid van de emissiegegevens of de niet-CO2-effecten van de luchtvaart;”;
|
|
|
iv)
|
het volgende punt f ter) wordt ingevoegd:
|
“f ter)
|
voor de verificatie van een klimaatneutraliteitsverslag, of de historische emissies, emissieniveaus alsook de activiteitsniveaus consistent zijn met de gegevens in de verslagen met referentiegegevens en de verslagen over het activiteitsniveau;”;
|
|
|
|
b)
|
de volgende leden 2 bis), 2 ter), 2 quater) en 2 quinquies) worden ingevoegd:
“2 bis. Als onderdeel van de in lid 1 bedoelde gegevensverificatie en rekening houdend met het goedgekeurde monitoringplan, controleert de verificateur, wanneer de vliegtuigexploitant gegevens over vluchttrajecten verstrekt in het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart, of de vluchttrajectinformatie volledig is.
2 ter. Als onderdeel van de in lid 1 bedoelde gegevensverificatie en rekening houdend met het goedgekeurde monitoringplan, controleert de verificateur, wanneer de vliegtuigexploitant gegevens over de eigenschappen van het luchtvaartuig verstrekt in het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart, tenminste:
|
a)
|
de consistentie tussen de in het goedgekeurde monitoringplan vermelde luchtvaartuigtypen en de gerapporteerde gegevens over luchtvaartuigtypen en die welke in interne registers zijn vermeld;
|
|
b)
|
de consistentie tussen de gegevensbronnen en -procedures over vliegtuigmotoren van de vliegtuigexploitant en het unieke identificatienummer van de motor van het luchtvaartuig zoals opgenomen in de databank van motoremissies van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO), of een equivalente gegevensbron die wordt gebruikt om op het luchtvaartuig gemonteerde motoren te identificeren;
|
|
c)
|
de consistentie tussen de massa van het luchtvaartuig, de startmassa of de belastingsfactor in de interne registers van de vliegtuigexploitant en de documentatie over massa en zwaartepunt, en de door de vliegtuigexploitant ingediende gegevens.
|
De verificateur gebruikt ook de simulatiebasis van de prestaties van luchtvaartuigen van luchtvaartuiggegevens om de massa van het luchtvaartuig, de startmassa of de belastingsfactor te ramen om de door de vliegtuigexploitant verstrekte gegevens te vergelijken.
2 quater. Als onderdeel van de in lid 1 bedoelde gegevensverificatie en rekening houdend met het goedgekeurde monitoringplan, controleert de verificateur, wanneer de vliegtuigexploitant gegevens over de prestaties van het luchtvaartuig verstrekt in het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart, het volgende:
|
a)
|
de consistentie tussen de gegevens over het vluchttraject en de gegevens over de prestaties van het luchtvaartuig langs het traject ervan, met name met behulp van kruiscontroles van de tijdstempels die worden gebruikt voor gegevens over het vluchttraject en gegevens over de prestaties van het luchtvaartuig;
|
|
b)
|
de consistentie tussen de gegevens over het geaggregeerde brandstofverbruik, de gegevens over de voor het luchtvaartuig dat de luchtvaartactiviteit verricht, gekochte of anderszins verschafte brandstof en tankmetingen;
|
|
c)
|
de consistentie tussen de door de vliegtuigexploitant ingediende gegevens en de specificaties van de fabrikant, interne registers en procedures met betrekking tot de geleverde brandstof, het brandstofdebiet en het rendement van de vliegtuigmotor, met inbegrip van de stuwkracht van de vliegtuigmotor;
|
|
d)
|
alle informatie die de verificateur nodig acht om het verificatierisico tot een aanvaardbaar niveau te beperken, zodat een redelijke mate van zekerheid bestaat dat het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart geen materiële onjuistheden bevat.
|
Bij de in punt a) bedoelde controle van de consistentie van de gegevens gebruikt de verificateur ook de simulatiebasis voor de prestaties van luchtvaartuigen van luchtvaartuiggegevens om de brandstofdebietmetingen en het rendement van de motor te ramen om de door de vliegtuigexploitant verstrekte gegevens te vergelijken.
2 quinquies. Wanneer de vliegtuigexploitant gebruikmaakt van zijn eigen module voor de bepaling van de brandstofeigenschappen of weergegevens in het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart of voor brandstofverbranding of voor emissieraming, zoals bedoeld in artikel 56 bis, lid 4, punt a), van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, controleert de verificateur als onderdeel van de in lid 1 bedoelde gegevensverificatie de geldigheid van de inputinformatie die is gebruikt om de gegevens te bepalen, en past hij de door de bevoegde autoriteit in het monitoringplan goedgekeurde methoden toe.”
; |
|
c)
|
het volgende lid 4 wordt toegevoegd:
“4. Voor de controle van de volledigheid van de vluchttrajecten zoals bedoeld in lid 2 bis maakt de verificateur gebruik van het Current Tactical Flight Model van Eurocontrol, het Regulated Tactical Flight Model van Eurocontrol of, in voorkomend geval, het Filed Tactical Flight Model van Eurocontrol of een daaraan wat de nauwkeurigheid van de gegevens betreft gelijkwaardig model, alsook de gegevens van de Automatic Dependent Surveillance—Broadcast.”
; |
|
|
11)
|
artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:
|
a)
|
lid 4 wordt vervangen door:
“4. Wanneer overgebracht CO2 wordt afgetrokken overeenkomstig artikel 49 van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 en wanneer dat overgebracht CO2 door zowel de overbrengende als de ontvangende installatie of door de CO2-vervoersinfrastructuur wordt gemeten, controleert de verificateur of de verschillen tussen de gemeten waarden in beide installaties of in de CO2-vervoersinfrastructuur door de onzekerheid van de meetsystemen kunnen worden verklaard en of het correcte rekenkundige gemiddelde van de gemeten waarden in de emissieverslagen van beide installaties of van de CO2-vervoersinfrastructuur is gebruikt.
Wanneer de verschillen tussen de gemeten waarden in beide installaties of in de CO2-vervoersinfrastructuur niet door de onzekerheid van de meetsystemen kunnen worden verklaard, controleert de verificateur of de aanpassingen zijn gemaakt om de verschillen tussen de gemeten waarden in overeenstemming met elkaar te brengen, of dat conservatieve aanpassingen waren en of de bevoegde autoriteit deze aanpassingen heeft goedgekeurd.
Wanneer het CO2 in doorvoer is gerapporteerd overeenkomstig artikel 49, lid 7, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, controleert de verificateur of het CO2 in doorvoer ten laatste op 31 januari van het daaropvolgende jaar naar een andere installatie of CO2-vervoersinfrastructuur is overgebracht.”
; |
|
b)
|
de volgende leden 4 bis, 4 ter en 4 quater worden ingevoegd:
“4 bis. Wanneer overgebracht N2O niet wordt geteld als emissies overeenkomstig artikel 50 van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 en wanneer dat overgebracht N2O door zowel de overbrengende als de ontvangende installatie wordt gemeten, controleert de verificateur of de verschillen tussen de gemeten waarden in beide installaties door de onzekerheid van de meetsystemen kunnen worden verklaard en of het correcte rekenkundige gemiddelde van de gemeten waarden in de emissieverslagen van beide installaties is gebruikt.
Wanneer de verschillen tussen de gemeten waarden in beide installaties niet door de onzekerheid van de meetsystemen kunnen worden verklaard, controleert de verificateur of de aanpassingen zijn gemaakt om de verschillen tussen de gemeten waarden in overeenstemming met elkaar te brengen, of dat conservatieve aanpassingen waren en of de bevoegde autoriteit deze aanpassingen heeft goedgekeurd.
4 ter. Wanneer het overeenkomstig artikel 49, lid 6, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 overgebrachte CO2 afkomstig is uit materialen of brandstoffen die koolstof bevatten waarvoor het nultarief geldt, controleert de verificateur al het volgende:
|
a)
|
of het overgebrachte CO2 afkomstig is uit materialen of brandstoffen die koolstof bevatten waarvoor het nultarief geldt;
|
|
b)
|
of de overbrengende installatie of de CO2-vervoersinfrastructuur het overgebrachte CO2 correct heeft afgetrokken, in een hoeveelheid die evenredig is aan de koolstoffractie die niet afkomstig is uit koolstof waarvoor het nultarief geldt;
|
|
c)
|
of de exploitant van de installatie of de CO2-vervoersinfrastructuur de emissies ten gevolge van lekkage-incidenten, diffuse emissies of afgeblazen emissies heeft gemonitord indien dergelijke emissies zich hebben voorgedaan;
|
|
d)
|
alle informatie die de verificateur nodig acht om het verificatierisico tot een aanvaardbaar niveau te beperken, zodat een redelijke mate van zekerheid bestaat dat het emissieverslag geen materiële onjuistheden bevat.
|
4 quater. Wanneer CO2 permanent chemisch in een product is gebonden overeenkomstig artikel 49 bis van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, controleert de verificateur al het volgende:
|
a)
|
of het product is opgenomen in Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/2620;
|
|
b)
|
of de exploitant het CO2 dat afkomstig is uit koolstof waarvoor geen nultarief geldt en dat permanent chemisch gebonden is overeenkomstig artikel 49 bis van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, correct heeft afgetrokken;
|
|
c)
|
de hoeveelheid CO2 die permanent chemisch is gebonden in een in Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/2620 opgenomen product;
|
|
d)
|
wanneer het CO2 afkomstig is uit materialen of brandstoffen die koolstof bevatten waarvoor het nultarief geldt:
|
i)
|
of het CO2 afkomstig is uit die materialen of brandstoffen;
|
|
ii)
|
of de exploitant de hoeveelheid permanent chemisch gebonden CO2 correct heeft afgetrokken, in een hoeveelheid die evenredig is aan de koolstoffractie die niet afkomstig is uit koolstof waarvoor het nultarief geldt;
|
|
|
e)
|
alle informatie die de verificateur nodig acht om het verificatierisico tot een aanvaardbaar niveau te beperken, zodat een redelijke mate van zekerheid bestaat dat het emissieverslag geen materiële onjuistheden bevat.”
|
; |
|
c)
|
lid 5 wordt vervangen door:
“5. Voor de verificatie van het emissieverslag van de exploitant controleert de verificateur in het kader van de in lid 1 bedoelde controle het volgende bewijsmateriaal:
|
a)
|
bewijsmateriaal van de exploitant waaruit blijkt dat biomassabrandstoffen waarvoor het nultarief geldt, voldoen aan de duurzaamheids- en de broeikasgasemissiereductiecriteria zoals vastgesteld in artikel 29, leden 2 tot en met 7 en lid 10, van Richtlijn (EU) 2018/2001;
|
|
b)
|
bewijsmateriaal van de exploitant waaruit blijkt dat hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong (RFNBO’s) waarvoor het nultarief geldt of brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof (RCF’s) voldoen aan de broeikasgasemissiereductiecriteria zoals vastgesteld in artikel 29 bis van Richtlijn (EU) 2018/2001;
|
|
c)
|
bewijsmateriaal van de exploitant waaruit al het volgende blijkt:
|
i)
|
dat synthetische koolstofarme brandstoffen waarvoor het nultarief geldt de in artikel 2, punt 13), van Richtlijn (EU) 2024/1788 bedoelde minimumdrempel voor broeikasgasemissiereductie naleven;
|
|
ii)
|
of het koolstofgehalte van synthetische koolstofarme brandstoffen aan de voorafgaande inlevering van emissierechten uit hoofde van Richtlijn 2003/87/EG is onderworpen.”
|
|
; |
|
d)
|
de volgende leden 5 bis en 5 ter worden ingevoegd:
“5 bis. Indien de exploitant de biomassafractie en de identieke biomassafractie waarvoor het nultarief geldt van biogas heeft bepaald aan de hand van aankoopbescheiden overeenkomstig artikel 39, lid 4, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, controleert de verificateur al het volgende:
|
a)
|
dat niet door anderen wordt beweerd dat zij de gekochte hoeveelheid biogas gebruiken;
|
|
b)
|
dat de exploitant en de producent van de biomassafractie op hetzelfde net zijn aangesloten;
|
|
c)
|
alle informatie die de verificateur nodig acht om het verificatierisico tot een aanvaardbaar niveau te beperken, zodat een redelijke mate van zekerheid bestaat dat het emissieverslag geen materiële onjuistheden bevat.
|
5 ter. Indien de RFNBO- of RCF-fractie en de identieke RFNBO- of RCF-fractie waarvoor het nultarief geldt van biogas bepaald zijn overeenkomstig artikel 39 bis van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, controleert de verificateur al het volgende:
|
a)
|
dat niet door anderen wordt beweerd dat zij de gekochte hoeveelheid RFNBO of RCF gebruiken;
|
|
b)
|
dat de exploitant en de producent van de RFNBO’s/RCF’s op hetzelfde net zijn aangesloten;
|
|
c)
|
alle informatie die de verificateur nodig acht om het verificatierisico tot een aanvaardbaar niveau te beperken, zodat een redelijke mate van zekerheid bestaat dat het emissieverslag geen materiële onjuistheden bevat.”
|
; |
|
e)
|
lid 6 wordt vervangen door:
“6. Wanneer de alternatieve vliegtuigbrandstof of de in aanmerking komende vliegtuigbrandstof in fysiek identificeerbare partijen aan het luchtvaartuig wordt geleverd en fysiek aan een gerapporteerde vlucht kan worden toegeschreven, controleert de verificateur of de hoeveelheid alternatieve vliegtuigbrandstof of in aanmerking komende vliegtuigbrandstof onmiddellijk na het tanken van brandstof correct aan de vlucht is toegeschreven.
Indien meerdere opeenvolgende vluchten worden uitgevoerd zonder tussen die vluchten te tanken, controleert de verificateur of de hoeveelheid alternatieve vliegtuigbrandstof of in aanmerking komende vliegtuigbrandstof aan deze vluchten is toegewezen in verhouding tot de emissies van die vluchten, die aan de hand van de voorlopige emissiefactor zijn berekend.
Wanneer de alternatieve vliegtuigbrandstof op een luchtvaartterrein niet fysiek aan een specifieke vlucht kan worden toegeschreven, controleert de verificateur of de alternatieve vliegtuigbrandstof is toegeschreven aan vluchten waarvoor overeenkomstig artikel 12, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG emissierechten moeten worden ingeleverd, in verhouding tot de emissies van die vluchten die vanaf dat luchtvaartterrein vertrekken, berekend aan de hand van de voorlopige emissiefactor.
Wanneer de in aanmerking komende vliegtuigbrandstof op een luchtvaartterrein niet fysiek aan een specifieke vlucht kan worden toegeschreven, controleert de verificateur of de brandstof is toegeschreven aan vluchten waarvoor overeenkomstig artikel 12, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG emissierechten moeten worden ingeleverd en aan vluchten die onder artikel 3 quater, lid 8, van die richtlijn vallen, in verhouding tot de emissies van die vluchten, berekend aan de hand van de voorlopige emissiefactor.
Voor de toepassing van de derde en vierde alinea controleert de verificateur of de alternatieve vliegtuigbrandstof of de in aanmerking komende vliegtuigbrandstof in de verslagperiode, of drie maanden vóór het begin of drie maanden na het einde van die verslagperiode aan het brandstofsysteem van het luchtvaartterrein van vertrek is geleverd, zoals gespecificeerd in het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan.
Voor de toepassing van de eerste, tweede, derde en vierde alinea controleert de verificateur of:
|
a)
|
de alternatieve vliegtuigbrandstof of in aanmerking komende vliegtuigbrandstof in het emissieverslag van de vliegtuigexploitant correct is toegewezen aan de luchtvaartterreincombinaties;
|
|
b)
|
de geclaimde totale hoeveelheid alternatieve vliegtuigbrandstof niet groter is dan het totale gerapporteerde brandstofverbruik van die vliegtuigexploitant voor vluchten waarvoor overeenkomstig artikel 12, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG emissierechten moeten worden ingeleverd vanaf het luchtvaartterrein waar de alternatieve vliegtuigbrandstof wordt geleverd;
|
|
b bis)
|
de totale hoeveelheid in aanmerking komende vliegtuigbrandstof niet groter is dan het totale gerapporteerde brandstofverbruik van die vliegtuigexploitant voor vluchten waarvoor overeenkomstig artikel 12, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG emissierechten moeten worden ingeleverd en voor vluchten die onder artikel 3 quater, lid 8, van die richtlijn vallen, vanaf het luchtvaartterrein waar de in aanmerking komende vliegtuigbrandstof wordt geleverd;
|
|
c)
|
de totale hoeveelheid alternatieve vliegtuigbrandstof voor vluchten waarvoor overeenkomstig artikel 12, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG emissierechten moeten worden ingeleverd niet groter is dan de totale hoeveelheid gekochte alternatieve vliegtuigbrandstof, waarvan de totale hoeveelheid aan derden verkochte alternatieve vliegtuigbrandstof wordt afgetrokken;
|
|
c bis)
|
de totale hoeveelheid in aanmerking komende vliegtuigbrandstof voor vluchten waarvoor overeenkomstig artikel 12, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG emissierechten moeten worden ingeleverd en voor vluchten die onder artikel 3 quater, lid 8, van die richtlijn vallen, niet groter is dan de totale hoeveelheid gekochte in aanmerking komende vliegtuigbrandstof, waarvan de totale hoeveelheid aan derden verkochte in aanmerking komende vliegtuigbrandstoffen wordt afgetrokken;
|
|
d)
|
de verhouding tussen de aan vluchten toegeschreven alternatieve vliegtuigbrandstof of in aanmerking komende vliegtuigbrandstof en fossiele brandstoffen per luchtvaartterreincombinatie niet hoger is dan de maximale bijmengingslimiet voor die alternatieve vliegtuigbrandstof of in aanmerking komende vliegtuigbrandstof zoals gecertificeerd volgens een erkende internationale norm;
|
|
e)
|
de geaggregeerde fractie waarvoor het nultarief geldt in de alternatieve vliegtuigbrandstof niet groter is dan de hoeveelheid alternatieve vliegtuigbrandstof waarvoor het volgende bewijs wordt geleverd:
|
i)
|
indien de fractie waarvoor het nultarief geldt betrekking heeft op de biomassafractie van een gemengde alternatieve vliegtuigbrandstof, het bewijs dat is voldaan aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria van artikel 29, leden 2 tot en met 7 en lid 10, van Richtlijn (EU) 2018/2001;
|
|
ii)
|
indien de fractie waarvoor het nultarief geldt betrekking heeft op de RFNBO- of RCF-fractie van een gemengde alternatieve brandstof, het bewijs dat is voldaan aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria van artikel 29 bis van Richtlijn (EU) 2018/2001;
|
|
iii)
|
indien de fractie waarvoor het nultarief geldt betrekking heeft op de fractie van synthetische koolstofarme brandstoffen van een gemengde alternatieve brandstof, het bewijs dat is voldaan aan de in artikel 2, punt 13), van Richtlijn (EU) 2024/1788 bedoelde minimumdrempel voor broeikasgasemissiereductie en het bewijs dat het koolstofgehalte van de synthetische koolstofarme brandstof aan de voorafgaande inlevering van emissierechten uit hoofde van Richtlijn 2003/87/EG is onderworpen;
|
|
|
f)
|
dezelfde hoeveelheden alternatieve vliegtuigbrandstof of in aanmerking komende vliegtuigbrandstof niet zijn opgenomen in een eerder verslag, door een andere vliegtuigexploitant of in een ander koolstofbeprijzingssysteem en er niet van wordt beweerd dat zij zijn gebruikt in een eerder verslag, door een andere vliegtuigexploitant of in een ander koolstofbeprijzingssysteem.”
|
; |
|
|
12)
|
Het volgende artikel 17 quater wordt ingevoegd:
“
Artikel 17 quater
Controle van de verwezenlijking van mijlpalen en streefdoelen
Voor de verificatie van een klimaatneutraliteitsverslag controleert de verificateur of de mijlpalen en streefdoelen van het klimaatneutraliteitsplan zijn verwezenlijkt. Hiertoe controleert de verificateur:
|
a)
|
het bewijsmateriaal van de exploitant met betrekking tot de uitvoering van maatregelen in verband met de mijlpalen en streefdoelen en de voltooiing daarvan;
|
|
b)
|
het effect van eventuele bijwerkingen van het klimaatneutraliteitsplan op de verwezenlijking van mijlpalen en streefdoelen;
|
|
c)
|
of het bewijsmateriaal van de exploitant waaruit blijkt dat de mijlpalen en streefdoelen zijn verwezenlijkt, in overeenstemming is met het klimaatneutraliteitsplan;
|
|
d)
|
of passende gegevens worden gebruikt om aan te tonen of de in het klimaatneutraliteitsplan vastgelegde mijlpalen en streefdoelen zijn verwezenlijkt;
|
|
e)
|
of de berekening van de gegevens die worden gebruikt om aan te tonen of de in het klimaatneutraliteitsplan vastgelegde mijlpalen en streefdoelen zijn verwezenlijkt, correct is en of die gegevens in overeenstemming zijn met andere relevante gegevens in het geverifieerde emissieverslag, geverifieerde verslag met referentiegegevens en geverifieerde jaarverslag over het activiteitsniveau;
|
|
f)
|
of de verwezenlijkte streefcijfers een vermindering aantonen die in overeenstemming is met de geraamde broeikasgasemissiereductie zoals beschreven in het klimaatneutraliteitsplan, en zo niet, wat de rechtvaardiging daarvan is.”
|
. |
|
13)
|
Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:
|
a)
|
het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:
“1 bis. Indien gegevens ontbreken die nodig zijn voor de berekening van de niet-CO2-effecten van de luchtvaart, controleert de verificateur of de ontbrekende gegevens kunnen worden geraamd met behulp van NEATS of een door de Commissie goedgekeurd IT-instrument van derden.
Indien de ontbrekende gegevens niet overeenkomstig de eerste alinea kunnen worden geraamd, controleert de verificateur of de door de bevoegde autoriteit goedgekeurde vervangende gegevens correct zijn toegepast.
Indien een vliegtuigexploitant niet tijdig goedkeuring kan verkrijgen voor vervangende gegevens, controleert de verificateur of de door de vliegtuigexploitant gevolgde aanpak om de ontbrekende gegevens aan te vullen, waarborgt dat de niet-CO2-effecten van de luchtvaart niet worden ondergewaardeerd en dat deze aanpak niet tot materiële onjuistheden leidt.”
; |
|
b)
|
het volgende lid 4 wordt toegevoegd:
“4. Wanneer er zich gegevensleemten voordoen in de gegevens die worden gebruikt om aan te tonen dat de in het klimaatneutraliteitsplan vastgelegde mijlpalen of streefdoelen zijn verwezenlijkt, controleert de verificateur of de door de exploitant gevolgde aanpak om de ontbrekende gegevens te compenseren, gebaseerd is op redelijk bewijs en waarborgt dat de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2441 vereiste gegevens niet worden onder- of overgewaardeerd.”
; |
|
|
14)
|
in artikel 21 wordt lid 5 vervangen door:
“5. Met het oog op de verificatie van het emissieverslag, het verslag met referentiegegevens, het gegevensverslag over een nieuwkomer, het jaarverslag over het activiteitsniveau of het klimaatneutraliteitsverslag van de exploitant beslist de verificateur op basis van de risicoanalyse of er aanvullende locaties moeten worden bezocht, met inbegrip van relevante delen van de dataflowactiviteiten en controleactiviteiten die op andere locaties worden uitgevoerd, zoals in het hoofdkantoor van de onderneming of in kantoren buiten het bedrijfsterrein.”
; |
|
15)
|
artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:
|
a)
|
lid 1 wordt vervangen door:
“1. Wanneer de verificateur tijdens de verificatie onjuistheden, non-conformiteiten of niet-naleving van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331, Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842 of Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2441, al naargelang van het geval, heeft vastgesteld, stelt hij de exploitant of vliegtuigexploitant daar tijdig van in kennis en vraagt hij de nodige correcties.
De exploitant of vliegtuigexploitant corrigeert alle meegedeelde onjuistheden of non-conformiteiten.
Wanneer wordt vastgesteld dat Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331, Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842 of Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2441 niet is nageleefd, brengt de exploitant of vliegtuigexploitant de bevoegde autoriteit op de hoogte en corrigeert hij de niet-naleving onverwijld.”
; |
|
b)
|
lid 2 wordt vervangen door:
“2. De verificateur documenteert alle onjuistheden, non-conformiteiten of gevallen van niet-naleving van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331, Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842 of Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2441 die tijdens de verificatie door de exploitant of vliegtuigexploitant zijn gecorrigeerd, en duidt deze in de interne verificatiedocumentatie aan als opgelost.”
; |
|
c)
|
lid 3 wordt als volgt gewijzigd:
|
i)
|
de tweede alinea wordt vervangen door:
“De verificateur bepaalt of de niet-gecorrigeerde onjuistheden, afzonderlijk of in combinatie met andere onjuistheden, een materieel effect hebben op de gerapporteerde totale emissies, niet-CO2-effecten van de luchtvaart, voor een kosteloze toewijzing relevante gegevens of voor de rapportage over klimaatneutraliteit relevante gegevens. Bij de beoordeling van de materialiteit van onjuistheden houdt de verificateur niet alleen rekening met de omvang en aard van de onjuistheden, maar ook met de bijzondere omstandigheden waarin ze voorkomen.”;
|
|
ii)
|
de vierde alinea wordt vervangen door:
“Wanneer de exploitant of vliegtuigexploitant de niet-naleving van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331, Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842 of Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2441 niet overeenkomstig lid 1 corrigeert voordat de verificateur het verificatierapport uitbrengt, beoordeelt de verificateur of de niet-gecorrigeerde niet-naleving effect heeft op de ingediende gegevens en of dat tot materiële onjuistheden leidt.”;
|
|
|
|
16)
|
artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:
|
a)
|
het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:
“2 bis. Voor de verificatie van verslagen over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart bedraagt het materialiteitsniveau 5 % van het totale in het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart gerapporteerde geaggregeerde CO2-equivalent.”
; |
|
b)
|
het volgende lid 5 wordt toegevoegd:
“5. Voor de verificatie van een klimaatneutraliteitsverslag bedraagt het materialiteitsniveau 5 % van een van de volgende waarden:
|
a)
|
de totale emissies van de installatie voor de relevante subinstallatie, indien de verwezenlijkte doelstellingen verband houden met absolute emissiedoelstellingen;
|
|
b)
|
het intensiteitsniveau van elke relevante productbenchmark-subinstallatie afzonderlijk, uitgedrukt in ton CO2-equivalent per relevante productie-eenheid, indien de verwezenlijkte doelstellingen betrekking hebben op de activiteitsniveaus van een productbenchmark-subinstallatie;
|
|
c)
|
het intensiteitsniveau van elke relevante warmtebenchmark-subinstallatie afzonderlijk, uitgedrukt in ton CO2-equivalent per TJ geconsumeerde warmte, indien de verwezenlijkte doelstellingen betrekking hebben op de activiteitsniveaus van een warmtebenchmark-subinstallatie;
|
|
d)
|
het intensiteitsniveau van elke relevante brandstofbenchmark-subinstallatie afzonderlijk, uitgedrukt in ton CO2-equivalent per TJ geconsumeerde brandstof, indien de verwezenlijkte doelstellingen betrekking hebben op de activiteitsniveaus van een brandstofbenchmark-subinstallatie;
|
|
e)
|
het intensiteitsniveau van elke relevante procesemissies-subinstallatie afzonderlijk, uitgedrukt in ton CO2-equivalent per relevante productie-eenheid, indien de verwezenlijkte doelstellingen betrekking hebben op de activiteitsniveaus van een procesemissies-subinstallatie;
|
|
f)
|
het specifieke streefcijfer dat wordt gebruikt om het percentage betreffende de benchmarkwaarde te bepalen, indien het doelstellingen betreft met betrekking tot de benchmarkwaarde voor elke relevante subinstallatie.”
|
; |
|
|
17)
|
in artikel 24 wordt het volgende punt e bis) ingevoegd:
|
“e bis)
|
hij ziet er, voor de verificatie van een klimaatneutraliteitsverslag, op toe dat er voldoende bewijsmateriaal is verzameld zodat hij in het verificatieadvies met een redelijke mate van zekerheid kan aangeven dat de in het klimaatneutraliteitsplan vastgelegde mijlpalen en streefdoelen zijn verwezenlijkt;”;
|
|
|
18)
|
artikel 26, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
|
a)
|
punt c) wordt vervangen door:
|
“c)
|
voor de verificatie van het emissieverslag van de exploitant of vliegtuigexploitant of het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart van de vliegtuigexploitant of voor de verificatie van het verslag met referentiegegevens, jaarverslag over het activiteitsniveau of gegevensverslag over nieuwkomers van de exploitant, voldoende informatie ter staving van het verificatieadvies, waaronder motiveringen voor beoordelingen over de vraag of de vastgestelde onjuistheden een materieel effect hebben op de gerapporteerde emissies, niet-CO2-effecten van de luchtvaart of de voor een kosteloze toewijzing relevante gegevens;”;
|
|
|
b)
|
het volgende punt d) wordt toegevoegd:
|
“d)
|
voor de verificatie van een klimaatneutraliteitsverslag, voldoende informatie ter staving van het verificatieadvies, waaronder motiveringen voor beoordelingen over de vraag of de vastgestelde onjuistheden materieel zijn en of de in het klimaatneutraliteitsplan vastgelegde mijlpalen en streefdoelen zijn verwezenlijkt.”;
|
|
|
|
19)
|
artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:
|
a)
|
lid 1 wordt als volgt gewijzigd:
|
i)
|
in de eerste alinea wordt de aanhef vervangen door:
“1. Op basis van de tijdens de verificatie verzamelde informatie bezorgt de verificateur een verificatierapport aan de exploitant of vliegtuigexploitant voor elk emissieverslag, elk verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart van de vliegtuigexploitant of elk verslag met referentiegegevens van de vliegtuigexploitant, gegevensverslag over een nieuwkomer, jaarverslag over het activiteitsniveau of klimaatneutraliteitsverslag dat aan verificatie werd onderworpen, met daarin een van de volgende verificatieadviezen:”;
|
|
ii)
|
het volgende punt b bis) wordt ingevoegd:
|
“b bis)
|
voor de verificatie van een klimaatneutraliteitsverslag: de mijlpalen en streefdoelen van het klimaatneutraliteitsplan zijn niet bereikt;”;
|
|
|
iii)
|
het volgende punt c bis) wordt ingevoegd:
|
“c bis)
|
voor de verificatie van een klimaatneutraliteitsverslag: het toepassingsgebied van de verificatie is te beperkt krachtens artikel 28 en de verificateur kon niet voldoende bewijsmateriaal verwerven om een verificatieadvies met een redelijke mate van zekerheid uit te brengen dat de in het klimaatneutraliteitsplan vastgelegde mijlpalen en streefdoelen zijn verwezenlijkt;”;
|
|
|
iv)
|
de tweede alinea wordt vervangen door:
“Voor de toepassing van de eerste alinea, punt a), mag het verslag van de exploitant of de vliegtuigexploitant enkel als bevredigend worden geverifieerd in een van de volgende situaties:
|
a)
|
indien het verslag van de exploitant of vliegtuigexploitant geen materiële onjuistheden bevat;
|
|
b)
|
indien, voor de verificatie van een klimaatneutraliteitsverslag, de in het klimaatneutraliteitsplan vastgelegde mijlpalen en streefdoelen zijn verwezenlijkt.”;
|
|
|
|
b)
|
lid 3 wordt als volgt gewijzigd:
|
i)
|
punt e) wordt vervangen door:
|
“e)
|
de criteria die zijn gebruikt om het verslag van de exploitant of vliegtuigexploitant te verifiëren, met inbegrip van, indien van toepassing, de vergunning en de verschillende versies van het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan of monitoringmethodiekplan, of het klimaatneutraliteitsplan, indien van toepassing, alsook de geldigheidsperiode van elk plan;”;
|
|
|
ii)
|
het volgende punt g bis) wordt ingevoegd:
|
“g bis)
|
waar het de verificatie van het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart van de vliegtuigexploitant betreft, geaggregeerde CO2-equivalenten van de niet-CO2-effecten van de luchtvaart per vliegtuigexploitant;”;
|
|
|
iii)
|
het volgende punt g ter) wordt ingevoegd:
|
“g ter)
|
waar het de verificatie van het emissieverslag van de vliegtuigexploitant betreft, de bevestiging dat een controle is uitgevoerd op de volledigheid en nauwkeurigheid van de geclaimde hoeveelheid zuivere alternatieve luchtvaartbrandstof waarvoor het nultarief geldt en de hoeveelheid zuivere in aanmerking komende vliegtuigbrandstof per brandstofcategorie overeenkomstig artikel 3 quater, lid 6, van Richtlijn 2003/87/EG, met inbegrip van een bevestiging dat er geen inconsistenties zijn waargenomen en dat, indien van toepassing, de evenredige toewijzing van brandstoffen aan de vluchten correct is toegepast;”;
|
|
|
iv)
|
het volgende punt h ter) wordt ingevoegd:
|
“h ter)
|
waar het de verificatie van het klimaatneutraliteitsverslag betreft, de streefdoelen en mijlpalen die tegen het einde van de periode voor de rapportage over klimaatneutraliteit zijn verwezenlijkt;”;
|
|
|
v)
|
punt i) wordt vervangen door:
|
“i)
|
de verslagperiode, de referentieperiode, de verslagperiode voor het activiteitsniveau of de periode voor de rapportage over klimaatneutraliteit waarop de verificatie betrekking heeft;”;
|
|
|
vi)
|
punt o) wordt vervangen door:
|
“o)
|
alle gevallen van niet-naleving van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331, Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842 of Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2441 die tijdens de verificatie zijn vastgesteld;”;
|
|
|
vii)
|
de volgende punten q bis) en q ter) worden ingevoegd:
|
“q bis)
|
een verklaring, indien de toegepaste methode om gegevensleemtes aan te vullen krachtens artikel 18, lid 4, leidt tot materiële onjuistheden;
|
|
q ter)
|
indien de vliegtuigexploitant niet tijdig goedkeuring heeft verkregen voor vervangende gegevens overeenkomstig artikel 18, lid 1 bis, een verklaring waarin staat of de toegepaste methode om gegevensleemtes aan te vullen leidt tot materiële onjuistheden;”;
|
|
|
viii)
|
het volgende punt r sexies) wordt ingevoegd:
|
“r sexies)
|
indien de verificateur die de verificatie van het emissieverslag van een vliegtuigexploitant uitvoert, de controle krachtens artikel 33 bis, lid 2, van deze verordening heeft uitgevoerd, de bevestiging dat de gegevens over vluchten in NEATS of het in artikel 56 bis, lid 7, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 bedoelde IT-instrument van derden in overeenstemming zijn met de gegevens over vluchten in het emissieverslag, rekening houdend met het toepassingsgebied van de vluchten die onder Richtlijn 2003/87/EG vallen en de door de vliegtuigexploitant gerapporteerde vluchten, met inbegrip van, in voorkomend geval, een beschrijving van bevindingen en opmerkingen met betrekking tot de consistentie en volledigheid van de gegevens betreffende vluchten;”;
|
|
|
|
c)
|
lid 4 wordt vervangen door:
“4. De verificateur beschrijft de onjuistheden, non-conformiteiten en niet-naleving van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331, Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842 of Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2441 in het verificatierapport in voldoende detail zodat de exploitant of vliegtuigexploitant en de bevoegde autoriteit op de hoogte zijn van de volgende zaken:
|
a)
|
de omvang en aard van de onjuistheid, non-conformiteit of niet-naleving van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331, Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842 of Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2441;
|
|
b)
|
waarom de onjuistheid al dan niet een materieel effect heeft;
|
|
c)
|
op welk element van het verslag van de exploitant of vliegtuigexploitant de onjuistheid betrekking heeft of op welk element van het monitoringplan, het monitoringmethodiekplan of het klimaatneutraliteitsplan de non-conformiteit betrekking heeft;
|
|
d)
|
op welk artikel van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331, Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842 of Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2441 de niet-naleving betrekking heeft.”
|
; |
|
|
20)
|
artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:
|
a)
|
het inleidende deel wordt vervangen door:
“De verificateur kan tot de conclusie komen dat het toepassingsgebied van de in artikel 27, lid 1, punten c) en c bis), bedoelde verificatie te beperkt is in elk van de volgende situaties:”;
|
|
b)
|
punt c) wordt vervangen door:
|
“c)
|
het monitoringplan, het monitoringmethodiekplan of het klimaatneutraliteitsplan, al naargelang van het geval, heeft geen voldoende groot toepassingsgebied of verschaft niet voldoende duidelijkheid om de verificatie af te ronden;”;
|
|
|
c)
|
punt e) wordt vervangen door:
|
“e)
|
het monitoringmethodiekplan is niet goedgekeurd door de bevoegde autoriteit;”;
|
|
|
d)
|
het volgende punt f) wordt toegevoegd:
|
“f)
|
de bevoegde autoriteit heeft het klimaatneutraliteitsplan niet gecontroleerd en als voldoende beschouwd overeenkomstig artikel 22 ter, lid 1, tweede alinea, punt c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331;”;
|
|
|
|
21)
|
artikel 30, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
|
a)
|
het volgende punt d bis) wordt ingevoegd:
|
“d bis)
|
de monitoring en rapportage van niet-CO2-effecten van de luchtvaart;”;
|
|
|
b)
|
het volgende punt f) wordt toegevoegd:
|
“f)
|
de verzameling, verwerking en rapportage van gegevens voor klimaatneutraliteitsverslagen, ook met betrekking tot mijlpalen en streefdoelen.”;
|
|
|
|
22)
|
in artikel 31, lid 3, wordt punt d) vervangen door:
|
“d)
|
er wordt een verslag met referentiegegevens van een exploitant, een gegevensverslag over een nieuwkomer of een klimaatneutraliteitsverslag geverifieerd.”;
|
|
|
23)
|
artikel 33 wordt vervangen door:
“
Artikel 33
Vereenvoudigde verificatie van het emissieverslag van de vliegtuigexploitant
1. In afwijking van artikel 21, lid 1, van deze verordening kan een verificateur besluiten geen bezoek ter plaatse af te leggen bij een vliegtuigexploitant die gebruikmaakt van de in artikel 55, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 bedoelde vereenvoudigde instrumenten om de CO2-emissies te bepalen, indien de verificateur op basis van de risicoanalyse heeft vastgesteld dat de verificateur alle relevante gegevens op afstand kan raadplegen.
2. Wanneer een vliegtuigexploitant de in artikel 55, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 bedoelde vereenvoudigde instrumenten gebruikt om het brandstofverbruik te bepalen en de ingediende CO2-emissiegegevens met behulp van deze instrumenten onafhankelijk van enige inbreng van de vliegtuigexploitant zijn aangemaakt, kan de verificateur op basis van de risicoanalyse besluiten de in artikel 14, artikel 16, artikel 17, leden 1 en 2, en artikel 18 van deze verordening bedoelde controles niet uit te voeren.”
; |
|
24)
|
het volgende artikel 33 bis wordt ingevoegd:
“
Artikel 33 bis
Vereenvoudigde verificatie van het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart van de vliegtuigexploitant
1. In afwijking van de artikelen 7 tot en met 27 van deze verordening wordt het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart van de vliegtuigexploitant geacht te zijn geverifieerd als het verslag is opgesteld op basis van gegevens uit NEATS of een IT-instrument van derden als bedoeld in artikel 56 bis, lid 7, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, onafhankelijk van enige inbreng van en zonder wijziging door de vliegtuigexploitant en indien de vliegtuigexploitant een van de volgende is:
|
a)
|
een kleine emittent in de zin van artikel 55, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066;
|
|
b)
|
voor de verslagperiode 2025 en 2026, een vliegtuigexploitant met totale jaarlijkse emissies van minder dan 3 000 ton CO2 uit andere dan de in artikel 28 bis, lid 1, punt a), en artikel 3 quater, lid 8, van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde vluchten.
|
2. Wanneer het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart van een andere dan de in lid 1 bedoelde vliegtuigexploitanten wordt opgesteld op basis van gegevens uit NEATS of een IT-instrument van derden als bedoeld in artikel 56 bis, lid 7, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, onafhankelijk van enige inbreng van en zonder wijziging door die vliegtuigexploitant, wordt het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart geacht te zijn geverifieerd. De verificateur die een verificatie van het emissieverslag van die vliegtuigexploitant uitvoert, controleert in het kader van die verificatie echter de consistentie tussen de vluchtinformatie in het emissieverslag en de vluchtinformatie in NEATS of het instrument van derden, rekening houdend met het toepassingsgebied van de vluchten die onder Richtlijn 2003/87/EG vallen en door de vliegtuigexploitant zijn gerapporteerd.”
; |
|
25)
|
artikel 34 ter wordt als volgt gewijzigd:
|
a)
|
de titel wordt vervangen door:
“Virtuele locatiebezoeken ter verificatie van verslagen van vliegtuigexploitanten”;
|
|
b)
|
lid 1 wordt vervangen door:
“1. In afwijking van artikel 21, lid 1, kan de verificateur in andere dan de in artikel 34 bis beschreven gevallen besluiten een virtueel locatiebezoek af te leggen voor de verificatie van het emissieverslag van een vliegtuigexploitant of van het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart van een vliegtuigexploitant. Het besluit van de verificateur om een virtueel locatiebezoek af te leggen moet gebaseerd zijn op het resultaat van een risicoanalyse, nadat is vastgesteld dat de verificateur alle relevante gegevens op afstand kan raadplegen. De verificateur stelt de vliegtuigexploitant zonder onnodige vertraging in kennis van het besluit om een virtueel locatiebezoek af te leggen.”
; |
|
c)
|
in lid 3 wordt punt a) vervangen door:
|
“a)
|
het emissieverslag van de vliegtuigexploitant of het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart van de vliegtuigexploitant wordt voor de eerste keer door de verificateur geverifieerd;”;
|
|
|
|
26)
|
in artikel 37, lid 5, wordt de tweede alinea vervangen door:
“Wanneer de verificateur verslagen met referentiegegevens, gegevensverslagen over nieuwkomers, jaarverslagen over het activiteitsniveau of klimaatneutraliteitsverslagen verifieert, omvat het verificatieteam daarnaast ten minste één persoon die de vereiste technische competentie en kennis heeft om de specifieke technische aspecten van de verzameling, monitoring en rapportage van de voor een kosteloze toewijzing relevante gegevens te beoordelen.”;
|
|
27)
|
in artikel 38, lid 1, wordt punt a) vervangen door:
|
“a)
|
kennis van Richtlijn 2003/87/EG, Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331, Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842 of Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2441 voor de verificatie van het verslag met referentiegegevens, het gegevensverslag over een nieuwkomer, het jaarverslag over het activiteitsniveau of het klimaatneutraliteitsverslag, deze verordening, desbetreffende normen en andere desbetreffende wetgeving, toepasselijke richtsnoeren alsook desbetreffende richtsnoeren en wetgeving die zijn uitgevaardigd door de lidstaat waar de verificateur een verificatie uitvoert;”;
|
|
|
28)
|
in artikel 43, lid 3, wordt de tweede alinea als volgt gewijzigd:
|
a)
|
de inleidende zin wordt vervangen door:
“Met name in elk van de volgende gevallen wordt een in de eerste zin van de eerste alinea bedoeld onaanvaardbaar risico voor de onpartijdigheid of belangenconflict verondersteld te zijn ontstaan:”;
|
|
b)
|
punt b) wordt vervangen door:
|
“b)
|
wanneer een verificateur of enig deel van dezelfde rechtspersoonlijkheid technische bijstand verleent om het systeem te ontwikkelen of te handhaven dat is uitgevoerd om de emissies, de niet-CO2-effecten van de luchtvaart of de voor kosteloze toewijzing relevante gegevens te monitoren of rapporteren;”;
|
|
|
c)
|
de volgende punten c) en d) worden toegevoegd:
|
“c)
|
wanneer een verificateur een verificatie van het klimaatneutraliteitsverslag uitvoert en die verificateur of enig deel van dezelfde rechtspersoonlijkheid adviesdiensten als bedoeld in punt a) verleent, technische bijstand als bedoeld in punt b) of adviesdiensten met betrekking tot de in het klimaatneutraliteitsplan beschreven maatregelen en investeringen, met inbegrip van een kwantitatieve en kwalitatieve beoordeling van de geraamde effecten van deze maatregelen en investeringen op de broeikasgasemissiereductie;
|
|
d)
|
wanneer een verificateur een verificatie van het klimaatneutraliteitsverslag uitvoert en die verificateur of enig deel van dezelfde rechtspersoonlijkheid adviesdiensten als bedoeld in punt a) verleent, technische bijstand als bedoeld in punt b) of adviesdiensten om het klimaatneutraliteitsplan te ontwikkelen of het klimaatneutraliteitsverslag op te stellen.”;
|
|
|
|
29)
|
in artikel 43 terdecies wordt het volgende lid 5 bis ingevoegd:
“5 bis. Met het oog op de verificatie van de verslagen van de gereglementeerde entiteit controleert de verificateur in het kader van de in lid 1 bedoelde controle:
|
a)
|
bewijsmateriaal van de gereglementeerde entiteit waaruit blijkt dat biomassabrandstoffen waarvoor het nultarief geldt, voldoen aan de duurzaamheids- en de broeikasgasemissiereductiecriteria zoals vastgesteld in artikel 29, leden 2 tot en met 7 en lid 10, van Richtlijn (EU) 2018/2001;
|
|
b)
|
bewijsmateriaal van de gereglementeerde entiteit waaruit blijkt dat hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong waarvoor het nultarief geldt of brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof voldoen aan de broeikasgasemissiereductiecriteria zoals vastgesteld in artikel 29 bis van Richtlijn (EU) 2018/2001;
|
|
c)
|
bewijsmateriaal van de gereglementeerde entiteit waaruit al het volgende blijkt:
|
i)
|
dat synthetische koolstofarme brandstoffen waarvoor het nultarief geldt de in artikel 2, punt 13), van Richtlijn (EU) 2024/1788 bedoelde minimumdrempel voor broeikasgasemissiereductie naleven;
|
|
ii)
|
of het koolstofgehalte van synthetische koolstofarme brandstoffen aan de voorafgaande inlevering van emissierechten uit hoofde van Richtlijn 2003/87/EG is onderworpen.”
|
|
; |
|
30)
|
artikel 43 quatervicies wordt als volgt gewijzigd:
|
a)
|
punt 1) wordt als volgt gewijzigd:
|
i)
|
de punten a), b) en c) worden vervangen door:
|
“a)
|
alle door de gereglementeerde entiteit tot verbruik uitgeslagen brandstofstromen commercieel verhandelbare standaardbrandstoffen zijn of brandstoffen die gelijkwaardig zijn aan commercieel verhandelbare standaardbrandstoffen overeenkomstig artikel 75 duodecies, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066;
|
|
b)
|
voor de emissiefactor en de eenheidsconversiefactor standaardwaarden worden toegepast;
|
|
c)
|
voor de biomassafractie een standaardwaarde wordt toegepast, of indien al het volgende van toepassing is:
|
i)
|
niveau 3b wordt toegepast voor het bepalen van de biomassafractie van de brandstofstroom overeenkomstig punt 2.3 van bijlage II bis bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066;
|
|
ii)
|
de verificateur krijgt toegang tot alle relevante gegevens over de massabalansdocumentatie overeenkomstig artikel 30, lid 1, van Richtlijn (EU) 2018/2001 en bewijs van naleving van de duurzaamheids- of broeikasgasemissiereductiecriteria;
|
|
iii)
|
de gereglementeerde entiteit biedt de verificateur de mogelijkheid gesprekken te voeren met alle relevante personeelsleden.”;
|
|
|
|
ii)
|
het volgende punt d) wordt toegevoegd:
|
“d)
|
voor elke brandstofstroom een bereikfactor van 1 van toepassing is overeenkomstig artikel 75 terdecies, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, of een standaardwaarde voor de bereikfactor van toepassing is overeenkomstig artikel 75 terdecies, lid 6, van die verordening;”;
|
|
|
|
b)
|
punt 3 wordt als volgt gewijzigd:
|
i)
|
punt c) wordt vervangen door:
|
“c)
|
voor de emissiefactor en de eenheidsconversiefactor standaardwaarden worden toegepast;”;
|
|
|
ii)
|
punt d) wordt vervangen door:
|
“d)
|
voor de biomassafractie een standaardwaarde wordt toegepast, of indien al het volgende van toepassing is:
|
i)
|
niveau 3b wordt toegepast voor het bepalen van de biomassafractie van de brandstofstroom overeenkomstig punt 2.3 van bijlage II bis bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066;
|
|
ii)
|
de verificateur krijgt toegang tot alle relevante gegevens over de massabalansdocumentatie overeenkomstig artikel 30, lid 1, van Richtlijn (EU) 2018/2001 en bewijs van naleving van de duurzaamheids- of broeikasgasemissiereductiecriteria;
|
|
iii)
|
de gereglementeerde entiteit biedt de verificateur de mogelijkheid gesprekken te voeren met alle relevante personeelsleden.”;
|
|
|
|
iii)
|
het volgende punt e) wordt toegevoegd:
|
“e)
|
voor elke brandstofstroom een bereikfactor van 1 van toepassing is overeenkomstig artikel 75 terdecies, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, of een standaardwaarde voor de bereikfactor van toepassing is overeenkomstig artikel 75 terdecies, lid 6, van die verordening;”;
|
|
|
|
|
31)
|
artikel 43 quinvicies wordt vervangen door:
“
Artikel 43 quinvicies
Vereenvoudigd verificatieplan, virtuele locatiebezoeken en vereenvoudigde verificatie
1. De artikelen 34 en 34 bis zijn van toepassing op de verificatie van de emissies van de gereglementeerde entiteit die onder hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87/EG vallen. Daartoe geldt elke verwijzing naar exploitanten, installaties en vliegtuigexploitanten als een verwijzing naar de gereglementeerde entiteit.
2. Met het oog op de verificatie van het emissieverslag van een gereglementeerde entiteit met betrekking tot de rapporteringsperioden 2025 en 2026 kan de verificateur, op basis van de risicoanalyse, besluiten geen controles uit te voeren van de methode om de hoeveelheden uitgeslagen brandstof te bepalen indien de hoeveelheid uitgeslagen brandstof in het emissieverslag van de gereglementeerde entiteit is bepaald op basis van de in artikel 75 undecies, lid 1, punt a), van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 bedoelde methode en een van de volgende gevallen van toepassing is:
|
a)
|
er is bewijs uit een onafhankelijke bron dat de hoeveelheden brandstof die zijn bepaald volgens de in artikel 75 undecies, lid 1, punt a), van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 bedoelde methoden overeenstemmen met de hoeveelheden uitgeslagen brandstof in het emissieverslag van de gereglementeerde entiteit;
|
|
b)
|
de hoeveelheden uitgeslagen brandstof in het emissieverslag van de gereglementeerde entiteit zijn gegenereerd uit het computersysteem dat wordt gebruikt voor de overbrenging van en het toezicht op accijnsgoederen als bedoeld in artikel 20, lid 2, van Richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad (*3), zonder enige wijziging door de gereglementeerde entiteit.
|
3. De gereglementeerde entiteit verleent de verificateur toegang tot het in lid 2, punt a), bedoelde bewijsmateriaal en tot het in lid 2, punt b), bedoelde bewijsmateriaal uit het computersysteem, om de hoeveelheden brandstof in het bewijsmateriaal te vergelijken met de hoeveelheden uitgeslagen brandstof in de jaarlijkse emissieverslagen.
4. Artikel 43 tervicies, lid 7, punt a), is niet van toepassing indien de voorwaarden van artikel 43 quatervicies, punt 3, van toepassing zijn en de verificateur heeft besloten geen controles uit te voeren van de methode voor het bepalen van de hoeveelheden uitgeslagen brandstof overeenkomstig lid 2.
5. Artikel 43 tervicies, lid 7, punt a), is niet van toepassing indien de voorwaarden van artikel 43 quatervicies, punt 2, van toepassing zijn.
(*3) Richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad van 19 december 2019 houdende een algemene regeling inzake accijns (PB L 58 van 27.2.2020, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2020/262/oj).”;"
|
|
32)
|
artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:
|
a)
|
de tweede alinea wordt vervangen door:
“Voor de verificatie van verslagen met referentiegegevens, gegevensverslagen over nieuwkomers, jaarverslagen over het activiteitsniveau of klimaatneutraliteitsverslagen wordt een verificateur die een verificatierapport aan een exploitant afgeeft, bovendien geaccrediteerd voor de in bijlage I bedoelde activiteitengroep nr. 98.”;
|
|
b)
|
de volgende derde en vierde alinea’s worden toegevoegd:
“In afwijking van de eerste alinea kan, wanneer de vliegtuigexploitant zijn eigen vluchtinformatie, gegevens over vliegtrajecten of gegevens over de eigenschappen van het luchtvaartuig in NEATS of een door de Commissie overeenkomstig artikel 56 bis, leden 7 en 8, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 goedgekeurd IT-instrument van derden invoert en de rest van het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart wordt opgesteld op basis van gegevens uit NEATS of dat IT-instrument van derden, onafhankelijk van enige inbreng en zonder wijziging door de vliegtuigexploitant, een verificateur die de verificatie uitvoert van het verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart van die vliegtuigexploitant worden geaccrediteerd voor de in bijlage I bedoelde activiteitengroep nr. 12a.
De accreditatiecertificaten voor de verificatie van de emissieverslagen van een vliegtuigexploitant die zijn afgegeven in het kader van activiteitengroep nr. 12 van het toepassingsgebied van de accreditatie, die geldig zijn op 31 maart 2025, worden geacht te zijn afgegeven voor activiteitengroep nr. 12a die onder het toepassingsgebied van de accreditatie valt.”;
|
|
|
33)
|
in artikel 58, lid 2, wordt de tweede alinea vervangen door:
“Het beoordelingsteam omvat ten minste één persoon met kennis van de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen of niet-CO2-effecten van de luchtvaart krachtens Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 die relevant zijn voor het toepassingsgebied van de accreditatie, en met de competentie en het inzicht die nodig zijn om de verificatieactiviteiten binnen de installatie, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit voor dat toepassingsgebied te beoordelen, en ten minste één persoon met kennis van desbetreffende nationale wetgeving en richtsnoeren.”;
|
|
34)
|
in artikel 59, lid 1, wordt punt b) vervangen door:
|
“b)
|
hij heeft kennis van Richtlijn 2003/87/EG, Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 en Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842 wanneer de beoordelaar de competentie en prestaties van de verificateur beoordeelt voor het in bijlage I bij deze verordening bedoelde toepassingsgebied nr. 98, Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2441 wanneer de beoordelaar een verificateur die een verificatie van een klimaatneutraliteitsverslag uitvoert, beoordeelt, deze verordening, desbetreffende normen en andere desbetreffende wetgeving alsook toepasselijke richtsnoeren;”;
|
|
|
35)
|
in artikel 60, lid 2, wordt punt a) vervangen door:
|
“a)
|
hij heeft kennis van Richtlijn 2003/87/EG, Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 en Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842 wanneer de technisch deskundige de competentie en prestaties van de verificateur beoordeelt voor het in bijlage I bij deze verordening bedoelde toepassingsgebied nr. 98, Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2441 wanneer de technisch deskundige een verificateur die een verificatie van een klimaatneutraliteitsverslag uitvoert, beoordeelt, deze verordening, desbetreffende normen en andere desbetreffende wetgeving alsook toepasselijke richtsnoeren;”;
|
|
|
36)
|
in artikel 69 wordt lid 1 vervangen door:
“1. De lidstaten kunnen eisen dat verificateurs gebruikmaken van elektronische modellen of bepaalde bestandsformaten voor verificatierapporten overeenkomstig artikel 74, lid 1, of artikel 75 duovicies van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, artikel 13 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 of artikel 3, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842.”
; |
|
37)
|
in artikel 77, lid 1, wordt punt b) vervangen door:
|
“b)
|
de adres- en contactgegevens van de exploitanten of vliegtuigexploitanten wier emissieverslag, verslag over de niet-CO2-effecten van de luchtvaart, verslag met referentiegegevens, gegevensverslag over een nieuwkomer, jaarverslag over het activiteitsniveau of klimaatneutraliteitsverslag aan zijn verificatie is onderworpen;”;
|
|
|
38)
|
bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
|
Artikel 2
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 1, punt 11), c), d) en e), punt 19), b), iii), en punt 29), zijn met ingang van 1 januari 2025 van toepassing op de verificatie van emissies die vanaf 1 januari 2024 worden uitgestoten.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 18 juni 2025.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1)
PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2003/87/oj.
(2) Richtlijn (EU) 2023/959 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en Besluit (EU) 2015/1814 betreffende de instelling en de werking van een marktstabiliteitsreserve voor de EU-regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten (PB L 130 van 16.5.2023, blz. 134, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2023/959/oj).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de verificatie van gegevens en de accreditatie van verificateurs krachtens Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 334 van 31.12.2018, blz. 94, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2018/2067/oj).
(4) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842 van de Commissie van 31 oktober 2019 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de verdere regelingen voor de aanpassingen van de kosteloze toewijzing van emissierechten als gevolg van veranderingen in het activiteitsniveau betreft (PB L 285 van 4.11.2019, blz. 20, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/1842/oj).
(5) Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 van de Commissie van 19 december 2018 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 59 van 27.2.2019, blz. 8, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/331/oj).
(6) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2441 van de Commissie van 31 oktober 2023 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de inhoud en de vorm van de klimaatneutraliteitsplannen die nodig zijn voor de kosteloze toewijzing van emissierechten (PB L, 2023/2441, 3.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/2441/oj).
(7) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie (PB L 334 van 31.12.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2018/2066/oj).
(8) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2493 van de Commissie van 23 september 2024 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 wat betreft de actualisering van de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L, 2024/2493, 27.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/2493/oj).
(9) Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 82, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2018/2001/oj).
(10) Richtlijn (EU) 2024/1788 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2023/1791 en tot intrekking van Richtlijn 2009/73/EG (PB L, 2024/1788, 15.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1788/oj).
(11) Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/2620 van de Commissie van 30 juli 2024 tot aanvulling van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de voorschriften om te beoordelen of broeikasgassen permanent chemisch in een product zijn gebonden (PB L, 2024/2620, 4.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2024/2620/oj).
(12) Richtlijn (EU) 2023/958 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG wat betreft de bijdrage van de luchtvaart aan de emissiereductiedoelstelling van de Unie voor de hele economie en de passende toepassing van een wereldwijde marktgebaseerde maatregel (PB L 130 van 16.5.2023, blz. 115, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2023/958/oj).