European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/1137

11.6.2025

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/1137 VAN DE COMMISSIE

van 10 juni 2025

tot toekenning, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, van financiële noodhulp voor de door ongunstige klimaatgebeurtenissen en natuurrampen getroffen landbouwsectoren in Tsjechië en Slovenië

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 221, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In september 2024 werd Tsjechië getroffen door ongunstige weersgebeurtenissen en natuurrampen van ongekende omvang. De productie van akkerbouwgewassen en de groente- en fruitsector werden getroffen door stortregens, sterke winden en daaropvolgende overstromingen.

(2)

In de tweede helft van april 2024 werd Slovenië getroffen door ongunstige weersgebeurtenissen en natuurrampen van ongekende omvang. Ongebruikelijk hoge temperaturen in de eerste helft van april werden gevolgd door een koudegolf in de tweede helft van de maand, wat gevolgen had voor de productie van bepaalde groenten en fruit en voor de wijnsector.

(3)

Hoewel er aanwijzingen zijn dat soortgelijke ongunstige klimaatgebeurtenissen en natuurrampen zich in de hele Unie voordoen in een algemene context van toenemende klimaatveranderingsgerelateerde risico’s voor de landbouw, waren de gebeurtenissen in Tsjechië en Slovenië van een uitzonderlijke intensiteit en hadden ze gevolgen voor een aanzienlijk aandeel van de productie in de getroffen gebieden.

(4)

De aanzienlijke schade die deze ongunstige klimaatgebeurtenissen en natuurrampen aan de landbouwproducenten hebben berokkend en het daaruit voortvloeiende inkomensverlies voor de getroffen producenten in Tsjechië en Slovenië brengen de economische levensvatbaarheid van de landbouwbedrijven in gevaar.

(5)

Daarom moet een uitzonderlijke maatregel worden vastgesteld om de specifieke problemen te helpen aanpakken die zich in de nasleep van die ongunstige klimaatgebeurtenissen en natuurrampen in Tsjechië en Slovenië voordoen.

(6)

De grote schade en aanzienlijke economische verliezen die de landbouwproducenten als gevolg van de ongunstige klimaatgebeurtenissen en natuurrampen hebben geleden, vormen een specifiek probleem in de zin van artikel 221 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 dat niet gemakkelijk op te lossen valt met maatregelen uit hoofde van artikel 219 of 220 van die verordening. De situatie houdt niet specifiek verband met een geconstateerde unieke marktverstoring of een precieze dreiging daarvan. Ze houdt geen verband met maatregelen ter bestrijding van de verspreiding van dierziekten, noch met maatregelen om het verlies van consumentenvertrouwen als gevolg van gezondheidsrisico’s voor mens, dier of plant tegen te gaan.

(7)

Het voor Tsjechië en Slovenië beschikbare bedrag moet worden bepaald, met name rekening houdend met het respectieve gewicht van die lidstaten in de landbouwsector van de Unie op basis van de in bijlage V bij Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad (2) vastgestelde nettomaxima voor rechtstreekse betalingen en met de impact van de ongunstige klimaatgebeurtenissen en natuurrampen in die lidstaten.

(8)

Tsjechië en Slovenië moeten de steun via de meest doeltreffende kanalen verdelen op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria die rekening houden met de omvang van de moeilijkheden en de daadwerkelijke economische schade waarmee de betrokken landbouwers worden geconfronteerd. Die lidstaten moeten ervoor zorgen dat de landbouwers de uiteindelijke begunstigden van de steun zijn en moeten verstoringen van de markt of van de mededinging vermijden.

(9)

Aangezien de aan Tsjechië en Slovenië toegewezen bedragen de economische moeilijkheden waarmee de landbouwers kampen, slechts ten dele aanpakken, moet het die lidstaten worden toegestaan aanvullende nationale steun aan die landbouwers te verlenen onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

(10)

Teneinde Tsjechië en Slovenië de nodige flexibiliteit te bieden om de steun te verdelen zoals de omstandigheden van de betrokken landbouwers vereisen, moet het hun worden toegestaan die steun te cumuleren met andere steun uit het Europees Landbouwgarantiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, zonder de landbouwers te overcompenseren.

(11)

Om overcompensatie te voorkomen, moeten Tsjechië en Slovenië rekening houden met steun die in het kader van andere nationale of Uniesteuninstrumenten of particuliere regelingen wordt verleend in reactie op de geleden economische verliezen.

(12)

Aangezien de steun van de Unie in euro’s wordt vastgesteld, moet een datum worden bepaald voor de omzetting van het bedrag dat wordt toegewezen aan lidstaten die de euro niet als nationale munteenheid hebben ingevoerd, zoals Tsjechië. Aangezien deze verordening niet voorziet in een termijn voor de indiening van steunaanvragen, moet met het oog op de toepassing van artikel 30, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/127 van de Commissie (3) de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden beschouwd als het ontstaansfeit voor de wisselkoers voor de in deze verordening vastgestelde bedragen.

(13)

Om de doeltreffendheid van deze uitzonderlijke maatregel te waarborgen, moeten de begunstigden snel financiële noodhulp krijgen. Daarnaast moet worden gezorgd voor een tijdige monitoring van de begroting en voor een actuele follow-up en een efficiënt gebruik van de landbouwreserve, waardoor die reserve zo optimaal mogelijk kan worden ingezet en de capaciteit vergroot om snel op opkomende crises te reageren. Daarom is het passend een subsidiabiliteitsdatum vast te stellen voor de betaling door de lidstaten van deze steun aan de begunstigden. Betalingen die na die datum worden verricht, moeten worden geacht niet in aanmerking te komen voor financiering door de Unie.

(14)

De Unie mag de uitgaven die Tsjechië en Slovenië in het kader van deze uitzonderlijke maatregel doen, dan ook enkel financieren indien de betrokken uitgaven binnen een bepaalde subsidiabiliteitstermijn zijn verricht. De steun voor deze uitzonderlijke maatregel moet derhalve uiterlijk op 31 december 2025 betaald zijn.

(15)

Aangezien na 31 december 2025 verrichte betalingen onder geen enkel beding als subsidiabel kunnen worden beschouwd, is artikel 5, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/127, dat voorziet in een evenredige verlaging van de na de uiterste datum verrichte maandelijkse betalingen, niet van toepassing.

(16)

Tsjechië en Slovenië moeten de Commissie gedetailleerde informatie verstrekken over de uitvoering van deze verordening, zodat de Unie de doeltreffendheid van de bij deze verordening ingevoerde maatregel kan monitoren.

(17)

Om ervoor te zorgen dat de landbouwers de steun zo snel mogelijk ontvangen, moeten Tsjechië en Slovenië deze verordening onverwijld uitvoeren. Deze verordening moet derhalve in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(18)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er is steun van de Unie beschikbaar ten belope van in totaal 7 400 000 EUR voor Tsjechië en in totaal 2 900 000 EUR voor Slovenië om onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden uitzonderlijke steun te verlenen aan landbouwers.

2.   Tsjechië en Slovenië gebruiken het in lid 1 bedoelde bedrag voor maatregelen om de zwaarst getroffen landbouwers te compenseren voor hun economische verliezen die een impact op de levensvatbaarheid van hun landbouwbedrijven hebben in de sectoren en producties die in de getroffen regio’s onder ongunstige klimaatgebeurtenissen en natuurrampen te lijden hadden.

3.   De in lid 2 bedoelde maatregelen moeten worden genomen op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria die rekening houden met de daadwerkelijke economische verliezen van de getroffen landbouwers. De maatregelen moeten van dien aard zijn dat de daaruit voortvloeiende betalingen geen enkele markt- of mededingingsverstoring veroorzaken.

4.   Wanneer de landbouwers niet de rechtstreekse begunstigden van de betalingen van de steun van de Unie zijn, waarborgen Tsjechië en Slovenië dat het economische voordeel van de steun van de Unie volledig aan de landbouwers ten goede komt.

5.   De door Tsjechië en Slovenië gedragen uitgaven van de in lid 1 vermelde bedragen in verband met de betalingen voor de in lid 2 bedoelde maatregelen komen slechts voor steun van de Unie in aanmerking indien de betrokken betalingen uiterlijk op 31 december 2025 zijn verricht.

6.   Voor de toepassing van artikel 30, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/127 is het ontstaansfeit voor de wisselkoers voor de omrekening van het in artikel 1, lid 1, van deze verordening vastgestelde bedrag van 7 400 000 EUR, de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

7.   De maatregelen in het kader van deze verordening mogen worden gecumuleerd met andere steun uit het Europees Landbouwgarantiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling.

8.   Tsjechië en Slovenië mogen op basis van objectieve, niet-discriminerende criteria aanvullende nationale steun voor de krachtens lid 2 genomen maatregelen verlenen ten belope van hoogstens 200 % van de in lid 1 vermelde respectieve bedragen, mits de daaruit voortvloeiende betalingen geen enkele markt- of mededingingsverstoring noch overcompensatie veroorzaken. Tsjechië en Slovenië betalen de aanvullende nationale steun uiterlijk op 31 maart 2026.

9.   Om overcompensatie te voorkomen, houden Tsjechië en Slovenië bij het verlenen van steun uit hoofde van deze verordening, rekening met steun die in het kader van andere nationale of Uniesteuninstrumenten of particuliere regelingen wordt verleend om het hoofd te bieden aan de betrokken economische verliezen.

Artikel 2

1.   Tsjechië en Slovenië stellen de Commissie met betrekking tot de in artikel 1, lid 2, bedoelde maatregelen onverwijld en uiterlijk op 31 augustus 2025 in kennis van het volgende:

a)

een beschrijving van de te nemen maatregelen;

b)

de criteria voor de vaststelling van de methoden voor de toekenning van de steun, de steunbedragen en de methoden voor en logica achter de verdeling van de steun over de landbouwers;

c)

het beoogde effect van de maatregelen ter compensatie van landbouwers voor economische verliezen;

d)

de acties die worden ondernomen om te verifiëren of het van de maatregelen verwachte resultaat wordt bereikt;

e)

de acties die worden ondernomen om verstoring van de mededinging en overcompensatie te vermijden;

f)

de raming van de betalingen van de uitgaven van de Unie, uitgesplitst per maand tot en met 31 december 2025;

g)

het niveau van de nationale aanvullende steun die wordt verleend op grond van artikel 1, lid 8;

h)

de maatregelen die worden genomen om de subsidiabiliteit van de landbouwers te controleren en de financiële belangen van de Unie te beschermen.

2.   Uiterlijk op 30 juni 2026 stellen Tsjechië en Slovenië de Commissie in kennis van de per maatregel betaalde totaalbedragen, uitgesplitst naar steun van de Unie en aanvullende nationale steun indien van toepassing, het aantal en het soort begunstigden en de beoordeling van de doeltreffendheid van de maatregel.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 juni 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1308/oj.

(2)  Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PB L 435 van 6.12.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2115/oj).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/127 van de Commissie van 7 december 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad met regels inzake de betaalorganen en andere instanties, het financieel beheer, de goedkeuring van de rekeningen, de zekerheden en het gebruik van de euro (PB L 20 van 31.1.2022, blz. 95, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2022/127/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/1137/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)