|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/1071 |
4.6.2025 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2025/1071 VAN DE COMMISSIE
van 2 juni 2025
betreffende de verlenging van de door het Nederlandse Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat genomen maatregel om het op de markt aanbieden en het gebruik van het biocide Biobor JF toe te staan overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2025) 1071)
(Slechts de tekst in de Nederlandse taal is authentiek)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 55, lid 1, derde alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 4 september 2024 heeft het Nederlandse Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (“de Nederlandse bevoegde autoriteit”) een besluit vastgesteld overeenkomstig artikel 55, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 528/2012 om het op de markt aanbieden en het gebruik door professionele gebruikers van het biocide Biobor JF tot en met 3 maart 2025 toe te staan voor de antimicrobiële behandeling van brandstoftanks en brandstofsystemen van luchtvaartuigen (“de maatregel”). De Nederlandse bevoegde autoriteit heeft de Commissie en de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten overeenkomstig artikel 55, lid 1, tweede alinea, van die verordening ingelicht over de maatregel en de redenen daarvoor. |
|
(2) |
Volgens de door de Nederlandse bevoegde autoriteit verstrekte informatie was de maatregel noodzakelijk om de volksgezondheid te beschermen. Microbiologische verontreiniging van brandstoftanks en brandstofsystemen van luchtvaartuigen wordt veroorzaakt door micro-organismen zoals bacteriën, schimmels of gisten, die in stilstaand water groeien en zich met koolwaterstoffen in de brandstof op de brandstof-waterinterface voeden. Als de microbiologische verontreiniging van brandstoftanks en brandstofsystemen van luchtvaartuigen niet wordt behandeld, kan dit leiden tot storingen in de motor van het luchtvaartuig en de luchtwaardigheid ervan in gevaar brengen, waardoor de veiligheid van passagiers en bemanning in gevaar komt. De ontdekking, preventie en de behandeling van microbiologische verontreiniging zijn daarom van cruciaal belang om operationele problemen bij luchtvaartuigen te voorkomen. |
|
(3) |
Biobor JF bevat 2,2′-(1-methyltrimethyleendioxy)bis-(4-methyl-1,3,2-dioxaborinaan) (CAS-nummer 2665-13-6) en 2,2′-oxybis (4,4,6-trimethyl-1,3,2-dioxaborinaan) (CAS-nummer 14697-50-8) als werkzame stoffen. Biobor JF is een biocide van productsoort 6 (conserveermiddelen voor producten tijdens opslag), zoals gedefinieerd in bijlage V bij Verordening (EU) nr. 528/2012. 2,2′-(1-methyltrimethyleendioxy)bis-(4-methyl-1,3,2-dioxaborinaan) en 2,2′-oxybis (4,4,6-trimethyl-1,3,2-dioxaborinaan) zijn niet beoordeeld voor gebruik in biociden van productsoort 6. Aangezien die stoffen niet zijn opgenomen in de combinaties van een werkzame stof en productsoort die op 17 maart 2022 zijn opgenomen in het beoordelingsprogramma, zoals vastgesteld in bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie (2), zijn zij niet opgenomen in het werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden als bedoeld in Verordening (EU) nr. 528/2012. Artikel 89 van Verordening (EU) nr. 528/2012 is derhalve niet op die werkzame stoffen van toepassing en zij moeten worden beoordeeld en goedgekeurd voordat biociden die deze stoffen bevatten, kunnen worden toegelaten, ook op nationaal niveau. |
|
(4) |
Op 14 februari 2025 heeft de Commissie van de Nederlandse bevoegde autoriteit een gemotiveerd verzoek ontvangen om de maatregel te mogen verlengen overeenkomstig artikel 55, lid 1, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 528/2012. Het gemotiveerd verzoek was gebaseerd op de vrees dat de veiligheid van het luchtvervoer gevaar kan blijven lopen door microbiologische verontreiniging van brandstoftanks en brandstofsystemen van luchtvaartuigen, en op het argument dat Biobor JF van cruciaal belang is voor de bestrijding van die microbiologische verontreiniging. |
|
(5) |
Volgens de door de Nederlandse bevoegde autoriteit verstrekte informatie werd het enige alternatieve biocide dat door vliegtuigfabrikanten en fabrikanten van vliegtuigmotoren werd aanbevolen voor de behandeling van microbiologische verontreiniging (te weten Kathon™ FP 1.5), in maart 2020 uit de handel genomen omdat er na de behandeling van vliegtuigmotoren met dat biocide ernstige gebreken in de werking van de vliegtuigmotoren waren vastgesteld. Biobor JF is dus het enige beschikbare biocide dat door vliegtuigfabrikanten en fabrikanten van vliegtuigmotoren voor dat gebruik wordt aanbevolen. |
|
(6) |
Zoals aangegeven door de Nederlandse bevoegde autoriteit, is de mechanische behandeling van de microbiologische verontreiniging van brandstoftanks en brandstofsystemen van luchtvaartuigen niet altijd mogelijk en schrijven de door de motorfabrikanten aanbevolen procedures de behandeling met een biocide voor, zelfs wanneer mechanische reiniging mogelijk is. Mechanische reiniging zou de werknemers bovendien blootstellen aan giftige gassen en moet derhalve worden vermeden. |
|
(7) |
Volgens de beschikbare informatie die aan de Commissie is verstrekt, heeft de fabrikant van Biobor JF stappen ondernomen teneinde om toelating van het biocide te verzoeken. Er zal naar verwachting tegen medio 2025 een aanvraag voor de goedkeuring van de in Biobor JF aanwezige werkzame stoffen worden ingediend. De goedkeuring van de werkzame stoffen en de toelating van het biocide zouden een permanente oplossing zijn, maar het zal nog geruime tijd duren voordat de goedkeurings- en toelatingsprocedures kunnen worden afgerond. |
|
(8) |
Wanneer de microbiologische verontreiniging van brandstoftanks en brandstofsystemen van luchtvaartuigen niet wordt bestreden, kan de veiligheid van het luchtvervoer in gevaar worden gebracht en dit gevaar kan niet adequaat worden beperkt door het gebruik van een ander biocide of met andere middelen. Het is derhalve passend de Nederlandse bevoegde autoriteit toe te staan de maatregel te verlengen. |
|
(9) |
Aangezien de maatregel sinds 3 maart 2025 niet meer geldig is, moet dit besluit met terugwerkende kracht worden toegepast. |
|
(10) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het Nederlandse Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat mag de maatregel om het op de markt aanbieden en het gebruik door professionele gebruikers van het biocide Biobor JF toe te staan voor de antimicrobiële behandeling van brandstoftanks en brandstofsystemen van luchtvaartuigen, tot en met 5 september 2026 verlengen.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot het Nederlandse Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Het is van toepassing met ingang van 4 maart 2025.
Gedaan te Brussel, 2 juni 2025.
Voor de Commissie
Olivér VÁRHELYI
Lid van de Commissie
(1) PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/528/oj.
(2) Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie van 4 augustus 2014 over het in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden (PB L 294 van 10.10.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2014/1062/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2025/1071/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)