European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/912

20.5.2025

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/912 VAN DE COMMISSIE

van 19 mei 2025

tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2024/1991 van het Europees Parlement en de Raad wat een uniform model voor het nationale herstelplan betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2024/1991 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2024 tot vaststelling van het InvestEU-programma en tot wijziging van Verordening (EU) 2022/869 (1), en met name artikel 15, lid 7,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Verordening (EU) 2024/1991 moet elke lidstaat uiterlijk op 1 september 2026 een ontwerp van het nationale herstelplan opstellen en indienen en daartoe nagaan welke herstelmaatregelen nodig zijn om de in de artikelen 4 tot en met 13 van die verordening vastgestelde hersteldoelen en -verplichtingen te halen en na te komen. De Commissie moet met de hulp van het Europees Milieuagentschap een uniform model voor die nationale herstelplannen vaststellen.

(2)

In artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1991 is bepaald dat het nationale herstelplan de periode tot en met 2050 moet bestrijken, met tussentijdse termijnen die overeenstemmen met de in de artikelen 4 tot en met 13 van die verordening vastgestelde doelen en verplichtingen. Het uniforme model moet de nodige structuur bieden en de velden bevatten die nodig zijn voor die inhoud.

(3)

In artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1991 is bepaald dat de lidstaten er voor de periode vanaf 1 juli 2032 voor kunnen kiezen de nationale herstelplannen te beperken tot een strategisch overzicht van de in artikel 15, lid 3, bedoelde onderdelen en de in de leden 4 en 5 van dat artikel bedoelde inhoud. Hetzelfde geldt voor de herziene nationale herstelplannen die voortvloeien uit de uiterlijk op 30 juni 2032 uit te voeren evaluatie overeenkomstig artikel 19, lid 1, van die verordening voor de periode vanaf 1 juli 2042. Het uniforme model moet de nodige flexibiliteit bieden om de plannen te kunnen beperken tot een strategisch overzicht.

(4)

Het uniforme model moet velden bevatten voor alle in artikel 15, leden 3 tot en met 6, van Verordening (EU) 2024/1991 genoemde onderdelen en inhoud.

(5)

Met het oog op een volledige, doeltreffende en gestructureerde planning van herstelmaatregelen moet het uniforme model de lidstaten in staat stellen ten volle gebruik te maken van de bestaande plannings- en rapportage-informatie die is verzameld in het kader van de uitvoering van de handelingen en beleidsmaatregelen van de Unie zoals bedoeld in artikel 14, leden 9 tot en met 15, van Verordening (EU) 2024/1991. Om samenhang en complementariteit te waarborgen en onnodige administratieve lasten te voorkomen, moet het uniforme model consistent en nauwkeurig zijn wat betreft de informatie en gegevens die in elk veld moeten worden verstrekt, en moet het door de lidstaten digitaal worden ingevuld en ingediend. Om het hergebruik van de in de nationale herstelplannen ingediende informatie en gegevens te vergemakkelijken, zal de Commissie maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat die informatie wordt verzonden naar en aldus wordt uitgewisseld met de desbetreffende gekoppelde digitale systemen, zoals Reportnet van het Europees Milieuagentschap.

(6)

Het uniforme model moet zodanig worden gestructureerd dat bij de indiening van de informatie en gegevens de doeltreffendheid van de beoordeling en de evaluatie zoals bedoeld in de artikelen 17 en 19 van Verordening (EU) 2024/1991 wordt gewaarborgd.

(7)

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité voor de verordening natuurherstel,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het in artikel 15, lid 7, van Verordening (EU) 2024/1991 bedoelde uniforme model voor het nationale herstelplan is opgenomen in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 mei 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L, 2024/1991, 29.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1991/oj.


BIJLAGE

Nationaal herstelplan 4

1.

Basisinformatie 4

Deel A —

Informatie over de doelen 4

2.

Voorbereiding en vaststelling van het nationaal herstelplan (artikel 15, lid 3, punt w)) 4

3.

Bijdragen aan de overkoepelende streefcijfers en doelstellingen van artikel 1 4

4.

Algemene nevenvoordelen, gerelateerd beleid en financiële informatie 5

5.

Informatie in verband met de monitoring, de beoordeling van de doeltreffendheid en de herziening van de maatregelen 10

Deel B —

Nationale aanpak van de verwezenlijking van de hersteldoelen en de nakoming van de verplichtingen, per artikel 11

6.

Herstel van land-, kust- en zoetwaterecosystemen (artikel 4) 11

7.

Herstel van mariene ecosystemen (artikel 5) 17

8.

Stedelijke ecosystemen (artikel 8) 24

9.

Herstel van de natuurlijke verbindingen van rivieren en de natuurlijke functies van de bijbehorende overstromingsgebieden (artikel 9) 27

10.

Diversiteit van bestuivers en bestuiverpopulaties (artikel 10) 29

11.

Landbouwecosystemen (artikel 11) 30

11.1.

Nationale aanpak en contextuele informatie 30

12.

Bosecosystemen (artikel 12) 33

13.

Aanplant van drie miljard extra bomen (artikel 13) 35

Deel C —

Maatregelen 36

14.

Maatregelen op grond van artikel 15, lid 3, punt c) 36
Aanvullende informatie 44
Aanvullende informatie I — Opmerkingen bij en herziening van het nationaal herstelplan (artikel 19) 44
Aanvullende informatie II — Informatie per mariene habitattype (facultatief) 45
Aanvullende informatie III — Lijst van stedelijke ecosysteemgebieden wanneer een andere aanpak wordt gevolgd dan het gebruik van hele lokale bestuurlijke eenheden 46
Aanvullende informatie IV — Inventarisatie van kunstmatige barrières voor de verbindingen van oppervlaktewateren (artikel 15, lid 3, punten i) en n)) 48

Nationaal herstelplan

1.   Basisinformatie

1.1.

Lidstaat

Tweecijferige code volgens codelijst van landen

1.2.

Datum van indiening van het plan

JJJJ-MM-DD

1.3.

Verantwoordelijke of coördinerende instantie(s)

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

1.4.

Is dit een herziene versie van het nationaal herstelplan? (Artikel 19)

Ja/Neen

Zo ja, vul het deel “Aanvullende informatie I” in

1.5.

Samenvatting van het nationale herstelplan

Vrije tekst, max. 10 000 tekens

Deel A —   Informatie over de doelen

2.   Voorbereiding en vaststelling van het nationaal herstelplan (artikel 15, lid 3, punt w))

2.1.

Inspraak van het publiek (Artikel 14, lid 20, en artikel 15, lid 3, punt w))

2.1.1.

Samenvatting van het voorbereidingsproces, resultaat van de inspraak van het publiek en betrokkenheid van belanghebbenden

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

2.2.

Overwegingen in verband met de uiteenlopende situaties in verschillende regio’s (artikel 14, lid 16, punt c), en artikel 15, lid 6)

2.2.1.

Overwegingen in verband met de uiteenlopende situaties in verschillende regio’s, met inbegrip van de sociale, economische en culturele vereisten, regionale en plaatselijke kenmerken en de bevolkingsdichtheid (art. 14, lid 16, punt c), en artikel 15, lid 6) (facultatief)

a)

horizontale overwegingen (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

artikelspecifieke overwegingen — vermeld een of meer artikelen uit de codelijst van artikelen

c)

artikelspecifieke overwegingen (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

2.3.

Overwegingen in verband met de specifieke situatie van de ultraperifere gebieden (indien van toepassing) (artikel 14, lid 16, punt c), en artikel 15, lid 3, punt o))

2.3.1.

Overwegingen in verband met de afgelegen ligging, het insulaire karakter, de kleine oppervlakte, het moeilijke reliëf en klimaat van de ultraperifere gebieden

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

2.3.2.

Overwegingen in verband met de biodiversiteit in de ultraperifere gebieden

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

2.3.3.

Overwegingen in verband met bijbehorende kosten van de bescherming en het herstel van de ecosystemen van de ultraperifere gebieden

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

3.   Bijdragen aan de overkoepelende streefcijfers en doelstellingen van artikel 1

3.1.

Bijdrage aan de overkoepelende doelstellingen van artikel 1, lid 1 (facultatief)

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

3.2.

Omvang van de land- en zeegebieden waarvoor uiterlijk in 2030 herstelmaatregelen worden genomen

a)

indicatieve omvang van de landgebieden waarvoor uiterlijk in 2030 doeltreffende en gebiedsgebonden herstelmaatregelen gepland zijn (km2)

b)

indicatieve omvang van de zeegebieden waarvoor uiterlijk in 2030 doeltreffende en gebiedsgebonden herstelmaatregelen zullen gelden (km2)

3.3.

Omvang van de land- en zeegebieden waarvoor uiterlijk in 2050 herstelmaatregelen worden genomen (facultatief)

a)

beste raming of bereik van de indicatieve omvang van de landgebieden waarvoor uiterlijk in 2050 doeltreffende en gebiedsgebonden herstelmaatregelen zullen gelden (km2)

b)

beste raming of bereik van de indicatieve omvang van de zeegebieden waarvoor uiterlijk in 2050 doeltreffende en gebiedsgebonden herstelmaatregelen zullen gelden (km2)

4.   Algemene nevenvoordelen, gerelateerd beleid en financiële informatie

4.1.

Algemene nevenvoordelen en effecten (artikel 15, lid 3, punten r) en s))

4.1.1.

Nevenvoordelen voor klimaatmitigatie (artikel 15, lid 3, punt r))

a)

horizontale nevenvoordelen (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

artikelspecifieke nevenvoordelen — vermeld een of meer artikelen uit de codelijst van artikelen (facultatief)

c)

artikelspecifieke nevenvoordelen — vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens (facultatief)

4.1.2.

Nevenvoordelen voor bodemdegradatieneutraliteit (artikel 15, lid 3, punt r))

a)

horizontale nevenvoordelen (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

artikelspecifieke nevenvoordelen — vermeld een of meer artikelen uit de codelijst van artikelen (facultatief)

c)

artikelspecifieke nevenvoordelen — vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens (facultatief)

4.1.3.

Voorzienbare sociaaleconomische effecten en geraamde voordelen van de in de artikelen 4 tot en met 12 bedoelde herstelmaatregelen (artikel 15, lid 3, punt s))

a)

horizontale sociaaleconomische effecten en geraamde voordelen (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

artikelspecifieke sociaaleconomische effecten en geraamde voordelen — vermeld een of meer artikelen uit de codelijst van artikelen (facultatief)

c)

artikelspecifieke sociaaleconomische effecten en geraamde voordelen — vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens (facultatief)

4.1.4.

Andere potentiële effecten en nevenvoordelen (bv. lijst van duurzameontwikkelingsdoelstellingen, voedselzekerheid, actieplan om de verontreiniging tot nul terug te dringen) (facultatief)

a)

horizontale effecten en nevenvoordelen (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

artikelspecifieke effecten en nevenvoordelen — vermeld een of meer artikelen uit de codelijst van artikelen

c)

artikelspecifieke effecten en nevenvoordelen — vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

4.2.

In aanmerking genomen beleidslijnen en maatregelen

4.2.1.

Overwegingen in verband met klimaatveranderingsscenario’s voor het plannen van de aard en de locatie van herstelmaatregelen (artikel 15, lid 3, punt t), i))

a)

horizontale overwegingen (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

artikelspecifieke overwegingen — vermeld een of meer artikelen uit de codelijst van artikelen (facultatief)

c)

artikelspecifieke overwegingen — vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens (facultatief)

4.2.2.

Overwegingen in verband met de ten tijde van de planning beschikbare informatie over onvermijdelijke habitattransformaties die rechtstreeks het gevolg zijn van klimaatverandering (artikel 4, lid 14, punt b), lid 15, punt b), en lid 16, punt b), artikel 5, lid 11, punt b), lid 12, punt b), en lid 13, punt b), en artikel 12, lid 4, punt b)) (facultatief)

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

4.2.3.

Overwegingen in verband met de ten tijde van de planning beschikbare informatie over grootschalige overmacht, waaronder natuurrampen (artikel 4, lid 14, punt a), lid 15, punt a), en lid 16, punt a), artikel 5, lid 11, punt a), lid 12, punt a), en lid 13, punt a), en artikel 12, lid 4, punt b)) (facultatief)

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

4.2.4.

Overwegingen in verband met het potentieel van herstelmaatregelen om de gevolgen van klimaatverandering voor de natuur tot een minimum te beperken, de gevolgen van natuurrampen te voorkomen of te verzachten en klimaatadaptatie te ondersteunen (artikel 15, lid 3, punt t), ii))

a)

horizontale overwegingen (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

artikelspecifieke overwegingen — vermeld een of meer artikelen uit de codelijst van artikelen (facultatief)

c)

artikelspecifieke overwegingen — vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens (facultatief)

4.2.5.

Overwegingen in verband met synergieën met nationale adaptatiestrategieën of -plannen en nationale rampenrisicobeoordelingsrapporten (artikel 15, lid 3, punt t), iii))

a)

horizontale overwegingen (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

artikelspecifieke overwegingen — vermeld een of meer artikelen uit de codelijst van artikelen (facultatief)

c)

artikelspecifieke overwegingen — vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens (facultatief)

4.2.6.

Overzicht van de wisselwerking tussen de maatregelen in het nationale herstelplan en het nationale energie- en klimaatplan (artikel 15, lid 3, punt t), iv))

a)

horizontaal overzicht (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

artikelspecifiek overzicht — vermeld een of meer artikelen uit de codelijst van artikelen (facultatief)

c)

artikelspecifiek overzicht — vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens (facultatief)

4.2.7.

Overwegingen in verband met belangrijke EU- en nationale beleidsmaatregelen die relevant zijn voor de biodiversiteit (artikel 14, lid 14) (facultatief)

a)

horizontale overwegingen (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

artikelspecifieke overwegingen — vermeld een of meer artikelen uit de codelijst van artikelen

c)

artikelspecifieke overwegingen — vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

4.2.8.

Overzicht van de wisselwerking met het nationaal strategisch plan in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) (artikel 15, lid 5)

a)

horizontaal overzicht (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

artikelspecifiek overzicht — vermeld een of meer artikelen uit de codelijst van artikelen (facultatief)

c)

artikelspecifiek overzicht — vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens (facultatief)

4.2.9.

Vaststelling van bestaande landbouw- en bosbouwpraktijken, waaronder ingrepen in het kader van het GLB, die bijdragen tot de hersteldoelstellingen (artikel 14, lid 10, en artikel 15, lid 5)

Vul a) en/of b) in.

a)

land- en bosbouwpraktijken: Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

b)

ingrepen in het kader van het GLB: vermeld een of meer typen ingrepen uit de codelijst van ingrepen in het kader van het GLB (aan de hand van het classificatiesysteem van het JRC voor landbouwpraktijken 2024, https://data.europa.eu/doi/10.2760/33560).

4.2.10.

Overwegingen in verband met projecten op het gebied van strategische en kritieke grondstoffen (artikel 14, lid 15) (facultatief)

a)

horizontale overwegingen (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

artikelspecifieke overwegingen — vermeld een of meer artikelen uit de codelijst van artikelen

c)

artikelspecifieke overwegingen — vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

4.2.11.

Synergieën met de nationale herstelplannen van andere lidstaten, waar mogelijk (artikel 14, lid 17)

a)

horizontaal overzicht (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

artikelspecifiek overzicht — vermeld een of meer artikelen uit de codelijst van artikelen (facultatief)

c)

artikelspecifiek overzicht — vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens (facultatief)

4.2.12.

Andere in aanmerking genomen beleidsmaatregelen, indien van toepassing (facultatief)

a)

horizontale overwegingen (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

artikelspecifieke overwegingen — vermeld een of meer artikelen uit de codelijst van artikelen

c)

artikelspecifieke overwegingen — vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

4.3.

Samenvatting van financiële informatie

4.3.1.

Raming van de financieringsbehoeften voor de uitvoering van de herstelmaatregelen (artikel 15, lid 3, punt u))

4.3.1.1.

Geraamde financiële behoeften (in EUR) voor de uitvoering van het nationale herstelplan (herstelmaatregelen en maatregelen ter voorkoming van verslechtering, horizontale maatregelen)

I.

voor de periode van augustus 2020 tot en met juli 2024, beste ramingen (facultatief)

II.

voor de periode van augustus 2024 tot en met juni 2032, beste ramingen

III.

voor de periode van juli 2032 tot en met december 2050, beste ramingen of bereik

Vermeld voor elk van de bovengenoemde perioden de onderstaande informatie. Op basis van de in deel C, punt 14, verstrekte informatie kunnen cijfers per maatregel worden opgesteld.


 

 

Eenmalige kosten/projectkosten (EUR/jaar)

Jaarlijkse operationele kosten (EUR/jaar)

 

Totaal

Binnen het Natura 2000-netwerk (facultatief)

Totaal

Binnen het Natura 2000-netwerk (facultatief)

 

A

Horizontale maatregelen

 

A.1

Monitoring en verslaglegging

 

 

 

 

A.2

Onderzoek, met inbegrip van het opvullen van kennishiaten

 

 

 

 

A.3

Overige (facultatief, vrijetekstveld(en), telkens max. 100 tekens)

 

 

 

 

B

Maatregelen per ecosysteemtype

B.1

Wetlandecosystemen (aan de kust en in het binnenland)

 

 

 

 

B.2

Graslandecosystemen

 

 

 

 

B.3

Rivier-, meer-, alluviale en oeverecosystemen

 

 

 

 

B.4

Bos- en boslandsecosystemen

 

 

 

 

B.5

Steppe-, heide- en struikecosystemen

 

 

 

 

B.6

Rotsachtige en duinecosystemen en ecosystemen met schaarse vegetatie

 

 

 

 

B.7

Bouwlandecosystemen

 

 

 

 

B.8

Stedelijke ecosystemen

 

 

 

 

B.9

Mariene ecosystemen

 

 

 

 

B.10

Andere ecosystemen

 

 

 

 

C

Andere maatregelen die geen verband houden met specifieke ecosystemen (facultatief)

C.1

Overige (facultatief, vrijetekstveld(en), telkens max. 100 tekens)

 

 

 

 

 

Totaal

 

 

 

 


4.3.1.2.

Geraamde financiële steun aan belanghebbenden die worden getroffen door herstelmaatregelen of nieuwe verplichtingen die voortvloeien uit de uitvoering van de verordening

I.

voor de periode van augustus 2020 tot en met juli 2024, beste ramingen (facultatief)

II.

voor de periode van augustus 2024 tot en met juni 2032, beste ramingen

III.

voor de periode van juli 2032 tot en met december 2050, beste ramingen of bereik

Vermeld voor elk van de bovengenoemde perioden:

a)

een beschrijving (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

geraamde waarde of geraamd bereik, naargelang het geval (in EUR)

4.3.1.3.

Indicatieve middelen voor de voorgenomen openbare financiering

I.

voor de periode van augustus 2020 tot en met juli 2024, beste ramingen (facultatief)

II.

voor de periode van augustus 2024 tot en met juni 2032, beste ramingen

III.

voor de periode van juli 2032 tot en met december 2050, beste ramingen of bereik

Vermeld voor elk van de bovengenoemde perioden:

a)

een beschrijving (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

geraamde waarde of geraamd bereik, naargelang het geval (in EUR)

4.3.1.4.

Indicatieve middelen voor de voorgenomen openbare financiering

I.

voor de periode van augustus 2020 tot en met juli 2024, beste ramingen (facultatief)

II.

voor de periode van augustus 2024 tot en met juni 2032, beste ramingen

III.

voor de periode van juli 2032 tot en met december 2050, beste ramingen of bereik

Vermeld voor elk van de bovengenoemde perioden:

a)

een beschrijving (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

geraamde waarde of geraamd bereik, naargelang het geval (in EUR)

4.3.1.5.

Voorgenomen medefinanciering en financiering met financieringsinstrumenten van de Unie

I.

voor de periode van augustus 2020 tot en met juli 2024, beste ramingen (facultatief)

II.

voor de periode van augustus 2024 tot en met juni 2032, beste ramingen

III.

voor de periode van juli 2032 tot en met december 2050, beste ramingen of bereik

Vermeld voor elk van de bovengenoemde perioden:

a)

een beschrijving (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

geraamde waarde of geraamd bereik, naargelang het geval (in EUR)

4.3.2.

Subsidies die het halen, respectievelijk nakomen van de in de verordening vastgestelde doelen en verplichtingen negatief beïnvloeden (artikel 15, lid 3, punt v))

4.3.2.1.

Indicatie van de subsidies die het halen, respectievelijk nakomen van de in de verordening vastgestelde doelen en verplichtingen negatief beïnvloeden

Vul a) of b) in. Als u a) selecteert, verstrek dan informatie in de velden i), ii) en iii).

a)

Indicatie in lijn met bestaande rapportage en richtsnoeren

i.

subsidies voor fossiele brandstoffen die schadelijk zijn voor het milieu en andere energiesubsidies die schadelijk zijn voor het milieu (vastgesteld aan de hand van rapportage in het kader van Verordening (EU) 2018/1999 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie)

(Vrijetekstveld, voorgestelde lengte: max. 1 000 tekens.)

ii.

niet-energiegerelateerde milieuonvriendelijke subsidies die zijn vastgesteld overeenkomstig de richtsnoeren die zijn opgesteld overeenkomstig Besluit (EU) 2022/591 betreffende een algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2030.

(Vrijetekstveld, voorgestelde lengte: max. 1 000 tekens)

iii.

een andere indicatie van de subsidies die het halen van de streefdoelen en het nakomen van de in de verordening vastgestelde verplichtingen negatief beïnvloeden (facultatief)

(Vrijetekstveld, voorgestelde lengte: max. 1 000 tekens)

b)

Vrije indicatie

(Vrijetekstveld, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

5.   Informatie in verband met de monitoring, de beoordeling van de doeltreffendheid en de herziening van de maatregelen

5.1.

Beschrijving van de monitoring van de toestand (en de trend wat betreft de toestand) van de habitats en de kwaliteit (en de trend wat betreft de kwaliteit) van de habitats van soorten in gebieden die overeenkomstig de artikelen 4 en 5 moeten worden hersteld (artikel 15, lid 3, punt p))

a)

horizontale beschrijving (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

specifieke beschrijving met betrekking tot artikel 4 (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens, facultatief)

c)

specifieke beschrijving met betrekking tot artikel 5 (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens, facultatief)

5.2.

Beschrijving van het proces voor de beoordeling van de doeltreffendheid van de herstelmaatregelen (artikel 15, lid 3, punt p))

a)

horizontale beschrijving (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

artikelspecifieke overwegingen — vermeld het (de) artikel(en) (facultatief, vermeld een of meer artikelen uit de codelijst van artikelen)

c)

artikelspecifiek overzicht — vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens (facultatief)

5.3.

Aanpak van de herziening van de maatregelen (artikel 15, lid 3, punt p))

a)

horizontale beschrijving (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

artikelspecifieke overwegingen — vermeld het (de) artikel(en) (facultatief, vermeld een of meer artikelen uit de codelijst van artikelen)

c)

artikelspecifiek overzicht — vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens (facultatief)

5.4.

Indicatie van de bepalingen die de voortdurende, langdurige en duurzame effecten van de herstelmaatregelen moeten verzekeren (artikel 15, lid 3, punt q))

a)

horizontale beschrijving (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

artikelspecifieke overwegingen — vermeld het (de) artikel(en) (facultatief, vermeld een of meer artikelen uit de codelijst van artikelen)

c)

artikelspecifiek overzicht — vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens (facultatief)

5.5.

Indicatie van de monitoringsystemen voor herstelmaatregelen, met inbegrip van de wijze waarop deze werken op basis van elektronische gegevensbestanden en geografische informatiesystemen, en de wijze waarop deze de maximale toegang tot en het maximale gebruik van gegevens en diensten van teledetectietechnologieën, aardobservatie (Copernicusdiensten), sensoren en apparaten ter plaatse of gegevens van burgerwetenschap verzekeren, door gebruik te maken van de mogelijkheden die artificiële intelligentie en geavanceerde analyse en verwerking van gegevens bieden (artikel 20, lid 9) (facultatief)

a)

horizontale beschrijving (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

artikelspecifieke beschrijving — vermeld het (de) artikel(en) (vermeld een of meer artikelen uit de codelijst van artikelen)

c)

artikelspecifieke beschrijving — vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens


Deel B —   Nationale aanpak van de verwezenlijking van de hersteldoelen en de nakoming van de verplichtingen, per artikel

6.   Herstel van land-, kust- en zoetwaterecosystemen (artikel 4)

6.1.

Nationale aanpak en contextuele informatie

6.1.1.

Nationale aanpak

6.1.1.1.

Beschrijvend overzicht van de aanpak van de lidstaat om de hersteldoelen te halen en de verplichtingen met betrekking tot land-, kust- en zoetwaterecosystemen na te komen, op basis van de meest recente wetenschappelijke gegevens (artikel 15, lid 3, punt c)) (facultatief)

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

6.1.2.

Contextuele informatie over habitattypen (artikel 4, leden 1, 4 en 9)

6.1.2.1.

Totale oppervlakte van habitattypen

Vermeld een van de volgende gegevens (in km2):

a)

beste raming of bereik op basis van gegevens overeenkomstig artikel 17 van de habitatrichtlijn (2013-2018)

b)

beste raming of bereik op basis van gegevens overeenkomstig artikel 17 van de habitatrichtlijn (2019-2024)

c)

beste raming of bereik op basis van gegevens uit een andere bron

indien u c) selecteert, vermeld de bron, de methode en de motivering (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

6.1.2.2.

Totale oppervlakte van habitattypen die niet in goede toestand verkeren

Vermeld een van de volgende gegevens (in km2):

a)

beste raming of bereik op basis van gegevens overeenkomstig artikel 17 van de habitatrichtlijn (2013-2018)

b)

beste raming of bereik op basis van gegevens overeenkomstig artikel 17 van de habitatrichtlijn (2019-2024)

c)

beste raming of bereik op basis van gegevens uit een andere bron

indien u c) selecteert, vermeld de bron, de methode en de motivering (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

6.1.2.3.

Totale oppervlakte van habitattypen waarvan de toestand onbekend is

Vermeld een van de volgende gegevens (in km2):

a)

beste raming of bereik op basis van gegevens overeenkomstig artikel 17 van de habitatrichtlijn (2013-2018)

b)

beste raming of bereik op basis van gegevens overeenkomstig artikel 17 van de habitatrichtlijn (2019-2024)

c)

beste raming of bereik op basis van gegevens uit een andere bron

indien u c) selecteert, vermeld de bron, de methode en de motivering (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

6.1.2.4.

Totale oppervlakte die opnieuw moet worden ontwikkeld om gunstige referentieoppervlakten te bereiken

Vermeld een van de volgende gegevens (in km2):

a)

beste raming of bereik op basis van gegevens overeenkomstig artikel 17 van de habitatrichtlijn (2013-2018)

b)

beste raming of bereik op basis van gegevens overeenkomstig artikel 17 van de habitatrichtlijn (2019-2024)

c)

beste raming of bereik op basis van gegevens uit een andere bron

indien u c) selecteert, vermeld de bron, de methode en de motivering (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

6.1.3.

Minimumoppervlakten die moeten worden hersteld

De volgende velden kunnen vooraf worden ingevuld op basis van de informatie in de velden in punt 6.1.2.

6.1.3.1.

Minimumoppervlakte die voor alle habitattypen moet worden verbeterd (artikel 4, lid 1)

a)

tegen 2030 (beste raming of bereik in km2, die of dat overeenkomt met ten minste 30 % van de totale waarde in veld 6.1.2.2)

b)

tegen 2040 (beste raming of bereik in km2, 60 % van de totale waarde in veld 6.1.2.2)*

c)

tegen 2050 (beste raming of bereik in km2, 90 % van de totale waarde in veld 6.1.2.2)*

*

Voor b) en c) moet bij het opstellen van het herstelplan en bij latere actualiseringen rekening worden gehouden met alle gebieden waarvan bekend is dat zij niet in goede staat verkeren (bv. voorheen onbekende gebieden waarvan nu bekend is dat zij niet in goede staat verkeren, moeten bij de herziening van het plan worden meegeteld).

6.1.3.2.

Minimumoppervlakte die voor alle habitattypen opnieuw moet worden ontwikkeld (artikel 4, lid 4)

a)

tegen 2030 (beste raming of bereik in km2, die of dat overeenkomt met ten minste 30 % van de totale waarde in veld 6.1.2.4)

b)

tegen 2040 (beste raming of bereik in km2, 60 % van de totale waarde in veld 6.1.2.4)

c)

tegen 2050 (beste raming of bereik in km2, 100 % van de totale waarde in veld 6.1.2.4)

6.1.3.3.

Minimumoppervlakte waarvoor de toestand van alle habitattypen bekend moet zijn (artikel 4, lid 9)

a)

tegen 2030 (beste raming of bereik in km2, die of dat overeenkomt met 90 % van de totale waarde in veld 6.1.2.1)

b)

tegen 2040 (beste raming of bereik in km2, die of dat overeenkomt met 100 % van de totale waarde in veld 6.1.2.1)

6.2.

Gericht herstelplan

6.2.1.

Afwijking op grond van artikel 4, lid 2

6.2.1.1.

Toepassing van de afwijking van artikel 4, lid 2

Ja/Neen

6.2.1.2.

Zo ja, vermeld de veelvoorkomende en wijdverspreide habitattypen die meer dan 3 % van het nationale grondgebied bestrijken en die zijn uitgesloten op grond van artikel 4, lid 2

Vermeld een of meer habitattypen uit de codelijst van habitats

6.2.1.3.

Vermeld voor elk vastgesteld veelvoorkomend en wijdverspreid habitattype het geraamde percentage dat overeenkomstig artikel 4, lid 2, is gekozen en de respectieve oppervlakte tegen 2050

a)

percentage tussen 80 % en 90 % van de oppervlakte die naar schatting niet in goede toestand verkeert en tegen 2050 moet worden verbeterd

b)

oppervlakte die tegen 2050 moet worden verbeterd (beste raming of bereik, in km2)

6.2.1.4.

Motiveer voor elk veelvoorkomend en wijdverspreid habitattype de wijze waarop de vastgestelde percentages niet verhinderen dat voor het habitattype een gunstige staat van instandhouding wordt bereikt of behouden (artikel 15, lid 3, punt e))

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

6.2.2.

Verbetering van de toestand van habitats tot 2030 (artikel 4, lid 1, punt a))

De volgende rubriek moet worden ingevuld voor alle in bijlage I bij de verordening vermelde habitatgroepen samen.

6.2.2.1.

Habitatgroepen (en, facultatief, habitattypen) waarvoor herstelmaatregelen gelden

a)

vermeld een of meer habitatgroepen uit de codelijst van habitatgroepen

b)

vermeld een of meer habitattypen uit de codelijst van habitats (facultatief)

6.2.2.2.

Indicatieve totale oppervlakte van de habitats waarvoor herstelmaatregelen gelden (artikel 15, lid 3, punt a))

a)

beste raming (in km2) — die overeenkomt met ten minste 30 % van de totale oppervlakte van alle habitattypen die niet in goede toestand verkeren

b)

bereik (in km2, facultatief)

6.2.2.3.

Indicatieve kaarten van potentieel te herstellen gebieden (artikel 15, lid 3, punt a))

Geospatiale informatie in de vorm van NUTS 3-referenties, rasters van 10 × 10 km, rasters van 1 × 1 km of afzonderlijke polygonen

6.2.3.

Afwijking op grond van artikel 4, lid 5

6.2.3.1.

Gebruikmaking van de afwijking van artikel 4, lid 5

Ja/Neen

6.2.3.2.

Zo ja, vermeld de habitattypen waarvoor de afwijking overeenkomstig artikel 4, lid 5, geldt

Vermeld een of meer habitattypen uit de codelijst van habitattypen

6.2.3.3.

Vermeld voor elk vastgesteld habitattype het laagste percentage dat overeenkomstig artikel 4, lid 5, is gekozen en de respectieve oppervlakte tegen 2050

a)

percentage tussen 90 % en 100 % van de oppervlakte die tot 2050 opnieuw moet worden ontwikkeld

b)

oppervlakte die tot 2050 opnieuw moet worden ontwikkeld (beste raming of bereik, in km2)

6.2.3.4.

Geef voor elk vastgesteld habitattype een motivering van de redenen waarom het niet mogelijk is om vóór 2050 de herstelmaatregelen te nemen die nodig zijn om voor een specifiek habitattype de gunstige referentieoppervlakte te realiseren, en een motivering van het lagere percentage (artikel 15, lid 3, punt b))

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

6.2.4.

Opnieuw ontwikkelen van habitatoppervlakten tot 2030 (artikel 4, lid 4)

De volgende rubriek moet worden ingevuld voor elke in bijlage I bij de verordening opgenomen groep habitattypen waarvoor oppervlakten opnieuw moeten worden ontwikkeld, rekening houdend met de momenteel beschikbare informatie.

6.2.4.1.

Habitatgroep

Selecteer een habitatgroep uit de codelijst van habitatgroepen

6.2.4.2.

Gunstige referentieoppervlakte

Beste raming of bereik (in km2) Vermeld een van de volgende gegevens:

a)

verslag uit hoofde van artikel 17 van de habitatrichtlijn voor de periode 2013-2018

b)

verslag uit hoofde van artikel 17 van de habitatrichtlijn voor de periode 2019-2024

c)

andere raming of bereik

Indien u c) selecteert, vermeld de bron, de methode en de motivering (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

6.2.4.3.

Lijst van habitattypen waarvan het huidige gebied meer dan 2 % kleiner is dan de gunstige referentieoppervlakte (d.w.z. de habitattypen waarvoor maatregelen om deze opnieuw te ontwikkelen relevant zijn)

Vermeld een of meer habitattypen uit de codelijst van habitattypen die tot de in veld 6.2.4.1 geselecteerde habitatgroep behoort of behoren

6.2.4.4.

Habitattypen waarvoor tot 2030 maatregelen gelden om deze opnieuw te ontwikkelen (facultatief)

Vermeld een of meer habitattypen uit de codelijst van habitattypen die tot de in veld 6.2.4.1 geselecteerde habitatgroep behoort of behoren.

6.2.4.5.

Indicatieve totale oppervlakte waarvoor tot 2030 maatregelen gelden om de habitattypen opnieuw te ontwikkelen

a)

beste raming (in km 2 ), die overeenkomt met ten minste 30 % van de extra oppervlakte die nodig is om de totale gunstige referentieoppervlakte voor de desbetreffende habitatgroep te bereiken

b)

bereik (in km2, facultatief)

6.2.4.6.

Indicatieve kaarten van potentieel te herstellen gebieden (artikel 15, lid 3, punt a))

Geospatiale informatie in de vorm van NUTS 3-referenties, rasters van 10 × 10 km, rasters van 1 × 1 km of afzonderlijke polygonen

6.2.5.

Herstel van de habitats van soorten uiterlijk in 2030 (artikel 4, lid 7)

De velden in deze rubriek moeten worden ingevuld voor elke soort of soortengroep die in veld 6.2.5.1 is opgegeven.

6.2.5.1.

Soorten of groepen soorten waarvan de habitat moet worden hersteld overeenkomstig artikel 4, lid 7

Vermeld een of meer soorten (d.w.z. maak een groep soorten aan) uit de codelijst van soorten overeenkomstig Richtlijn 92/43/EEG (habitatrichtlijn) en Richtlijn 2009/147/EG (vogelrichtlijn).

6.2.5.2.

Habitat van de soort of groep soorten die moet worden hersteld (en habitat die niet valt onder de delen met betrekking tot artikel 4, lid 1 of lid 4)

Vermeld een of meer ecosysteemtypen uit de volgende codelijst:

a)

wetlandecosystemen (aan de kust en in het binnenland)

b)

graslandecosystemen

c)

rivier-, meer- alluviale en oeverecosystemen

d)

bos- en boslandsecosystemen

e)

steppe-, heide- en struikecosystemen

f)

rotsachtige en duinecosystemen en ecosystemen met schaarse vegetatie

g)

bouwland

h)

stedelijke ecosystemen

i)

mariene ecosystemen

j)

andere ecosystemen

6.2.5.3.

Indicatieve totale oppervlakte waarvoor herstelmaatregelen gelden (artikel 15, lid 3, punt a))

In km2

a)

beste raming tegen 2030

b)

bereik tegen 2030 (facultatief)

6.2.5.4.

Indicatieve kaarten van potentieel te herstellen gebieden (artikel 15, lid 3, punt a))

Geospatiale informatie in de vorm van NUTS 3-referenties, rasters van 10 × 10 km, rasters van 1 × 1 km of afzonderlijke polygonen

6.2.6.

Opvullen van kennishiaten tot 2030 (artikel 4, lid 9)

6.2.6.1.

Aandeel oppervlakte waarvan de toestand onbekend is voor alle habitattypen samen

Beste raming of bereik. Percentage voor alle habitattypen. Optie om vooraf gegevens in te vullen op basis van gegevens uit de velden 6.1.2.1 en 6.1.2.3.

6.2.6.2.

Aanpak en maatregelen om kennishiaten over de toestand van het gebied van habitattypen op te vullen

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

6.3.

Doelen voor de periode na juni 2032 en strategisch overzicht (artikel 15, lid 2)

6.3.1.

Verbetering van de toestand van habitats tegen 2040 en 2050 (artikel 4, lid 1, punt b))

De volgende rubriek (6.3.1) moet worden ingevuld voor elke groep habitattypen, rekening houdend met de momenteel beschikbare informatie en ramingen. Met het oog op een strategisch overzicht mogen bereiken worden opgegeven, en bepaalde velden zijn facultatief.

6.3.1.1.

Habitatgroep

Vermeld een habitatgroep uit de codelijst van habitatgroepen

6.3.1.2.

Oppervlakte die voor de habitattypen van de habitatgroep niet in goede toestand verkeert

Vermeld de beste raming of het bereik met behulp van een van de volgende bronnen (in km2)

a)

waarde op basis van gegevens overeenkomstig artikel 17 van de habitatrichtlijn (2013-2018)

b)

waarde op basis van gegevens overeenkomstig artikel 17 van de habitatrichtlijn (2019-2024)

c)

waarde op basis van een andere gegevensbron

Indien u c) selecteert, moeten de motivering en de gegevensbron worden vermeld (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

6.3.1.3.

Habitattypen waarvoor herstelmaatregelen gelden (facultatief)

Vermeld een of meer habitattypen uit de codelijst van habitattypen

a)

tegen 2040

b)

tegen 2050

6.3.1.4.

Indicatieve totale oppervlakte waarvoor herstelmaatregelen gelden (artikel 15, lid 3, punt a))

a)

tegen 2040 (beste raming of bereik, in km2)

b)

tegen 2050 (beste raming of bereik, in km2)

6.3.1.5.

Indicatieve kaarten van potentieel te herstellen gebieden (artikel 15, lid 3, punt a)) (facultatief)

Vermeld voor a) en b) geospatiale informatie in de vorm van NUTS 3-referenties, rasters van 10 × 10 km, rasters van 1 × 1 km of afzonderlijke polygonen

a)

tegen 2040

b)

tegen 2050

6.3.2.

Opnieuw ontwikkelen van habitatoppervlakten tot 2040 en 2050

De volgende rubriek (6.3.2) moet worden ingevuld voor elke groep habitattypen, rekening houdend met de momenteel beschikbare informatie en ramingen. Met het oog op een strategisch overzicht mogen bereiken worden opgegeven, en bepaalde velden zijn facultatief.

6.3.2.1.

Habitatgroep

Vermeld een habitatgroep uit de codelijst van habitatgroepen

6.3.2.2.

Waarvoor maatregelen gelden om deze opnieuw te ontwikkelen (facultatief)

Vermeld een of meer habitattypen uit de codelijst van habitattypen.

a)

tegen 2040

b)

tegen 2050

6.3.2.3.

Indicatieve totale oppervlakte waarvoor maatregelen gelden om de habitattypen opnieuw te ontwikkelen (artikel 15, lid 3, punt a))

a)

tegen 2040 (beste raming of bereik, in km2)

b)

tegen 2050 (beste raming of bereik, in km2)

6.3.2.4.

Indicatieve kaarten van potentieel te herstellen gebieden (artikel 15, lid 3, punt a)) (facultatief)

Vermeld voor a) en b) geospatiale informatie in de vorm van NUTS 3-referenties, rasters van 10 × 10 km, rasters van 1 × 1 km of afzonderlijke polygonen

a)

tegen 2040

b)

tegen 2050

6.3.3.

Herstel van de habitats van soorten tot 2050 (artikel 4, lid 7)

De velden in deze rubriek moeten worden ingevuld voor elke soort of soortengroep die in veld 6.2.5.1 is opgegeven.

6.3.3.1.

Indicatieve totale oppervlakte waarvoor herstelmaatregelen gelden (facultatief)

In km2

a)

beste raming tegen 2040

b)

beste raming tegen 2050

c)

bereik tegen 2040

d)

bereik tegen 2050

6.3.3.2.

Indicatieve kaarten van potentieel te herstellen gebieden (artikel 15, lid 3, punt a)) (facultatief)

Geospatiale informatie in de vorm van NUTS 3-referenties, rasters van 10 × 10 km, rasters van 1 × 1 km of afzonderlijke polygonen

a)

tegen 2040

b)

tegen 2050

6.3.4.

Opvullen van kennishiaten tot 2040 (artikel 4, lid 9)

6.3.4.1.

Aanpak en maatregelen voor het opvullen van kennishiaten met betrekking tot de toestand van de oppervlakte van habitattypen tot 2040 (100 %) (facultatief)

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

6.4.

Maatregelen om significante verslechtering te voorkomen (artikel 15, lid 3, punten f), g) en h))

6.4.1.

Aanpak om i) significante verslechtering te voorkomen in gebieden waarop herstelmaatregelen van toepassing zijn en waar een goede toestand is bereikt en de kwaliteit van de habitats voldoende is geworden, en ii) te zorgen voor voortdurende verbetering van de toestand van gebieden waarvoor herstelmaatregelen gelden, overeenkomstig artikel 4, lid 11 (artikel 15, lid 3, punt f))

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

6.4.2.

Aanpak ter voorkoming van significante verslechtering van gebieden waar de in bijlage I bij de verordening opgenomen habitattypen voorkomen en van gebieden die in goede toestand verkeren of die nodig zijn om de hersteldoelen te halen overeenkomstig artikel 4, lid 12 (artikel 15, lid 3, punt h))

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

6.4.3.

Geef bij de toepassing van artikel 4, lid 13, een toelichting van het systeem van compenserende maatregelen en van de monitoring van en verslaglegging over de verslechtering (artikel 15, lid 3, punt g), i))

Vul a) en/of b) in; c) en d) zijn verplicht.

a)

habitattype waarvoor artikel 4, lid 13, is toegepast (vermeld een of meer habitattypen uit de codelijst van habitattypen)

b)

habitat van de soort (vermeld een of meer ecosystemen uit de codelijst van ecosystemen)

c)

biogeografische regio voor elk habitattype of elke habitat van de soort

d)

vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

6.4.4.

Geef bij de toepassing van artikel 4, lid 13, een toelichting van de wijze waarop wordt gewaarborgd dat die toepassing geen afbreuk doet aan het halen van de doelen (artikel 15, lid 3, punt g), ii))

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

Gebruik deel C om de herstelmaatregelen in verband met artikel 4 te vermelden.


7.   Herstel van mariene ecosystemen (artikel 5)

Niet aan zee grenzende lidstaten zijn uitgesloten van de rapportage in rubriek 7 “Herstel van mariene ecosystemen (artikel 5)”.

De lidstaten kunnen het deel “Aanvullende informatie II” gebruiken om dit deel aan te vullen met informatie over specifieke habitattypen.

7.1.

Nationale aanpak en contextuele informatie

7.1.1.

Nationale aanpak

7.1.1.1.

Beschrijvend overzicht van de aanpak van de lidstaat om de hersteldoelen te halen en de verplichtingen met betrekking tot mariene ecosystemen na te komen, op basis van de meest recente wetenschappelijke gegevens (artikel 15, lid 3, punt c)) (facultatief)

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

7.1.2.

Contextuele informatie over habitattypen (artikel 5, leden 1, 2 en 7)

7.1.2.1.

Totale oppervlakte voor alle habitattypen van elk van de groepen 1 tot en met 6 (facultatief)

Vermeld voor elk van de habitatgroepen 1 tot en met 6 de beste raming of een bereik, in km2

a)

groep 1 “Zeegrasvelden”

b)

groep 2 “Bossen van macroalgen”

c)

groep 3 “Mossel- en oesterbanken”

d)

groep 4 “Kalkwiervelden”

e)

groep 5 “Spons-, koraal- en koraligene velden”

f)

groep 6 “Hydrothermale en koude submariene bronnen”

7.1.2.2.

Totale oppervlakte van alle habitattypen van de groepen 1 tot en met 6

Beste raming of bereik (km2)

7.1.2.3.

Totale oppervlakte van de habitattypen van groep 7 “zachte sedimenten” (niet dieper dan 1 000 meter diepte)

Beste raming of bereik (km2)

7.1.2.4.

Totale oppervlakte van habitattypen van de groepen 1 tot en met 6 die niet in goede toestand verkeren

Beste raming of bereik (km2)

7.1.2.5.

Totale oppervlakte van habitattypen van groep 7 die niet in goede toestand verkeren

Beste raming of bereik (km2)

7.1.2.6.

Totale oppervlakte die opnieuw moet worden ontwikkeld om voor de habitattypen van de groepen 1 tot en met 6 een gunstige referentieoppervlakte te bereiken

Beste raming of bereik (km2)

7.1.2.7.

Totale oppervlakte van habitattypen van de groepen 1 tot en met 6 waarvan de toestand onbekend is

Beste raming of bereik (km2)

7.1.2.8.

Totale oppervlakte van habitattypen van groep 7 waarvan de toestand onbekend is

Beste raming of bereik (km2)

7.1.3.

Minimumoppervlakten die moeten worden hersteld

De volgende velden kunnen vooraf worden ingevuld op basis van de informatie in de velden in punt 7.1.2.

7.1.3.1.

Minimumoppervlakte die voor alle habitattypen van de groepen 1 tot en met 6 moet worden verbeterd (artikel 5, lid 1)

a)

tegen 2030 (beste raming of bereik in km2, ten minste 30 % van de waarde in veld 7.1.2.4)

b)

tegen 2040 (beste raming of bereik in km2, ten minste 60 % van de waarde in veld 7.1.2.4)*

c)

tegen 2050 (beste raming of bereik in km2, ten minste 90 % van de waarde in veld 7.1.2.4)*

*

Voor b) en c) moet bij het opstellen van het herstelplan en bij latere actualiseringen rekening worden gehouden met alle gebieden waarvan bekend is dat zij niet in goede staat verkeren (bv. voorheen onbekende gebieden waarvan nu bekend is dat zij niet in goede staat verkeren, moeten bij de herziening van het plan worden meegeteld). Bovendien is de streefwaarde in dit geval de som van alle habitattypen van de groepen 1 tot en met 6 samen, terwijl in artikel 5, lid 1, punt b), wordt verwezen naar percentages voor elke groep habitattypen die niet in goede staat verkeert.

7.1.3.2.

Minimumoppervlakte die voor alle habitattypen van groep 7 moet worden verbeterd (artikel 5, lid 1, punten c) en d))

a)

tegen 2040 (ten minste 2/3 van de waarde of het bereik die of dat is opgegeven in punt b), in km2)

b)

tegen 2050 (in km2)*

*

Deze waarde komt overeen met het overeenkomstig artikel 14, lid 3, vastgestelde percentage.

7.1.3.3.

Minimumoppervlakte die voor alle habitattypen van de groepen 1 tot en met 6 opnieuw moet worden ontwikkeld (artikel 5, lid 2)

In km2, berekend op basis van het percentage van de totale waarde in veld 7.1.2.6

a)

tegen 2030 (beste raming of bereik, in km2, 30 %)

b)

tegen 2040 (beste raming of bereik, in km2, 60 %)

c)

tegen 2050 (beste raming of bereik, in km2, 100 %)

N.B. Voor de toepassing van deze samenvatting is de streefwaarde in dit geval de som van alle habitattypen van de groepen 1 tot en met 6 samen, terwijl in artikel 5, lid 2, wordt verwezen naar de waarden voor elke groep habitattypen om een gunstige referentieoppervlakte voor die groepen te bereiken.

7.1.3.4.

Minimumoppervlakte waarvoor de toestand van alle habitattypen van de groepen 1 tot en met 6 bekend moet zijn (artikel 5, lid 7)

In km2, berekend als percentage van de totale waarde in veld 7.1.2.2

a)

tegen 2030 (beste raming of bereik in km2, 50 %)

b)

tegen 2040 (beste raming of bereik in km2, 100 %)

7.1.3.5.

Minimumoppervlakte waarvoor de toestand van alle habitattypen van groep 7 bekend moet zijn (artikel 5, lid 7)

In km2, berekend als percentage van de totale waarde in veld 7.1.2.3

a)

tegen 2040 (beste raming of bereik in km2, ten minste 50 %)

b)

tegen 2050 (beste raming of bereik in km2, 100 %)

7.1.4.

Overzicht van de maatregelen in verband met het gemeenschappelijk visserijbeleid (artikel 15, lid 4, en artikel 18)

7.1.4.1.

Samenvatting van de geplande maatregelen, met inbegrip van de maatregelen waarvoor gezamenlijke aanbevelingen moeten worden ingediend, in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid, indien van toepassing (artikel 15, lid 4)

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

7.2.

Gericht herstelplan

7.2.1.

Verbetering van de toestand van habitats tot 2030 (artikel 5, lid 1)

De onderstaande rubriek moet worden ingevuld voor alle in bijlage II bij de verordening vermelde habitatgroepen 1 tot en met 6 samen. In het deel “Aanvullende informatie II” (“Informatie per mariene habitattype”) kan specifieke informatie voor afzonderlijke habitattypen worden vermeld.

7.2.1.1.

Habitatgroepen (en, facultatief, habitattypen) waarvoor herstelmaatregelen gelden

a)

vermeld een of meer van de habitatgroepen 1 tot en met 6 uit de codelijst van habitatgroepen.

b)

vermeld een of meer habitattypen uit de codelijst van habitattypen van de groepen 1 tot en met 6 (facultatief)

7.2.1.2.

Indicatieve totale oppervlakte waarvoor herstelmaatregelen gelden (artikel 15, lid 3, punt a))

a)

beste raming, in km2 (die overeen moet komen met ten minste 30 % van de totale oppervlakte van alle habitattypen die niet in goede toestand verkeert)

b)

bereik, in km2 (facultatief)

7.2.1.3.

Indicatieve kaarten van potentieel te herstellen gebieden (artikel 15, lid 3, punt a))

Geospatiale informatie in de vorm van rasters van 10 × 10 km of afzonderlijke polygonen

7.2.2.

Afwijking op grond van artikel 5, lid 3

7.2.2.1.

Past de lidstaat de afwijking van artikel 5, lid 3, toe?

Ja/Neen

7.2.2.2.

Zo ja, vermeld de habitattypen waarvoor de afwijking geldt

Vermeld een of meer habitattypen uit de codelijst van habitattypen van de groepen 1 tot en met 6

7.2.2.3.

Vermeld voor elk vastgesteld habitattype de geraamde percentages die overeenkomstig artikel 5, lid 3, zijn gekozen en de respectieve oppervlakte

a)

percentage van de oppervlakte die uiterlijk in 2030 opnieuw moet worden ontwikkeld

b)

percentage van de oppervlakte die uiterlijk in 2040 opnieuw moet worden ontwikkeld

c)

percentage van de oppervlakte die uiterlijk in 2050 opnieuw moet worden ontwikkeld

d)

oppervlakte die uiterlijk in 2050 opnieuw moet worden ontwikkeld (in km2)

7.2.2.4.

Geef voor elk habitattype een motivering van de redenen waarom het niet mogelijk is om vóór 2050 de herstelmaatregelen te nemen die nodig zijn om voor 100 % van het specifieke habitattype de gunstige referentieoppervlakte te realiseren, en een motivering van het lagere percentage (artikel 15, lid 3, punt b))

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

7.2.3.

Opnieuw ontwikkelen van habitatoppervlakten tot 2030 (artikel 5, lid 2)

De volgende velden moeten worden ingevuld voor elke habitatgroep (1-6). In het deel “Aanvullende informatie II” (“Informatie per mariene habitattype”) kan specifieke informatie voor afzonderlijke habitattypen worden vermeld.

7.2.3.1.

Habitatgroep

Selecteer een habitatgroep uit de codelijst van habitatgroepen (1-6)

7.2.3.2.

Gunstige referentieoppervlakte

Beste raming of bereik (km2)

7.2.3.3.

Methode en gegevensbron voor de gunstige referentieoppervlakte

Vrije tekst, max. 3 000 tekens

7.2.3.4.

Lijst van habitattypen waarvan het huidige gebied meer dan 2 % kleiner is dan de gunstige referentieoppervlakte (d.w.z. de habitattypen waarvoor maatregelen om deze opnieuw te ontwikkelen relevant zijn)

Vermeld een of meer habitattypen die behoren tot de habitatgroep uit de codelijst van habitattypen

7.2.3.5.

Habitattypen waarvoor tot 2030 maatregelen gelden om deze opnieuw te ontwikkelen (facultatief)

Vermeld een of meer habitattypen die behoren tot de overeenkomstige habitatgroep uit de codelijst van habitattypen

7.2.3.6.

Indicatieve totale oppervlakte waarvoor tot 2030 maatregelen gelden om de habitattypen opnieuw te ontwikkelen

a)

beste raming, in km 2 ) — die overeen moet komen met ten minste 30 % van de extra oppervlakte die nodig is om de totale gunstige referentieoppervlakte voor de desbetreffende groep habitattypen te bereiken

b)

bereik, in km2 (facultatief)

7.2.3.7.

Indicatieve kaarten van potentieel te herstellen gebieden (artikel 15, lid 3, punt a))

Geospatiale informatie in de vorm van rasters van 10 × 10 km of afzonderlijke polygonen

7.2.4.

Herstel van habitatoppervlakten tot 2030 (artikel 5, lid 5)

De velden in deze rubriek moeten worden ingevuld voor elke soort of soortengroep die in veld 7.2.4.1 is opgegeven.

7.2.4.1.

Soorten of groepen soorten waarvan de habitat moet worden hersteld overeenkomstig artikel 5, lid 5

Vermeld een of meer soorten (d.w.z. maak een groep soorten aan) uit de codelijst van soorten die zijn opgenomen in de bijlagen bij de vogelrichtlijn en de habitatrichtlijn en in bijlage III bij de verordening.

7.2.4.2.

Habitat van de soort of groep soorten die moet worden hersteld

Vermeld een of meer habitats uit de codelijst van mariene habitats van het Europees natuurinformatiesysteem (EUNIS).

7.2.4.3.

Indicatieve totale oppervlakte waarvoor herstelmaatregelen gelden (artikel 15, lid 3, punt a))

In km2

a)

beste raming tegen 2030

b)

bereik tegen 2030 (facultatief)

7.2.4.4.

Indicatieve kaarten van potentieel te herstellen gebieden (artikel 15, lid 3, punt a))

Geospatiale informatie in de vorm van rasters van 10 × 10 km of afzonderlijke polygonen

7.2.5.

Opvullen van kennishiaten tot 2030 (artikel 5, lid 7)

De onderstaande rubriek moet worden ingevuld voor alle in bijlage II bij de verordening overeenkomstige habitatgroepen samen (artikel 15, lid 3, punt d)).

7.2.5.1.

Aanpak om tot 2030 kennishiaten over de toestand van habitattypen van de groepen 1 tot en met 6 op te vullen (minimaal 50 %)

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

7.2.5.2.

Lijst van habitattypen van de groepen 1 tot en met 6 waarvan de toestand onbekend is (artikel 5, lid 7, punt a)) en waarvoor uiterlijk in 2030 kennishiaten worden opgevuld

Selecteer een of meer habitattypen uit de codelijst van habitattypen van de groepen 1 tot en met 6

7.3.

Doelen voor de periode na juni 2032 en strategisch overzicht (artikel 15, lid 2)

7.3.1.

Verbetering van de toestand van habitats tot 2040 en 2050 (artikel 5, lid 1)

De volgende rubriek moet worden ingevuld voor elke groep habitattypen (1-7), rekening houdend met: i) de momenteel beschikbare informatie die in het kader van de habitatrichtlijn en de kaderrichtlijn mariene strategie is verzameld, en ii) ramingen. In het deel “Aanvullende informatie II” (“Informatie per mariene habitattype”) kan specifieke informatie voor afzonderlijke habitattypen worden vermeld.

7.3.1.1.

Habitatgroep

Selecteer een habitatgroep uit de codelijst van de habitatgroepen 1-7

7.3.1.2.

Oppervlakte die voor de habitatgroep niet in goede toestand verkeert

Beste raming of bereik, in km2

7.3.1.3.

Habitattypen waarvoor herstelmaatregelen gelden (facultatief)

Vermeld een of meer habitattypen uit de codelijst van habitats die tot de overeenkomstige habitatgroep behoren

a)

tegen 2040

b)

tegen 2050

7.3.1.4.

Indicatieve totale oppervlakte waarvoor herstelmaatregelen gelden

In km2

a)

beste raming of bereik tegen 2040

b)

beste raming of bereik tegen 2050

7.3.1.5.

Indicatieve kaarten van potentieel te herstellen gebieden (facultatief)

Geospatiale informatie in de vorm van rasters van 10 × 10 km of afzonderlijke polygonen

a)

tegen 2040

b)

tegen 2050

7.3.2.

Opnieuw ontwikkelen van habitatoppervlakten tot 2040 en 2050 (artikel 5, lid 2)

De volgende velden moeten worden ingevuld voor elke habitatgroep (1-6). In het deel “Aanvullende informatie II” (“Informatie per mariene habitattype”) kan specifieke informatie voor afzonderlijke habitattypen worden vermeld.

7.3.2.1.

Habitatgroep

Selecteer een habitatgroep uit de codelijst van de habitatgroepen 1-6

7.3.2.2.

Habitattypen waarvoor herstelmaatregelen gelden (facultatief)

Vermeld een of meer habitattypen die tot de overeenkomstige habitatgroep behoren

a)

tegen 2040

b)

tegen 2050

7.3.2.3.

Indicatieve totale oppervlakte waarvoor maatregelen gelden om de habitattypen opnieuw te ontwikkelen (artikel 15, lid 3, punt a))

a)

tegen 2040 (beste raming of bereik, in km2)

b)

tegen 2050 (beste raming of bereik, in km2)

7.3.2.4.

Indicatieve kaarten van potentieel te herstellen gebieden (artikel 15, lid 3, punt a)) (facultatief)

Vermeld voor a) en b) geospatiale informatie in de vorm van rasters van 10 × 10 km, rasters van 1 × 1 km of afzonderlijke polygonen

a)

tegen 2040

b)

tegen 2050

7.3.3.

Herstel van habitatoppervlakten tot 2050 (artikel 5, lid 5)

De velden in deze rubriek moeten worden ingevuld voor elke soort of soortengroep die in veld 7.2.4.1 is opgegeven.

7.3.3.1.

Indicatieve totale oppervlakte waarvoor herstelmaatregelen gelden (artikel 15, lid 3, punt a)) (facultatief)

In km2

a)

beste raming tegen 2040

b)

beste raming tegen 2050

c)

bereik tegen 2040

d)

bereik tegen 2050

7.3.3.2.

Indicatieve kaarten van potentieel te herstellen gebieden (artikel 15, lid 3, punt a)) (facultatief)

Geospatiale informatie in de vorm van rasters van 10 × 10 km of afzonderlijke polygonen

a)

tegen 2040

b)

tegen 2050

7.3.4.

Opvullen van kennishiaten tot 2040 en 2050 (artikel 5, lid 7)

De onderstaande rubriek moet worden ingevuld voor alle in bijlage II bij de verordening overeenkomstige habitatgroepen samen (artikel 15, lid 3, punt d)).

7.3.4.1.

Aanpak om tot 2040 kennishiaten over de toestand van habitattypen van de groepen 1 tot en met 6 op te vullen (100 %) (facultatief)

Vrije tekst, voorgestelde lengte: telkens max. 3 000 tekens

7.3.4.2.

Aanpak om kennishiaten over de toestand van habitattypen van groep 7 op te vullen (facultatief)

Vrije tekst, voorgestelde lengte: telkens max. 3 000 tekens

a)

tot 2040 (ten minste 50 %)

b)

tot 2050 (100 %)

7.3.4.3.

Lijst van habitattypen van groep 7 waarvan de toestand onbekend is (artikel 5, lid 7, punt c)) en waarvoor uiterlijk in 2040 kennishiaten worden opgevuld (facultatief)

Selecteer een of meer habitattypen uit de codelijst van habitattypen van groep 7

7.4.

Maatregelen om significante verslechtering te voorkomen (artikel 15, lid 3, punten f) en h))

7.4.1.

Aanpak om: i) significante verslechtering te voorkomen van gebieden waarop herstelmaatregelen van toepassing zijn en waar een goede toestand is bereikt en de kwaliteit van de habitats voldoende is geworden, en ii) te verzekeren dat de toestand van gebieden waarop herstelmaatregelen van toepassing zijn, voortdurend verbetert, overeenkomstig artikel 5, lid 9 (artikel 15, lid 3, punt f))

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

7.4.2.

Aanpak overeenkomstig artikel 5, lid 10, ter voorkoming van significante verslechtering van gebieden waar de in bijlage II bij de verordening opgenomen habitattypen voorkomen en van gebieden die in goede toestand verkeren of die nodig zijn om de doelstelling te halen (artikel 15, lid 3, punt h))

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

Geef in deel C aan welke maatregelen relevant zijn voor deze doelstelling


8.   Stedelijke ecosystemen (artikel 8)

8.1.

Nationale aanpak en contextuele informatie

8.1.1.

Nationale aanpak

8.1.1.1.

Nationale aanpak om de hersteldoelen te halen en de verplichtingen met betrekking tot stedelijke ecosystemen na te komen, op basis van de meest recente wetenschappelijke gegevens (artikel 15, lid 3, punt c)) (facultatief)

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

8.1.2.

Aanwijzing van stedelijke ecosysteemgebieden (artikel 8, lid 1, en artikel 14, lid 4)

De lidstaten moeten stedelijke ecosysteemgebieden aanwijzen om de doelen van artikel 8 te halen. Hele steden of kleinere steden en voorsteden kunnen op basis van de meest recente gegevens van Eurostat rechtstreeks als zodanig worden geclassificeerd. Indien de lidstaat besluit een andere aanpak voor stedelijke ecosysteemgebieden te hanteren, moet hij aanvullende informatie verstrekken.

8.1.2.1.

Gekozen type stedelijk ecosysteemgebied

Verstrek informatie over een van de volgende opties:

a)

hele steden of kleinere steden en voorsteden, in alle gevallen

b)

ten minste één stedelijk ecosysteemgebied bestrijkt delen van de stad of van de kleinere stad en voorstad, waaronder ten minste de stedelijke centra en de stedelijke clusters (bij deze optie kunnen sommige stedelijke ecosysteemgebieden in de lidstaat de hele stad of kleinere stad en de hele voorstad en andere slechts delen daarvan omvatten).

Indien u b) selecteert, verstrek aanvullende informatie in het deel “Aanvullende informatie III”.

8.1.2.2.

Samengevoegde stedelijke ecosysteemgebieden

Ja/Neen

Zo ja, verstrek aanvullende informatie in het deel “Aanvullende informatie III”.

8.1.2.3.

Indien in punt 8.1.2.1 optie a) wordt geselecteerd, een lijst van lokale bestuurlijke eenheden (LBE) die zijn ingedeeld als “stad” of “kleinere stad en voorstad”, overeenkomstig artikel 14, lid 4, punt a)

Lijst van GISCO-ID’s van LBE’s

8.1.2.4.

Indien in punt 8.1.2.1 optie b) wordt geselecteerd, een kaart van stedelijke ecosysteemgebieden. Verstrek in dat geval ook informatie in het deel “Aanvullende informatie III”.

Geospatiale informatie

8.1.3.

Contextuele informatie (artikel 8, lid 1)

De gegevens in de velden 8.1.3.2 en 8.1.3.3 mogen vooraf worden ingevuld op voorwaarde dat in veld 8.1.2.1 optie a) is geselecteerd en in veld 8.1.3.1 “Neen” is vermeld en dat er in het deel “Aanvullende informatie III” geen samenvoeging van stedelijke ecosystemen is opgegeven.

8.1.3.1.

Naast de Copernicus-gegevens zijn aanvullende gegevens gebruikt voor de raming van de stedelijke groene ruimte en/of de boomkroonbedekking, overeenkomstig artikel 3, punten 20 en 21

Ja/Neen

Zo ja, verstrek de bron en metagegevens van de aanvullende gegevens, en een motivering, met inbegrip van een vergelijking met de Copernicus-gegevensset (vrije tekst, max. 3 000 tekens).

Zo ja, verstrek de bijbehorende geospatiale informatie.

Zo ja, verstrek ook informatie in het deel “Aanvullende informatie III”.

8.1.3.2.

Gebied en kaart van het nationale aandeel stedelijke groene ruimte in stedelijke ecosysteemgebieden op het moment van inwerkingtreding van de verordening

a)

oppervlakte in km2

b)

geospatiale informatie

8.1.3.3.

Gebied en kaart van de nationale boomkroonbedekking in stedelijke ecosysteemgebieden op het moment van inwerkingtreding van de verordening

a)

oppervlakte in km2

b)

geospatiale informatie

8.1.3.4.

Uitsluiting van stedelijke ecosysteemgebieden indien het aandeel stedelijke groene ruimte in de stedelijke centra en stedelijke clusters groter is dan 45 % en het aandeel stedelijke boomkroonbedekking groter is dan 10 % (artikel 8, lid 1)

Ja/Neen

Zo ja, verstrek aanvullende informatie in het deel “Aanvullende informatie III”.

8.1.4.

Bevredigende niveaus

PUNT 8.1.4. NIET VAN TOEPASSING OP HET EERSTE PLAN

8.2.

Gericht herstelplan

8.2.1.

Geen nettoverlies tegen 2030 (artikel 8, lid 1)

Als er geen maatregelen nodig zijn om het doel “geen nettoverlies” te halen, moet in veld 8.2.1.1 “0” worden ingevuld en zijn er geen indicatieve kaarten vereist.

8.2.1.1.

Indicatieve totale oppervlakte waarvoor herstelmaatregelen gelden om te verzekeren dat er geen nettoverlies is (artikel 15, lid 3, punt a))

a)

beste raming in km2

b)

bereik in km2 (facultatief)

8.2.1.2.

Voorlopige gebieden (kaarten of beschrijving) waarvoor herstelmaatregelen gelden om het hersteldoel “geen nettoverlies” te halen (artikel 15, lid 3, punt a))

Vul a) en/of b) in.

a)

geospatiale informatie

b)

vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

8.2.2.

Toenemende trends na 2030 (artikel 8, leden 2 en 3)

8.2.2.1.

Indicatieve oppervlakte waarop herstelmaatregelen van toepassing zijn om een toenemende trend in de totale nationale oppervlakte stedelijke groene ruimte te bereiken (artikel 8, lid 2)

Beste raming of bereik, in km2

a)

tegen 2040 (facultatief)

b)

tegen 2050

8.2.2.2.

Indicatieve kaarten of beschrijving van potentieel te herstellen gebieden om een toenemende trend in de totale nationale oppervlakte stedelijke groene ruimte te realiseren (artikel 15, lid 3, punt a)) (facultatief)

Vul a) en/of b) in.

a)

geospatiale informatie

b)

vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

8.2.2.3.

Indicatieve oppervlakte waarop herstelmaatregelen van toepassing zijn om in elk stedelijk ecosysteemgebied een toenemende trend in de stedelijke boomkroonbedekking te realiseren (artikel 8, lid 3)

Beste raming of bereik, in km2

a)

tegen 2040 (facultatief)

b)

tegen 2050

8.2.2.4.

Indicatieve oppervlakte (kaarten of beschrijving) waarop herstelmaatregelen van toepassing zijn om in elk stedelijk ecosysteemgebied een toenemende trend in de stedelijke boomkroonbedekking te realiseren (artikel 15, lid 3, punt a)) (facultatief)

Vul a) en/of b) in.

a)

geospatiale informatie

b)

vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

Geef in deel C aan welke maatregelen relevant zijn voor deze doelstelling


9.   Herstel van de natuurlijke verbindingen van rivieren en de natuurlijke functies van de bijbehorende overstromingsgebieden (artikel 9)

9.1.

Nationale aanpak

9.1.1.

Nationale aanpak om de hersteldoelen te halen en de verplichtingen met betrekking tot natuurlijke verbindingen van rivieren en de natuurlijke functies van de bijbehorende overstromingsgebieden na te komen, op basis van de meest recente wetenschappelijke gegevens (artikel 15, lid 3, punt c)) (facultatief)

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

9.2.

Gerichte herstelplannen

Vermeld de inventarisatie van kunstmatige barrières (artikel 15, lid 3, punt i)) en de lijst van kunstmatige barrières die moeten worden weggenomen (artikel 15, lid 3, punt i)) in het deel “Aanvullende informatie IV”.

9.2.1.

Plan voor het wegnemen van kunstmatige barrières tot 2030 (artikel 9, lid 2, en artikel 15, lid 3, punt i))

9.2.1.1.

Indicatieve aanvullende netto totale lengte aan vrij stromende rivieren die tegen 2030 moet worden bereikt door het wegnemen van bestaande kunstmatige barrières vanaf 2020, waarbij ook rekening wordt gehouden met het verlies van de lengte aan vrij stromende rivieren als gevolg van de aanleg van nieuwe barrières na 2020 (artikel 15, lid 3, punt i))

a)

beste raming van toename van de netto lengte in km, rekening houdend met zowel het wegnemen van bestaande barrières als de aanleg van nieuwe barrières

b)

bereik van de toename van de netto lengte in km, rekening houdend met zowel het wegnemen van bestaande barrières als de aanleg van nieuwe barrières (facultatief)

c)

beste raming van de toename van de lengte in km door het wegnemen van bestaande barrières (facultatief)

d)

beste raming van de lengte in km die verloren gaat als gevolg van de aanleg van nieuwe barrières (facultatief)

9.2.1.2.

Indicatieve kaart van potentieel te herstellen vrij stromende rivieren tussen 2020 en 2030 (artikel 15, lid 3, punt a))

Geospatiale informatie verstrekt in vectorformaat, als lijnen

9.2.1.3.

Beste raming van vrij stromende rivieren in 2020

Beste raming, in km

9.2.1.4.

Indicatieve kaart over de referentiewaarde van vrij stromende rivieren in 2020

Geospatiale informatie verstrekt in vectorformaat, als lijnen

9.2.2.

Verbetering van de natuurlijke functies van de betrokken overstromingsgebieden tot 2030 (artikel 9, lid 3)

9.2.2.1.

Indicatieve totale oppervlakte waarop herstelmaatregelen van toepassing zijn die nodig zijn om de natuurlijke functies van de betrokken overstromingsgebieden te verbeteren (artikel 15, lid 3, punten a) en i)).

a)

beste raming, in km2

b)

bereik, in km2 (facultatief)

9.2.2.2.

Indicatieve kaart van potentieel te herstellen gebieden (artikel 15, lid 3, punt a))

Geospatiale informatie verstrekt in vectorformaat, als afzonderlijke polygonen

9.2.3.

Instandhouding van de natuurlijke verbindingen van rivieren en de natuurlijke functies van de bijbehorende overstromingsgebieden (artikel 9, lid 4)

9.2.3.1.

Samenvatting van de geplande maatregelen om ervoor te zorgen dat de natuurlijke verbindingen van rivieren en de natuurlijke functies van de bijbehorende overstromingsgebieden worden hersteld (artikel 15, lid 3, punt i), en artikel 9, lid 4)

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

9.3.

Doelen voor de periode na juni 2032 en strategisch overzicht

9.3.1.

Plan voor het wegnemen van kunstmatige barrières na juni 2032

9.3.1.1.

Indicatieve totale netto extra lengte aan vrij stromende rivieren die tegen 2040 en 2050, ten opzichte van 2020, moet worden bereikt door het wegnemen van bestaande kunstmatige barrières vanaf 2020, waarbij ook rekening wordt gehouden met het verlies aan lengte aan vrij stromende rivieren als gevolg van de aanleg van nieuwe barrières na 2020 (artikel 15, lid 3, punt i))

a)

tegen 2050, de beste raming of het beste bereik van de netto lengte in km ten opzichte van 2020, rekening houdend met zowel het wegnemen van bestaande barrières als de aanleg van nieuwe barrières

b)

tegen 2040, de beste raming of het beste bereik van de netto lengte in km ten opzichte van 2020, rekening houdend met zowel het wegnemen van bestaande barrières als de aanleg van nieuwe barrières (facultatief)

c)

tegen 2050, de beste raming of het beste bereik van toename van de lengte in km door het wegnemen van bestaande barrières, ten opzichte van 2020 (facultatief)

d)

tegen 2050, de beste raming of het beste bereik van de lengte in km die verloren gaat als gevolg van de aanleg van nieuwe barrières na 2020 (facultatief)

9.3.1.2.

Indicatieve kaarten van potentiële vrij stromende rivieren na juni 2032 (facultatief)

Geospatiale informatie verstrekt in vectorformaat, zoals lijnen en afzonderlijke polygonen

9.3.2.

Verbetering van de natuurlijke functies van de betrokken overstromingsgebieden na juni 2032

9.3.2.1.

Geraamde totale oppervlakte waarop herstelmaatregelen van toepassing zijn die nodig zijn om de natuurlijke functies van de betrokken overstromingsgebieden te verbeteren, na juni 2032 (artikel 15, lid 3, punten a) en i))

a)

tegen 2040, beste raming of bereik, in km2 (facultatief)

b)

tegen 2050, beste raming of bereik, in km2

9.3.2.2.

Indicatieve kaarten van potentieel te herstellen gebieden om de natuurlijke functies van de betrokken overstromingsgebieden te verbeteren (artikel 15, lid 3, punt a)) (facultatief)

Geospatiale informatie verstrekt in vectorformaat, als afzonderlijke polygonen

a)

tegen 2040

b)

tegen 2050

Geef in deel C aan welke maatregelen relevant zijn voor deze doelstelling


10.   Diversiteit van bestuivers en bestuiverpopulaties (artikel 10)

10.1.

Nationale aanpak en contextuele informatie

10.1.1.

Nationale aanpak

10.1.1.1.

Nationale aanpak om de hersteldoelen te halen en de verplichtingen met betrekking tot de diversiteit van bestuivers en bestuiverpopulaties na te komen, op basis van de meest recente wetenschappelijke gegevens (artikel 10) (facultatief)

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

10.1.2.

Bevredigende niveaus

PUNT 10.1.2 NIET VAN TOEPASSING OP HET EERSTE PLAN

10.1.3.

Beoordeling van de doeltreffendheid van de herstelmaatregelen (artikel 15, lid 3, punt p))

10.1.3.1.

Procedure voor de beoordeling van de doeltreffendheid van de genomen herstelmaatregelen (facultatief)

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

Beschrijving van een procedure voor de vaststelling van de in artikel 10, lid 2, bedoelde monitoringmethode, zoals bepaald in artikel 20, lid 1, punt g)

10.2.

Gericht herstelplan

10.2.1.

Verbetering van de diversiteit en ombuiging van de afname van bestuiverpopulaties uiterlijk in 2030 (artikel 10, lid 1)

10.2.1.1.

Indicatieve totale oppervlakte waarvoor herstelmaatregelen gelden (artikel 15, lid 3, punt a))

a)

beste raming, in km2

b)

bereik, in km2 (facultatief)

10.2.1.2.

Indicatieve kaarten van potentieel te herstellen gebieden (artikel 15, lid 3, punt a))

Geospatiale informatie in de vorm van NUTS 3-referenties, rasters van 10 × 10 km of afzonderlijke polygonen

10.2.2.

Bereiken van een toenemende trend voor bestuiverpopulaties na 2030 (artikel 10, lid 1)

10.2.2.1.

Indicatieve totale oppervlakte waarvoor herstelmaatregelen gelden

Beste raming of bereik, in km2

a)

tegen 2040 (facultatief)

b)

tegen 2050

10.2.2.2.

Indicatieve kaarten van potentieel te herstellen gebieden (artikel 15, lid 3, punt a)) (facultatief)

Geospatiale informatie in de vorm van NUTS 3-referenties, rasters van 10 × 10 km of afzonderlijke polygonen

a)

tegen 2040

b)

tegen 2050

Geef in deel C aan welke maatregelen relevant zijn voor deze doelstelling


11.   Landbouwecosystemen (artikel 11)

11.1.   Nationale aanpak en contextuele informatie

11.1.1.

Nationale aanpak

11.1.1.1.

Nationale aanpak om de hersteldoelen te halen en de verplichtingen met betrekking tot landbouwecosystemen na te komen, op basis van de meest recente wetenschappelijke gegevens (artikel 15, lid 3, punt c)) (facultatief)

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

11.1.2.

Informatie over indicatoren op nationaal niveau voor landbouwecosystemen (artikel 11, lid 2)

11.1.2.1.

Geselecteerde indicatoren

Selecteer ten minste twee van de volgende drie indicatoren:

a)

graslandvlinderindex

b)

voorraad organische koolstof in minerale bodems onder bouwland

c)

percentage landbouwgrond met landschapselementen met hoge diversiteit

11.1.2.2.

Overzicht van de gekozen indicatoren voor landbouwecosystemen en hun geschiktheid om de verbetering van de biodiversiteit in landbouwecosystemen in de lidstaat aan te tonen (artikel 15, lid 3, punt j))

Vrije tekst, voorgestelde lengte: telkens max. 3 000 tekens. Voor indicatoren die niet in punt 11.1.2.1 zijn geselecteerd, hoeft geen informatie te worden verstrekt.

a)

graslandvlinderindex

b)

voorraad organische koolstof in minerale bodems onder bouwland

c)

percentage landbouwgrond met landschapselementen met hoge diversiteit

11.1.2.3.

Referentiewaarde voor elk van de geselecteerde indicatoren (facultatief)

Vermeld de referentiewaarde (indexwaarde) voor elk van de in punt 11.1.2.1 geselecteerde indicatoren (voor niet-geselecteerde indicatoren hoeft geen informatie te worden verstrekt):

a)

referentiewaarde voor de indicator op nationaal niveau “graslandvlinderindex”

b)

referentiewaarde voor de indicator op nationaal niveau “voorraad organische koolstof in minerale bodems onder bouwland”

c)

referentiewaarde voor de indicator op nationaal niveau “percentage landbouwgrond met landschapselementen met hoge diversiteit”

11.1.2.4.

Referentiewaarde voor de verplichte indicator “index van algemene boerenlandvogels” (facultatief)

Indexwaarde

11.1.3.

Bevredigende niveaus op nationaal niveau voor elk van de indicatoren

PUNT 11.1.3 NIET VAN TOEPASSING OP HET EERSTE PLAN

11.1.4.

Organische bodems in de landbouw die bestaan uit ontwaterde veengebieden

11.1.4.1.

Informatie over organische bodems in de landbouw die bestaan uit ontwaterde veengebieden en gebieden waar turf wordt gewonnen en bodems voor andere gebruiksdoeleinden (artikel 11, lid 4)

In km2

a)

geraamde oppervlakte van organische bodems in de landbouw die bestaan uit ontwaterde veengebieden

b)

geraamde oppervlakte van de gebieden waar turf wordt gewonnen (facultatief)

c)

geraamde oppervlakte van de organische bodems die bestaan uit drooggelegde veengebieden en die voor ander grondgebruik dan landbouwgebruik en turfwinning worden gebruikt (facultatief)

11.1.4.2.

Plan voor het vernatten van ontwaterde veengebieden die voor landbouwdoeleinden worden gebruikt met een lager percentage dan in artikel 11, lid 4, punten a), b) en c), is bepaald

Ja/Neen

Zo ja, geef een motivering (artikel 15, lid 3, punt k)) — vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

11.2.

Gericht herstelplan

11.2.1.

Doelen en verplichtingen tegen 2030 (artikel 11, leden 1 tot en met 4)

11.2.1.1.

Indicatieve totale oppervlakte waarvoor herstelmaatregelen gelden (artikel 15, lid 3, punt a))

Beste raming, in km2

a)

de totale oppervlakte waarop de in artikel 11, leden 1, 2 en 3, bedoelde maatregelen van toepassing zijn, zonder overlappingen

b)

de oppervlakte waarop de in artikel 11, lid 1, bedoelde maatregelen van toepassing zijn (facultatief)

c)

de oppervlakte waarop de in artikel 11, lid 2, bedoelde maatregelen van toepassing zijn (facultatief)

d)

de oppervlakte waarop de in artikel 11, lid 3, bedoelde maatregelen van toepassing zijn (facultatief)

e)

de oppervlakte waarop de in artikel 11, lid 4, punt a), bedoelde maatregelen voor het herstel van biologische bodems in de landbouw van toepassing zijn

f)

de oppervlakte waarop de in artikel 11, lid 4, punt a), bedoelde maatregelen voor vernatting van toepassing zijn

g)

indien van toepassing, de oppervlakte van organische bodems die bestaan uit drooggelegde veengebieden en die voor ander grondgebruik dan landbouwgebruik en turfwinning worden gebruikt, die wordt vernat en aldus bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen op grond van artikel 11, lid 4, punt a))

11.2.1.2.

Indicatieve kaarten van potentieel te herstellen gebieden (artikel 15, lid 3, punt a))

Geospatiale informatie in de vorm van NUTS 3-referenties, rasters van 10 × 10 km of afzonderlijke polygonen

11.2.1.3.

Bijdrage van de herstelmaatregelen die bestaan in het vernatten van veengebieden aan de vermindering van de netto-broeikasgasemissies tot 2030 (artikel 11, lid 4) (facultatief)

Beste raming, in ktCO2e

11.2.2.

Doelen en verplichtingen voor de periode na 2032 en strategisch overzicht (artikel 11, lid 4)

11.2.2.1.

Indicatieve totale oppervlakte waarvoor tot 2040 herstelmaatregelen gelden (artikel 15, lid 3, punt a))

Beste raming of bereik, in km2

a)

de totale oppervlakte waarop de in artikel 11, leden 1, 2 en 3, bedoelde maatregelen worden toegepast, zonder overlappingen

b)

de oppervlakte waarop de in artikel 11, lid 1, bedoelde maatregelen van toepassing zijn (facultatief)

c)

de oppervlakte waarop de in artikel 11, lid 2, bedoelde maatregelen van toepassing zijn (facultatief)

d)

de oppervlakte waarop de in artikel 11, lid 3, bedoelde maatregelen van toepassing zijn (facultatief)

e)

de oppervlakte waarop de in artikel 11, lid 4, punt b), bedoelde maatregelen voor het herstel van biologische bodems in de landbouw van toepassing zijn

f)

de oppervlakte waarop de in artikel 11, lid 4, punt b), bedoelde maatregelen voor vernatting van toepassing zijn

g)

indien van toepassing, de te herstellen oppervlakte van organische bodems die bestaan uit drooggelegde veengebieden en die voor ander grondgebruik dan landbouwgebruik en turfwinning worden gebruikt, waarvan het herstel bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen op grond van artikel 11, lid 4, punt b))

11.2.2.2.

Bijdrage van de herstelmaatregelen die bestaan in het vernatten van veengebieden aan de vermindering van de netto-broeikasgasemissies tot 2040 (artikel 11, lid 4) (facultatief)

Beste raming, in ktCO2e

11.2.2.3.

Indicatieve totale oppervlakte waarvoor tot 2050 herstelmaatregelen gelden (artikel 15, lid 3, punt a))

Beste raming of bereik, in km2

a)

de totale oppervlakte waarop de in artikel 11, leden 1, 2 en 3, bedoelde maatregelen van toepassing zijn, zonder overlappingen

b)

de oppervlakte waarop de in artikel 11, lid 1, bedoelde maatregelen van toepassing zijn (facultatief)

c)

de oppervlakte waarop de in artikel 11, lid 2, bedoelde maatregelen van toepassing zijn (facultatief)

d)

de oppervlakte waarop de in artikel 11, lid 3, bedoelde maatregelen van toepassing zijn (facultatief)

e)

de oppervlakte waarop de in artikel 11, lid 4, punt c), bedoelde herstelmaatregelen van toepassing zijn

f)

de oppervlakte waarop de in artikel 11, lid 4, punt c), bedoelde maatregelen voor vernatting van toepassing zijn

g)

indien van toepassing, de te herstellen oppervlakte van organische bodems die bestaan uit drooggelegde veengebieden en die voor ander grondgebruik dan landbouwgebruik en turfwinning worden gebruikt, waarvan het herstel bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen op grond van artikel 11, lid 4, punt c))

11.2.2.4.

Bijdrage van de herstelmaatregelen die bestaan in het vernatten van veengebieden aan de vermindering van de netto-broeikasgasemissies tot 2050 (artikel 11, lid 4) (facultatief)

Beste raming, in ktCO2e

11.2.2.5.

Indicatieve kaarten van potentieel te herstellen gebieden (artikel 15, lid 3, punt a)) (facultatief)

Geospatiale informatie in de vorm van NUTS 3-referenties, rasters van 10 × 10 km of afzonderlijke polygonen

b)

tegen 2040

c)

tegen 2050

Geef in deel C aan welke maatregelen relevant zijn voor deze doelstelling


12.   Bosecosystemen (artikel 12)

12.1.

Nationale aanpak en contextuele informatie

12.1.1.

Nationale aanpak

12.1.1.1.

Nationale aanpak om de hersteldoelen te halen en de verplichtingen met betrekking tot bosecosystemen na te komen, op basis van de meest recente wetenschappelijke gegevens (artikel 15, lid 3, punt c)) (facultatief)

Vrije tekst, voorgestelde lengte: telkens max. 3 000 tekens

12.1.2.

Informatie over indicatoren op nationaal niveau voor bosecosystemen (artikel 15, lid 3, punt l))

12.1.2.1.

Geselecteerde indicatoren voor bosecosystemen (artikel 15, lid 3, punt l))

Selecteer ten minste zes van de volgende zeven indicatoren:

a)

staand dood hout

b)

liggend dood hout

c)

aandeel bossen met een ongelijkmatige leeftijdsopbouw

d)

bosverbondenheid

e)

voorraad organische koolstof

f)

aandeel bossen dat wordt gedomineerd door inheemse boomsoorten

g)

diversiteit aan boomsoorten

12.1.2.2.

Overzicht van de gekozen indicatoren voor bosecosystemen en hun geschiktheid om de verbetering van de biodiversiteit in bosecosystemen in de lidstaat aan te tonen (artikel 15, lid 3, punt l))

Vrije tekst, voorgestelde lengte: telkens max. 3 000 tekens. Voor indicatoren die niet in punt 12.1.2.1 zijn geselecteerd, hoeft geen informatie te worden verstrekt.

a)

staand dood hout

b)

liggend dood hout

c)

aandeel bossen met een ongelijkmatige leeftijdsopbouw

d)

connectiviteit van bossen

e)

voorraad organische koolstof

f)

aandeel bossen dat wordt gedomineerd door inheemse boomsoorten

g)

diversiteit aan boomsoorten

12.1.2.3.

Referentiewaarden voor elk van de geselecteerde indicatoren (facultatief)

Vermeld de referentiewaarde (indexwaarde) voor elk van de in punt 12.1.2.1 geselecteerde indicatoren (voor niet-geselecteerde indicatoren hoeft geen informatie te worden verstrekt):

a)

staand dood hout

b)

liggend dood hout

c)

aandeel bossen met een ongelijkmatige leeftijdsopbouw

d)

bosverbondenheid

e)

voorraad organische koolstof

f)

aandeel bossen dat wordt gedomineerd door inheemse boomsoorten

g)

diversiteit aan boomsoorten

12.1.2.4.

Referentiewaarde voor de verplichte indicator “index van algemene bosvogels” (facultatief)

Indexwaarde

12.1.3.

Bevredigende niveaus op nationaal niveau

12.1.3.1.

Bevredigende niveaus op nationaal niveau voor elk van de geselecteerde indicatoren (facultatief)

TE HERZIEN INDIEN EN WANNEER DE COMMISSIE EEN RICHTINGGEVEND KADER VASTSTELT.

Vermeld het bevredigende niveau (de indexwaarde) voor elk van de in punt 12.1.2.1 geselecteerde indicatoren (voor niet-geselecteerde indicatoren hoeft geen informatie te worden verstrekt):

staand dood hout

liggend dood hout

aandeel bossen met een ongelijkmatige leeftijdsopbouw

bosverbondenheid

voorraad organische koolstof

aandeel bossen dat wordt gedomineerd door inheemse boomsoorten

diversiteit aan boomsoorten

12.1.3.2.

Bevredigende niveaus op nationaal niveau voor de verplichte indicator “index van algemene bosvogels” (facultatief)

Indexwaarde

12.2.

Gericht herstelplan

12.2.1.

Verbetering van de biodiversiteit en toenemende trend voor indicatoren tot 2030 (artikel 12, leden 1, 2 en 3)

12.2.1.1.

Indicatieve totale oppervlakte waarvoor herstelmaatregelen gelden (artikel 15, lid 3, punt a))

Beste raming in km2

a)

de totale oppervlakte waarop de in artikel 12, leden 1, 2 en 3, bedoelde maatregelen van toepassing zijn

b)

de totale oppervlakte waarop de in artikel 12, lid 1, bedoelde maatregelen van toepassing zijn (facultatief)

c)

de totale oppervlakte waarop de in artikel 12, lid 2, bedoelde maatregelen van toepassing zijn (facultatief)

d)

de totale oppervlakte waarop de in artikel 12, lid 3, bedoelde maatregelen van toepassing zijn (facultatief)

12.2.1.2.

Indicatieve kaarten van potentieel te herstellen gebieden (artikel 15, lid 3, punt a))

Geospatiale informatie in de vorm van NUTS 3-referenties, rasters van 10 × 10 km of afzonderlijke polygonen

12.2.2.

Verbetering van de biodiversiteit en toenemende trend voor indicatoren tot 2040 en 2050 (artikel 12, leden 1, 2 en 3)

12.2.2.1.

Indicatieve totale oppervlakte waarvoor herstelmaatregelen gelden (artikel 15, lid 3, punt a))

Beste raming of bereik in km2

a)

tegen 2040 (facultatief)

b)

tegen 2050

12.2.2.2.

Indicatieve kaarten van potentieel te herstellen gebieden (artikel 15, lid 3, punt a)) (facultatief)

Geospatiale informatie in de vorm van NUTS 3-referenties, rasters van 10 × 10 km of afzonderlijke polygonen

b)

tegen 2040

c)

tegen 2050

Geef in deel C aan welke maatregelen relevant zijn voor deze doelstelling


13.   Aanplant van drie miljard extra bomen (artikel 13)

13.1.

Beschrijving van de bijdrage aan de in artikel 13 bedoelde verbintenissen (artikel 15, lid 3, punt m))

13.1.1.

Aantal extra bomen dat moet worden aangeplant in het kader van de herstelmaatregelen op grond van artikel 4 en de artikelen 8 tot en met 12 (artikel 13, lid 1)

a)

beste raming van het totale aantal extra bomen op grond van artikel 4 en de artikelen 8 tot en met 12, zonder overlapping

b)

artikelspecifieke overwegingen — vermeld een of meer artikelen uit de codelijst van artikelen (facultatief)

c)

artikelspecifiek aantal (facultatief)

13.1.2.

Aanpak om ervoor te zorgen dat de aanplant van extra bomen i) plaatsvindt met volledige inachtneming van de ecologische beginselen; ii) gericht is op het verbeteren van de ecologische verbondenheid, en iii) gebaseerd is op duurzame bebossing, herbebossing en boomaanplant, en de uitbreiding van de stedelijke groene ruimten (artikel 13, lid 2)

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens


Deel C —   Maatregelen

14.   Maatregelen op grond van artikel 15, lid 3, punt c)

Voor elke maatregel moeten de volgende rubrieken worden ingevuld:

14.1.

Basisinformatie

14.1.1.

Naam van de maatregel

a)

volledige naam: vrije tekst, max. 200 tekens

b)

uniek ID van de maatregel: vrije tekst, max. 20 tekens

14.1.2.

Belangrijkste betrokken ecosysteemtype

Vermeld een ecosysteem uit de codelijst van ecosysteemtypen.

a)

wetlandecosystemen (aan de kust en in het binnenland)

b)

graslandecosystemen

c)

rivier-, meer- alluviale en oeverecosystemen

d)

bos- en boslandsecosystemen

e)

steppe-, heide- en struikecosystemen

f)

rotsachtige en duinecosystemen en ecosystemen met schaarse vegetatie

g)

bouwlandecosystemen

h)

stedelijke ecosystemen

i)

mariene ecosystemen

j)

andere ecosystemen

14.1.3.

Andere betrokken ecosysteemtypen (facultatief)

(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

wetlandecosystemen (aan de kust en in het binnenland)

b)

graslandecosystemen

c)

rivier-, meer- alluviale en oeverecosystemen

d)

bos- en boslandsecosystemen

e)

steppe-, heide- en struikecosystemen

f)

rotsachtige en duinecosystemen en ecosystemen met schaarse vegetatie

g)

bouwlandecosystemen

h)

stedelijke ecosystemen

i)

mariene ecosystemen

j)

andere ecosystemen

14.1.4.

Reikwijdte van de planning

Vermeld het relevante niveau (selecteer één niveau):

a)

nationaal

b)

subnationaal NUTS 1 (selecteer een of meer NUTS 1-regio’s uit de codelijst)

c)

subnationaal NUTS 2 (selecteer een of meer NUTS 2-regio’s uit de codelijst)

d)

lokaal NUTS 3 (selecteer een of meer NUTS 3-regio’s uit de codelijst)

e)

transnationaal (selecteer een of meer landen uit de codelijst om de andere betrokken lidstaat of lidstaten aan te geven)

Aanvullende informatie (facultatief): vrijetekstveld (voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

14.1.5.

Huidige stand van de uitvoering

Kies een van de volgende opties. Als de toestand in verschillende gebieden anders is, kan meer dan één optie worden geselecteerd.

a)

gepland

b)

plan goedgekeurd

c)

uitvoering is gaande

d)

reeds uitgevoerd, maar de effecten zijn nog niet volledig bereikt, of de barrières voor de verbindingen van oppervlaktewateren worden tussen 2020 en 2024 weggenomen

14.2.

Informatie over het tijdschema

14.2.1.

Tijdschema voor de uitvoering van de maatregel

Kies een van de volgende opties:

a)

de maatregel heeft alleen betrekking op de periode tot en met 30 juni 2032 (artikel 15, lid 2)

b)

de maatregel heeft betrekking op de periode tot en met 2040 of 2050 (artikel 15, lid 1) met tussentijdse termijnen die overeenstemmen met de doelen en verplichtingen die in het (de) desbetreffende artikel(en) zijn vastgesteld

c)

de maatregel heeft slechts betrekking op een specifieke periode, die verschilt van de hierboven vermelde perioden (specificeer JJJJ-JJJJ)

14.3.

Beschrijving en bijdrage aan de doelen en verplichtingen

14.3.1.

Beschrijving van de maatregel

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

14.3.2.

Bijdragen aan de doelen en verplichtingen

a)

doel (kies een of meer artikelen uit de codelijst van artikelen)

b)

subdoel (selecteer een of meer subdoelen/indicatoren uit de codelijst van subdoelen)

De onderstaande tekst bevat de codelijst van artikelen en subdoelen die voor de velden a) en b) zullen worden gebruikt en die niet als zodanig in de gedelegeerde handeling zullen worden opgenomen.

Artikel 4

4.1.

Verbetering van de toestand van habitats

4.4.

Opnieuw ontwikkelen van habitatoppervlakten

4.7.

Verbetering van de kwaliteit, kwantiteit en verbondenheid van habitats van soorten

4.9.

Opvullen van kennishiaten

4.10.

Verbetering van de verbindingen tussen habitattypen

4.11.-4.12.

Voorkomen van significante verslechtering

Artikel 5

5.1.

Verbetering van de toestand van habitats

5.2.

Opnieuw ontwikkelen van habitatoppervlakten

5.5.

Verbetering van de kwaliteit en kwantiteit van habitats van soorten

5.7.

Opvullen van kennishiaten

5.8.

Verbetering van de ecologische samenhang en verbindingen tussen habitattypen

5.9.-5.10.

Voorkomen van significante verslechtering

Artikel 8

8.1.

Geen nettoverlies aan stedelijke groene ruimte

8.2.

Geen nettoverlies aan stedelijke boomkroonbedekking

8.2.

Toename van stedelijke groene ruimte

8.3.

Toename van stedelijke boomkroonbedekking

Artikel 9

9.1

Uiterlijk in 2030 van minstens 25 000  km rivieren weer vrij stromende rivieren maken in de Unie

9.2.

Verwijdering van kunstmatige barrières

9.3.

Verbetering van de natuurlijke functies van overstromingsgebieden

9.4.

Instandhouding van de natuurlijke verbindingen van rivieren en de natuurlijke functies van de overstromingsgebieden

Artikel 10

10.1.

Verbetering van de diversiteit en abundantie van bestuivers

Artikel 11

11.1.

Verbetering van de biodiversiteit van landbouwecosystemen

11.2.a.

Maatregelen gericht op een toenemende trend voor de indicator “graslandvlinderindex”

11.2.b.

Maatregelen gericht op een toenemende trend voor de indicator “voorraad organische koolstof in minerale bodems onder bouwland”

11.2.c.

Maatregelen gericht op een toenemende trend voor de indicator “percentage landbouwgrond met landschapselementen met hoge diversiteit”

11.3.

Maatregelen gericht op een toenemende trend voor de index van algemene boerenlandvogels

11.4.a.

Maatregelen gericht op het herstellen van organische bodems in de landbouw die bestaan uit ontwaterde veengebieden

11.4.b.

Maatregelen gericht op het vernatten van organische bodems in de landbouw die bestaan uit ontwaterde veengebieden

11.4.c.

Maatregelen gericht op het vernatten van gebieden waar turf wordt gewonnen

11.4.d.

Maatregelen gericht op het vernatten van organische bodems die bestaan uit drooggelegde veengebieden en die voor ander grondgebruik dan landbouwgebruik en turfwinning worden gebruikt

Artikel 12

12.1.

Verbetering van de biodiversiteit in bosecosystemen

12.2.

Toenemende trend voor de index van algemene bosvogels

12.3.a.

Toenemende trend voor de indicator “staand dood hout”

12.3.b.

Toenemende trend voor de indicator “liggend dood hout”

12.3.c.

Toenemende trend voor de indicator “aandeel bossen met een ongelijkmatige leeftijdsopbouw”

12.3.d.

Toenemende trend voor de indicator “bosverbondenheid”

12.3.e.

Toenemende trend voor de indicator “voorraad organische koolstof”

12.3.f.

Toenemende trend voor de indicator “aandeel bossen dat wordt gedomineerd door inheemse boomsoorten”

12.3.g.

Toenemende trend voor de indicator “diversiteit aan boomsoorten”

Artikel 13

13.1.

Aanplant van ten minste drie miljard extra bomen

14.3.3.

Vormen van druk waarop de maatregel betrekking heeft (facultatief)

Vermeld een of meer vormen van druk uit de codelijst van vormen van druk (uit de habitatrichtlijn, de kaderrichtlijn water, de kaderrichtlijn mariene strategie).

14.4.

Uniforme beschrijving van de maatregelen

De uniforme beschrijving van de maatregelen is gebaseerd op het begeleidend document “Typologie van maatregelen”. Selecteer voor elke in punt 14.1.1 omschreven maatregel een of meer overeenkomstige soorten maatregelen.

14.4.1.

Uniforme omschrijving van de maatregelen (artikel 15, lid 3, punt c))

a)

vermeld een of meer soorten maatregelen uit de codelijst van soorten maatregelen

b)

voor maatregelen die op artikel 4 of artikel 5 gericht zijn, vermeld een of meer habitattypen uit de codelijst van habitattypen (facultatief)

14.5.

Ruimtelijke informatie

14.5.1.

Geraamde oppervlakte of lengte waarop de maatregel betrekking heeft (artikel 15, lid 3, punt a)) (facultatief)

Vul a) en b), of c) in.

a)

beste raming of bereik

b)

selecteer eenheid (km of km2)

c)

onbekend

14.5.2.

Indicatieve kaart van potentiële gebieden waarop de maatregel betrekking heeft (artikel 15, lid 3, punt a)) (facultatief)

Geospatiale informatie in de vorm van NUTS 3-referenties, rasters van 10 × 10 km of afzonderlijke polygonen

14.5.3.

Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden (artikel 15, lid 3, punt c))

a)

Selecteer één alternatief uit de volgende codelijst:

de maatregelen zijn binnen Natura 2000-gebieden gepland

de maatregelen zijn buiten Natura 2000-gebieden gepland

de maatregelen zijn binnen en buiten Natura 2000-gebieden gepland

b)

Codelijst van het (de) Natura 2000-gebied(en) waarop de maatregel betrekking heeft (facultatief)

14.5.4.

Programma op maat voor ultraperifere gebieden, indien van toepassing (artikel 15, lid 3, punt o))

Ja/Neen

14.6.

Geraamde financiële behoeften (artikel 15, lid 3, punt u)) (facultatief)

Voor elke in punt 14.1.1 vermelde maatregel kan de volgende informatie worden verstrekt (alle velden facultatief). De in dit deel verstrekte informatie kan worden gebruikt om de financiële informatie in deel A in te vullen.

14.6.1.

Geraamde financiële behoeften (in EUR) voor de uitvoering van de maatregel (facultatief)

I.

voor de periode van augustus 2020 tot en met juli 2024, beste ramingen

II.

voor de periode van augustus 2024 tot en met juni 2032, beste ramingen

III.

voor de periode van juli 2032 tot en met december 2050, beste ramingen of bereik

Vermeld voor elk van de bovengenoemde perioden de onderstaande informatie (in EUR). Als de informatie op maatregelniveau volledig is, kan deze worden gebruikt om de financiële gegevens in deel A in te vullen.


 

 

Eenmalige kosten/projectkosten (EUR/jaar)

Jaarlijkse operationele kosten (EUR/jaar)

 

Totaal

Binnen Natura 2000-gebieden

Totaal

Binnen Natura 2000-gebieden

 

A

Horizontale kosten voor de maatregel

 

A.1

Monitoring en verslaglegging

 

 

 

 

A.2

Onderzoek, met inbegrip van het opvullen van kennishiaten

 

 

 

 

A.3

Overige (vrijetekstveld(en), telkens max. 100 tekens)

 

 

 

 

B

Geraamde kosten voor het ecosysteem waarop de maatregel betrekking heeft

B.1

Wetlandecosystemen (aan de kust en in het binnenland)

 

 

 

 

B.2

Graslandecosystemen

 

 

 

 

B.3

Rivier-, meer-, alluviale en oeverecosystemen

 

 

 

 

B.4

Bos- en boslandsecosystemen

 

 

 

 

B.5

Steppe-, heide- en struikecosystemen

 

 

 

 

B.6

Rotsachtige en duinecosystemen en ecosystemen met schaarse vegetatie

 

 

 

 

B.7

Bouwlandecosystemen

 

 

 

 

B.8

Stedelijke ecosystemen

 

 

 

 

B.9

Mariene ecosystemen

 

 

 

 

B.10

Andere ecosystemen

 

 

 

 

C

Andere kosten die geen verband houden met specifieke ecosystemen

C.1

Overige (vrijetekstveld(en), telkens max. 100 tekens)

 

 

 

 

 

Totaal

 

 

 

 


14.6.2.

Geraamde financiële steun aan belanghebbenden die worden getroffen door herstelmaatregelen of nieuwe verplichtingen die voortvloeien uit de uitvoering van de verordening (facultatief)

I.

voor de periode van augustus 2020 tot en met juli 2024, beste ramingen (facultatief)

II.

voor de periode van augustus 2024 tot en met juni 2032, beste ramingen

III.

voor de periode van juli 2032 tot en met december 2050, beste ramingen of bereik

Vermeld voor elk van de bovengenoemde perioden:

a)

een beschrijving (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

best geraamde waarde of geraamd bereik, naargelang het geval (in EUR)

14.6.3.

Indicatieve middelen voor de voorgenomen openbare financiering (facultatief)

I.

voor de periode van augustus 2020 tot en met juli 2024, beste ramingen

II.

voor de periode van augustus 2024 tot en met juni 2032, beste ramingen

III.

voor de periode van juli 2032 tot en met december 2050, beste ramingen of bereik

Vermeld voor elk van de bovengenoemde perioden:

a)

een beschrijving (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

best geraamde waarde of geraamd bereik, naargelang het geval (in EUR)

14.6.4.

Indicatieve middelen voor de voorgenomen particuliere financiering (facultatief)

I.

voor de periode van augustus 2020 tot en met juli 2024, beste ramingen

II.

voor de periode van augustus 2024 tot en met juni 2032, beste ramingen

III.

voor de periode van juli 2032 tot en met december 2050, beste ramingen of bereik

Vermeld voor elk van de bovengenoemde perioden:

a)

een beschrijving (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

best geraamde waarde of geraamd bereik, naargelang het geval (in EUR)

14.6.5.

Voorgenomen medefinanciering en financiering met financieringsinstrumenten van de Unie (facultatief)

I.

voor de periode van augustus 2020 tot en met juli 2024, beste ramingen (facultatief)

II.

voor de periode van augustus 2024 tot en met juni 2032, beste ramingen

III.

voor de periode van juli 2032 tot en met december 2050, beste ramingen of bereik

Vermeld voor elk van de bovengenoemde perioden:

a)

een beschrijving (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

best geraamde waarde of geraamd bereik, naargelang het geval (in EUR)

14.7.

Informatie over de uitvoering van de maatregel op andere beleidsterreinen, indien van toepassing

14.7.1.

Beschrijving van de instandhoudings- en beheersmaatregelen die in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid moeten worden vastgesteld, indien van toepassing (artikel 15, lid 4, en artikel 18, lid 2)

Beschrijf voor het niveau in a) en/of b) (vrije tekst, voorgestelde lengte: telkens max. 3 000 tekens):

a)

nationale instandhoudings- en beheersmaatregelen

b)

gezamenlijke aanbevelingen via de regionaliseringsprocedure van artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013

14.7.2.

Planning van een via de regionaliseringsprocedure vast te stellen maatregel in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (artikel 15, lid 4, artikel 18, leden 2 en 3) (indien van toepassing overeenkomstig veld 14.7.1)

Als voor de maatregel gezamenlijke aanbevelingen moeten worden ingediend via de regionaliseringsprocedure krachtens artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013, specificeer:

a)

het geraamde tijdschema voor het overleg met andere lidstaten en de betrokken adviesraden (MM.JJJJ-MM.JJJJ), en

b)

het geraamde tijdschema voor de indiening van eventuele gezamenlijke aanbevelingen (MM.JJJJ-MM.JJJJ)

c)

een of meer betrokken habitattypen uit de codelijst van mariene habitattypen (facultatief)

d)

een of meer betrokken visserijen (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens, facultatief)

14.7.3.

Maatregel die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) is vastgesteld (artikel 15, lid 5) (facultatief)

Indien de maatregel verband houdt met het nationale strategische GLB-plan, geef dan een overzicht van de wisselwerking tussen die maatregel en het nationale strategische GLB-plan.

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

14.7.4.

Maatregel in synergie met geplande maatregelen in de nationale herstelplannen van andere lidstaten (artikel 14, lid 17)

Indien de maatregel in synergie is met maatregelen die zijn gepland in het nationale herstelplan van een of meer andere lidstaten, vermeld de betrokken lidstaat of lidstaten. Selecteer een of meer lidstaten uit de codelijst van lidstaten.


Aanvullende informatie

Aanvullende informatie I — Opmerkingen bij en herziening van het nationaal herstelplan (artikel 19)

Indien van toepassing

A1.1.

Geef aan op welke wijze rekening is gehouden met de opmerkingen van de Commissie over het ontwerp van het nationaal herstelplan (artikel 15, lid 3, punt x))

a)

algemene overwegingen. Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

b)

veldspecifieke overwegingen — vermeld een of meer artikelen uit de codelijst van velden (facultatief)

c)

veldspecifieke overweging (facultatief). Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens


Aanvullende informatie II — Informatie per mariene habitattype (facultatief)

De lidstaten kunnen deze velden voor aanvullende informatie gebruiken om informatie per mariene habitattype te verstrekken. Dit kan helpen bij de planning van herstelmaatregelen voor de overeenkomstige habitattypen of habitatgroepen in een mariene regio. Waar mogelijk moeten de lidstaten gebruikmaken van de informatie die beschikbaar is over de uitvoering van de habitatrichtlijn en de kaderrichtlijn mariene strategie (met name informatie die wordt gerapporteerd op grond van artikel 8 van de kaderrichtlijn mariene strategie). Deze velden voor aanvullende informatie kunnen worden gebruikt om specifieke hersteldoelen en -maatregelen voor individuele habitattypen aan te geven, als informatie in aanvulling op de rubrieken 7.1.2, 7.2.1 en/of 7.2.3.

A2.1.

Aanwezige habitattypen op het grondgebied van de lidstaat

A2.1.

Aanwezige habitattypen op het grondgebied van de lidstaat

a)

habitatgroep (vermeld een of meer van de habitatgroepen 1 tot en met 7 uit de codelijst)

b)

habitattype (vermeld een of meer habitattypen uit de codelijst van habitats die tot de overeenkomstige habitatgroep behoren)

A2.2.

Afzonderlijke informatie over het habitattype

Voor elk van de in veld A2.1 vermelde habitattypen kan de informatie in de volgende velden worden samengevat:

A2.2.1.

Groep en naam van het habitattype

a)

habitatgroep (vermeld één habitatgroep uit de codelijst)

b)

habitattype (vermeld één habitattype dat overeenkomt met de habitatgroep)

A2.2.2.

Totale geraamde oppervlakte van de habitat in de lidstaat

In km2

A2.2.3.

Verspreiding

Specificeer een van de volgende opties:

a)

een beschrijving (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

b)

geospatiale informatie in de vorm van rasters van 10 × 10 km of afzonderlijke polygonen

A2.2.4.

Toestand

a)

goed/goed, gebaseerd op een laag risico/niet goed/onbekend/niet beoordeeld

b)

geef een beschrijving van de toestand indien deze beschikbaar is (vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens)

A2.2.5.

Gunstige referentieoppervlakte

In km2

A2.2.6.

Verwijzingen (d.w.z. literatuur)

Vrije tekst, voorgestelde lengte: max. 3 000 tekens

A2.2.7.

Zijn er herstelmaatregelen gepland voor het habitattype om de toestand van de habitat te verbeteren en/of het habitatgebied opnieuw te ontwikkelen?

Ja/Neen voor elk van de volgende punten:

a)

tegen 2030

b)

tegen 2040

c)

tegen 2050

A2.2.8.

Indicatieve totale oppervlakte van de gebieden waarvoor maatregelen gepland zijn

In km2

a)

tegen 2030

b)

tegen 2040

c)

tegen 2050


Aanvullende informatie III — Lijst van stedelijke ecosysteemgebieden wanneer een andere aanpak wordt gevolgd dan het gebruik van hele lokale bestuurlijke eenheden

De lidstaten hebben de mogelijkheid om een of meer stedelijke ecosysteemgebieden aan te wijzen op basis van een andere aanpak dan het gebruik van hele lokale bestuurlijke eenheden (LBE’s), d.w.z. met inbegrip van delen van een stad of kleinere stad en voorsteden, en/of voorstedelijke gebieden. De lidstaten die deze aanpak hanteren, moeten de informatie verstrekken die in deze velden voor aanvullende informatie wordt beschreven.

Deze aanvullende informatie moet ook worden verstrekt wanneer naast de Copernicus-gegevens aanvullende gegevens zijn gebruikt voor de raming van stedelijke groene ruimte en/of stedelijke boomkroonbedekking of wanneer een lidstaat besluit een of meer stedelijke ecosysteemgebieden uit te sluiten overeenkomstig artikel 8, lid 1.

Bovendien moet deze aanvullende informatie worden verstrekt als een of meer LBE’s worden samengevoegd om een of meer stedelijke ecosysteemgebieden te definiëren.

Voor elk stedelijk ecosysteem moeten de volgende velden worden ingevuld:

A3.1.

Unieke identificatiecode van het stedelijke ecosysteemgebied

Vrije tekst, max. 20 tekens

Voorgestelde structuur: code lidstaat + underscore + geheel getal

A3.2.

Er is meer dan één LBE samengevoegd met andere naburige steden, kleinere steden en voorsteden om dit stedelijk ecosysteemgebied te vormen

Ja/Neen

Zo ja, dan moet in veld A3.3 meer dan één LBE worden vermeld.

A3.3.

Unieke identificatiecodes van de LBE of LBE’s die deel uitmaakt of uitmaken van dit stedelijke ecosysteemgebied

Een of meer GISCO_ID’s van de LBE of LBE’s

A3.4.

Urbanisatiegraad van het stedelijk ecosysteemgebied

Vermeld een van de volgende alternatieven aan de hand van de codelijst:

a)

stad

b)

kleinere steden en voorsteden

A3.5.

Type stedelijk ecosysteemgebied

Vermeld een van de volgende alternatieven aan de hand van de codelijst:

a)

alleen stedelijke centra en stedelijke clusters

b)

het stedelijke ecosysteemgebied omvat delen van de stad of kleinere stad buiten stedelijke centra en clusters

A3.6.

Oppervlakte en aandeel van de stedelijke groene ruimte in het stedelijk ecosysteemgebied (alleen binnen stedelijke centra en clusters)

a)

oppervlakte in km2

b)

aandeel in %

A3.7.

Oppervlakte en aandeel van de stedelijke boomkroonbedekking in het stedelijk ecosysteemgebied (alleen binnen stedelijke centra en clusters)

a)

oppervlakte in km2

b)

aandeel in %

A3.8.

Uitsluiting van stedelijke ecosysteemgebieden met meer dan 45 % aan stedelijke groene ruimte en meer dan 10 % aan stedelijke boomkroonbedekking (artikel 8, lid 1)

Ja/Neen


Aanvullende informatie IV — Inventarisatie van kunstmatige barrières voor de verbindingen van oppervlaktewateren (artikel 15, lid 3, punten i) en n))

De lidstaten inventariseren de kunstmatige barrières voor de kunstmatige verbindingen in de longitudinale, laterale en verticale verbondenheid van oppervlaktewateren. Bovendien moeten de lidstaten, rekening houdend met de sociaal-economische functies van de kunstmatige barrières, in kaart brengen welke barrières moeten worden weggenomen om bij te dragen tot het halen van de in artikel 4 van de verordening vastgestelde hersteldoelen en van de doelstelling om uiterlijk in 2030 van minstens 25 000  km rivieren weer vrij stromende rivieren te maken in de Unie (artikel 9, lid 1).

Deze noodzakelijke maatregelen vallen ook onder de bepalingen van artikel 14 “Voorbereiding van de nationale herstelplannen”, op grond waarvan de lidstaten rekening moeten houden met de meest recente wetenschappelijke gegevens.

In het kader van de periodieke evaluaties en herzieningen van de nationale herstelplannen (artikel 19) zal deze inventarisatie worden bijgewerkt, waarbij rekening zal worden gehouden met barrières die zullen zijn weggenomen en mogelijk nieuwe barrières.

A4.   Basisinformatie over barrières

A4.1.

ID van de barrière

Identificatiecode van de barrière

A4.2.

Informatie over het waterlichaam

Indien de barrière verbonden is met een waterlichaam overeenkomstig de kaderrichtlijn water, vermeld dan de ID van het waterlichaam of de waterlichamen:

a)

ID van het waterlichaam (één ID of meerdere ID’s)

Indien de barrière niet verbonden is met een waterlichaam overeenkomstig de kaderrichtlijn water, vermeld dan beide volgende gegevens:

a)

ID van het stroomgebiedsdistrict

b)

naam van de rivier of het meer of naam van het kustgebied

A4.3.

Locatie van de barrière

Geospatiale informatie in vectorformaat, als punt dat overeenkomt met het algemene centrale punt van de barrière of als lijn of afzonderlijke polygoon

A4.4.

Soort barrière

 

Vermeld een of meer soorten barrières uit de volgende codelijst: In het geval van gecombineerde barrières moet voor elke barrière afzonderlijk informatie worden verstrekt.

a)

dam

b)

stuw

b1)

afvoerstuw (facultatief)

b2)

consolidatiestuw (facultatief)

b3)

retentiestuw (facultatief)

c)

sluis

d)

overgang

d1)

duiker (facultatief)

d2)

wad (facultatief)

d3)

brug (facultatief)

e)

bodemhelling en bodemdrempel

f)

oeverbeschoeiing

g)

dijk

h)

bodembekleding

i)

overige

A4.5.

Impact van de barrière op de verbondenheid (facultatief)

Selecteer een of meer van de volgende opties:

a)

longitudinale verbondenheid

b)

laterale verbondenheid

c)

verticale verbondenheid

d)

overige

A4.6.

Veroudering van de barrière

Ja/Neen/Onbekend

A4.7.

Gebruik van de barrière (facultatief, alleen als bij A4.6 “Neen” is ingevuld)

Selecteer een of meer van de volgende opties:

a)

opwekking van hernieuwbare energie

b)

binnenvaart

c)

watervoorziening

d)

bescherming tegen overstromingen

e)

andere

A4.8.   Plan voor het wegnemen van kunstmatige barrières (artikel 9, lid 2, artikel 15, lid 3, punt i))

A4.8.1.

Zijn er plannen om de barrière eventueel te verwijderen?

Kies een van de volgende antwoorden:

a)

ja, uiterlijk in 2030

b)

ja, tussen 2031 en 2040

c)

ja, tussen 2041 en 2050

d)

de barrière is al verwijderd (na 2020)

e)

neen

f)

onbekend

g)

dit wordt nog onderzocht

A4.8.2.

Als er geen plannen zijn om de barrière te verwijderen, geef dan aan of er doeltreffende risicobeperkende maatregelen zijn genomen of gepland om de stroomopwaartse en stroomafwaartse migratie van inheemse vissoorten te waarborgen, die nodig zijn om een goede ecologische toestand of een goed ecologisch potentieel overeenkomstig de kaderrichtlijn water te bereiken (facultatief).

Dit geldt alleen voor barrières voor longitudinale verbondenheid (aangeduid als de soorten barrières a) tot en met e) in veld A4.4) die volgens de planning niet verwijderd zullen worden (aangeduid als soort barrière e) in veld A4.8.1).

Selecteer twee van de volgende opties (één voor de stroomopwaartse en één voor de stroomafwaartse migratie):

a)

stroomopwaartse migratie is mogelijk (of is gepland om mogelijk te zijn) voor alle soorten

b)

stroomopwaartse migratie is alleen mogelijk (of is gepland om mogelijk te zijn) voor bepaalde soorten

c)

stroomopwaartse migratie is onmogelijk en er zijn geen plannen om deze mogelijk te maken

d)

stroomafwaartse migratie is mogelijk (of is gepland om mogelijk te zijn) voor alle soorten

e)

stroomafwaartse migratie is alleen mogelijk (of is gepland om mogelijk te zijn) voor bepaalde soorten

f)

stroomafwaartse migratie is onmogelijk en er zijn geen plannen om deze mogelijk te maken

g)

stroomopwaartse migratie: niet van toepassing <licht toe>

h)

stroomafwaartse migratie: niet van toepassing <licht toe>

A4.8.3.

Als er plannen zijn om de barrière te verwijderen, of als de barrière al is verwijderd, vermeld dan tot welke doelstelling het verwijderen van de barrière bijdraagt

Kies een of meer van de volgende opties:

a)

artikel 4, lid 1 — verbeteren van de toestand van de in bijlage I opgenomen habitattypen

b)

artikel 4, lid 4 — opnieuw ontwikkelen van de in bijlage I opgenomen habitattypen

c)

artikel 4, lid 3 — verbeteren van de kwaliteit en kwantiteit van habitats van soorten

d)

artikel 4, lid 10 — verbeteren van de verbindingen tussen de in bijlage I opgenomen habitattypen

e)

artikel 9, lid 1 —uiterlijk in 2030 van minstens 25 000  km rivieren weer vrij stromende rivieren maken in de Unie, ten opzichte van 2020

f)

artikel 9, lid 3 — verbeteren van de natuurlijke functies van de betrokken overstromingsgebieden

g)

bescherming tegen overstromingen (inclusief klimaatbestendigheid)

h)

verbeteren van de ecologische toestand of het ecologisch potentieel van het waterlichaam overeenkomstig de kaderrichtlijn water (2000/60/EG).

j)

overige — specificeer <vrije tekst>


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/912/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)