European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/779

15.4.2025

BESLUIT (GBVB) 2025/779 VAN DE RAAD

van 14 april 2025

tot wijziging van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 8 december 2008 heeft de Raad Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB (1) vastgesteld, dat een actualisering betekende en in de plaats kwam van de gedragscode van de Europese Unie betreffende wapenuitvoer, die de Raad op 8 juni 1998 had aangenomen.

(2)

Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB bevat de criteria inzake buitenlands en veiligheidsbeleid die elke lidstaat moet hanteren bij het beoordelen — per geval — van aanvragen inzake uitvoervergunningen. Sinds de vaststelling van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB hebben zich, zowel op internationaal als op Unieniveau, een aantal ontwikkelingen voorgedaan die ertoe nopen die criteria te herzien en nieuwe verplichtingen en verbintenissen op te leggen voor de beoordeling van aanvragen inzake uitvoervergunningen.

(3)

Op 16 september 2019 heeft de Raad conclusies aangenomen over de evaluatie van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB, waarin de Groep export van conventionele wapens (Coarm) wordt opgedragen de uitvoering van dat Gemeenschappelijk Standpunt opnieuw te evalueren.

(4)

In artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie is bepaald dat het internationaal optreden van de Unie berust en is gericht op de wereldwijde verspreiding van de beginselen die aan de oprichting van de Unie ten grondslag liggen. Dit betreft democratie, de rechtsstaat, de universaliteit en de ondeelbaarheid van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de menselijke waardigheid, de beginselen van gelijkheid en solidariteit en de naleving van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht.

(5)

Overeenkomstig artikel 21, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie beijvert de Unie zich voor een hoge mate van samenwerking op alle gebieden van de internationale betrekkingen, onder meer ter consolidering en ondersteuning van de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de beginselen van het internationaal recht, en ter handhaving van de vrede en de internationale veiligheid.

(6)

Overeenkomstig artikel 21, lid 3, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de Europese Unie ziet de Unie toe op de samenhang tussen de diverse onderdelen van haar externe optreden. In dit verband neemt de Raad onder meer nota van Verordeningen (EU) 2021/821 (2) en (EU) 2025/41 (3) van het Europees Parlement en de Raad.

(7)

Teneinde dit Gemeenschappelijk Standpunt zo doeltreffend mogelijk te maken, moeten lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid streven naar versterking van hun samenwerking en bevordering van hun convergentie op het gebied van de uitvoer van militaire goederen en technologie, onder meer door relevante informatie uit te wisselen, waaronder informatie over specifieke bestemmingen, kennisgevingen van weigering, wapenuitvoerbeleid en, in voorkomend geval, toezicht op het eindgebruik, door overleg te plegen over hun risicobeoordeling, en door na te gaan welke maatregelen zouden kunnen worden genomen om de convergentie verder te intensiveren en de eenheid en samenhang in het externe optreden van de Unie te bevorderen.

(8)

Daarom is het passend de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van voorschriften voor het verlenen van uitvoervergunningen verder te versterken en convergentie op het gebied van de uitvoer van militaire goederen en technologie te bevorderen. Het is ook noodzakelijk herziene criteria vast te leggen en te handhaven aan de hand waarvan de controle op de overdracht van dergelijke technologie moet worden beoordeeld. Deze doelen kunnen worden bereikt door Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB te actualiseren om te zorgen voor hoge gemeenschappelijke normen bij de uitvoering van de controle op de overdracht van dergelijke goederen en technologie.

(9)

Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB moet daarom worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB wordt als volgt gewijzigd:

1)

artikel 2 wordt vervangen door:

“Artikel 2

Criteria

1.   Criterium 1: Naleving van de internationale verplichtingen en verbintenissen van de lidstaten, in het bijzonder de door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties of de Europese Unie vastgestelde beperkende maatregelen, overeenkomsten inzake non-proliferatie en andere onderwerpen, alsmede van andere internationale verplichtingen en verbintenissen.

Een uitvoervergunning wordt geweigerd indien de goedkeuring ervan strijdig zou zijn met de internationale verplichtingen en verbintenissen van de lidstaten, waaronder:

a)

de verplichtingen van de lidstaten en de door hen aangegane verbintenissen om wapenembargo’s van de Verenigde Naties, de Europese Unie en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa te doen naleven;

b)

de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens, het Verdrag inzake biologische en toxinewapens en het Verdrag inzake chemische wapens;

c)

de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van het Conventionelewapensverdrag en de relevante protocollen in bijlage daarbij;

d)

de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van het Wapenhandelsverdrag;

e)

de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van het Verdrag inzake het verbod van het gebruik, de aanleg van voorraden, de productie en de overdracht van antipersoneelmijnen en inzake de vernietiging van deze wapens (het Verdrag van Ottawa);

f)

de verbintenissen van de lidstaten uit hoofde van het Actieprogramma ter voorkoming, bestrijding en uitroeiing van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten;

g)

de verbintenissen van de lidstaten binnen het raamwerk van het mondiaal kader voor het beheer van conventionele munitie gedurende de gehele levenscyclus;

h)

de verbintenissen van de lidstaten binnen het raamwerk van de Australische Groep, het Missile Technology Control Regime, het Comité-Zangger, de Groep van Nucleaire Exportlanden, het Wassenaar Arrangement en de Haagse Gedragscode tegen de verspreiding van ballistische raketten.

2.   Criterium 2: Eerbiediging van de mensenrechten in het land van eindbestemming en naleving van het internationaal humanitair recht door dat land.

De lidstaten evalueren de houding van het ontvangende land ten opzichte van belangrijke, in internationale mensenrechteninstrumenten vastgelegde beginselen, met inbegrip van de mensenrechten in dat land, en

a)

weigeren een uitvoervergunning indien er een duidelijk risico bestaat dat de uit te voeren militaire goederen of technologie kunnen worden gebruikt voor het toepassen of faciliteren van binnenlandse onderdrukking, ernstige daden van op gender gebaseerd geweld of ernstige daden van geweld tegen vrouwen en kinderen of andere ernstige schendingen van de mensenrechten;

b)

gaan zeer zorgvuldig te werk wanneer zij per geval en rekening houdend met de aard van de militaire goederen of technologie, vergunningen afgeven voor landen waar door de ter zake bevoegde instanties van de Verenigde Naties, de Europese Unie of de Raad van Europa ernstige schendingen van de mensenrechten zijn geconstateerd.

Met goederen of technologie die voor binnenlandse onderdrukking kunnen worden gebruikt, wordt hier onder meer bedoeld goederen of technologie waarvan bewezen is dat zulke of soortgelijke goederen of technologie voor binnenlandse onderdrukking zijn gebruikt door de beoogde eindgebruiker, of die naar mag worden aangenomen een andere bestemming zullen krijgen dan officieel is verklaard en gebruikt zullen worden voor binnenlandse onderdrukking. Overeenkomstig artikel 1 wordt de aard van de goederen of technologie zorgvuldig onderzocht, in het bijzonder indien ze bedoeld zijn voor binnenlandse veiligheidsdoeleinden. Binnenlandse onderdrukking omvat onder meer foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing, standrechtelijke of willekeurige executies, verdwijningen, willekeurige gevangenneming en andere ernstige schendingen van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden die staan omschreven in de desbetreffende internationale mensenrechteninstrumenten, waaronder de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

De lidstaten evalueren de houding van het ontvangende land ten opzichte van belangrijke, in instrumenten van internationaal humanitair recht vastgelegde beginselen en de eerbiediging van het internationaal humanitair recht, en:

c)

weigeren een uitvoervergunning indien er een duidelijk risico bestaat dat de uit te voeren militaire goederen of technologie gebruikt kunnen worden bij het begaan of faciliteren van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht, onder andere tegen groepen die op grond van het internationaal humanitair recht beschermd zijn, zoals vrouwen en kinderen.

3.   Criterium 3: Interne situatie van het land van eindbestemming ten gevolge van spanningen of gewapende conflicten.

De lidstaten weigeren een uitvoervergunning voor militaire goederen of technologie waardoor gewapende conflicten worden uitgelokt of verlengd dan wel bestaande spanningen of gewapende conflicten in het land van eindbestemming worden verergerd, onverminderd de legitieme en rechtmatige veiligheid en defensie van dat land.

4.   Criterium 4: Handhaving van vrede, veiligheid en stabiliteit in de regio.

De lidstaten weigeren een uitvoervergunning indien er een duidelijk risico bestaat dat het beoogde ontvangende land de uit te voeren militaire goederen of technologie voor agressie jegens een ander land gebruikt of er kracht mee wil bijzetten aan territoriale aanspraken. Bij het afwegen van deze risico’s houden de lidstaten onder andere rekening met:

a)

het bestaan of de waarschijnlijkheid van een gewapend conflict tussen het ontvangende en een ander land;

b)

eventuele aanspraken op grondgebied door een ontvangend land dat in het verleden met geweld heeft gepoogd die aanspraken te doen gelden, of waarvoor het met geweld heeft gedreigd;

c)

de waarschijnlijkheid dat de militaire goederen of technologie voor een ander doeleinde gebruikt zullen worden dan de legitieme nationale veiligheid en verdediging van het ontvangende land of de uitoefening van het inherente recht op zelfverdediging van het ontvangende land overeenkomstig het internationaal recht, dat is verankerd in artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties;

d)

de noodzaak de regionale stabiliteit niet sterk in negatieve zin te beïnvloeden.

5.   Criterium 5: Nationale veiligheid van de lidstaten, van de gebieden waarvan een van de lidstaten de buitenlandse betrekkingen behartigt, alsmede van bevriende of geallieerde landen.

De lidstaten houden rekening met:

a)

de mogelijke gevolgen van de uit te voeren militaire goederen of technologie voor hun eigen defensie- en veiligheidsbelangen alsmede die van andere lidstaten, die van bevriende en geallieerde landen, onverminderd de toepassing van de criteria inzake de naleving van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht alsook inzake de regionale vrede, veiligheid en stabiliteit;

b)

het risico dat de betrokken militaire goederen of technologie tegen de eigen troepen of die van lidstaten of van bevriende of geallieerde landen gebruikt worden.

6.   Criterium 6: Gedrag van het kopende of ontvangende land jegens de internationale gemeenschap, met name de houding van dat land tegenover terrorisme, de aard van zijn bondgenootschappen en de eerbiediging van het internationaal recht.

De lidstaten houden onder andere rekening met de mate waarin het kopende of ontvangende land in het verleden:

a)

het terrorisme en de internationaal georganiseerde criminaliteit heeft gesteund of aangemoedigd;

b)

zijn internationale verbintenissen, in het bijzonder wat betreft het niet-gebruiken van geweld, en het internationaal humanitair recht heeft nageleefd;

c)

zich heeft gecommitteerd aan non-proliferatie en andere aspecten van wapenbeheersing en ontwapening, met name door ondertekening, ratificatie en implementatie van de in punten b) tot en met d) van criterium 1 genoemde verdragen op dat gebied.

7.   Criterium 7: Gevaar dat de militaire goederen of technologie in het ontvangende land een andere bestemming krijgen of onder ongewenste voorwaarden opnieuw worden uitgevoerd.

Bij het beoordelen van de impact op het ontvangende land van de uit te voeren militaire goederen of technologie en van het risico dat deze goederen of technologie een andere, ongewenste eindgebruiker of een ander ongewenst eindgebruik krijgen, wordt rekening gehouden met:

a)

de legitieme belangen inzake defensie en binnenlandse veiligheid van het ontvangende land, inclusief deelname aan VN- of andere vredeshandhavingsoperaties;

b)

het technische vermogen van het ontvangende land om de goederen of technologie te gebruiken en te beschermen;

c)

het vermogen van het ontvangende land om effectieve uitvoercontroles te verrichten, ook wanneer het bij de uit te voeren militaire goederen of technologie gaat om goederen die zullen worden verwerkt in producten voor latere uitvoer door het ontvangende land;

d)

het risico dat de goederen of technologie opnieuw worden uitgevoerd naar ongewenste bestemmingen en de mate waarin het ontvangende land zich in het verleden heeft gehouden aan wederuitvoerbepalingen of aan wederuitvoer voorafgaande toestemmingen die de uitvoerende lidstaat passend acht op te leggen;

e)

het risico dat de goederen of technologie bij terroristische organisaties of individuele terroristen terechtkomen;

f)

het risico van “reverse engineering” of onbedoelde overdracht van technologie;

g)

het risico dat dergelijke goederen of technologie worden gebruikt om door de Verenigde Naties of door de Europese Unie vastgestelde beperkende maatregelen te omzeilen;

h)

het risico op verergering van conflicten, geweld en illegale activiteiten als gevolg van de specifieke aard van de uit te voeren goederen en technologie, met name met betrekking tot het risico van omleiding van handvuurwapens en lichte wapens.

8.   Criterium 8: Compatibiliteit van de uitvoer van militaire goederen of technologie met de technische en economische capaciteit van het land van eindbestemming, rekening houdend met de wenselijkheid dat de staten aan hun legitieme behoeften inzake veiligheid en defensie voldoen met zo gering mogelijke aanwending van menselijk en economisch potentieel voor bewapening.

In het licht van informatie uit goede bron, bijvoorbeeld rapporten van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties, de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, stellen de lidstaten zich de vraag of de voorgestelde uitvoer ernstig afbreuk zou doen aan de duurzame ontwikkeling van het land van eindbestemming. In dit verband beoordelen zij de hoogte van de militaire uitgaven van dat land ten opzichte van de sociale uitgaven, waarbij ook rekening wordt gehouden met steun van de Unie en bilaterale steun.”

;

2)

artikel 5 wordt vervangen door:

“Artikel 5

Uitvoervergunningen worden uitsluitend toegekend op basis van betrouwbare voorafgaande kennis betreffende het eindgebruik in het land van eindbestemming. Daartoe zal in het algemeen een grondig gecontroleerd eindgebruikerscertificaat of passende documentatie en/of een of andere, door het land van eindbestemming afgegeven, officiële machtiging vereist zijn. De lidstaten kunnen andere instrumenten voor toezicht op eindgebruikers hanteren, onder meer door van eindgebruikers te vereisen dat ze met specifieke verificatiemechanismen instemmen. Bij de beoordeling van aanvragen inzake vergunningen voor de uitvoer van militaire goederen of technologie bestemd voor productie in derde landen, houden de lidstaten in het bijzonder rekening met het potentiële gebruik van het eindproduct in het producerende land en met het risico dat het eindproduct kan worden afgeleid of uitgevoerd naar een ongewenste eindgebruiker.”

;

3)

artikel 6 wordt vervangen door:

“Artikel 6

Onverminderd Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad (*1), gelden de criteria in artikel 2 van dit Gemeenschappelijk Standpunt en de raadplegingsprocedure van artikel 4 van dit Gemeenschappelijk Standpunt ook voor de lidstaten met betrekking tot goederen en technologie voor tweeërlei gebruik als vermeld in bijlage I bij Verordening (EU) 2021/821 wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de eindgebruiker van dergelijke goederen en technologie de strijdkrachten of de binnenlandse veiligheidsdienst of vergelijkbare entiteiten in het betrokken land zullen zijn. Wanneer in dit Gemeenschappelijk Standpunt wordt verwezen naar militaire goederen of technologie, worden hieronder ook dergelijke goederen en technologie verstaan.

(*1)  Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot instelling van een Unieregeling voor controle op de uitvoer, de tussenhandel, de technische bijstand, de doorvoer en de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik (PB L 206 van 11.6.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/821/oj).”;"

4)

artikel 7 wordt vervangen door:

“Artikel 7

1.   Teneinde dit Gemeenschappelijk Standpunt zo doeltreffend mogelijk te maken, streven de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) naar versterking van hun samenwerking en bevordering van hun convergentie op het gebied van de uitvoer van militaire goederen en technologie, onder meer door relevante informatie uit te wisselen, waaronder informatie over specifieke bestemmingen, kennisgevingen van weigering, wapenuitvoerbeleid en, in voorkomend geval, toezicht op het eindgebruik, door overleg te plegen over hun risicobeoordeling, en door na te gaan welke maatregelen zouden kunnen worden genomen om de convergentie te intensiveren en de eenheid en samenhang in het externe optreden van de Unie te bevorderen.

2.   Om convergentie te bevorderen en de besluitvorming over de uitvoer van gezamenlijk gefinancierde en geproduceerde militaire goederen of technologie te vergemakkelijken, kunnen de lidstaten die aan een gezamenlijk defensieproject deelnemen, daartoe gebruikmaken van faciliterende mechanismen. De lidstaten die deelnemen aan een gezamenlijk defensieproject worden aangemoedigd om met elkaar te overleggen over hun risicobeoordeling.”

;

5)

artikel 15 wordt vervangen door:

“Artikel 15

Dit Gemeenschappelijk Standpunt wordt uiterlijk op 15 april 2030 geëvalueerd.”.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Luxemburg, 14 april 2025.

Voor de Raad

De voorzitter

K. KALLAS


(1)  Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie (PB L 335 van 13.12.2008, blz. 99, ELI: http://data.europa.eu/eli/compos/2008/944/oj).

(2)  Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot instelling van een Unieregeling voor controle op de uitvoer, de tussenhandel, de technische bijstand, de doorvoer en de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik (PB L 206 van 11.6.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/821/oj).

(3)  Verordening (EU) 2025/41 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2024 betreffende maatregelen voor de invoer, uitvoer en doorvoer van vuurwapens, essentiële onderdelen en munitie, tot uitvoering van artikel 10 van het Protocol van de Verenigde Naties tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, delen en onderdelen daarvan en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (VN-Vuurwapenprotocol) (PB L, 2025/41, 22.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/41/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/779/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)