European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/719

15.4.2025

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/719 VAN DE COMMISSIE

van 14 april 2025

tot onderwerping van de invoer van bepaalde regenboogforel van oorsprong uit Turkije aan registratie na de heropening van het onderzoek ter uitvoering van het arrest van 5 februari 2025 in zaak T-122/23 met betrekking tot Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2390 van de Commissie

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (de “basisverordening”), en met name artikel 24,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

1.1.   Vaststelling van maatregelen

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/309 (2) heeft de Commissie definitieve compenserende rechten ingesteld op bepaalde regenboogforel van oorsprong uit Turkije (“het oorspronkelijke onderzoek”).

(2)

Op 4 juni 2018 heeft de Commissie bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/823 (3) naar aanleiding van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek naar subsidiëring van alle producenten-exporteurs overeenkomstig artikel 19 van de basisverordening besloten de in het oorspronkelijke onderzoek vastgestelde maatregelen te handhaven.

(3)

Naar aanleiding van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek overeenkomstig artikel 19 van de basisverordening heeft de Commissie op 15 mei 2020 bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/658 (4) de hoogte van het compenserende recht voor één producent-exporteur gewijzigd.

(4)

Op 25 mei 2021 heeft de Commissie, na een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, de in het oorspronkelijke onderzoek vastgestelde maatregelen (zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/658) bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/823 (5) met nog eens vijf jaar verlengd.

(5)

Op 8 december 2022 heeft de Commissie naar aanleiding van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2390 (6) (“de litigieuze verordening”) bekendgemaakt.

1.2.   Arrest van het Gerecht van de Europese Unie

(6)

Op 6 maart 2023 hebben Ege İhracatçıları Birliği (exporteursvereniging van de Egeïsche Zee), Akdeniz İhracatçıları Birliği (exporteursvereniging van de Middellandse Zee), İstanbul İhracatçıları Birliği (exporteursvereniging van Istanbul), Doğu Karadeniz İhracatçıları Birliği (exporteursvereniging van de oostelijke Zwarte Zee) en Denizli İhracatçıları Birliği (exporteursvereniging van Denizli) samen met hun leden (“verzoekers”) bij het Gerecht van de Europese Unie (“het Gerecht”) beroep tot nietigverklaring van de litigieuze verordening ingesteld.

(7)

Ter ondersteuning van hun beroep voerden verzoekers zeven middelen aan. Het eerste middel was ontleend aan schending van artikel 1, lid 1, artikel 3, lid 2, artikel 5 en artikel 7 van de basisverordening, voor zover de Commissie geen doorberekeningsanalyse heeft uitgevoerd met betrekking tot de subsidie per kg aangekochte forel.

(8)

Het tweede middel was ontleend aan schending van artikel 22, lid 6, van de basisverordening, voor zover de Commissie een nieuwe methode heeft toegepast voor de berekening van het subsidiebedrag per kg aangekochte forel.

(9)

Het derde middel was ontleend aan schending van artikel 1, lid 1, artikel 3, lid 2, artikel 5 en artikel 7 van de basisverordening, voor zover de Commissie kennelijke beoordelingsfouten heeft gemaakt bij de berekening van het subsidiebedrag per kg aangekochte forel.

(10)

Het vierde middel was ontleend aan schending van artikel 22, lid 6, van de basisverordening, voor zover de Commissie de methode voor de berekening van het subsidiebedrag per kg aangekochte forel heeft gewijzigd door in die berekening grote forel op te nemen.

(11)

Het vijfde middel was ontleend aan schending van artikel 1, lid 1, artikel 3, lid 2, artikel 5 en artikel 7 van de basisverordening, voor zover de Commissie grote forel heeft opgenomen in de berekening van het subsidiebedrag per kg aangekochte forel, hoewel de compenserende maatregelen geen betrekking hadden op grote forel.

(12)

Het zesde middel was ontleend aan schending van artikel 3 van de basisverordening, voor zover de Commissie ten onrechte heeft vastgesteld dat bepaalde uitvoergerelateerde leningen die door particuliere banken aan Gümüșdoğa Su Ürünleri Üretim İhracat ve İthalat AŞ (“Gümüșdoğa”) zijn toegekend, aan de Turkse overheid moeten worden toegerekend.

(13)

Het zevende en laatste middel was ontleend aan schending van artikel 5 en artikel 7, leden 2 en 4, van de basisverordening, voor zover de Commissie bij de berekening van het subsidiebedrag van Gümüșdoğa kennelijke beoordelingsfouten heeft gemaakt.

(14)

Op 5 februari 2025 wees het Gerecht een arrest (7) waarbij de litigieuze verordening ten dele nietig werd verklaard voor zover zij betrekking heeft op de verzoekers, met uitzondering van Özpekler İnșaat Taahhüt Dayanıklı Tüketim Malları Su Ürünleri Sanayi ve Ticaret Ltd Șirketi en Selina Balık İșleme Tesisi İthalat İhracat Ticaret AȘ.

(15)

Het Gerecht stelde vast dat de Commissie twee beoordelingsfouten had gemaakt die van invloed waren op het bedrag van het vastgestelde voordeel, namelijk het voordeel uit hoofde van “steun voor tentoonstellingen” en het voordeel uit hoofde van “steun voor de exporteursvereniging van de Egeïsche Zee”.

2.   GRONDEN VOOR REGISTRATIE

(16)

De Commissie heeft onderzocht of het passend is de invoer van het betrokken product te onderwerpen aan registratie. In dat verband hield zij rekening met het volgende.

(17)

Artikel 266 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (“VWEU”) bepaalt dat de instellingen de maatregelen moeten nemen die nodig zijn ter uitvoering van arresten. Indien een door de instellingen in het kader van een bestuurlijke procedure, zoals een antisubsidieonderzoek, vastgestelde handeling nietig wordt verklaard, wordt aan een arrest van het Gerecht uitvoering gegeven door de nietig verklaarde handeling te vervangen door een nieuwe waarin de door het Gerecht vastgestelde onwettigheid wordt opgeheven (8).

(18)

Volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (“het Hof”) mag de procedure ter vervanging van de nietig verklaarde handeling worden hervat op het precieze punt waarop de onwettigheid is ontstaan (9). Dit houdt met name in dat wanneer een handeling tot afsluiting van een bestuurlijke procedure nietig wordt verklaard, de nietigverklaring niet noodzakelijkerwijs betrekking heeft op de voorbereidende handelingen, zoals die tot inleiding van de antisubsidieprocedure.

(19)

Wanneer bijvoorbeeld een verordening tot instelling van definitieve antisubsidiemaatregelen nietig wordt verklaard, betekent dit dat de antisubsidieprocedure na de nietigverklaring nog hangende is, aangezien de handeling tot afsluiting van de procedure uit de rechtsorde van de Unie is verdwenen (10), tenzij de onwettigheid al in het stadium van de inleiding heeft plaatsgevonden.

(20)

In het bericht van heropening (11) stelde de Commissie dat zij, nu de onwettigheid niet in het stadium van de inleiding maar tijdens het onderzoek heeft plaatsgevonden, had besloten het tussentijds nieuw onderzoek te heropenen en het te hervatten op het punt waarop de onregelmatigheid heeft plaatsgevonden.

(21)

Volgens de rechtspraak van het Hof kunnen de hervatting van de bestuurlijke procedure en het eventuele opnieuw instellen van rechten niet in strijd met het verbod van terugwerkende kracht worden geacht (12). Het bericht van heropening stelde belanghebbenden, met inbegrip van importeurs, ervan in kennis dat eventueel verschuldigde toekomstige rechten zullen voortvloeien uit de bevindingen van dit nieuwe onderzoek.

(22)

Op basis van haar nieuwe bevindingen en de uitkomst van het heropende onderzoek, die in dit stadium onbekend is, kan de Commissie een verordening vaststellen tot herziening van de toepasselijke rechten, indien dit gerechtvaardigd is. Die eventuele herziene rechten zullen gelden met ingang van de datum waarop de litigieuze verordening in werking is getreden.

(23)

Daartoe heeft de Commissie de nationale douaneautoriteiten verzocht de resultaten van het heronderzoek af te wachten voordat zij een besluit nemen over verzoeken om terugbetaling betreffende de compenserende rechten die het Gerecht nietig heeft verklaard. De douaneautoriteiten moeten de behandeling van verzoeken om terugbetaling van de nietig verklaarde rechten dus uitstellen tot de resultaten van het heronderzoek zijn bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(24)

Mocht het heropende onderzoek ertoe leiden dat opnieuw maatregelen worden ingesteld, dan moeten ook rechten worden geïnd voor de periode waarin het heropende onderzoek liep.

(25)

Dienaangaande merkt de Commissie op dat artikel 24, lid 5, van de basisverordening in registratie voorziet als een middel om ervoor te zorgen dat maatregelen naderhand kunnen worden toegepast op invoer vanaf de datum van registratie. In dit geval acht de Commissie het passend de invoer te registreren teneinde de inning van compenserende rechten na de herziening ervan overeenkomstig het arrest van het Gerecht vergemakkelijken (13).

(26)

Overeenkomstig de rechtspraak van het Hof (14) zijn, anders dan bij registratie gedurende de periode vóór de instelling van voorlopige maatregelen, de voorwaarden van artikel 16, lid 4, van de basisverordening niet van toepassing op het onderhavige geval.

(27)

Registratie in de context van de uitvoering van uitspraken van het Gerecht heeft immers niet tot doel de in die bepalingen geregelde retroactieve inning van handelsbeschermingsrechten mogelijk te maken. Het doel is veeleer de doeltreffendheid van de bestaande maatregelen te waarborgen, zonder onnodige onderbreking vanaf de datum van inwerkingtreding van de litigieuze verordening tot de herinstelling van de gecorrigeerde rechten, door ervoor te zorgen dat in de toekomst het juiste bedrag van de rechten kan worden geïnd.

(28)

Gezien bovenstaande overwegingen meent de Commissie dat er redenen zijn voor registratie overeenkomstig artikel 24, lid 5, van de basisverordening.

3.   REGISTRATIE

(29)

Op grond van het bovenstaande moet de invoer van het product dat wordt geproduceerd door de in de bijlage vermelde ondernemingen, worden onderworpen aan registratie.

(30)

Zoals in het bericht van heropening is vermeld, zal het uiteindelijke bedrag aan eventueel verschuldigde compenserende rechten vanaf de datum van inwerkingtreding van de litigieuze verordening uit de bevindingen van het nieuwe onderzoek voortvloeien.

(31)

Voor de periode tussen de bekendmaking van het bericht van heropening en de datum van inwerkingtreding van de resultaten van het heropende onderzoek mogen echter geen hogere rechten worden geïnd dan die welke zijn vastgesteld in de litigieuze verordening.

(32)

De compenserende rechten die thans van toepassing zijn op de in de bijlage vermelde ondernemingen variëren van 3,4 % tot 4,4 %,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De douaneautoriteiten nemen overeenkomstig artikel 24, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1037 passende maatregelen om de invoer van bepaalde regenboogforel, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 0301 91 90 , ex 0302 11 80 , ex 0303 14 90 , ex 0304 42 90 , ex 0304 82 90 , ex 0305 43 00 en ex 1604 19 10 (Taric-codes 0301 91 90 11, 0302 11 80 11, 0303 14 90 11, 0304 42 90 10, 0304 82 90 10, 0305 43 00 11 en 1604 19 10 11), van oorsprong uit de Republiek Turkije en geproduceerd door de in de bijlage vermelde ondernemingen, te registreren.

2.   De registratie wordt negen maanden na de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening beëindigd.

3.   De compenserende rechten die kunnen worden geïnd op bepaalde regenboogforel, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 0301 91 90 , ex 0302 11 80 , ex 0303 14 90 , ex 0304 42 90 , ex 0304 82 90 , ex 0305 43 00 en ex 1604 19 10 (Taric-codes 0301 91 90 11, 0302 11 80 11, 0303 14 90 11, 0304 42 90 10, 0304 82 90 10, 0305 43 00 11 en 1604 19 10 11), van oorsprong uit de Republiek Turkije en geproduceerd door de in de bijlage vermelde ondernemingen, mogen tussen de heropening van het onderzoek en de datum van inwerkingtreding van de resultaten van het heropende onderzoek niet hoger zijn dan de rechten die zijn ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2390.

4.   De nationale douaneautoriteiten wachten de bekendmaking van de uitvoeringsverordening van de Commissie tot het opnieuw instellen van de rechten af voordat zij een besluit nemen over verzoeken om terugbetaling of kwijtschelding van compenserende rechten betreffende invoer die in verband staat met in de bijlage vermelde ondernemingen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 april 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 55, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/1037/oj.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/309 van de Commissie van 26 februari 2015 tot instelling van een definitief compenserend recht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaalde regenboogforel van oorsprong uit Turkije (PB L 56 van 27.2.2015, blz. 12, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2015/309/oj).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2018/823 van de Commissie van 4 juni 2018 tot beëindiging van het gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoek van de compenserende maatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde regenboogforel van oorsprong uit de Republiek Turkije (PB L 139 van 5.6.2018, blz. 14, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2018/823/oj).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) 2020/658 van de Commissie van 15 mei 2020 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/309 tot instelling van een definitief compenserend recht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaalde regenboogforel van oorsprong uit Turkije naar aanleiding van een tussentijds nieuw onderzoek op grond van artikel 19, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 155 van 18.5.2020, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2020/658/oj).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/823 van de Commissie van 20 mei 2021 tot instelling van een definitief compenserend recht op bepaalde regenboogforel van oorsprong uit Turkije naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 18 van Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 183 van 25.5.2021, blz. 5, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2021/823/oj).

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2390 van de Commissie van 7 december 2022 tot wijziging van het bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/823 ingestelde definitieve compenserende recht op bepaalde regenboogforel van oorsprong uit Turkije naar aanleiding van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek op grond van artikel 19 van Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 8.12.2022, blz. 52, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/2390/oj).

(7)  Arrest van 5 februari 2025, Ege İhracatçıları Birliği e.a./Commissie, T-122/23, ECLI:EU:T:2025:133.

(8)  Arrest van het Hof van 26 april 1988, Asteris AE e.a. en Helleense Republiek/Commissie, gevoegde zaken C-97/86, C-99/86, C-193/86 en C-215/86, Jurispr. 1988, blz. 2181, punten 27 en 28.

(9)  Arresten van het Hof van 12 november 1998, Spanje/Commissie, C-415/96, Jurispr. 1998, blz. I-6993, punt 31, en 3 oktober 2000, Industrie des poudres sphériques/Raad, C-458/98 P, Jurispr. 2000, blz. I-8147, punten 80-85; arresten van het Gerecht van 9 juli 2008, Alitalia/Commissie, T-301/01, Jurispr. 2008, blz. II-1753, punten 99 en 142, en 12 mei 2011, Région Nord-Pas-de-Calais/Commissie, T-267/08 en T-279/08, Jurispr. 2011, blz. II-0000, punt 83.

(10)  Arresten van het Hof van 12 november 1998, Spanje/Commissie, C-415/96, Jurispr. 1998, blz. I-6993, punt 31, en 3 oktober 2000, Industrie des poudres sphériques/Raad, C-458/98 P, Jurispr. 2000, blz. I-8147, punten 80-85.

(11)   PB C, C/2025/2264, 15.4.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/2264/oj.

(12)  Arresten van het Hof van 15 maart 2018, Deichmann, C-256/16, punt 79, en 19 juni 2019, C & J Clark International, C-612/16, punt 5.

(13)  Arrest van het Gerecht van 1 juni 2022, Jindal Saw/Commissie, T-440/20, ECLI:EU:T:2022:318, punten 154-159.

(14)  Arresten van het Hof van 15 maart 2018, Deichmann, C-256/16, punt 79, en 19 juni 2019, C & J Clark International, C-612/16, punt 58.


BIJLAGE

Turkse producenten-exporteurs van wie de invoer moet worden geregistreerd:

Naam

Aanvullende Taric-code

Fishark Su Ürünleri Üretim ve Sanayi Ticaret A.Ş.

B985

Gümüşdoga Su Ürünleri Üretim Ihracat Ithalat AŞ

B964

Abalıoğlu Balık ve Gıda Ürünleri A.Ş.

B968

Alima Su Ürünleri ve Gıda Sanayi Ticaret A.Ş.

B974

Bağcı Balık Gıda ve Enerji Üretimi San ve Tic. A.Ş.

B977

Baypa Bayhan Su Urunleri San. Ve Tic. A.S.

C890

Ertug Balik Uretim Tesisi A.S. en More Su Urunleri A.S.

C891

Kemal Balıkçılık Ihracat Ltd Şti.

B981

Deniz Ürünleri Üretimi İhracat İthalat ve Ticaret A.Ș.

B965

Kuzuoğlu Su Ürünleri Sanayi ve Ticaret A.Ş.

89MI

Lazsom Su Urunleri Gida Uretim Pazarlama Sanayi Ve Ticaret Limited Sirketi

C892

Liman Entegre Balıkçılık San ve Tic. Ltd Şti.

B982

Ömer Yavuz Balikcilik Su Ürünleri San. Tic. Ltd Sti.

B984

Premier Kultur Balikciligi Yatirim Ve Pazarlama A.S

C893

Uluturhan Balikçilik Turizm Ticaret Limited Şirketi

C894

Yavuzlar Otomotiv Balikcilik San.Tic.LtdSti.

C895

Alle andere ondernemingen

B999


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/719/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)