European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/627

31.3.2025

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/627 VAN DE COMMISSIE

van 28 maart 2025

tot vaststelling, overeenkomstig Verordening (EU) 2024/573 van het Europees Parlement en de Raad, van minimumvoorschriften voor certificaten van natuurlijke personen en de voorwaarden voor de wederzijdse erkenning van dergelijke certificaten op het gebied van de installatie, het onderhoud of de service, de reparatie of de buitendienststelling van gefluoreerde broeikasgassen bevattende stationaire elektrische schakelinrichtingen en de terugwinning van gefluoreerde broeikasgassen uit stationaire elektrische schakelinrichtingen, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2066 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2024/573 van het Europees Parlement en de Raad van 7 februari 2024 betreffende gefluoreerde broeikasgassen, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 517/2014 (1), en met name artikel 10, lid 8,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2024/573 bevat verplichtingen betreffende de certificering van natuurlijke en rechtspersonen om bepaalde activiteiten uit te voeren waarbij gefluoreerde broeikasgassen of relevante alternatieven betrokken zijn.

(2)

Bij Verordening (EU) 2024/573 zijn nieuwe regels ingevoerd met betrekking tot de installatie, het onderhoud of de service, de reparatie of de buitengebruikstelling van gefluoreerde broeikasgassen bevattende stationaire elektrische schakelinrichtingen en de terugwinning van gefluoreerde broeikasgassen uit stationaire elektrische schakelinrichtingen. De nieuwe regels hebben met name betrekking op een uitgebreide lijst van stoffen.

(3)

Daarom moeten, overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EU) 2024/573, de minimumvoorschriften voor de certificering van natuurlijke personen worden geactualiseerd met betrekking tot de lijst van stoffen en de vaardigheden en kennis die moeten worden bestreken, en moeten regels voor de certificering en de voorwaarden voor de wederzijdse erkenning van certificaten worden vastgesteld.

(4)

Verordening (EU) 2024/573 heeft Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad (2) vervangen. Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2066 van de Commissie (3) moet derhalve worden ingetrokken.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 34, lid 1, van Verordening (EU) 2024/573 opgerichte comité voor gefluoreerde broeikasgassen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Toepassingsgebied

1.   Deze verordening is van toepassing op natuurlijke personen die de volgende activiteiten uitvoeren:

a)

de installatie, het onderhoud, de service, de reparatie en de buitengebruikstelling van de stationaire elektrische schakelinrichtingen die de in bijlage I, in bijlage II, deel 1, en in bijlage III bij Verordening (EU) 2024/573 vermelde gefluoreerde broeikasgassen bevatten;

b)

de terugwinning van gefluoreerde broeikasgassen uit stationaire elektrische schakelinrichtingen.

2.   Deze verordening is niet van toepassing op de fabricage van stationaire elektrische schakelinrichtingen in de vestigingen van de fabrikant.

Artikel 2

Certificaten voor natuurlijke personen

1.   Natuurlijke personen die de in artikel 1, lid 1, bedoelde activiteiten uitvoeren, zijn houder van een certificaat als bedoeld in artikel 3.

2.   Natuurlijke personen die een van de in artikel 1, lid 1, bedoelde activiteiten verrichten, zijn niet onderworpen aan het voorschrift van lid 1 van dit artikel, mits zij aan de volgende voorwaarden voldoen:

a)

zij zijn ingeschreven voor een opleidingscursus voor het behalen van een certificaat voor de betrokken activiteit, en

b)

zij verrichten de activiteit onder toezicht van een persoon die houder is van een certificaat voor die activiteit en die de volledige verantwoordelijkheid draagt voor de correcte uitvoering van de activiteit.

De in de eerste alinea vastgestelde afwijking is van toepassing voor de duur van de perioden waarin de in artikel 1, lid 1, bedoelde activiteiten worden uitgevoerd, voor een totale duur van ten hoogste 24 maanden.

Artikel 3

Certificering van natuurlijke personen

1.   Een certificeringsinstantie als bedoeld in artikel 4 geeft een certificaat af aan natuurlijke personen die geslaagd zijn voor een door een evalueringsinstantie als bedoeld in artikel 5 georganiseerd theoretisch en praktisch examen over de in bijlage I vastgestelde minimumvaardigheden en -kennis.

2.   Het certificaat bevat ten minste het volgende:

a)

de naam van de certificeringsinstantie, de volledige naam van de houder, een certificaatnummer en de eventuele vervaldatum;

b)

de activiteiten die de houder van het certificaat mag verrichten;

c)

de afgiftedatum en de handtekening van de afgever.

3.   De lidstaten kunnen certificeringsinstanties toestaan om aanvragers vrij te stellen van de verplichting om te slagen voor het in lid 1 bedoelde examen wanneer zij over eerder verworven vaardigheden en kennis beschikken die gelijkwaardig zijn aan de in bijlage I vermelde vaardigheden en kennis.

De lidstaten kunnen certificeringsinstanties toestaan om aanvragers alleen te verplichten een aanvullend examen af te leggen wanneer de eerder verworven vaardigheden en kennis van de aanvrager gedeeltelijk overeenstemmen met de in bijlage I vermelde vaardigheden en kennis.

Artikel 4

Certificeringsinstantie

1.   De lidstaten specificeren in hun nationale wetgeving een certificeringsinstantie die gemachtigd is om certificaten af te geven aan natuurlijke personen die betrokken zijn bij een of meer van de in artikel 1, lid 1, bedoelde activiteiten, of wijzen een autoriteit of autoriteiten aan die bevoegd is of zijn om een dergelijke certificeringsinstantie aan te wijzen.

De certificeringsinstantie voert haar activiteiten op onpartijdige wijze uit.

2.   De certificeringsinstantie stelt procedures in voor de afgifte, opschorting en intrekking van certificaten en past deze toe.

3.   De certificeringsinstantie houdt een register bij aan de hand waarvan de status van een gecertificeerde natuurlijke persoon kan worden gecontroleerd. Dit register toont aan dat het certificeringsproces daadwerkelijk is afgerond. Het register wordt ten minste vijf jaar bewaard.

Artikel 5

Evalueringsinstantie

1.   In elke lidstaat wordt een evalueringsinstantie aangewezen die examens voor de in artikel 1 bedoelde natuurlijke personen organiseert. Certificeringsinstanties als bedoeld in artikel 4 komen eveneens in aanmerking als evalueringsinstantie. De evalueringsinstantie voert haar activiteiten op onafhankelijke en onpartijdige wijze uit.

2.   Examens worden op zodanige wijze gepland en gestructureerd dat de in bijlage I vastgestelde minimumvaardigheden en -kennis worden getoetst. De evalueringsinstantie stelt een examenruimte ter beschikking waar de veiligheid van de kandidaten wordt gewaarborgd.

3.   De evalueringsinstantie keurt rapportageprocedures goed en houdt een register bij waarmee de individuele en algemene resultaten van de evaluatie kunnen worden gedocumenteerd.

4.   De evalueringsinstantie zorgt ervoor dat voor een examen aangewezen examinatoren goed op de hoogte zijn van de relevante examenmethoden en examendocumenten en de nodige competentie bezitten op het gebied waarin moet worden geëxamineerd. De evalueringsinstantie zorgt er eveneens voor dat de nodige apparatuur, instrumenten en materialen beschikbaar zijn voor de praktische examens.

Artikel 6

Voorwaarden voor wederzijdse erkenning

1.   De wederzijdse erkenning van certificaten tussen de lidstaten geldt alleen voor certificaten die overeenkomstig artikel 3 zijn afgegeven voor de in die certificaten vermelde activiteiten.

2.   De lidstaten mogen houders van in een andere lidstaat afgegeven certificaten geen evaluatie- of andere beoordelingsprocedures of onevenredige administratieve eisen opleggen met het oog op de erkenning van deze certificaten of met het oog op het in dienst nemen van houders van deze certificaten voor de daarin vermelde activiteiten.

3.   De lidstaten mogen houders van een in een andere lidstaat afgegeven certificaat om een vertaling vragen van dat certificaat in een andere officiële taal van de Unie.

Artikel 7

Bestaande certificaten, opfriscursussen of evaluatieprocedures

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de in artikel 10, lid 9, van Verordening (EU) 2024/573 voorgeschreven opfriscursussen of evaluatieprocedures de in bijlage I bij deze verordening vermelde praktische en theoretische kennis en vaardigheden van de gecertificeerde natuurlijke personen aantonen.

2.   Krachtens artikel 10, lid 9, van Verordening (EU) 2024/573 zien de lidstaten erop toe dat houders van bestaande certificaten overeenkomstig artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2066 van de Commissie deze certificaten alleen mogen blijven gebruiken als zij hun kennis en vaardigheden verbeteren tot het niveau dat vereist is voor het certificaat als bedoeld in artikel 3 van deze verordening en als vermeld in bijlage I bij deze verordening.

Artikel 8

Intrekking

1.   Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2066 wordt ingetrokken.

2.   Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage II.

Artikel 9

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 maart 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L, 2024/573, 20.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/573/oj.

(2)  Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006 (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 195, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/517/oj).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2066 van de Commissie van 17 november 2015 tot vaststelling, ingevolge Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad, van minimumeisen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning voor de certificering van natuurlijke personen die gefluoreerde broeikasgassen bevattende elektrische schakelinrichtingen installeren, servicen, onderhouden, repareren of buiten dienst stellen of gefluoreerde broeikasgassen terugwinnen uit stationaire elektrische schakelinrichtingen (PB L 301 van 18.11.2015, blz. 22, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2015/2066/oj).


BIJLAGE I

Minimumeisen ten aanzien van de vaardigheden en kennis die de evalueringsinstanties moeten testen

Het in artikel 5 bedoelde examen omvat het volgende:

a)

een theoretische test met een of meer vragen om de vaardigheid of kennis in kwestie te testen, in de kolom “Soort test” aangegeven met (T);

b)

een praktische test waarbij de aanvrager de overeenkomstige taak verricht met de relevante materialen, instrumenten en apparatuur, in de kolom “Soort test” aangegeven met (P).

Nr.

Minimumvaardigheden en -kennis

Soort test

1.

Basiskennis van de toepasselijke EU- en nationale wetgeving, met name de F-gassenverordening. Basiskennis van de relevante milieuproblematiek (klimaatverandering, EU-klimaatdoelstellingen, Overeenkomst van Parijs, wijziging van Kigali van het Protocol van Montreal, aardopwarmingsvermogen van gefluoreerde broeikasgassen, effecten van per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS))

T

2.

Fysische, chemische en milieukenmerken van isolerende en vlamboogdovende gassen/gasmengsels die in elektrische schakelinrichtingen worden gebruikt

T

3.

Inzicht in het ontwerp van elektrische schakelinrichtingen, met inbegrip van de verschillende technologieën voor isolatie en vlamboogdoven

T

4.

Gassen die worden gebruikt voor isolatie en vlamboogdoven in elektrische schakelinrichtingen en de specifieke procedures om deze veilig te hanteren

T

5.

Testen van de kwaliteit en de mengverhoudingen van isolerende en vlamboogdovende gassen/gasmengsels volgens de desbetreffende industriële normen, detectie van ontledingsproducten en verontreinigingen

T, P

6.

Opslag en vervoer van isolerende en vlamboogdovende gassen/gasmengsels

T

7.

Bediening van terugwinningsapparatuur voor verschillende isolerende en vlamboogdovende gassen/gasmengsels

T, P

8.

Terugwinning van isolerende en vlamboogdovende gassen/gasmengsels en zuivering/regeneratie van teruggewonnen gassen/gasmengsels, indien van toepassing

T, P

9.

Werken aan open gascompartimenten

T, P

10.

Hergebruik en verwijdering van verschillende isolerende en vlamboogdovende gassen/gasmengsels en verschillende categorieën hergebruik

T

11.

Vermindering van lekkages en methode om lekkagecontroles uit te voeren

T, P

12.

Neutraliseren van bijproducten van isolerende en vlamboogdovende gassen/gasmengsels, indien van toepassing

T

13.

Monitoring van isolerende en vlamboogdovende gassen/gasmengsels, en passende verplichtingen op het gebied van het vastleggen van gegevens op grond van nationale of Uniewetgeving of internationale overeenkomsten

T

14.

Bediening van gasdichte boorsystemen, indien nodig

T, P


BIJLAGE II

Concordantietabel

Verordening (EU) 2015/2066

Deze verordening

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 2, lid 1

Artikel 2, lid 1

Artikel 2, lid 2

Artikel 2, lid 2

Artikel 2, lid 3

Artikel 2, lid 3

Artikel 3, lid 1

Artikel 3, lid 1

Artikel 3, lid 2

Artikel 3, lid 2

Artikel 3, lid 3

Artikel 4, lid 1

Artikel 4, lid 1

Artikel 4, lid 2

Artikel 4, lid 2

Artikel 4, lid 3

Artikel 4, lid 3

Artikel 5, lid 1

Artikel 5, lid 1

Artikel 5, lid 2

Artikel 5, lid 2

Artikel 5, lid 3

Artikel 5, lid 3

Artikel 5, lid 4

Artikel 5, lid 4

Artikel 6, lid 1

Artikel 6, lid 2

Artikel 7, lid 1

Artikel 7, lid 1

Artikel 7, lid 2

Artikel 8

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 9


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/627/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)