European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/517

25.3.2025

VERORDENING (EU) 2025/517 VAN DE RAAD

van 11 maart 2025

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 904/2010 wat betreft de voor het digitale tijdperk noodzakelijke regelingen voor administratieve samenwerking op het gebied van de btw

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 113,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad (3) zijn de voorwaarden vastgesteld waaronder de bevoegde autoriteiten die in de lidstaten met de uitvoering van de wetgeving inzake de belasting over de toegevoegde waarde (btw) belast zijn, onderling en met de Commissie samenwerken om de naleving van die wetgeving te verzekeren. Die voorwaarden behelzen onder andere de regels betreffende de opslag en de uitwisseling, langs elektronische weg, van inlichtingen die zouden kunnen helpen om de btw juist te heffen, om toe te zien op de juiste toepassing van de btw, met name bij intracommunautaire handelingen, en om btw-fraude te bestrijden.

(2)

Bij Richtlijn (EU) 2025/516 van de Raad (4) zijn in Richtlijn 2006/112/EG van de Raad (5) digitalerapportagevereisten opgenomen. Krachtens die vereisten moeten voor btw-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtigen de lidstaten informatie verstrekken over elke intracommunautaire levering van goederen, elke dienst die belastbaar is in een andere lidstaat dan die waar de dienstverrichter is gevestigd en, tenzij de lidstaat gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om belastingplichtigen van de verplichting uit te sluiten, over elke intracommunautaire verwerving van goederen en verwerving van diensten die belastbaar is en waarvoor de afnemer de tot voldoening van de btw gehouden persoon is. De uitwisseling en verwerking van die inlichtingen over intracommunautaire handelingen helpt de lidstaten om toe te zien op de juiste toepassing van de btw en om fraude op te sporen.

(3)

De bestaande samenwerking tussen de belastingautoriteiten van de lidstaten is gebaseerd op de uitwisseling van geaggregeerde informatie tussen nationale elektronische systemen. Met de invoering van de digitalerapportagevereisten wordt beoogd de belastingdiensten tijdig gegevens per handeling te verstrekken ten behoeve van een betere inning van de belasting. Om dergelijke gegevens op efficiënte wijze ter beschikking te stellen van andere belastingdiensten en om de gemeenschappelijke uitvoering en een gemeenschappelijke interpretatie van analyses en kruiscontroles te vergemakkelijken, is een centraal systeem nodig waarin btw-informatie wordt gedeeld.

(4)

Om de lidstaten in staat te stellen btw-fraude doeltreffender te bestrijden, moet de Commissie een elektronisch centraal systeem voor de uitwisseling van btw-informatie (central VAT information exchange system — het “centrale VIES”) opzetten om btw-informatie te delen. Elke lidstaat moet een nationaal elektronisch systeem opzetten om automatisch informatie over intracommunautaire handelingen die zijn gemeld door de desbetreffende leveranciers en dienstverrichters en afnemers in verschillende lidstaten, naar het centrale VIES door te zenden. De lidstaten moeten ook de btw-identificatiegegevens van belastingplichtigen die intracommunautaire handelingen verrichten, met inbegrip van andere btw-identificatienummers die aan een persoon zijn toegekend, automatisch naar het centrale VIES doorzenden. Voorts moeten de lidstaten, telkens wanneer gegevens worden gewijzigd, ook de metagegevens om het tijdstip van wijziging te traceren, in het centrale VIES uploaden.

(5)

De lidstaten moeten de btw-identificatiegegevens van belastingplichtigen die intracommunautaire handelingen verrichten, onverwijld automatisch in het centrale VIES bijwerken telkens wanneer identificatiegegevens wijzigen, tenzij de lidstaten overeenkomen dat een dergelijke bijwerking niet relevant, essentieel of nuttig is. Dergelijke bijwerkingen zijn noodzakelijk omdat de geldigheid van de btw-identificatienummers van belastingplichtigen moet worden gecontroleerd om de vrijstelling voor intracommunautaire leveringen van goederen waarin artikel 138 van Richtlijn 2006/112/EG voorziet, te kunnen verlenen. Om de belastingdiensten een redelijke mate van zekerheid over de kwaliteit en de betrouwbaarheid van die gegevens te bieden, moeten de lidstaten informatie over intracommunautaire handelingen uiterlijk één dag nadat de lidstaat die informatie van de belastingplichtige heeft ontvangen, automatisch in het centrale VIES bijwerken.

(6)

Wat de btw-identificatiegegevens in het centrale VIES betreft, moeten de lidstaten voorts maatregelen nemen om te waarborgen dat de desbetreffende lidstaat beoordeelt of de gegevens die belastingplichtigen overeenkomstig artikel 214 van Richtlijn 2006/112/EG met het oog op identificatie voor btw-doeleinden verstrekken, volledig en accuraat zijn. De lidstaten moeten er ook voor zorgen dat het btw-identificatienummer in het centrale VIES als ongeldig wordt getoond indien een belastingplichtige zijn verplichtingen om gegevens te verstrekken, niet nakomt, indien de economische activiteit is opgehouden of indien de bevoegde autoriteit van oordeel is dat de belastingplichtige niet langer een economische activiteit verricht.

(7)

De informatie over intracommunautaire handelingen die door leveranciers of dienstverrichters en afnemers in verschillende lidstaten worden gerapporteerd, moet door elke lidstaat onmiddellijk na ontvangst ervan in het centrale VIES worden ingevoerd. De ontvangen informatie moet snel worden verwerkt om technische redenen die verband houden met de hoeveelheid gegevens, alsook om verdachte handelingen en mogelijke gevallen van btw-fraude in een vroeg stadium op te sporen.

(8)

Om de lidstaten bij te staan in hun strijd tegen btw-fraude en om fraudeurs op te sporen, moeten de btw-identificatiegegevens en de btw-informatie over intracommunautaire handelingen gedurende tien jaar beschikbaar zijn in het centrale VIES. Dat is de termijn die de lidstaten minimaal nodig hebben om doeltreffende controles te kunnen uitvoeren en vermoedelijke gevallen van btw-fraude te onderzoeken of dergelijke fraude op te sporen. Die termijn is ook evenredig gezien de enorme hoeveelheid gegevens over intracommunautaire handelingen en de gevoeligheid ervan als commerciële en persoonsgegevens.

(9)

Om mismatches tijdig op te sporen en zo de capaciteit om btw-fraude te bestrijden, te verbeteren, moet het centrale VIES automatisch kruiscontroles kunnen verrichten van de informatie die zowel van leveranciers of dienstverrichters als van afnemers wordt verzameld door middel van de digitalerapportagevereisten die bij Richtlijn (EU) 2025/516 in Richtlijn 2006/112/EG zijn ingevoerd. Het centrale VIES moet ook de resultaten van dergelijke kruiscontroles beschikbaar kunnen maken voor de lidstaten om er een passende follow-up aan te geven.

(10)

Om met het centrale VIES dezelfde functies te kunnen vervullen als het bestaande systeem voor de uitwisseling van btw-informatie waarin artikel 17, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 904/2010 voorziet, moet het centrale VIES bovendien ook informatie kunnen aggregeren om een overzicht te geven van de leveringen en diensten en van de verwervingen, die door in lidstaten gevestigde belastingplichtigen zijn gerapporteerd. Om te waarborgen dat de lidstaten via het centrale VIES elkaars informatie kunnen blijven raadplegen zoals die momenteel is gestructureerd in het bestaande systeem voor de uitwisseling van btw-informatie, moet het centrale VIES de aggregatie van gegevens ondersteunen.

(11)

Om de bevoegde autoriteiten van de lidstaten te helpen de btw correct te heffen, toe te zien op de juiste toepassing van de btw, btw-fraude te bestrijden en de synergieën te benutten tussen verschillende informatiesystemen die voor de btw relevante informatie bevatten, moet het centrale VIES inlichtingen die van de lidstaten zijn ontvangen, samen met alle andere op grond van Verordening (EU) nr. 904/2010 meegedeelde of verzamelde inlichtingen, verwerken.

(12)

De toegang tot de informatie in het centrale VIES moet uitsluitend worden verleend indien de kennis van die informatie voor de gebruiker in kwestie noodzakelijk is. Het verlenen van toegang tot gevoelige gegevens aan gebruikers voor wie die naar verwachting van belang zijn, moet worden afgedwongen met toestemmingen voor toegang en toegangslogs die de informatie in het centrale VIES beveiligen. Die informatie mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan het toezicht op de juiste toepassing van de btw en de bestrijding van btw-fraude. Alle gebruikers dienen gebonden te zijn door de in artikel 55 van Verordening (EU) nr. 904/2010 vastgelegde geheimhoudingsregels.

(13)

Om btw-fraude te bestrijden, moeten de Eurofisc-verbindingsambtenaren van de lidstaten, bedoeld in artikel 36 van Verordening (EU) nr. 904/2010, toegang kunnen hebben tot btw-informatie over intracommunautaire handelingen en daarvan analyses kunnen maken. Om toe te zien op de juiste toepassing van de btw-wetgeving, moeten de ambtenaren van de lidstaten die nagaan of de btw-vrijstelling voor bepaalde ingevoerde goederen, zoals bepaald in artikel 143, lid 1, punt d), van Richtlijn 2006/112/EG, van toepassing is, ook toegang kunnen hebben tot de btw-identificatiegegevens die in het centrale VIES zijn opgeslagen. Bovendien moeten, om dezelfde redenen, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten andere ambtenaren selecteren die nood hebben aan rechtstreekse toegang tot het centrale VIES, en hun indien nodig dergelijke toegang verlenen. Ten slotte moeten naar behoren gemachtigde personen van de Commissie toegang kunnen hebben tot de informatie in het centrale VIES, maar alleen voor zover die toegang noodzakelijk is voor de ontwikkeling en het onderhoud van dat systeem.

(14)

Om vermoedelijke btw-fraude te onderzoeken en dergelijke fraude op te sporen, moeten de informatiesystemen die het Eurofisc-netwerk ondersteunen in de strijd tegen btw-fraude, met inbegrip van het systeem voor transactienetwerkanalyse en het centrale elektronische systeem van betalingsinlichtingen (“CESOP”), rechtstreeks toegang hebben tot het centrale VIES.

(15)

De hoeveelheid gegevens en de frequentie waarmee gegevens naar het centrale VIES worden doorgezonden, vereisen dat de informatiestromen van het centrale VIES naar de nationale elektronische systemen worden geautomatiseerd. Een dergelijke automatisering moet ook een efficiënt en beveiligd communicatiekanaal van machine tot machine omvatten en ervoor zorgen dat er niet langer nood is aan een menselijke interventie bij de toegang tot gedeelde gegevens. Nationale elektronische systemen die informatie doorzenden naar het centrale VIES, moeten daarom ook toegang hebben tot de in het centrale VIES opgeslagen informatie, met inbegrip van de informatie die voor btw-controledoeleinden en de bestrijding van btw-fraude is verwerkt en geaggregeerd.

(16)

Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van Verordening (EU) nr. 904/2010, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de door haar uit te voeren taken voor de ontwikkeling, het onderhoud, de hosting en het technische beheer van het centrale VIES, de praktische regelingen voor de identificatie van ambtenaren en elektronische systemen en de technische details betreffende de toegang van ambtenaren en elektronische systemen tot het centrale VIES, de gedetailleerde toestemmingen voor toegang van ambtenaren en elektronische systemen tot de gedetailleerde gegevens in het centrale VIES waartoe toegang moet worden verleend, de technische details en het formaat van de informatie die naar het centrale VIES wordt doorgezonden, en de rollen en verantwoordelijkheden van de lidstaten wanneer zij optreden als verwerkingsverantwoordelijken en die van de Commissie waneer zij optreedt als verwerker uit hoofde van de Verordeningen (EU) 2016/679 (6) en (EU) 2018/1725 (7) van het Europees Parlement en de Raad. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (8).

(17)

Btw-fraude is een gemeenschappelijk probleem voor alle lidstaten. De lidstaten alleen beschikken niet over de nodige informatie om de juiste toepassing van de btw-regels te garanderen en btw-fraude aan te pakken. Daar de doelstelling van Verordening (EU) nr. 904/2010, namelijk de bestrijding van btw-fraude, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt vanwege het grensoverschrijdende karakter van de interne markt, maar beter op het niveau van de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

(18)

Belastingplichtigen die goederenleveringen of diensten faciliteren via het gebruik van een elektronische interface, kunnen van de lidstaat waar die goederenleveringen of diensten belastbaar zijn, het verzoek krijgen om hun boekhouding ter beschikking te stellen, zoals bedoeld in artikel 242 bis van Richtlijn 2006/112/EG. Om de administratieve lasten en nalevingskosten voor die belastingplichtigen te verminderen en dubbel werk te voorkomen, moet de lidstaat van identificatie dergelijke verzoeken zo veel mogelijk coördineren. Te dien einde moet een standaardformulier worden vastgesteld voor de elektronische toezending van die informatie aan de lidstaten. De lidstaten kunnen evenwel, overeenkomstig artikel 242 bis, lid 2, tweede alinea, van Richtlijn 2006/112/EG, de boekhouding rechtstreeks van de belastingplichtige blijven vragen, die de boekhouding regelmatig en systematisch dient te verstrekken totdat geautomatiseerde toegang tot die boekhouding beschikbaar is.

(19)

Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Richtlijn (EU) nr. 904/2010 te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend teneinde de technische details voor het standaardformulier vast te stellen, alsook de technische details, inclusief gemeenschappelijke elektronische berichten, voor de beschikbaarstelling van de boekhouding door belastingplichtigen die goederenleveringen of diensten faciliteren via het gebruik van een elektronische interface zoals bedoeld in artikel 242 bis van Richtlijn 2006/112/EG. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011.

(20)

Bij Richtlijn (EU) 2025/516 is in Richtlijn 2006/112/EG een vereenvoudigingsregeling met een éénloketsysteem ingevoerd voor belastingplichtigen die bepaalde eigen goederen de grens overbrengen. Die regeling moet derhalve worden opgenomen in het algemene kader van de bijzondere btw-éénloketsysteemregelingen die zijn vastgelegd in hoofdstuk XI, afdeling 3, van Verordening (EU) nr. 904/2010. Dat algemene kader moet met name de inlichtingenuitwisseling tussen de lidstaten van waaruit en de lidstaten waarnaar de goederen worden overgebracht, omvatten.

(21)

Aangezien de ingevoerde vereenvoudigingsregeling met een éénloketsysteem alomvattend is en ook grensoverschrijdende bewegingen van goederen omvat die onder de regeling inzake voorraad op afroep overeenkomstig artikel 17 bis van Richtlijn 2006/112/EG vallen, is laatstgenoemde regeling uit Richtlijn 2006/112/EG geschrapt. Artikel 21 van Verordening (EU) nr. 904/2010 moet worden afgestemd op die wijziging van Richtlijn 2006/112/EG.

(22)

Het misbruik van btw-identificatienummers in het éénloketsysteem voor invoer (de “invoerregeling”) is door belanghebbenden als een potentieel risico aangemerkt. Om het correcte gebruik van btw-identificatienummers voor de invoerregeling te waarborgen en het controleproces voor die nummers robuuster te maken, moet het toepassingsgebied van artikel 47 nonies van Verordening (EU) nr. 904/2010 worden uitgebreid door de douaneautoriteiten toegang te verlenen tot informatie over marktdeelnemers die voor de invoerregeling geregistreerd zijn, waardoor zij de risico’s beter kunnen beheren en beheersen.

(23)

Om de controles met betrekking tot de invoerregeling te versterken, moet aan artikel 17, lid 1, punt e), van Verordening (EU) nr. 904/2010 de totale waarde van in het kader van de invoerregeling ingevoerde goederen per btw-identificatienummer voor de invoerregeling per lidstaat van verbruik worden toegevoegd.

(24)

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het “Handvest”) erkende beginselen in acht. Met name wordt met deze verordening het in artikel 8 van het Handvest vastgelegde recht op bescherming van persoonsgegevens ten volle gerespecteerd. In dat verband wordt de hoeveelheid persoonsgegevens die aan de belastingautoriteiten beschikbaar zullen worden gesteld, door deze verordening strikt beperkt. De verwerking van inlichtingen over intracommunautaire handelingen op grond van deze verordening mag alleen plaatsvinden voor de toepassing van deze verordening.

(25)

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 en heeft op 3 maart 2023 een advies (9) uitgebracht.

(26)

Aangezien de implementatie van het centrale VIES-systeem nieuwe technologische ontwikkelingen vereist, moet de toepassing van de bepalingen betreffende het centrale VIES worden uitgesteld om de lidstaten en de Commissie in de gelegenheid te stellen die technologieën te ontwikkelen.

(27)

Geautomatiseerde toegang tot informatie over intracommunautaire handelingen die via lijsten zijn gerapporteerd, heeft rechtstreeks uitwerking op de efficiëntie van de btw-controles. Daarom moet het huidige systeem voor de uitwisseling van btw-informatie, waarin artikel 17, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 904/2010 voorziet, gedurende bepaalde tijd worden gehandhaafd na de afschaffing van die lijsten. Na die tijd moeten de desbetreffende bepalingen van het huidige systeem voor de uitwisseling van btw-informatie worden geschrapt en moet de via lijsten verstrekte informatie toegankelijk blijven op verzoek.

(28)

Verordening (EU) nr. 904/2010 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 904/2010 die van toepassing zijn vanaf de inwerkingtreding van deze verordening

In artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) nr. 904/2010 wordt punt e) vervangen door:

“e)

gegevens over de btw-identificatienummers die hij overeenkomstig artikel 369 octodecies van Richtlijn 2006/112/EG heeft toegekend, en, voor elk btw-identificatienummer dat door een lidstaat is toegekend, de totale waarde van de uit hoofde van artikel 143, lid 1, punt c bis), van die richtlijn vrijgestelde ingevoerde goederen voor elke maand en elke lidstaat van verbruik als gedefinieerd in artikel 369 terdecies, tweede alinea, punt 4, van die richtlijn;”.

Artikel 2

Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 904/2010 die van toepassing zijn vanaf 1 juli 2028

Verordening (EU) nr. 904/2010 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 1 wordt lid 4 vervangen door:

“4.   Bij deze verordening worden tevens regels en procedures vastgesteld voor de elektronische uitwisseling van inlichtingen inzake de btw over goederenleveringen, diensten en overbrengingen van goederen overeenkomstig de bijzondere regelingen van titel XII, hoofdstuk 6, van Richtlijn 2006/112/EG, alsook voor eventuele daarop aansluitende uitwisselingen van inlichtingen en, wat de onder die bijzondere regelingen vallende goederen en diensten betreft, voor de overdracht van geldmiddelen tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.”.

2)

In artikel 2 wordt lid 2 vervangen door:

“2.   De in de artikelen 358, 358 bis, 369 bis, 369 terdecies en 369 quinvicies bis van Richtlijn 2006/112/EG opgenomen definities ten behoeve van de respectieve bijzondere regeling zijn ook van toepassing in het kader van deze verordening.”.

3)

In artikel 17, lid 1, wordt punt d) vervangen door:

“d)

de inlichtingen die hij op grond van de artikelen 360, 361, 364, 365, 369 quater, 369 septies, 369 octies, 369 sexdecies, 369 septdecies, 369 vicies, 369 unvicies, 369 quinvicies quater, 369 quinvicies septies en 369 quinvicies octies van Richtlijn 2006/112/EG vergaart;”.

4)

Artikel 47 ter wordt vervangen door:

“Artikel 47 ter

1.   De lidstaten bepalen dat belastingplichtigen die gebruikmaken van de bijzondere regeling van titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 2, van Richtlijn 2006/112/EG, aan de lidstaat van identificatie langs elektronische weg de in artikel 361 van die richtlijn bedoelde inlichtingen moeten verstrekken.

Belastingplichtigen die gebruikmaken van de bijzondere regelingen van titel XII, hoofdstuk 6, afdelingen 3 en 5, van Richtlijn 2006/112/EG, verstrekken aan de lidstaat van identificatie langs elektronische weg gegevens voor hun identificatie bij aanvang van hun activiteiten op grond van de artikelen 369 quater en 369 quinvicies quater van die richtlijn.

Belastingplichtigen dienen ook alle wijzigingen in de op grond van artikel 361, lid 2, en de artikelen 369 quater en 369 quinvicies quater van Richtlijn 2006/112/EG verstrekte inlichtingen langs elektronische weg in.

2.   De lidstaat van identificatie zendt de in lid 1 van dit artikel bedoelde inlichtingen langs elektronische weg door naar de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten, binnen tien dagen te rekenen vanaf het einde van de maand waarin de inlichtingen van de belastingplichtige die gebruikmaakt van een van de bijzondere regelingen van titel XII, hoofdstuk 6, afdelingen 2, 3 en 5, van Richtlijn 2006/112/EG, zijn ontvangen. De lidstaat van identificatie stelt op dezelfde wijze de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van de in die afdelingen bedoelde btw-identificatienummers.

3.   Indien een belastingplichtige die gebruikmaakt van een van de bijzondere regelingen van titel XII, hoofdstuk 6, afdelingen 2, 3 en 5, van Richtlijn 2006/112/EG, van die bijzondere regeling wordt uitgesloten, stelt de lidstaat van identificatie de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten daarvan onverwijld en langs elektronische weg in kennis.”.

5)

Artikel 47 quinquies wordt vervangen door:

“Artikel 47 quinquies

1.   De lidstaten bepalen dat de btw-aangifte met de in de artikelen 365, 369 octies, 369 unvicies en 369 quinvicies octies van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde gegevens langs elektronische weg moet worden ingediend.

2.   De lidstaat van identificatie zendt de in lid 1 van dit artikel bedoelde gegevens na de datum waarop de btw-aangifte overeenkomstig Richtlijn 2006/112/EG moest zijn ingediend, maar uiterlijk twintig dagen na het einde van de maand waarin de btw-aangifte moest zijn ingediend, langs elektronische weg toe aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van verbruik, of de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van waaruit en waarnaar de goederen zijn verzonden of vervoerd.

De lidstaat van identificatie zendt de in artikel 369 octies, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde gegevens ook toe aan de bevoegde autoriteit van elke andere lidstaat van waaruit goederen worden verzonden of vervoerd, en de in artikel 369 octies, lid 3, van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde gegevens aan de bevoegde autoriteit van elke betrokken lidstaat van vestiging.

De lidstaten die hebben voorgeschreven dat de btw-aangifte moet worden opgesteld in een andere valuta dan de euro, zetten de bedragen om in euro tegen de op de laatste dag van het belastingtijdvak geldende wisselkoers. De omwisseling vindt plaats volgens de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die dag heeft bekendgemaakt of, als er die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de eerstvolgende dag van bekendmaking.”.

6)

Aan artikel 47 nonies wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Voor de toepassing van de eerste alinea van dit artikel verlenen de lidstaten de bevoegde autoriteiten toegang tot de in artikel 369 septdecies, leden 1 en 3, van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde gegevens.”.

7)

Artikel 47 decies wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Om de boekhouding te verkrijgen die een belastingplichtige of tussenpersoon op grond van de artikelen 369, 369 duodecies, 369 quinvicies en 369 quinvicies duodecies van Richtlijn 2006/112/EG bijhoudt, dient de lidstaat van verbruik of de lidstaat van waaruit of waarnaar de goederen zijn verzonden of vervoerd, eerst langs elektronische weg een verzoek daartoe in bij de lidstaat van identificatie.”

;

b)

de leden 4 en 5 worden vervangen door:

“4.   De lidstaat van identificatie zendt de verkregen boekhouding onverwijld langs elektronische weg door naar de verzoekende lidstaat van verbruik of de verzoekende lidstaat van waaruit of waarnaar de goederen zijn verzonden of vervoerd.

5.   Wanneer de verzoekende lidstaat van verbruik of de verzoekende lidstaat van waaruit of waarnaar de goederen zijn verzonden of vervoerd, de boekhouding niet binnen dertig dagen na de datum van het verzoek ontvangt, kan die lidstaat in overeenstemming met zijn nationale wetgeving maatregelen nemen om die boekhouding te verkrijgen.”.

8)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 47 decies bis

De Commissie beoordeelt in het kader van een herziening van Verordening (EU) nr. 904/2010 of het mogelijk is tussen de lidstaten geautomatiseerde toegang te verlenen tot de boekhouding die aan de lidstaat van identificatie wordt verstrekt door belastingplichtigen die zijn geregistreerd in het kader van een van de bijzondere regelingen van titel XII, hoofdstuk 6, van Richtlijn 2006/112/EG.”.

9)

In artikel 47 undecies, lid 2, wordt de eerste alinea vervangen door:

“Onverminderd artikel 7, lid 4, raadpleegt de lidstaat van verbruik of de lidstaat van waaruit of waarnaar de goederen zijn verzonden of vervoerd, indien hij besluit dat een administratief onderzoek nodig is, eerst de lidstaat van identificatie over de noodzaak van een dergelijk onderzoek.”.

10)

Het volgende hoofdstuk wordt ingevoegd:

“HOOFDSTUK XI bis

Bepalingen betreffende boekhoudkundige verplichtingen voor belastingplichtigen die goederenleveringen of diensten door het gebruik van elektronische interfaces faciliteren overeenkomstig artikel 242 bis van Richtlijn 2006/112/EG

Artikel 47 quaterdecies

1.   Om de boekhouding te verkrijgen die een belastingplichtige op grond van artikel 242 bis van Richtlijn 2006/112/EG bijhoudt, en onverminderd lid 2, tweede alinea, van dat artikel, dient de lidstaat waar de in dat artikel bedoelde goederenleveringen of diensten belastbaar zijn, eerst langs elektronische weg een verzoek daartoe in bij een lidstaat waar de belastingplichtige voor btw-doeleinden is geïdentificeerd.

2.   Indien een lidstaat waar een belastingplichtige voor btw-doeleinden is geïdentificeerd, een verzoek zoals bedoeld in lid 1 ontvangt, zendt die lidstaat het verzoek langs elektronische weg onverwijld door naar de belastingplichtige.

3.   De lidstaten bepalen dat een belastingplichtige, indien hij daarom wordt verzocht, de gevraagde boekhouding langs elektronische weg moet indienen bij de lidstaat waar de belastingplichtige voor btw-doeleinden is geïdentificeerd en die het verzoek heeft doorgestuurd. De lidstaten staan toe dat de boekhouding door middel van een standaardformulier wordt ingediend.

4.   De lidstaat waar een belastingplichtige voor btw-doeleinden is geïdentificeerd en die het verzoek heeft doorgestuurd, zendt de op grond van lid 3 van dit artikel verkregen boekhouding onverwijld langs elektronische weg door naar de verzoekende lidstaat waar de in artikel 242 bis van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde goederenleveringen of diensten belastbaar zijn.

5.   Indien de verzoekende lidstaat waar de in artikel 242 bis van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde goederenleveringen of diensten belastbaar zijn, de boekhouding niet binnen dertig dagen na de datum van het verzoek ontvangt, kan die lidstaat in overeenstemming met zijn nationale wetgeving maatregelen nemen om die boekhouding te verkrijgen.

Artikel 47 quindecies

De Commissie bepaalt door middel van uitvoeringshandelingen:

a)

de technische details van het standaardformulier, bedoeld in artikel 47 quaterdecies, lid 3;

b)

de technische details, inclusief een gemeenschappelijk elektronisch bericht, voor het verstrekken van de in artikel 47 quaterdecies, leden 1, 2 en 4, bedoelde informatie, alsook de technische middelen voor de verzending van die informatie.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 58, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 47 sexdecies

De Commissie beoordeelt in het kader van een herziening van Verordening (EU) nr. 904/2010 of het mogelijk is tussen de lidstaten geautomatiseerde toegang te verlenen tot de gegevens die aan de lidstaat van vestiging worden verstrekt door platforms in het kader van hun boekhoudkundige verplichtingen.”.

Artikel 3

Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 904/2010 die van toepassing zijn vanaf 1 juli 2029

In artikel 21 van Verordening (EU) nr. 904/2010 wordt lid 2 als volgt gewijzigd:

1)

Punt c) wordt vervangen door:

“c)

de btw-identificatienummers van de personen die de in punt b) bedoelde goederenleveringen en diensten hebben verricht;”.

2)

In punt e) wordt het inleidende gedeelte vervangen door:

“de totale waarde van de in punt b) bedoelde goederenleveringen en diensten die door elk van de in punt c) bedoelde personen zijn verricht ten behoeve van elke persoon aan wie een btw-identificatienummer door een andere lidstaat is toegekend, onder de volgende voorwaarden:”.

Artikel 4

Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 904/2010 die van toepassing zijn vanaf 1 juli 2030

Verordening (EU) nr. 904/2010 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 2, lid 1, worden de punten g) en h) vervangen door:

“g)

“intracommunautaire goederenlevering”: een levering van goederen waarvan de gegevens moeten worden ingediend overeenkomstig artikel 262 van Richtlijn 2006/112/EG;

h)

“intracommunautaire dienst”: een dienst waarvan de gegevens moeten worden ingediend overeenkomstig artikel 262 van Richtlijn 2006/112/EG;”.

2)

In artikel 17, lid 1, wordt punt a) vervangen door:

“a)

de inlichtingen die hij op grond van titel XI, hoofdstuk 6, van Richtlijn 2006/112/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2022/890 van de Raad (*1), vergaart;

(*1)  Richtlijn (EU) 2022/890 van de Raad van 3 juni 2022 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende de verlenging van de toepassingsperiode van de facultatieve verleggingsregeling voor leveringen van bepaalde fraudegevoelige goederen en diensten en van het snellereactiemechanisme tegen btw-fraude (PB L 155 van 8.6.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/890/oj).”."

3)

Aan hoofdstuk V wordt de volgende afdeling toegevoegd:

“AFDELING 3

ELEKTRONISCH CENTRAAL SYSTEEM VOOR DE UITWISSELING VAN BTW-INFORMATIE

Artikel 24 octies

1.   De Commissie verzorgt de ontwikkeling, het onderhoud, de hosting en het technische beheer van een elektronisch centraal systeem voor de uitwisseling van btw-informatie (het “centrale VIES”) voor de in artikel 1 bedoelde doeleinden.

2.   Elke lidstaat verzorgt de ontwikkeling, het onderhoud, de hosting en het technische beheer van een nationaal elektronisch systeem om de volgende informatie automatisch door te zenden naar het centrale VIES:

a)

de inlichtingen die hij op grond van titel XI, hoofdstuk 6, afdeling 1, van Richtlijn 2006/112/EG verzamelt;

b)

de op grond van artikel 213 van Richtlijn 2006/112/EG verzamelde informatie met betrekking tot de identiteit, de activiteit, de rechtsvorm en het adres van de personen aan wie hij een btw-identificatienummer heeft toegekend, de datum van toekenning van dat nummer en andere btw-identificatienummers die aan die personen zijn toegekend;

c)

de btw-identificatienummers die hij heeft toegekend en die niet meer geldig zijn, onder vermelding van de datum waarop zij ongeldig zijn geworden, en

d)

de datum en het tijdstip waarop de in de punten a), b) en c) bedoelde gegevens zijn gewijzigd.

De in de eerste alinea, punt a), van dit lid bedoelde inlichtingen moeten voldoen aan de Europese norm voor elektronische facturering en de lijst van syntaxen ervan die zijn vastgelegd in Richtlijn 2014/55/EU van het Europees Parlement en de Raad (*2).

De Commissie bepaalt door middel van een uitvoeringshandeling de details en het formaat van de in de eerste alinea van dit lid genoemde informatie. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 58, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3.   Elke lidstaat mag de in artikel 24 undecies, punten a) tot en met d), bedoelde informatie waarvoor de in artikel 24 duodecies, lid 3, punt b), bedoelde toestemmingen voor toegang gelden, opslaan in het in lid 2 van dit artikel bedoelde nationale elektronische systeem overeenkomstig zijn nationale wetgeving.

Artikel 24 nonies

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de in het centrale VIES beschikbare informatie actueel blijft en volledig en accuraat is.

De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling de criteria vast om te bepalen welke wijzigingen niet relevant, essentieel of nuttig genoeg zijn om te worden doorgezonden naar het centrale VIES. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 58, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

2.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te waarborgen dat de gegevens die door belastingplichtigen en niet-belastingplichtige rechtspersonen met het oog op hun identificatie voor btw-doeleinden overeenkomstig artikel 214 van Richtlijn 2006/112/EG worden verstrekt, naar hun oordeel volledig en accuraat zijn voordat die gegevens naar het centrale VIES worden doorgezonden.

De lidstaten voeren de op grond van de uitkomst van hun risicobeoordeling geboden procedures voor het controleren van de in de eerste alinea bedoelde gegevens uit. De controles worden in beginsel uitgevoerd vóór de identificatie, of, indien er voorafgaand aan de identificatie louter voorlopige controles worden verricht, binnen een periode van uiterlijk zes maanden na de identificatie.

3.   De lidstaten stellen de Commissie en de andere lidstaten in kennis van de maatregelen die zij op nationaal niveau hebben uitgevoerd om de kwaliteit en betrouwbaarheid van de inlichtingen op grond van lid 2 te waarborgen.

4.   De lidstaten zenden de in artikel 24 octies, lid 2, bedoelde informatie onverwijld automatisch door naar het centrale VIES.

De Commissie stelt in een uitvoeringshandeling de details over de aanvaardbare technische vertragingen vast. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 58, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

5.   In afwijking van lid 4 van dit artikel zenden de lidstaten de in artikel 24 octies, lid 2, punt a), bedoelde inlichtingen automatisch uiterlijk één dag nadat de door de belastingplichtige aan de bevoegde autoriteiten verstrekte inlichtingen zijn verzameld, naar het centrale VIES door.

6.   De in artikel 24 octies, lid 2, bedoelde informatie blijft in het centrale VIES beschikbaar gedurende een periode van tien jaar, te rekenen vanaf het einde van het jaar waarin die informatie naar dat systeem is doorgezonden.

Artikel 24 decies

1.   De lidstaten werken het centrale VIES automatisch bij om ervoor te zorgen dat het in artikel 214 van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde btw-identificatienummer in het centrale VIES als ongeldig wordt getoond in de volgende situaties:

a)

een voor btw-doeleinden geïdentificeerde persoon verklaart dat hij of zij niet langer een economische activiteit zoals bedoeld in artikel 9 van Richtlijn 2006/112/EG verricht, of de bevoegde autoriteit is van oordeel dat die persoon niet langer een economische activiteit verricht;

b)

een persoon heeft met het oog op het verkrijgen van een btw-identificatie valse gegevens verstrekt, en indien de belastingdienst daarvan op de hoogte was geweest, zou die de identificatie voor btw-doeleinden hebben geweigerd of het btw-identificatienummer hebben ingetrokken;

c)

een persoon heeft nagelaten wijzigingen in zijn of haar gegevens mee te delen, en indien de belastingdienst daarvan op de hoogte was geweest, zou die de identificatie voor btw-doeleinden hebben geweigerd of het btw-identificatienummer hebben ingetrokken.

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt a), heeft de persoon in kwestie het recht het bestaan van een economische activiteit met andere middelen aan te tonen.

De in de eerste alinea genoemde situaties doen geen afbreuk aan eventuele nationale voorschriften die in andere situaties voorzien.

2.   Voor de toepassing van lid 1, eerste alinea, punt a), merkt de bevoegde autoriteit een economische activiteit aan als beëindigd in ten minste de volgende situaties:

a)

de voor btw-doeleinden geïdentificeerde persoon heeft, hoewel hij of zij daartoe gehouden was, geen btw-aangifte ingediend gedurende één jaar na het verstrijken van de indieningstermijn voor de eerste ontbrekende btw-aangifte;

b)

de voor btw-doeleinden geïdentificeerde persoon heeft, hoewel hij of zij daartoe gehouden was, geen gegevens over de intracommunautaire goederenleveringen of de intracommunautaire diensten indient gedurende zes maanden na het verstrijken van de indieningstermijn van de gegevens voor de eerste ontbrekende handeling.

De in de eerste alinea genoemde situaties doen geen afbreuk aan eventuele nationale voorschriften die in andere situaties voorzien.

Artikel 24 undecies

Het centrale VIES vervult de volgende functies met betrekking tot op grond van artikel 24 octies, lid 2, ontvangen informatie:

a)

het bewaren van de in de punten b), c) en d) van dit lid en artikel 24 octies, lid 2, bedoelde informatie;

b)

het verrichten van kruiscontroles op de op grond van titel XI, hoofdstuk 6, afdeling 1, van Richtlijn 2006/112/EG verzamelde gegevens, en het ter beschikking stellen van het resultaat van die kruiscontroles aan de lidstaten die van belastingplichtigen vereisen dat ze de in artikel 264 van die richtlijn bedoelde gegevens met betrekking tot de in artikel 262, lid 1, punten b) en d), van die richtlijn bedoelde handelingen indienen;

c)

het aggregeren van op grond van artikel 213 van Richtlijn 2006/112/EG verzamelde informatie over personen aan wie een btw-identificatienummer is toegekend, en het toegankelijk maken van de volgende gegevens voor de in artikel 24 duodecies van deze verordening bedoelde ambtenaren of elektronische systemen:

i)

de totale waarde van alle intracommunautaire goederenleveringen en de totale waarde van alle intracommunautaire diensten die verricht zijn ten behoeve van personen met een btw-identificatienummer dat is toegekend door een lidstaat, door alle handelaren die voor btw-doeleinden geïdentificeerd zijn in elke andere lidstaat;

ii)

de btw-identificatienummers van de personen die de in punt i) bedoelde goederenleveringen en diensten hebben verricht;

iii)

de totale waarde van de in punt i) bedoelde goederenleveringen en diensten die door elk van de in punt ii) bedoelde personen zijn verricht ten behoeve van elke persoon met een btw-identificatienummer dat is toegekend door een lidstaat, en

iv)

de totale waarde van de in punt i) bedoelde goederenleveringen en diensten die door elk van de in punt ii) bedoelde personen zijn verricht ten behoeve van elke persoon met een btw-identificatienummer dat is toegekend door een andere lidstaat;

d)

het verwerken van informatie, samen met alle andere informatie die op grond van deze verordening is meegedeeld of verzameld;

e)

het toegankelijk maken van de in artikel 24 octies, lid 2, en in de punten b), c) en d) van dit lid bedoelde informatie voor de in artikel 24 duodecies bedoelde ambtenaren of elektronische systemen met inachtneming van de in artikel 24 duodecies, lid 3, punt b), bedoelde toestemmingen voor toegang.

f)

het bevestigen van de geldigheid van het btw-identificatienummer, de naam en het adres van een bepaalde persoon, en

g)

een logsysteem om de tijd van toegang en de door de in artikel 24 duodecies bedoelde ambtenaren of elektronische systemen geraadpleegde informatie bij te houden.

Artikel 24 duodecies

1.   Elke lidstaat verleent geautomatiseerde toegang tot het centrale VIES overeenkomstig de in lid 3, punt b), bedoelde toestemmingen voor toegang, aan:

a)

ambtenaren die door de bevoegde autoriteit van die lidstaat zijn gemachtigd om rechtstreeks toegang te krijgen tot informatie in het centrale VIES;

b)

Eurofisc-verbindingsambtenaren zoals bedoeld in artikel 36, lid 1, die beschikken over een persoonlijke gebruikersidentificatie voor het centrale VIES, en indien die toegang verband houdt met een onderzoek naar vermoedelijke btw-fraude of het opsporen van btw-fraude;

c)

ambtenaren die door de bevoegde autoriteit van die lidstaat zijn gemachtigd om na te gaan of aan de voorwaarden van artikel 143, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG wordt voldaan.

2.   Elke lidstaat verleent geautomatiseerde toegang tot het centrale VIES overeenkomstig de in lid 3, punt b), bedoelde toestemmingen voor toegang, aan:

a)

nationale elektronische systemen van die lidstaat die nagaan of aan de voorwaarden van artikel 143, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG wordt voldaan;

b)

nationale elektronische systemen zoals bedoeld in artikel 24 octies, lid 2, voor de in artikel 1, lid 1, tweede alinea, bedoelde doeleinden;

c)

het in artikel 24 bis bedoelde CESOP;

d)

de elektronische systemen voor snelle uitwisseling, verwerking en analyse door Eurofisc van gerichte inlichtingen over grensoverschrijdende fraude.

3.   De Commissie bepaalt door middel van een uitvoeringshandeling:

a)

de praktische regeling voor de identificatie van de in de leden 1 en 2 bedoelde ambtenaren en elektronische systemen;

b)

de technische details betreffende de toegang en de gedetailleerde toestemmingen voor toegang van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde ambtenaren en elektronische systemen tot de in artikel 24 undecies, punten a) tot en met g), bedoelde informatie, en de gedetailleerde gegevens in het centrale VIES waartoe toegang moet worden verleend.

Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 58, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 24 terdecies

1.   De kosten voor het opzetten, exploiteren en onderhouden van het centrale VIES vallen ten laste van de algemene begroting van de Unie. Die kosten omvatten de kosten voor de beveiligde verbinding tussen het centrale VIES en de in artikel 24 octies, lid 2, bedoelde nationale elektronische systemen, alsook de kosten van de diensten die nodig zijn om de in artikel 24 undecies vermelde functies vervullen.

2.   Elke lidstaat draagt de kosten van en is verantwoordelijk voor alle ontwikkelingen in zijn in artikel 24 octies, lid 2, bedoelde nationale elektronische systeem die nodig zijn om de uitwisseling van inlichtingen via het gemeenschappelijk communicatienetwerk (Common Communications Network — CCN) of een ander soortgelijk beveiligd netwerk mogelijk te maken.

Artikel 24 quaterdecies

De Commissie bepaalt door middel van uitvoeringshandelingen:

a)

de door haar uit te voeren taken voor de ontwikkeling, het onderhoud, de hosting en het technische beheer van het centrale VIES;

b)

de rollen en verantwoordelijkheden van de lidstaten als verwerkingsverantwoordelijke en van de Commissie als verwerker uit hoofde van Verordening (EU) 2016/679 en Verordening (EU) 2018/1725.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 58, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

(*2)  Richtlijn 2014/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake elektronische facturering bij overheidsopdrachten (PB L 133 van 6.5.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/55/oj).”."

Artikel 5

Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 904/2010 die van toepassing zijn vanaf 1 juli 2032

Verordening (EU) nr. 904/2010 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 17, lid 1, worden de punten a), b) en c) geschrapt.

2)

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt geschrapt;

b)

lid 3 wordt vervangen door:

“3.   In afwijking van lid 1 van dit artikel worden, indien er inlichtingen in het elektronische systeem dienen te worden verbeterd of toegevoegd op grond van artikel 19, die inlichtingen uiterlijk één maand na het tijdvak waarin die inlichtingen zijn verzameld, ingevoerd.”.

3)

Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

a)

De leden 1 bis en 2 worden geschrapt.

b)

Lid 3 wordt vervangen door:

“3.   De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de praktische details met betrekking tot de in lid 2 bis, punt d), van dit artikel bedoelde voorwaarden vast, zodat de lidstaat die de inlichtingen verschaft, kan bepalen welke Eurofisc-verbindingsambtenaar toegang heeft tot de inlichtingen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 58, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.”.

4)

De artikelen 22 en 23 worden geschrapt.

5)

In artikel 31 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   De bevoegde autoriteiten van elke lidstaat zorgen ervoor dat personen die bij intracommunautaire goederenleveringen of intracommunautaire diensten betrokken zijn, alsook niet-gevestigde belastingplichtigen die diensten verrichten, ten behoeve van dat soort handelingen langs elektronische weg bevestiging kunnen krijgen van de geldigheid van het aan een welbepaalde persoon toegekende btw-identificatienummer alsook van zijn of haar naam en adres. Die inlichtingen moeten overeenstemmen met de in artikel 24 octies, lid 2, bedoelde gegevens.”.

Artikel 6

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 1 is van toepassing vanaf de inwerkingtreding van deze verordening.

Artikel 2 is van toepassing met ingang van 1 juli 2028.

Artikel 3 is van toepassing met ingang van 1 juli 2029.

Artikel 4 is van toepassing met ingang van 1 juli 2030.

Artikel 5 is van toepassing met ingang van 1 juli 2032.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 11 maart 2025.

Voor de Raad

De voorzitter

A. DOMAŃSKI


(1)  Goedkeuring van 22 november 2023 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)   PB C 228 van 29.6.2023, blz. 149.

(3)  Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (PB L 268 van 12.10.2010, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2010/904/oj).

(4)  Richtlijn (EU) 2025/516 van de Raad van 11 maart 2025 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de btw-regels voor het digitale tijdperk (PB L, 2025/516, 25.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2025/516/oj).

(5)  Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2006/112/oj).

(6)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).

(7)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj).

(8)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj).

(9)   PB C 113 van 28.3.2023, blz. 26.


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/517/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)