European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/454

10.3.2025

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/454 VAN DE COMMISSIE

van 7 maart 2025

tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de oprichting van een wetenschappelijk panel van onafhankelijke deskundigen op het gebied van artificiële intelligentie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144 en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie) (1), en met name artikel 68, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Er moet een wetenschappelijk panel van onafhankelijke deskundigen op het gebied van artificiële intelligentie (het “wetenschappelijke panel”) worden opgericht voor het ondersteunen van de handhavingsactiviteiten in het kader van Verordening (EU) 2024/1689 en voor het adviseren en ondersteunen van het Europees Bureau voor artificiële intelligentie (het “AI-bureau”) bij de uitvoering van zijn taken.

(2)

De leden van het wetenschappelijke panel moeten worden benoemd op basis van objectieve criteria en na een openbare oproep tot het indienen van blijken van belangstelling. De in de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling vermelde selectiecriteria moeten ervoor zorgen dat hooggekwalificeerde multi- en interdisciplinaire deskundigen worden geselecteerd die beschikken over voldoende en actuele wetenschappelijke, sociotechnische of technische deskundigheid in verschillende aspecten van artificiële intelligentie (“AI”) en de effecten daarvan, of die anderszins relevant is voor de doeltreffende handhaving van Verordening (EU) 2024/1689, zoals, voor zover nodig, deskundigheid in toegepaste sectoren, grondrechten en gelijkheid, en die onafhankelijk en in het algemeen belang kunnen optreden. In de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling moet de aanvraagprocedure worden beschreven. Mogelijke bewijsstukken zijn onder meer officiële verklaringen die zijn afgegeven door een overheidsinstantie van een lidstaat van de Unie of van een lid van de Europese Vrijhandelsassociatie dat lid is van de Europese Economische Ruimte, waaruit blijkt dat de kandidaat over wetenschappelijke, sociotechnische of technische deskundigheid beschikt.

(3)

Om een doeltreffende werking te waarborgen en tegelijkertijd te zorgen voor een verscheidenheid aan deskundigheid, is in overleg met de Europese raad voor artificiële intelligentie (de “AI-board”) besloten dat niet meer dan zestig deskundigen in het wetenschappelijke panel mogen worden benoemd. Voor elke ambtstermijn moet op basis van de verwachte werkbelasting en de noodzakelijke deskundigheid in overleg met de AI-board het aantal in het wetenschappelijke panel te benoemen deskundigen worden vastgesteld en in de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling worden vermeld. Als onderdeel van een mogelijke herziening van deze verordening zal de Commissie op basis van de opgedane ervaringen beoordelen of het genoemde maximale aantal deskundigen moet worden aangepast.

(4)

Er moeten beginselen worden vastgesteld die ervoor zorgen dat een diverse groep deskundigen wordt geselecteerd. De Commissie moet bij de selectie van deskundigen zo veel mogelijk zorgen voor genderevenwicht en een eerlijke geografische vertegenwoordiging. Met het oog op een eerlijke geografische vertegenwoordiging moet ten minste één onderdaan van elke lidstaat van de Unie en van elk land dat zowel lid is van de Europese Vrijhandelsassociatie als van de Europese Economische Ruimte worden benoemd, mits er een kandidaat uit die landen is die voldoet aan de criteria van de oproep. Er mogen in ieder geval niet meer dan drie deskundigen uit elk van die landen worden benoemd. Aangezien het belangrijk is dat in het wetenschappelijke panel uiteenlopende standpunten naar voren worden gebracht, moeten ook onderdanen van derde landen tot deskundige benoemd kunnen worden. Ten minste vier vijfde van de deskundigen van het wetenschappelijke panel moet echter onderdaan zijn van een lidstaat van de Unie of van een land dat zowel lid is van de Europese Vrijhandelsassociatie als van de Europese Economische Ruimte.

(5)

Om de doeltreffende werking van het wetenschappelijke panel te waarborgen, moeten het AI-bureau en het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Europese Commissie gezamenlijk het secretariaat van het wetenschappelijke panel verzorgen.

(6)

De organisatie van het wetenschappelijke panel moet zorgen voor flexibiliteit zodat gespecialiseerde kennis op basis van de feitelijke behoeften kan worden ingezet. Daartoe moeten de voorzitter en het secretariaat een rapporteur en relevante contribuanten aanwijzen voor individuele taken van het wetenschappelijke panel, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met deskundigheid, inclusief sectorspecifieke deskundigheid, beschikbaarheid en mogelijke belangenconflicten en veiligheidsbezwaren.

(7)

Aangezien het wetenschappelijke panel door het ondersteunen van handhavingsactiviteiten in het kader van Verordening (EU) 2024/1689 bijdraagt aan het verwezenlijken van de doelstellingen van beleid van de Unie, moeten de deskundigen op verzoek van het AI-bureau een passende bezoldiging ontvangen voor het uitvoeren van taken van het wetenschappelijke panel. De hoogte van die bezoldiging moet worden vastgesteld overeenkomstig de bij de Commissie geldende bepalingen, met name artikel 237 van Verordening (EU) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (2).

(8)

Om belangenconflicten bij de uitvoering van hun taken te voorkomen, moeten de deskundigen van het wetenschappelijke panel onafhankelijk zijn van aanbieders van AI-systemen of AI-modellen voor algemene doeleinden en onafhankelijk, onpartijdig en objectief handelen. Om het vertrouwen in het werk van het wetenschappelijke panel te waarborgen, moeten de deskundigen een belangenverklaring opstellen en een verklaring waarin zij zich ertoe verbinden in het algemeen belang te zullen handelen, die openbaar moeten worden gemaakt. Met hetzelfde doel moeten de taken van het wetenschappelijke panel op transparante wijze worden uitgevoerd en moet de samenstelling van het panel openbaar worden gemaakt.

(9)

Om de nationale capaciteit die nodig is voor de doeltreffende handhaving van Verordening (EU) 2024/1689 te kunnen versterken, moeten de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten voor de handhavingsactiviteiten die zij in het kader van die verordening uitvoeren, een beroep kunnen doen op steun van het wetenschappelijke panel. Het AI-bureau moet de praktische middelen bieden waarmee de lidstaten om dergelijke steun kunnen vragen. Deze verzoeken moeten noodzakelijk en evenredig zijn en door het AI-bureau tijdig worden verwerkt.

(10)

Om ervoor te zorgen dat het wetenschappelijke panel uit hoofde van artikel 90 van Verordening (EU) 2024/1689 op doeltreffende wijze gekwalificeerde waarschuwingen aan het AI-bureau kan afgeven, moeten de voorwaarden, procedures en gedetailleerde regelingen voor het afgeven van die gekwalificeerde waarschuwingen worden vastgesteld. Het AI-bureau moet zorgen voor een beveiligde interface waarmee het wetenschappelijke panel gekwalificeerde waarschuwingen en het bijbehorende bewijsmateriaal kan verzenden. Gezien het belang en de mogelijke gevolgen van een gekwalificeerde waarschuwing voor een aanbieder van een AI-model voor algemene doeleinden, moet aan een dergelijke waarschuwing een besluit ten grondslag liggen dat is genomen door ten minste een gewone meerderheid van de leden van het wetenschappelijke panel.

(11)

Om het wetenschappelijke panel in staat te stellen zijn in artikel 68, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1689 beschreven taken doeltreffend uit te voeren, moeten de voorwaarden, procedures en gedetailleerde regelingen voor het wetenschappelijke panel en de leden daarvan om het AI-bureau om bijstand te verzoeken voor de uitvoering van zijn taken worden vastgesteld. Er moet met name worden geregeld hoe het wetenschappelijke panel de Commissie op grond van artikel 91, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1689 kan verzoeken om een verzoek om informatie te richten aan een aanbieder van een AI-model voor algemene doeleinden.

(12)

Een dergelijk verzoek moet worden gedaan door een lid van het wetenschappelijke panel dat als rapporteur voor een taak van het wetenschappelijke panel is aangewezen, en moet worden ondersteund door ten minste een derde van de leden van het wetenschappelijke panel. In het verzoek moet naar behoren worden gemotiveerd waarom een verzoek om informatie en toegang tot de gevraagde informatie noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken van het wetenschappelijke panel. Het AI-bureau moet de noodzaak en evenredigheid van het verzoek beoordelen, rekening houdend met de noodzaak tot bescherming van bedrijfsgeheimen en vertrouwelijke bedrijfsinformatie. Wanneer het AI-bureau besluit het verzoek in te willigen, moet het een door de Commissie uit te vaardigen verzoek om informatie van een aanbieder opstellen en de ontvangen informatie ter beschikking stellen van de relevante leden van het wetenschappelijke panel. Het AI-bureau moet ervoor zorgen dat voor het verkrijgen van toegang tot bedoelde informatie beveiligde technische middelen beschikbaar zijn die geschikt zijn voor het beoogde doel en van een voldoende hoog niveau zijn; uitsluitend de verzoekende leden van het wetenschappelijke panel, zijnde de rapporteur en de contribuanten die voor een taak van het wetenschappelijke panel zijn aangewezen, zouden toegang tot die informatie moeten hebben. Voordat de verzoekende leden de gegevens ontvangen, moeten zij een eigen verklaring indienen waarin zij verklaren de gevraagde informatie alleen te zullen gebruiken voor het aangegeven doel en waarin de modaliteiten en waarborgen worden beschreven die moeten verzekeren dat de informatie vertrouwelijk wordt behandeld. Het AI-bureau moet een verzoek kunnen weigeren wanneer het, op basis van de door een lid van het wetenschappelijke panel ingediende informatie, gronden heeft om aan te nemen dat er redelijkerwijs te voorziene risico’s zijn met betrekking tot gegevensbeveiliging of vertrouwelijkheid.

(13)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor artificiële intelligentie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALING

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Deze verordening stelt regels vast betreffende:

a)

de oprichting en werking van een wetenschappelijk panel van onafhankelijke deskundigen op het gebied van artificiële intelligentie;

b)

bepalingen over de voorwaarden, procedures en gedetailleerde regelingen voor het wetenschappelijke panel en de leden daarvan om gekwalificeerde waarschuwingen af te geven en om het AI-bureau om bijstand te verzoeken voor de uitvoering van de taken van het wetenschappelijke panel.

HOOFDSTUK II

OPRICHTING EN WERKING VAN HET WETENSCHAPPELIJKE PANEL

Artikel 2

Oprichting van het wetenschappelijke panel

Hierbij wordt het wetenschappelijke panel van onafhankelijke deskundigen op het gebied van artificiële intelligentie (het “wetenschappelijke panel”) opgericht.

Artikel 3

Selectiecriteria en samenstelling van het wetenschappelijke panel

1.   Na een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling worden op basis van de in die oproep vermelde selectiecriteria deskundigen in het wetenschappelijke panel benoemd.

2.   Voor elke ambtstermijn als bedoeld in artikel 4 bepaalt de Commissie in overleg met de Europese raad voor artificiële intelligentie (“AI-board”) het aantal deskundigen, dat wordt vermeld in de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling bedoeld in lid 1. Het aantal deskundigen in het wetenschappelijke panel bedraagt in geen geval meer dan zestig.

3.   Bij de selectie van de deskundigen wordt gezorgd voor:

a)

voldoende en actuele multi- en interdisciplinaire wetenschappelijke, technische of sociotechnische deskundigheid die betrekking heeft op artificiële intelligentie en de effecten van artificiële intelligentie, of die anderszins relevant is voor de doeltreffende handhaving van Verordening (EU) 2024/1689, zoals, voor zover nodig, deskundigheid in toegepaste sectoren, grondrechten en gelijkheid;

b)

onafhankelijkheid van aanbieders van AI-systemen of AI-modellen voor algemene doeleinden, zoals bepaald in artikel 68, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2024/1689;

c)

onpartijdigheid en objectiviteit, zoals bepaald in artikel 68, lid 4, van Verordening (EU) 2024/1689;

d)

het vermogen om activiteiten zorgvuldig, nauwkeurig en objectief uit te voeren.

4.   De Commissie ziet er bij de selectie van de deskundigen op toe dat minimaal één en maximaal drie onderdanen van elke lidstaat van de Unie en van elk land dat zowel lid is van de Europese Vrijhandelsassociatie als van de Europese Economische Ruimte tot deskundige in het wetenschappelijke panel wordt benoemd, mits er kandidaten uit dat land zijn die voldoen aan de criteria van de oproep en op voorwaarde dat op die manier een voldoende uitgebreide dekking van de relevante deskundigheidsgebieden wordt bereikt. Het wetenschappelijke panel bestaat voor ten minste vier vijfde uit deskundigen die onderdaan zijn van een lidstaat van de Unie of van een land dat zowel lid is van de Europese Vrijhandelsassociatie als van de Europese Economische Ruimte.

5.   De Commissie zorgt bij de selectie van deskundigen zo veel mogelijk voor genderevenwicht. Daartoe geeft de Commissie, wanneer moet worden gekozen tussen twee even geschikte kandidaten, de voorkeur aan het ondervertegenwoordigde gender.

6.   De deskundigen die voldoen aan de criteria van de oproep maar niet in het wetenschappelijke panel worden benoemd, worden opgenomen in een reservelijst van beschikbare deskundigen (“reservelijst”), die geldig is voor de duur van de in artikel 4 bedoelde ambtstermijn van het panel.

Artikel 4

Ambtstermijn

1.   De benoeming van deskundigen tot lid van het wetenschappelijke panel vindt plaats voor een beperkte termijn van twee jaar, met de mogelijkheid van verlenging.

2.   Indien een deskundige aftreedt of niet langer voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 10 en 13 van deze verordening of de voorwaarden van artikel 339 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, kan de Commissie die deskundige ontslaan.

3.   Indien een deskundige gedurende zijn of haar ambtstermijn wordt ontslagen, benoemt de Commissie voor de resterende duur van de ambtstermijn een vervanger uit de reservelijst of, voor zover noodzakelijk, na een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling. Bij de benoeming van een vervanger streeft de Commissie naar continuïteit van deskundigheid, geografische vertegenwoordiging en genderevenwicht.

Artikel 5

Voorzitter en vicevoorzitter

1.   Aan het begin van elke in artikel 4 bedoelde ambtstermijn benoemt de Commissie uit de leden van het wetenschappelijke panel een voorzitter en een vicevoorzitter. Daartoe beveelt het wetenschappelijke panel een voorzitter en een vicevoorzitter uit zijn leden aan, op basis van een besluit bij gewone meerderheid van zijn leden.

2.   De ambtstermijn van de voorzitter en de vicevoorzitter valt samen met de in artikel 4 bedoelde ambtstermijn van het wetenschappelijke panel en kan eenmaal worden verlengd. Elke vervanging van de voorzitter of vicevoorzitter tijdens de ambtstermijn vindt plaats overeenkomstig de in lid 1 bedoelde procedure en geldt voor de resterende duur van de ambtstermijn.

Artikel 6

Secretariaat

1.   Het AI-bureau en het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek verzorgen gezamenlijk het secretariaat voor het wetenschappelijke panel.

2.   Het secretariaat is verantwoordelijk voor het verstrekken van de nodige ondersteuning voor de efficiënte werking van het wetenschappelijke panel. Het secretariaat heeft met name de volgende taken:

opsporen en beheersen van potentiële belangenconflicten;

toezicht houden op de naleving van het in artikel 8 bedoelde reglement van orde en op de uitvoering van verzoeken om taken uit te voeren overeenkomstig artikel 68, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1689;

behandelen van verzoeken van markttoezichtautoriteiten aan het wetenschappelijke panel om aanvullende deskundigheid;

behandelen van verzoeken van de lidstaten om ondersteuning door deskundigen ten behoeve van de handhaving van Verordening (EU) 2024/1689 op nationaal niveau.

Artikel 7

Uitvoering van taken en voorbereiding van documenten

1.   De Commissie wijst in overleg met de voorzitter leden van het wetenschappelijke panel aan voor de uitvoering van de taken van het panel, op basis van deskundigheid, beschikbaarheid en andere factoren die van belang zijn voor de efficiënte uitvoering van de betreffende taak, zoals mogelijke belangenconflicten en veiligheidsbezwaren. De leden van het wetenschappelijke panel worden voorafgaand aan hun mogelijke aanwijzing geraadpleegd en in de gelegenheid gesteld hun belangstelling voor de aanwijzing kenbaar te maken.

2.   Voor elke taak uit hoofde van artikel 68, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1689, kan de Commissie, in overleg met de voorzitter, een rapporteur en twee contribuanten aanwijzen. De leden van het wetenschappelijke panel kunnen te allen tijde op eigen initiatief besluiten om uit hoofde van artikel 90 van Verordening (EU) 2024/1689 gekwalificeerde waarschuwingen voor te bereiden of om andere taken van het wetenschappelijke panel voor te bereiden.

3.   Wanneer een deskundige de aan hem of haar toegewezen taak niet langer doeltreffend kan uitvoeren, stelt hij of zij de Commissie daarvan in kennis, die vervolgens in overleg met de voorzitter en onder de in lid 1 beschreven voorwaarden een ander lid van het wetenschappelijke panel aanwijst.

4.   Wanneer de Commissie krachtens artikel 92, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1689 een deskundige van het wetenschappelijke panel aanwijst om namens haar evaluaties uit te voeren, beoordeelt zij of die aanwijzing van invloed kan zijn op het vermogen van de deskundige om een reeds toegewezen taak binnen het wetenschappelijke panel onafhankelijk, onpartijdig en objectief uit te voeren. Wanneer de Commissie concludeert dat de aanwijzing een negatieve invloed zou kunnen hebben op dat vermogen, wordt de deskundige vrijgesteld van de eerder toegewezen taak, die onder de in lid 1 beschreven voorwaarden aan een ander lid van het wetenschappelijke panel wordt toegewezen.

5.   Het wetenschappelijke panel kan thematische hoorzittingen met belanghebbenden houden voor het verzamelen van bewijsmateriaal ten behoeve van de voorbereiding van taken uit hoofde van artikel 68, lid 3, en artikel 90 van Verordening (EU) 2024/1689. Daartoe kan de voorzitter, indien ten minste drie leden van het panel daarom verzoeken, het secretariaat vragen bedoelde hoorzittingen te organiseren. De deelname aan en conclusies van bedoelde hoorzittingen worden openbaar gemaakt op een speciaal daarvoor bestemde website van de Commissie.

Artikel 8

Reglement van orde

1.   Op basis van een voorstel van en in overleg met het secretariaat stelt het wetenschappelijke panel met gewone meerderheid van stemmen van zijn leden, een reglement van orde vast.

2.   Het reglement van orde van het wetenschappelijke panel voorziet onder meer in het volgende:

a)

procedures voor het uitvoeren van de taken van het wetenschappelijke panel als bedoeld in artikel 68. lid 3, van Verordening (EU) 2024/1689;

b)

regels die waarborgen dat de in de artikelen 10 tot en met 13 van deze verordening neergelegde beginselen worden toegepast;

c)

regels voor de stemmingen, waaronder stemming volgens de stilzwijgende procedure.

3.   Het wetenschappelijke panel beoordeelt, in overleg met het secretariaat, het reglement van orde ten minste om de twee jaar op de bijdrage die het levert aan een doeltreffende werking van het wetenschappelijke panel en werkt het zo nodig bij.

4.   Het reglement van orde wordt openbaar gemaakt op een speciaal daarvoor bestemde website van de Commissie.

Artikel 9

Bezoldiging

1.   Deskundigen worden overeenkomstig de bij de Commissie geldende bepalingen bezoldigd als zij zijn aangewezen als rapporteur of contribuant voor de uitvoering van taken van het wetenschappelijke panel, indien het AI-bureau om deze taken heeft verzocht krachtens artikel 68, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1689.

2.   Reiskosten en — indien het secretariaat dit gepast vindt — verblijfkosten van deskundigen gemaakt in verband met de werkzaamheden van het wetenschappelijke panel, worden door de Commissie vergoed overeenkomstig de bij de Commissie geldende bepalingen. Die kosten worden vergoed voor zover de middelen die volgens de jaarlijkse toewijzingsprocedure aan de diensten van de Commissie zijn toegekend, hiervoor volstaan.

Artikel 10

Onafhankelijkheid, onpartijdigheid en objectiviteit

1.   De deskundigen worden op persoonlijke titel benoemd of aangewezen. Zij mogen hun verantwoordelijkheden aan niemand anders delegeren.

2.   De deskundigen zijn onafhankelijk van aanbieders van AI-systemen of AI-modellen voor algemene doeleinden in de zin van Verordening (EU) 2024/1689, wat met zich meebrengt dat de deskundigen gedurende de gehele in artikel 4 bedoelde ambtstermijn geen werknemersrelatie of contractuele relatie met een dergelijke aanbieder mogen hebben, aangezien dat hun onafhankelijkheid, onpartijdigheid of objectiviteit kan aantasten.

3.   Zij leggen een belangenverklaring af, waarin zij alle belangen vermelden die hun onafhankelijkheid, onpartijdigheid of objectiviteit in het gedrang kunnen brengen of die redelijkerwijs kunnen worden opgevat als compromitterend, met inbegrip van alle relevante omstandigheden met betrekking tot hun naaste familieleden. Een model van een dergelijke belangenverklaring wordt verstrekt als bijlage bij de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling en de belangenverklaring wordt ingediend als onderdeel van de aanvraag.

4.   De deskundigen moeten hun belangenverklaring actualiseren:

voordat zij in het wetenschappelijke panel worden benoemd of op de reservelijst worden opgenomen;

wanneer een wijziging in de omstandigheden plaatsvindt.

5.   Wanneer de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde verplichtingen niet worden nagekomen, kan het AI-bureau alle passende maatregelen nemen, inclusief het ontslag van de deskundige uit het wetenschappelijke panel.

Artikel 11

Verbintenis

1.   De deskundigen verbinden zich ertoe in het algemeen belang te handelen en de in de artikelen 10 tot en met 13 genoemde beginselen in acht te nemen. Hiertoe ondertekenen zij een verbintenisverklaring.

2.   De deskundigen beantwoorden verzoeken en andere mededelingen van de voorzitter en het secretariaat. Zij doen de nodige inspanningen om de toegewezen taken naar beste vermogen en binnen de termijnen zoals beschreven in het in artikel 8 bedoelde reglement van orde te voltooien.

Artikel 12

Transparantie

De werkzaamheden van het wetenschappelijke panel worden op transparante wijze uitgevoerd. Het secretariaat maakt op een speciaal daarvoor bestemde website van de Commissie onverwijld het volgende bekend:

de namen van de deskundigen die in het wetenschappelijke panel zijn benoemd;

het curriculum vitae en de belangen-, vertrouwelijkheids- en verbintenisverklaring van de deskundigen die in het wetenschappelijke panel zijn benoemd;

het reglement van orde van het wetenschappelijke panel als bedoeld in artikel 8;

de adviezen en aanbevelingen die bij de uitvoering van taken uit hoofde van artikel 68, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1689 zijn verstrekt, voor zover met de openbaarmaking hiervan geen vertrouwelijke bedrijfsinformatie, bedrijfsgeheimen of strategische belangen van de Unie openbaar worden gemaakt;

de deelname aan en conclusies van de thematische hoorzittingen als bedoeld in artikel 7, lid 4.

Artikel 13

Vertrouwelijkheid

1.   De deskundigen mogen geen vertrouwelijke informatie openbaar maken die zij hebben verkregen in het kader van hun werkzaamheden in het wetenschappelijke panel of als gevolg van andere werkzaamheden die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen. Daartoe ondertekenen zij een vertrouwelijkheidsverklaring.

2.   De deskundigen houden zich aan artikel 339 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

3.   De deskundigen moeten zich houden aan de geheimhoudingsregels voor de bescherming van gerubriceerde informatie en gevoelige niet-gerubriceerde informatie van de Unie, zoals bepaald in de Besluiten (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie (3) en (EU, Euratom) 2015/444 (4).

4.   Wanneer de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde verplichtingen niet worden nagekomen, kan de Commissie alle passende maatregelen nemen, inclusief het ontslag van de deskundige uit het wetenschappelijke panel.

HOOFDSTUK III

ONDERSTEUNING VAN MARKTTOEZICHTAUTORITEITEN

Artikel 14

Verzoeken om ondersteuning door markttoezichtautoriteiten

1.   Het AI-bureau verstrekt de markttoezichtautoriteiten de praktische middelen voor het indienen van een verzoek om ondersteuning van het wetenschappelijke panel voor de uitvoering van markttoezichtactiviteiten in het kader van Verordening (EU) 2024/1689.

2.   In elk verzoek om ondersteuning van het wetenschappelijke panel, dat alleen mag worden gedaan met betrekking tot markttoezichtactiviteiten in het kader van Verordening (EU) 2024/1689, wordt duidelijk het doel van de gevraagde ondersteuning vermeld en worden de noodzaak en evenredigheid van het verzoek onderbouwd.

3.   Het AI-bureau beoordeelt de noodzaak en evenredigheid van het verzoek om ondersteuning, rekening houdend met de beschikbare capaciteit van het wetenschappelijke panel en de noodzaak ervoor te zorgen dat alle lidstaten daadwerkelijk toegang tot de deskundigen hebben.

4.   Wanneer het AI-bureau na de in lid 3 bedoelde beoordeling concludeert dat het verzoek noodzakelijk en evenredig is, wijst de Commissie overeenkomstig artikel 7 een rapporteur en twee contribuanten voor de betreffende taak aan.

5.   Wanneer het AI-bureau concludeert dat het verzoek niet noodzakelijk en evenredig is, stelt het de verzoekende markttoezichtautoriteit daarvan in kennis, met opgave van de redenen van de weigering.

6.   Het AI-bureau verwerkt het verzoek binnen twee weken na ontvangst van het volledige verzoek. Alvorens een besluit te nemen, kan het AI-bureau de verzoekende markttoezichtautoriteit te allen tijde verzoeken om aanvullende informatie ter motivering van het verzoek te verstrekken. In dat geval wordt het verzoek pas als volledig beschouwd nadat die aanvullende informatie is verstrekt.

HOOFDSTUK IV

VERZOEKEN OM BIJSTAND

Artikel 15

Verzoek om bijstand van het AI-bureau

1.   Wanneer het wetenschappelijke panel de Commissie overeenkomstig artikel 91, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1689 verzoekt een verzoek om documentatie of informatie aan een aanbieder van AI-modellen voor algemene doeleinden te richten en toegang te verlenen tot de ontvangen informatie voor zover dit noodzakelijk en evenredig is voor de uitvoering van een in artikel 68, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1689 genoemde taak (“verzoek om bijstand”), wordt terdege rekening gehouden met de noodzaak om bedrijfsgeheimen en vertrouwelijke bedrijfsinformatie te beschermen.

2.   Een verzoek om bijstand kan bij het AI-bureau worden ingediend door het lid van het wetenschappelijke panel dat door het secretariaat is aangewezen als rapporteur voor een taak van het wetenschappelijke panel. Voor een verzoek om bijstand heeft de rapporteur de goedkeuring nodig van ten minste een derde van de leden van het wetenschappelijke panel.

3.   In het verzoek om bijstand, dat alleen mag worden gedaan voor de uitvoering van de taken van het wetenschappelijke panel uit hoofde van artikel 68, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1689, worden duidelijk de naam van de verzoekende rapporteur en de contribuanten en het doel van de gevraagde bijstand vermeld. Om de noodzaak en evenredigheid van een verzoek om bijstand aan te tonen, zoals vereist op grond van artikel 91, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1689, moet het verzoek het volgende staven:

a)

dat een weigering om de gevraagde bijstand te verlenen de verzoekende rapporteur belet om zijn of haar taak zoals bedoeld in artikel 68, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1689 uit te voeren;

b)

dat de gevraagde hoeveelheid, reikwijdte, granulariteit en soort documentatie en informatie niet verder gaan dan wat nodig is om de taak uit te voeren.

Artikel 16

Behandeling van het verzoek om bijstand

1.   Het AI-bureau beoordeelt of het richten van een verzoek om documentatie of informatie aan een aanbieder van een AI-model voor algemene doeleinden noodzakelijk en evenredig is voor de uitvoering van de taken van het wetenschappelijke panel, rekening houdend met de noodzaak om bedrijfsgeheimen en vertrouwelijke bedrijfsinformatie te beschermen.

2.   Wanneer het AI-bureau na de in lid 1 bedoelde beoordeling concludeert dat een verzoek om bijstand noodzakelijk en evenredig is, kan het voor de Commissie een besluit opstellen dat strekt tot het richten van een verzoek om documentatie of informatie aan een aanbieder van een AI-model voor algemene doeleinden krachtens artikel 91 van Verordening (EU) 2024/1689 en kan het toegang verlenen tot de ontvangen documentatie of informatie aan het wetenschappelijke panel.

3.   Wanneer het AI-bureau concludeert dat de gevraagde bijstand niet noodzakelijk en evenredig is, stelt het Bureau het wetenschappelijke panel daarvan in kennis, met opgave van de redenen van de weigering.

4.   Het AI-bureau brengt regelmatig verslag uit aan de AI-board over de ontvangen verzoeken en de besluiten die op die verzoeken zijn genomen.

5.   Het AI-bureau verwerkt het verzoek binnen twee weken na ontvangst van het volledige verzoek. Alvorens een besluit te nemen, kan het AI-bureau het verzoekende lid van het wetenschappelijke panel te allen tijde verzoeken om aanvullende informatie ter motivering van het verzoek te verstrekken. In dat geval wordt het verzoek pas als volledig beschouwd nadat die aanvullende informatie is verstrekt.

Artikel 17

Voorwaarden voor het verlenen van toegang tot de ontvangen documentatie of informatie

1.   Het AI-bureau zorgt voor beveiligde middelen waarmee het de ontvangen documentatie of informatie waarom de Commissie naar aanleiding van een verzoek om bijstand heeft verzocht, beschikbaar kan maken voor de verzoekende rapporteur van het wetenschappelijke panel.

2.   Uitsluitend de aangewezen rapporteur en contribuanten hebben toegang tot de gevraagde informatie en slechts voor een beperkte tijd, maar met de mogelijkheid van verlenging na een naar behoren gemotiveerd verzoek.

3.   Voordat het AI-bureau toegang verleent tot de ontvangen documentatie of informatie, verlangt het van de rapporteur het volgende:

a)

een eigen verklaring die ertoe strekt dat de informatie uitsluitend voor de in artikel 15, lid 3, van deze verordening genoemde doeleinden wordt gebruikt;

b)

een beschrijving van de modaliteiten en waarborgen die moeten verzekeren dat de ontvangen informatie vertrouwelijk wordt behandeld.

4.   Het AI-bureau kan de toegang tot de gevraagde informatie weigeren wanneer het op basis van de overeenkomstig lid 3 ingediende informatie redenen heeft om aan te nemen dat er redelijkerwijs te voorziene risico’s zijn met betrekking tot gegevensbeveiliging of vertrouwelijkheid.

HOOFDSTUK V

GEKWALIFICEERDE WAARSCHUWINGEN

Artikel 18

Procedure voor het afgeven van gekwalificeerde waarschuwingen

1.   Een gekwalificeerde waarschuwing op grond van artikel 90, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1689, vereist een besluit van ten minste een gewone meerderheid van de leden van het wetenschappelijke panel. Het wetenschappelijke panel kan in zijn in artikel 8 bedoelde reglement van orde meer gedetailleerde procedures opnemen.

2.   Gekwalificeerde waarschuwingen worden naar behoren gemotiveerd en bevatten ten minste de in artikel 90, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1689 vermelde informatie.

3.   Het AI-bureau zorgt voor een specifieke interface voor de beveiligde verzending van gekwalificeerde waarschuwingen. Deze interface bevat ten minste de volgende functies:

a)

verzenden van gekwalificeerde waarschuwingen op grond van artikel 90, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1689;

b)

intrekken van gekwalificeerde waarschuwingen, corrigeren van informatie die in gekwalificeerde waarschuwingen is vervat, en wijzigen van gekwalificeerde waarschuwingen;

c)

sluiten van gekwalificeerde waarschuwingen.

Artikel 19

Behandeling van gekwalificeerde waarschuwingen

1.   Het AI-bureau beoordeelt de gekwalificeerde waarschuwingen die op grond van artikel 90, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1689 zijn afgegeven en neemt een besluit over het al dan niet nemen van maatregelen zoals voorzien in de artikelen 91 tot en met 93 van diezelfde verordening. Wanneer het AI-bureau besluit geen van de in de artikelen 91 tot en met 93 voorziene maatregelen te nemen, sluit het de gekwalificeerde waarschuwing.

2.   Het AI-bureau verwerkt de gekwalificeerde waarschuwing binnen twee weken na ontvangst van de volledige gekwalificeerde waarschuwing. Alvorens een besluit te nemen, kan het AI-bureau het verzoekende lid van het wetenschappelijke panel te allen tijde verzoeken om aanvullende informatie ter motivering van het verzoek te verstrekken. In dat geval wordt de gekwalificeerde waarschuwing pas als volledig beschouwd nadat die aanvullende informatie is verstrekt.

3.   Alvorens de in lid 1 bedoelde maatregelen te nemen, stelt het AI-bureau de AI-board daarvan in kennis overeenkomstig artikel 90, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1689.

4.   Wanneer het AI-bureau besluit om een van de maatregelen voorzien in de artikelen 91 tot en met 93 van Verordening (EU) 2024/1689 te nemen, wijst het secretariaat, in overleg met de voorzitter van het wetenschappelijke panel, een rapporteur en twee verantwoordelijke contribuanten aan om de Commissie te adviseren bij de vaststelling van die maatregel.

HOOFDSTUK VI

SLOTBEPALING

Artikel 20

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 maart 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj.

(2)  Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj).

(3)  Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende veiligheid binnen de Commissie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 41, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2015/443/oj).

(4)  Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 53, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2015/444/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/454/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)