|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/451 |
6.3.2025 |
BESLUIT (EU) 2025/451 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK
van 21 februari 2025
tot wijziging van Besluit (EU) 2024/461 betreffende de rapportage door de nationale bevoegde autoriteiten aan de Europese Centrale Bank van informatie over beloning, het beloningsverschil tussen mannen en vrouwen, goedgekeurde hogere percentages en grootverdieners met het oog op benchmarking (ECB/2024/2) (ECB/2025/7)
DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (1), en met name artikel 6, lid 2,
Gezien Verordening (EU) nr. 468/2014 van de Europese Centrale Bank van 16 april 2014 tot vaststelling van een kader voor samenwerking binnen het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme tussen de Europese Centrale Bank en nationale bevoegde autoriteiten en met nationale aangewezen autoriteiten (GTM-kaderverordening) (ECB/2014/17) (2), en met name artikel 21 en artikel 140, lid 4,
Gezien het voorstel van de raad van toezicht,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Besluit (EU) 2024/461 van de Europese Centrale Bank (ECB/2024/2) (3) legt de vereisten vast met betrekking tot de indiening bij de Europese Centrale Bank van informatie die door onder toezicht staande entiteiten aan de nationale bevoegde autoriteiten (NBA’s) wordt gerapporteerd met het oog op benchmarking van ontwikkelingen en praktijken op het gebied van beloning, het beloningsverschil tussen mannen en vrouwen, goedgekeurde hogere percentages en grootverdieners. |
|
(2) |
Krachtens artikel 91, lid 11, van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (4) dienen de bevoegde autoriteiten de overeenkomstig artikel 435, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5) bekendgemaakte informatie te verzamelen en te gebruiken voor de benchmarking van diversiteitspraktijken. De bevoegde autoriteiten dienen die informatie aan de Europese Bankautoriteit (EBA) te verstrekken en de EBA dient deze te gebruiken voor de benchmarking van diversiteitspraktijken op het niveau van de Unie. |
|
(3) |
Op 18 december 2023 heeft de EBA de Richtsnoeren inzake diversiteitspraktijken, met inbegrip van diversiteitsbeleid en beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen, overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU en Richtlijn (EU) 2019/2034 (EBA/GL/2023/08) (6) vastgesteld. In de richtsnoeren wordt utieengezet hoe een representatieve steekproef van instellingen moet worden samengesteld en welke informatie met het oog op de geharmoniseerde benchmarking van diversiteitspraktijken op het niveau van het leidinggevend orgaan aan de bevoegde autoriteiten en door de bevoegde autoriteiten aan de EBA moet worden verstrekt, waaronder de informatie die overeenkomstig artikel 435, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 openbaar moet worden gemaakt. Daarnaast wordt met het oog op de geharmoniseerde benchmarking van het beloningsverschil tussen mannen en vrouwen op het niveau van het leidinggevend orgaan in de richtsnoeren ook gespecificeerd welke informatie overeenkomstig artikel 75, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU aan de bevoegde autoriteiten en door de bevoegde autoriteiten aan de EBA moet worden verstrekt. |
|
(4) |
Met het oog op de publicatie van EBA-richtsnoeren EBA/GL/2023/08 is het passend Besluit (EU) 2024/461 (ECB/2024/2) te wijzigen om ook de verzameling van gegevens over diversiteitspraktijken op het niveau van het leidinggevend orgaan op te nemen, waaronder overeenkomstig artikel 435, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 openbaar gemaakte informatie, en gegevens over het diversiteitsbeleid en het beloningsverschil tussen mannen en vrouwen op het niveau van het leidinggevend orgaan. |
|
(5) |
Derhalve moet Besluit (EU) 2024/461 (ECB/2024/2) dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijzigingen
Besluit (EU) 2024/461 (ECB/2024/2) wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De titel wordt vervangen door: “Besluit (EU) 2024/461 van de Europese Centrale Bank van 29 januari 2024 betreffende de rapportage door de nationale bevoegde autoriteiten aan de Europese Centrale Bank van informatie over beloning, het beloningsverschil tussen mannen en vrouwen, goedgekeurde hogere percentages, grootverdieners en diversiteitspraktijken op het niveau van het leidinggevend orgaan met het oog op benchmarking (ECB/2024/2)”. |
|
2) |
Artikel 1 wordt vervangen door: “ Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied Dit besluit legt de vereisten vast voor de indiening bij de Europese Centrale Bank (ECB) van informatie die door onder toezicht staande entiteiten aan de nationale bevoegde autoriteiten (NBA’s) wordt gerapporteerd over de benchmarking van ontwikkelingen en praktijken op het gebied van beloning, het beloningsverschil tussen mannen en vrouwen, goedgekeurde hogere percentages en grootverdieners.” |
|
3) |
Het volgende artikel 4 bis wordt ingevoegd: “ Artikel 4 bis Vereisten voor de indiening van informatie over beloning De NBA’s dienen elke drie jaar de in de bijlagen I tot en met XI bij de EBA-richtsnoeren EBA/GL/2023/8 gevraagde informatie over diversiteitspraktijken op het niveau van het leidinggevend orgaan in bij de ECB, waaronder over het diversiteitsbeleid en het beloningsverschil tussen mannen en vrouwen op het niveau van het leidinggevend orgaan, zoals op individuele basis door de onder in hun respectieve deelnemende lidstaat toezicht staande entiteiten gerapporteerd overeenkomstig het EBA-besluit betreffende toezichtrapportage voor diversiteitsbenchmarking aan de EBA en de wijziging van bijlage bij het EUCLID-besluit (EBA/DC/2020/335) (EBA/DC/516) (*1). Indien een NBA bij onder toezicht staande entiteiten informatie over diversiteitspraktijken verzamelt die geen deel uitmaken van een steekproef van rapporterende entiteiten overeenkomstig de criteria van EBA-besluit EBA/DC/516, wordt die informatie niet bij de ECB ingediend. (*1) Beschikbaar op de EBA-website.”." |
|
4) |
In artikel 5 wordt het volgende lid 4 toegevoegd: “4. De NBA’s dienen de in artikel 4 bis bedoelde informatie in bij de ECB overeenkomstig het volgende:
|
Artikel 2
Vankrachtwording
Dit besluit wordt van kracht op de dag van de kennisgeving ervan aan de geadresseerden.
Artikel 3
Geadresseerden
Dit besluit is gericht tot de nationale bevoegde autoriteiten van de deelnemende lidstaten.
Gedaan te Frankfurt am Main, 21 februari 2025.
De president van de ECB
Christine LAGARDE
(1) PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63.
(2) PB L 141 van 14.5.2014, blz. 1.
(3) PB L, 2024/461, 8.2.2024, ELI: https://data.europa.eu/eli/dec/2024/461/oj.
(4) Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).
(5) Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).
(6) Beschikbaar op de EBA-website.
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/451/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)