|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/310 |
12.2.2025 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2025/310 VAN DE COMMISSIE
van 5 december 2024
tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/127 wat betreft de jaarlijkse prestatiegoedkeuring en de conformiteitsprocedure
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (1), en met name artikel 54, lid 4, en artikel 55, lid 6,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/127 van de Commissie (2) vult Verordening (EU) 2021/2116 aan met regels inzake de betaalorganen en andere instanties, het financieel beheer, de goedkeuring van de rekeningen, de zekerheden en het gebruik van de euro. |
|
(2) |
Uit de ervaring die is opgedaan met het eerste jaar van uitvoering van de in artikel 54 van Verordening (EU) 2021/2116 bedoelde jaarlijkse prestatiegoedkeuringsexercitie, en met de voorbereiding van de exercitie van het tweede jaar, blijkt dat de lidstaten onevenredige administratieve lasten dragen door de verstrekking van motiveringen voor de toepassing van de jaarlijkse prestatiegoedkeuring voor afwijkingen tussen gerealiseerde eenheidsbedragen en geplande eenheidsbedragen. |
|
(3) |
Op grond van artikel 37 van Verordening (EU) 2021/2116 komen uitgaven in verband met in Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad (3) bedoelde interventies alleen voor financiering door de Unie in aanmerking indien ze door erkende betaalorganen zijn gedaan overeenkomstig de toepasselijke Unieregels en de toepasselijke governancesystemen en indien ze overeenstemmen met een corresponderende output. De naleving van die regels wordt gewaarborgd door de in artikel 9 van Verordening (EU) 2021/2116 bedoelde betaalorganen, de in artikel 12 van die verordening bedoelde certificerende instanties en door de Commissie in het kader van de in artikel 55 van die verordening bedoelde conformiteitsprocedure. Dit biedt zekerheid dat de gerealiseerde outputs worden verwezenlijkt in lijn met de wetgeving van de Unie en dat de strategische GLB-plannen de mijlpalen en streefcijfers bereiken die de lidstaten in hun strategische GLB-plannen hebben vastgesteld als onderdeel van hun prestatiesystemen. |
|
(4) |
Voorts mogen de lidstaten, als gevolg van de bij Verordening (EU) 2024/1468 van het Europees Parlement en de Raad (4) in Verordening (EU) 2021/2115 en Verordening (EU) 2021/2116 aangebrachte wijziging, twee wijzigingsverzoeken per jaar bij de Commissie indienen, met betrekking tot elementen zoals geplande eenheidsbedragen, outputs en financiële toewijzingen voor interventies, die de basis vormen voor de jaarlijkse prestatiegoedkeuring. De lidstaten maken ook in toenemende mate gebruik van de door artikel 119, lid 9, van Verordening (EU) 2021/2115 geboden mogelijkheid om wijzigingen van deze elementen van hun strategische GLB-plannen die betrekking hebben op interventies in het kader van titel III, hoofdstuk IV, van die verordening, aan te brengen en toe te passen. Dit heeft gevolgen voor de jaarlijkse prestatiegoedkeuring en verhoogt de administratieve lasten die ermee gepaard gaan. |
|
(5) |
Om de administratieve lasten te verlichten en de kostenefficiëntie van de jaarlijkse prestatiegoedkeuring te verbeteren, mogen de lidstaten niet worden verplicht met het oog op de jaarlijkse prestatiegoedkeuring motiveringen te verstrekken voor afwijkingen tussen gerealiseerde eenheidsbedragen en geplande eenheidsbedragen wanneer het totale bedrag van de uitgaven dat met deze afwijkingen correspondeert niet hoger is dan een de-minimisdrempel uitgedrukt als percentage van de krachtens artikel 134, lid 5, punt b), van Verordening (EU) 2021/2115 in het jaarlijkse prestatieverslag gedeclareerde uitgaven. Dat totale bedrag wordt berekend door de afwijking voor elk eenheidsbedrag te vermenigvuldigen met het corresponderende aantal outputs en de resulterende bedragen op te tellen. Voor deze berekening mogen alleen afwijkingen in aanmerking worden genomen die in een overschrijding van de uitgaven resulteren. Om nadelige gevolgen voor de fondsen van de Unie te voorkomen en evenredigheid te waarborgen, is het passend de de-minimisdrempel vast te stellen op 2 %. Dit percentage komt overeen met de algemeen aanvaarde drempel voor redelijke zekerheid die bij audits van het beleid en de begroting van de Unie wordt toegepast. |
|
(6) |
De de-minimisdrempel voor de indiening van motiveringen voor de toepassing van de jaarlijkse prestatiegoedkeuring mag echter niet van toepassing zijn op afwijkingen tussen gerealiseerde eenheidsbedragen en de in artikel 102 van Verordening (EU) 2021/2115 bedoelde geplande maximumeenheidsbedragen, aangezien de geplande maximumeenheidsbedragen zijn vastgesteld om flexibiliteit te waarborgen teneinde te voorkomen dat er middelen ongebruikt blijven, en tegelijk overcompensatie van landbouwers te voorkomen. |
|
(7) |
Deze verordening doet geen afbreuk aan de verplichting uit hoofde van artikel 134, lid 9, van Verordening (EU) 2021/2115 om in de jaarlijkse prestatieverslagen voor de toepassing van artikel 40, lid 2, van Verordening (EU) 2021/2116 motiveringen te verstrekken voor een eventuele overschrijding van een gerealiseerd eenheidsbedrag in vergelijking met een gepland eenheidsbedrag van meer dan 50 %. |
|
(8) |
De tekst van artikel 14, lid 8, en van artikel 15, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/127 moet worden verduidelijkt, aangezien de formulering er onbedoeld toe zou kunnen leiden dat de Commissie een forfaitaire correctie toepast die lager is dan het risico voor de Uniebegroting. Die bepalingen moeten bijgevolg worden geherformuleerd om duidelijk aan te geven dat, als uit objectieve elementen blijkt dat het maximumverlies voor de fondsen kleiner is dan of gelijk is aan het verlies dat zou voortvloeien uit de toepassing van een forfaitair percentage dat lager ligt dan het percentage dat de Commissie had voorgesteld, de Commissie voor de bepaling van de aan Uniefinanciering te onttrekken bedragen dat lagere forfaitaire percentage moet toepassen. |
|
(9) |
Aangezien de jaarlijkse prestatieverslagen voor het landbouwbegrotingsjaar 2024 uiterlijk op 15 februari 2025 moeten worden ingediend, moet deze verordening zo spoedig mogelijk in werking treden en moet de de-minimisdrempel met ingang van het landbouwbegrotingsjaar 2024 van toepassing zijn op de jaarlijkse prestatiegoedkeuringsprocedures. |
|
(10) |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/127 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/127
Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/127 wordt als volgt gewijzigd:
|
1. |
Aan artikel 13, lid 2, wordt de volgende tweede alinea toegevoegd: “In afwijking van de eerste alinea hoeven de lidstaten geen motivering te verstrekken voor de toepassing van de jaarlijkse prestatiegoedkeuring voor afwijkingen tussen gerealiseerde eenheidsbedragen en geplande eenheidsbedragen wanneer de totale uitgaven die met deze afwijkingen corresponderen niet meer dan 2 % bedragen van de totale uitgaven die krachtens artikel 134, lid 5, punt b), van Verordening (EU) 2021/2115 in het jaarlijkse prestatieverslag zijn gedeclareerd voor het betrokken landbouwbegrotingsjaar. Voor de berekening van deze drempel worden alleen afwijkingen in aanmerking genomen die in een overschrijding van de uitgaven resulteren. De lidstaten verstrekken echter een motivering voor de toepassing van de jaarlijkse prestatiegoedkeuring voor alle overschrijdingen van gerealiseerde eenheidsbedragen ten opzichte van geplande maximumeenheidsbedragen.”. |
|
2. |
In artikel 14 wordt lid 8 vervangen door: “8. Wanneer een lidstaat objectieve elementen indient die niet aan de eisen van de leden 2 en 3 van dit artikel voldoen, maar aantonen dat het maximumverlies voor de fondsen kleiner is dan of gelijk is aan het verlies dat zou voortvloeien uit de toepassing van een lager dan het voorgestelde forfaitaire percentage, past de Commissie dat lagere forfaitaire percentage toe om te bepalen welke bedragen op grond van artikel 55 van Verordening (EU) 2021/2116 aan Uniefinanciering moeten worden onttrokken.” |
|
3. |
In artikel 15 wordt lid 4 vervangen door: “4. Wanneer een lidstaat aantoont dat het maximumverlies voor het ELGF en het Elfpo lager is dan of gelijk is aan het verlies dat zou voortvloeien uit de toepassing van een forfaitair percentage dat lager is dan het voorgestelde, kan de Commissie dat lagere forfaitaire percentage toepassen of zich baseren op de beoordeling door de certificerende instantie van de governancesystemen in het kader van haar audit als bedoeld in artikel 12 van Verordening (EU) 2021/2116 om te bepalen welke bedragen aan Uniefinanciering moeten worden onttrokken in het kader van de in artikel 55 van die verordening bedoelde conformiteitsprocedure.” |
Artikel 2
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 1, lid 1, is van toepassing op de jaarlijkse prestatiegoedkeuringsprocedures met ingang van landbouwbegrotingsjaar 2024.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 5 december 2024.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 435 van 6.12.2021, blz. 187, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2116/oj.
(2) Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/127 van de Commissie van 7 december 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad met regels inzake de betaalorganen en andere instanties, het financieel beheer, de goedkeuring van de rekeningen, de zekerheden en het gebruik van de euro (PB L 20 van 31.1.2022, blz. 95 ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2022/127/oj).
(3) Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PB L 435 van 6.12.2021, blz. 1 , ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2115/oj).
(4) Verordening (EU) 2024/1468 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2021/2115 en (EU) 2021/2116 wat betreft de normen voor een goede landbouw- en milieuconditie, regelingen voor klimaat, milieu en dierenwelzijn, wijzigingen van de strategische GLB-plannen, herziening van de strategische GLB-plannen en vrijstellingen van controles en sancties (PB L 2024/1468, 24.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1468/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2025/310/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)