European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/133

29.1.2025

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/133 VAN DE COMMISSIE

van 28 januari 2025

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 965/2012 van de Commissie voor wat betreft niet-commerciële vluchtuitvoeringen die volgens zichtvliegvoorschriften worden uitgevoerd met autogyro’s

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad (1), en met name artikel 31, lid 1, punt a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 965/2012 van de Commissie (2) zijn technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering met luchtvaartuigen vastgesteld, zoals uiteengezet in Verordening (EU) 2018/1139.

(2)

Nieuwe types autogyro’s met een maximale startmassa van meer dan 600 kg doen hun intrede op de markt van de Europese Unie. Die luchtvaartuigen zullen naar verwachting alleen worden gebruikt voor niet-commerciële vluchtuitvoeringen in VFR-omstandigheden (zichtvliegvoorschriften). Hoewel die luchtvaartuigen binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2018/1139 vallen, zijn ze momenteel niet opgenomen in Verordening (EU) nr. 965/2012.

(3)

Verordening (EU) nr. 965/2012 moet dus worden gewijzigd om geschikte en toepasselijke regels van de Europese Unie voor de veilige exploitatie van autogyro’s te waarborgen, die de uniforme toepassing en naleving van de in artikel 29 van Verordening (EU) 2018/1139 genoemde essentiële eisen garanderen.

(4)

Het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart heeft een ontwerp van uitvoeringshandeling opgesteld en als Advies nr. 04/2024 (3) bij de Commissie ingediend overeenkomstig artikel 76, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1139.

(5)

De maatregelen in deze verordening zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 127 van Verordening (EU) 2018/1139 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) nr. 965/2012 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt het woord “helikopters” vervangen door het woord “hefschroefvliegtuigen”;

b)

het volgende lid 8 wordt ingevoegd:

“8.   Deze verordening is niet van toepassing op de volgende vluchtuitvoeringen met autogyro’s:

a)

commerciële vluchtuitvoeringen, met uitzondering van de in artikel 6, lid 4 bis, bedoelde vluchtuitvoeringen;

b)

vluchtuitvoeringen volgens instrumentvliegvoorschriften.”

.

2)

In artikel 2 wordt het volgende punt 15 ingevoegd:

“15.

“autogyro”: een type hefschroefvliegtuig dat tijdens de vlucht wordt gedragen door de reactie van de lucht op maximaal twee rotors die vrij roteren op hoofdzakelijk verticale assen.”.

3)

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a)

het volgende lid 4 bis wordt ingevoegd:

“4 bis.   Exploitanten van autogyro’s die betrokken zijn bij niet-commerciële vluchtuitvoeringen volgens zichtvliegvoorschriften voeren vluchten met het luchtvaartuig uit overeenkomstig de bepalingen van bijlage VII.”

;

b)

in lid 5, punt b), wordt het woord “helikopters” vervangen door het woord “hefschroefvliegtuigen”.

4)

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

in lid 3, punten a) en b), wordt het woord “helikopters” vervangen door het woord “hefschroefvliegtuigen”.

5)

Bijlage I (Definities van termen die voorkomen in de bijlagen II tot en met IX) en bijlage VII (deel-NCO) worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Inwerkingtreding en toepasselijkheid

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 18 februari 2026.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 januari 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 212 van 22.8.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1139/oj.

(2)  Verordening (EU) nr. 965/2012 van de Commissie van 5 oktober 2012 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 296 van 25.10.2012, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/965/oj).

(3)   https://www.easa.europa.eu/en/document-library/opinions/opinion-no-042024.


BIJLAGE

Verordening (EU) nr. 965/2012 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Bijlage I (Definities van termen die voorkomen in de bijlagen II tot en met IX) wordt als volgt gewijzigd:

a)

in punt 30 worden de woorden “of autogyro’s” ingevoegd na het woord “vleugelvliegtuigen”;

b)

in punt 69, a), ii), wordt het woord “helikopterpassagiers” vervangen door de woorden “passagiers van hefschroefvliegtuigen”;

c)

in punt 82, b), wordt het woord “helikopterpassagiers” vervangen door de woorden “passagiers van hefschroefvliegtuigen”.

2)

Bijlage VII (deel-NCO) wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt NCO.GEN.115 wordt vervangen door:

“NCO.GEN.115 Taxiën van vleugelvliegtuigen of autogyro’s

Een vleugelvliegtuig of autogyro mag alleen het bewegingsgebied van een luchtvaartterrein worden opgetaxied als de persoon die aan de besturingsinstrumenten zit:

a)

een passend gekwalificeerde piloot is, of

b)

door de exploitant is aangewezen en:

1)

is opgeleid om het vliegtuig of de autogyro te taxiën;

2)

is opgeleid om de radiotelefoon te bedienen, indien radiocommunicatie vereist is;

3)

onderricht heeft gekregen met betrekking tot de inrichting van het luchtvaartterrein, de routes, de signalisatie, de markeringen, de lichten, de signalen en instructies van de verkeersleiding, het verkeersleidingsjargon en de verkeersleidingsprocedures, en

4)

in staat is de operationele normen voor veilige vleugelvliegtuig- of autogyrobewegingen op het luchtvaartterrein na te leven.”;

b)

de titel van punt NCO.OP.120 wordt vervangen door:

NCO.OP.120 Procedures ter beperking van geluidshinder ”;

c)

de titel van punt NCO.OP.125 wordt vervangen door:

NCO.OP.125 Brandstof-/energiebevoorrading en oliebevoorrading ”;

d)

de titel van punt NCO.OP.155 wordt vervangen door:

“NCO.OP.155 Roken aan boord”;

e)

de titel van punt NCO.OP.175 wordt vervangen door:

NCO.OP.175 Startomstandigheden ”;

f)

het volgende nieuwe punt NCO.OP.207 wordt ingevoegd:

“NCO.OP.207 Omstandigheden bij nadering en landing — autogyro’s

Alvorens een nadering voor de landing in te zetten, vergewist de gezagvoerder zich ervan dat, volgens ter beschikking staande informatie, het weer op het luchtvaartterrein of de operatielocatie en de toestand van de te gebruiken landingsbaan een veilige nadering, landing of afgebroken nadering niet verhinderen.”;

g)

in subdeel D wordt de titel van sectie 2 vervangen door:

“SECTIE 2 — HEFSCHROEFVLIEGTUIGEN”;

h)

in punt NCO.IDE.H.100 wordt in de punten a), 4), en c), 2), het woord “helikopter” vervangen door het woord “hefschroefvliegtuig”;

i)

punt NCO.IDE.H.105 wordt vervangen door:

“NCO.IDE.H.105 Minimumuitrusting voor de vlucht

Aan een vlucht mag niet worden begonnen als een van de voor de voorgenomen vlucht vereiste instrumenten, apparaten of functies van het hefschroefvliegtuig niet werkt of ontbreekt, tenzij:

a)

het hefschroefvliegtuig wordt geëxploiteerd in overeenstemming met de minimumuitrustingslijst (MEL), voor zover die is opgesteld, of

b)

voor het hefschroefvliegtuig een vliegvergunning is afgegeven overeenkomstig de toepasselijke luchtwaardigheidsvoorschriften.”;

j)

punt NCO.IDE.H.115 wordt vervangen door:

“NCO.IDE.H.115 Vluchtuitvoeringslichten

Hefschroefvliegtuigen waarmee nachtvluchten worden uitgevoerd, worden uitgerust met:

a)

een antibotsingsverlichtingssysteem;

b)

navigatie-/positielichten;

c)

een landingslicht;

d)

door het elektrische systeem van het hefschroefvliegtuig gevoede verlichting die zorgt voor een afdoende verlichting van alle instrumenten en apparatuur die essentieel zijn voor het veilige gebruik van het hefschroefvliegtuig;

e)

door het elektrische systeem van het hefschroefvliegtuig gevoede verlichting die zorgt voor verlichting in alle passagierscompartimenten;

f)

een onafhankelijk werkende draagbare lamp voor elke bemanningspost, en

g)

de verlichting die nodig is om te voldoen aan de internationale voorschriften ter voorkoming van botsingen op zee indien het hefschroefvliegtuig een amfibieluchtvaartuig is.”;

k)

punt NCO.IDE.H.120 wordt als volgt gewijzigd:

i)

in punt a) wordt het woord “helikopters” vervangen door het woord “hefschroefvliegtuigen”;

ii)

de inleidende zin van punt b) wordt vervangen door:

“b)

Hefschroefvliegtuigen waarmee vluchten bij zichtweersomstandigheden (VMC) of bij een zicht van minder dan 1 500 m worden uitgevoerd, of in omstandigheden waarbij het gewenste vliegpad van het hefschroefvliegtuig niet kan worden aangehouden zonder verwijzing naar een of meer aanvullende instrumenten, worden, naast het bepaalde in punt a), uitgerust met:”;

iii)

punt c) wordt vervangen door:

“c)

Hefschroefvliegtuigen waarmee vluchten worden uitgevoerd bij een zicht van minder dan 1 500 m of in omstandigheden waarin het gewenste vliegpad van het hefschroefvliegtuig niet kan worden behouden zonder verwijzing naar een of meer aanvullende instrumenten, worden, naast het bepaalde in de punten a) en b), uitgerust met een inrichting ter voorkoming van storingen in het in punt a), 4), vereiste systeem voor het aangeven van de vliegsnelheid wegens condensatie of ijsvorming.”;

l)

in NCO.IDE.H.135 wordt het woord “helikopters” vervangen door het woord “hefschroefvliegtuigen”;

m)

punt NCO.IDE.H.140 wordt vervangen door:

“NCO.IDE.H.140 Zitplaatsen, veiligheidsgordels, bevestigingssystemen en bevestigingssysteem voor kinderen

a)

Hefschroefvliegtuigen worden uitgerust met:

1)

een stoel of ligplaats voor elke persoon aan boord van 24 maanden of ouder, of een post voor elk bemanningslid of elke taakspecialist aan boord;

2)

een veiligheidsgordel voor elke passagiersstoel en koppelriemen voor elke ligplaats, en bevestigingssystemen voor elke post;

3)

voor hefschroefvliegtuigen waarvoor het individuele bewijs van luchtwaardigheid voor het eerst is afgegeven na 31 december 2012, een veiligheidsgordel met een schoudersysteem voor elke passagiersstoel voor passagiers van 24 maanden of ouder;

4)

een bevestigingssysteem voor kinderen voor elke persoon aan boord van jonger dan 24 maanden, en

5)

een veiligheidsgordel met een schoudersysteem dat is voorzien van een inrichting die het bovenlichaam van de inzittende automatisch tegenhoudt in geval van snelle vaartvermindering voor elke cockpitbemanningsstoel.

b)

Veiligheidsgordels met een schoudersysteem zijn voorzien van een eenpuntsontkoppelingsmechanisme.”;

n)

in punt NCO.IDE.H.145, a), wordt het woord “helikopters” vervangen door het woord “hefschroefvliegtuigen”;

o)

punt NCO.IDE.H.155 wordt vervangen door:

“NCO.IDE.H.155 Aanvullende zuurstof — hefschroefvliegtuigen zonder drukcabine

Hefschroefvliegtuigen zonder drukcabine waarmee vluchten worden uitgevoerd op een hoogte die zuurstofvoorziening vereist overeenkomstig NCO.OP.190, worden uitgerust met zuurstofapparatuur waarmee de vereiste zuurstofvoorraden kunnen worden opgeslagen en toegediend.”;

p)

in punt NCO.IDE.H.160, a), wordt de inleidende zin vervangen door:

“a)

Hefschroefvliegtuigen, met uitzondering van ELA2-helikopters, worden uitgerust met ten minste één handbrandblusser:”;

q)

in punt NCO.IDE.H.165 wordt de inleidende zin vervangen door:

“Indien bepaalde delen van de romp van het hefschroefvliegtuig zijn gemarkeerd als zijnde geschikt om in geval van nood te worden opengehakt door reddingsploegen, zijn deze delen gemarkeerd als in figuur 1.”;

r)

punt NCO.IDE.H.170 wordt vervangen door:

“NCO.IDE.H.170 Plaatsaanduidende noodzenders (ELT’s)

a)

Hefschroefvliegtuigen die zijn gecertificeerd voor een maximale operationele passagiersconfiguratie van meer dan zes worden uitgerust met:

1)

een automatische ELT, en

2)

één ELT voor overlevenden in een reddingsvlot of zwemvest, wanneer met het hefschroefvliegtuig vluchten worden uitgevoerd op een afstand van het land die overeenstemt met meer dan 3 minuten vliegtijd tegen normale kruissnelheid.

b)

Hefschroefvliegtuigen die zijn gecertificeerd voor een maximale operationele passagiersconfiguratie van hoogstens zes worden uitgerust met een ELT voor overlevenden of een persoonlijk noodbaken (PLB), meegenomen door een bemanningslid of een passagier, of met een automatische ELT.

c)

ELT’s van om het even welk type en PLB’s moeten tegelijkertijd op 121,5 MHz en 406 MHz kunnen uitzenden.”;

s)

punt NCO.IDE.H.175 wordt vervangen door:

“NCO.IDE.H.175 Vluchten boven water

a)

Hefschroefvliegtuigen worden uitgerust met een zwemvest voor elke persoon aan boord of een gelijkwaardig drijfmiddel voor elke persoon aan boord van jonger dan 24 maanden, dat wordt gedragen of is opgeborgen op een plaats die gemakkelijk bereikbaar is vanuit de zit- of ligplaats van de persoon voor wie het is bedoeld, bij vluchten:

1)

boven water op een afstand tot het land die niet met autorotatie is te overbruggen, waarbij het hefschroefvliegtuig geen horizontale vlucht kan aanhouden als de kritieke motor uitvalt, of

2)

boven water op een afstand tot het land die niet met een glijvlucht is te overbruggen, waarbij de autogyro geen horizontale vlucht kan aanhouden als de kritieke motor uitvalt, of

3)

boven water op een afstand tot het land die overeenstemt met meer dan 10 minuten vliegtijd bij normale kruissnelheid, waarbij het hefschroefvliegtuig een horizontale vlucht kan aanhouden als de kritieke motor uitvalt, of

4)

waarvan de start of landing plaatsvindt op een luchtvaartterrein of operatielocatie waarbij het start- of naderingsvliegpad zich boven water bevindt.

b)

Alle zwemvesten of gelijkwaardige individuele drijfmiddelen worden voorzien van elektrische verlichting om personen gemakkelijker te kunnen opsporen.

c)

Als met een hefschroefvliegtuig een vlucht boven water wordt uitgevoerd waarbij de afstand tot het land groter is dan die welke overeenstemt met 30 minuten vliegen tegen normale kruissnelheid of groter is dan 50 zeemijl, als dit korter is, bepaalt de gezagvoerder de risico’s voor de inzittenden in geval van een noodlanding op het water. Op basis daarvan bepaalt hij of het volgende wordt meegenomen:

1)

uitrusting waarmee noodsignalen kunnen worden gegeven;

2)

voldoende reddingsvlotten om alle personen aan boord te vervoeren, die zodanig worden opgeborgen dat ze klaar zijn voor gebruik in noodgevallen, en

3)

levensreddende uitrusting, met inbegrip van middelen om in leven te blijven, als passend voor de uit te voeren vlucht.

d)

De gezagvoerder bepaalt de risico’s voor de inzittenden van het hefschroefvliegtuig in geval van een noodlanding op het water wanneer hij beslist of alle inzittenden de in punt a) vermelde reddingsvesten moeten dragen.”;

t)

in punt NCO.IDE.H.180 wordt het woord “helikopters” vervangen door het woord “hefschroefvliegtuigen”;

u)

punt NCO.IDE.H.185 wordt vervangen door:

“NCO.IDE.H.185 Alle hefschroefvliegtuigen die vluchten boven water uitvoeren — noodlandingen op het water

Hefschroefvliegtuigen die in een vijandige omgeving boven water vliegen op een afstand van meer dan 50 zeemijl van het land moeten:

a)

ontworpen zijn om op water te kunnen landen overeenkomstig de desbetreffende certificeringsspecificaties, of

b)

gecertificeerd zijn voor noodlandingen op water overeenkomstig de desbetreffende certificeringsspecificaties, of

c)

uitgerust zijn met drijfmiddelen voor noodsituaties.”;

v)

punt NCO.IDE.H.190 wordt vervangen door:

“NCO.IDE.H.190 Radiocommunicatieapparatuur

a)

Indien dit vereist is in het gebruikte luchtruim, worden hefschroefvliegtuigen uitgerust met radiocommunicatieapparatuur waarmee tweewegcommunicatie tot stand kan worden gebracht met de luchtvaartstations en op de frequenties die in de luchtruimvoorschriften zijn bepaald.

b)

Indien vereist uit hoofde van punt a) voorziet de radiocommunicatieapparatuur in communicatie op de noodfrequentie voor luchtvaartradioverkeer (121,5 MHz).

c)

Als meer dan één communicatieapparaat vereist is, moet elk apparaat onafhankelijk van de andere werken, zodat het uitvallen van een apparaat niet tot het uitvallen van de andere leidt.

d)

Als een radiocommunicatiesysteem vereist is naast het bij NCO.IDE.H.135 vereiste intercomsysteem voor de cockpitbemanning, worden hefschroefvliegtuigen uitgerust met een zendknop op de besturingsinrichting voor alle vereiste piloten en/of bemanningsleden, op hun post.”;

w)

in punt NCO.IDE.H.200 wordt het woord “helikopters” vervangen door het woord “hefschroefvliegtuigen”;

y)

het volgende nieuwe punt NCO.SPEC.172 wordt ingevoegd:

“NCO.SPEC.172 Prestaties en vluchtuitvoeringscriteria — autogyro’s

Voor vluchtuitvoeringen met autogyro’s op een hoogte van minder dan 150 m (500 voet) boven dunbevolkt gebied waarbij de autogyro geen horizontale vlucht kan aanhouden ingeval van kritieke motoruitval, moet de gezagvoerder:

a)

vluchtuitvoeringsprocedures opstellen om de gevolgen van motoruitval tot een minimum te beperken, en

b)

alle bemanningsleden en taakspecialisten aan boord briefen over de procedures die gelden voor een noodlanding.”.


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/133/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)