|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/111 |
24.1.2025 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/111 VAN DE COMMISSIE
van 23 januari 2025
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1321/2014 met betrekking tot de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen met elektrische en hybride voortstuwing en andere niet-conventionele luchtvaartuigen
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad (1), en met name artikel 17, lid 1, punten b), d), e) en f),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie (2) zijn de eisen bepaald voor de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen, met inbegrip van de kwalificaties en bewijzen van bevoegdheid van het personeel dat verantwoordelijk is voor de vrijgave voor gebruik van producten na onderhoud. |
|
(2) |
In Verordening (EU) nr. 1321/2014 worden uitdrukkelijk de luchtvaartuigcategorieën gespecificeerd waarop de eisen van toepassing zijn, namelijk vleugelvliegtuigen, helikopters of hefschroefvliegtuigen, zweefvliegtuigen, luchtballonnen en luchtschepen. Er bestaan bepaalde niet-conventionele luchtvaartuigen die hoofdzakelijk voortkomen uit recente industriële ontwikkelingen, ook wel nieuweluchtmobiliteitsluchtvaartuigen genoemd, die niet passen in een van de voornoemde luchtvaartuigcategorieën. Dat zorgt voor rechtsonzekerheid over de toepasselijkheid van specifieke aspecten van het huidige regelgevingskader op die luchtvaartuigen. Bovendien moeten de bestaande versoepelingen die onder Verordening (EU) nr. 1321/2014 vallen en die van toepassing zijn op luchtvaartuigen met een vergelijkbaar veiligheidsrisico, naar analogie ook worden uitgebreid tot niet-conventionele luchtvaartuigen. |
|
(3) |
Evenzo zijn er lacunes in de regelgeving die voortvloeien uit het feit dat in Verordening (EU) nr. 1321/2014 in het geval van voorschriften voor het aandrijfmechanisme van luchtvaartuigen, soms alleen rekening wordt gehouden met zuiger- en turbinemotoren voor vleugelvliegtuigen en helikopters. Dat is niet in overeenstemming met nieuwe industriële ontwikkelingen waarbij andere aandrijfmechanismen, zoals elektrische of hybride motoren, in aanmerking worden genomen. Er moet ook voor een soepele overgang naar de nieuwe regelgeving worden gezorgd, zodat de invoering van kleine elektrische vleugelvliegtuigen niet wordt belemmerd, met name wat betreft de onderhoudsvergunning voor die luchtvaartuigen. |
|
(4) |
Om die lacunes in de regelgeving op te vullen, moeten de voorschriften gelden voor alle huidige of toekomstige ontwikkelingen van luchtvaartuigen en hun aandrijfmechanismen. |
|
(5) |
Doordat alle luchtvaartuigen met kantelrotors volgens Verordening (EU) nr. 1321/2014 worden beschouwd als complexe motoraangedreven luchtvaartuigen, is de verordening niet evenredig; de strenge eisen voor complexe motoraangedreven luchtvaartuigen zijn immers ook van toepassing op de eenvoudigste luchtvaartuigen met kantelrotors, terwijl daarvoor minder strenge eisen moeten gelden naar analogie met eenvoudige luchtvaartuigen van andere categorieën, namelijk vleugelvliegtuigen en helikopters. Daarom moet de definitie van complex motoraangedreven luchtvaartuig worden gewijzigd. |
|
(6) |
Verordening (EU) nr. 1321/2014 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(7) |
De wijzigingen zijn gebaseerd op Advies nr. 04/2024 (3) van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, overeenkomstig artikel 75, lid 2, punt b), en artikel 76, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1139. |
|
(8) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 127 van Verordening (EU) 2018/1139 ingestelde comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EU) nr. 1321/2014 wordt als volgt gewijzigd:
|
(1) |
artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
(2) |
in artikel 3 worden de leden 2 en 3 vervangen door: “2. De eisen van bijlage V ter (deel-ML) zijn van toepassing op de volgende andere dan complexe motoraangedreven luchtvaartuigen:
Als een in de eerste alinea genoemd luchtvaartuig wordt vermeld in het air operator certificate van een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1008/2008, zijn de eisen van bijlage I (deel-M) bij deze verordening van toepassing. 3. Om te worden vermeld in het air operator certificate van een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1008/2008, moet een in lid 2, eerste alinea, genoemd luchtvaartuig aan alle onderstaande eisen voldoen:
|
|
(3) |
aan artikel 5 wordt het volgende lid 8 toegevoegd: “8. In afwijking van de punten 66.A.3, 1), b), en 66.A.45, a), van bijlage III (deel-66) mag een vleugelvliegtuig met een elektrisch aandrijfmechanisme en een MTOM van minder dan 5 700 kg tot 13 februari 2028 worden aangetekend op een bewijs van bevoegdheid van subcategorie B1.1 of B1.2 als:
|
|
(4) |
bijlage I (deel-M) wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening; |
|
(5) |
bijlage II (deel-145) wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening; |
|
(6) |
bijlage III (deel-66) wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening; |
|
(7) |
bijlage IV (deel-147) wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage IV bij deze verordening; |
|
(8) |
bijlage V ter (deel-ML) wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage V bij deze verordening; |
|
(9) |
bijlage V quinquies (deel-CAO) wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage VI bij deze verordening. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 13 februari 2026.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 januari 2025.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 212 van 22.8.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1139/oj.
(2) Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie van 26 november 2014 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen ( PB L 362 van 17.12.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/1321/oj).
(3) Advies 04/2024 van 19 juni 2024 van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart: Nieuwe luchtmobiliteit — Voorschriften voor de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen met elektrische en hybride voortstuwing en andere niet-conventionele luchtvaartuigen (subtaak 1).
BIJLAGE I
In aanhangsel VII van BIJLAGE I (deel-M) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 worden de volgende punten 3 bis en 3 ter ingevoegd:
|
“3 bis. |
De uitvoering van het onderhoud van het aandrijfmechanisme, waarbij de motor(en), de hoofdbatterijen of de brandstofcel(len) moeten worden gedemonteerd, behalve het verwijderen ervan uit en het opnieuw installeren ervan in het luchtvaartuig (met inbegrip van het verwijderen/installeren van motorlagers). |
|
3 ter. |
De uitvoering van het onderhoud van hogedrukreservoirs en onderdelen van hogedrukleidingen/-systemen voor het aandrijfmechanisme.”. |
BIJLAGE II
BIJLAGE II (deel-145) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 wordt als volgt gewijzigd:
|
(1) |
punt 145.A.30, h), 2), ii), wordt vervangen door:
|
|
(2) |
in aanhangsel II worden de punten l) en m) vervangen door:
De erkenning van een dergelijke organisatie kan, afhankelijk van haar bekwaamheden, verder door de bevoegde autoriteit worden beperkt.”. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(*1) – Doorhalen wat niet van toepassing is
BIJLAGE III
Bijlage III (deel-66) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 wordt als volgt gewijzigd:
|
(1) |
punt 66.1, b), wordt vervangen door:
|
|
(2) |
punt 66.A.3 wordt vervangen door:
|
|
(3) |
punt 66.A.5, 1) en 2), worden vervangen door:
|
|
(4) |
aan punt 66.A.20, a), wordt het volgende punt 8) toegevoegd:
|
|
(5) |
punt 66.A.30 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
(6) |
punt 66.A.45 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
(7) |
in aanhangsel I wordt punt 2 als volgt gewijzigd:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(8) |
aanhangsel II wordt als volgt gewijzigd:
|
|
(9) |
aanhangsel III wordt als volgt gewijzigd:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(10) |
Aanhangsel IV wordt vervangen door: “Aanhangsel IV Modules of deelmodules inzake ervaring en basiskennis die vereist zijn voor verlenging van een bewijs van bevoegdheid voor onderhoud van luchtvaartuigen overeenkomstig deel-66 A. Ervaringsvereisten Tabel A bevat de ervaringsvereisten, in maanden, voor het toevoegen van een nieuwe categorie of subcategorie aan een bestaand deel-66-bewijs van bevoegdheid. De ervaringsvereisten kunnen met 50 % worden verminderd als de aanvrager voor een bepaalde subcategorie een erkende deel-147-basisopleidingscursus heeft voltooid. Tabel A
B. Vereiste basiskennismodules of -deelmodules Deze tabel geeft een overzicht van de vereiste examens voor het toevoegen van een nieuwe basis(sub)categorie aan een bewijs van bevoegdheid voor onderhoud van luchtvaartuigen dat overeenkomstig deze bijlage is verleend. De overeenkomstig aanhangsel I en aanhangsel VII opgestelde syllabi vereisen verschillende kennisniveaus voor verschillende categorieën van bewijzen van bevoegdheid binnen een module. Daarom gelden voor houders van een bewijs van bevoegdheid die een overeenkomstig deze bijlage verleend bewijs van bevoegdheid voor het onderhoud van luchtvaartuigen willen uitbreiden tot een andere (sub)categorie, aanvullende examens voor bepaalde modules en wordt de module geanalyseerd om te bepalen welke onderwerpen ontbreken of waarvoor op een lager niveau examen is afgelegd. Tabel B
SQ = hangt af van systeemkwalificatie.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(11) |
aanhangsel V, EASA-formulier 19, wordt als volgt gewijzigd:
|
|
(12) |
aanhangsel VI, EASA-formulier 26, wordt als volgt gewijzigd:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(*1) Vleugelvliegtuig met zuiger- of turbinemotor of elektrisch aandrijfmechanisme, of helikopter met zuiger- of turbinemotor.
(*2) Voor vleugelvliegtuigen zonder drukcabine met een MTOM van minder dan 2 000 kg met zuigermotor of elektrisch aandrijfmechanisme mag de minimumduur met 50 % worden ingekort.
(*3) Voor helikopters in groep 2 (volgens de definitie van punt 66.A.5) mag de minimumduur met 30 % worden ingekort.
(*4) De ervaring mag met 50 % worden verminderd, maar dan gelden voor het bewijs van bevoegdheid de beperkingen overeenkomstig punt 66.A.45, h), ii), 3.
BIJLAGE IV
BIJLAGE IV (deel-147) [bij Verordening (EU) nr. 1321/2014] wordt als volgt gewijzigd:
|
(1) |
in de tabel in aanhangsel I wordt de volgende rij ingevoegd tussen de rij voor subcategorie B1.2 en de rij voor subcategorie B1.3:
|
|
(2) |
aanhangsel II, EASA-formulier 11, wordt als volgt gewijzigd:
|
|
(3) |
in aanhangsel III, punt 2, wordt de tweede alinea vervangen door: “Op het certificaat moet worden vermeld op welke combinatie casco/motor (of aandrijfmechanisme) de opleiding betrekking had.”. |
BIJLAGE V
Bijlage V ter (deel-ML) [bij Verordening (EU) nr. 1321/2014] wordt als volgt gewijzigd:
|
(1) |
punt ML.1, a), wordt vervangen door:
|
|
(2) |
punt ML.A.302, d), wordt als volgt gewijzigd:
|
|
(3) |
in aanhangsel III worden de volgende punten c bis) en c ter) ingevoegd:
|
BIJLAGE VI
Bijlage V ter (deel-CAO) van Verordening (EU) nr. 1321/2014 wordt als volgt gewijzigd:
|
(1) |
punt CAO.A.020, a), wordt als volgt gewijzigd:
|
|
(2) |
punt CAO.A.105, a), wordt vervangen door:
|
|
(3) |
aanhangsel I wordt als volgt gewijzigd:
|
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/111/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)