European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/111

24.1.2025

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/111 VAN DE COMMISSIE

van 23 januari 2025

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1321/2014 met betrekking tot de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen met elektrische en hybride voortstuwing en andere niet-conventionele luchtvaartuigen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad (1), en met name artikel 17, lid 1, punten b), d), e) en f),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie (2) zijn de eisen bepaald voor de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen, met inbegrip van de kwalificaties en bewijzen van bevoegdheid van het personeel dat verantwoordelijk is voor de vrijgave voor gebruik van producten na onderhoud.

(2)

In Verordening (EU) nr. 1321/2014 worden uitdrukkelijk de luchtvaartuigcategorieën gespecificeerd waarop de eisen van toepassing zijn, namelijk vleugelvliegtuigen, helikopters of hefschroefvliegtuigen, zweefvliegtuigen, luchtballonnen en luchtschepen. Er bestaan bepaalde niet-conventionele luchtvaartuigen die hoofdzakelijk voortkomen uit recente industriële ontwikkelingen, ook wel nieuweluchtmobiliteitsluchtvaartuigen genoemd, die niet passen in een van de voornoemde luchtvaartuigcategorieën. Dat zorgt voor rechtsonzekerheid over de toepasselijkheid van specifieke aspecten van het huidige regelgevingskader op die luchtvaartuigen. Bovendien moeten de bestaande versoepelingen die onder Verordening (EU) nr. 1321/2014 vallen en die van toepassing zijn op luchtvaartuigen met een vergelijkbaar veiligheidsrisico, naar analogie ook worden uitgebreid tot niet-conventionele luchtvaartuigen.

(3)

Evenzo zijn er lacunes in de regelgeving die voortvloeien uit het feit dat in Verordening (EU) nr. 1321/2014 in het geval van voorschriften voor het aandrijfmechanisme van luchtvaartuigen, soms alleen rekening wordt gehouden met zuiger- en turbinemotoren voor vleugelvliegtuigen en helikopters. Dat is niet in overeenstemming met nieuwe industriële ontwikkelingen waarbij andere aandrijfmechanismen, zoals elektrische of hybride motoren, in aanmerking worden genomen. Er moet ook voor een soepele overgang naar de nieuwe regelgeving worden gezorgd, zodat de invoering van kleine elektrische vleugelvliegtuigen niet wordt belemmerd, met name wat betreft de onderhoudsvergunning voor die luchtvaartuigen.

(4)

Om die lacunes in de regelgeving op te vullen, moeten de voorschriften gelden voor alle huidige of toekomstige ontwikkelingen van luchtvaartuigen en hun aandrijfmechanismen.

(5)

Doordat alle luchtvaartuigen met kantelrotors volgens Verordening (EU) nr. 1321/2014 worden beschouwd als complexe motoraangedreven luchtvaartuigen, is de verordening niet evenredig; de strenge eisen voor complexe motoraangedreven luchtvaartuigen zijn immers ook van toepassing op de eenvoudigste luchtvaartuigen met kantelrotors, terwijl daarvoor minder strenge eisen moeten gelden naar analogie met eenvoudige luchtvaartuigen van andere categorieën, namelijk vleugelvliegtuigen en helikopters. Daarom moet de definitie van complex motoraangedreven luchtvaartuig worden gewijzigd.

(6)

Verordening (EU) nr. 1321/2014 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

De wijzigingen zijn gebaseerd op Advies nr. 04/2024 (3) van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, overeenkomstig artikel 75, lid 2, punt b), en artikel 76, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1139.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 127 van Verordening (EU) 2018/1139 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) nr. 1321/2014 wordt als volgt gewijzigd:

(1)

artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

(a)

de eerste zin wordt vervangen door:

“Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:”;

(b)

punt u) wordt vervangen door:

“u)

“complex motoraangedreven luchtvaartuig”:

i)

een vleugelvliegtuig:

met een maximale gecertificeerde startmassa van meer dan 5 700 kg, of

dat gecertificeerd is voor een maximale configuratie van meer dan 19 passagierszitplaatsen, of

dat gecertificeerd is voor vluchtuitvoeringen met een minimumbemanning van ten minste twee piloten, of

dat is uitgerust met (een) turbinestraalmotor(en) of meer dan één schroefturbinemotor, of

ii)

een helikopter die gecertificeerd is:

voor een maximale startmassa van meer dan 3 175 kg, of

voor een maximale configuratie van meer dan negen passagierszitplaatsen, of

voor vluchtuitvoeringen met een minimumbemanning van ten minste twee piloten, of

iii)

een niet-conventioneel luchtvaartuig dat gecertificeerd is:

voor een maximale startmassa van meer dan 5 700 kg, of

voor een maximale startmassa van meer dan 3 175 kg als tijdens de vlucht een horizontale nulsnelheid kan worden aangehouden, of

voor een maximale configuratie van meer dan negen passagierszitplaatsen.”;

(c)

de volgende punten v), w), x) en y) worden toegevoegd:

“v)

“vleugelvliegtuig”: een gemotoriseerd luchtvaartuig met vaste vleugels dat zwaarder is dan lucht en tijdens de vlucht wordt ondersteund door de dynamische reactie van lucht tegen de vleugels;

w)

“hefschroefvliegtuig”: een door een motor aangedreven luchtvaartuig dat zwaarder is dan de lucht en dat hoofdzakelijk afhankelijk is van de hefkracht die wordt opgewekt door maximaal twee rotors om in de lucht te kunnen blijven;

x)

“helikopter”: een type hefschroefvliegtuig dat voornamelijk in de lucht blijft door de reacties van de lucht op maximaal twee door een motor aangedreven rotors op substantieel verticale assen;

y)

“niet-conventioneel luchtvaartuig”: een ander luchtvaartuig dan een vleugelvliegtuig, helikopter, zweefvliegtuig, ballon of luchtschip.”;

(2)

in artikel 3 worden de leden 2 en 3 vervangen door:

“2.   De eisen van bijlage V ter (deel-ML) zijn van toepassing op de volgende andere dan complexe motoraangedreven luchtvaartuigen:

a)

vleugelvliegtuigen met een maximale startmassa van 2 730 kg of minder;

b)

helikopters met een maximale startmassa van 1 200 kg of minder, gecertificeerd voor ten hoogste 4 inzittenden;

c)

andere ELA2-luchtvaartuigen;

d)

niet-conventionele luchtvaartuigen met een maximale startmassa van:

i)

1 200 kg of minder als tijdens de vlucht een horizontale nulsnelheid kan worden aangehouden, of

ii)

2 730 kg of minder voor andere dan de in punt i) genoemde.

Als een in de eerste alinea genoemd luchtvaartuig wordt vermeld in het air operator certificate van een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1008/2008, zijn de eisen van bijlage I (deel-M) bij deze verordening van toepassing.

3.   Om te worden vermeld in het air operator certificate van een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1008/2008, moet een in lid 2, eerste alinea, genoemd luchtvaartuig aan alle onderstaande eisen voldoen:

a)

de bevoegde autoriteit heeft een onderhoudsprogramma voor het luchtvaartuig goedgekeurd overeenkomstig punt M.A.302 van bijlage I (deel-M);

b)

het onderhoud dat vereist is uit hoofde van het in punt a) vermelde onderhoudsprogramma, is uitgevoerd en gecertificeerd overeenkomstig de punten 145.A.48 en 145.A.50 van bijlage II (deel-145);

c)

er is een beoordeling van de luchtwaardigheid uitgevoerd en er is een nieuw certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid afgegeven overeenkomstig punt M.A.901 van bijlage I (deel-M).”

;

(3)

aan artikel 5 wordt het volgende lid 8 toegevoegd:

“8.   In afwijking van de punten 66.A.3, 1), b), en 66.A.45, a), van bijlage III (deel-66) mag een vleugelvliegtuig met een elektrisch aandrijfmechanisme en een MTOM van minder dan 5 700 kg tot 13 februari 2028 worden aangetekend op een bewijs van bevoegdheid van subcategorie B1.1 of B1.2 als:

a)

de houder van het bewijs van bevoegdheid in de laatste 24 maanden ten minste zes maanden onderhoudservaring heeft met luchtvaartuigen die onder de (sub)categorie van het bewijs van bevoegdheid vallen;

b)

het aangetekende vleugelvliegtuig niet het eerste vleugelvliegtuig is dat voor de desbetreffende (sub)categorie wordt aangetekend, en

c)

de houder van het bewijs van bevoegdheid een luchtvaartuigtypeopleiding heeft gevolgd overeenkomstig aanhangsel III van bijlage III (deel-66), de procedure heeft gevolgd voor de directe erkenning van de luchtvaartuigtypeopleiding in punt 66.B.130 van bijlage III (deel-66) of de procedure heeft gevolgd die is beschreven in punt 66.A.45, d bis), van bijlage III (deel-66).”

;

(4)

bijlage I (deel-M) wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening;

(5)

bijlage II (deel-145) wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening;

(6)

bijlage III (deel-66) wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening;

(7)

bijlage IV (deel-147) wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage IV bij deze verordening;

(8)

bijlage V ter (deel-ML) wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage V bij deze verordening;

(9)

bijlage V quinquies (deel-CAO) wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage VI bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 13 februari 2026.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 januari 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 212 van 22.8.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1139/oj.

(2)  Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie van 26 november 2014 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen ( PB L 362 van 17.12.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/1321/oj).

(3)  Advies 04/2024 van 19 juni 2024 van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart: Nieuwe luchtmobiliteit — Voorschriften voor de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen met elektrische en hybride voortstuwing en andere niet-conventionele luchtvaartuigen (subtaak 1).


BIJLAGE I

In aanhangsel VII van BIJLAGE I (deel-M) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 worden de volgende punten 3 bis en 3 ter ingevoegd:

“3 bis.

De uitvoering van het onderhoud van het aandrijfmechanisme, waarbij de motor(en), de hoofdbatterijen of de brandstofcel(len) moeten worden gedemonteerd, behalve het verwijderen ervan uit en het opnieuw installeren ervan in het luchtvaartuig (met inbegrip van het verwijderen/installeren van motorlagers).

3 ter.

De uitvoering van het onderhoud van hogedrukreservoirs en onderdelen van hogedrukleidingen/-systemen voor het aandrijfmechanisme.”.


BIJLAGE II

BIJLAGE II (deel-145) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 wordt als volgt gewijzigd:

(1)

punt 145.A.30, h), 2), ii), wordt vervangen door:

“ii)

geschikt certificeringspersoneel met bevoegdverklaring voor luchtvaartuigen, gekwalificeerd voor categorie C of L5, zoals van toepassing, en bijgestaan door ondersteunend personeel, zoals beschreven in punt 145.A.35, a), 1).”;

(2)

in aanhangsel II worden de punten l) en m) vervangen door:

“l)

Tabel

KLASSE

BEVOEGDVERKLARING

BEPERKING

GROOT ONDERHOUD

LIJNONDERHOUD

LUCHTVAARTUIGEN

A1

Vleugelvliegtuigen met een maximale startmassa (MTOM) van meer dan 5 700 kg

[Te vermelden: fabrikant vleugelvliegtuig of groep of serie of type en/of de onderhoudstaken]

Bijvoorbeeld: Airbus A320-serie

[JA/NEE]  (*1)

[JA/NEE]  (*1)

A2

Vleugelvliegtuigen met een MTOM van ten hoogste 5 700 kg

[Te vermelden: fabrikant vleugelvliegtuig of groep of serie of type en/of de onderhoudstaken]

Bijvoorbeeld: DHC-6 Twin Otter-serie

Vermeld of de afgifte van certificaten van beoordeling van de luchtwaardigheid is toegestaan (alleen mogelijk voor luchtvaartuigen die onder bijlage V ter (deel-ML) vallen)

[JA/NEE]  (*1)

[JA/NEE]  (*1)

A3

Helikopters

[Te vermelden: fabrikant helikopter of groep of serie of type en/of de onderhoudstaak of -taken]

Bijvoorbeeld: Robinson R44

Vermeld of de afgifte van certificaten van beoordeling van de luchtwaardigheid is toegestaan (alleen mogelijk voor luchtvaartuigen die onder bijlage V ter (deel-ML) vallen)

[JA/NEE]   (*1)

[JA/NEE]   (*1)

A4

Andere luchtvaartuigen dan A1, A2 en A3

[Te vermelden: categorie luchtvaartuig (zweefvliegtuig, ballon, luchtschip enz.) indien van toepassing, fabrikant of groep of serie of type en/of de onderhoudstaak of -taken]

Vermeld of de afgifte van certificaten van beoordeling van de luchtwaardigheid is toegestaan (alleen mogelijk voor luchtvaartuigen die onder bijlage V ter (deel-ML) vallen)

[JA/NEE]   (*1)

[JA/NEE]   (*1)

MOTOREN

B1

Turbinemotor

[Te vermelden: motorserie of -type en/of de onderhoudstaak of -taken]

Bijvoorbeeld: PT6A-serie

B2

Zuigermotor

[Te vermelden: fabrikant motor of groep of serie of type en/of de onderhoudstaak of -taken]

B3

APU

[Te vermelden: fabrikant motor of serie of type en/of de onderhoudstaak of -taken]

B4

Andere motoren dan B1, B2 en B3

[Te vermelden: fabrikant motor of groep of serie of type en/of de onderhoudstaak of -taken]

ANDERE ONDERDELEN DAN VOLLEDIGE MOTOREN OF APU’S

C1 Airco & druk

[Te vermelden: type luchtvaartuig of fabrikant luchtvaartuig of fabrikant onderdeel of het bepaalde onderdeel en/of verwijzing naar een lijst van onderdelen waaraan onderhoud mag worden verricht (capability list) in de verklaring en/of de onderhoudstaak of -taken.]

Bijvoorbeeld: PT6A brandstofcontrole

C2 Automatische vluchtsystemen

C3 Comm. en nav.

C4 Deuren – luiken

C5 Elektrisch vermogen & lampen

C6 Uitrusting

C7 Motor – APU

C8 Besturingsorganen

C9 Brandstof

C10 Hefschroefvliegtuig – rotoren

C11 Hefschroefvliegtuig – trans

C12 Hydraulica

C13 Aanwijsinrichting – registratiesysteem

C14 Landingsgestel

C15 Zuurstof

C16 Propellers

C17 Pneumatiek & vacuüm

C18 Bescherming ijs/regen/brand

C19 Vensters

C20 Structureel

C21 Waterballast

C22 Voortstuwingsversterking

C23 Overige

GESPECIALISEERDE DIENSTEN

D1 Niet-destructief onderzoek

[Te vermelden: specifieke NDT-methode(n)]

m)

Een onderhoudsorganisatie die maar één persoon in dienst heeft die al haar onderhoudsactiviteiten zowel moet plannen als uitvoeren, kan maar een beperkte erkenning krijgen. De maximaal toegestane limieten zijn:

KLASSE

BEVOEGDVERKLARING

BEPERKING

LUCHTVAARTUIGEN

A2

VLEUGELVLIEGTUIGEN met MTOM VAN HOOGSTENS 5 700 KG MET ZUIGERMOTOR of ELEKTRISCH AANDRIJFMECHANISME ZONDER BRANDSTOFCEL

LUCHTVAARTUIGEN

A3

HELIKOPTERS met MTOM VAN HOOGSTENS 3 175 KG MET MOTOR MET ÉÉN ZUIGER of ELEKTRISCH AANDRIJFMECHANISME ZONDER BRANDSTOFCEL

LUCHTVAARTUIGEN

A4

ZWEEFVLIEGTUIGEN, BALLONNEN, LUCHTSCHEPEN EN ELK LUCHTVAARTUIG met MTOM VAN HOOGSTENS 3 175 KG MET MOTOR MET ÉÉN ZUIGER of ELEKTRISCH AANDRIJFMECHANISME ZONDER BRANDSTOFCEL

MOTOREN

B2

MINDER DAN 450 PK

MOTOREN

B4

ELEKTRISCHE MOTOR

ANDERE ONDERDELEN DAN VOLLEDIGE MOTOREN OF APU’S

C1 TOT EN MET C23

CONFORM LIJST VAN ONDERDELEN WAARAAN ONDERHOUD MAG WORDEN VERRICHT

GESPECIALISEERDE DIENSTEN

D1 NDT

NDT-METHODE(N) TE SPECIFICEREN

De erkenning van een dergelijke organisatie kan, afhankelijk van haar bekwaamheden, verder door de bevoegde autoriteit worden beperkt.”.


(*1)  – Doorhalen wat niet van toepassing is


BIJLAGE III

Bijlage III (deel-66) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 wordt als volgt gewijzigd:

(1)

punt 66.1, b), wordt vervangen door:

“b)

Het Agentschap is verantwoordelijk voor:

1.

het vaststellen van de lijst van luchtvaartuigtypen;

2.

het vaststellen welke combinaties van casco en motor (of aandrijfmechanisme) onder elke specifieke typebevoegdverklaring vallen;

3.

met betrekking tot een luchtvaartuig dat niet onder een (sub)categorie van bewijs van bevoegdheid van punt 66.A.3, a), valt, het vaststellen van de toepasselijke (sub)categorie(ën) van bewijs van bevoegdheid waardoor de houder van het bewijs van bevoegdheid wordt gemachtigd om de bevoegdheden van punt 66.A.20 voor dat luchtvaartuig uit te oefenen.”;

(2)

punt 66.A.3 wordt vervangen door:

“66.A.3

Categorieën en subcategorieën van bewijzen van bevoegdheid

a)

Bewijzen van bevoegdheid voor onderhoud van luchtvaartuigen omvatten de volgende categorieën en, indien van toepassing, subcategorieën en systeembevoegdverklaringen:

1)

Categorie A:

i)

Categorie A, onderverdeeld in de volgende subcategorieën:

A1 Vleugelvliegtuigen turbine;

A2 Vleugelvliegtuigen zuiger;

A3 Helikopters turbine;

A4 Helikopters zuiger.

ii)

De subcategorieën A1 en A3 mogen ook worden gebruikt voor luchtvaartuigen die niet onder een A-subcategorie vallen.

2)

Categorie B1, onderverdeeld in de volgende subcategorieën:

B1.1 Vleugelvliegtuigen turbine;

B1.2 Vleugelvliegtuigen zuiger;

B1.E Vleugelvliegtuigen met elektrisch aandrijfmechanisme en MTOM van minder dan 5 700 kg;

B1.3 Helikopters turbine;

B1.4 Helikopters zuiger.

3)

Categorie B2

Het bewijs van bevoegdheid van categorie B2 is van toepassing op alle luchtvaartuigen.

4)

Categorie B2L

Het bewijs van bevoegdheid van categorie B2L is van toepassing op alle luchtvaartuigen, behalve die in groep 1, zoals uiteengezet in punt 66.A.5, 1), en is onderverdeeld in de volgende “systeembevoegdverklaringen”:

communicatie/navigatie (com/nav),

instrumenten,

automatische vluchtsystemen,

surveillance,

cascosystemen.

Een bewijs van bevoegdheid van categorie B2L bevat minstens één systeembevoegdverklaring.

5)

Categorie B3

Een bewijs van bevoegdheid van categorie B3 is van toepassing op vleugelvliegtuigen met zuigermotor zonder drukcabine met een MTOM van hoogstens 2 000 kg.

6)

Categorie L, onderverdeeld in de volgende subcategorieën:

L1C: composietzweefvliegtuigen,

L1: zweefvliegtuigen,

L2C: gemotoriseerde composietzweefvliegtuigen en composiet-ELA1-vleugelvliegtuigen,

L2: gemotoriseerde zweefvliegtuigen en ELA1-vleugelvliegtuigen,

L3H: heteluchtballonnen,

L3G: gasballonnen,

L4H: luchtschepen met hete lucht,

L4G: ELA2-gasluchtschepen,

L5: andere dan ELA2-gasluchtschepen.

7)

Categorie C

Het bewijs van bevoegdheid van categorie C is van toepassing op vleugelvliegtuigen en helikopters.

8)

Als een luchtvaartuig kan worden beschouwd als opgenomen in meer dan een van de bovenstaande (sub)categorieën, stelt het Agentschap op basis van de kenmerken van het luchtvaartuig de (sub)categorie(ën) van het bewijs van bevoegdheid vast die op het luchtvaartuig van toepassing is (zijn) volgens het gegevensblad van zijn typecertificaat.”;

b)

Bovendien is (zijn) op luchtvaartuigen en combinaties van luchtvaartuigen en aandrijfmechanismen die niet in punt a) worden genoemd, de (sub)categorie(ën) van toepassing die door het Agentschap is (zijn) vastgesteld.

Het Agentschap identificeert die (sub)categorie(ën) van bewijs van bevoegdheid in de vluchtgeschiktheidsgegevens die zijn vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 748/2012 en houdt daarbij rekening met een rapport van de aanvrager of houder van het typecertificaat voor het luchtvaartuig, waarin de architectuur en de systemen van het luchtvaartuig (en het aandrijfmechanisme) worden beoordeeld aan de hand van de syllabus van de basiskennismodules en kennisniveaus, voor zover relevant voor de aangewezen (sub)categorie van bewijs van bevoegdheid, en met de in 66.A.20 vastgestelde bevoegdheden.”;

(3)

punt 66.A.5, 1) en 2), worden vervangen door:

“1)

Groep 1 bestaat uit:

i)

vleugelvliegtuigen die gecertificeerd zijn voor een MTOM van meer dan 5 700 kg; vleugelvliegtuigen die gecertificeerd zijn voor een maximale configuratie van meer dan 19 passagierszitplaatsen; vleugelvliegtuigen die gecertificeerd zijn voor vluchtuitvoering met een minimumbemanning van ten minste twee piloten; vleugelvliegtuigen die zijn uitgerust met (een) turbinestraalmotor(en) of meer dan één schroefturbinemotor; vleugelvliegtuigen met een maximale gecertificeerde vlieghoogte hoger dan FL290, die worden aangedreven door een ander aandrijfmechanisme dan een zuigermotor; vleugelvliegtuigen waarvan het aandrijfmechanisme geen zuiger-, turbine- of elektromotor is;

ii)

helikopters die gecertificeerd zijn voor een MTOM van meer dan 3 175 kg; helikopters die gecertificeerd zijn voor een maximale configuratie van meer dan negen passagierszitplaatsen; helikopters die gecertificeerd zijn voor vluchtuitvoering met een minimumbemanning van ten minste twee piloten; helikopters die zijn uitgerust met verschillende motoren; helikopters waarvan het aandrijfmechanisme geen zuiger-, turbine- of elektromotor is;

iii)

andere dan ELA2-gasluchtschepen;

iv)

niet-conventionele luchtvaartuigen; en

v)

luchtvaartuigen die zijn uitgerust met fly-by-wiresystemen.

Niettegenstaande de eerste alinea kan het Agentschap beslissen om een luchtvaartuig dat voldoet aan de in de eerste alinea uiteengezette voorwaarden, te classificeren in een subgroep van groep 2, groep 3 of groep 4, zoals van toepassing, als het van oordeel is dat dit gerechtvaardigd is door de lagere complexiteit van het luchtvaartuig in kwestie.

2)

Groep 2: andere luchtvaartuigen dan de luchtvaartuigen van groep 1, behorend tot de volgende subgroepen:

i)

subgroep 2a: propelleraangedreven vleugelvliegtuigen met één turbinemotor,

ii)

subgroep 2b: helikopters met één turbinemotor,

iii)

subgroep 2c: helikopters met één zuigermotor,

iv)

subgroep 2E: vleugelvliegtuigen met elektrisch aandrijfmechanisme.”;

(4)

aan punt 66.A.20, a), wordt het volgende punt 8) toegevoegd:

“8.

Bovendien worden de bevoegdheden in de punten 1 tot en met 7 ook uitgebreid tot de in punt 66.A.3, b), bedoelde luchtvaartuigen, mits de overeenkomstige (sub)categorie(ën) van bewijs van bevoegdheid is (zijn) geïdentificeerd als van toepassing in de vluchtgeschiktheidsgegevens van deze luchtvaartuigen die zijn vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 748/2012.”;

(5)

punt 66.A.30 wordt als volgt gewijzigd:

(a)

punt a) wordt als volgt gewijzigd:

(i)

in punt 1 wordt de eerste zin vervangen door:

“1.

voor categorie A, subcategorieën B1.2, B1.E en B1.4, en categorie B3:”;

ii)

punt 3 wordt als volgt gewijzigd:

punt ii) wordt vervangen door:

“ii)

vijf jaar ervaring met het uitoefenen van bevoegdheden voor de categorieën B1.2, B1.E, B1.4 of L5 als ondersteunend personeel, of zowel ondersteunend als certificeringspersoneel, overeenkomstig punt 145.A.35 van bijlage II (deel-145), bij een onderhoudsorganisatie die aan complexe motoraangedreven luchtvaartuigen werkt, waaronder twaalf maanden ervaring als ondersteunend personeel voor groot onderhoud; of”;

punt iv), a), wordt vervangen door:

“a)

twee jaar ervaring met het uitoefenen van bevoegdheden voor de categorieën B1.1, B1.2, B1.E, B1.3, B1.4, B2 of L5 als ondersteunend personeel, of zowel ondersteunend als certificeringspersoneel, overeenkomstig punt 145.A.35 van bijlage II (deel-45), bij een onderhoudsorganisatie die werkt aan complexe motoraangedreven luchtvaartuigen, waaronder zes maanden ervaring als ondersteunend personeel voor groot onderhoud; of”;

b)

het volgende punt d bis) wordt ingevoegd:

“d bis)

Niettegenstaande de punten a), b) en d) mogen praktische onderhoudservaring en recente onderhoudservaring die zijn opgedaan met luchtvaartuigen als bedoeld in punt 66.A.3, b), maximaal 50 % uitmaken van de praktische onderhoudservaring en recente onderhoudservaring die vereist zijn volgens de punten a), b) of d) met betrekking tot de (sub)categorie(ën) van bewijs van bevoegdheid waarop die luchtvaartuigen kunnen worden aangetekend.”;

(6)

punt 66.A.45 wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt c) wordt vervangen door:

“c)

Voor andere bewijzen van bevoegdheid dan die van categorie C moet, naast de eisen van punt b), voor de aantekening van de eerste typebevoegdverklaring voor een luchtvaartuig binnen een bepaalde categorie/subcategorie, de overeenkomstige opleiding op de werkplek met succes zijn voltooid. Die opleiding op de werkplek moet voldoen aan aanhangsel III van bijlage III (deel-66), behalve voor gasluchtschepen; in dat geval wordt ze rechtstreeks erkend door de bevoegde autoriteit.

De opleiding op de werkplek voor een luchtvaartuig als bedoeld in punt 66.A.3, b), mag alleen in aanmerking worden genomen met het oog op de aantekening op het bewijs van bevoegdheid als eerste typebevoegdverklaring voor een luchtvaartuig binnen een bepaalde (sub)categorie, zoals beschreven in de vorige alinea, als dat is vastgesteld in de vluchtgeschiktheidsgegevens van het luchtvaartuig.

Anders mag een luchtvaartuig als bedoeld in punt 66.A.3, b), worden aangetekend als eerste typebevoegdverklaring voor luchtvaartuigen binnen een bepaalde (sub)categorie nadat de overeenkomstige opleiding op de werkplek naar tevredenheid is voltooid; in dat geval is echter een aanvullende opleiding op de werkplek vereist voor de aantekening op het bewijs van bevoegdheid binnen die (sub)categorie van de eerste typebevoegdverklaring voor luchtvaartuigen die onder de in punt 66.A.3, a), vermelde categorieën valt.”;

b)

het volgende punt d bis) wordt ingevoegd:

“d bis)

In afwijking van de punten b) en d) en alleen tijdens de eerste 30 maanden nadat voor een nieuw luchtvaartuigtype een typecertificaat is afgegeven, mag op een bewijs van bevoegdheid voor onderhoud van luchtvaartuigen de overeenkomstige typebevoegdverklaring voor een luchtvaartuig voor een bepaalde (sub)categorie worden aangetekend op basis van een volledige opleiding door de fabrikant, met inbegrip van het onderdeel praktische opleiding op de werkplek, op voorwaarde dat de typebevoegdverklaring voor het luchtvaartuig niet het eerste luchtvaartuig is dat voor die (sub)categorie wordt aangetekend.

Die opleiding wordt uitgevoerd op een niveau en gedurende een periode die voldoen aan dezelfde doelstellingen als die van punt 5, a), b) en c), van aanhangsel III, en heeft betrekking op relevante onderhoudsgegevens op het vereiste kennisniveau en toepassingsgebied voor de (sub)categorie van het bewijs van bevoegdheid voor onderhoud van luchtvaartuigen.

Een verantwoordelijke persoon van de luchtvaartuigfabrikant moet een eindrapport opstellen waarin wordt verklaard dat aan de eisen van punt 66.A.45, d bis), is voldaan.”;

(7)

in aanhangsel I wordt punt 2 als volgt gewijzigd:

a)

de eerste tabel wordt vervangen door:

“Onderwerpmodule

B1.1

A1

B1.2

A2

B1.E

B1.3

A3

B1.4

A4

B3

B2

B2L

C

Turbinemotor

Zuigermotor

Vleugelvliegtuigen met elektrisch aandrijfmechanisme en MTOM van minder dan 5 700 kg

Turbinemotor

Zuigermotor

Vleugelvliegtuigen met zuigermotor zonder drukcabine

MTOM ≤ 2 t

1.

WISKUNDE

X

X

X

X

X

X

X

X

X

2.

FYSICA

X

X

X

X

X

X

X

X

X

3.

GRONDBEGINSELEN ELEKTRICITEIT

X

X

X

X

X

X

X

X

X

4.

GRONDBEGINSELEN ELEKTRONICA

X

(n.v.t. op A1)

X

(n.v.t. op A2)

X

X

(n.v.t. op A3)

X

(n.v.t. op A4)

X

X

X

X

5.

DIGITALE TECHNIEKEN/ELEKTRONISCHE INSTRUMENTSYSTEMEN

X

X

X

X

X

X

X

X

X

6.

MATERIALEN EN HARDWARE

X

X

X

X

X

X

X

X

X

7.

ONDERHOUDSPRAKTIJK

X

X

X

X

X

X

X

X

X

8.

BASISAERODYNAMICA

X

X

X

X

X

X

X

X

X

9.

MENSELIJKE FACTOREN

X

X

X

X

X

X

X

X

X

10.

LUCHTVAARTWETGEVING

X

X

X

X

X

X

X

X

X

11.

AERODYNAMICA, CONSTRUCTIE EN SYSTEMEN VAN VLEUGELVLIEGTUIGEN

X

X

X

n.v.t.

n.v.t.

X

n.v.t.

n.v.t.

11, 15 en 17

als B1.1

of

11, 16 en 17

als B1.2

of

11, 17 en 18

als B1.E

of

12 en 15

als B1.3

of

12 en 16

als B1.4

of

13 en 14

als B2”

12.

AERODYNAMICA, CONSTRUCTIE EN SYSTEMEN VAN HELIKOPTERS

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

X

X

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

13.

AERODYNAMICA, CONSTRUCTIE EN SYSTEMEN VAN LUCHTVAARTUIGEN

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

X

X

14.

VOORTSTUWING

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

X

X

15.

GASTURBINEMOTOR

X

n.v.t.

n.v.t.

X

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

16.

ZUIGERMOTOR

n.v.t.

X

n.v.t.

n.v.t.

X

X

n.v.t.

n.v.t.

17.

PROPELLER

X

X

X

n.v.t.

n.v.t.

X

n.v.t.

n.v.t.

18.

ELEKTRISCH AANDRIJFMECHANISME

n.v.t.

n.v.t.

X

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

b)

in de tabel voor module 7 wordt rij 7.4 vervangen door:

“7.4

Potentiële veiligheidsrisico’s bij het werken met elektrische systemen en beschermingsmiddelen

3

3

3”

c)

de tabel voor module 11 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de eerste rij wordt vervangen door:

“MODULE 11. AERODYNAMICA, CONSTRUCTIE EN SYSTEMEN VAN VLEUGELVLIEGTUIGEN

NIVEAU

A1

A2

B1.1

B1.2 / B1.E

B3”

ii)

de rijen voor submodule 11.8 worden vervangen door:

“11.8

Bescherming tegen brand (ATA 26)

 

 

 

 

 

 

a)

Vuur- en rookdetectiesysteem en brandblusinstallaties

1

1

3

3

 

b)

Draagbaar blustoestel

1

1

1

1

1”

iii)

de rijen voor submodule 11.10 worden vervangen door:

“11.10

Brandstofsystemen (ATA 28, ATA 47)

 

 

 

 

 

 

a)

Lay-out van de systemen

1

1

3

3/-

1

 

b)

Brandstofbehandeling

1

1

3

3/-

1

 

c)

Signalering en waarschuwingen

1

1

3

3/-

1

 

d)

Bijzondere systemen

1

3

 

e)

Balancering

1

3

—”

d)

in de tabel voor module 14 worden de rijen van submodule 14.1 vervangen door:

“14.1

Motoren

 

 

a)

Turbinemotoren

1

 

b)

Hulpaggregaten (APU’s)

1

 

c)

Zuigermotoren

1

 

d)

Elektrische en hybride aandrijfmechanismen en hulpsystemen

2

 

e)

Motorbediening

2”

e)

in de tabel voor module 17 wordt de titelrij vervangen door:

“MODULE 17. PROPELLER

NIVEAU

A1

A2

B1.1

B1.2

B1.E

B3”

f)

de volgende tabel voor module 18 wordt toegevoegd:

“MODULE 18. ELEKTRISCH AANDRIJFMECHANISME

MODULE 18. ELEKTRISCH AANDRIJFMECHANISME

NIVEAU

B1.E

18.1

Grondbeginselen

3

18.2

Motorprestaties

3

18.3

Motorconstructie

3

18.4

Elektrisch energiesysteem

3

18.4.1

Batterijen en toebehoren

3

18.4.2

Brandstofcellen en toebehoren

3

18.4.3

Stroomdistributiesystemen

3

18.4.4

Elektronische motorbesturing

3

18.5

Motoraanduidingssystemen

3

18.6

Installatie van het aandrijfmechanisme

3

18.7

Motortoezicht en gebruik aan de grond

3

18.8

Opslag en bewaring van motoren

3”

(8)

aanhangsel II wordt als volgt gewijzigd:

(a)

punt 2.11 wordt vervangen door:

“2.11.

MODULE 11 AERODYNAMICA, CONSTRUCTIE EN SYSTEMEN VAN VLEUGELVLIEGTUIGEN

Categorie A1: 108 meerkeuzevragen, geen open vragen.

Toegestane tijd: 135 minuten.

Categorie A2: 72 meerkeuzevragen, geen open vragen.

Toegestane tijd: 90 minuten.

Categorie B1.1: 140 meerkeuzevragen, geen open vragen.

Toegestane tijd: 175 minuten.

Categorie B1.2 en B1.E: 100 meerkeuzevragen, geen open vragen.

Toegestane tijd: 125 minuten.

Categorie B3: 60 meerkeuzevragen, geen open vragen.

Toegestane tijd: 75 minuten.”;

(b)

het volgende punt 2.18 wordt toegevoegd:

“2.18.

MODULE 18 – ELEKTRISCH AANDRIJFMECHANISME

Categorie B1.E: 76 meerkeuzevragen, geen open vragen.

Toegestane tijd: 95 minuten.”;

(9)

aanhangsel III wordt als volgt gewijzigd:

(a)

punt 3.1. wordt als volgt gewijzigd:

(i)

punt c) wordt vervangen door:

“c)

Duur:

In de onderstaande tabel zijn de minimale lesuren voor de theoretische opleiding vermeld:

Categorie

Uren

Vleugelvliegtuigen (*1) met een maximale startmassa van meer dan 30 000 kg:

B1.1

150

B1.2

120

B2

100

C

30

Vleugelvliegtuigen (*1) met een maximale startmassa gelijk aan of minder dan 30 000 kg en meer dan 5 700 kg:

B1.1

120

B1.2

100

B2

100

C

25

Vleugelvliegtuigen (*1) met een maximale startmassa van 5 700 kg of minder (*2)

B1.1

80

B1.2

60

B1.E

60

B2

60

C

15

Helikopters(  (*1)  (*3)

B1.3

120

B1.4

100

B2

100

C

25

Vleugelvliegtuigen en helikopters die hierboven niet zijn vermeld en niet-conventionele luchtvaartuigen

B1, B2 en C

OSD

In de bovenstaande tabel wordt onder “OSD” verstaan: zoals gedefinieerd in de vluchtgeschiktheidsgegevens die zijn vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 748/2012, rekening houdend met een rapport van de aanvrager of houder van het typecertificaat voor het luchtvaartuig dat een beoordeling bevat van de vereiste theoretische kenniselementen van het luchtvaartuig, rekening houdend met de toepasselijke (sub)categorie van bewijs van bevoegdheid waarop een aantekening van het luchtvaartuigtype zou zijn toegestaan overeenkomstig punt 66.A.3.

Een lesuur in de bovenstaande tabel is 60 minuten onderwijs, exclusief pauzes, examens, herhalingen, voorbereidend werk en bezoeken aan luchtvaartuigen.

Die uren gelden alleen voor theoriecursussen voor complete luchtvaartuig/motorcombinaties conform de typebevoegdverklaring zoals gedefinieerd door het Agentschap.”;

(ii)

de tabel in punt e) wordt vervangen door:

“Niveau

Hoofdstukken

Vleugelvliegtuigen turbine

Vleugelvliegtuigen zuiger

Vleugelvliegtuigen met elektrisch aandrijfmechanisme

Helikopter turbine

Helikopter zuigermotor

Avionica

Categorie bewijs van bevoegdheid

B1.1

C

B1.2

C

B1.E

C

B1.3

C

B1.4

C

B2

Introductiemodule:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

05

Tijdslimieten/onderhoudscontroles

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

06

Afmetingen/oppervlakken (MTOM enz.)

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

07

Heffen en stutten

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

08

Nivellering en weging

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

09

Slepen en taxiën

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

10

Parkeren/verankeren, opslag en weer in gebruik stellen

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

11

Opschriften en markeringen

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

12

Klein onderhoud

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

20

Standaardpraktijken — enkel van toepassing op bedoeld type

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

Helikopter

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18

Trillings- en geluidsanalyse (bladrotatie)

3

1

3

1

60

Standaardpraktijken rotor

3

1

3

1

62

Rotoren

3

1

3

1

1

62A

Rotoren — Controle en signalering

3

1

3

1

3

63

Rotoraandrijvingen

3

1

3

1

1

63A

Rotoraandrijvingen — Controle en signalering

3

1

3

1

3

64

Staartrotor

3

1

3

1

1

64A

Staartrotor — Controle en signalering

3

1

3

1

3

65

Staartrotoraandrijving

3

1

3

1

1

65A

Staartrotoraandrijving — Controle en signalering

3

1

3

1

3

66

Opvouwbare rotorbladen/pylon

3

1

3

1

67

Rotorstuurorgaan

3

1

3

1

53

Casco-constructie (helikopter)

3

1

3

1

25

Nooddrijfuitrusting

3

1

3

1

1

Casco-constructie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

51

Standaardpraktijken en -structuren (classificatie, beoordeling en reparatie van schade)

3

1

3

1

3

1

1

53

Romp

3

1

3

1

3

1

1

54

Gondels/pylons

3

1

3

1

3

1

1

55

Stabilisatoren

3

1

3

1

3

1

1

56

Vensters

3

1

3

1

3

1

1

57

Vleugels

3

1

3

1

3

1

1

52

Deuren

3

1

3

1

3

1

1

Systemen voor zonale en stationidentificatie

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

Cascosystemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

21

Klimaatregeling

3

1

3

1

3

1

3

1

3

1

3

21A

Luchttoevoer

3

1

3

1

3

1

3

1

3

1

2

21B

Drukregeling

3

1

3

1

3

1

3

1

3

1

3

21C

Veiligheids- en waarschuwingsinrichtingen

3

1

3

1

3

1

3

1

3

1

3

22

Automatische vlucht

2

1

2

1

2

1

2

1

2

1

3

23

Communicatie

2

1

2

1

2

1

2

1

2

1

3

24

Elektrisch vermogen

3

1

3

1

3

1

3

1

3

1

3

25

Uitrusting en inrichtingen

3

1

3

1

3

1

3

1

3

1

1

25A

Elektronische uitrusting, waaronder nooduitrusting

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

3

26

Bescherming tegen brand

3

1

3

1

3

1

3

1

3

1

3

27

Stuurorganen

3

1

3

1

3

1

3

1

3

1

2

27A

Sys. besturing: elektrisch, fly-by-wire

3

1

3

1

3

1

3

28

Brandstofsystemen

3

1

3

1

3

1

3

1

2

28A

Brandstofsystemen — Controle en signalering

3

1

3

1

3

1

3

1

3

29

Hydraulisch vermogen

3

1

3

1

3

1

3

1

3

1

2

29A

Hydraulisch vermogen — Controle en signalering

3

1

3

1

3

1

3

1

3

1

3

30

Bescherming tegen ijs en regen

3

1

3

1

3

1

3

1

3

1

3

31

Aanwijsinrichting/registratiesysteem

3

1

3

1

3

1

3

1

3

1

3

31A

Instrumentsystemen

3

1

3

1

3

1

3

1

3

1

3

32

Landingsgestel

3

1

3

1

3

1

3

1

3

1

2

32A

Landingsgestel — Controle en signalering

3

1

3

1

3

1

3

1

3

1

3

33

Lichten

3

1

3

1

3

1

3

1

3

1

3

34

Navigatie

2

1

2

1

2

1

2

1

2

1

3

35

Zuurstof

3

1

3

1

3

1

2

36

Pneumatisch

3

1

3

1

3

1

3

1

3

1

2

36A

Pneumatisch — Controle en signalering

3

1

3

1

3

1

3

1

3

1

3

37

Vacuüm

3

1

3

1

3

1

3

1

3

1

2

38

Water/afval

3

1

3

1

3

1

2

41

Waterballast

3

1

3

1

3

1

1

42

Geïntegreerde modulaire avionica

2

1

2

1

2

1

2

1

2

1

3

44

Cabinesystemen

2

1

2

1

2

1

2

1

2

1

3

45

Onderhoudssysteem aan boord (of behandeld in 31)

3

1

3

1

3

1

3

1

3

46

Informatiesystemen

2

1

2

1

2

1

2

1

2

1

3

47

Stikstofopwekkingssysteem

3

1

3

1

2

50

Ruimten voor vracht en hulpwerktuigen

3

1

3

1

3

1

3

1

3

1

1

55/57

Stuurvlakken (alle)

3

1

3

1

3

1

1

Turbinemotor

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

70

Standaardpraktijken — Motoren

3

1

3

1

1

70A

Constructie en werking (installatie inlaat, compressoren, verbrandingssectie, turbinesectie, lagers en afdichtingen, smeersystemen)

3

1

3

1

1

70B

Motorprestaties

3

1

3

1

1

71

Aandrijfmechanisme

3

1

3

1

1

72

Motorturbine/Propellerturbine/Tunnelpropeller/Propeller

3

1

3

1

1

73

Motorbrandstof en -bediening

3

1

3

1

1

75

Lucht

3

1

3

1

1

76

Motorbediening

3

1

3

1

1

78

Uitlaat

3

1

3

1

1

79

Olie

3

1

3

1

1

80

Starten

3

1

3

1

1

82

Waterinspuiting

3

1

3

1

1

83

Tandwielkasten voor hulpwerktuigen

3

1

3

1

1

84

Voortstuwingsversterking

3

1

3

1

1

73A

FADEC

3

1

3

1

3

74

Ontsteking

3

1

3

1

3

77

Motoraanduidingssystemen

3

1

3

1

3

49

Hulpaggregaten (APU’s)

3

1

2

Zuigermotor

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

70

Standaardpraktijken — Motoren

3

1

3

1

1

70A

Constructie en werking (installatie, carburatoren, brandstofinspuitingssystemen, inductie, uitlaat- en koelsystemen, drukvulling/turbodrukvulling, smeersystemen)

3

1

3

1

1

70B

Motorprestaties

3

1

3

1

1

71

Aandrijfmechanisme

3

1

3

1

1

73

Motorbrandstof en -bediening

3

1

3

1

1

76

Motorbediening

3

1

3

1

1

79

Olie

3

1

3

1

1

80

Starten

3

1

3

1

1

81

Turbines

3

1

3

1

1

82

Waterinspuiting

3

1

3

1

1

83

Tandwielkasten voor hulpwerktuigen

3

1

3

1

1

84

Voortstuwingsversterking

3

1

3

1

1

73A

FADEC

3

1

3

1

3

74

Ontsteking

3

1

3

1

3

77

Motoraanduidingssystemen

3

1

3

1

3

Elektrisch aandrijfmechanisme

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Elektromotoren

3

1

3

Brandstofcel en aanverwante systemen

3

1

3

Batterijen

3

1

3

Hulpsystemen voor het elektrisch aandrijfmechanisme

3

1

3

Propellers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

60A

Standaardpraktijken — propeller

3

1

3

1

3

1

1

61

Propellers/voortstuwing

3

1

3

1

3

1

1

61A

Propellerconstructie

3

1

3

1

3

1

61B

Bediening propellerspoed

3

1

3

1

3

1

61C

Propellersynchronisatie

3

1

3

1

3

1

1

61D

Elektronische propellerbediening

2

1

2

1

2

1

3

61E

Bescherming tegen ijs op propeller

3

1

3

1

3

1

61F

Propelleronderhoud

3

1

3

1

3

1

1

Speciale hoofdstukken voor vleugelvliegtuigen met een ander aandrijfmechanisme dan zuiger-/turbine-/elektromotoren en helikopters met andere dan zuiger-/turbinemotoren

De omschrijving van speciale hoofdstukken van het theoretische element van de luchtvaartuigtypeopleiding is beschikbaar in de OSD van het luchtvaartuig, vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 748/2012. Voor die luchtvaartuigen kan het EASA ook een aantal van de hoofdstukken in bovenstaande tabel als “niet vereist” beschouwen.

Speciale hoofdstukken voor niet-conventionele luchtvaartuigen

De omschrijving van speciale hoofdstukken van het theoretische element van de luchtvaartuigtypeopleiding is beschikbaar in de OSD van het luchtvaartuig, vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 748/2012. Voor die luchtvaartuigen kan het EASA ook een aantal van de hoofdstukken in bovenstaande tabel als “niet vereist” beschouwen.”

(b)

in punt 3.2, b), wordt de tabel als volgt gewijzigd:

(i)

het niveau “Elektrisch aandrijfmechanisme” met de bijbehorende hoofdstukken wordt ingevoegd tussen hoofdstuk “84 Voortstuwingsversterking” van niveau “Zuigermotoren:” en niveau “Propellers:”, en wel als volgt:

“Hoofdstukken

B1/B2

B1

B2

LOC

FOT

SGH

R/I

MEL

TS

FOT

SGH

R/I

MEL

TS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[…]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Elektrisch aandrijfmechanisme

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Elektromotoren

X/X

X

X

X

X

X

X

X

Brandstofcel en aanverwante systemen

X/X

X

X

X

X

X

X

X

Batterijen

X/X

X

X

X

X

X

X

X

Hulpsystemen voor het elektrisch aandrijfmechanisme

X/X

X

X

X

X

X

X

X

X

X”

[…]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(ii)

de volgende hoofdstukken worden toegevoegd:

“Hoofdstukken

B1/B2

B1

B2

LOC

FOT

SGH

R/I

MEL

TS

FOT

SGH

R/I

MEL

TS

[…]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Speciale hoofdstukken voor vleugelvliegtuigen met een ander aandrijfmechanisme dan zuiger-/turbine-/elektromotoren en helikopters met andere dan zuiger-/turbinemotoren

Voor het desbetreffende luchtvaartuigtype is de omschrijving van speciale hoofdstukken van het theoretische element van de luchtvaartuigtypeopleiding beschikbaar in de OSD van het luchtvaartuig, vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 748/2012.

Speciale hoofdstukken voor niet-conventionele luchtvaartuigen

Voor het desbetreffende luchtvaartuigtype is de omschrijving van speciale hoofdstukken van het theoretische element van de luchtvaartuigtypeopleiding beschikbaar in de OSD van het luchtvaartuig, vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 748/2012.”

(10)

Aanhangsel IV wordt vervangen door:

“Aanhangsel IV

Modules of deelmodules inzake ervaring en basiskennis die vereist zijn voor verlenging van een bewijs van bevoegdheid voor onderhoud van luchtvaartuigen overeenkomstig deel-66

A.   Ervaringsvereisten

Tabel A bevat de ervaringsvereisten, in maanden, voor het toevoegen van een nieuwe categorie of subcategorie aan een bestaand deel-66-bewijs van bevoegdheid.

De ervaringsvereisten kunnen met 50 % worden verminderd als de aanvrager voor een bepaalde subcategorie een erkende deel-147-basisopleidingscursus heeft voltooid.

Tabel A

Tot:

Van:

A1

A2

A3

A4

B1.1

B1.2

B1.E

B1.3

B1.4

B2

B2L

B3

L1

L2

L3

L4

L5

A1

6

6

6

24

6

6

24

12

24

12

6

12

12

12

12

24

A2

6

6

6

24

6

6

24

12

24

12

6

12

12

12

12

24

A3

6

6

6

24

12

12

24

6

24

12

12

12

12

12

12

24

A4

6

6

6

24

12

12

24

6

24

12

12

12

12

12

12

24

B1.1

6

6

6

6

6

6

6

12

12

6

6

6

12

12

12

B1.2

6

6

6

24

6

24

6

24

12

12

12

12

B1.E

6

6

6

6

24

6

24

12

24

12

6

6

6

12

12

12

B1.3

6

6

6

6

6

6

6

12

12

6

6

6

12

12

12

B1.4

6

6

6

24

6

12

24

24

12

6

6

6

12

12

12

B2

6

6

6

6

12

12

12

12

12

12

6

6

12

12

24

B2L

6

6

6

6

12

12

12

12

12

12

12

6

6

12

12

24

B3

6

6

6

24

6

12

24

12

24

12

12

12

12

L1

24

24

24

24

36

24

24

36

24

36

24

24

6 (*4)

12 (*4)

12 (*4)

24

L2

24

12

24

24

36

12

12

36

24

36

24

12

12 (*4)

12 (*4)

24

L3

30

30

30

30

48

30

30

48

30

48

30

30

12 (*4)

12 (*4)

6 (*4)

24

L4

30

30

30

30

48

30

30

48

30

48

30

30

12 (*4)

12 (*4)

24

L5

24

24

24

24

36

24

24

36

24

36

24

24

12 (*4)

12 (*4)

12 (*4)

B.   Vereiste basiskennismodules of -deelmodules

Deze tabel geeft een overzicht van de vereiste examens voor het toevoegen van een nieuwe basis(sub)categorie aan een bewijs van bevoegdheid voor onderhoud van luchtvaartuigen dat overeenkomstig deze bijlage is verleend.

De overeenkomstig aanhangsel I en aanhangsel VII opgestelde syllabi vereisen verschillende kennisniveaus voor verschillende categorieën van bewijzen van bevoegdheid binnen een module. Daarom gelden voor houders van een bewijs van bevoegdheid die een overeenkomstig deze bijlage verleend bewijs van bevoegdheid voor het onderhoud van luchtvaartuigen willen uitbreiden tot een andere (sub)categorie, aanvullende examens voor bepaalde modules en wordt de module geanalyseerd om te bepalen welke onderwerpen ontbreken of waarvoor op een lager niveau examen is afgelegd.

Tabel B

Tot 9

Van

A1

A2

A3

A4

B1.1

B1.2

B1.E

B1.3

B1.4

B2

B2L

B3

L1C

L1

L2C

L2

L3H

L3G

L4H

L4G

L5

A1

Geen

16.

12.

12, 16.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 2, 8, 9.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 9.

A2

11, 15.

Geen

12, 15.

12.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 2, 8, 9.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 9.

A3

11, 17.

11, 16, 17.

Geen

16.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 2, 8, 9.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 9.

A4

11, 15, 17.

11, 17.

15.

Geen

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 9.

Alle behalve 2, 8, 9.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 2L.

Alle behalve 9.

B1.1

Geen

16.

12.

12, 16.

Geen

16.

18.

12.

12, 16.

4, 5, 13, 14

4, 5, 13SQ, 14SQ

16.

12L.

12L.

8L2, 12L.

8L2, 12L.

9L.

10L.

8L2, 9L, 11L, 12L.

8L2, 10L, 11L, 12L.

8L2, 10L, 11L, 12L.

B1.2

11, 15.

Geen

12, 15.

12.

11, 15.

Geen

18.

12, 15.

12.

4, 5, 13, 14

4, 5, 13SQ. 14SQ

Geen

12L.

12L.

8L1, 12L.

8L1, 12L.

9L.

10L.

8L1, 9L, 11L, 12L.

8L1, 10L, 11L, 12L.

8L1, 10L, 11L, 12L.

B1.E

11, 15.

114, 16

12, 15.

12, 16.

11, 15.

114, 16

Geen

12, 15.

12, 16.

4, 5, 13, 14

4, 5, 13SQ, 14SQ

114, 16.

12L.

12L.

8L3, 12L.

8L3, 12L.

9L.

10L.

8L3, 9L, 11L, 12L.

8L3, 10L, 11L, 12L.

8L3, 10L, 11L, 12L.

B1.3

11, 17.

11, 16, 17.

Geen

16.

11, 17.

11, 16, 17.

11, 17, 18.

Geen

16.

4, 5, 13, 14

4, 5, 13SQ, 14SQ

11, 16, 17.

7L, 12L.

7L, 12L.

7L, 8L2, 12L.

7L, 8L2, 12L.

9L.

10L.

8L2, 9L, 11L, 12L.

8L2, 10L, 11L, 12L.

8L2, 10L, 11L, 12L.

B1.4

11, 15, 17.

11, 17.

15.

Geen

11, 15, 17.

11, 17.

11, 17, 18.

15.

Geen

4, 5, 13, 14

4, 5, 13SQ, 14SQ

11, 17.

7L, 12L.

7L, 12L.

7L, 8L1, 12L.

7L, 8L1, 12L.

9L.

10L.

8L1, 9L, 11L, 12L.

8L1, 10L, 11L, 12L.

8L1, 10L, 11L, 12L.

B2

7, 11, 15, 17.

7, 11, 16, 17.

7, 12, 15.

7, 12, 16.

6, 7, 11, 15, 17.

6, 7, 11, 16, 17.

6, 7, 11, 17, 18.

6, 7, 12, 15.

6, 7, 12, 16.

Geen

Geen

6, 7, 11, 16, 17.

5L, 7L.

4L, 5L, 6L, 7L.

5L, 7L, 8L.

4L, 5L, 6L, 7L, 8L.

9L.

10L.

8L, 9L, 11L.

8L, 10L, 11L.

6, 7, [11 of 127], [15, 16 of 18], 17, 8L8, 10L, 11L

B2L

7, 11, 15, 17.

7, 11, 16, 17.

7, 12, 15.

7, 12, 16.

6, 7, 11, 15, 17.

6, 7, 11, 16, 17.

6, 7, 11, 17, 18.

6, 7, 12, 15.

6, 7, 12, 16.

13SQ, 14SQ.

Geen

6, 7, 11, 16, 17.

5L, 7L, 12LSQ.

4L, 5L, 6L, 7L, 12LSQ.

5L, 7L, 8L, 12LSQ.

4L, 5L, 6L, 7L, 8L, 12LSQ.

9L.

10L.

8L, 9L, 11L,12LSQ.

8L, 10L, 11L, 12LSQ.

6, 7, [11 of 127], [15, 16 of 18], 17, 8L8, 10L, 11L, 12LSQ

B3

11, 15.

11

12, 15.

12.

2, 3, 5, 8, 11, 15.

2, 3, 5, 8, 11.

2, 3, 5, 8, 11, 18.

2, 3, 5, 8, 12, 15.

2, 3, 5, 8, 12.

2, 3, 4, 5, 8, 13, 14.

2, 3, 4, 5, 8, 13SQ, 14SQ.

Geen

12L.

12L.

8L1, 12L.

8L1, 12L.

9L.

10L.

8L1, 9L, 11L, 12L.

8L1, 10L, 11L, 12L.

2, 3, 5, 8, [11 of 12], 8L1, 10L, 11L, 12L.


Tot

Van

A1

A2

A3

A4

B1.1

B1.2

B1.E

B1.3

B1.4

B2

B2L

B3

L1C

L1

L2C

L2

L3H

L3G

L4H

L4G

L5

L1C

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Geen

4L, 6L.

8L.

4L, 6L, 8L.

9L.

10L.

8L, 9L, 11L.

8L, 10L, 11L.

Alle behalve 12L.

L1

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Geen

Geen

8L.

8L.

9L.

10L.

8L, 9L, 11L.

8L, 10L, 11L.

Alle behalve 12L.

L2C

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Geen

4L, 6L.

Geen

4L, 6L.

9L.

10L.

9L, 11L.

10L, 11L.

Alle behalve 8L en 12L.

L2

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Geen

Geen

Geen

Geen

9L.

10L.

9L, 11L.

10L, 11L.

Alle behalve 8L en 12L.

L3H

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

5L, 7L, 12L.

4L, 5L, 6L, 7L, 12L.

5L, 7L, 8L, 12L.

4L, 5L, 6L, 7L, 8L, 12L.

Geen

10L.

8L, 11L, 12L.

8L, 10L, 11L, 12L.

Alle.

L3G

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

5L, 7L, 12L.

4L, 5L, 6L, 7L, 12L.

5L, 7L, 8L, 12L.

4L, 5L, 6L, 7L, 8L, 12L.

9L.

Geen

8L, 9L, 11L, 12L.

8L, 11L, 12L.

Alle behalve 10L.

L4H

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

5L, 7L.

4L, 5L, 6L, 7L.

5L, 7L.

4L, 5L, 6L, 7L.

Geen

10L.

Geen

10L.

Alle behalve 8L, 11L en 12L.

L4G

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

Alle

5L, 7L.

4L, 5L, 6L, 7L.

5L, 7L.

4L, 5L, 6L, 7L.

9L.

Geen

9L.

Geen

Alle behalve 8L, 10L, 11L en 12L.

L5 10

B1.1

Geen

Geen

12.

12.

Geen

166.

18.

12.

12, 166.

4, 5, 13.

4, 5, 13SQ.

166.

Geen

Geen

Geen

Geen

9L.

Geen

9L.

Geen

Geen

B1.2

11.

Geen

12.

12.

11, 15.

Geen

18.

12, 15.

12.

4, 5, 13.

4, 5, 13SQ.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

9L.

Geen

9L.

Geen

Geen

B1.E

11.

Geen

12.

12.

11, 15.

114, 166.

Geen

12, 15.

12, 166.

4, 5, 13.

4, 5, 13SQ.

114, 166.

Geen

Geen

Geen

Geen

9L.

Geen

9L.

Geen

Geen

B1.3

11.

11.

Geen

Geen

11, 175.

11, 166, 175.

11, 175, 18.

Geen

166.

4, 5, 13.

4, 5, 13SQ.

11, 166, 175.

7L.

7L.

7L.

7L.

9L.

Geen

9L.

Geen

Geen

B1.4

11.

11.

Geen

Geen

11, 15, 175.

11, 175.

11, 175, 18.

15.

Geen

4, 5, 13.

4, 5, 13SQ.

11, 175.

7L.

7L.

7L.

7L.

9L.

Geen

9L.

Geen

Geen

Opmerking:

“Alle”: alle relevante elementen van de modules in punt “2. Modularisering” van aanhangsel I of in punt “1. Modularisering” van aanhangsel VII voor de doel(sub)categorie (d.w.z. de (sub)categorie vermeld in de rij “Tot”).

SQ = hangt af van systeemkwalificatie.

1:

met uitzondering van de onderwerpen in verband met zuigermotoren, en in het geval “Van: B1.2” of “Van: B3” ook met uitzondering van de onderwerpen in verband met propeller.

2:

met uitzondering van de onderwerpen in verband met turbinemotoren, en in het geval “Van: B1.1” ook met uitzondering van de onderwerpen in verband met propeller.

3:

met uitzondering van de onderwerpen in verband met elektromotoren en propeller.

4:

alleen submodule “11.10”.

5:

alleen submodule “17.4”.

6:

alleen submodule “16.12”.

7:

modules 12 en 18 kunnen niet samen worden gekozen.

8:

afhankelijk van de gekozen module [11 of 12] en [15, 16 of 18] zijn maar enkele toepasselijke onderwerpen van module 18L vereist.

9:

de in elke cel geïdentificeerde (sub)module(s) moet(en) worden onderwezen op het kennisniveau dat is vastgesteld in punt “2. Modularisering” van aanhangsel I of in punt “1. Modularisering” van aanhangsel VII overeenkomstig de doel(sub)categorie (d.w.z. de (sub)categorie vermeld in de rij “Tot”).

10:

gebruik subrij B1.x op basis van subcategorie B1 die toegang gaf tot het bewijs van bevoegdheid L5 (zie punt “1. Modularisering” van aanhangsel VII).
”;

(11)

aanhangsel V, EASA-formulier 19, wordt als volgt gewijzigd:

a)

de eerste bladzijde van EASA-formulier 19 wordt vervangen door:

Image 1

Image 2

b)

de identificatie van het formulier “EASA-FORMULIER 19 versie 5” wordt vervangen door “EASA-FORMULIER 19 versie 6”;

(12)

aanhangsel VI, EASA-formulier 26, wordt als volgt gewijzigd:

(a)

op de eerste bladzijde wordt “EASA-FORMULIER 26 versie 6” vervangen door “EASA-FORMULIER 26 versie 7”;

(b)

sectie IX. Deel-66 CATEGORIEËN wordt vervangen door:

“IX.

Deel-66 CATEGORIEËN

GELDIGHEID

A

B1

B2

B2L

B3

L

C

Vleugelvliegtuigen turbine

 

 

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Vleugelvliegtuigen zuiger

 

 

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Vleugelvliegtuigen met elektrisch aandrijfmechanisme

n.v.t.

 

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Helikopters turbine

 

 

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Helikopters zuiger

 

 

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Avionica

n.v.t.

n.v.t.

 

 

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Complexe motoraangedreven luchtvaartuigen

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Andere dan complexe motoraangedreven luchtvaartuigen

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Zweefvliegtuigen, gemotoriseerde zweefvliegtuigen, ELA1-vleugelvliegtuigen, ballonnen en luchtschepen

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

n.v.t.

Vleugelvliegtuigen met zuigermotor zonder drukcabine met een MTOM van hoogstens 2 000 kg

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

n.v.t.

n.v.t.”

c)

de identificatie van “EASA-formulier 26 versie 5” wordt vervangen door “EASA-formulier 26 versie 7”.


(*1)  Vleugelvliegtuig met zuiger- of turbinemotor of elektrisch aandrijfmechanisme, of helikopter met zuiger- of turbinemotor.

(*2)  Voor vleugelvliegtuigen zonder drukcabine met een MTOM van minder dan 2 000 kg met zuigermotor of elektrisch aandrijfmechanisme mag de minimumduur met 50 % worden ingekort.

(*3)  Voor helikopters in groep 2 (volgens de definitie van punt 66.A.5) mag de minimumduur met 30 % worden ingekort.

(*4)  De ervaring mag met 50 % worden verminderd, maar dan gelden voor het bewijs van bevoegdheid de beperkingen overeenkomstig punt 66.A.45, h), ii), 3.


BIJLAGE IV

BIJLAGE IV (deel-147) [bij Verordening (EU) nr. 1321/2014] wordt als volgt gewijzigd:

(1)

in de tabel in aanhangsel I wordt de volgende rij ingevoegd tussen de rij voor subcategorie B1.2 en de rij voor subcategorie B1.3:

“B1.E

2 000

50–60”

(2)

aanhangsel II, EASA-formulier 11, wordt als volgt gewijzigd:

(a)

de identificatie van “EASA-formulier 11 versie 6” wordt vervangen door “EASA-formulier 11 versie 7”;

(b)

de tweede bladzijde van het formulier wordt vervangen door:

Image 3

Image 4

(3)

in aanhangsel III, punt 2, wordt de tweede alinea vervangen door:

“Op het certificaat moet worden vermeld op welke combinatie casco/motor (of aandrijfmechanisme) de opleiding betrekking had.”.


BIJLAGE V

Bijlage V ter (deel-ML) [bij Verordening (EU) nr. 1321/2014] wordt als volgt gewijzigd:

(1)

punt ML.1, a), wordt vervangen door:

“a)

Overeenkomstig artikel 3, lid 2, is deze bijlage (deel-ML) van toepassing op de volgende andere dan complexe motoraangedreven luchtvaartuigen die niet vermeld zijn op het air operator certificate van een luchtvaartmaatschappij met een exploitatievergunning overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1008/2008:

1)

vleugelvliegtuigen met een maximale startmassa (MTOM) van hoogstens 2 730 kg;

2)

helikopters met een MTOM van hoogstens 1 200 kg, die gecertificeerd zijn tot maximaal vier inzittenden;

3)

andere ELA2-luchtvaartuigen;

4)

niet-conventionele luchtvaartuigen met een MTOM van:

i)

hoogstens 1 200 kg als tijdens de vlucht een horizontale nulsnelheid kan worden aangehouden, of

ii)

hoogstens 2 730 kg voor andere dan de in punt i) genoemde.”;

(2)

punt ML.A.302, d), wordt als volgt gewijzigd:

(i)

punt 2, f), wordt vervangen door:

“f)

in het geval van vleugelvliegtuigen, zoals van toepassing op het aandrijfmechanisme van het luchtvaartuig:

i)

operationele controles voor vermogen en toerental, magneto’s, brandstof- en oliedruk, motortemperaturen;

ii)

voor motoren uitgerust met automatische motorcontrole, de gepubliceerde procedure voor proefdraaien;

iii)

voor motoren met dry-sumpsysteem, motoren met turbocompressor en motoren met vloeistofkoeling, een operationele controle op tekenen van verstoorde vloeistofcirculatie;

iv)

met betrekking tot een ander aandrijfmechanisme dan een zuigermotor, de onderhoudstaken als omschreven in de instructies voor blijvende luchtwaardigheid die zijn afgegeven door de houder van de ontwerpgoedkeuring van het vleugelvliegtuig;”;

(ii)

de laatste alinea wordt vervangen door:

“Zolang in deze bijlage geen minimaal inspectieprogramma wordt gespecificeerd voor andere luchtvaartuigen dan vleugelvliegtuigen, zweefvliegtuigen en ballonnen, wordt hun onderhoudsprogramma gebaseerd op de door de houder van de ontwerpgoedkeuring uitgegeven instructies voor permanente luchtwaardigheid, zoals vermeld in punt c), 2), b).”;

(3)

in aanhangsel III worden de volgende punten c bis) en c ter) ingevoegd:

“c bis)

de uitvoering van het onderhoud van het aandrijfmechanisme, waarbij de motor(en), de hoofdbatterijen of de brandstofcel(len) moeten worden gedemonteerd, behalve het verwijderen ervan uit en het opnieuw installeren ervan in het luchtvaartuig (met inbegrip van het verwijderen/installeren van motorlagers);

c ter)

de uitvoering van het onderhoud van hogedrukreservoirs en onderdelen van hogedrukleidingen/-systemen voor het aandrijfmechanisme;”.


BIJLAGE VI

Bijlage V ter (deel-CAO) van Verordening (EU) nr. 1321/2014 wordt als volgt gewijzigd:

(1)

punt CAO.A.020, a), wordt als volgt gewijzigd:

a)

de punten 1, 2 en 3 worden vervangen door:

“1)

Voor vleugelvliegtuigen die een maximale startmassa (MTOM) van meer dan 2 730 kg en voor helikopters die een MTOM van meer dan 1 200 kg hebben of die gecertificeerd zijn voor meer dan vier inzittenden, en voor andere dan ELA2-luchtvaartuigen moeten de specifieke types luchtvaartuigen worden vermeld in het toepassingsgebied. Wijzigingen van dat toepassingsgebied moeten worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteit overeenkomstig punt CAO.A.105, a), en punt CAO.B.065, a).

2)

Voor andere dan zuiger- of elektromotoren moeten de fabrikant van de motor of de groep, de serie, het type of de onderhoudsta(a)k(en) in het toepassingsgebied worden vermeld. Wijzigingen van dat toepassingsgebied moeten worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteit overeenkomstig punt CAO.A.105, a), en punt CAO.B.065, a).

3)

Een CAO die slechts één persoon in dienst heeft voor zowel de planning als de uitvoering van alle onderhoudstaken, kan geen bevoegdheden hebben voor het onderhoud van:

a)

vleugelvliegtuigen, helikopters en andere luchtvaartuigen die niet tot het type ELA2 behoren, als hun aandrijfmechanisme geen elektrische of zuigermotor is (in het geval van organisaties met een bevoegdverklaring voor luchtvaartuigen);

b)

helikopters die zijn uitgerust met meer dan één zuigermotor (in het geval van onderhoudsorganisaties met een bevoegdverklaring voor luchtvaartuigen);

c)

complete motoren, behalve zuigermotoren, met een uitgangsvermogen van minder dan 450 pk of elektrische motoren (in het geval van organisaties met een bevoegdverklaring voor motoren).”;

b)

punt 4, xxi) en xxii), worden vervangen door:

“xxi)

C21: waterballast;

xxii)

C22: voortstuwingsversterking;”;

c)

aan punt 4 wordt het volgende punt xxiii) toegevoegd:

“xxiii)

C23: overige.”;

(2)

punt CAO.A.105, a), wordt vervangen door:

„a)

Om de bevoegde autoriteit de mogelijkheid te bieden om de blijvende naleving van deze bijlage vast te stellen, moet de CAO de bevoegde autoriteit in kennis stellen van alle voorstellen om elk van de onderstaande wijzigingen door te voeren, voordat die wijzigingen plaatsvinden:

1)

wijzigingen die van invloed zijn op de informatie in het erkenningscertificaat in aanhangsel I en op de erkenningsvoorwaarden van deze bijlage;

2)

wijzigingen van de in punt CAO.A.035, a) en b), bedoelde personen;

3)

wijzigingen in de types luchtvaartuigen die onder het toepassingsgebied vallen van de in punt CAO.A.020, a), 1), bedoelde werkzaamheden, voor vleugelvliegtuigen die een maximale startmassa (MTOM) van meer dan 2 730 kg hebben, voor helikopters die een MTOM van meer dan 1 200 kg hebben of gecertificeerd zijn voor meer dan vier inzittenden, en voor elk ander luchtvaartuig dat niet tot type ELA2 behoort;

4)

wijzigingen in het toepassingsgebied van de in punt CAO.A.020, a), 2), bedoelde werkzaamheden, in het geval van andere dan elektrische of zuigermotoren;

5)

wijzigingen van de in punt b) van dit punt uiteengezette controleprocedure.”;

(3)

aanhangsel I wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt c) wordt vervangen door:

“c)

Een bevoegdverklaring voor motoren (turbine, zuiger, elektrische of andere) betekent dat de CAO onderhoud van de niet-geïnstalleerde motor en motorcomponenten mag uitvoeren, overeenkomstig de onderhoudsgegevens van de motor of, indien toegestaan door de bevoegde autoriteit, overeenkomstig de onderhoudsgegevens van de componenten, maar alleen als die componenten op de motor gemonteerd zijn. Om de toegang tot een component te vergemakkelijken, mag een CAO met bevoegdverklaring voor motoren die component echter tijdelijk demonteren voor onderhoud, tenzij daarvoor extra onderhoudswerk nodig is dat niet in aanmerking komt voor de eisen van punt c). Een CAO met bevoegdverklaring voor motoren mag ook een geïnstalleerde motor onderhouden tijdens groot onderhoud en lijnonderhoud, behoudens een door de bevoegde autoriteit goed te keuren controleprocedure die in de gecombineerde luchtwaardigheidsverklaring is opgenomen.”;

b)

de identificatie van “EASA-formulier 3-CAO versie 1” wordt vervangen door “EASA-formulier 3-CAO versie 2”;

c)

de tweede bladzijde van het formulier wordt vervangen door:

Image 5

Image 6

Image 7


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/111/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)