European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/58

16.1.2025

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/58 VAN DE COMMISSIE

van 15 januari 2025

tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of voor vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1), en met name artikel 11, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

1.1.   Voorafgaande onderzoeken en geldende maatregelen

(1)

Op 4 mei 2018 heeft de Europese Commissie (“de Commissie”) Verordening (EU) 2018/683 (2) vastgesteld, tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of voor vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121 (“de banden”of “het betrokken product”), van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“de VRC”).

(2)

Op 18 oktober 2018 heeft de Commissie Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1579 (3) vastgesteld, tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“de oorspronkelijke antidumpingverordening”).

(3)

Op 9 november 2018 heeft de Commissie Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1690 (4) vastgesteld, tot instelling van een definitief compenserend recht op bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of voor vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1579 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/163 (“de oorspronkelijk antisubsidieverordening”).

(4)

Naar aanleiding van een bezwaar van de China Rubber Industry Association (“CRIA”) en de China Chamber of Commerce of Metals, Minerals & Chemicals Importers and Exporters (“CCCMC”) heeft het Gerecht van de Europese Unie op 4 mei 2022 in zijn arrest in de gevoegde zaken T-30/19 en T-72/19 (5) (“het arrest van het Hof”) de oorspronkelijke antidumping- en de oorspronkelijke antisubsidieverordeningen met betrekking tot verschillende producenten-exporteurs nietig verklaard.

(5)

Naar aanleiding van het arrest van het Hof heeft de Commissie het onderzoek heropend en op 4 april 2023 heeft de Commissie bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/737 van de Commissie (6) (“de tweede antidumpingverordening”) opnieuw een definitief antidumpingrecht en bij Uitvoeringsverordening 2023/738 van de Commissie (7) (“de tweede antisubsidieverordening”) een definitief compenserend recht ingesteld.

(6)

Op 6 september 2024 heeft de Commissie twee gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoeken van de antidumpingmaatregelen en de compenserende maatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of voor vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China beëindigd (8) (9).

(7)

De thans geldende antidumpingrechten zijn in EUR per eenheid en variëren van 0 tot 35,74 EUR per eenheid.

1.2.   Verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen

(8)

Na de bekendmaking van een bericht dat de maatregelen op korte termijn zouden vervallen (10), heeft de Europese Commissie (“de Commissie”) een verzoek ontvangen om een nieuw onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 (“de basisverordening”).

(9)

Het verzoek om een nieuw onderzoek werd op 19 juli 2023 ingediend door de Coalitie tegen oneerlijke invoer van banden (“de indiener van het verzoek”) namens de bedrijfstak van de Unie van bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of voor vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, in de zin van artikel 5, lid 4, van de basisverordening. Het verzoek om een nieuw onderzoek werd ingediend op grond dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting of herhaling van dumping en tot voortzetting of herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie.

1.3.   Opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen

(10)

Daar de Commissie na raadpleging van het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde comité tot de conclusie was gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal was om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen te openen, heeft zij op 20 oktober 2023 op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen geopend met betrekking tot de invoer in de Unie van bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“het betrokken land”). Zij heeft daartoe een bericht van opening gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (11) (“het bericht van opening”).

1.4.   Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode

(11)

Het onderzoek naar voortzetting of herhaling van dumping had betrekking op de periode van 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023 (“het tijdvak van het nieuwe onderzoek”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade had betrekking op de periode van 1 januari 2020 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek (“de beoordelingsperiode”).

1.5.   Belanghebbenden

(12)

In het bericht van opening is de belanghebbenden verzocht contact met de Commissie op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. Daarnaast heeft de Commissie de indieners van het verzoek, de haar bekende producenten in de Volksrepubliek China en de autoriteiten van de Volksrepubliek China, de haar bekende importeurs alsook de betrokken verenigingen specifiek op de hoogte gesteld van de opening van het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en hen uitgenodigd daaraan mee te werken.

(13)

De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken over de opening van het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures aan te vragen.

1.6.   Samenstelling van een steekproef

(14)

In het bericht van opening verklaarde de Commissie dat zij mogelijk een steekproef van de belanghebbenden zou samenstellen overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening.

Steekproef van producenten in de Unie

(15)

In het bericht van opening kondigde de Commissie aan dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld. Bij het samenstellen van de steekproef ging de Commissie uit van:

de algemene representativiteit met betrekking tot het productie- en verkoopvolume van het soortgelijke product in het tijdvak van het nieuwe onderzoek;

de representativiteit van de segmenten (12) met betrekking tot het productie- en verkoopvolume van het soortgelijke product in het tijdvak van het nieuwe onderzoek;

de geografische spreiding en de representativiteit van de producenten in de Unie met betrekking tot categorie, namelijk tussen kmo’s en grotere ondernemingen.

(16)

Deze steekproef bestond uit zes producenten in de Unie. De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vertegenwoordigden meer dan 25 % van het geschatte totale productie- en verkoopvolume van het soortgelijke product in de Unie.

(17)

Overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de basisverordening verzocht de Commissie de belanghebbenden opmerkingen te maken over de voorlopige steekproef. Er werden geen opmerkingen ontvangen. De steekproef is representatief voor de bedrijfstak van de Unie.

Steekproef van importeurs

(18)

Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie niet-verbonden importeurs verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken.

(19)

Eén niet-verbonden importeur heeft zich bij de Commissie gemeld, maar heeft de verlangde informatie niet verstrekt en er evenmin mee ingestemd in de steekproef te worden opgenomen. Er hebben zich geen andere niet-verbonden importeurs kenbaar gemaakt.

Steekproef van producenten-exporteurs in de Volksrepubliek China

(20)

Om te beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, heeft de Commissie alle producenten-exporteurs in de Volksrepubliek China verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. Daarnaast heeft de Commissie de vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China en verenigingen van producenten-exporteurs verzocht eventuele andere producenten-exporteurs die in deelname aan het onderzoek geïnteresseerd konden zijn te identificeren en/of contact met hen op te nemen.

(21)

Drie producenten-exporteurs of groepen producenten-exporteurs in het betrokken land verstrekten de gevraagde informatie en stemden ermee in om in de steekproef te worden opgenomen. Twee groepen producenten-exporteurs bestreken ongeveer 50 % van het opgegeven volume dat in de periode juli 2022-juni 2023 naar de Europese Unie werd uitgevoerd, terwijl het volume van de uitvoer van de derde producent-exporteur niet significant bleek te zijn. Overeenkomstig artikel 17, lid 1, van de basisverordening heeft de Commissie een steekproef van twee groepen producenten-exporteurs samengesteld op basis van het grootste representatieve volume van uitvoer naar de Unie dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kon worden onderzocht. Overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de basisverordening werden alle bekende betrokken producenten-exporteurs en de autoriteiten van het betrokken land geraadpleegd over de samenstelling van de steekproef. De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen.

(22)

In het oorspronkelijke onderzoek stemden 49 producenten-exporteurs ermee in om in de steekproef te worden opgenomen. In het huidige nieuwe onderzoek stuurden slechts drie producenten-exporteurs of groepen producenten-exporteurs het steekproefformulier ingevuld terug, hoewel in de klacht meer dan 140 producenten-exporteurs werden genoemd.

(23)

De meewerkende producenten-exporteurs waren goed voor ongeveer 50 % van het totale volume van de invoer van banden uit de VRC in de Europese Unie en vertegenwoordigden minder dan 2 % van de totale bandenproductie in de VRC. Aangezien het marktaandeel in de Unie van de invoer uit de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek ongeveer 5,4 % bedroeg, was de Commissie van oordeel dat de helft van deze invoer voldoende informatie zou verschaffen om de uitvoerprijs en het bestaan van voortzetting of herhaling van dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek te beoordelen, en bijgevolg representatief kan worden geacht voor de totale invoer uit de VRC.

1.7.   Antwoorden op de vragenlijsten en controlebezoeken

(24)

De Commissie heeft de overheid van de Volksrepubliek China (“de Chinese overheid”) een vragenlijst toegezonden betreffende het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening in de VRC.

(25)

De Commissie heeft vragenlijsten gestuurd naar de twee in de steekproef opgenomen groepen exporteurs en de zes in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. Dezelfde vragenlijst is op de dag van de opening van het onderzoek ook online (13) beschikbaar gesteld. Daarnaast heeft de Commissie de indiener van het verzoek een vragenlijst toegezonden.

(26)

De Commissie heeft antwoorden ontvangen van de twee in de steekproef opgenomen groepen producenten-exporteurs en van zes producenten in de Unie. Het antwoord van één producent in de Unie, Recauchutagem São Mamede, Lda (“RSM”), was onvolledig en de Commissie heeft deze producent verzocht om zijn antwoord aan te vullen. Er werd geen verder antwoord ontvangen en de Commissie heeft RSM meegedeeld dat zij voornemens was artikel 18 van de basisverordening toe te passen en gebruik te maken van de beschikbare gegevens. Van deze producent in de Unie werden geen verdere opmerkingen ontvangen.

(27)

Bijgevolg heeft de Commissie de gegevens gebruikt die door de overgebleven vijf producenten in de Unie waren verstrekt. Het feit dat RSM geen gegevens had verstrekt, had slechts een marginaal effect op de representativiteit van de steekproef. De overgebleven vijf producenten in de Unie bleven meer dan 25 % van het geschatte totale productie- en verkoopvolume van het soortgelijke product in de Unie vertegenwoordigen. Derhalve werd de overgebleven steekproef van vijf producenten in de Unie als representatief voor de bedrijfstak van de Unie beschouwd.

(28)

Van de Chinese overheid werden geen antwoorden op de vragenlijst ontvangen.

(29)

De Commissie heeft alle gegevens verzameld en gecontroleerd die zij nodig achtte om vast te stellen of voortzetting of herhaling van dumping en schade waarschijnlijk was, en om het belang van de Unie te bepalen. Krachtens artikel 16 van de basisverordening zijn controlebezoeken ter plaatse verricht bij de volgende ondernemingen:

 

producenten in de Unie:

Lapin Kumi Oy, Finland;

RuLa-BRW GmbH, Duitsland;

Marangoni S.P.A, Italië;

twee producenten in de Unie die om vertrouwelijkheid hebben verzocht;

 

producenten-exporteurs in de Volksrepubliek China:

Giti Tire (China) Investment Co., (Shanghai); Giti Tire (Anhui) Co., Ltd. (Hefei); Giti Tire (Hualin) Co., Ltd. (Hualin);

Shanghai Hankook Tire Sales Co., Ltd. (Shanghai); Chongqing Hankook Tire Co., (Chongqing) Ltd.; Jiangsu Hankook Tire Co., Ltd. (Jiangsu).

1.8.   Vervolg van de procedure

(30)

Op 11 november 2024 deelde de Commissie de belangrijkste feiten en overwegingen mee op basis waarvan zij voornemens was de geldende antidumpingrechten te handhaven. Alle partijen konden binnen een bepaalde termijn opmerkingen indienen ten aanzien van de mededeling van feiten en overwegingen.

(31)

De Commissie heeft de opmerkingen van belanghebbenden overwogen en, voor zover van toepassing, in aanmerking genomen. De partijen die hierom verzochten, werden gehoord. Op verzoek van Giti is een hoorzitting gehouden.

2.   ONDERZOCHT PRODUCT, BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

2.1.   Onderzocht product

(32)

Dit nieuwe onderzoek heeft betrekking op bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of voor vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 4011 20 90 en ex 4012 12 00 (Taric-code 4012 12 00 10). De GN- en Taric-codes worden slechts ter informatie en onder voorbehoud van eventuele latere wijzigingen van de tariefindeling vermeld (“het onderzochte product”).

(33)

Het onderzochte product betreft zowel nieuwe als van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden voor autobussen of voor vrachtwagens die dezelfde essentiële fysische, chemische en technische kenmerken hebben. De beide vormen van het betrokken product worden vervaardigd uit dezelfde inputs (ook al kan de technologie verschillen) en hebben een soortgelijke structuur. De variantie wat betreft grondstoffen en structuur leiden tot verschillende prestatiekenmerken.

2.2.   Productieproces

2.2.1.   Nieuwe banden

(34)

Het productieproces van nieuwe banden voor vrachtwagens en autobussen bestaat uit: 1) het samenstellen en mengen van rubber, 2) het voorbereiden van de componenten van de band, 3) de (groene) opbouw van de band, 4) het drogen (vulkaniseren) en 5) de eindinspectie. Alle banden voor vrachtwagens en autobussen zijn gemaakt van dezelfde basisgrondstoffen, namelijk natuurlijk rubber, synthetisch rubber, staal, carbonblack, andere chemicaliën en oliën, en weefsel en hebben dezelfde componenten, namelijk loopvlakgordels, zijwanden, binnenbekleding, hieldraden, staalgordels en karkaskoorden, ook al is er tussen de verschillende producenten van dit product enige variantie.

(35)

Ook in het productieproces van de nieuwe banden voor vrachtwagens en autobussen blijkt gebruikgemaakt te worden van verschillende technologieën, hetgeen echter geen invloed had op de algemene bevindingen inzake substitueerbaarheid.

2.2.2.   Van een nieuw loopvlak voorziene banden (coverbanden)

(36)

Loopvlakvernieuwing is in wezen een recyclageproces waarbij versleten banden worden vernieuwd door het loopvlak op een oud karkas te vervangen. Karkassen zijn belangrijke elementen van het loopvlakvernieuwingsproces en een aanzienlijk deel van de activiteiten van een loopvlakvernieuwingsbedrijf bestaat dan ook in het selecteren en aankopen van karkassen die geschikt zijn voor loopvlakvernieuwing. Karkassen zijn daardoor de belangrijkste input van het productieproces en vormen — afhankelijk van hun kwaliteit — een echt “halffabricaat”of een afvalstof.

(37)

Ook bij dit procedé kan gebruikgemaakt worden van verschillende technologieën, zonder dat dit gevolgen heeft voor de bevindingen van de Commissie inzake substitueerbaarheid.

2.3.   Gebruik en type banden

(38)

Banden voor vrachtwagens en autobussen worden geproduceerd in een grote verscheidenheid van typen en maten die op basis van hun specificaties inzake grootte en belastingsindex te vinden zijn op een breed scala van bedrijfsvoertuigen, van lokale bestelwagens en bussen in stedelijke of regionale omgevingen tot vrachtwagens en bussen voor lange afstanden. Zij zijn niet geschikt voor gebruik op personenauto’s of andere lichte bedrijfsvoertuigen, noch voor terreinvoertuigen zoals landbouwtrekkers.

(39)

Banden voor vrachtwagens of autobussen worden in twee vormen en vier categorieën verkocht. Banden met een binnenband zijn de meer traditionele vorm; zij hebben een binnenband met een eigen ventiel, binnenin de band. Bij een binnenbandloze band vormen de band en de velg van het wiel een luchtdichte afsluiting, waarbij het ventiel rechtstreeks op de velg is gemonteerd. De overgrote meerderheid van de in de Unie verkochte banden voor vrachtwagens of autobussen hebben geen binnenband. De vier categorieën banden voor vrachtwagens of autobussen zijn: banden voor gestuurde wielen, voor aandrijfwielen, voor aanhangwagens en voor alle posities. Banden voor gestuurde wielen zijn bedoeld om te worden gebruikt op de vooras als hulp bij het sturen, maar kunnen worden gebruikt in alle posities op vrachtwagens of autobussen, afhankelijk van het gebruik van het voertuig. Banden voor aandrijfwielen zijn bedoeld voor de aandrijflijn en zorgen voor betere tractie. Banden voor aanhangwagens zijn ontworpen om op een aanhangwagen te worden gemonteerd, terwijl banden voor alle posities zijn ontworpen om in alle posities te worden gebruikt, afhankelijk van het gebruik van het voertuig.

(40)

Voor nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene banden gelden op de markt van de Unie dezelfde veiligheidsvoorschriften, namelijk die van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (14).

2.4.   Indeling van de bandenmarkt van de Unie in drie segmenten

(41)

Blijkens de door de Commissie verzamelde en ontvangen informatie bestaat de markt van de Unie voor banden voor autobussen en voor vrachtwagens uit drie segmenten. Hoewel er geen duidelijke grenzen zijn tussen de segmenten, bestaat er tussen de belanghebbenden algemene overeenstemming over de bevindingen van de Commissie inzake de volgende indeling.

(42)

Banden van segment 1 zijn nieuwe kwaliteitsbanden van het toonaangevende merk van de belangrijkste fabrikanten. Merkherkenning is een belangrijke factor voor banden in dit segment en rechtvaardigt aanzienlijk hogere prijzen voor verwachte hoge prestaties en bijzonder grote marketinginvesteringen. Banden voor eerste uitrusting van vrachtwagen- of autobusfabrikanten komen in eerste instantie uit dat segment. De kwaliteit van banden van segment 1 zorgt ervoor dat zij uitermate geschikt zijn voor loopvlakvernieuwing omdat zij ontworpen zijn als “multilife”-banden, waardoor het aanzienlijke kilometrage van het oorspronkelijke product nog verder toeneemt (maximaal drie loopvlakvernieuwingen bij normaal gebruik). Banden van segment 1 worden ook geassocieerd met een hoger veiligheidsniveau en profiteren vaak van een goede klantenservice.

(43)

Banden van segment 2 zijn de meeste banden van een lagere kwaliteit, zowel nieuwe als van een nieuw loopvlak voorziene banden, met prijzen die variëren tussen ongeveer 65 % en 80 % van de prijs van banden van segment 1. Banden voor eerste uitrusting van fabrikanten van opleggers kunnen uit dat segment komen. Merkherkenning blijft belangrijk in dit segment en merken zijn gewoonlijk bekend bij afnemers die ook in staat zijn de bandenfabrikanten te identificeren. Over het algemeen kunnen zij ten minste eenmaal van een nieuw loopvlak worden voorzien en leveren zij, hoewel beperkter dan banden van segment 1, goede kilometrageprestaties.

(44)

Banden van segment 3 zijn zowel nieuwe als van een nieuw loopvlak voorziene banden met lagere kilometrageprestaties en zijn slechts in zeer beperkte mate of helemaal niet geschikt voor loopvlakvernieuwing. Zij worden gewoonlijk geprijsd tegen minder dan 65 % van de prijs van banden van segment 1. In dit segment is er nauwelijks sprake van merkbekendheid en is de prijs de bepalende factor bij de aankoopbeslissing van de klant. Er wordt doorgaans geen klantenservice bij aangeboden.

(45)

Banden met een nieuw loopvlak kunnen worden ingedeeld in de segmenten 2 of 3. Hoewel sommige Chinese banden van een nieuw loopvlak kunnen worden voorzien, wordt in China slechts zeer weinig loopvlakvernieuwing toegepast. Loopvlakvernieuwing is echter vrij ruim verspreid in de Unie en op andere markten, bijvoorbeeld Brazilië. De loopvlakvernieuwingssector in de Unie bestaat uit:

geïntegreerde loopvlakvernieuwingsbedrijven die onder de naam of het merk of in opdracht van een producent van nieuwe banden handelen. Zij worden gezien als een voortzetting van de merken die de nieuwe banden verkopen. Dit komt overeen met banden van segment 2;

onafhankelijke loopvlakvernieuwingsbedrijven, die gewoonlijk veel kleinere geografische markten en volumes bestrijken. Zij verkopen banden onder hun eigen naam of merk en vertrouwen op hun eigen expertise. De meeste zijn kmo’s (meer dan 400 producenten in de Unie). Dit komt overeen met banden van segment 3.

(46)

De Commissie had in het oorspronkelijke onderzoek de nieuwe en van een nieuw loopvlak voorziene banden per merk in kaart gebracht en heeft het resultaat daarvan nu opnieuw gebruikt. Deze informatie was ook verstrekt door de klager en was op de datum van opening van het onderzoek aan alle belanghebbenden ter beschikking gesteld.

2.5.   Betrokken product

(47)

Het betrokken product in dit onderzoek is het onderzochte product van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“het betrokken product”).

2.6.   Soortgelijk product

(48)

Dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen heeft bevestigd wat was vastgesteld in het oorspronkelijke onderzoek, namelijk dat de volgende producten dezelfde fysische, chemische en technische basiseigenschappen hebben en voor dezelfde basisdoeleinden worden gebruikt:

het betrokken product bij uitvoer naar de Unie;

het onderzochte product dat in het betrokken land wordt vervaardigd en daar op de binnenlandse markt wordt verkocht;

het onderzochte product dat door de producenten-exporteurs wordt vervaardigd en aan de rest van de wereld wordt verkocht; en

het in de Unie door de bedrijfstak van de Unie geproduceerde en verkochte onderzochte product.

(49)

Deze producten worden derhalve beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

3.   DUMPING

3.1.   Inleidende opmerkingen

(50)

In het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd de invoer van het onderzochte product uit de Volksrepubliek China voortgezet, zij het op een lager niveau dan in het onderzoektijdvak van het oorspronkelijke onderzoek (d.w.z. van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017). Volgens Eurostat was de invoer van bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of voor vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121 en van oorsprong uit de Volksrepubliek China goed voor ongeveer 5,4 % van de markt van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek in vergelijking met een marktaandeel van 21,3 % tijdens het oorspronkelijke onderzoek. Deze cijfers zijn in absolute termen.

(51)

Zoals vermeld in overweging 22, werkten drie groepen producenten-exporteurs uit de VRC mee aan het onderzoek en vertegenwoordigen zij ongeveer 50 % van het totale volume van de invoer van banden uit de VRC in de Europese Unie.

3.2.   Procedure voor de vaststelling van de normale waarde op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening voor de invoer van het onderzochte product van oorsprong uit de VRC.

(52)

Aangezien er ten tijde van de opening van het onderzoek voldoende bewijsmateriaal beschikbaar was dat met betrekking tot de VRC wees op het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, heeft de Commissie het onderzoek geopend op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening.

(53)

Om de benodigde gegevens voor de mogelijke toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening te verzamelen, heeft de Commissie bijgevolg in het bericht van opening alle producenten-exporteurs in de VRC verzocht informatie over de inputs voor de productie van banden te verstrekken. De twee in de steekproef opgenomen groepen producenten-exporteurs verstrekten de relevante informatie.

(54)

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot de vermeende verstoringen van betekenis nodig achtte, heeft de Commissie de Chinese overheid een vragenlijst toegezonden. Bovendien heeft de Commissie in punt 5.3.2 van het bericht van opening alle belanghebbenden uitgenodigd om binnen 37 dagen na de datum van bekendmaking van dat bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie hun standpunt kenbaar te maken, informatie in te dienen en ondersteunend bewijsmateriaal te verstrekken ten aanzien van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening.

(55)

De Chinese overheid reageerde niet binnen de daarvoor gestelde termijn op de vragenlijst en diende evenmin opmerkingen in over de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. Vervolgens heeft de Commissie de Chinese overheid ervan in kennis gesteld dat zij overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening de beschikbare gegevens zou gebruiken om de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de VRC vast te stellen.

(56)

De Commissie heeft in het bericht van opening ook vermeld dat zij, gezien het beschikbare bewijsmateriaal, op grond van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening mogelijk een geschikt representatief land moest kiezen teneinde de normale waarde vast te stellen aan de hand van niet-verstoorde prijzen of benchmarks.

(57)

Op 23 januari 2024 heeft de Commissie de belanghebbenden door middel van een mededeling (“de eerste mededeling”) op de hoogte gebracht van de relevante bronnen die zij voornemens was te gebruiken om de normale waarde vast te stellen. In die mededeling heeft de Commissie een lijst verstrekt van alle productiefactoren zoals grondstoffen, arbeid en energie die bij de productie van het onderzochte product een rol spelen. Daarnaast heeft de Commissie op basis van de criteria voor de keuze van niet-verstoorde prijzen of benchmarks mogelijke representatieve landen vastgesteld en Brazilië, Indonesië, Maleisië, Thailand, Turkije en Zuid-Afrika aangemerkt als geschikte representatieve landen.

(58)

De Commissie ontving opmerkingen over de eerste mededeling van de indiener van het verzoek, Giti en Hankook.

(59)

Op 16 juli 2024 heeft de Commissie, nadat zij de ontvangen opmerkingen en de door Hankook verstrekte aanvullende informatie had geanalyseerd, aan de belanghebbenden door middel van een tweede mededeling (“de tweede mededeling”) de relevante bronnen meegedeeld die zij voornemens was te gebruiken om de normale waarde vast te stellen, met Turkije als het representatieve land.

(60)

Voorts heeft zij de belanghebbenden ervan op de hoogte gesteld dat zij de verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten (“VAA-kosten”) en de winst zou vaststellen op basis van de beschikbare informatie over de ondernemingen Brisa Bridgestone en Goodyear Lastikleri Turk, producenten in het representatieve land.

(61)

De Commissie ontving opmerkingen over de tweede mededeling van de indiener van het verzoek, Giti en Hankook. Alle opmerkingen worden in detail besproken onder punt 3.3.

(62)

De Commissie heeft daarom geconcludeerd dat de normale waarde moet worden berekend volgens de methode van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening en dat de kosten en prijzen in de VRC moeten worden afgewezen.

3.3.   Normale waarde

(63)

Artikel 2, lid 1, van de basisverordening bepaalt, voor zover hier van belang, het volgende: “De normale waarde is normaal gebaseerd op de prijzen die door onafhankelijke afnemers in het land van uitvoer in het kader van normale handelstransacties worden betaald of dienen te worden betaald.”

(64)

Artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening bepaalt evenwel het volgende: “Wanneer […] wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van punt b) in het land van uitvoer niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land, wordt de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen”, en “omvat [deze] een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst”(hierna wordt naar “administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten”verwezen met “VAA-kosten”).

(65)

Zoals hieronder nader toegelicht, heeft de Commissie in het onderhavige onderzoek geconcludeerd dat, op basis van het beschikbare bewijsmateriaal en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid, het passend was artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen.

3.3.1.   Bestaan van verstoringen van betekenis

(66)

In artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening worden verstoringen van betekenis gedefinieerd als “verstoringen die zich voordoen wanneer de gerapporteerde prijzen en kosten, waaronder de kosten van grondstoffen en energie, niet door de vrije marktwerking tot stand komen, doordat zij door aanzienlijk overheidsingrijpen worden beïnvloed. Bij de beoordeling van de aanwezigheid van verstoringen van betekenis, wordt onder meer acht geslagen op de mogelijke gevolgen van een of meer van de volgende factoren:

het feit dat de markt in kwestie voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de autoriteiten van het land van uitvoer, waarover deze zeggenschap hebben of waarop deze beleidstoezicht uitoefenen;

overheidsaanwezigheid in bedrijven, waardoor inmenging van de overheid in de prijzen of kosten mogelijk wordt;

discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen die binnenlandse leveranciers bevoordelen of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden;

het ontbreken, de discriminerende toepassing of de ontoereikende handhaving van faillissements-, vennootschaps- of eigendomswetgeving;

verstoringen van loonkosten;

toegang tot financiering door instellingen die de doelstellingen van het overheidsbeleid uitvoeren of anderszins in hun werking niet onafhankelijk zijn ten opzichte van de staat”.

(67)

Aangezien de lijst in artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening niet-cumulatief is, hoeven niet alle factoren aanwezig te zijn om een verstoring van betekenis te kunnen vaststellen. Bovendien kunnen dezelfde feitelijke omstandigheden worden gebruikt om de aanwezigheid van een of meer factoren van de lijst aan te tonen.

(68)

Alle conclusies ten aanzien van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening moeten echter worden getrokken op basis van al het beschikbare bewijsmateriaal. In de algehele beoordeling betreffende de aanwezigheid van verstoringen kan ook rekening worden gehouden met de algemene context en situatie in het land van uitvoer, in het bijzonder wanneer de overheid op grond van fundamentele elementen van de economische en bestuursstructuur van het land van uitvoer over ruime bevoegdheden beschikt om zodanig in te grijpen in de economie dat prijzen en kosten niet het gevolg zijn van vrije marktwerking.

(69)

Artikel 2, lid 6 bis, punt c), van de basisverordening bepaalt het volgende: “Wanneer de Commissie beschikt over gegronde aanwijzingen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verstoringen van betekenis zoals bedoeld in punt b), in een bepaald land of een bepaalde sector in dat land, en waar passend voor de doeltreffende toepassing van deze verordening, stelt zij een rapport op waarin de marktomstandigheden, zoals bedoeld in punt b), in dat land of die sector worden beschreven; zij maakt dat rapport openbaar en actualiseert het geregeld.”

(70)

Op grond van deze bepaling heeft de Commissie een landrapport opgesteld met betrekking tot de VRC (“het rapport”) (15), waaruit blijkt dat er sprake was van aanzienlijk overheidsingrijpen op veel niveaus van de economie, waaronder specifieke verstoringen met betrekking tot veel belangrijke productiefactoren (zoals grond, energie, kapitaal, grondstoffen en arbeid) evenals met betrekking tot bepaalde sectoren (zoals de chemische sector, …). De belanghebbenden werden uitgenodigd om het bewijsmateriaal dat zich ten tijde van de opening van het onderzoek in het onderzoeksdossier bevond, te weerleggen, aan te vullen of daarover opmerkingen te maken. Het rapport met betrekking tot de VRC is in het onderzoeksdossier opgenomen in de fase van de opening van het onderzoek. Het verzoek bevatte eveneens relevant bewijsmateriaal in aanvulling op het rapport.

(71)

De indiener van het verzoek baseerde zich op het bewijsmateriaal in het rapport om aan te voeren dat zowel de Chinese bandenindustrie zelf als andere upstreamsectoren die van cruciaal belang zijn voor de bandenproductie, zoals rubber, energie en staal, en de downstreamautomobielsector, allemaal in ernstige mate worden beïnvloed door de alomtegenwoordigheid van de Chinese overheid, wat leidt tot aanzienlijk verstoorde prijzen en kosten. De indiener van het verzoek wijst op de aanwezigheid van de Communistische Partij van China (Communist Party of China, CCP) in en haar invloed op de economie en baseert zich daarbij op het “Besluit van het Centraal Comité van de Communistische Partij van China (CCP) van 2018 over de verdieping van de hervorming van partij- en staatsinstellingen”, de toespraak van de Chinese president op het twintigste nationale congres van de Communistische Partij, de publicatie in 2020 door het Centraal Comité van de CCP van een bevel waarin uitdrukkelijk het voornemen wordt geuit om de overheidsaanwezigheid in particuliere ondernemingen verder uit te breiden en waarin wordt opgeroepen tot het politiek en ideologisch opleiden van directeuren van particuliere ondernemingen. De indiener van het verzoek verklaarde dat het interventionisme van de Chinese overheid verschillende vormen aanneemt, die in wezen rond drie verschillende assen kunnen worden ingedeeld: administratief, financieel en regelgevend.

(72)

De indiener van het verzoek wees erop dat de plannen op verschillende overheidsniveaus — staat, provincies, gemeenten — worden bekendgemaakt en worden aangevuld met sectorale plannen. Deze plannen zijn wettelijk bindend, moeten op alle niveaus worden uitgevoerd en hebben bijgevolg zeer rechtstreekse gevolgen voor de toegang tot financiering, de belastingregelingen of de keuzes die in de ondernemingen worden gemaakt. De indiener van het verzoek verwees met name naar het 14e vijfjarenplan dat van toepassing is voor de jaren 2021-2025 en op basis waarvan hij van oordeel was dat de actieve rol van de staat in de economie duidelijk blijkt uit het feit dat de staat bijvoorbeeld tot taak heeft hele segmenten van de Chinese economie te “bevorderen”, te “versterken”of “op te bouwen”. De indiener van het verzoek concludeert dat de vijfjarenplannen voorts tot doel hebben een sterkere band tussen de Chinese overheid en staatsondernemingen op te bouwen en het systeem van toezicht op staatsactiva nog verder uit te breiden. Dit kan verschillende vormen aannemen, waaronder de doeltreffende preventie van verliezen van staatsactiva.

(73)

De indiener van het verzoek benadrukt dat het Chinese financiële stelsel wordt gedomineerd door de aanwezigheid van staatsbanken die zich aan het beleid van de overheid moeten houden in plaats van dat zij volgens de marktbeginselen te werk gaan. Hij verklaarde ook dat het regelgevende optreden van de Chinese overheid hoofdzakelijk plaatsvindt via regelgeving inzake overheidsopdrachten en investeringsregels.

(74)

De indiener van het verzoek verwees ook naar de bevindingen van de Commissie in verschillende recente onderzoeken betreffende de staal- en petrochemische sector in de VRC, waarin het bestaan werd bevestigd van verstoringen van betekenis ten aanzien van de belangrijkste inputs voor de productie van het betrokken product, namelijk de onderzoeken naar koudgewalste platte producten van roestvrij staal (16), producten van elektrolytisch verchroomd staal (17), walsdraad (18), bepaalde grafietelektrodesystemen (19), silicium (20) en garens met een hoge sterktegraad van polyesters (21).

(75)

Bovendien werd in het verzoek herinnerd aan de volgende elementen die tot verstoringen van betekenis leiden.

(76)

Ten eerste wordt de bandenindustrie voor een groot deel bediend door ondernemingen die in handen zijn van de staat, waarover de staat zeggenschap heeft, waarop deze beleidstoezicht uitoefent of waarvoor deze beleidsadvies geeft.

(77)

De indiener van het verzoek merkte op dat een groot deel van de upstreamsector van het betrokken product nog steeds in handen is van de Chinese overheid, waaronder de volgende ondernemingen en concernondernemingen:

China Petroleum & Chemical Corporation (“Sinopec”), een van de belangrijkste Chinese producenten van synthetisch rubber;

Petro China, een van de belangrijkste Chinese producenten van synthetisch rubber;

Suzhou Baohua Carbon Black Co., Ltd, lid van de staatsonderneming Baowu Group, actief in de bedrijfstak voor carbonblack;

Jiangxi Heimao Carbon Black Co., Ltd, actief in de bedrijfstak voor carbonblack;

Shaanxi Provincial Natural Gas Co., Ltd, actief in de bedrijfstak voor carbonblack en onder zeggenschap van Shaanxi Gas Group Co., Ltd en waarvan de uiteindelijke begunstigde de SASAC van de provincie Shaanxi is;

China Synthetic Rubber Corporation, actief in de bedrijfstak voor carbonblack;

Hainan Natural Rubber Industry Group Co., Ltd, de grootste producent van natuurlijk rubber in de VRC, waarvan 61 % eigendom is van de SASAC van Hainan;

Sinochem International, een petrochemisch bedrijf dat een staatsonderneming is die actief is in de bedrijfstak voor natuurlijk rubber;

China Baowu Steel Group Co. Ltd, (“Baowu”), actief in de staalsector;

Shanxi Taiyuan Iron & Steel Co. Ltd (TISCO), actief in de staalsector, waarin Baowu een meerderheidsbelang heeft;

Anshan Iron & Steel Group Corporation (“Ansteel Group”), actief in de staalsector;

HBIS Group, actief in de staalsector;

Shandong Steel Group, actief in de staalsector;

Shandong Demian Group Co., Ltd, actief in de textielsector;

China Hi-Tech Group Corporation, actief in de textielsector en eigendom van de staatsonderneming Sinomach.

(78)

De indiener van het verzoek merkte ook op dat een groot deel van de bedrijfstak van het betrokken product nog steeds in handen is van de Chinese overheid, waaronder de volgende ondernemingen en concernondernemingen:

Aeolus Tyre Co. Ltd, waarvan de controlerende aandeelhouder China National Chemical Corporation (“ChemChina”) is, een staatsonderneming die valt onder de SASAC;

Qingdao Doublestar, waarvan 41,71 % rechtstreeks wordt aangehouden door verschillende staatsondernemingen, en waarover de SASAC van het volksbestuur van de gemeente Qingdao het feitelijke zeggenschap heeft;

Shuangqian Tire Group Co., Ltd, in handen van Shanghai Huayi Group, een staatsonderneming die eigendom is van Shanghai Huayi Holding Group Co., Ltd, Shanghai Guosheng (Group) Co., Ltd en Shanghai Guosheng Group Investment Cothree, alle drie staatsondernemingen onder zeggenschap van de SASAC van Shanghai;

Guizhou Tyre Co., Ltd.

(79)

De indiener van het verzoek merkte ook op dat een groot deel van de downstreamsector van het betrokken product nog steeds in handen is van de Chinese overheid, waaronder de volgende ondernemingen en concernondernemingen:

China National Heavy Duty Truck Group Corp., Ltd Company, een producent van zware vrachtwagens die een staatsonderneming is;

FAW Jiefang, die voor 80 % in handen is van de SASAC;

Jiangling Motors Corporation, Ltd, deels in handen van de SASAC en de SASAC van Sanchong;

BAIC Foton Motor Co., Ltd, met de SASAC van Peking als controlerende entiteit;

Dongfeng Motor Corporation, een staatsonderneming.

(80)

De indiener van het verzoek merkte dan ook op dat de Chinese overheid de ondernemingen van de Chinese bandenindustrie volgens niet-marktbeginselen leidt en controleert, wat in de gehele sector tot verstoringen van betekenis leidt.

(81)

Ten tweede stelt de overheidsaanwezigheid in ondernemingen die banden produceren de overheid in staat zich te mengen in prijzen en/of kosten.

(82)

Volgens het verzoek wordt de zeggenschap over de Chinese economie uitgeoefend door middel van de plaatsing van CCP-cellen in zowel particuliere als overheidsondernemingen, waarbij deze cellen een overheersende rol spelen bij het functioneren van de onderneming en haar personeel. De indiener van het verzoek wees er ook op dat er de afgelopen jaren verschillende verordeningen zijn aangenomen die zijn gericht op staatsondernemingen of particuliere ondernemingen om een betere en meer doeltreffende toepassing te waarborgen. Hieronder vallen de verordeningen uit 2020 inzake de werkzaamheden van basisorganisaties van de Communistische Partij van China in staatsondernemingen en met name artikel 11 ervan, op grond waarvan aan de CCP-cel in ondernemingen aanzienlijke uitvoerende bevoegdheden worden verleend. Dit komt tot uiting in de statuten van ondernemingen zoals Aeolus. In het verzoek werd ook vermeld dat soortgelijke vereisten zijn uitgevaardigd voor particuliere ondernemingen. Sinds 2016 staan ondernemingen onder toenemende druk om de CCP een grotere rol toe te kennen in hun besluitvorming. Met name de gedragscode voor het bedrijfsleven van 2018 riep beursgenoteerde bedrijven reeds op om de CCP een rol toe te kennen in hun interne reglement. De indiener van het verzoek verwees ook naar de vicevoorzitter van de All-China Federation of Industry and Commerce, Ye Qing, die het begrip “modern bedrijfssysteem met Chinese kenmerken”zo uitlegde dat het drie assen van controle door de partij omvat via i) een mechanisme voor personele middelen, ii) werkzaamheden op het gebied van toezicht en audit, en iii) vakbonden. Hij merkte ook op dat de CCP stelselmatig gebruik maakt van de praktijk van “het twee petten op hebben”, waarbij één persoon verschillende functies in verschillende structuren bekleedt.

(83)

De indiener van het verzoek concludeerde dat door de trouw van Chinese ondernemingen aan de staat en de partij en hun daaruit voortvloeiende verplichting om de beleidsdoelstellingen van de staat en de partij te bevorderen, hun vermogen om hun prijzen vrij vast te stellen (wat op zijn beurt ook van invloed is op de kosten) rechtstreeks wordt beïnvloed door niet-marktconforme overwegingen.

(84)

Daarnaast wordt in het verzoek gesteld dat de invloed van de CCP op het personeel van ondernemingen bijzonder groot is en met name de benoeming van belangrijke leidinggevenden omvat. Er wordt ook in beweerd dat er sprake is van aanzienlijke overlapping tussen de CCP en Chinese ondernemingen en dat zowel de leidinggevende functies als de personeelsfuncties in staatsondernemingen moeten worden bekleed door leden van de CCP. Particuliere ondernemingen wordt ook geadviseerd een toezichtmechanisme in te stellen dat wordt geleid door de partijcel met tuchtrechtelijke bevoegdheden.

(85)

De indiener van het verzoek concludeerde bijgevolg dat de CCP en de Chinese overheid door hun aanwezigheid op de verschillende managementniveaus in zowel overheids- als particuliere ondernemingen in staat zijn belangrijke en directe beslissingen over het bedrijfsleven van de ondernemingen te nemen, los van de beginselen van de vrije markt en in overeenstemming met politieke en industriële doelstellingen die op staats- of partijniveau zijn vastgesteld. Dit heeft tot gevolg dat niet-marktkrachten de kosten en prijzen aanzienlijk beïnvloeden.

(86)

De indiener van het verzoek voerde aan dat de NDRC directe zeggenschap heeft over de ontwikkeling van ondernemingen, met name omdat zij is belast met het opstellen van strategische ontwikkelingsplannen. De planning van de economie is rechtstreeks van invloed op ondernemingen die de bindende richtsnoeren van de verschillende plannen moeten uitvoeren. Bijgevolg is de NDRC niet alleen belast met het oriënteren van ondernemingen, maar heeft zij ook rechtstreekse invloed op hun managementbeslissingen. De inachtneming van de ideologie van de CCP is verankerd in deze verschillende plannen en moet dus door Chinese ondernemingen worden nageleefd. Deze beginselen worden gehandhaafd via de CCP-cellen die in ondernemingen aanwezig zijn.

(87)

De indiener van het verzoek voerde ook aan dat er in de bandenbedrijfstak sprake was van overheidsaanwezigheid via brancheorganisaties. In dit verband is de China Rubber Industry Association (“CRIA”) de nationale vereniging die verantwoordelijk is voor de hele Chinese rubberindustrie, met inbegrip van downstreamproducten zoals banden. Aangezien de CRIA onder toezicht staat van de SASAC van de Staatsraad en achter de beginselen van de CCP in haar werking staat, wordt de bandenindustrie rechtstreeks beïnvloed door de CCP via haar brancheorganisatie, die ook banden heeft met managers van bandenproducenten. Naast de CRIA wordt in de aanvraag melding gemaakt van de invloed van de staat via de CCCMC en de CAAM, die alle de staat en de partij in staat stellen de gehele bandenproductieketen te controleren en de prijzen en kosten los te koppelen van de beginselen van de vrije markt.

(88)

In het verzoek wordt ook gesteld dat de CCP routinematig partijleden benoemt tot belangrijke leidinggevenden in ondernemingen die actief zijn in de bandenindustrie. Er wordt met name verwezen naar het geval van staatsondernemingen, en met name Aeolus, maar ook naar duidelijke niet-staatsondernemingen zoals Prinx Changshan, Zhongce Rubber Group Co., Ltd en Sailun Group Co., die ook leden van de CCP in de raad van bestuur of de raad van toezicht hebben.

(89)

Ten derde bevoordeelt de Chinese overheid via discriminerend beleid en discriminerende maatregelen binnenlandse leveranciers en oefent zij anderszins invloed uit op de vrije marktwerking.

(90)

De indiener van het verzoek vermeldde met name dat voor de bandenindustrie een gunstig beleid geldt door de toewijzingen voor petrochemische producten en rubber, en via beleid dat gunstige gevolgen heeft voor belangrijke kostencomponenten zoals staal, energie of textiel. In dit verband verwees hij naar het feit dat de productie en verkoop van natuurlijk rubber plaatsvinden volgens de richtsnoeren van de CRIA. Ook wordt het driejarig actieplan van de regering van Yunnan voor de modernisering van de landbouw genoemd, waarin natuurlijk rubber wordt aangemerkt als een “sleutelindustrie”en wordt genoemd als een ontwikkelingsgebied. Het plan is gericht op “uitbreiding van de productie van speciaal rubber voor banden”. De langetermijndoelen voor 2035 van het district Sanmen zijn ook gericht op de rubberindustrie en beogen de bouw van een nationaal inspectie- en testcentrum voor rubber.

(91)

Wat staal betreft, merkt de indiener van het verzoek op dat het 14e vijfjarenplan ook betrekking heeft op de bevordering en modernisering van de staalindustrie en verwijst hij naar de publicatie begin 2022 van de Leidraad ter bevordering van de hoogwaardige ontwikkeling van de ijzer- en staalindustrie, ter uitvoering van het 14e vijfjarenplan en het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie. De controle over de staalmarkt wordt uitgeoefend via de China Iron and Steel Association (“CISA”), die onder toezicht staat van de instantie voor partijopbouw, die trouwens het partijcomité van de SASAC van de Staatsraad is.

(92)

Met betrekking tot energie en textiel verwees de indiener van het verzoek naar recente antidumpingonderzoeken van de Commissie en de VS naar Chinese producten, waaruit blijkt dat er in het geval van elektriciteit sprake is van prijsstelling, waarbij de provinciale NDRC de elektriciteitsprijs vaststelt. De textielindustrie wordt genoemd in het 14e vijfjarenplan. Daarom heeft het ministerie van Industrie en Informatietechnologie een mededeling gepubliceerd over de Uitvoering van de activiteiten van 2022 “ter optimalisering van het aanbod en ter bevordering van de modernisering”van de textiel- en kledingsector. Volgens deze mededeling is de China National Textile and Apparel Council verantwoordelijk voor het plannen en uitvoeren van taken en staat deze onder “zakelijke leiding, toezicht en beheer van de Commissie voor toezicht op en beheer van staatsactiva (State-owned Assets Supervision and Administration Commission, SASAC) van de Staatsraad”.

(93)

Banden zijn opgenomen in de rubberindustrie in de Leidraad ter bevordering van de hoogwaardige ontwikkeling van de petrochemische en chemische industrie tijdens het 14e vijfjarenplan, dat vereist dat “het aandeel van groene producten in industrieën zoals banden wordt verhoogd”en een digitale transformatie rond bandenproducten wordt bevorderd. De bandenindustrie wordt verder geleid door de richtsnoeren van de CRIA. Een tweede domein voor stimulering in het 14e vijfjarenplan ten behoeve van bandenproducenten is de steun voor onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten, met name via het National Engineering Research Center for Advanced Tire Equipment and Key Materials. Daarnaast onderstreepte de indiener van het verzoek dat het ministerie van Industrie en Informatietechnologie (“MIIT”) voorts ook Sailun Group heeft geselecteerd in zijn eerste groep “National Intelligent Manufacturing Pilot Demonstration Enterprises”(“nationale ondernemingen voor het tonen van proefprojecten op het gebied van intelligente productie”) en “National Industrial Internet Pilot Demonstration Enterprises”(“nationale ondernemingen voor het tonen van industriële proefprojecten op internet”) in de bedrijfstak, en in de eerste groep “Characteristic Industrial Internet Platform for Key Industries”.

(94)

De indiener van het verzoek heeft zich niet alleen op verschillende provinciale beleidsmaatregelen gebaseerd, maar ook op een aantal andere maatregelen, waaronder:

milieustimulansen overeenkomstig het 13e en het 14e vijfjarenplan, die vereisen dat bij de economische ontwikkeling rekening wordt gehouden met het milieu;

het feit dat de bandenindustrie kan profiteren van ander milieubeleid, waaronder fiscale steun van het ministerie van Financiën voor activiteiten in verband met koolstofpieken en koolstofneutraliteit, die gericht zijn op de uitvoering van financieel overheidsbeleid;

het feit dat het MIIT ondernemingen nomineert waarop lokale instellingen zich moeten richten voor de uitvoering van industrieel beleid en die naar een groene transformatie moeten leiden. Negenentwintig bandengerelateerde ondernemingen werden als zodanig aangemerkt;

China Green Product Certification, waarmee extra financiële steun van de overheid kan worden verkregen, die aan verschillende bandenproducenten werd toegekend.

(95)

Wat de downstreamsectoren betreft, werd in het verzoek het volgende vermeld:

het 14e vijfjarenplan, dat is gericht op bevordering van het verbruik van consumptiegoederen, waaronder auto’s, en waarmee de vervoersector wordt aangepakt;

het plan van het Algemeen Bureau van de Staatsraad dat is gericht op de “bedrijfstak voor door nieuwe energie aangedreven voertuigen”, dat “door nieuwe energie aangedreven voertuigen”promoot, waaronder door nieuwe energie aangedreven vrachtwagens;

het vorige plan inzake groene ontwikkeling op basis van het 13e vijfjarenplan dat reeds was gericht op de ontwikkeling van de groene automobielindustrie;

het plan voor moderne logistieke ontwikkeling van het 14e vijfjarenplan dat de ontwikkeling van de vrachtwagenindustrie bevordert en in het bijzonder de ontwikkeling van onbemande vrachtwagens.

(96)

Wat de financiële maatregelen betreft, merkte de indiener van het verzoek met name het volgende op:

In 2022 werkte de algemene douaneadministratie van de VRC samen met de CRIA om de lasten van uitvoerende ondernemingen in de bandenindustrie te verlichten.

In de provincie Shandong heeft de staat ook twaalf bandenbedrijven gesubsidieerd voor technische transformatieprojecten. De belangrijkste investering ging naar Shandong Linglong Tire Co. Ltd, hoewel ook andere ondernemingen, waaronder Triangle Tire Co. Ltd, zijn genoteerd als begunstigden van dergelijke steun.

Shandong Yongfeng Tyres Co., Ltd onthulde in 2018 op zijn website dat bandenproducenten talrijke staatssubsidies ontvingen en profiteerden van gunstige beleidsmaatregelen. Lokale overheden gaven gehoor aan de oproep van Xi Jinping om de kosten van particuliere ondernemingen te verlagen door een lastenverlagend beleid te voeren met betrekking tot elektriciteitsverbruik, financiering, vergoedingen en institutionele transacties.

(97)

Daarnaast staat in het verzoek dat de Chinese overheid niet alleen maatregelen in de vorm van grootschalige financiële steun heeft genomen, maar zich ook via haar plaatselijke entiteiten met het management van ondernemingen heeft bemoeid door aan te dringen op fusies en reorganisaties.

(98)

Tot slot verwees de indiener van het verzoek naar het wereldwijde expansiebeleid dat de bandenindustrie ten goede kwam. Zo werden onder meer afzetmarkten gecreëerd via het “gordel- en weginitiatief”, werd indirecte steun verleend aan de scheepvaart bij uitvoer en is het “gordel- en weginitiatief”over het algemeen discriminerend en in wezen een verkapt middel om Chinese ondernemingen in het buitenland te financieren ten koste van de deelnemende landen.

(99)

Ten vierde is de bandenindustrie, net als elke andere sector van de Chinese economie, onderhevig aan de verstoringen die voortvloeien uit de discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van de Chinese faillissements-, vennootschaps- en eigendomsregels.

De indiener van het verzoek verwees naar de systematische ontoereikende handhaving van de faillissementsregels, waardoor grote aantallen “zombie-ondernemingen”overleven: naar schatting bestaat ongeveer 6 % van de rubberindustrie en 14 % van de aardolieverwerkende industrie uit zombie-ondernemingen. Ondernemingen kunstmatig in leven houden komt neer op het verlenen van impliciete staatsgaranties aan deze ondernemingen, wat op zijn beurt de kosten van kredieten en de toegang tot financiering verstoort.

Verschillende bandenproducenten hebben belastingkredieten gekregen waardoor zij aan insolventie konden ontsnappen.

In de staalsector is in de loop van de tijd een combinatie van talrijke industriële beleidsmaatregelen toegepast.

De indiener van het verzoek verwees ook naar eerdere onderzoeken van de Commissie waaruit bleek dat ondernemingen geen biedprocedure hoeven te doorlopen om grond te verkrijgen. Grondgebruiksrechten worden gewoonlijk kosteloos aan de ondernemingen toegewezen of worden door lokale overheden toegekend tegen onderhandelde prijzen. Bandenproducenten profiteren van deze discriminerende toewijzing van grond.

(100)

Ten vijfde zijn ook de loonkosten in de bandenindustrie verstoord.

(101)

Volgens de indiener van het verzoek zijn er aanwijzingen dat leidinggevende functies in de vakbond worden bekleed door vooraanstaande partijleden in staatsondernemingen, of door managers in niet-staatsondernemingen, waardoor het vermogen van de vakbond om werknemers doeltreffend te vertegenwoordigen in het gedrang komt. Hij vermeldt ook dat de VRC verschillende van de belangrijkste internationale arbeidsverdragen nog steeds niet heeft geratificeerd en wijst op het bestaan van institutionele beperkingen die de vrije vaststelling van lonen belemmeren. Bovendien is de indiener van het verzoek van mening dat het zogenaamde registratiesysteem voor huishoudens van invloed is op de Chinese beroepsbevolking en stelt hij dat het gebruik van dwangarbeid in de regio Xinyang bijdraagt tot het bestaan van loonverstoringen, aangezien dit waarschijnlijk ten goede komt aan bandenfabrikanten met faciliteiten in de regio, zoals de staatsonderneming Double Coin (Xinjiang) Kunlun Engineering Tire Co., Ltd, rechtstreeks en via actoren eerder in de toeleveringsketen.

(102)

Ten zesde hebben bandenproducenten toegang tot financiering door instellingen die de doelstellingen van het overheidsbeleid uitvoeren of anderszins in hun werking niet onafhankelijk zijn ten opzichte van de staat.

De indiener van het verzoek onderstreept dat het bestaan van preferentiële leningen op basis van nationaal beleid duidelijk blijkt uit het jaarverslag van ondernemingen zoals Shanghai Huayi Group. In het boekhoudgedeelte van het verslag zijn verschillende boekhoudmethoden vastgesteld, afhankelijk van de situatie “voor op beleid gebaseerde subsidies in de vorm van preferentiële leningen”. Bovendien profiteerde de onderneming zeker van dergelijk beleid, aangezien haar drie belangrijkste langetermijnleningen werden verstrekt door de Export-Import Bank of China. Onder de categorie overheidssubsidies valt ook de aanwezigheid op van “leningen voor vaste activa in financiële subsidies in Xinjiang”.

Bovendien bevat het jaarverslag van Prinx Chengshan Holdings soortgelijke bevindingen en met name een leningovereenkomst met Bank of China (HongKong) Limited, Bank of China (Thailand) Corporation Limited en Hongkong and Shanghai Banking Corporation Limited (HSBC), waarvan de eerste twee overheidsbanken zijn en de derde de eerste buitenlandse kredietverlener is met een eigen CCP-comité in zijn dochteronderneming voor zakenactiviteiten binnen een bankgroep.

De indiener van het verzoek wees ook op het bestaan van bevooroordeelde beoordelingen van Chinese bureaus met betrekking tot ondernemingen die actief zijn in de bandenindustrie.

(103)

De indiener van het verzoek voerde aan dat de voornoemde verstoringen systemisch zijn en merkte op dat de Chinese overheid ingrijpt op alle niveaus van de toeleveringsketen van de bandenindustrie, en een situatie creëert waar de input, de input van die input en zo verder, allemaal op een of andere manier worden getroffen door verstoringen van de overheid.

(104)

Concluderend voerde de indiener van het verzoek aan dat in de bandenindustrie sprake is van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening.

(105)

De Commissie heeft onderzocht of het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening al dan niet passend was gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC. De Commissie heeft dit gedaan op basis van het beschikbare bewijsmateriaal in het dossier. Het bewijsmateriaal in het dossier omvatte het bewijsmateriaal in het rapport en in de geactualiseerde versie ervan (“geactualiseerd rapport”) (22), dat gebaseerd is op openbaar beschikbare bronnen.

(106)

Bij deze analyse is niet alleen gekeken naar het aanzienlijke overheidsingrijpen in de economie van de VRC in het algemeen, maar ook naar de specifieke marktsituatie in de sector met inbegrip van het betrokken product. De Commissie heeft deze bewijselementen verder aangevuld met haar eigen onderzoek naar de verschillende criteria die relevant zijn om het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC te bevestigen.

3.3.2.   Verstoringen van betekenis die de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC beïnvloeden

(107)

Het Chinese economische stelsel is gebaseerd op het concept van een “socialistische markteconomie”. Dat concept is vastgelegd in de Chinese grondwet en bepaalt het economische bestuur van de VRC. Het kernbeginsel is “socialistische publieke eigendom van de productiemiddelen, namelijk eigendom van het gehele volk en collectieve eigendom van de werkende bevolking” (23).

(108)

De staatseconomie wordt als de “leidende kracht van de nationale economie”beschouwd en de staat heeft de opdracht om “de consolidatie en groei”ervan te waarborgen (24). Bijgevolg maakt de wijze waarop de Chinese economie is ingericht, niet alleen aanzienlijk overheidsingrijpen in de economie mogelijk, maar is dergelijk ingrijpen ook uitdrukkelijk voorgeschreven. Het gehele rechtsstelsel is doordrongen van de notie dat publieke eigendom superieur is aan particuliere eigendom en deze notie wordt in alle belangrijke wetgeving als algemeen beginsel benadrukt.

(109)

De Chinese eigendomswetgeving vormt een voorbeeld bij uitstek hiervan: zij verwijst naar de eerste fase van het socialisme en geeft de staat de opdracht het fundamentele economische stelsel in stand te houden waarin de publieke eigendom een overheersende rol speelt. Andere vormen van eigendom worden getolereerd, waarbij de wet toelaat dat zij zich naast de staatseigendom ontwikkelen (25).

(110)

Daarnaast wordt naar Chinees recht de socialistische markteconomie ontwikkeld onder leiding van de CCP. De structuren van de Chinese staat en van de CCP zijn op alle niveaus (juridisch, institutioneel, persoonlijk) met elkaar vervlochten en vormen een superstructuur waarin de rollen van de CCP en de staat niet van elkaar zijn te onderscheiden.

(111)

Na een wijziging van de Chinese grondwet in maart 2018 is de leidende rol van de CCP nog sterker op de voorgrond getreden, omdat die nu is bevestigd in de tekst van artikel 1 van de grondwet.

(112)

Achter de reeds bestaande eerste zin van de bepaling: “[h]et socialistische systeem is het fundamentele stelsel van de Volksrepubliek China”, is een nieuwe tweede zin ingevoegd, die luidt als volgt: “Het leiderschap van de Communistische Partij van China is het essentiële kenmerk van het socialisme met Chinese karakteristieken” (26). Dit illustreert de onbetwiste en steeds toenemende zeggenschap van de CCP over het economische stelsel van de VRC.

(113)

Dit leiderschap en deze zeggenschap zijn inherent aan het Chinese stelsel en gaan veel verder dan de gebruikelijke situatie in andere landen waar de regeringen algemene macro-economische zeggenschap uitoefenen binnen de grenzen van de vrije marktwerking.

(114)

De Chinese staat hanteert een interventionistisch economisch beleid om zijn doelen na te streven, die niet zozeer een afspiegeling zijn van de heersende economische omstandigheden op een vrije markt, maar veeleer samenvallen met de politieke agenda van de CCP (27). De interventionistische economische instrumenten die door de Chinese autoriteiten worden ingezet zijn talrijk en omvatten onder meer het systeem van industriële planning, het financiële stelsel en regelgevingsinstrumenten.

(115)

Ten eerste — op het niveau van de algemene administratieve zeggenschap — wordt de richting van de Chinese economie bepaald door een complex systeem van industriële planning dat alle economische activiteiten in het land beïnvloed. Al deze plannen samen bestrijken een complete en complexe matrix van sectoren en transversale beleidsmaatregelen en zijn aanwezig op alle overheidsniveaus.

(116)

De plannen op provinciaal niveau zijn gedetailleerd, terwijl in de nationale plannen bredere doelen worden gesteld. In de plannen worden ook de middelen bepaald ter ondersteuning van de desbetreffende bedrijfstakken/sectoren, evenals de termijnen waarbinnen de doelstellingen moeten worden gehaald. Sommige plannen bevatten nog steeds expliciete productiestreefcijfers.

(117)

In het kader van de plannen worden afzonderlijke industriële sectoren en/of projecten aangewezen als (positieve of negatieve) prioriteiten in overeenstemming met de prioriteiten van de overheid en worden er specifieke ontwikkelingsdoelstellingen aan toegekend (industriële modernisering, internationale expansie enz.).

(118)

De marktdeelnemers, zowel particuliere als staatsondernemingen, moeten hun bedrijfsactiviteiten daadwerkelijk aanpassen aan de door het planningssysteem opgelegde realiteit. Dit komt niet alleen door het bindende karakter van de plannen, maar ook omdat de bevoegde Chinese autoriteiten op alle overheidsniveaus zich aan het systeem van plannen houden en hun verworven bevoegdheden dienovereenkomstig gebruiken, waardoor de marktdeelnemers ertoe worden aangezet de in de plannen vastgelegde prioriteiten na te leven (28).

(119)

Ten tweede — op het niveau van de toewijzing van financiële middelen — wordt het financiële systeem van de VRC gedomineerd door de handels- en beleidsbanken in staatseigendom. Die banken moeten hun kredietbeleid ontwikkelen en uitvoeren in overeenstemming met de doelstellingen van het industriebeleid van de overheid in plaats van zich in de eerste plaats te buigen over de economische merites van een bepaald project (29).

(120)

Hetzelfde geldt voor de andere componenten van het Chinese financiële stelsel, zoals de aandelenmarkten, obligatiemarkten, private-equitymarkten enz. Ook deze onderdelen van de financiële sector zijn institutioneel en operationeel aldus opgezet dat zij niet gericht zijn op maximale doelmatigheid van de financiële markten maar op het waarborgen van zeggenschap en ingrijpen door de staat en de CCP (30).

(121)

Ten derde — op het niveau van de regelgeving — neemt het overheidsingrijpen in de economie verschillende vormen aan. Regels omtrent overheidsopdrachten worden bijvoorbeeld regelmatig gebruikt om andere beleidsdoelstellingen na te streven dan economische doelmatigheid, waardoor het beginsel van marktwerking op dit gebied wordt ondermijnd. In de toepasselijke wetgeving is uitdrukkelijk bepaald dat overheidsopdrachten worden geplaatst om de verwezenlijking van in het overheidsbeleid vastgestelde doelstellingen te bevorderen. De aard van deze doelstellingen blijft echter onduidelijk, waardoor de besluitvormende organen over een ruime beoordelingsmarge beschikken (31).

(122)

Ook op het gebied van investeringen behoudt de Chinese overheid aanzienlijke zeggenschap over en invloed op de bestemming en de omvang van zowel staats- als particuliere investeringen. Het doorlichten van investeringen, evenals diverse prikkels, beperkingen en verboden met betrekking tot investeringen worden door de autoriteiten gebruikt als een belangrijk instrument ter ondersteuning van de doelstellingen van het industriebeleid, zoals het handhaven van de zeggenschap van de staat over belangrijke sectoren of het versterken van de binnenlandse industrie (32).

(123)

Kortom, het Chinese economische model is gebaseerd op bepaalde fundamentele axioma’s die voorzien in grootschalig overheidsingrijpen en dit aanmoedigen. Dergelijk aanzienlijk overheidsingrijpen staat haaks op de vrije marktwerking en leidt tot een verstoring van de doeltreffende toewijzing van middelen volgens de marktbeginselen (33).

3.3.3.   Verstoringen van betekenis overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste streepje, van de basisverordening: het feit dat de markt in kwestie voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de autoriteiten van het land van uitvoer, waarover deze zeggenschap hebben of waarop deze beleidstoezicht uitoefenen

(124)

In de VRC vormen ondernemingen die in handen zijn van de staat, waarover de staat zeggenschap heeft en/of waarop de staat beleidstoezicht uitoefent of waarvoor deze beleidsadvies geeft, een essentieel onderdeel van de economie.

(125)

De sector van het betrokken product wordt voornamelijk bediend door staatsondernemingen, zoals: China National Tyre & Rubber Co. Ltd (CNRC) in handen van SINOCHEM (staatsonderneming onder zeggenschap van de SASAC) (34), Aeolus Tyres voor 57,5 % in handen van staatsonderneming CNRC (35), en Shuangqian (Double Coin) Tire Group Co., Ltd, dat voor 58,57 % staatseigendom is (36).

(126)

Daarnaast zijn andere ondernemingen voor een aanzienlijk deel in handen van de staat, zoals Qingdao Doublestar, dat voor 42,4 % staatseigendom is (37), en Guizhou Tyre Co., Ltd, dat voor 26,47 % staatseigendom is (38).

(127)

Interventies van de CCP in de operationele besluitvorming zijn echter de norm geworden, niet alleen in staatsondernemingen, maar ook in particuliere ondernemingen (39), waarbij de CCP een leidende rol opeist ten aanzien van vrijwel elk aspect van de economie van het land. De invloed van de staat door middel van CCP-structuren binnen ondernemingen leidt er feitelijk toe dat marktdeelnemers onder zeggenschap en beleidstoezicht van de overheid staan, gezien de mate waarin de staats- en partijstructuren in de VRC zijn vervlochten.

(128)

Bovendien is de sector van het betrokken product onderworpen aan verschillende beleidslijnen van de overheid, zoals de Leidraad van het MIIT ter bevordering van de hoogwaardige ontwikkeling van de chemische en petrochemische industrie tijdens het 14e vijfjarenplan, die in afdeling II.3 voorziet in de uitvoering van “acties ter verbetering van de kwaliteit van het aanbod van chemische producten. Focus op strategische opkomende bedrijfstakken [...] en versnellen van de ontwikkeling van [...] hoogwaardige rubber- en kunststofmaterialen, […]. Verhogen van het aandeel groene producten in bedrijfstakken zoals […] banden, […]. Ondernemingen aanmoedigen om de productkwaliteit te verbeteren en merken te creëren en te bevorderen”. Daarnaast voorziet afdeling V van deze leidraad in het opzetten van “een op internet gebaseerde monitoring van de industriële keten die van toepassing is op bulkproducten zoals meststoffen en banden” (40).

(129)

De bandenindustrie valt ook onder provinciaal beleid, zoals het 14e vijfjarenplan van de provincie Shandong betreffende de ontwikkeling van de chemische industrie, waarin specifiek voor de bandenindustrie het volgende is bepaald: Het industriebeleid en industrienormen strikt uitvoeren, ondernemingen integreren en terugtrekken met een jaarlijkse productiecapaciteit van minder dan 1,2 miljoen geheel stalen radiaalbanden (uitgezonderd technische banden, banden voor de luchtvaart en binnenbandloze banden met brede doorsnede) en minder dan 5 miljoen semi-stalen radiaalbanden (uitgezonderd runflatbanden, geavanceerde racebanden en banden met een heel kleine doorsnede). […] In navolging van de hogere marktsegmenten en gesegmenteerde markten, hoogwaardige producten ontwikkelen zoals banden met een heel kleine doorsnede, flattening, banden met lage rolweerstand, stille banden en runflatbanden, O&O en de productie van hoogwaardige radiaalbanden zoals slimme banden, veiligheidsbanden, banden met lage rolweerstand en super slijtvaste banden uitbreiden om de toegevoegde waarde en het marktaandeel van de producten te vergroten. De clusters van de bandenindustrie op het schiereiland Shandong en in Noord-Shandong versterken, de verbindingen met ondersteunende faciliteiten voor de industrie versterken, het industriële cluster voor rubberadditieven in West-Shandong ontwikkelen en het industriële cluster voor rubberverwerkingsapparatuur in Oost-Shandong uitbreiden. De digitalisering, de netwerkontwikkeling en de slimme ontwikkeling van de bandenindustrie aanzienlijk verbeteren, de bouw van slimme fabrieken in de bandenindustrie in de gehele provincie bevorderen en een cloudplatform op internet voor de bandenindustrie tot stand brengen. Groene bandenproductieprocessen zoals chemische rubberraffinage en bestraling vóór vulkanisering actief bevorderen, het secundaire gebruik van banden aanmoedigen, groene pyrolyse en terugwinning van carbonblack uit afgedankte banden bevorderen, en de groene circulaire ontwikkeling van de industrie bevorderen. […] In 2025 zal de productiewaarde van de bandenindustrie 200 miljard RMB bedragen; zullen er acht bandenbedrijven zijn met verkoopopbrengsten van meer dan 10 miljard RMB, waarvan er meer dan twee meer dan 20 miljard RMB zullen halen, en zal een of twee ondernemingen toetreden tot de top 10 van de wereldwijde bandenindustrie” (41).

(130)

Zeggenschap en beleidstoezicht van de overheid kunnen ook worden waargenomen op het niveau van de betrokken brancheorganisaties (42).

(131)

Zo verklaart de China Rubber Industry Association (“CRIA”), waarvan CNRC, Aeolus Tyres, Qingdao Doublestar, Shuangqian (Double Coin) Tire Group Co., Ltd, en Guizhou Tyre Co., Ltd lid zijn (43), in artikel 3 van haar statuten dat zij “het algemene leiderschap van de Communistische Partij van China aanhangt. In overeenstemming met de bepalingen van de statuten van de Communistische Partij van China richt de CRIA een organisatie van de Communistische Partij van China op, verricht zij partijactiviteiten en schept zij de nodige voorwaarden voor de activiteiten van de partijorganisatie. De autoriteit die verantwoordelijk is voor de registratie en het beheer van de CRIA is het ministerie van Burgerzaken en de autoriteit die belast is met partijopbouw is het partijcomité van de SASAC van de Staatsraad. De CRIA aanvaardt de professionele richtsnoeren, het toezicht en het beheer door de autoriteit die belast is met registratie en beheer, en door de autoriteit die belast is met partijopbouw en door de relevante administratieve afdeling die belast is met het beheer van de industrie” (44). Artikel 36 bepaalt voorts dat de personen die verantwoordelijk zijn voor de CRIA moeten voldoen aan voorwaarden zoals “[h]et leiderschap van de Communistische Partij van China eerbiedigen, steun verlenen aan het socialisme met Chinese karaktertrekken, resoluut uitvoering geven aan de lijn, de beginselen en het beleid van de partij, en goede politieke capaciteiten bezitten” (45).

(132)

Daarnaast heeft de CRIA 15 afdelingen en professionele commissies, waarvan de bandenafdeling de grootste is. Er zijn meer dan 270 aangesloten eenheden, voornamelijk bandenfabrikanten, en de rest bestaat uit onderzoeksinstituten, fabrikanten van machines voor de rubberindustrie en ondernemingen die grondstoffen en hulpmaterialen in verband met de productie van banden produceren en distribueren. De bandenafdeling van de CRIA volgt de bepalingen van de statuten van de China Rubber Industry Association, beschouwt het dienen van de leden als haar doel, slaat een brug tussen de overheid en ondernemingen en voert verschillende taken uit onder leiding van de Algemene Vereniging (46).

(133)

De bandenproductie van de aangesloten ondernemingen vertegenwoordigt ongeveer 80 % van de Chinese binnenlandse bandenproductie. De CRIA heeft 62 bestuurseenheden, de voorzittende eenheid is Zhongce Rubber Group Co., Ltd, en de plaatsvervangende voorzittende eenheden zijn Sailun Group Co., Ltd, Linglong Tire Co., Ltd, SHUANGQIAN Tire Group Co., Ltd, Triangle Tire Co., Ltd, Michelin (China) Investment Co., Ltd en andere bekende binnenlandse en buitenlandse bandenbedrijven (47).

(134)

De CRIA onderstreept zelf de impact van haar beleid op de markt en stelt met name dat “[In 2023] de prijzen van belangrijke grondstoffen in de eerste helft van het jaar een neerwaartse trend vertoonden en in het derde kwartaal bleven stijgen, wat leidde tot een golf van prijsstijgingen in de bandenindustrie. Desondanks vertoonden de winsten van carbonblack, rubberadditieven en staaldraad in de eerste tien maanden nog steeds een aanzienlijke daling op jaarbasis, waarbij carbonblack daalde met 14,99 %, additieven daalden met 7,45 % en skeletmaterialen daalden met 2,90 %”. De CRIA benadrukt ook de impact van het beleid op de uitvoerprestaties van de bandenindustrie en vermeldt dat “de overzeese uitvoermarkt bijzonder gunstig is, het tekort in het binnenlandse verbruik compenseert en een belangrijke drijvende kracht wordt om de stijging van de verkoop te ondersteunen. Volgens statistieken van de China Rubber Association bedroeg het uitvoerpercentage van de industrie van januari tot en met oktober 37,5 % (in waarde). Gedurende deze periode bleef de uitvoer van banden sterk groeien en bleef het uitvoerpercentage (waarde) gedurende verschillende opeenvolgende maanden boven de 50 %. (…). Statistische gegevens van de algemene douaneadministratie laten zien dat de uitvoer van nieuwe luchtbanden van rubber uit mijn land van januari tot en met november ongeveer 564 miljoen bedroeg, een stijging van 11,4 %; het uitvoervolume bedroeg ongeveer 7,86 miljoen ton, een stijging van 16,8 %; de waarde van de uitvoer bedroeg 137,51 miljard RMB, een stijging van 20,3 %” (48).

(135)

Bandenbedrijven vermelden ook uitdrukkelijk de invloed van de CCP op hun gedrag. Zo stelt Qingdao Doublestar in zijn jaarverslag van 2023 het volgende: “In 2023 bleef het bedrijf partijopbouw als leidraad nemen en ontwikkeling van hoge kwaliteit als doel, voerde het actief de strategie inzake “nieuwe vier moderniseringen”voor ecologie, hightech, lokalisatie en digitalisering uit, richtte het zich op de twee hoofdlijnen van bedrijfsverbetering en baanbrekende innovatie”, en onderstreepte het “[n]nieuwe verwezenlijkingen in leiderschap op het gebied van partijopbouw: vasthouden aan het leiderschap op het gebied van partijopbouw, zich concentreren op de belangrijkste verantwoordelijkheden en hoofdzaken, onderwijs over het thema van Xi Jinpings Gedachte over Socialisme met Chinese Kenmerken voor een Nieuw Tijdperk ontwikkelen en verdiepen, de politieke opbouw versterken, de partijopbouw aan de basis consolideren en volledige invulling geven aan de rol van de afdelingscomités in werkgroepen en de rol van partijleden in de frontlinie” (49). Evenzo vermeldt Shuangqian (Double Coin) Tire Group Co., Ltd dat “[o]nder het sterke leiderschap van het partijcomité en de raad van bestuur van de onderneming, alle kaderleden en werknemers hun vertrouwen hebben versterkt, uitdagingen kordaat zijn aangegaan, de impact van de neergang in de industriële cyclus hebben overwonnen en gestage vooruitgang hebben geboekt in de productie en werking van de onderneming, voortdurend het cruciale concurrentievermogen ervan hebben verbeterd en het tempo hebben opgevoerd om een onderneming van wereldklasse op te bouwen” (50). Tot slot is Guizhou Tyre Co., Ltd van mening dat “de onderneming zich als staatsholding altijd houdt aan het onwrikbare leiderschap van de partij over staatsondernemingen”. De statuten bevestigen de wettelijke status van de partijorganisatie in het ondernemingsbestuur en integreren het leiderschap van de partij in alle aspecten van het ondernemingsbestuur” (51).

(136)

Hieruit blijkt dat zelfs particuliere producenten in de sector van het betrokken product niet onder marktvoorwaarden kunnen opereren. Zowel staats- als particuliere ondernemingen in de sector staan immers onder beleidstoezicht en krijgen beleidsadvies.

3.3.4.   Verstoringen van betekenis volgens artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening: overheidsaanwezigheid in bedrijven, waardoor inmenging van de overheid in de prijzen of kosten mogelijk wordt

(137)

De Chinese overheid kan zich door middel van overheidsaanwezigheid in ondernemingen mengen in prijzen en kosten. CCP-cellen in ondernemingen die al dan niet in staatseigendom zijn, vormen immers een belangrijk kanaal waarlangs de staat zich in zakelijke beslissingen kan mengen.

(138)

Volgens het Chinese vennootschapsrecht moet in elke onderneming een CCP-organisatie in het leven worden geroepen (met ten minste drie CCP-leden zoals bepaald in de statuten van de CCP (52)) en moet de onderneming de nodige voorwaarden scheppen voor de activiteiten van de partijorganisatie.

(139)

Deze eis lijkt in het verleden niet altijd te zijn gevolgd of strikt te zijn gehandhaafd. De CCP heeft echter, sinds ten minste 2016, haar aanspraken op zeggenschap bij zakelijke beslissingen in ondernemingen nadrukkelijk als politiek beginsel doen gelden (53), onder meer door druk uit te oefenen op particuliere ondernemingen om “vaderlandslievendheid”voorop te stellen en zich naar de partijlijn te voegen (54).

(140)

In 2017 werd al bericht dat in 70 % van de circa 1,86 miljoen ondernemingen in particuliere eigendom partijcellen aanwezig waren, en dat er toenemende druk was om de CCP-organisaties het laatste woord te laten hebben bij de zakelijke besluitvorming in de betrokken ondernemingen (55). Vergelijkbare schattingen werden gemeld in 2022 (56). Deze voorschriften zijn van algemene toepassing in de gehele Chinese economie, in alle sectoren, ook op producenten van het betrokken product en de leveranciers van de inputs ervan.

(141)

Daarnaast werd op 15 september 2020 een document bekendgemaakt met als titel “Richtsnoeren van het Algemeen Bureau van het Centraal Comité van de CCP om in het nieuwe tijdperk de activiteiten van het Eenheidsfront in de particuliere sector op te voeren”(“de richtsnoeren”) (57), waarin de rol van de partijcomités in particuliere ondernemingen verder werd uitgebreid.

(142)

In afdeling II.4 van de richtsnoeren staat het volgende: “Wij moeten de totale capaciteit van de Partij om sturing te geven aan activiteiten van het Eenheidsfront in de particuliere sector vergroten en de werkzaamheden op dit gebied op doeltreffende wijze opvoeren”; en in afdeling III.6 staat: “Wij moeten de aanwezigheid van de Partij in particuliere ondernemingen verder opvoeren en de partijcellen in staat stellen hun rol als bastion doeltreffend te vervullen en de partijleden in staat stellen hun rol als voorhoede en pioniers te spelen.”De richtsnoeren benadrukken zo de rol van de CCP in ondernemingen en andere entiteiten van de particuliere sector en trachten deze te versterken (58).

(143)

Het onderzoek heeft bevestigd dat overlappingen tussen managementfuncties en het CCP-lidmaatschap/partijfuncties ook in de bandenindustrie voorkomen. Om een voorbeeld te geven: de verschillende managers en/of bestuursleden van China National Tyre & Rubber Co. Ltd, Qingdao Doublestar, Shuangqian (Double Coin) Tire Group Co., Ltd, en Guizhou Tyre Co., Ltd zijn CCP-leden en bekleden functies in het secretariaat van het partijcomité (59). Dit is ook het geval voor de voorzitter van de raad van bestuur, de algemeen directeur en de leden van het bestuur van Aeolus, waarbij moet worden opgemerkt dat één lid van het bestuur ook de financieel directeur is van China National Chemical Rubber Co., Ltd (60).

(144)

Verder hebben de aanwezigheid en het ingrijpen van de staat op de financiële markten en bij de levering van grondstoffen en inputs een extra verstorend effect op de markt (61). De overheidsaanwezigheid in ondernemingen, in de bandenindustrie en andere sectoren (zoals de financiële sector en de sector voor inputs) maakt het de Chinese overheid dus mogelijk zich in de prijzen en kosten te mengen.

3.3.5.   Verstoringen van betekenis volgens artikel 2, lid 6 bis, punt b), derde streepje, van de basisverordening: discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen die binnenlandse leveranciers bevoordelen of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden

(145)

De koers van de Chinese economie wordt in aanzienlijke mate bepaald door een uitgebreid planningssysteem waarin prioriteiten worden gesteld en waarin de doelstellingen worden voorgeschreven waar de centrale, provinciale en lokale overheden zich op moeten concentreren. Op alle overheidsniveaus bestaan plannen die vrijwel alle economische sectoren bestrijken. De bij de planningsinstrumenten bepaalde doelstellingen zijn van bindende aard en de autoriteiten op elk bestuurlijk niveau houden toezicht op de uitvoering van de plannen door het desbetreffende lagere overheidsniveau.

(146)

Over de gehele linie leidt het planningssysteem in de VRC ertoe dat er middelen worden toegewezen aan sectoren die door de overheid als strategisch of anderszins politiek belangrijk zijn bestempeld, in plaats van dat de toewijzing plaatsvindt in overeenstemming met de marktkrachten (62).

(147)

De Chinese autoriteiten hebben een aantal beleidsmaatregelen vastgesteld die de werking van de sector van het betrokken product sturen.

(148)

Het 14e vijfjarenplan betreffende de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie (63) beoogt een doorbraak te bewerkstelligen in de belangrijkste grondstoffencategorieën “met de nadruk op belangrijke toepassingsgebieden zoals [...] bionisch synthetisch rubber” (64). Verdere bepalingen die specifiek zijn voor de bandenindustrie zijn ook opgenomen in de Leidraad van het MIIT ter bevordering van de hoogwaardige ontwikkeling van de chemische en petrochemische industrie tijdens het 14e vijfjarenplan en het 14e vijfjarenplan van de provincie Shandong betreffende de ontwikkeling van de chemische industrie, zoals vermeld in de overwegingen 128 en 129.

(149)

Op provinciaal niveau staat in het 14e vijfjarenplan van de provincie Anhui betreffende de ontwikkeling van de bedrijfstak voor nieuwe materialen (65) aangegeven dat de overheid beoogt de industriële structuur van de sector als volgt vorm te geven: “[c]oncentreren op de automobielsector en de sectoren elektronica, hogesnelheidsspoorlijnen, ruimtevaart en kernenergie, en vertrouwen op de industriële bases in Anqing, Huainan en op andere plaatsen, de intensiteit verhogen van onderzoek en ontwikkeling en van innovatie, en krachtig producten van rubbermaterialen met speciale eigenschappen en processen ontwikkelen, zoals weerstand tegen hoge en lage temperaturen, weerstand tegen veroudering, weerstand tegen afslijting, weerstand tegen chemische stoffen, weerbestendigheid, ozonbestendigheid, boogweerstand enz.”. Ook wordt in de lijst van belangrijke producten vermeld: “gehydrogeneerd nitrilrubber, gebromeerd nitrilrubber, in oplossing gepolymeriseerd styreen-butadieenrubber, isopreenrubber en monomeren ervan, acrylaatrubber, speciaal fluorhoudend rubber, fluorsiliconenrubber, elektrisch isolerend siliconenrubber”en in de lijst van baanbrekende technologieën: “technologie voor het hydrogeneren van nitrilrubber, technologie voor het bereiden van carboxylnitrilrubber, technologie voor het produceren van gefunctionaliseerd SSBR, energiebesparende technologie voor het drogen van synthetisch rubber, technologie voor het concentreren van emulsiepolymerisatie, milieuvriendelijke vervangingstechnologie voor additieven enz.” (66).

(150)

Ook het 14e vijfjarenplan van de provincie Gansu betreffende de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie (67) bevat een hoofdstuk over de “sector fijnchemicaliën”, waarin wordt gesteld dat “[t]egen 2025 de totale industriële productiewaarde van de sector zal streven naar 50 miljard yuan”en dat op het gebied van synthetisch rubber het doel is “[m]et behulp van kernondernemingen krachtig milieuvriendelijke rubberadditieven, rubbervulkanisatieversnellers CBS/MBS, koolstofdisulfide, onoplosbare zwavel, hoogwaardige carbonblack en andere producten te ontwikkelen”, en voor geavanceerde petrochemische nieuwe materialen “[m]et behulp van kernondernemingen het niveau en de capaciteit van de provincie Gansu op het gebied van speciale technische kunststoffen, speciaal synthetisch rubber [enz.] te verbeteren”en om “[o]p grote schaal krachtig belangrijke strategische nieuwe materialen te ontwikkelen”. Op het gebied van petrochemische producten, “technische kunststoffen, speciaal synthetisch rubber, speciale vezels, biologisch afbreekbare hoogwaardige materialen en hoogwaardige composietmaterialen ontwikkelen”.

(151)

In het 14e vijfjarenplan van de provincie Gansu worden in de lijst van belangrijkste projecten ook de PetroChina Lanzhou Petrochemical Company en de bouw van een nieuwe eenheid voor 35 000 ton/jaar speciaal nitrilrubber genoemd, die voornamelijk bestaat uit een chemische bereidingseenheid, een polymerisatie-eenheid, een eenheid voor de terugwinning van monomeren, een slibopslag, een mengeenheid en een coagulatie-, droog- en verpakkingseenheid enz., voor een totale investering van meer dan 84 miljoen CNY (68).

(152)

In het 14e vijfjarenplan van de provincie Jiangxi betreffende de hoogwaardige ontwikkeling van de petrochemische industrie (69) staat: “[Wij zullen...] het toepassingsgebied van [...] organische siliciumproducten zoals siliconolie, siliconenrubber, (…) en wit carbonblack uitbreiden. Wij zullen het onderzoek naar en de ontwikkeling en productie van nieuwe chemische materialen versterken en op krachtige wijze baanbrekende nieuwe materialen ontwikkelen, zoals speciaal rubber (…)”. Wat speciaal rubber betreft, wordt ook vermeld dat de regering “zich zal concentreren op de ontwikkeling van styreenbutadieenrubber-oplossing (S-SBR), gehydrogeneerd nitrilrubber, gehalogeneerd butylrubber, gehydrogeneerde styreen-butadieenblokcopolymeren (HSBC’s), isopreenrubber (IR), thermoplastisch vulkanisaat, ethyleenpropyleenrubber (EPR) enz.”.

(153)

Tot slot is in het 14e vijfjarenplan van de provincie Jilin betreffende de ontwikkeling van de petrochemische industrie (70) bepaald dat de regering “de ontwikkeling van de industrie van nieuwe chemische materialen, zoals technische kunststoffen, speciaal synthetisch rubber en hoogwaardige vezels, volledig zal bevorderen, het toepassingsgebied van nieuwe chemische materialen op het gebied van auto’s, spoorwegvervoer, lucht- en ruimtevaart enz. zal uitbreiden en de hoogwaardige ontwikkeling van het petrochemische industriële systeem in onze provincie zal realiseren”en “de tien pijlerproducten, d.w.z. polyethyleen, ABS, acrylonitril, methylmethacrylaat, fenol/aceton, benzeen, butyloctanol, ethyleenoxide, ethyleenpropyleenrubber en brandstofethanol, speciaal koolstofvezel, zeer actief polyisobutyleen, speciaal rubber en kunststofmaterialen en andere gespecialiseerde producten zal verbeteren, (….) en drie belangrijke concurrerende sectoren van synthetische hars, synthetisch rubber en organische chemische basisgrondstoffen zal vormen, het concurrentievermogen en de endogene ontwikkelingsdynamiek van de petrochemische industrie zal versterken en zal helpen concurrerende productclusters en specifieke productketens te bevorderen”.

(154)

In het jaarverslag van de belangrijkste bandenbedrijven wordt ook melding gemaakt van het bestaan van overheidssubsidies of -steun. In het jaarverslag van Aeolus Tyres staat bijvoorbeeld dat de onderneming in 2023 9,4 miljoen CNY aan overheidssubsidies ontving, en 11 miljoen CNY in 2022 (71). Qingdao ontving overheidssubsidies ter waarde van 105,6 miljoen CNY in 2023 en 625 miljoen in 2022 (72). Shuangqian (Double Coin) Tire Group Co., Ltd maakte melding van 163 miljoen CNY in 2023 en 760,8 miljoen CNY in 2022 (73). Tot slot blijkt uit het jaarverslag van Guizhou Tyre Co., Ltd dat de onderneming in 2023 25,2 miljoen CNY en in 2022 19,8 miljoen CNY aan overheidssubsidies voor bedrijfsactiviteiten ontving (74).

(155)

Met deze en andere middelen stuurt en controleert de Chinese overheid derhalve vrijwel elk aspect van de ontwikkeling en werking van de sector, evenals de upstream-inputs.

(156)

Samengevat heeft de Chinese overheid maatregelen getroffen om marktdeelnemers ertoe te bewegen te voldoen aan de doelstellingen van het overheidsbeleid voor de sector. Dergelijke maatregelen belemmeren de vrije marktwerking.

3.3.6.   Verstoringen van betekenis volgens artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening: het ontbreken, de discriminerende toepassing of de ontoereikende handhaving van faillissements-, vennootschaps- of eigendomswetgeving

(157)

Volgens de informatie in het dossier slaagt het Chinese systeem voor faillissementen er niet in zijn belangrijkste doelstellingen te verwezenlijken, zoals een billijke vereffening van vorderingen en schulden en de bescherming van de wettelijke rechten en belangen van crediteuren en debiteuren. Dit lijkt zijn oorsprong te hebben in het feit dat het Chinese systeem, ofschoon het Chinese faillissementsrecht formeel op beginselen is gebaseerd die gelijkenis vertonen met de beginselen van het overeenkomstige recht in andere landen dan de VRC, wordt gekenmerkt door structureel ontoereikende handhaving.

(158)

Het aantal faillissementen is nog altijd opvallend laag in verhouding tot de omvang van de economie van het land, niet in de laatste plaats doordat de insolventieprocedures lijden aan een aantal tekortkomingen die in de praktijk ontmoedigen om een faillissementsaanvraag in te dienen. Bovendien blijft de staat een vooraanstaande en actieve rol in de insolventieprocedures spelen, met vaak een directe invloed op de uitkomst ervan (75).

(159)

Daarnaast zijn de tekortkomingen van het systeem van eigendomsrechten met name evident met betrekking tot de eigendom van grond en grondgebruiksrechten in de VRC (76). Alle grond is eigendom van de staat (collectieve landbouwgrond en stedelijke grond in staatseigendom). De toewijzing ervan is volledig in handen van de staat. Er zijn wettelijke bepalingen waarmee wordt beoogd de rechten op het gebruik van grond op transparante wijze en tegen marktprijzen toe te wijzen, bijvoorbeeld door de invoering van biedprocedures. Het komt echter regelmatig voor dat deze bepalingen niet worden nageleefd, waarbij sommige kopers hun grond kosteloos of tegen een lagere prijs dan de marktprijs verkrijgen (77). Bovendien streven de autoriteiten bij het toewijzen van grond vaak specifieke politieke doelen na, waaronder de uitvoering van de economische plannen (78).

(160)

Net als in andere sectoren van de Chinese economie zijn de producenten van het betrokken product onderworpen aan de gewone regels van de Chinese faillissements-, vennootschaps- en eigendomswetgeving. Dit heeft tot gevolg dat deze ondernemingen tevens te maken hebben met verstoringen van bovenaf die het gevolg zijn van de discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van de faillissements- en eigendomswetgeving. Op basis van het beschikbare bewijsmateriaal blijken deze overwegingen ook volledig van toepassing te zijn op de bandenindustrie. Uit het onderhavige onderzoek is niets naar voren gekomen dat deze bevindingen ter discussie stelt.

(161)

In het licht van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat in de sector van het betrokken product sprake was van discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van de faillissements- en eigendomswetgeving.

3.3.7.   Verstoringen van betekenis volgens artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening: verstoringen van loonkosten

(162)

Een systeem van marktgebaseerde lonen kan zich in de VRC niet volledig ontwikkelen, omdat het recht op collectieve organisatie van werknemers en werkgevers wordt belemmerd. De VRC heeft een aantal essentiële verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie, met name die inzake de vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen, niet geratificeerd (79).

(163)

Krachtens het nationale recht is er slechts één vakbondsorganisatie actief. Deze organisatie is echter onvoldoende onafhankelijk van de overheidsinstanties en zij is slechts in beperkte mate bij collectieve onderhandelingen en de bescherming van de rechten van werknemers betrokken (80). Bovendien wordt de mobiliteit van werknemers in China beperkt door het systeem van registratie van huishoudens, dat de toegang tot het volledige scala van socialezekerheids- en andere voorzieningen beperkt tot de lokale inwoners van een bepaald administratief gebied.

(164)

Dit leidt er doorgaans toe dat werknemers die niet als lokale ingezetene zijn geregistreerd, zich in een kwetsbare werkgelegenheidssituatie bevinden en een lager inkomen ontvangen dan de houders van de ingezetenenregistratie (81). Deze bevindingen leiden tot verstoring van de loonkosten in de VRC.

(165)

Er is geen bewijsmateriaal ingediend waaruit blijkt dat de bandenindustrie niet onderworpen zou zijn aan het beschreven Chinese arbeidsrechtstelsel. De sector staat derhalve bloot aan verstoringen van de loonkosten, zowel direct (bij het vervaardigen van het betrokken product of de belangrijkste grondstof voor de vervaardiging ervan) als indirect (bij het krijgen van toegang tot kapitaal of inputs van ondernemingen die in de VRC aan hetzelfde arbeidsrechtstelsel onderworpen zijn).

3.3.8.   Verstoringen van betekenis volgens artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening: toegang tot financiering door instellingen die de doelstellingen van het overheidsbeleid uitvoeren of anderszins in hun werking niet onafhankelijk zijn ten opzichte van de staat

(166)

De toegang tot kapitaal voor ondernemingen in de VRC is onderhevig aan diverse verstoringen.

(167)

Ten eerste wordt het Chinese financiële stelsel gekenmerkt door de sterke positie van staatsbanken (82), die bij het verschaffen van toegang tot financiering andere criteria dan de economische levensvatbaarheid van een project hanteren. Net als niet-financiële staatsondernemingen blijven de banken verbonden met de staat, niet alleen via de eigendomsrelatie maar ook via persoonlijke betrekkingen (de hoogste bestuurders van de grote financiële instellingen in handen van de overheid worden in laatste instantie door de CCP benoemd) (83), en zij voeren geregeld het beleid van de Chinese overheid uit.

(168)

Hiermee voldoen de banken aan een uitdrukkelijke wettelijke verplichting om te handelen in overeenstemming met de behoeften van de nationale economische en sociale ontwikkeling en overeenkomstig het industriebeleid van de staat (84). Hoewel wordt erkend dat in diverse wettelijke bepalingen is vastgesteld dat het normale gedrag van banken en de prudentiële regels, zoals de noodzaak om de kredietwaardigheid van de kredietnemer te onderzoeken, moeten worden geëerbiedigd, wijst het overgrote deel van het bewijsmateriaal, waaronder de bevindingen van handelsbeschermingsonderzoeken, erop dat deze bepalingen bij de toepassing van de verschillende rechtsinstrumenten slechts een secundaire rol spelen.

(169)

Zo heeft de Chinese overheid verduidelijkt dat zelfs particuliere commerciële bankbeslissingen onder toezicht van de CCP moeten staan en in overeenstemming moeten blijven met het nationale beleid. Een van de drie overkoepelende doelstellingen van de staat met betrekking tot de governance van het bankwezen is nu het versterken van de leidende positie van de partij in de bank- en verzekeringssector, ook met betrekking tot operationele en managementkwesties (85). Ook moet bij de criteria voor prestatie-evaluatie van commerciële banken nu in het bijzonder rekening worden gehouden met de wijze waarop entiteiten “de nationale ontwikkelingsdoelstellingen en de reële economie dienen”, en met name hoe zij “strategische en opkomende industrieën ten dienste staan” (86).

(170)

Voorts zijn obligatie- en kredietratings dikwijls om verscheidene redenen verstoord, onder meer omdat de risicobeoordeling wordt beïnvloed door het strategische belang dat een bedrijf voor de Chinese overheid heeft, en door de kracht die uitgaat van een impliciete garantie van de overheid (87). Daarbij komen nog aanvullende bestaande regels, die geldmiddelen naar sectoren leiden die volgens de overheid moeten worden gestimuleerd of anderszins als belangrijk zijn aangemerkt (88). Dit leidt ertoe dat er gemakkelijker leningen worden verstrekt aan staatsondernemingen, grote particuliere bedrijven met goede connecties en bedrijven in belangrijke industriële sectoren, wat impliceert dat de beschikbaarheid en de kosten van kapitaal niet voor alle spelers op de markt gelijk zijn.

(171)

Ten tweede worden de kredietkosten kunstmatig laag gehouden om de groei van investeringen te stimuleren. Dit heeft geleid tot een buitensporig gebruik van kapitaalinvesteringen met steeds lagere rendementen. Dit wordt geïllustreerd door de toename van de schulden van de ondernemingen in de overheidssector ondanks een scherpe daling van de winstgevendheid, waaruit blijkt dat de mechanismen in het bankwezen niet volgens normale commerciële beginselen reageren.

(172)

Ten derde zijn de prijssignalen, ondanks de liberalisering van de nominale rente in oktober 2015, nog steeds niet het resultaat van de vrije marktwerking, maar worden zij beïnvloed door verstoringen die door de overheid zijn veroorzaakt. Ten minste een derde van alle leningen werd eind 2018 nog steeds tegen of onder het benchmarktarief verstrekt (89). De officiële media in de VRC hebben onlangs gemeld dat de CCP heeft opgeroepen om “de marktrente voor leningen naar beneden bij te sturen” (90). Kunstmatig lage rentetarieven leiden tot te lage prijzen en daarmee tot buitensporig gebruik van kapitaal.

(173)

De algehele kredietgroei in de VRC duidt erop dat de toewijzing van kapitaal minder doeltreffend plaatsvindt dan voorheen, zonder aanwijzingen voor kredietrestricties die in een niet-verstoorde marktomgeving te verwachten zouden zijn. Als gevolg hiervan is het aantal niet-renderende leningen snel gestegen. De Chinese overheid heeft er een aantal malen voor gekozen wanbetalingen te voorkomen, wat heeft geleid tot het ontstaan van “zombie”-ondernemingen, of de eigendom van de schuld over te dragen (bv. via fusies of schuldconversies), zonder dat daarbij noodzakelijkerwijs het totale schuldprobleem werd verholpen of de onderliggende oorzaken van dat probleem werden weggenomen.

(174)

In essentie wordt het stelsel voor ondernemingskredieten in de VRC, ondanks de stappen die zijn gezet om de markt te liberaliseren, beïnvloed door verstoringen van betekenis als gevolg van de voortdurende en alomtegenwoordige rol van de staat op de kapitaalmarkten. Het aanzienlijke overheidsingrijpen in het financiële stelsel leidt er derhalve toe dat de marktomstandigheden op alle niveaus sterk worden beïnvloed.

(175)

In het onderhavige onderzoek werd geen bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat de sector van het betrokken product niet wordt beïnvloed door overheidsingrijpen in het financiële stelsel in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening. Het aanzienlijke overheidsingrijpen in het financiële stelsel leidt er derhalve toe dat de marktomstandigheden op alle niveaus sterk worden beïnvloed.

(176)

Uit het jaarverslag en openbare bronnen blijkt dat de belangrijkste ondernemingen in de bandenindustrie steun ontvingen van beleidsbanken. Zo vermeldden openbare bronnen dat “het filiaal in Henan van de Export-Import Bank of China actief het nieuwe ontwikkelingsconcept heeft toegepast, zich heeft gehouden aan de verantwoordelijkheid en de missie van financiële diensten voor de reële economie, en een krediet van 1 miljard yuan en een lening van 300 miljoen RMB heeft verstrekt aan Aeolus Tire Co., Ltd (hierna “Aeolus Tire”genoemd) om de onderneming te helpen haar op uitvoer gerichte activiteiten te ontwikkelen en haar internationale concurrentiepositie te verbeteren” (91). Evenzo meldden de media dat “[o]p 12 augustus Doublestar Group en het filiaal in Qingdao van de Industrial and Commercial Bank of China een ondertekeningsceremonie voor strategische samenwerking hielden in het Doublestar Global Model and Market Innovation Center, waarbij het samenwerkingsmodel tussen bank en onderneming van “gezamenlijke ontwikkeling en gezamenlijke groei”naar een nieuw niveau werd getild. Chai Yongsen, secretaris van het partijcomité en voorzitter van de Doublestar Group, Zhang Junhua, vicesecretaris van het partijcomité en president, Cai Qian, secretaris van het partijcomité en president van het filiaal in Qingdao van de Industrial and Commercial Bank of China, Li Xia, lid van het partijcomité en vicepresident, en andere leiders woonden de ceremonie bij”en dat “het filiaal in Qingdao van de Industrial and Commercial Bank of China zal doorgaan met het leveren van goede financiële diensten, het vergroten van de krediet- en leenomvang voor Doublestar Group en het volledig ondersteunen van de snelle ontwikkeling van Doublestar Group”, of dat “[d]e ontwikkeling van Doublestar onlosmakelijk verbonden is met de sterke steun van de Industrial and Commercial Bank of China” (92). Sterke banden met de Bank of Communications en de Bank of China zijn ook gemeld met artikelen waarin staat dat “het filiaal in Qingdao van de Bank of Communications Doublestar Group als belangrijke klant zal aannemen en in het kader van de toekomstige ontwikkeling van Doublestar Group sterke ondersteuning zal bieden bij investeringen en kredietlijnen voor financiering, overzeese projecten voor de capaciteitsopbouw inzake geavanceerde productiemethoden van Kumho Tire en andere aspecten, om Doublestars “derde ondernemerschap”te helpen en Doublestar te ondersteunen om zo snel mogelijk een onderneming van wereldklasse met hightech, digitalisering en sociale verantwoordelijkheid te worden”en dat “Yu Qun, secretaris van het partijcomité en president van het filiaal in Qingdao van de Bank of China, heeft gezegd dat hij de ontwikkeling van de reële economie in Qingdao volledig zou steunen en het krediet en de kredietschaal van de Doublestar Group zou verhogen om de snelle ontwikkeling ervan te ondersteunen. Na de ondertekening zullen beide partijen hun zakelijke samenwerking blijven uitbreiden, uitgaande van de algemene behoeften van Doublestars toekomstige ontwikkeling, om gemeenschappelijke ontwikkeling en groei te bereiken, gezamenlijk nieuwe doorbraken in hun respectieve zakelijke bereik te bevorderen en een “win-win”-situatie van wederzijdse promotie tussen banken en ondernemingen te bereiken” (93).

3.3.9.   Systemische aard van de beschreven verstoringen

(177)

De Commissie heeft opgemerkt dat de in het geactualiseerde rapport beschreven verstoringen kenmerkend zijn voor de Chinese economie. Uit het beschikbare bewijs blijkt dat de feiten en kenmerken van het Chinese stelsel zoals hierboven en in deel I van het geactualiseerde rapport beschreven, van toepassing zijn op het hele land en op alle sectoren van de economie. Hetzelfde geldt voor de beschrijving van de productiefactoren zoals hierboven en in deel II van het geactualiseerde rapport beschreven.

(178)

De Commissie herinnert eraan dat voor de vervaardiging van het betrokken product bepaalde inputs nodig zijn. Wanneer de producenten van het betrokken product deze inputs inkopen of daarvoor contracten sluiten, zijn de prijzen die zij betalen (en die als hun kosten worden geregistreerd) duidelijk blootgesteld aan dezelfde systemische verstoringen als die welke hierboven zijn genoemd. Zo zetten leveranciers van inputs bijvoorbeeld arbeidskrachten in ten aanzien waarvan sprake is van verstoringen. Zij kunnen geld lenen ten aanzien waarvan sprake is van de verstoringen in de financiële sector/kapitaaltoewijzing. Daarnaast zijn zij onderworpen aan het planningssysteem dat van toepassing is op alle overheidsniveaus en sectoren. Deze verstoringen werden hierboven uitvoerig beschreven, met name in de overwegingen 66 en 106. De Commissie wees erop dat de regelgeving die aan deze verstoringen ten grondslag ligt, algemeen van toepassing is, aangezien de producenten van banden net als elke andere marktdeelnemer in de VRC aan die regels zijn onderworpen. De verstoringen zijn derhalve rechtstreeks van invloed op de kostenstructuur van het betrokken product.

(179)

Dientengevolge zijn niet alleen de binnenlandse verkoopprijzen van het betrokken product ongeschikt om te worden gebruikt in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, maar geldt dat ook voor alle kosten voor inputs (waaronder grondstoffen, energie, grond, financiering, arbeid enz.), omdat de prijsvorming ervan ook wordt beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen, zoals beschreven in de delen I en II van het geactualiseerde rapport.

(180)

Het overheidsingrijpen dat met betrekking tot de toewijzing van kapitaal, grond, arbeid, energie en grondstoffen is beschreven, vindt namelijk plaats in de gehele VRC. Dit betekent bijvoorbeeld dat een input die in de VRC is geproduceerd door de combinatie van een reeks productiefactoren aan verstoringen van betekenis onderhevig is. Hetzelfde geldt voor de input van de input enz.

(181)

Noch de Chinese overheid, noch de producenten-exporteurs hebben in het kader van het onderhavige onderzoek bewijsmateriaal of argumenten van het tegendeel aangedragen.

3.3.10.   Representatief land

3.3.10.1.   Algemene opmerkingen

(182)

De keuze van het representatieve land overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening werd gebaseerd op de volgende criteria:

een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC. Hiervoor heeft de Commissie landen gekozen met een bruto nationaal inkomen per inwoner dat volgens de databank van de Wereldbank vergelijkbaar is met dat van de VRC (94);

productie van het onderzochte product in dat land;

aanwezigheid van relevante onmiddellijk beschikbare gegevens in het representatieve land;

wanneer er sprake is van meer dan één mogelijk representatief land, wordt, indien van toepassing, de voorkeur gegeven aan het land met een toereikend niveau van sociale en milieubescherming.

(183)

Zoals toegelicht in de overwegingen 57 en 59, heeft de Commissie twee mededelingen in het dossier aangaande de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde opgesteld: de eerste mededeling van 14 januari 2024 en de tweede mededeling van 16 juli 2024.

(184)

In deze mededelingen werden de feiten en het bewijsmateriaal beschreven die aan de relevante criteria ten grondslag liggen, en werd ingegaan op de opmerkingen die van de partijen over deze elementen en de relevante bronnen waren ontvangen.

(185)

In de tweede mededeling heeft de Commissie de belanghebbenden in kennis gesteld van haar voornemen om Turkije in het onderhavige geval aan te merken als een geschikt representatief land indien het bestaan van verstoringen van betekenis in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening zou worden bevestigd.

(186)

Op basis van de eerste opmerkingen van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs besloot de Commissie de grondstoffen te groeperen op basis van hun gewicht in termen van productiekosten. Er werden drie categorieën gedefinieerd: de belangrijkste grondstoffen die in totaal meer dan 35 % van de totale kosten uitmaken, de secundaire grondstoffen die in totaal meer dan 10 % uitmaken en de laatste categorie met de overige grondstoffen in termen van productiekosten. Deze categorieën werden vervolgens onderzocht op basis van de invoerdatabank van de Global Trade Atlas (95) om er zeker van te zijn dat deze representatief zijn.

(187)

Bovendien heeft de Commissie onderzocht of de grondstoffen onderworpen waren aan beperkingen (op basis van de OESO-inventaris) op de uitvoer van industriële grondstoffen (96), de Global Trade Alert-databank (97) en de Market Access Map (98). Voor Turkije zijn geen beperkingen vastgesteld.

3.3.10.2.   Eerste mededeling

(188)

In de eerste mededeling heeft de Commissie Brazilië, Indonesië, Maleisië, Thailand, Turkije en Zuid-Afrika aangemerkt als landen die volgens de Wereldbank een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling hebben als de VRC (dat wil zeggen dat zij door de Wereldbank op basis van het bruto nationaal inkomen elk als “hogermiddeninkomensland”worden ingedeeld) waarvan bekend was dat het onderzochte product daar wordt geproduceerd.

(189)

Op basis van de eerste opmerkingen van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs was de Commissie van oordeel dat Brazilië en Turkije voor de meeste grondstoffen voldoende hoeveelheden invoerden en dat de totale invoer geen significante gevolgen ondervond van invoer van oorsprong uit de VRC.

(190)

Voor het tweede criterium vond de Commissie onmiddellijk beschikbare gedetailleerde financiële overzichten in Brazilië en Turkije: Vipal Borrachas S.A. (99) in Brazilië, en Brisa Bridgestone Sabancı Lastik Sanayi en Ticaret AŞ (100) in Turkije. Vipal Borrachas is een producent van loopvlakmaterialen, terwijl Bridgestone nieuwe banden produceert.

(191)

De Commissie was van mening dat de keuze voor Brazilië geschikter was omdat daar ook nieuwe vrachtwagenbanden werden geproduceerd.

(192)

De Commissie heeft verzocht om opmerkingen over de redenering die in de eerste mededeling is gebruikt om een representatief land te vinden.

3.3.10.3.   Aangevoerde argumenten voor elk potentieel representatief land na bekendmaking van de eerste mededeling

(193)

De Commissie ontving opmerkingen van Giti Group, Hankook Group en van de Coalitie tegen oneerlijke invoer van banden.

(194)

Giti voerde aan dat de Commissie geen bewijs heeft geleverd voor de veronderstelling dat de omvang van de invoer uit de VRC van invloed kan zijn op de gemiddelde prijzen bij invoer uit andere bronnen dan de VRC.

(195)

De Commissie heeft het argument beoordeeld en was van oordeel dat de omvang van de invoer uit de VRC in Maleisië zodanig is dat het invoervolume niet als representatief kan worden beschouwd, aangezien het waarschijnlijk door verstoringen is beïnvloed, indien de verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening in de mededeling van de definitieve bevindingen worden bevestigd. Gezien dit risico en het feit dat de invoer uit de VRC in Turkije aanzienlijk lager was, heeft de Commissie het argument afgewezen en de selectie van Turkije bevestigd.

Brazilië

(196)

Giti voerde aan dat, aangezien de Braziliaanse producent die als bron voor de financiële gegevens (VAA-kosten en winst) werd voorgesteld, geen nieuwe banden produceerde, hij niet kan worden gebruikt voor de berekening van de normale waarde. Bovendien rapporteerde de voorgestelde Braziliaanse producent, na verwijdering van het resultaat van equity equivalence-methode uit de winst- en verliesrekening, een operationeel verlies voor het jaar 2022.

(197)

De Commissie beoordeelde het argument en bevestigde dat de voorgestelde producent verliezen rapporteerde voor het jaar 2022. Naast bovenstaande analyse, waaruit bleek dat er voor vier producten in de tweede categorie geen invoer in Brazilië plaatsvond, en rekening houdend met het feit dat er geen alternatieve financiële gegevens beschikbaar waren, concludeerde de Commissie daarom dat Brazilië geen geschikt representatief land was.

Indonesië

(198)

Giti voerde aan dat Indonesië niet buiten beschouwing mocht worden gelaten wegens onvoldoende of geen invoer voor GS-codes 4001 21 , 4001 22 en 4002 80 , aangezien een internationale benchmark kon worden gebruikt om de waarden te vervangen (d.w.z. de Singapore Commodities Exchange). Giti heeft niet uitgelegd waarom Indonesië een passend potentieel representatief land zou kunnen zijn en waarom de Singapore Commodities Exchange een betrouwbare gegevensbron is. Daarom was de Commissie van oordeel dat dit argument niet onderbouwd was.

(199)

De Commissie was van mening dat zij in een situatie waarin er geen betrouwbare invoerwaarde voor een bepaalde grondstof (d.w.z. GS-code 4001 22 ) was, mocht verwijzen naar waarden die zij uit andere bronnen had verkregen. In dit specifieke geval werd echter invoer voor de bovengenoemde grondstoffen gevonden voor andere potentieel representatieve landen.

(200)

Giti voerde ook aan dat het in aanmerking nemen van een bepaalde GS-code in zijn geval irrelevant was, aangezien het die grondstof niet verbruikte.

(201)

De Commissie herinnert eraan dat zij de lijst van productiefactoren heeft opgesteld op basis van de opmerkingen van alle in de steekproef opgenomen groepen producenten-exporteurs, aangezien de analyse voor alle groepen moest gelden.

(202)

Bij gebreke van invoergegevens voor Indonesië voor de relevante codes en gezien de beschikbaarheid van dergelijke gegevens in andere potentiële representatieve landen, kan de Commissie Indonesië derhalve niet als een geschikt representatief land beschouwen.

Maleisië

(203)

Giti voerde aan dat Maleisië door het ministerie van Handel van de VS als het primaire surrogaatland werd gebruikt (101) voor dezelfde productsoorten. Bovendien is Maleisië het enige land met aanzienlijke invoer tegen representatieve prijzen voor alle grondstoffen van de hoofdcategorie. Bovendien zijn de invoerprijzen van grondstoffen voor de tweede categorie ook representatief, aangezien zij overeenstemmen met de invoerprijzen in andere landen waarvoor de Commissie geen vragen heeft gesteld over de representativiteit of betrouwbaarheid. Bovendien heeft Maleisië niet te lijden van hoge inflatie, devaluatiepercentages en hoge rentetarieven in vergelijking met Turkije. De partij stelde voor gebruik te maken van de financiële gegevens van Toyo Tyre Malaysia die ook door het ministerie van Handel van de VS zijn gebruikt.

(204)

Wat de door de partij voorgestelde producent betreft, merkte de Commissie op dat Toyo Tyre Malaysia volgens de website van de onderneming geen vrachtwagenbanden produceert (102), maar banden voor lichte bedrijfswagens (d.w.z. voor SUV’s en 4x4-voertuigen), aangezien de genoemde Amerikaanse procedure geen betrekking had op vrachtwagenbanden.

(205)

De Commissie was van mening dat, gezien de aanzienlijke omvang van de invoer van de belangrijkste inputs uit de VRC in Maleisië, de invoer niet als representatief kon worden beschouwd, aangezien deze waarschijnlijk door verstoringen is beïnvloed, indien de verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening in de mededeling van de definitieve bevindingen worden bevestigd.

(206)

Gezien dit risico heeft de Commissie het argument afgewezen.

(207)

Na de mededeling van de definitieve bevindingen herhaalde Giti dat de economische omstandigheden in Maleisië stabiel waren, met een laag inflatiepercentage van 3,3 % in 2022 en een bescheiden devaluatie van zijn valuta met 10 %, waardoor Maleisië een geschikter representatief land was.

(208)

Zoals uiteengezet in overweging 222, was de Commissie van oordeel dat de economische situatie van een potentieel representatief land niet als een doorslaggevende negatieve factor moest worden beschouwd. De vaststelling van benchmarks wordt immers niet rechtstreeks beïnvloed door de economische situatie van het land. De aanpak van de Commissie bij het vaststellen van benchmarks is gebaseerd op de invoerprijzen voor grondstoffen en het gebruik van percentages voor verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten (VAA-kosten) en winst, die interne schommelingen helpen compenseren. Daarnaast worden de energiekosten omgerekend in Chinese yuan (CNY) aan de hand van een wisselkoers die de ontwikkeling van de lokale valuta ten opzichte van de CNY weerspiegelt. In het licht hiervan beschouwde de Commissie Turkije als een geschikt representatief land. Het argument werd derhalve niet gevolgd.

(209)

Na de mededeling van de definitieve bevindingen voerde Giti aan dat zowel Brisa Bridgestone als Goodyear Lastikleri voornamelijk banden voor auto’s en lichte vrachtwagens produceerden, die vergelijkbaar waren met het onderzochte product. Daarom waren de VAA-benchmarks en de voorgestelde winstbenchmarks grotendeels gebaseerd op auto- en lichte vrachtwagenbanden, waardoor Toyo Tyre Malaysia een geschikte referentie is.

(210)

Uit de zoektocht van de Commissie naar een representatief land bleek dat geen enkel land een onderneming had die uitsluitend vrachtwagenbanden produceerde. Zoals vermeld in overweging 204, produceerde Toyo Tyre Malaysia geen vrachtwagenbanden, terwijl Brisa Bridgestone en Goodyear Lastikleri in hun Turkse faciliteiten vrachtwagenbanden produceerden. Derhalve besloot de Commissie bij de vaststelling van benchmarks voor VAA-kosten en winst prioriteit te geven aan ondernemingen die vrachtwagenbanden produceren. Deze aanpak zorgt ervoor dat de benchmarks relevanter en representatiever zijn voor de bedrijfstak.

Thailand

(211)

Giti voerde aan dat Thailand de meest geschikte keuze moest zijn onder de door de Commissie in aanmerking genomen landen. Giti en Hankook voerden aan dat Thailand niet buiten beschouwing mocht worden gelaten wegens onvoldoende of geen invoer voor GS-codes 4001 21 , 4001 22 en 4002 80 , aangezien een internationale benchmark kon worden gebruikt om de waarden te vervangen (d.w.z. de Singapore Commodities Exchange of Statista), en dat de basisverordening geen bepalingen bevat op grond waarvan het gebruik van invoergegevens verplicht is. Voorts voerde Giti aan dat het in aanmerking nemen van 4001 21 in zijn geval nutteloos was, aangezien het die grondstof niet verbruikte. Dezelfde belanghebbende verstrekte een lijst van drie producenten van vrachtwagenbanden.

(212)

De Commissie merkte op dat Giti zijn argument niet onderbouwde en niet toelichtte waarom Thailand de meest geschikte keuze is als representatief land, noch waarom de Singapore Commodities Exchange of Statista (103) betrouwbare informatiebronnen zijn. De Commissie herinnert eraan dat zij de lijst van productiefactoren heeft opgesteld op basis van de opmerkingen van alle in de steekproef opgenomen groepen producenten-exporteurs, aangezien de analyse voor alle groepen moest gelden. Bovendien was de Commissie van mening dat Thailand in een situatie van verwaarloosbare invoer voor een van de belangrijkste inputs uit de bovengenoemde hoofdcategorie niet als een geschikt representatief land kan worden beschouwd.

Turkije

(213)

De Coalitie tegen oneerlijke invoer voerde aan dat de Commissie niet in aanmerking heeft genomen dat Turkije aanzienlijke hoeveelheden inputs uit Rusland invoerde. De handelsstromen uit Rusland zijn zwaar getroffen door de sancties na de inval van Oekraïne in februari 2022 en grote hoeveelheden producten zijn omgeleid naar niet-EU-markten onder handelsvoorwaarden die niet kunnen garanderen dat de vrijemarktvoorwaarden werden gehandhaafd. Volgens de Coalitie tegen oneerlijke invoer kan Turkije daarom niet als geschikt representatief land worden beschouwd.

(214)

De Commissie heeft het argument beoordeeld en vastgesteld dat in Turkije aanzienlijke hoeveelheden van twee GS-codes van de hoofdcategorie (zoals gedefinieerd in de eerste mededeling: 2803 00 en 4002 19 ) uit Rusland zijn ingevoerd. De belanghebbende heeft echter geen bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat de invoer uit Rusland de invoer in Turkije onbetrouwbaar kan maken. De Commissie heeft geen bewijzen gevonden van abnormale prijsschommelingen voor de invoer uit Rusland in Turkije van de twee GS-codes die niet tegen aanzienlijke kortingen werden verkocht in vergelijking met de gemiddelde prijs van die input bij invoer in Turkije. Het argument werd derhalve afgewezen.

(215)

Giti voerde aan dat Turkije antidumpingmaatregelen had ingesteld om zijn staalindustrie te beschermen en dat deze maatregelen de invoerprijzen van staaldraad (een input voor de productie van banden) dus verstoorden en dat bovendien de plaatselijke bandenproducenten aanzienlijke bescherming genoten, namelijk antidumpingmaatregelen op banden, waardoor de winsten kunstmatig hoog werden gehouden. De Commissie was van mening dat de instelling van antidumpingmaatregelen niet was bedoeld om plaatselijke producenten tegen mededinging te beschermen, maar juist een normale mededingingsituatie herstelde. Het argument werd derhalve afgewezen.

(216)

Naar aanleiding van de mededeling van de definitieve bevindingen voerde Giti aan dat de Commissie na de mededeling van de tweede mededeling inzake productiefactoren niet een argument had behandeld dat de in het onderzochte product gebruikte staaldraad een basisstaalproduct is dat doorgaans op de binnenlandse markt wordt ingekocht, terwijl de invoer eerder speciale producten dan algemene markttendensen zou moeten weerspiegelen. Deze verstoring kwam duidelijk naar voren door een vergelijking van de Turkse uitvoerprijs met de invoerprijs waarbij die eerste ongeveer de helft van de tweede bedroeg.

(217)

Giti voerde aan dat bij de productie van vrachtwagenbanden een specifiek soort staaldraad werd gebruikt, maar verstrekte geen bewijsmateriaal om dit argument te staven. Bij gebrek aan dergelijk bewijsmateriaal achtte de Commissie het argument speculatief en hield zij er derhalve geen rekening mee.

(218)

Wat Turkije betreft, voerde Hankook aan dat de geconsolideerde jaarrekeningen van Brisa Bridgestone dochterondernemingen van Arvento omvatten die betrokken waren bij de ontwikkeling en productie van mobiele technologieën. Daarom werd Brisa Bridgestone duidelijk niet representatief geacht voor de berekening van de normale waarde. De partij stelde voor gebruik te maken van Goodyear Lastikleri Turk (104), dat passender zou zijn dan Brisa Bridgestone, aangezien er geen sprake was van consolidatie van andere soorten activiteiten.

(219)

Met betrekking tot Brisa Bridgestone en Arvento merkte de Commissie op dat de partij haar argument niet onderbouwde, met name wat het effect van de omzet van Arvento op de geconsolideerde jaarrekeningen betreft. Daarom concludeerde de Commissie dat de financiële gegevens van Brisa Bridgestone een passende bron bleven voor de vaststelling van de VAA-kosten en winstpercentages. Bovendien heeft de Commissie het argument betreffende Goodyear Lastikleri Turk onderzocht en geconcludeerd dat de financiële gegevens van deze producent van vrachtwagenbanden ook een bron konden zijn voor de vaststelling van de VAA-kosten en de winstpercentages om de normale waarde in Turkije te berekenen, in aanvulling op de gegevens van Brisa Bridgestone. De financiële gegevens van Goodyear Lastikleri Turk zijn namelijk onmiddellijk beschikbaar en de boekhouding wordt gecontroleerd. Op basis van beide producenten bedragen de gewogen gemiddelde VAA-kosten en winst, uitgedrukt als percentage van de kosten van de verkochte goederen, respectievelijk 22,0 % en 10,8 %, wat als redelijk voor deze bedrijfstak kan worden beschouwd.

(220)

Het argument werd derhalve afgewezen.

(221)

Giti en Hankook voerden aan dat de economische omstandigheden (zoals de hoge inflatie, de devaluatie van de Turkse lira, de stijging van de rente op leningen of de energieprijzen) van invloed zijn op de Turkse economie en dat de loonkosten worden beïnvloed door politieke besluiten. Volgens hen kon dit de betrouwbaarheid van de indirecte kosten beïnvloeden en de betrouwbaarheid van de normale waarde ondermijnen.

(222)

De Commissie was van mening dat de invoerprijzen niet beïnvloed waren door de devaluatie van de Turkse lira, maar dat een eventuele stijging tot uiting zal komen in een stijging van de totale kosten van de verkochte goederen en/of de VAA-kosten en dus in een daling van de winstmarge van de representatieve producent. Aangezien de VAA-kosten en de winstmarges in percentages waren uitgedrukt, had dit geen gevolgen voor de berekening van de normale waarde. Wat de inflatie van bepaalde specifieke kosten, zoals die van arbeid of elektriciteit, betreft, was de Commissie van mening dat de in Turkije gerapporteerde inflatie grotendeels wordt afgezwakt door de ontwikkeling van de wisselkoers tussen de Turkse lira en de renminbi. Het argument werd derhalve afgewezen.

(223)

Na de mededeling van de definitieve bevindingen voerde Giti aan dat de benadering van de Commissie bij de berekening van de VAA-kosten geen rekening hield met de aanzienlijke gevolgen van devaluatie van valuta voor de uitvoer en invoer, die in vreemde valuta luiden. Giti merkte met name op dat de eis van de Commissie om een onderscheid te maken tussen gerealiseerde en vertaalwisselkoerswinsten/verliezen niet haalbaar was, aangezien de financiële gegevens van de Turkse ondernemingen niet voldoende gedetailleerd waren.

(224)

De Commissie heeft ook de mogelijke gevolgen van wisselkoerswinsten of -verliezen voor de VAA-marge onderzocht, maar heeft in het dossier geen bewijs gevonden dat deze aanzienlijk was. Het is hoe dan ook duidelijk dat wijzigingen in het totale bedrag van de VAA-kosten een overeenkomstige invloed zouden hebben op het totale winstbedrag en dus niet van invloed zouden zijn op de definitieve vaststelling van de dumpingmarges. Derhalve werd het argument afgewezen.

Zuid-Afrika

(225)

Wat Zuid-Afrika betreft, is Giti het met de Commissie eens dat Zuid-Afrika geen passend representatief land lijkt te zijn vanwege de verwaarloosbare invoer voor alle productiefactoren.

(226)

De Commissie is daarom voornemens Turkije als representatief land aan te merken.

3.3.11.   Tweede mededeling

(227)

Na de bekendmaking van de eerste mededeling heeft Hankook Group zijn aanvankelijke opmerkingen over de productiefactoren meermaals herzien. Dit leidde ertoe dat de Commissie de lijst van GS-codes van elke in overweging 186 beschreven categorie en haar aanvankelijke analyse herzag. Na herziening vertegenwoordigde de hoofdcategorie in de tweede mededeling ongeveer 64 % van de directe materiële kosten en was de tweede categorie producten goed voor ongeveer 22 % van de directe materiële kosten.

(228)

Na de mededeling van de definitieve bevindingen voerde Giti aan dat de Commissie geen uitleg heeft gegeven over de herindeling van GS-code 4002 80 van categorie A naar categorie B.

(229)

Zoals vermeld in overweging 227 is de lijst van GS-codes van elke categorie herzien naar aanleiding van de herziening van de productiefactoren van Hankook. De voor de vaststelling van elke categorie gebruikte methode was gebaseerd op het gewicht van elke GS-code, zoals beschreven in overweging 186. De Commissie was derhalve van oordeel dat de gebruikte methode uitdrukkelijk aan de belanghebbenden was meegedeeld. Het argument werd derhalve niet gevolgd.

(230)

Zoals vermeld in overweging 219, heeft de Commissie de lijst van GS-codes van elke categorie herzien naar aanleiding van de herziening van de productiefactoren van Hankook. Deze herziening vond plaats volgens de in overweging 186 beschreven methode, die is gebaseerd op het gewicht van elke GS-code. De Commissie had deze methode uitdrukkelijk aan de belanghebbenden meegedeeld en was daarom van oordeel dat het argument ongegrond was. Derhalve werd het argument afgewezen.

3.3.12.   Aangevoerde argumenten naar aanleiding van de tweede mededeling

(231)

In zijn opmerkingen herhaalde Hankook-groep zijn argument dat de geconsolideerde jaarrekeningen niet konden worden gebruikt (zie overweging 218) en dat de Commissie geen bewijs had verstrekt om te schragen dat Brisa Bridgestone als een betrouwbare bron werd aangemerkt. Daarom was Hankook Group van mening dat de gebruikmaking van de financiële gegevens van Brisa Bridgestone niet gerechtvaardigd waren.

(232)

De Commissie stelde vast dat Hankook Group zijn argument niet had gestaafd met nieuw bewijs dat de absorptie van Arvento van invloed was op de winstmarge van Brisa Bridgestone. Toen de jaarrekeningen van Brisa Bridgestone en Goodyear Lastikleri Turk werden geconsolideerd, leverde dit een redelijke winstmarge van 10,8 % op, die derhalve als de meest geschikte beschikbare benchmark moet worden beschouwd.

(233)

Giti Group herhaalde in zijn opmerkingen zijn argument dat Maleisië niet buiten beschouwing mocht worden gelaten, aangezien het land in recente zaken door de Commissie en het Ministerie van Handel van de VS was geselecteerd. Giti Group was van mening dat Maleisië een veel passender representatief land was omdat de belangrijkste inputs in voldoende hoeveelheden werden ingevoerd. Wat de selectie van een producent in het representatieve land betreft, was Giti Group bovendien van mening dat Toyo Tyre Malaysia nog steeds als passend kon worden beschouwd, ook al produceerde deze onderneming alleen banden voor SUV’s. Dit was gebaseerd op het feit dat de Turkse producent, Goodyear Lastikleri Turk, niet uitsluitend vrachtwagenbanden produceerde. Met name in het eerste kwartaal van 2023 waren autobanden goed voor 85 % van het aantal banden dat door de producent-exporteur in de Unie werd verkocht.

(234)

De Commissie verwierp het argument omdat Toyo Tyre Malaysia het onderzochte product helemaal niet produceerde.

(235)

Met betrekking tot Turkije herhaalde Giti Group zijn argumenten inzake inflatie en devaluatie van de Turkse lira, dat de elektriciteitsprijzen of de loonkosten door politieke factoren werden beïnvloed en dat op banden van verschillende oorsprong antidumpingmaatregelen van toepassing waren.

(236)

Aangezien Giti Group geen aanvullend bewijsmateriaal had ingediend, werd het argument buiten beschouwing gelaten.

3.3.13.   Niveau van sociale en milieubescherming

(237)

Aangezien was vastgesteld dat Turkije op grond van alle voornoemde factoren het enige geschikte representatieve land was, hoefde er op grond van alle voorgaande elementen geen beoordeling van het niveau van sociale en milieubescherming plaats te vinden overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, laatste zin, van de basisverordening.

3.3.13.1.   Conclusie

(238)

Gezien bovenstaande analyse en overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening beschouwde de Commissie Turkije als het meest geschikte representatieve land en beschouwde zij de geconsolideerde jaarrekeningen van Brisa Bridgestone en de financiële overzichten van Goodyear Lastikleri Turk als een geschikte en redelijke bron voor financiële gegevens.

3.3.14.   Bronnen voor de vaststelling van niet-verstoorde kosten

(239)

In de eerste mededeling heeft de Commissie de productiefactoren vermeld zoals grondstoffen, energie en arbeid waarvan de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs bij de productie van het onderzochte product gebruikmaken, en heeft zij de belanghebbenden verzocht om opmerkingen te maken en onmiddellijk beschikbare informatie voor te stellen over niet-verstoorde waarden voor elk van de in die mededeling genoemde productiefactoren.

(240)

Vervolgens heeft de Commissie in de tweede mededeling verklaard dat zij, voor de berekening van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, gebruik zou maken van de Global Trade Atlas (“GTA”) om de niet-verstoorde kosten van de meeste productiefactoren, met name de grondstoffen, vast te stellen. Bovendien verklaarde de Commissie dat zij enerzijds gebruik zou maken van het Turkse Instituut voor Statistiek (105) voor het vaststellen van de niet-verstoorde kosten van arbeid, aardgas, vloeibaar aardgas (“lng”) en stoom, en anderzijds van de statistieken van de regelgevende autoriteit voor de energiemarkt (106) voor het vaststellen van de niet-verstoorde kosten van elektriciteit. De door het Investeringsbureau van het presidentschap van de Republiek Turkije (107) verstrekte statistieken zullen door de Commissie worden gebruikt voor het vaststellen van de niet-verstoorde kosten van water.

(241)

De Commissie heeft meegedeeld dat zij het percentage van de verbruiksgoederen in het totaal van de grondstofkosten zou berekenen en dat percentage zal toepassen op de herberekende grondstofkosten wanneer zij gebruikmaakt van de vastgestelde niet-verstoorde benchmarks uit het geschikte representatieve land.

3.3.14.1.   Productiefactoren

(242)

Aan de hand van alle door de belanghebbenden verstrekte en tijdens de controlebezoeken verzamelde gegevens zijn voor de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening de volgende productiefactoren en de bronnen daarvan in kaart gebracht:

Tabel 1

Productiefactoren

Productiefactor

Goederencode in Turkije

in CNY

Meeteenheid

Gegevensbron

Grondstoffen

sojaolie

150790

40,977

CNY/kg

Global Trade Atlas (108)

zwavel van alle soorten

250300

1,490

CNY/kg

Global Trade Atlas

kaolien

250700

1,710

CNY/kg

Global Trade Atlas

andere klei

250840

1,672

CNY/kg

Global Trade Atlas

magnesia, ander magnesiumoxide

251990

5,764

CNY/kg

Global Trade Atlas

andere aardolieproducten

271019

5,740

CNY/kg

Global Trade Atlas

minerale was

271290

9,368

CNY/kg

Global Trade Atlas

zwartsel (carbonblack)

280300

10,448

CNY/kg

Global Trade Atlas

siliciumdioxide

281122

19,662

CNY/kg

Global Trade Atlas

zinkoxide

281700

7,491

CNY/kg

Global Trade Atlas

calciumcarbonaat

283650

3,637

CNY/kg

Global Trade Atlas

andere cyclische koolwaterstoffen

290219

18,489

CNY/kg

Global Trade Atlas

andere organische zwavelverbindingen

293090

25,540

CNY/kg

Global Trade Atlas

andere kunstwas en bereide was

340490

20,000

CNY/kg

Global Trade Atlas

bereide rubbervulkanisatieversnellers

381210

38,299

CNY/kg

Global Trade Atlas

weekmakers van gemengde samenstelling voor rubber of voor kunststof

381220

16,826

CNY/kg

Global Trade Atlas

mengsels van oligomeren van 2,2,4-trimethyl-1,2-dihydroquinoline

381231

22,786

CNY/kg

Global Trade Atlas

andere bereide antioxidanten en andere stabilisatiemiddelen van gemengde samenstelling, voor rubber of voor kunststof

381239

27,414

CNY/kg

Global Trade Atlas

stearinezuur

382311

10,265

CNY/kg

Global Trade Atlas

andere chemische producten

382499

25,565

CNY/kg

Global Trade Atlas

polymeren van styreen

390390

14,054

CNY/kg

Global Trade Atlas

melamineharsen

390920

20,405

CNY/kg

Global Trade Atlas

fenolharsen

390940

20,553

CNY/kg

Global Trade Atlas

petroleumharsen, cumaronharsen, indeenharsen of cumaronindeenharsen en polyterpenen

391110

18,458

CNY/kg

Global Trade Atlas

gerookte vellen (“smoked sheets”)

400121

14,692

CNY/kg

Global Trade Atlas

technisch gespecificeerd natuurlijk rubber

400122

12,769

CNY/kg

Global Trade Atlas

synthetisch rubber

400219

15,197

CNY/kg

Global Trade Atlas

synthetisch rubber

400220

14,566

CNY/kg

Global Trade Atlas

synthetisch rubber

400239

22,528

CNY/kg

Global Trade Atlas

synthetisch rubber

400270

20,992

CNY/kg

Global Trade Atlas

synthetisch rubber

400280

7,945

CNY/kg

Global Trade Atlas

geregenereerd rubber, in primaire vormen of in platen, vellen of strippen

400300

3,477

CNY/kg

Global Trade Atlas

rubber waaraan carbonblack en dergelijk zwartsel of siliciumdioxide is toegevoegd

400510

16,169

CNY/kg

Global Trade Atlas

eendraadsgarens van katoen

520523

25,243

CNY/kg

Global Trade Atlas

eendraadsgarens van katoen

520622

33,186

CNY/kg

Global Trade Atlas

bandenkoord

590210

50,004

CNY/kg

Global Trade Atlas

bandenkoord

590220

28,808

CNY/kg

Global Trade Atlas

bandenkoord

590290

84,159

CNY/kg

Global Trade Atlas

draad van ijzer, geplateerd of bekleed met onedele metalen (andere dan zink)

721730

14,224

CNY/kg

Global Trade Atlas

kabels en strengen

731210

24,539

CNY/kg

Global Trade Atlas

Arbeid

arbeidskosten per manuur

N.v.t.

69,20

per manuur

Turks Instituut voor Statistiek

Energie

steenkool

270111

1,700

CNY/kg

Global Trade Atlas

elektriciteit

N.v.t.

1,180

CNY/kWh

Turks Instituut voor Statistiek

aardgas

N.v.t.

5,02

CNY/M3

Turks Instituut voor Statistiek

stoomgas

N.v.t.

2 361

CNY/ton

Turks Instituut voor Statistiek

water

N.v.t.

4,957

CNY/m3

Investeringsbureau van het presidentschap van de Republiek Turkije

3.3.14.2.   Grondstoffen

(243)

Met het oog op de vaststelling van de niet-verstoorde prijs van grondstoffen als geleverd aan de fabriekspoort van een producent in het representatieve land, heeft de Commissie als basis de gewogen gemiddelde invoerprijs voor het representatieve land gebruikt, zoals vermeld in de GTA, waarbij invoerrechten en vervoerskosten werden opgeteld. De invoerprijs werd in het representatieve land vastgesteld als gewogen gemiddelde van de eenheidsprijzen van invoer uit alle derde landen met uitzondering van de VRC en de in bijlage 1 bij Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad (109) genoemde landen die geen lid zijn van de WTO. De Commissie heeft besloten de invoer uit de VRC in het representatieve land uit te sluiten, aangezien zij in punt 3.2 tot de conclusie is gekomen dat het wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, niet passend is om de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC te gebruiken. Aangezien er geen bewijsmateriaal is waaruit blijkt dat dezelfde verstoringen niet gelijkelijk gevolgen hebben voor de voor uitvoer bestemde producten, was de Commissie van mening dat die verstoringen gevolgen hebben gehad voor de uitvoerprijzen. Na de invoer uit de VRC in het representatieve land te hebben uitgesloten, bleef het volume van de invoer uit andere derde landen representatief.

(244)

De Commissie heeft de vervoerskosten van de meewerkende producenten-exporteurs voor de levering van grondstoffen uitgedrukt als een percentage van de werkelijke kosten van dergelijke grondstoffen, en heeft vervolgens hetzelfde percentage toegepast op de niet-verstoorde kosten van dezelfde grondstoffen, teneinde de niet-verstoorde vervoerskosten te verkrijgen. De Commissie was van oordeel dat, in het kader van dit onderzoek, de ratio tussen de grondstoffen van de producent-exporteur en de gerapporteerde vervoerskosten redelijkerwijs kon worden gebruikt als indicatie voor de schatting van de niet-verstoorde vervoerskosten van grondstoffen bij levering aan de fabriek van de onderneming.

(245)

Na de mededeling van de definitieve bevindingen voerde Giti aan dat de Commissie haar aankopen van natuurlijk rubber ten onrechte buiten beschouwing heeft gelaten als zij rechtstreeks werden ingevoerd en gefactureerd in vreemde valuta.

(246)

De Commissie merkte op dat, zelfs indien zij de aankoopkosten van natuurlijk rubber zou gebruiken als deze rechtstreeks werden ingevoerd en gefactureerd in vreemde valuta, de dumpingmarge slechts met ongeveer 2 % zou dalen maar ruim boven de de-minimisdrempel zou blijven, waardoor de algemene bevinding van voortzetting van dumping niet zou worden gewijzigd. Bijgevolg is de Commissie niet verder ingegaan op het argument.

3.3.14.3.   Arbeid

(247)

Het Turkse Instituut voor Statistiek publiceert uitvoerige informatie over lonen in verschillende economische sectoren in Turkije (110). De Commissie heeft de benchmark vastgesteld op basis van de meest recente beschikbare statistieken over 2022 voor de gemiddelde loonkosten per uur voor de economische activiteit “Vervaardiging van binnen- en buitenbanden van rubber”, NACE-code C.22 volgens de NACE Rev.2-classificatie en een personeelsbestand in de categorie van meer dan duizend medewerkers. De waarden werden verder gecorrigeerd voor inflatie met behulp van de door het Turkse Instituut voor Statistiek gepubliceerde loonkostenindex (111) om rekening te houden met de kosten in het onderzoektijdvak.

(248)

Na de mededeling van de definitieve bevindingen voerde Giti aan dat de gebruikte benchmark te hoog leek te zijn vergeleken met andere recente zaken.

(249)

De Commissie heeft het argument onderzocht en geen bewijs van berekeningsfouten gevonden. De verwijzingen van de belanghebbende naar andere zaken in verschillende bedrijfstakken, zoals stalen kabels, melamine en wolfraamcarbide, vormden geen basis om de berekeningen van de Commissie in twijfel te trekken. De verschillen die in deze gevallen zijn waargenomen, kunnen worden toegeschreven aan de verschillende kenmerken van elke bedrijfstak. Het argument werd derhalve niet gevolgd.

3.3.14.4.   Elektriciteit

(250)

De prijs van elektriciteit voor ondernemingen (industriële gebruikers) in Turkije wordt gepubliceerd door de regelgevende autoriteit voor de energiemarkt (Energy Market Regulatory Authority, EMRA) (112) in Turkije. De Commissie heeft gebruikgemaakt van de gegevens over de industriële elektriciteitsprijzen die volgens de EMRA met ingang van 1 januari 2023 moeten worden toegepast, exclusief btw, aangezien de Turkse producenten van het onderzochte product recht hebben op terugbetaling ervan.

3.3.14.5.   Aardgas en stoomgas

(251)

De aardgasprijs voor industriële gebruikers in Turkije wordt door het Turkse Instituut voor Statistiek bekendgemaakt. De Commissie heeft gebruikgemaakt van de prijs die beschikbaar was voor het tweede semester van 2021 en het eerste semester van 2022, overeenkomend met een verbruiksbandbreedte van 2 610 000 – 26 100 000 m3 (113). Deze prijs werd verder gecorrigeerd voor inflatie met behulp van de door het Turkse Instituut voor Statistiek gepubliceerde producentenprijsindex (114) om rekening te houden met de prijs in het onderzoektijdvak. De btw, die in de gepubliceerde prijs is inbegrepen, werd afgetrokken omdat de Turkse producenten van het onderzochte product recht hebben op terugbetaling ervan.

(252)

Voor stoomgas werd de benchmark afgeleid van de aardgasbenchmark, met behulp van een omrekeningswaarde. In standaardomstandigheden wordt geraamd dat ongeveer 0,421 ton aardgas wordt verbruikt om 1 ton stoomgas te produceren.

3.3.14.6.   Water

(253)

Het Investeringsbureau van het presidentschap van de Republiek Turkije (115) heeft de kosten van water voor industrieel gebruik gepubliceerd. De Commissie heeft de prijs gebruikt die in 2023 gold voor de regio Balikesir waar Sisecam Elyaf is gevestigd, exclusief btw, aangezien de Turkse producenten van het onderzochte product recht hebben op terugbetaling ervan.

3.3.14.7.   Overhead-productiekosten, VAA-kosten en winst

(254)

Volgens artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening geldt het volgende: “De door berekening vastgestelde normale waarde omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst”. Bovendien moet een waarde voor de overhead-productiekosten worden vastgesteld om de niet in de bovengenoemde productiefactoren opgenomen kosten te bestrijken.

(255)

De algemene productiekosten van de meewerkende producenten-exporteurs werden uitgedrukt als percentage van de werkelijke productiekosten van de producenten-exporteurs. Dit percentage is toegepast op de niet-verstoorde productiekosten.

(256)

Om een niet-verstoord en redelijk bedrag voor VAA-kosten en winst vast te stellen, heeft de Commissie de onmiddellijk beschikbare financiële gegevens voor het tijdvak van het nieuwe onderzoek gebruikt van de in overweging 238 genoemde Turkse producenten Brisa Bridgestone en Goodyear Lastikleri Turk.

(257)

Op basis van de geconsolideerde jaarrekeningen van Brisa Bridgestone en de jaarrekeningen van Goodyear Lastikleri zijn de gewogen gemiddelde VAA-kosten en winst, uitgedrukt als percentage van de kosten van verkochte goederen, respectievelijk 22,0 % en 10,8 %. Deze percentages werden redelijk geacht voor de bandenindustrie.

(258)

Na de mededeling van de definitieve bevindingen voerde Giti aan dat de Commissie als winstmarge een benchmark heeft gebruikt die de winst van ondernemingen van segment 1 weerspiegelt, en die aldus geen redelijke benchmark voor hen kan vormen.

(259)

Zoals vermeld in overweging 257, heeft de Commissie zich gebaseerd op de beschikbare informatie en een marge van 8,1 % vastgesteld (uitgedrukt als percentage van de totale inkomsten). Hoewel een berekening op basis van de drie segmenten niet haalbaar was, was de Commissie van mening dat deze marge dicht bij een gewogen gemiddelde tussen de segmenten 1 en 2 lag, aangezien Bridgestone en Goodyear niet alleen vrachtwagenbanden van segment 1 produceren, maar ook banden van segment 2 voor vrachtwagens onder verschillende merknamen. De Commissie was echter van oordeel dat deze benchmark redelijk was in het kader van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen. Bij een dergelijk nieuw onderzoek is namelijk geen exacte marge vereist. Derhalve werd het argument afgewezen.

(260)

Na de mededeling van feiten en overwegingen herhaalde Hankook dat de jaarrekeningen van Brisa Bridgestone niet mogen worden gebruikt voor de dumpingberekening en dat Hankook argumenten heeft aangedragen in verschillende stadia van het onderzoek. Hankook was van mening dat de Commissie niet op haar argumenten was ingegaan en dus de rechten van verdediging van Hankook had belemmerd, aangezien zijn argument duidelijk niet was beoordeeld volgens de door de fundamentele beginselen van goed en behoorlijk bestuur vereiste normen.

(261)

Hankook betoogde dat de door de Commissie aangevoerde redenen ter rechtvaardiging van het gebruik van Brisa Bridgestone louter speculaties zijn die niet met bewijsmateriaal worden gestaafd, en dat de Commissie haar eigen keuze niet heeft onderbouwd en niet heeft voldaan aan het vereiste standaardbewijs om een representatieve waarde voor de VAA-kosten en -winst vast te stellen zoals voorgeschreven door artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening.

(262)

Het Gerecht heeft dit beginsel onlangs bevestigd, aangezien het het fundamentele beginsel heeft herhaald dat op de partij die zich op een vordering wil beroepen, de overeenkomstige bewijslast rust (116). Aangezien de relevante VAA-kosten en -winst niet die van Hankook Group zijn, moet de Commissie in dit specifieke geval aantonen dat deze cijfers “passend”zijn, zoals vereist door artikel 2, lid 6 bis. Het is dus aan de Commissie om consistent bewijsmateriaal te verstrekken waaruit blijkt dat de keuze van Turkije als representatief land en de keuze van — onder meer — Brisa Bridgestone als representatieve lokale producent passend en gerechtvaardigd is in de zin van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening, en niet aan de belanghebbenden om het tegendeel aan te tonen.

(263)

Hankook voerde aan dat de Commissie had besloten de Maleisische producent uit te sluiten omdat hij ook actief was in andere sectoren.

(264)

Hankook betoogde dat het aan de Commissie is om aan te tonen dat haar keuze voor een representatieve lokale producent passend is overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening en niet dat de belanghebbenden het tegendeel bewijzen.

(265)

De geconsolideerde cijfers van Brisa Bridgestone hadden betrekking op verschillende producten, waaronder sommige die duidelijk geen verband houden met het onderzoek, en derhalve zijn deze niet-representatief in de zin van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening.

(266)

Hankook voerde aan dat de Commissie niet heeft uitgelegd waarom het gebruik van de jaarrekening van Brisa Bridgestone noodzakelijk was. Voorts verduidelijkte Hankook dat het gebruik van de jaarrekeningen van Goodyear Lastikleri nooit in twijfel was getrokken en dat het daarom niet nodig was een andere onderneming toe te voegen.

(267)

Deze argumenten moesten buiten beschouwing worden gelaten. De Commissie was van oordeel dat Brisa Bridgestone een representatieve producent in het representatieve land was, aangezien i) hij het betrokken product produceert, ii) er voor deze onderneming financiële gegevens voor de beoordelingsperiode beschikbaar waren en iii) zijn VAA-kosten en winst niet onevenredig hoog leken en derhalve passend werden geacht. Daarentegen heeft Hankook geen bewijs aangeleverd dat de consolidatie van andere activiteiten in de jaarrekening van Brisa Bridgeston tot abnormale VAA-kosten en winst heeft geleid. Aangezien de Commissie over financiële gegevens voor twee producenten van het betrokken product in Turkije beschikte, heeft zij derhalve geen elementen gevonden om de ene of de andere producent uit te sluiten.

(268)

Wat betreft het argument inzake de uitsluiting van de Maleisische producent geldt dat deze, zoals uiteengezet in overweging 234, in tegenstelling tot de twee in Turkije geïdentificeerde producenten het betrokken product in het geheel niet produceerde.

(269)

Hankook en Giti voerden aan dat de Commissie de VAA-kosten onjuist heeft vastgesteld, aangezien bepaalde uitgaven, zoals vervoers- en opslagkosten, niet uit de berekening van het totale bedrag van de VAA-kosten waren gehaald. Voorts voerden Hankook en Giti aan dat ook andere soorten uitgaven, zoals commissielonen of marketingkosten, uit de berekening van de VAA-kosten moesten worden gehaald.

(270)

De Commissie heeft de argumenten onderzocht en vastgesteld dat een herziening van het VAA-percentage noodzakelijk was. Wat de toegepaste methode betreft, heeft de Commissie haar standaardmethode gebruikt voor de vaststelling van het VAA-percentage exclusief vervoerskosten: van de totale inkomsten werden de kosten van de verkochte goederen en de winst weggelaten, waarna de vervoerskosten in mindering werden gebracht.

(271)

Op basis van de beschikbare financiële overzichten heeft de Commissie de vervoerskosten verwijderd van het totale VAA-bedrag (zoals vastgesteld op basis van de hierboven beschreven methode). Wegens het ontbreken van kwartaalinformatie heeft de Commissie de vervoerskosten tijdens het TNO geraamd op basis van de financiële overzichten voor januari-juni 2023. De geraamde vervoerskosten vertegenwoordigden een percentage van het totale VAA-bedrag. Als gevolg van deze herziening is het VAA-percentage gedaald van 22,0 % tot 18,5 %, uitgedrukt als percentage van de kosten van de verkochte goederen (13 % uitgedrukt als percentage van de totale inkomsten).

3.3.15.   Berekening van de normale waarde

(272)

Op basis van het bovenstaande heeft de Commissie de normale waarde per productsoort in het stadium af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening.

(273)

Eerst heeft de Commissie de niet-verstoorde productiekosten vastgesteld. De Commissie heeft de niet-verstoorde kosten per eenheid toegepast op het werkelijke verbruik van de individuele productiefactoren van de meewerkende producenten-exporteurs. De door de meewerkende producenten-exporteurs gemelde verbruiksratio’s zijn tijdens het controlebezoek geverifieerd. De Commissie heeft de verbruiksratio’s vermenigvuldigd met de in het representatieve land vastgestelde niet-verstoorde kosten per eenheid, zoals beschreven in punt 3.3.14.

(274)

Toen de niet-verstoorde productiekosten eenmaal waren vastgesteld, heeft de Commissie de algemene productiekosten toegepast, zoals beschreven in overweging 255.

(275)

De Commissie heeft vervolgens VAA-kosten van 18,5 % en de winst van 10,8 % toegevoegd, zoals toegelicht in overweging 271.

3.3.15.1.   Uitvoerprijs

(276)

De uitvoer naar de Unie door de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs vond rechtstreeks naar onafhankelijke afnemers plaats, en/of via verbonden ondernemingen die optraden als importeur.

(277)

In de gevallen waarin de producenten-exporteurs het onderzochte product rechtstreeks naar onafhankelijke afnemers in de Unie hadden uitgevoerd, was de uitvoerprijs overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening de voor het onderzochte product met het oog op uitvoer naar de Unie werkelijk betaalde of te betalen prijs.

(278)

In de gevallen waarin de producenten-exporteurs het onderzochte product via als importeur optredende verbonden ondernemingen naar de Unie hadden uitgevoerd, werd de uitvoerprijs overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening vastgesteld op basis van de prijs waartegen het ingevoerde product voor het eerst aan onafhankelijke afnemers in de Unie was doorverkocht. In dat geval zijn correcties toegepast voor alle tussen invoer en wederverkoop gemaakte kosten, met inbegrip van verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten (“VAA-kosten”), en voor winst.

(279)

Bij gebrek aan medewerking van een niet-verbonden importeur heeft de Commissie zich gebaseerd op de winst die tijdens het oorspronkelijke onderzoek voor een niet-verbonden importeur werd vastgesteld, namelijk 6,7 %.

3.3.15.2.   Vergelijking

(280)

De Commissie heeft de overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening door berekening vastgestelde normale waarde per productsoort vergeleken met de uitvoerprijs af fabriek van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs, zoals hierboven vastgesteld.

(281)

Waar dat voor een billijke vergelijking gerechtvaardigd was, heeft de Commissie overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening op de normale waarde en/of de uitvoerprijs een correctie toegepast voor verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. Er werden correcties toegepast voor vrachtkosten in de Unie, douanerechten, kwantumkortingen, kredietkosten en bankkosten.

3.3.15.3.   Dumpingmarges

(282)

Overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening heeft de Commissie voor de in de steekproef opgenomen meewerkende producenten-exporteurs de gewogen gemiddelde normale waarde van elke soort van het soortgelijke product vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs van de overeenkomstige soort van het onderzochte product met betrekking tot alle uitvoertransacties.

(283)

Op grond hiervan bleek de gewogen gemiddelde dumpingmarge, uitgedrukt als percentage van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring, voor de in de steekproef opgenomen meewerkende producenten ongeveer 7 % tot ongeveer 22 % te bedragen. Bijgevolg werd geconcludeerd dat de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet.

4.   WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING VAN DUMPING

(284)

Na te hebben vastgesteld dat in het tijdvak van het nieuwe onderzoek sprake was van dumping, is de Commissie, in overeenstemming met artikel 11, lid 2, van de basisverordening, nagegaan of voortzetting van dumping waarschijnlijk zou zijn indien de maatregelen zouden worden ingetrokken.

(285)

De volgende bijkomende elementen zijn onderzocht: de productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC; de verhouding tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en het prijsniveau in de Unie en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie.

4.1.   Productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC

(286)

Bij gebrek aan medewerking heeft de Commissie de productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC vastgesteld op basis van de informatie die werd verstrekt in het verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen.

(287)

Volgens de door de indiener van het verzoek in het verzoek verstrekte gegevens meldde de CRIA een productie van 122,39 miljoen banden in 2021, voor een geschatte productiecapaciteit van 141,76 miljoen banden in hetzelfde jaar, wat een toename van het aantal geproduceerde banden met 2,72 miljoen ten opzichte van het voorgaande jaar betekent. Op basis van deze cijfers zou de bezettingsgraad ongeveer 86 % bedragen. Volgens de CRIA was de productiecapaciteit in 2022 al met minstens 1,5 miljoen banden toegenomen. Hiermee komt de totale productiecapaciteit voor banden voor 2022 uit op ongeveer 143,25 miljoen eenheden. Als dezelfde bezettingsgraad wordt gebruikt als in 2021, zou de productie uitkomen op ongeveer 123,67 miljoen geproduceerde banden. De onbenutte capaciteit die in 2022 in de VRC beschikbaar was, bedraagt dus bijna 20 miljoen eenheden, wat bijna overeenkomt met het totale verbruik op de markt van de Unie (117).

(288)

In overeenstemming met het hierboven beschreven industriebeleid van de Chinese overheid en de CCP zijn de Chinese producenten hun reeds overontwikkelde productiecapaciteit sinds het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek blijven uitbreiden. In recente buitenlandse handelsbeschermingsonderzoeken werd geconcludeerd dat de bestaande productiecapaciteit in de VRC aanzienlijk is. In het in mei 2021 gepubliceerde Braziliaanse antidumpingonderzoek werd al gewezen op het bestaan van een aanzienlijke productiecapaciteit, met bewijsmateriaal van verschillende investeringen in productiecapaciteiten door de grootste ondernemingen, waarmee het Braziliaanse verbruik te boven zou kunnen worden gegaan (118). Evenzo werd in het in augustus 2022 gepubliceerde Zuid-Afrikaanse antidumpingonderzoek ingegaan op de aanzienlijke productiecapaciteit van Chinese producenten die hun productie zouden kunnen verhogen met het oog op de uitvoervraag (119).

4.2.   Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie en prijzen bij uitvoer naar de markten van derde landen

(289)

De Commissie heeft onderzocht of het waarschijnlijk was dat de producenten-exporteurs in de VRC hun uitvoer tegen dumpingprijzen naar de markt van de Unie zouden voortzetten indien de maatregelen zouden komen te vervallen. Daarom heeft de Commissie het prijsniveau van de Chinese uitvoer naar de markten van derde landen geanalyseerd en vergeleken met het prijsniveau van de Chinese uitvoer naar de markt van de Unie, om te bepalen of de markt van de Unie aantrekkelijk was in termen van prijsniveaus.

(290)

De Commissie heeft het prijsniveau tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek onderzocht dat de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs hebben gemeld, en vastgesteld dat voor vergelijkbare transacties (d.w.z. handelsfacturen op basis van fob-prijzen) de eenheidsprijs van naar derde landen uitgevoerde vrachtwagenbanden ongeveer 80 % van hun eenheidsprijs in de EU uitmaakte. Bovendien bleek de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie uit het feit dat de omvang van de Chinese uitvoer naar de Unie, ondanks de geldende antidumpingmaatregelen, ongeveer 30 % van de omvang van de invoer tijdens het oorspronkelijke onderzoek bleef bedragen.

(291)

De Commissie concludeerde op basis van het bovenstaande dat de markt van de Unie voor de Chinese producenten-exporteurs van vrachtwagenbanden een aantrekkelijke markt was, zowel wat betreft de prijzen als de omvang ervan.

4.3.   Mogelijke absorptiecapaciteit van markten van derde landen

(292)

Bovendien stelde de Commissie vast dat handelsbeschermingsmaatregelen ten aanzien van de uitvoer van het onderzochte product vanuit de VRC van kracht zijn in Armenië, Botswana, Brazilië, Egypte, Eswatini, Kazachstan, Kirgizië, Lesotho, Namibië, Rusland, Zuid-Afrika, Turkije, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika (120) .. Als gevolg daarvan zijn deze markten van derde landen, die tot de grootste verbruikers van vrachtwagenbanden behoren, minder aantrekkelijk voor de Chinese producenten-exporteurs. Dit is een aanvullend element dat ondersteuning biedt aan de bevinding dat de huidige productiecapaciteit van de VRC zeer waarschijnlijk op de markt van de Unie zou terechtkomen indien de maatregelen zouden worden ingetrokken.

4.3.1.   Conclusie

(293)

Uit het onderzoek is gebleken dat de invoer uit de VRC in het TNO in grote hoeveelheden (in vergelijking met de omvang van de markt) en tegen dumpingprijzen op de markt van de Unie bleef binnenkomen.

(294)

Voorts was de reservecapaciteit in de VRC tijdens het TNO aanzienlijk in vergelijking met het verbruik in de Unie (overweging 301). Bovendien wees de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie wat omvang en prijzen betreft erop dat de Chinese uitvoer waarschijnlijk naar de markt van de Unie zou worden verlegd indien de maatregelen zouden komen te vervallen, en dat ook reservecapaciteit zou worden gebruikt om de productie en de uitvoer naar de Unie te verhogen.

(295)

Bijgevolg concludeerde de Commissie dat het vervallen van de antidumpingmaatregelen waarschijnlijk zou leiden tot een aanzienlijke toename van de invoer met dumping van het onderzochte product uit de VRC naar de Unie als gevolg van de grote reservecapaciteit in de VRC en het prijsniveau op de markt van de Unie in vergelijking met andere uitvoerbestemmingen.

(296)

In het licht van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat het vervallen van de antidumpingmaatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting van dumping.

5.   SCHADE

5.1.   Omschrijving van de bedrijfstak van de Unie en productie in de Unie

(297)

Het soortgelijke product werd tijdens de beoordelingsperiode door meer dan 400 producenten in de Unie geproduceerd. Zij vormen de bedrijfstak van de Unie in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening.

(298)

De totale productie in de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd vastgesteld op ongeveer 18 miljoen banden. De Commissie heeft de totale productie in de Unie vastgesteld op basis van de informatie die is verstrekt door de European Tyre & Rubber Manufacturers Association (“ETRMA”), de indiener van het verzoek en statistieken van Eurostat. Zoals vermeld in overweging 27, zijn vijf producenten in de Unie die in de uiteindelijke steekproef zijn opgenomen goed voor meer dan 25 % van de productie en verkoop van het soortgelijke product in de Unie. Daarom werden de micro-economische indicatoren onderzocht op basis van de gegevens die uit de antwoorden van die vijf producenten in de Unie werden verkregen.

(299)

Sommige in de steekproef opgenomen producenten bleken het betrokken product uit de VRC in te voeren en op de markt van de Unie door te verkopen. In vergelijking met hun totale verkoop is de invoer evenwel marginaal (minder dan 1 % van hun totale verkoop) en heeft deze geen gevolgen voor hun kwalificatie als producent in de Unie.

5.2.   Verbruik in de Unie

(300)

De Commissie heeft het verbruik in de Unie vastgesteld op basis van de door de ETRMA en Eurostat verstrekte informatie.

(301)

Het verbruik in de Unie ontwikkelde zich als volgt:

Tabel 2

Verbruik in de Unie (in eenheden)

 

2020

2021

2022

Tijdvak van het nieuwe onderzoek

Totaal verbruik in de Unie (in eenheden)

18 264 516

21 646 928

22 568 607

20 325 009

Index

100

119

124

111

Bron:

ETRMA, Eurostat Comext

(302)

Over de gehele beoordelingsperiode is het verbruik in de Unie met 11 % gestegen. Er was een opmerkelijke stijging in de periode 2020-2022. Die houdt waarschijnlijk verband met het herstel na de COVID-19-crisis en wordt verklaard door het feit dat het verbruik van banden onlosmakelijk verbonden is met het aantal kilometers dat door de wagenparken wordt afgelegd, dat op zijn beurt sterk afhangt van de algemene economische activiteit en met name van het volume goederen dat over de weg wordt vervoerd. De toename van het verbruik bereikte een piek in 2022 en vertraagde in het tijdvak van het nieuwe onderzoek.

5.3.   Invoer uit het betrokken land

5.3.1.   Omvang en marktaandeel van de invoer uit het betrokken land

(303)

De Commissie heeft de omvang van de invoer vastgesteld aan de hand van gegevens van Eurostat. Het marktaandeel van de invoer werd vastgesteld op basis van het verbruik in de Unie in tabel 1.

(304)

De invoer in de Unie uit het betrokken land ontwikkelde zich als volgt:

Tabel 3

Omvang van invoer (in eenheden) en marktaandeel

 

2020

2021

2022

Tijdvak van het nieuwe onderzoek

Omvang van de invoer uit het betrokken land (in eenheden)

900 897

966 311

1 112 883

1 095 084

Index

100

107

124

122

Marktaandeel

4,9  %

4,5  %

4,9  %

5,4  %

Index

100

91

100

109

Bron:

ETRMA, Eurostat Comext

(305)

De Commissie heeft de omvang van de invoer vastgesteld aan de hand van gegevens van Eurostat. Het marktaandeel van de invoer op basis van het verbruik in de Unie wordt vermeld in tabel 3.

(306)

De omvang van de invoer uit de VRC is in de beoordelingsperiode met 22 % gestegen, van ongeveer 900 000 banden in 2020 naar ongeveer 1,1 miljoen banden in het onderzoektijdvak. De toename van de invoer uit de VRC was met name aanzienlijk in 2022, toen het Gerecht van de Europese Unie de oorspronkelijke maatregelen gedeeltelijk nietig heeft verklaard, zoals beschreven in overweging 4. De omvang van de invoer bleef ook in het tijdvak van het nieuwe onderzoek op hetzelfde niveau, ondanks de afgenomen vraag. Dit heeft ertoe geleid dat het marktaandeel van de invoer uit de VRC tijdens de beoordelingsperiode is gestegen van 4,9 % tot 5,4 %.

5.3.2.   Prijzen van de invoer uit het betrokken land en prijsonderbieding

(307)

De Commissie heeft de prijzen van de invoer vastgesteld aan de hand van gegevens van Eurostat.

(308)

De gewogen gemiddelde prijzen van de invoer in de Unie vanuit het betrokken land ontwikkelden zich als volgt:

Tabel 4

Invoerprijzen (EUR/eenheid)

 

2020

2021

2022

Tijdvak van het nieuwe onderzoek

Volksrepubliek China

136

156

208

218

Index

100

115

153

161

Bron:

Eurostat Comext, zonder antidumping- en compenserende rechten

(309)

Tijdens de beoordelingsperiode zijn de gemiddelde Chinese prijzen bij invoer in de Unie (alle segmenten) met 61 % gestegen.

(310)

Aangezien de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs hoofdzakelijk banden van segmenten 1 en 2 uitvoerden, beschikte de Commissie niet over gedetailleerde informatie over de uitvoer uit de VRC van banden van segment 3, het segment waarin de grootste schade zich tijdens het oorspronkelijke onderzoek voordeed, wat vervolgens een omgekeerd cascade-effect had op de andere twee segmenten.

(311)

Daarom heeft de Commissie de prijsonderbieding voor de totale invoer geraamd op basis van invoerstatistieken.

(312)

Daartoe maakte de Commissie een vergelijking tussen:

de gewogen gemiddelde verkoopprijs per eenheid die door de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in rekening werd gebracht aan niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie, gecorrigeerd tot een niveau af fabriek en

de gemiddelde eindprijs van de invoer (landed price) uit de VRC op basis van invoerstatistieken, met inbegrip van de antidumping- en compenserende rechten, douanerechten en invoerkosten.

(313)

Uit deze vergelijking bleek dat de gemiddelde eindprijs van de invoer (landed price) uit de VRC (270 EUR/eenheid) lager was dan de gemiddelde verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie (281 EUR/eenheid) en amper hoger was dan de gemiddelde productiekosten van de bedrijfstak van de Unie (260 EUR/eenheid). Indien de eindprijs zonder de antidumpingrechten zou worden vastgesteld, zou hij 254 EUR/eenheid bedragen, wat de gemiddelde verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie aanzienlijk zou onderbieden en ook lager zou zijn dan de productiekosten van de bedrijfstak van de Unie.

(314)

De Commissie kwam derhalve tot de conclusie dat de prijzen van de invoer uit de VRC over het algemeen lager waren dan de gemiddelde verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie.

(315)

Naar aanleiding van de mededeling van de definitieve bevindingen betoogde Hankook dat de Commissie haar methode voor de berekening van de prijsonderbieding onjuist had gewijzigd ten opzichte van het oorspronkelijke onderzoek. Hankook voerde aan dat de Commissie, in plaats van de prijsonderbieding voor de gehele invoer te ramen op basis van invoerstatistieken, een analyse per soort of per segment had moeten uitvoeren. In de vertrouwelijke versie van haar opmerkingen verstrekte Hankook ook gegevens over haar uitvoervolumes en -prijzen en voerde zij aan dat de Commissie door gebruik te maken van deze gegevens de invoerprijzen voor alle segmenten had kunnen aftrekken en een analyse van de prijsonderbieding per segment had kunnen uitvoeren.

(316)

De Commissie was het niet met deze argumenten eens. Ten eerste beschikte de Commissie, als gevolg van de niet-medewerking van de Chinese producenten-exporteurs die actief zijn in segment 3 en zoals vermeld in de overweging 310, niet over gedetailleerde informatie over de Chinese uitvoer, met name in segment 3, en was zij niet in staat een analyse van de prijsonderbieding per segment uit te voeren. Er was dus een verandering in de onderliggende gegevens waarover de Commissie beschikte. Ten tweede waren de door Hankook verstrekte gegevens over zijn eigen uitvoervolumes en -prijzen ontoereikend om een verdere analyse van de prijsonderbieding uit te voeren. Zelfs volgens deze gegevens zijn er nog steeds andere marktdeelnemers in de segmenten 1, 2 en 3 waarover geen gedetailleerde informatie beschikbaar is en, in tegenstelling tot wat Hankook beweert, zijn deze gegevens niet voldoende om nadere informatie te verschaffen over de prijsonderbieding per segment of om de resultaten van de analyse van de prijsonderbieding door de Commissie ongeldig te maken. Dit argument wordt derhalve afgewezen.

5.4.   Invoer uit andere derde landen dan de VRC

(317)

De invoer van banden uit andere derde landen dan de VRC was voornamelijk afkomstig uit Thailand, Turkije en Vietnam.

(318)

Het volume van de invoer in de Unie evenals het marktaandeel en de prijsontwikkelingen voor de invoer van banden uit andere derde landen ontwikkelden zich als volgt:

Tabel 5

Invoer uit derde landen

Land

 

2020

2021

2022

Tijdvak van het nieuwe onderzoek

Thailand

Volume (eenheden)

960 744

984 929

1 533 961

1 816 634

Index

100

103

160

189

Marktaandeel

5,3  %

4,5  %

6,8  %

8,9  %

Gemiddelde prijs (EUR/eenheid)

157

175

200

163

Index

100

111

128

104

Turkije

Volume (eenheden)

1 105 850

1 487 639

1 773 851

1 696 256

Index

100

135

160

153

Marktaandeel

6,1  %

6,9  %

7,9  %

8,3  %

Gemiddelde prijs (EUR/eenheid)

178

176

213

239

Index

100

99

120

134

Vietnam

Volume (eenheden)

477 928

541 921

957 806

964 077

Index

100

113

200

202

Marktaandeel

2,6  %

2,5  %

4,2  %

4,7  %

Gemiddelde prijs (EUR/eenheid)

155

178

207

193

Index

100

115

134

125

Andere derde landen

Volume (eenheden)

2 287 192

2 898 840

2 849 801

2 340 028

Index

100

127

125

102

Marktaandeel

12,5  %

13,4  %

12,6  %

11,5  %

Gemiddelde prijs (EUR/eenheid)

185

195

222

245

Index

100

105

120

132

Totaal van alle derde landen behalve het betrokken land

Volume (eenheden)

4 831 594

5 913 076

7 115 419

6 816 995

Index

100

122

147

141

Marktaandeel

26,5  %

27,3  %

31,5  %

33,5  %

Gemiddelde prijs (EUR/eenheid)

175

185

213

214

Index

100

106

122

122

Bron:

Eurostat Comext

(319)

Tijdens de beoordelingsperiode steeg de invoer uit andere derde landen met ongeveer twee miljoen eenheden, d.w.z. met 41 %. Dit is sneller dan de stijging van het verbruik in de Unie en leidde tot een stijging van het marktaandeel van 26,5 % tot 33,5 %.

(320)

De stijging was het grootst voor de invoer uit Thailand (856 000 eenheden), Turkije (590 000 eenheden) en Vietnam (486 000 eenheden). Bij andere derde landen was er slechts sprake van een bescheiden stijging (53 000 eenheden).

(321)

Het prijsniveau van de invoer uit andere derde landen, met name Thailand en Vietnam, lag ruim onder de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie.

5.5.   Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie

5.5.1.   Algemene opmerkingen

(322)

De beoordeling van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie omvatte een evaluatie van alle economische indicatoren die in de beoordelingsperiode op de situatie van de bedrijfstak van de Unie van invloed waren.

(323)

Zoals vermeld in de overwegingen 15 tot en met 17, is voor de beoordeling van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie gebruikgemaakt van een steekproef.

(324)

Voor de schadevaststelling maakte de Commissie onderscheid tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren. De Commissie heeft de macro-economische indicatoren beoordeeld op basis van de gegevens in het verzoek om een nieuw onderzoek, Eurostat-statistieken en door de ETRMA verstrekte informatie. De gegevens hadden betrekking op alle producenten in de Unie. Bij het beoordelen van de micro-economische indicatoren ging de Commissie uit van de gegevens die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in hun antwoorden op de vragenlijst hadden verstrekt. De gegevens hadden betrekking op de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. Beide gegevensreeksen bleken representatief te zijn voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie.

(325)

De macro-economische indicatoren zijn: productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoopvolume, marktaandeel, groei, werkgelegenheid, productiviteit, hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping.

(326)

De micro-economische indicatoren zijn: gemiddelde eenheidsprijzen, kosten per eenheid, loonkosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken.

(327)

In het oorspronkelijke onderzoek is de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie geanalyseerd op geaggregeerde basis en, voor bepaalde micro-economische indicatoren, ook op het niveau van de segmenten gezien de indeling van de markt van de Unie in segmenten. In het huidige onderzoek heeft de Commissie eerst de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie op geaggregeerde basis geanalyseerd.

(328)

De Commissie heeft bepaalde indicatoren ook per segment geanalyseerd. Zoals blijkt uit de overwegingen 370 tot en met 377, bevestigt deze analyse dat de ontwikkelingen voor het betrokken product in zijn geheel in het algemeen overeenkomen met die voor de segmenten afzonderlijk.

(329)

In het oorspronkelijke onderzoek heeft de Commissie de resultaten van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie gewogen overeenkomstig hun aandeel in de totale verkoop in de Unie van de producenten in de Unie, zodat de kmo’s in alle micro-indicatoren vertegenwoordigd waren volgens hun aandeel in de totale verkoop in de Unie. Aangezien kmo’s uitsluitend actief zijn in segment 3, had deze aanpassing als direct gevolg dat het aandeel van de verkopen van segment 3 in het geheel van gegevens afkomstig van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie toenam.

(330)

In het huidige onderzoek was de Commissie van mening dat de oorspronkelijke weging niet nodig was voor een objectieve beoordeling van de situatie van de bedrijfstak van de Unie in het kader van het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen. Uit het onderzoek bleek namelijk dat het schadebeeld voor de kmo’s die alleen in segment 3 actief zijn nog slechter was dan het schadebeeld voor segment 3 in zijn geheel. Bovendien stelde de Commissie vast dat, zelfs zonder weging van de gegevens van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, de bedrijfstak van de Unie in alle segmenten schade leed (zie de overwegingen 370 tot en met 377). Logischerwijs zou elke weging de momenteel vastgestelde negatieve ontwikkelingen in het globale schadebeeld alleen maar doen toenemen.

5.5.2.   Macro-economische indicatoren

5.5.2.1.   Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

(331)

De totale productie in de Unie, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad in de Unie ontwikkelden zich in de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 6

Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

 

2020

2021

2022

Tijdvak van het nieuwe onderzoek

Productievolume (in eenheden)

18 323 204

21 701 759

20 380 261

18 047 419

Index

100

118

111

98

Productiecapaciteit (in eenheden)

22 867 574

24 008 277

24 237 586

21 907 693

Index

100

105

106

96

Bezettingsgraad

80  %

90  %

84  %

82  %

Index

100

113

105

103

Bron:

ETRMA, Eurostat Comext en door de indiener van het verzoek verstrekte informatie

(332)

Samen met de groei van de markt en de verkoop op de markt van de Unie namen de productievolumes toe van 2020 tot 2021. Daarna daalde de productie in 2022 en daalde zij nog verder in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. De afname van de productievolumes was toe te schrijven aan de daling van de verkoopvolumes, die op haar beurt verband hield met de daling van het verbruik in de Unie en resulteerde in het verlies van marktaandeel voor de bedrijfstak van de Unie. In het tijdvak van het nieuwe onderzoek bevonden de productievolumes van de bedrijfstak van de Unie zich opnieuw op het niveau van 2020. De bedrijfstak van de Unie was echter in staat zijn capaciteit aan te passen aan de veranderingen in productievolumes, waardoor de schommelingen van de bezettingsgraad werden beperkt — die over de gehele beoordelingsperiode zelfs licht verbeterde (met 3 %).

5.5.2.2.   Verkoopvolume en marktaandeel

(333)

Het verkoopvolume en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie ontwikkelden zich in de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 7

Verkoopvolume en marktaandeel

 

2020

2021

2022

Tijdvak van het nieuwe onderzoek

Totaal verkoopvolume op de markt van de Unie (in eenheden)

12 531 905

14 767 288

14 338 944

12 412 930

Index

100

118

114

99

Marktaandeel

69  %

68  %

64  %

61  %

Index

100

99

93

89

Bron:

ETRMA, Eurostat Comext

(334)

Op de groeiende markt namen de verkoopvolumes van de bedrijfstak van de Unie toe van 2020 tot 2021. In 2022 daalden de verkoopvolumes van de bedrijfstak van de Unie ondanks de groei van de markt en in het tijdvak van het nieuwe onderzoek daalden zij nog verder. In het tijdvak van het nieuwe onderzoek bevonden de verkoopvolumes van de bedrijfstak van de Unie zich opnieuw op het niveau van 2020. Omdat de verkoop van de bedrijfstak van de Unie in 2022 niet even snel groeide als de markt en in het tijdvak van het nieuwe onderzoek sneller verslechterde dan de markt, daalde het marktaandeel in de beoordelingsperiode van 69 % tot 61 %.

(335)

In zijn opmerkingen over de opening van het onderzoek voerde Hankook Group aan dat de verkoop van de bedrijfstak van de Unie en zijn marktaandeel gedurende de hele beoordelingsperiode in wezen stabiel bleven en dat de lichte daling van 2022 tot het tijdvak van het nieuwe onderzoek kon worden verklaard door de daling van het verbruik.

(336)

De bevindingen van het onderzoek ondersteunen dit argument niet. Hoewel de verkoop van de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek op hetzelfde niveau lag als in 2020, was er een aanzienlijke daling (13 %) tussen 2022 en het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Ook daalde het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode ook van 69 % tot 61 %.

(337)

Dit argument werd derhalve afgewezen.

5.5.2.3.   Groei

(338)

Het verbruik in de Unie steeg eerst in de periode 2020-2022, in lijn met de toename van de economische activiteit na de COVID-19-crisis. De toename van het verbruik bereikte een piek in 2022 en vertraagde in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Hierdoor bedroeg de totale stijging tijdens de beoordelingsperiode 11 %. De verkoop van de bedrijfstak van de Unie kon alleen in 2021 de positieve ontwikkeling van de markt volgen. In 2022 steeg de verkoop van de bedrijfstak van de Unie niet in hetzelfde tempo als de markt en in het tijdvak van het nieuwe onderzoek verslechterde hij sneller dan de markt. Dit heeft geleid tot een daling met acht procentpunten van het marktaandeel (van 69 % tot 61 %) tijdens de beoordelingsperiode.

5.5.2.4.   Werkgelegenheid en productiviteit

(339)

De werkgelegenheid en de productiviteit ontwikkelden zich in de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 8

Werkgelegenheid en productiviteit

 

2020

2021

2022

Tijdvak van het nieuwe onderzoek

Aantal werknemers

21 148

21 614

20 291

18 425

Index

100

102

96

87

Productiviteit (eenheid/werknemer)

866

1 004

1 004

979

Index

100

116

116

113

Bron:

ETRMA en door de indiener van het verzoek verstrekte informatie

(340)

In de beoordelingsperiode gingen in de bedrijfstak van de Unie meer dan 2 700 directe banen verloren. Toen de productievolumes van de bedrijfstak van de Unie in de periode 2020-2021 toenamen, nam ook de werkgelegenheid toe. Aangezien de bedrijfstak van de Unie er echter ook in slaagde zijn productiviteit te verhogen, steeg de werkgelegenheid niet in hetzelfde tempo als de productievolumes. De dalende productievolumes tussen 2021 en het tijdvak van het nieuwe onderzoek leidden tot een daling van het aantal banen en ook tot een enigszins lagere productiviteit.

5.5.2.5.   Omvang van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping

(341)

In het tijdvak van het nieuwe onderzoek waren de individuele dumpingmarges voor de meewerkende producenten-exporteurs nog steeds aanzienlijk (zie overweging 283).

(342)

Uit de analyse van de schade-indicatoren blijkt echter dat de maatregelen, ondanks het feit dat er nog steeds sprake was van dumping uit de VRC, aan het begin van de beoordelingsperiode een positief effect hebben gehad op de bedrijfstak van de Unie. Deze positieve situatie sloeg echter om in 2022, toen de situatie van de bedrijfstak van de Unie weer verslechterde.

5.5.3.   Micro-economische indicatoren

5.5.3.1.   Prijzen en factoren die prijzen beïnvloeden

(343)

De gemiddelde verkoopprijzen per eenheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie aan niet-verbonden afnemers in de Unie ontwikkelden zich in de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 9

Verkoopprijzen en productiekosten in de Unie (EUR/eenheid)

 

2020

2021

2022

Tijdvak van het nieuwe onderzoek

Gemiddelde verkoopprijs per eenheid in de Unie (alle segmenten)

224

241

274

281

Index

100

107

122

125

Productiekosten per eenheid

186

193

249

260

Index

100

104

134

140

Bron:

Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie

(344)

De verkoopprijzen van banden aan niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie stegen gedurende de beoordelingsperiode met 25 %. In de periode 2020-2021 viel de prijsstijging samen met een toename van de vraag. In deze situatie kon de bedrijfstak van de Unie zijn verkoopprijzen sterker verhogen (met 7 %) dan de productiekosten toenamen (met 4 %).

(345)

Deze gunstige situatie veranderde in 2022, waarna de bedrijfstak van de Unie de kostenstijgingen niet kon doorberekenen in zijn verkoopprijzen. Hoewel de verkoopprijzen tussen 2021 en het tijdvak van het nieuwe onderzoek met 18 procentpunten stegen, hielden deze prijsstijgingen geen gelijke tred met de stijging van de productiekosten.

(346)

Tijdens de gehele beoordelingsperiode stegen de productiekosten met 40 %. De sterkste stijging vond plaats in de periode 2021-2022, toen de productiekosten met 30 % stegen.

(347)

De belangrijkste schade-indicatoren werden ook voor de drie segmenten afzonderlijk geanalyseerd.

(348)

In segment 1 steeg de gemiddelde verkoopprijs per eenheid met 55 EUR, terwijl de kosten per eenheid in dezelfde periode met 75 EUR toenamen. Tijdens de beoordelingsperiode steeg de gemiddelde verkoopprijs met 24 %, terwijl de productiekosten met 39 % toenamen.

Tabel 10

Verkoopprijzen en productiekosten in de Unie (EUR/eenheid) — Segment 1

 

2020

2021

2022

Tijdvak van het nieuwe onderzoek

Gemiddelde verkoopprijs per eenheid in de Unie op de totale markt

235

250

283

290

Index

100

106

120

124

Productiekosten per eenheid

191

196

256

266

Index

100

102

134

139

Bron:

Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie

(349)

In segment 2 steeg de gemiddelde verkoopprijs per eenheid met 60 EUR, terwijl de kosten per eenheid in dezelfde periode met 68 EUR toenamen. Tijdens de beoordelingsperiode steeg de gemiddelde verkoopprijs met 29 %, terwijl de productiekosten met 39 % toenamen.

Tabel 11

Verkoopprijzen en productiekosten in de Unie (EUR/eenheid) — Segment 2

 

2020

2021

2022

Tijdvak van het nieuwe onderzoek

Gemiddelde verkoopprijs per eenheid in de Unie op de totale markt

205

224

258

265

Index

100

109

126

129

Productiekosten per eenheid

173

184

228

241

Index

100

106

132

139

Bron:

Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie

(350)

In segment 3 steeg de gemiddelde verkoopprijs per eenheid met 40 EUR, terwijl de kosten per eenheid in dezelfde periode met 58 EUR toenamen. Tijdens de beoordelingsperiode steeg de gemiddelde verkoopprijs met 24 %, terwijl de productiekosten met 34 % toenamen.

Tabel 12

Verkoopprijzen en productiekosten in de Unie (EUR/eenheid) — Segment 3

 

2020

2021

2022

Tijdvak van het nieuwe onderzoek

Gemiddelde verkoopprijs per eenheid in de Unie op de totale markt

170

176

206

210

Index

100

104

121

124

Productiekosten per eenheid

171

187

223

229

Index

100

109

130

134

Bron:

Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie

5.5.3.2.   Loonkosten

(351)

De gemiddelde loonkosten van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie ontwikkelden zich in de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 13

Gemiddelde loonkosten per werknemer

 

2020

2021

2022

Tijdvak van het nieuwe onderzoek

Gemiddelde loonkosten per werknemer (EUR)

50 250

54 950

64 650

64 862

Index

100

109

129

129

Bron:

Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie

(352)

De gemiddelde loonkosten per werknemer stegen van 2020 tot 2021 met 9 % en vervolgens van 2021 tot 2022 met 20 %, en bleven in het tijdvak van het nieuwe onderzoek op hetzelfde niveau.

5.5.3.3.   Voorraden

(353)

De voorraden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie ontwikkelden zich in de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 14

Voorraden

 

2020

2021

2022

Tijdvak van het nieuwe onderzoek

Eindvoorraden (index 2020 = 100)

100

123

130

155

Eindvoorraden als percentage van de productie

14  %

15  %

16  %

21  %

Index

100

102

110

143

Bron:

Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie

(354)

Vergeleken met de productie bleef de eindvoorraad van 2020 tot 2022 op hetzelfde niveau (14-16 % van het productievolume). Bij vergelijking van de eindvoorraad aan het eind van het onderzoektijdvak (30 juni 2023) met de eindejaarsvoorraden in 2020-2022 werd een toename (tot 21 % van het productievolume) vastgesteld. Deze toename is echter grotendeels te verklaren door seizoensinvloeden. In de tweede helft van het jaar worden meer banden verkocht dan in de eerste helft, terwijl de productie minder seizoensgebonden is. Door deze seizoensgebondenheid zijn de voorraden eind juni gewoonlijk groter dan eind december. De kennelijke toename van de voorraden in het tijdvak van het nieuwe onderzoek zegt dus niets over de financiële situatie van de producenten in de Unie.

5.5.3.4.   Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken

(355)

De winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van de investeringen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie ontwikkelden zich in de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 15

Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen

 

2020

2021

2022

Tijdvak van het nieuwe onderzoek

Winstgevendheid van de verkoop in de Unie aan niet-verbonden afnemers (% van omzet)

7,9  %

13,4  %

1,8  %

1,3  %

Index

100

170

23

16

Kasstroom (EUR)

95 814 284

29 530 055

–57 192 051

–94 989 994

Index

100

31

–60

–99

Investeringen (EUR)

50 269 926

48 233 290

56 308 570

66 447 814

Index

100

96

112

132

Rendement van investeringen (%)

–2,1  %

3,9  %

–15,2  %

–16,3  %

Index

– 100

182

– 712

– 763

Bron:

Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie

(356)

De Commissie heeft de winstgevendheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vastgesteld door de nettowinst vóór belastingen van de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als percentage van de aldus gerealiseerde omzet.

(357)

De algemene winstgevendheid verbeterde eerst in de periode 2020-2021, toen de vraag naar banden toenam na het herstel van het wegvervoer na de COVID-19-crisis en toen de totale invoer nog niet in dezelfde mate was gestegen als daarna. Zoals uiteengezet in overweging 344, was de bedrijfstak van de Unie in staat zijn verkoopprijzen in 2021 meer te verhogen dan dat de productiekosten stegen, hetgeen bijdroeg tot een toename van de winstmarges van 7,9 % tot 13,4 %.

(358)

De situatie veranderde in 2022, toen de bedrijfstak van de Unie niet in staat was zijn prijzen in lijn met de kostenstijgingen te verhogen. Als gevolg daarvan daalde de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie tot een laag niveau (1,8 % in 2022 en 1,3 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek).

(359)

De nettokasstroom is het vermogen van de producenten in de Unie om hun activiteiten zelf te financieren. De trend in de nettokasstroom daalde gedurende de gehele beoordelingsperiode. Deze werd beïnvloed door twee belangrijke factoren. Enerzijds droeg de algemene winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie aan het begin van de beoordelingsperiode positief bij aan de kasstroom. Deze bijdrage was praktisch uitgeput na de daling van de winstgevendheid in 2022. Anderzijds absorbeerden de toename van de productievolumes en het niveau van de eindvoorraden het werkkapitaal, waardoor de kasstroom al vanaf 2021 negatief werd beïnvloed. In totaal daalde de kasstroom tijdens de beoordelingsperiode van 96 miljoen EUR positief tot 95 miljoen EUR negatief.

(360)

In de beoordelingsperiode stegen de investeringen van 50 miljoen EUR tot 66 miljoen EUR, ofwel met 32 %. Over de gehele beoordelingsperiode bleven zij onder 10 % van de totale omzet.

(361)

Het rendement van de investeringen is de winst uitgedrukt als percentage van de nettoboekwaarde van de investeringen. Het steeg in de periode 2020-2021 eerst van –2,1 % naar 3,9 %, in lijn met de verbeterde winstgevendheid. Daarna, toen de totale winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie verslechterde, daalde het rendement van investeringen tot –15,2 % in 2022 en –16,3 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek.

(362)

De bedrijfstak van de Unie is versnipperd over grote groepen multinationale ondernemingen en meer dan 400 kmo’s in de gehele Unie en is heterogeen wat betreft zijn vermogen om kapitaal aan te trekken.

(363)

Voor de drie segmenten is volgens dezelfde beschreven methode een afzonderlijke analyse gemaakt.

(364)

De ontwikkeling van de winstgevendheid in segment 1 in de beoordelingsperiode was vergelijkbaar met de fluctuatie van de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie in zijn geheel. De winstgevendheid verbeterde eerst in de periode 2020-2021 en daalde vervolgens tot een laag niveau (1,9 % in 2022 en 1,3 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek).

(365)

In segment 1 daalde de nettokasstroom tijdens de beoordelingsperiode van 85 miljoen EUR positief tot 56 miljoen EUR negatief. Het rendement van investeringen steeg eerst van 1,1 % tot 7,6 % en daalde vervolgens tot –14,0 % in het onderzoektijdvak.

Tabel 16

Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen — Segment 1

 

2020

2021

2022

Tijdvak van het nieuwe onderzoek

Winstgevendheid van de verkoop in de Unie aan niet-verbonden afnemers (% van omzet)

9,4  %

15,2  %

1,9  %

1,3  %

Index

100

162

20

14

Kasstroom (EUR)

85 042 290

35 716 163

–43 640 531

–56 302 048

Index

100

42

–51

–66

Investeringen (EUR)

38 607 861

38 181 656

45 748 927

53 222 683

Index

100

99

118

138

Rendement van investeringen (%)

1,1  %

7,6  %

–13,6  %

–14,0  %

Index

100

677

–1 213

–1 252

Bron:

Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie

(366)

De ontwikkeling van de winstgevendheid in segment 2 verbeterde in de beoordelingsperiode eerst van 2020 tot 2021, daalde vervolgens tot 3,5 % in 2022 en verder tot 2,5 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek.

(367)

In segment 2 daalde de nettokasstroom tijdens de beoordelingsperiode van 5,5 miljoen EUR positief tot 34,5 miljoen EUR negatief. Het rendement van investeringen daalde van 15,8 % in 2020 naar –28,0 % in het onderzoektijdvak.

Tabel 17

Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen — Segment 2

 

2020

2021

2022

Tijdvak van het nieuwe onderzoek

Winstgevendheid van de verkoop in de Unie aan niet-verbonden afnemers (% van omzet)

4,6  %

9,3  %

3,5  %

2,5  %

Index

100

203

76

55

Kasstroom (EUR)

5 482 431

–2 889 233

–13 209 945

–34 464 853

Index

100

–53

– 241

– 629

Investeringen (EUR)

9 439 555

9 080 411

9 167 506

11 950 064

Index

100

96

97

127

Rendement van investeringen (%)

–15,8  %

–14,3  %

–22,5  %

–28,0  %

Index

– 100

–91

– 143

– 178

Bron:

Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie

(368)

Segment 3 was tijdens de gehele beoordelingsperiode niet winstgevend. In de beoordelingsperiode verslechterde de situatie en daalde de negatieve winstgevendheid van –1,6 % in 2020 tot –3,5 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. De situatie was nog slechter voor de kmo’s in segment 3, waarvoor de winstgevendheid in de beoordelingsperiode schommelde tussen 4,6 % en –7,0 %. Uit de lichte “verbetering”tussen 2022 en het tijdvak van het nieuwe onderzoek bleek het beperkte succes van de inspanningen van de bedrijfstak om zich aan de moeilijke situatie aan te passen.

(369)

In segment 3 daalde de nettokasstroom tijdens de beoordelingsperiode van 5,3 miljoen EUR positief tot 4,2 miljoen EUR negatief. Het rendement van investeringen was gedurende de gehele beoordelingsperiode negatief en daalde van –5,9 % tot –20,0 % in de beoordelingsperiode.

Tabel 18

Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen — Segment 3

 

2020

2021

2022

Tijdvak van het nieuwe onderzoek

Winstgevendheid van de verkoop in de Unie aan niet-verbonden afnemers (% van omzet)

–1,6  %

–1,5  %

–6,1  %

–3,5  %

Index

– 100

–92

– 374

– 212

Kasstroom (EUR)

5 289 563

–3 296 875

– 341 574

–4 223 093

Index

100

–62

–6

–80

Investeringen (EUR)

2 222 510

971 223

1 392 137

1 275 067

Index

100

44

63

57

Rendement van investeringen (%)

–5,9  %

–10,8  %

–35,4  %

–20,0  %

Index

100

17

– 401

– 139

Bron:

Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie

5.6.   Conclusie inzake schade

(370)

Uit het onderzoek bleek dat de bedrijfstak van de Unie als geheel in 2021 herstel van eerdere dumping vertoonde. Tussen 2022 en het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd dit herstel omgekeerd.

(371)

Dit blijkt vooral uit de gedaalde winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie, zijn verlies van marktaandeel en zijn onvermogen om de prijzen in lijn met de stijgende kosten te verhogen. Daarnaast verslechterden ook de indicatoren in verband met de winstgevendheid, zoals de kasstroom en het rendement van investeringen. Dit werd vooral waargenomen bij de producenten in segment 3, die sterk te lijden hebben onder de prijsdruk van de laaggeprijsde invoer, wat op zijn beurt een negatief effect heeft op de hogere segmenten door het omgekeerde cascade-effect dat in het oorspronkelijke onderzoek is beschreven (121).

(372)

Op grond van het voorgaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 1, van de basisverordening.

6.   OORZAKELIJK VERBAND

(373)

Tijdens de beoordelingsperiode verloor de bedrijfstak van de Unie zijn marktaandeel aan de invoer uit andere landen, met name Thailand, Vietnam, Turkije en ook de VRC.

(374)

De verslechtering van het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie was gedeeltelijk te wijten aan de toename van de invoer uit de VRC na de gedeeltelijke nietigverklaring van de antidumpingrechten en vooral aan de toename van de invoer tegen lage prijzen uit andere landen. De lager geprijsde invoer heeft het voor de bedrijfstak van de Unie moeilijk gemaakt om zijn prijzen te verhogen en zijn marktaandeel te behouden tegen een achtergrond van stijgende kosten.

(375)

Na het begin van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne zijn de prijzen van inputs en energie aanzienlijk gestegen, waardoor de productiekosten snel zijn toegenomen. Tegelijkertijd nam de invoer toe en was de bedrijfstak van de Unie vanaf 2022 niet in staat de kostenstijgingen door te berekenen in zijn verkoopprijzen. Hoewel de verkoopprijzen tussen 2021 en het tijdvak van het nieuwe onderzoek met 18 % stegen, waren deze prijsstijgingen ontoereikend om de stijging van de productiekosten te compenseren.

(376)

Bijgevolg merkt de Commissie ook op dat de schadesituatie waarin de bedrijfstak van de Unie zich bevindt op een moment komt dat andere factoren, zoals aanzienlijke kostenstijgingen en een aanzienlijke toename van laag geprijsde invoer uit andere landen, met name Thailand, Vietnam en Turkije, plaatsvonden. Zoals blijkt uit de overwegingen 317 tot en met 321, nam de invoer uit Thailand en Vietnam aanzienlijk toe en lagen de prijzen daarvan ruim onder die van de bedrijfstak van de Unie.

(377)

Derhalve concludeerde de Commissie dat de invoer met dumping uit de VRC bijdroeg tot de aanmerkelijke schade voor de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek; andere factoren, met name de kostenstijging en de invoer uit andere landen, konden echter twijfel doen rijzen over het werkelijke verband tussen de invoer met dumping en de gevolgen voor de bedrijfstak van de Unie. Daarom besloot de Commissie nader te onderzoeken of het waarschijnlijk was dat de door de invoer met dumping uit de VRC veroorzaakte schade zich zou herhalen indien de maatregelen zouden komen te vervallen.

(378)

Na de mededeling van de definitieve bevindingen betoogde Hankook dat de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade niet wordt veroorzaakt door de invoer uit de VRC. Hankook voerde aan dat de Chinese invoer de prijzen van de bedrijfstak van de Unie niet onderbood in segment 3 of in segment 1. Ter ondersteuning van zijn argument verstrekte Hankook gevoelige gegevens over zijn uitvoerprijzen en -volumes.

(379)

De Commissie was het niet met dit argument eens. Zoals vermeld in overweging 316, zijn de door Hankook verstrekte gegevens ontoereikend om een verdergaande aanalyse van prijsonderbieding uit te voeren, aangezien die onvoldoende informatie bevatten over andere marktdeelnemers die actief zijn in de segmenten 1, 2 en 3. Bijgevolg konden deze gegevens geen van de resultaten van de analyse van de prijsonderbieding door de Commissie ontkrachten. De Commissie was derhalve van oordeel dat de premisse van dit argument, namelijk dat er geen sprake is van prijsonderbieding in segment 1 of segment 3, onjuist is, zodat dit argument wordt afgewezen.

(380)

Na de mededeling van de definitieve bevindingen voerde Hankook ook aan dat de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade niet wordt veroorzaakt door de invoer uit de VRC, maar door banden die uit andere derde landen worden ingevoerd.

(381)

Zoals vermeld in de overweging 377, heeft de Commissie geconcludeerd dat de invoer met dumping uit de VRC heeft bijgedragen tot de aanmerkelijke schade voor de bedrijfstak van de Unie, maar dat ook andere factoren, met name de kostenstijging en de invoer uit andere landen, het werkelijke verband tussen de invoer met dumping en de gevolgen voor de bedrijfstak van de Unie in twijfel konden trekken. De Commissie is derhalve van oordeel dat dit argument de bovenstaande conclusie niet ontkracht en derhalve wordt het afgewezen.

7.   WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HERHALING VAN SCHADE

(382)

De Commissie heeft overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening beoordeeld of herhaling van de oorspronkelijke schade als gevolg van de invoer met dumping uit de VRC waarschijnlijk was, mochten de maatregelen hiertegen komen te vervallen.

(383)

In dit verband heeft de Commissie de volgende elementen onderzocht: de productiecapaciteit en de reservecapaciteit in de VRC, de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie en de prijzen bij uitvoer naar de markten van derde landen en de verhouding tussen de prijzen in de Unie en die in de VRC, de mogelijke absorptiecapaciteit van markten van derde landen, de waarschijnlijke prijsniveaus van de invoer uit de VRC zonder antidumpingmaatregelen en de gevolgen daarvan voor de bedrijfstak van de Unie, met inbegrip van het schade veroorzakende niveau van prijsonderbieding, en de toename van de invoer uit de VRC na de tijdelijke nietigverklaring van de antidumpingrechten.

7.1.   Productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC

(384)

Zoals uiteengezet in de overwegingen 286 tot en met 288, is er in de VRC een aanzienlijke productiecapaciteit en reservecapaciteit om de uitvoer naar de markt van de Unie snel te verhogen indien de antidumpingmaatregelen zouden vervallen. Zoals vastgesteld in overweging 287, bedraagt de onbenutte capaciteit die in 2022 in de VRC beschikbaar was bijna 20 miljoen eenheden, wat bijna overeenkomt met het totale verbruik op de markt van de Unie.

7.2.   Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie en prijzen bij uitvoer naar de markten van derde landen

(385)

Zoals uiteengezet in de overwegingen 289 tot en met 291, is de markt van de Unie — na de Verenigde Staten de grootste markt ter wereld — zowel vanwege haar prijzen als haar omvang een aantrekkelijke markt. In 2023 was het prijsniveau van de Chinese uitvoer naar de Unie aanzienlijk hoger dan de gemiddelde Chinese prijzen bij uitvoer naar andere belangrijke bestemmingen, waaronder de VS. Bovendien bleef de invoer uit de VRC in de Unie, ondanks de geldende antidumpingmaatregelen, tijdens het oorspronkelijke onderzoek ongeveer 30 % van de omvang van de invoer bedragen.

7.3.   Mogelijke absorptiecapaciteit van markten van derde landen

(386)

Zoals uiteengezet in overweging 292, zijn op de meeste markten van derde landen die belangrijke afnemers van vrachtwagenbanden zijn, handelsbeschermende maatregelen van toepassing op de uitvoer van het soortgelijke product uit de VRC. Dit maakt deze markten minder aantrekkelijk voor de Chinese producenten-exporteurs. Dit is een aanvullend element dat ondersteuning biedt aan de bevinding dat de huidige productiecapaciteit van de VRC zeer waarschijnlijk op de markt van de Unie zou terechtkomen indien de maatregelen zouden worden ingetrokken.

7.4.   Waarschijnlijke prijsniveaus van de invoer uit de VRC zonder antidumpingmaatregelen en de gevolgen daarvan voor de bedrijfstak van de Unie, met inbegrip van het schadeveroorzakende niveau van prijsonderbieding

(387)

Zoals tabel 4 laat zien, bedroegen de prijzen van de invoer in de Unie uit de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek 218 EUR/eenheid, wat aanzienlijk lager is dan de gemiddelde verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie — 281 EUR/eenheid zoals weergegeven in tabel 9 — en ook onder de productiekosten van die bedrijfstak ligt (260 EUR/eenheid).

(388)

Daarom is het waarschijnlijk dat de invoer uit de VRC zonder antidumpingrechten de prijzen in de Unie aanzienlijk zou onderbieden.

7.5.   Toename van de invoer uit de VRC na de gedeeltelijke nietigverklaring van de antidumpingrechten

(389)

Zoals tabel 3 laat zien en in overweging 306 wordt uiteengezet, was de toename van de invoer uit de VRC bijzonder groot in 2022, toen de oorspronkelijke maatregelen gedeeltelijk nietig werden verklaard door het Gerecht van de Europese Unie.

(390)

Dit wijst erop dat de Chinese producenten-exporteurs geïnteresseerd blijven in de markt van de Unie en dat de invoer waarschijnlijk opnieuw zou toenemen als de maatregelen zouden worden ingetrokken.

(391)

In zijn opmerkingen over de opening van het onderzoek voerde Hankook Group aan dat de ontwikkelingen van de invoer erop wijzen dat er geen dreiging van voortzetting of herhaling van schade is. Volgens Hankook Group kan het huidige marktaandeel van de invoer uit de VRC geen significante gevolgen hebben voor de toekomst van de bedrijfstak van de Unie. Hankook Group voerde ook aan dat de verhoogde Chinese productiecapaciteit niet bestemd was voor de markt van de Unie maar voor andere markten.

(392)

De Commissie deelde dit standpunt niet. Ook al beschermen de huidige rechten de bedrijfstak van de Unie tot op zekere hoogte tegen de invoer met dumping uit de VRC, toch kon de invoer uit de VRC zijn marktaandeel tijdens de beoordelingsperiode vergroten. Gezien de Chinese prijsniveaus zonder rechten en de beschikbare reservecapaciteit in de VRC is het waarschijnlijk dat het marktaandeel van de invoer uit de VRC aanzienlijk zal toenemen als de maatregelen zouden vervallen. Ook werd het argument dat de toegenomen Chinese capaciteit tijdens de beoordelingsperiode hoofdzakelijk op andere markten was gericht, niet gestaafd. Zelfs als dit juist was, is de Commissie van mening dat de markt van de Unie aantrekkelijk blijft voor invoer uit de VRC.

(393)

Derhalve werden deze argumenten afgewezen.

(394)

Na de mededeling van de definitieve bevindingen betoogde Hankook dat er onvoldoende bewijs is dat herhaling van schade waarschijnlijk is. Hankook voerde met name aan dat de toename van de invoer in 2022 niet kan worden gekoppeld aan de gedeeltelijke nietigverklaring van de maatregelen in 2022 en niet indicatief is voor het gedrag van de Chinese producenten-exporteurs. Hankook betoogde tevens dat er geen sprake was van prijsonderbieding in segment 3, dat de Chinese producenten hun winst eerder zouden verhogen dan dat zij hun prijzen zouden verlagen indien de maatregelen zouden komen te vervallen, en dat, aangezien de markt van de Unie slechts 4 % van het totale Chinese uitvoervolume vertegenwoordigde, de markt van de Unie niet als aantrekkelijk kan worden beschouwd.

(395)

De Commissie was het niet met deze argumenten eens. Ten eerste heeft de gedeeltelijke nietigverklaring van de maatregelen door het Gerecht de markt wel degelijk een signaal gegeven over de mogelijkheid van gedeeltelijke intrekking en bijgevolg terugbetaling van rechten, waardoor de invoer potentieel aantrekkelijker werd. Ten tweede is, zoals uiteengezet in de overwegingen 316 en 379, de premisse van het argument dat er in geen sprake is van onderbieding in segment 3, onjuist. Ten derde heeft Hankook geen bewijsmateriaal verstrekt ter ondersteuning van zijn argument dat de Chinese producenten eerder hun winst zouden verhogen dan dat zij hun prijzen zouden verlagen indien de maatregelen zouden komen te vervallen. Ten slotte kan het huidige niveau van de Chinese uitvoer naar de Unie waarbij rechten van toepassing zijn, geen afbreuk doen aan het feit dat de markt van de Unie aantrekkelijk blijft vanwege de in de overwegingen 289-291 en 385 vermelde redenen. Dit argument wordt derhalve afgewezen.

7.6.   Conclusie betreffende de waarschijnlijkheid van herhaling van de schade

(396)

Gezien het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot een aanzienlijke toename van invoer met dumping uit de VRC tegen schadeveroorzakende prijzen, waardoor de schadesituatie van de bedrijfstak van de Unie nog verder zou verergeren.

8.   BELANG VAN DE UNIE

(397)

Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of handhaving van de bestaande antidumpingmaatregelen in strijd is met het belang van de Unie in haar geheel. Het belang van de Unie werd vastgesteld op basis van een beoordeling van alle betrokken belangen, waaronder die van de bedrijfstak van de Unie, de importeurs en de eindgebruikers.

8.1.   Belang van de bedrijfstak van de Unie

(398)

Producenten in de Unie die meer dan 25 % van het productievolume in de Unie vertegenwoordigen, hebben aan het onderzoek meegewerkt.

(399)

Uit het onderzoek is gebleken dat de bedrijfstak van de Unie zich in een kwetsbare situatie bevond waarin hij de kostenstijgingen niet volledig kon doorberekenen in zijn verkoopprijzen en waarin zijn winstmarges waren afgenomen.

(400)

De Commissie concludeert dat, aangezien de bedrijfstak van de Unie reeds schade lijdt en het zeer waarschijnlijk is dat bij het vervallen van de maatregelen de invoer met dumping uit de VRC tegen schadeveroorzakende prijzen zal toenemen, de prijsdruk op de markt van de Unie zal toenemen en de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade nog verder zal verergeren.

(401)

Voortzetting van de maatregelen is derhalve duidelijk in het belang van de bedrijfstak van de Unie.

8.2.   Belang van de niet-verbonden importeurs en gebruikers

(402)

Geen enkele importeur of gebruiker heeft aan het onderzoek medewerking verleend.

(403)

In het oorspronkelijke onderzoek werd geconcludeerd dat de maatregelen weliswaar niet in het belang waren van importeurs die het hoofdzakelijk moeten hebben van de invoer van zeer goedkope banden uit de VRC, maar dat importeurs met een bredere portefeuille waarschijnlijk geen ernstige gevolgen zouden ondervinden van het herstel van eerlijke mededinging.

(404)

Bij gebrek aan nieuw bewijsmateriaal kwam de Commissie derhalve tot de conclusie dat, net als in het oorspronkelijke onderzoek, de handhaving van maatregelen geen significante gevolgen zal hebben voor importeurs of gebruikers.

8.3.   Andere belangen

(405)

In het oorspronkelijke onderzoek werd vastgesteld dat maatregelen ter bescherming van de fabrikanten van kwaliteitsbanden van de bedrijfstak van de Unie die nieuwe banden van hoge kwaliteit produceren die zijn ontworpen om een lange levenscyclus te hebben en van een nieuw loopvlak te kunnen worden voorzien, en ook van loopvlakvernieuwingsbedrijven die actief zijn in segment 3, in het belang zijn van het beleid van de Unie om afval te verminderen en grondstoffen op duurzame wijze te beheren. Aangezien bovendien vooral kmo’s actief zijn in de loopvlakvernieuwingsindustrie, zou de instelling van maatregelen ook stroken met de belangrijke doelstelling van de Commissie om kleine en middelgrote ondernemingen te steunen (122).

(406)

In het oorspronkelijke onderzoek hadden loopvlakleveranciers opmerkingen ingediend ter ondersteuning van de instelling van antidumpingmaatregelen, waarbij zij aanvoerden dat dergelijke maatregelen van essentieel belang zijn voor het voortbestaan van de loopvlakvernieuwingsindustrie en dat hun ondernemingen zonder loopvlakvernieuwingsactiviteiten ernstig zouden worden getroffen. De Commissie heeft vervolgens geconcludeerd dat maatregelen in het belang van loopvlakleveranciers zouden zijn.

(407)

Bij gebrek aan nieuw bewijsmateriaal kwam de Commissie derhalve tot de conclusie dat, net als in het oorspronkelijke onderzoek, de maatregelen in het belang van loopvlakleveranciers zouden zijn.

8.4.   Conclusie inzake belang van de Unie

(408)

Op basis van het bovenstaande kwam de Commissie tot de conclusie dat er op grond van artikel 21 van de basisverordening geen dwingende redenen waren om aan te nemen dat handhaving van de bestaande maatregelen ten aanzien van de invoer van banden van oorsprong uit de Volksrepubliek China niet in het belang van de Unie zou zijn.

9.   ANTIDUMPINGMAATREGELEN

(409)

Op basis van de conclusies van de Commissie over voortzetting van dumping, herhaling van schade en het belang van de Unie moeten de antidumpingmaatregelen ten aanzien van banden uit de VRC worden gehandhaafd.

(410)

Om het risico op ontwijking als gevolg van het verschil in rechten zo veel mogelijk te beperken, zijn speciale maatregelen nodig om de toepassing van de individuele antidumpingrechten te garanderen. De heffing van individuele antidumpingrechten is enkel van toepassing op vertoon van een geldige handelsfactuur aan de douaneautoriteiten van de lidstaten. De factuur moet voldoen aan de in artikel 1, lid 3, van deze verordening vastgestelde vereisten. Tot een dergelijke factuur is voorgelegd, moet de invoer worden onderworpen aan het antidumpingrecht dat van toepassing is op “alle andere ondernemingen”.

(411)

Hoewel de douaneautoriteiten van de lidstaten over deze factuur moeten beschikken om ten aanzien van de invoer de individuele antidumpingrechten te kunnen toepassen, is overlegging van die factuur niet de enige factor waarmee de douaneautoriteiten rekening moeten houden. Zelfs als aan hen een factuur wordt overgelegd die voldoet aan alle vereisten van artikel 1, lid 3, van deze verordening, moeten de douaneautoriteiten van de lidstaten namelijk hun gebruikelijke controles uitvoeren en kunnen zij, net als in alle andere gevallen, aanvullende documenten (vervoersdocumenten enz.) verlangen om de juistheid van de gegevens in de aangifte te controleren en te waarborgen dat het lagere recht vervolgens terecht wordt toegepast, in overeenstemming met de douanewetgeving.

(412)

Indien de uitvoer door een van de ondernemingen waarvoor een lager individueel recht geldt, na de instelling van de maatregelen in kwestie aanzienlijk toeneemt, kan dit op zich worden beschouwd als een verandering in de structuur van het handelsverkeer als gevolg van de instelling van maatregelen in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening. In dergelijke omstandigheden kan, mits aan de voorwaarden is voldaan, een onderzoek naar ontwijking van maatregelen worden geopend. Hierbij kan onder meer worden onderzocht of het nodig is een individueel recht of individuele rechten in te trekken en in plaats daarvan het voor het gehele land geldende recht in te stellen.

(413)

De individuele antidumpingrechten voor ondernemingen die in deze verordening worden genoemd, zijn uitsluitend van toepassing op de invoer van het onderzochte product voor zover het van oorsprong is uit de Volksrepubliek China en is geproduceerd door de specifiek vermelde rechtspersonen. Op de invoer van het onderzochte product dat is geproduceerd door andere ondernemingen die in het dispositief van deze verordening niet uitdrukkelijk worden genoemd, met inbegrip van entiteiten die met de specifiek genoemde ondernemingen zijn verbonden, is het recht van toepassing dat geldt voor “alle andere ondernemingen”. Die invoer mag niet worden onderworpen aan de individuele antidumpingrechten.

(414)

Een onderneming die later haar naam wijzigt, kan verzoeken om verdere toepassing van deze individuele antidumpingrechten. Dit verzoek moet worden ingediend bij de Commissie (123). Het moet alle relevante informatie bevatten waaruit blijkt dat de wijziging geen invloed heeft op het recht van de onderneming om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is. Als de naamswijziging van de onderneming niet van invloed is op haar recht om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is, zal een verordening over de naamswijziging worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(415)

Alle belanghebbenden zijn in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan het voornemen bestond om handhaving van de bestaande maatregelen aan te bevelen. Zij konden hierover tevens binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken.

(416)

Indien een bedrag moet worden terugbetaald naar aanleiding van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, geldt ingevolge artikel 109 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad als rentevoet de rente die de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties hanteert, zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie op de eerste kalenderdag van elke maand.

(417)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of voor vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 4011 20 90 en ex 4012 12 00 (Taric-code 4012 12 00 10) en van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

2.   De definitieve antidumpingrechten die van toepassing zijn in EUR per eenheid van het in lid 1 omschreven en door de hieronder vermelde ondernemingen vervaardigde product, zijn als volgt:

Land van oorsprong

Onderneming

Antidumpingrecht

Aanvullende Taric-code

VRC

Xingyuan Tire Group Co. Ltd; Guangrao Xinhongyuan Tyre Co., Ltd

4,48

C331

VRC

GITI Radial Tire (Anhui) Company Ltd.; GITI Tire (Fujian) Company Ltd.; GITI Tire (Hualin) Company Ltd.; GITI Tire (Yinchuan) Company Ltd.

35,74

C332

VRC

Chongqing Hankook Tire Co., Ltd; Jiangsu Hankook Tire Co., Ltd

17,37

C334

VRC

Aeolus Tyre Co., Ltd, Aeolus Tyre (Taiyuan) Co., Ltd; Qingdao Yellow Sea Rubber Co., Ltd; Pirelli Tyre Co., Ltd

0

C877

VRC

Zhongce Rubber Group Co., Ltd

0

C379

VRC

Weifang Yuelong Rubber Co., Ltd

4,48

C875

VRC

Hefei Wanli Tire Co., Ltd

4,48

C876

VRC

Alle andere ondernemingen waarop herinstelling ingevolge Verordening (EU) 2023/737 (124) betrekking heeft, opgenomen in bijlage I

10,29

 

VRC

Andere meewerkende ondernemingen opgenomen in bijlage II

21,62

 

VRC

Andere meewerkende ondernemingen opgenomen in bijlage III

0

 

 

Alle overige invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China

4,48

C999

3.   De individuele rechten die zijn vastgesteld voor de in lid 2 of in bijlage I, II of III vermelde ondernemingen zijn uitsluitend van toepassing indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur wordt overgelegd die een verklaring bevat die is gedateerd en ondertekend door een met naam en functie geïdentificeerde medewerker van de entiteit die deze factuur heeft opgesteld, en die als volgt luidt: “Ondergetekende verklaart dat het (aantal eenheden) van het (onderzochte product) dat naar de Europese Unie wordt uitgevoerd en waarop deze factuur betrekking heeft, is vervaardigd door (naam en adres van de onderneming) (aanvullende Taric-code) in [betrokken land]. Ondergetekende verklaart dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is.”. Als een dergelijke factuur niet wordt overgelegd, wordt het recht toegepast dat voor “alle andere ondernemingen”geldt.

4.   Artikel 1, lid 2, kan worden gewijzigd om nieuwe producenten-exporteurs uit de Volksrepubliek China toe te voegen en hen te onderwerpen aan het passende gewogen gemiddelde antidumpingrecht voor niet in de steekproef opgenomen meewerkende ondernemingen. Een nieuwe producent-exporteur toont met bewijs aan dat:

a)

hij de in artikel 1, lid 1, beschreven goederen van oorsprong uit de Volksrepubliek China tussen 1 juli 2016 en 30 juni 2017 (het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek) niet heeft uitgevoerd;

b)

hij niet verbonden is met een exporteur of producent op wie de bij deze verordening ingestelde maatregelen van toepassing zijn, en die hebben meegewerkt of hadden kunnen meewerken aan het onderzoek dat tot het recht heeft geleid, en

c)

hij het onderzochte product van oorsprong uit de Volksrepubliek China daadwerkelijk heeft uitgevoerd dan wel een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om een aanzienlijke hoeveelheid naar de Unie uit te voeren na het verstrijken van het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek.

5.   Wanneer goederen zijn beschadigd voordat zij in het vrije verkeer worden gebracht en de werkelijk betaalde of te betalen prijs derhalve met het oog op de vaststelling van de douanewaarde overeenkomstig artikel 131, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie (125) verhoudingsgewijs is verminderd, wordt het op basis van bovenbedoeld bedrag berekende antidumpingrecht met hetzelfde percentage verminderd als de werkelijk betaalde of te betalen prijs.

6.   In het geval van wijziging of opheffing van de bij artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1690 van de Commissie (126) ingestelde definitieve compenserende rechten worden de in lid 2 [of in de bijlagen I en II] vermelde rechten in gelijke mate verhoogd tot maximaal de geconstateerde werkelijke dumpingmarge of de geconstateerde schademarge, zoals passend per onderneming en vanaf de inwerkingtreding van deze verordening.

Indien het compenserende recht voor bepaalde producenten-exporteurs in mindering is gebracht op het antidumpingrecht, leiden verzoeken om terugbetaling uit hoofde van artikel 21 van Verordening (EU) 2016/1037 ook tot een beoordeling van de dumpingmarge die gedurende het onderzoektijdvak voor de terugbetaling op die producent-exporteur van toepassing is. Het bedrag dat aan de indiener van het verzoek moet worden terugbetaald, mag niet hoger zijn dan het verschil tussen het geïnde recht en de gecombineerde compenserende en antidumpingrechten zoals vastgesteld in het terugbetalingsonderzoek.

7.   Tenzij anders vermeld zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 15 januari 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)  Verordening (EU) 2018/683 van de Commissie van 4 mei 2018 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of voor vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/163 (PB L 116 van 7.5.2018, blz. 8).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1579 van de Commissie van 18 oktober 2018 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/163 (PB L 263 van 22.10.2018, blz. 3).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1690 van de Commissie van 9 november 2018 tot instelling van een definitief compenserend recht op bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of voor vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1579 van de Commissie tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/163 (PB L 283 van 12.11.2018, blz. 1).

(5)  Arrest van het Gerecht (Tiende kamer — uitgebreid) van 4 mei 2022, China Rubber Industry Association (CRIA) en China Chamber of Commerce of Metals, Minerals & Chemicals Importers & Exporters (CCCMC)/Commissie, T-30/19 en T-72/19, ECLI:EU:T:2022:226.

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) 2023/737 van de Commissie van 4 april 2023 tot het opnieuw instellen van een definitief antidumpingrecht op bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of voor vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, naar aanleiding van het arrest van het Gerecht in de gevoegde zaken T-30/19 en T-72/19 (PB L 96 van 5.4.2023, blz. 9).

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2023/738 van de Commissie van 4 april 2023 tot het opnieuw instellen van een definitief compenserend recht op bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of voor vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, naar aanleiding van het arrest van het Gerecht in de gevoegde zaken T-30/19 en T-72/19 (PB L 96 van 5.4.2023, blz. 45).

(8)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2217 van de Commissie van 6 september 2024 tot beëindiging van het gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek van de antisubsidiemaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of voor vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

(9)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2219 van de Commissie van 6 september 2024 tot beëindiging van het gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of voor vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

(10)   PB C 29 van 26.1.2023, blz. 45.

(11)  Bericht van opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of voor vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB C 379 van 20.10.2023).

(12)  De indeling in segmenten wordt toegelicht in punt 2.4.

(13)   https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-view?caseId=2687.

(14)  Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1).

(15)  Werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld “Significant Distortions in the Economy of the People’s Republic of China for the purposes of Trade Defence Investigations”, 20 december 2017, SWD(2017) 483 final/2.

(16)  Uitvoeringsverordening (EU) 2022/433 van de Commissie van 15 maart 2022 tot instelling van definitieve compenserende rechten op koudgewalste platte producten van roestvrij staal van oorsprong uit India en Indonesië en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2012 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op koudgewalste platte producten van roestvrij staal van oorsprong uit India en Indonesië (PB L 88 van 16.3.2022, blz. 24).

(17)  Uitvoeringsverordening (EU) 2022/802 van de Commissie van 20 mei 2022 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op producten van elektrolytisch verchroomd staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Brazilië (PB L 143 van 23.5.2022, blz. 11).

(18)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1805 van de Commissie van 12 oktober 2021 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op walsdraad van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 364 van 13.10.2021, blz. 14).

(19)  Uitvoeringsverordening (EU) 2022/558 van de Commissie van 6 april 2022 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaalde grafietelektrodesystemen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 108 van 7.4.2022, blz. 20).

(20)  Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1394 van de Commissie van 11 augustus 2022 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op silicium van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot silicium verzonden vanuit de Republiek Korea en Taiwan, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit de Republiek Korea of Taiwan, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 211 van 12.8.2022, blz. 86).

(21)  Uitvoeringsverordening (EU) 2023/934 van de Commissie van 11 mei 2023 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op garens met een hoge sterktegraad van polyesters van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, en een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 127 van 12.5.2023, blz. 1).

(22)  Werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld “Significant Distortions in the Economy of the People’s Republic of China for the purposes of Trade Defence Investigations”, 10 april 2024, SWD(2024) 91 final.

(23)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 2, blz. 7.

(24)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 2, blz. 7-8.

(25)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 2, blz. 10, 18.

(26)  Beschikbaar op: http://www.npc.gov.cn/zgrdw/englishnpc/Constitution/node_2825.htm (geraadpleegd op 8 april 2024).

(27)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 2, blz. 29-30.

(28)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 4, blz. 57, 92.

(29)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 6, blz. 149-150.

(30)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 6, blz. 153-171.

(31)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 7, blz. 204-205.

(32)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 8, blz. 207-208, 242-243.

(33)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 2, blz. 19-24, hoofdstuk 4, blz. 69, blz. 99-100, hoofdstuk 5, blz. 130-131.

(34)   https://www.sinochem.com/en/17197.html (geraadpleegd op 10 juli 2024).

(35)   https://q.stock.sohu.com/newpdf/202457883741.pdf (geraadpleegd op 10 juli 2024).

(36)   http://file.finance.sina.com.cn/211.154.219.97:9494/MRGG/CNSESH_STOCK/2024/2024-4/2024-04-30/10153300.PDF (geraadpleegd op 10 juli 2024).

(37)   https://q.stock.sohu.com/newpdf/202457251875.pdf (geraadpleegd op 10 juli 2024).

(38)   https://pdf.dfcfw.com/pdf/H2_AN202404151630237833_1.pdf?1713215477000.pdf (geraadpleegd op 10 juli 2024).

(39)  Artikel 33 van de statuten van de CCP, artikel 19 van het Chinese vennootschapsrecht. Zie geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 3, blz. 47-50.

(40)   https://www.gov.cn/zhengce/zhengceku/2022-04/08/content_5683972.htm (geraadpleegd op 10 juli 2024).

(41)   https://huanbao.bjx.com.cn/news/20211201/1191133.shtml (geraadpleegd op 10 juli 2024).

(42)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 2, blz. 24-27.

(43)   https://www.cria.org.cn/c/member (geraadpleegd op 10 juli 2024).

(44)   https://ccb.cria.org.cn/;https://tyre.cria.org.cn/c/id/1772857864279343106; https://www.cria.org.cn/c/id/1760859134713970690 (geraadpleegd op 25 september 2024).

(45)   Ibidem.

(46)   https://tyre.cria.org.cn/c/id/1772857864279343106 (geraadpleegd op 25 september 2024).

(47)   Ibidem.

(48)   https://www.ty-tyre.com/news/industry/2024/0124/739.html (geraadpleegd op 25 september 2024).

(49)   https://q.stock.sohu.com/newpdf/202457251875.pdf, blz. 14 (geraadpleegd op 25 september 2024).

(50)   http://file.finance.sina.com.cn/211.154.219.97:9494/MRGG/CNSESH_STOCK/2024/2024-4/2024-04-30/10153300.PDF, blz. 9 (geraadpleegd op 25 september 2024).

(51)   https://pdf.dfcfw.com/pdf/H2_AN202404151630237833_1.pdf?1713215477000.pdf, blz. 41 (geraadpleegd op 25 september 2024).

(52)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 3, blz. 40.

(53)  Zie bijvoorbeeld: Blanchette, J. — Xi’s Gamble: The Race to Consolidate Power and Stave off Disaster; Foreign Affairs, vol. 100, nr. 4, juli/augustus 2021, blz. 10-19.

(54)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 3, blz. 41.

(55)  Beschikbaar op: https://www.reuters.com/article/us-china-congress-companies-idUSKCN1B40JU (geraadpleegd op 26 september 2024).

(56)   https://asia.nikkei.com/Business/Companies/China-s-companies-rewrite-rules-to-declare-Communist-Party-ties#:~:text=HONG%20KONG%20--%20China's%20Communist%20Party%20congress%20underlined%20fears%20that (geraadpleegd op 26 september 2024).

(57)  Richtsnoeren van het Algemeen Bureau van het Centraal Comité van de CCP om in het nieuwe tijdperk de activiteiten van het Eenheidsfront in de particuliere sector op te voeren: www.gov.cn/zhengce/2020-09/15/content_5543685.htm (geraadpleegd op 10 juli 2024).

(58)  Financial Times (2020) — Chinese Communist Party asserts greater control over private enterprise: https://on.ft.com/3mYxP4j (geraadpleegd op 10 juli 2024).

(59)   https://www.gov.cn/zhengce/zhengceku/2021-12/29/5665166/files/90c1c79a00b44c67b59c29392476c862.pdf (geraadpleegd op 10 juli 2024).

(60)   https://www.cria.org.cn/c/member (geraadpleegd op 10 juli 2024).

(61)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 14, punten 14.1-14.3.

(62)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 4, blz. 56-57, 99-100.

(63)   https://www.gov.cn/zhengce/zhengceku/2021-12/29/5665166/files/90c1c79a00b44c67b59c29392476c862.pdf (geraadpleegd op 26 september 2024).

(64)   https://www.gov.cn/zhengce/zhengceku/2021-12/29/5665166/files/90c1c79a00b44c67b59c29392476c862.pdf (geraadpleegd op 10 juli 2024).

(65)  14e vijfjarenplan van de provincie Anhui betreffende de ontwikkeling van de bedrijfstak voor nieuwe materialen, bekendgemaakt op 28 februari 2022, afdeling III, tabel 6.

(66)   Ibidem.

(67)   https://gxt.gansu.gov.cn/gxt/c106992/202201/1959993/files/bc8a41db8b904e55b5bd7017eb42d119.pdf (geraadpleegd op 26 september 2024).

(68)   Ibidem.

(69)   https://huanbao.bjx.com.cn/news/20211115/1187880.shtml (geraadpleegd op 26 september 2024).

(70)   http://gxt.jl.gov.cn/xxgk/zcwj/sgxtwj/202109/t20210914_8217060.html (geraadpleegd op 26 september 2024).

(71)   https://q.stock.sohu.com/newpdf/202457883741.pdf, blz. 146 (geraadpleegd op 10 juli 2024).

(72)   https://q.stock.sohu.com/newpdf/202457251875.pdf, blz. 145 (geraadpleegd op 10 juli 2024).

(73)   http://file.finance.sina.com.cn/211.154.219.97:9494/MRGG/CNSESH_STOCK/2024/2024-4/2024-04-30/10153300.PDF, blz. 190 (geraadpleegd op 10 juli 2024).

(74)   https://pdf.dfcfw.com/pdf/H2_AN202404151630237833_1.pdf?1713215477000.pdf, blz. 193 (geraadpleegd op 10 juli 2024).

(75)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 6, blz. 171-179.

(76)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 9, blz. 260-261.

(77)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 9, blz. 257-260.

(78)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 9, blz. 252-254.

(79)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 13, blz. 360-361, 364-370.

(80)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 13, blz. 366.

(81)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 13, blz. 370-373.

(82)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 6, blz. 137-140.

(83)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 6, blz. 146-149.

(84)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 6, blz. 149.

(85)  Zie het officiële beleidsdocument van de China Banking and Insurance Regulatory Commission van 28 augustus 2020: Driejarig actieplan ter verbetering van de corporate governance in de bank- en verzekeringssectoren (2020-2022): http://www.cbirc.gov.cn/cn/view/pages/ItemDetail.html?docId=925393&itemId=928 (geraadpleegd op 8 april 2024). In het plan wordt opgedragen “verder te handelen in de geest van de keynotespeech van secretaris-generaal Xi Jinping over de te boeken vooruitgang bij de hervorming van de corporate governance in de financiële sector”. Bovendien is afdeling II van het plan gericht op het bevorderen van de organische integratie van de partijleiding in corporate governance: “[w]ij laten de integratie van het leiderschap van de Partij in het ondernemingsbestuur systematischer, gestandaardiseerder en meer op basis van procedures verlopen [...] Belangrijke operationele en beheersaangelegenheden moeten door het partijcomité zijn besproken voordat de raad van bestuur of de directie hierover een besluit neemt.”

(86)  Zie de Mededeling van de CBIRC over de methode voor de beoordeling van de prestaties van handelsbanken, gepubliceerd op 15 december 2020: http://jrs.mof.gov.cn/gongzuotongzhi/202101/t20210104_3638904.htm (geraadpleegd op 10 juli 2024).

(87)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 6, blz. 157-158.

(88)  Geactualiseerd rapport — Hoofdstuk 6, blz. 150-152, 156-160, 165-171.

(89)  OESO (2019), OECD Economic Surveys: China 2019, OECD Publishing, Parijs, blz. 29, beschikbaar op:

https://doi.org/10.1787/eco_surveys-chn-2019-en (geraadpleegd op 10 juli 2024).

(90)   http://www.gov.cn/xinwen/2020-04/20/content_5504241.htm (geraadpleegd op 10 juli 2024).

(91)   https://business.sohu.com/a/709659690_121375869 (geraadpleegd op 26 september 2024).

(92)   https://baijiahao.baidu.com/s?id=1707938919540030050&wfr=spider&for=pc (geraadpleegd op 26 september 2024).

(93)   http://www.doublestar.com.cn/news/3966.html (geraadpleegd op 26 september 2024); http://www.doublestar.com.cn/news/3816.html (geraadpleegd op 26 september 2024).

(94)  World Bank Open Data — Upper Middle Income, https://data.worldbank.org/income-level/upper-middle-income.

(95)   https://www.globaltradealert.org/data_extraction.

(96)   http://qdd.oecd.org/subject.aspx?Subject=ExportRestrictions_IndustrialRawMaterials.

(97)   https://www.globaltradealert.org/data_extraction.

(98)   https://www.macmap.org/.

(99)   Demonstracoes-Financeiras-Anuais-Completas-Vipal-Borrachas-2022-12-31-FhFCcWCt.pdf.

(100)   brisa.com.tr/yatirimci-iliskileri/sunumlar-ve-raporlar/finansal-tablolar-ve-bagimsiz-denetci-raporu/.

(101)  Ministerie van Handel van de Verenigde Staten, Decision Memorandum for the Preliminary Results of the Antidumping Duty Administrative Review of Certain Passenger Vehicle and Light Truck Tires from the People’s Republic of China; 2021-2022, blz. 15.

(102)   www.toyotiresasia.com/about-us: “Momenteel biedt TOYO TIRES een assortiment banden waaronder PROXES-autobanden die zijn ontworpen om een hoog kilometrage en sterke prestaties te leveren, en OPEN COUNTRY-banden voor SUV’s en 4x4-auto’s om te voldoen aan de behoeften van zowel on-road- als off-road-gebruikers in Maleisië”.

(103)  Statista is een mondiaal platform voor gegevens en bedrijfsinformatie met een omvangrijke verzameling statistieken, verslagen en inzichten.

(104)   Finansal Bilgiler (goodyear.eu).

(105)  Turks Instituut voor Statistiek: http://www.turkstat.gov.tr.

(106)  EMRA | Regelgevende autoriteit voor de energiemarkt: http://epdk.gov.tr.

(107)  Türkiye Investment Office: https://www.invest.gov.tr/en/investmentguide/pages/cost-of-doing-business.aspx.

(108)   www.gtis.com/gta/secure/default.cfm.

(109)  Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33). Volgens artikel 2, lid 7, van de basisverordening kunnen de binnenlandse prijzen in die landen niet worden gebruikt voor de vaststelling van de normale waarde.

(110)  Turks Instituut voor Statistiek — Werkelijke wekelijkse werktijd en maandelijkse gemiddelde loonkosten per economische activiteit en werkelijke wekelijkse werktijd en maandelijkse gemiddelde loonkosten per CAO en bedrijfsgrootteklasse: https://data.tuik.gov.tr/Kategori/GetKategori?p=istihdam-issizlik-ve-ucret-108&dil=2 (laatstelijk geraadpleegd op 18 juli 2024). De betreffende bestanden zijn voor belanghebbenden te vinden in het dossier onder referentienummer: t24.005240.

(111)  Turks Instituut voor Statistiek — Indexcijfers van de loonkosten: https://data.tuik.gov.tr/Bulten/Index?p=Labour-Input-Indices-Quarter-I:-January-March,-2024-53682 (laatstelijk geraadpleegd op 18 juli 2024). De betreffende bestanden zijn voor belanghebbenden te vinden in het dossier onder referentienummer: t24.005240.

(112)  Energy Market Regulation Authority (EMRA): https://www.epdk.gov.tr/Detay/Icerik/3-0-39/kurul-kararlari- (laatstelijk geraadpleegd op 18 juli 2024). De betreffende bestanden zijn voor belanghebbenden te vinden in het dossier onder referentienummer: t24.005240.

(113)  Turks Instituut voor Statistiek — Aardgasprijzen voor de industrie per verbruikscategorie voor de periode januari-juni 2022: https://data.tuik.gov.tr/Bulten/Index?p=Electricity-and-Natural-Gas-Prices-Period-I:-January-June,-2022-45567 (laatstelijk geraadpleegd op 18 juli 2024). De betreffende bestanden zijn voor belanghebbenden te vinden in het dossier onder referentienummer: t24.005240.

(114)  Turks Instituut voor Statistiek — Binnenlandse producentenprijsindex en wijzigingssnelheid: https://data.tuik.gov.tr/Bulten/Index?p=Domestic-Producer-Price-Index-June-2024-53691 (laatstelijk geraadpleegd op 18 juli 2024). De betreffende bestanden zijn voor belanghebbenden te vinden in het dossier onder referentienummer: t24.005240.

(115)  Investeringsbureau van het presidentschap van de Republiek Turkije: https://www.invest.gov.tr/en/investmentguide/pages/cost-of-doing-business.aspx — Sectie Kosten van zakendoen (laatstelijk geraadpleegd op 18 juli 2024). Een screenshot van de betreffende gegevens is voor belanghebbenden te vinden in het dossier onder referentienummer: t24.005240.

(116)  Arrest van het Gerecht van 21 februari 2024, Sinopec, T-762/20, EU:T:2024:113, punt 65.

(117)  Informatie gepubliceerd op verschillende websites, waaronder https://finance.yahoo.com/news/synthetic-rubber-market-growth-trends-133000080.html of: https://tracanada.ca/actualit%C3%A9s-industrie/china-tire-industry-still-recovering-from-covid-lockdowns/?lang=fr.

(118)   (camex.gov.br) RESOLUÇÃO GECEX No 198, DE 3 DE MAIO DE 2021 - RESOLUÇÃO GECEX No 198, DE 3 DE MAIO DE 2021 - DOU - Imprensa Nacional (in.gov.br).

(119)   20220912111726_Report-700.pdf (itac.org.za).

(120)  Gebaseerd op de informatie van het gegevensportaal voor handelsmaatregelen van de WTO, beschikbaar op: https://trade-remedies.wto.org/en alsmede van het portaal voor antidumpingmeldingen van de WTO, beschikbaar op: https://ad-notification.wto.org/.

(121)  Zie overweging 242 van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1579 van de Commissie van 18 oktober 2018 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/163 (PB L 263 van 22.10.2018, blz. 3).

(122)  Overweging 295 van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1579 van de Commissie van 18 oktober 2018 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/163 (PB L 263 van 22.10.2018, blz. 3.)

(123)  Europese Commissie, directoraat-generaal Handel, directoraat G, Wetstraat 170, 1040 Brussel, België.

(124)  Uitvoeringsverordening (EU) 2023/737 van de Commissie van 4 april 2023 tot het opnieuw instellen van een definitief antidumpingrecht op bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of voor vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, naar aanleiding van het arrest van het Gerecht in de gevoegde zaken T-30/19 en T-72/19 (PB L 96 van 5.4.2023, blz. 9).

(125)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558).

(126)  Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1690 van de Commissie van 9 november 2018 tot instelling van een definitief compenserend recht op bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of voor vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1579 van de Commissie tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaalde nieuwe of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber, van de soort gebruikt voor autobussen of vrachtwagens, met een belastingsindex van meer dan 121, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/163 (PB L 283 van 12.11.2018, blz. 1).


BIJLAGE I

Volksrepubliek China, meewerkende producenten-exporteurs ten aanzien waarvan na Verordening (EU) 2023/737 opnieuw rechten worden ingesteld

Land

Naam

Aanvullende TARIC-code

China

Chaoyang Long March Tyre Co., Ltd

C338

China

Triangle Tyre Co., Ltd

C375

China

Shandong Wanda Boto Tyre Co., Ltd

C366

China

Qingdao Doublestar Tire Industrial Co., Ltd

C347

China

Ningxia Shenzhou Tire Co., Ltd

C345

China

Guizhou Tyre Co., Ltd

C340

China

Shandong Huasheng Rubber Co., Ltd

C360

China

Prinx Chengshan (Shandong) Tire Co., Ltd

C346

China

Shandong Linglong Tyre Co., Ltd

C363

China

Shandong Jinyu Tire Co., Ltd

C362

China

Sailun Group Co., Ltd

C351

China

Shandong Kaixuan Rubber Co., Ltd

C353

China

Weifang Shunfuchang Rubber And Plastic Products Co., Ltd

C377

China

Shandong Hengyu Science & Technology Co., Ltd

C358

China

Jiangsu General Science Technology Co., Ltd

C341

China

Shanghai Huayi Group Corp. Ltd; Double Coin Group (Jiang Su) Tyre Co., Ltd

C878

China

Qingdao GRT Rubber Co., Ltd

C350

China

Chaoyang Long March Tyre Co., Ltd

C338


BIJLAGE II

Volksrepubliek China, meewerkende producenten-exporteurs die in het oorspronkelijke onderzoek niet in de steekproef waren opgenomen

Land

Naam

Aanvullende TARIC-code

China

Bayi Rubber Co., Ltd

C335

China

Bridgestone (Huizhou) Tire Co., Ltd

C336

China

Megalith Industrial Group Co., Ltd

C342

China

Michelin Shenyang Tire Co., Ltd

C343

China

Nanjing Kumho Tire Co., Ltd

C344

China

Qingdao Fudong Tyre Co., Ltd

C348

China

Qingdao Hairunsen Tyre Co., Ltd

C349

China

Shaanxi Yanchang Petroleum Group Rubber Co., Ltd

C352

China

Shandong Changfeng Tyres Co., Ltd

C354

China

Shandong Haohua Tire Co., Ltd

C355

China

Shandong Hengfeng Rubber & Plastic Co., Ltd

C357

China

Shandong Homerun Tires Co., Ltd

C359

China

Shandong Hugerubber Co., Ltd

C361

China

Shandong Mirage Tyres Co., Ltd

C364

China

Shandong Vheal Group Co., Ltd

C365

China

Shandong Wosen Rubber Co., Ltd

C367

China

Shandong Yongfeng Tyres Co., Ltd

C368

China

Shandong Yongsheng Rubber Group Co., Ltd; Shandong Santai Rubber Co., Ltd

C369

China

Shandong Yongtai Group Co., Ltd

C370

China

Shengtai Group Co., Ltd

C372

China

Toyo Tire (Zhucheng) Co., Ltd

C374

China

Weifang Goldshield Tire Co., Ltd

C376

China

Xuzhou Armour Rubber Company Ltd

C378


BIJLAGE III

Andere niet in de steekproef opgenomen Chinese producenten-exporteurs die hebben meegewerkt aan het antidumpingonderzoek, maar niet aan het oorspronkelijke antisubsidieonderzoek:

Land

Naam

Aanvullende TARIC-code

China

Briway Tire Co., Ltd.

C337

China

Goodyear Dalian Tire Company Limited

C339

China

Shandong Hawk International Rubber Industry Co., Ltd

C356

China

Sichuan Kalevei Technology Co., Ltd

C373

China

Zhongce Rubber Group Co., Ltd

C379


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/58/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)