|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/41 |
22.1.2025 |
VERORDENING (EU) 2025/41 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 19 december 2024
betreffende maatregelen voor de invoer, uitvoer en doorvoer van vuurwapens, essentiële onderdelen en munitie, tot uitvoering van artikel 10 van het Protocol van de Verenigde Naties tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, delen en onderdelen daarvan en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (VN-Vuurwapenprotocol)
(herschikking)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 33 en 207,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (1),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) nr. 258/2012 van het Europees Parlement en de Raad (2) moet op een aantal punten worden gewijzigd om te voorzien in gemeenschappelijke regels voor de invoer, uitvoer en doorvoer van vuurwapens, essentiële onderdelen, munitie, alarm- en seinwapens, onbruikbaar gemaakte vuurwapens, halffabricaten van vuurwapens, halffabricaten van essentiële onderdelen, en geluiddempers. Ter wille van de duidelijkheid dient tot herschikking van die verordening te worden overgegaan. |
|
(2) |
Overeenkomstig Besluit 2001/748/EG van de Raad (3) heeft de Commissie het Protocol van de Verenigde Naties tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, delen en onderdelen daarvan en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (4) (het “VN-Vuurwapenprotocol”) op 16 januari 2002 namens de Europese Unie ondertekend. |
|
(3) |
Het VN-Vuurwapenprotocol, dat als doel heeft de samenwerking tussen de staten die partij zijn te bevorderen, te vergemakkelijken en te intensiveren ten behoeve van de preventie, bestrijding en uitbanning van de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, delen en onderdelen daarvan en munitie, is op 3 juli 2005 in werking getreden. |
|
(4) |
Ter uitvoering van het VN-Vuurwapenprotocol heeft de Unie Verordening (EU) nr. 258/2012 vastgesteld. Het VN-Vuurwapenprotocol is door de Unie geratificeerd bij Besluit 2014/164/EU van de Raad (5). |
|
(5) |
Van staten die partij zijn bij het VN-Vuurwapenprotocol wordt verlangd dat zij administratieve procedures of systemen vaststellen of verbeteren om de vervaardiging, de markering, de invoer en de uitvoer van vuurwapens doeltreffend te controleren. |
|
(6) |
Het VN-vuurwapenprotocol noch deze verordening zijn van toepassing op transacties tussen staten onderling of op de overbrenging door staten in de gevallen waarin die toepassing het recht zou aantasten van een staat die partij is om in het belang van de nationale veiligheid maatregelen te nemen die met het Handvest van de Verenigde Naties verenigbaar zijn. |
|
(7) |
Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), dat verwijst naar de wezenlijke belangen van de veiligheid van de lidstaten die betrekking hebben op de productie van of de handel in wapenen, munitie en oorlogsmateriaal. Volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie kan die bepaling echter niet in die zin worden uitgelegd dat zij de lidstaten de mogelijkheid biedt om louter op grond van die belangen van de bepalingen van het VWEU af te wijken. De lidstaten die zich op de uit hoofde van artikel 346 VWEU toegestane afwijking wensen te beroepen, moeten namelijk bewijzen dat voor de bescherming van hun wezenlijke belangen van hun veiligheid noodzakelijk is om gebruik te maken van een dergelijke afwijking. Deze verordening heeft geen invloed op Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad (6). |
|
(8) |
Deze verordening moet stroken met de andere relevante bepalingen inzake vuurwapens, essentiële onderdelen, munitie, alarm- en seinwapens, onbruikbaar gemaakte vuurwapens, halffabricaten van vuurwapens, halffabricaten van essentiële onderdelen en geluiddempers voor militair gebruik, inzake veiligheidsstrategieën, illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en inzake uitvoer van militaire technologie, met inbegrip van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad (7) en Besluit (GBVB) 2021/38 van de Raad (8). |
|
(9) |
Deze verordening mag niet van toepassing zijn op transacties in vuurwapens, essentiële onderdelen, munitie, alarm- en seinwapens, onbruikbaar gemaakte vuurwapens, halffabricaten van vuurwapens, halffabricaten van essentiële onderdelen en geluiddempers die, in het directe of indirecte kader van contractuele betrekkingen of gestaafd door eindgebruikerscertificaten, bestemd zijn voor de strijdkrachten, de politie of de overheidsinstanties. De uitsluiting moet transacties omvatten in dergelijke goederen voor ontwikkeling, testen, productie, onderhoud of presentatie waarbij particuliere entiteiten betrokken zijn en waarbij het eindproduct uitsluitend is ontworpen voor de strijdkrachten, de politie of de overheidsinstanties of aan hen wordt geleverd. De uitsluiting mag niet van toepassing zijn op producten van categorie C die naar derde landen worden verzonden, zoals vuurwapens, essentiële onderdelen, munitie, alarm- en seinwapens, halffabricaten van vuurwapens, halffabricaten van essentiële onderdelen of geluiddempers. |
|
(10) |
Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van Richtlijn (EU) 2021/555 van het Europees Parlement en de Raad (9), die betrekking heeft op overbrengingen van vuurwapens voor civiel gebruik op het grondgebied van de Unie. Deze verordening is alleen van toepassing op de invoer in, op doorvoer en op de uitvoer uit, het douanegebied van de Unie. Daarom zijn vuurwapens, essentiële onderdelen, munitie, alarm- en seinwapens en onbruikbaar gemaakte vuurwapens die in het douanegebied van de Unie in het vrije verkeer worden gebracht, onderworpen aan de voorschriften van Richtlijn (EU) 2021/555. Deze verordening voorziet ook niet in regelgeving betreffende de eigendom van wapens noch betreffende vergunningen voor particuliere personen, handelaren of makelaars. Richtlijn (EU) 2021/555 voorziet in regels voor het verwerven en voorhanden hebben, met inbegrip van vergunningen voor particulieren, handelaren en makelaars. |
|
(11) |
Deze verordening laat de Unieregeling voor controle op de uitvoer, de tussenhandel, de technische bijstand, de doorvoer en de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik, zoals ingesteld bij Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad (10), onverlet. |
|
(12) |
Deze verordening doet geen afbreuk aan de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van beperkende maatregelen die zijn aangenomen bij een besluit of een gezamenlijk standpunt van de Raad, of die voortvloeien uit de verplichtingen die zijn opgelegd bij Gemeenschappelijk Standpunt 2003/468/GBVB van de Raad (11). |
|
(13) |
Deze verordening laat de uit Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (12) of Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie (13) voortvloeiende bevoegdheden onverlet. |
|
(14) |
Gezien de aard van de goederen waarop deze verordening betrekking heeft, kunnen sommige douanevereenvoudigingen, zoals mondelinge aangiften, niet worden toegepast. |
|
(15) |
Indien vuurwapens niet naar behoren zijn gemarkeerd overeenkomstig artikel 8 van het VN-Vuurwapenprotocol, moeten de lidstaten kunnen besluiten ingehouden vuurwapens op kosten van de importeur te vernietigen. |
|
(16) |
Vuurwapens, essentiële onderdelen en munitie mogen alleen worden aangegeven voor het vrije verkeer als zij naar behoren zijn gemarkeerd overeenkomstig Richtlijn (EU) 2021/555. In afwachting van die markering moeten importeurs de vuurwapens onder een andere douaneprocedure plaatsen, zoals douane-entrepots, actieve veredeling of vrije zones, waarbij zij aan de markeringsverplichting moeten voldoen, hetzij in hun eigen gebouwen, hetzij in andere goedgekeurde gebouwen, zoals nationale proefbanken, overeenkomstig de douanewetgeving van de Unie. Personen van wie de bedrijfsactiviteit bestaat in het vervaardigen, verhandelen, uitwisselen, verhuren, repareren, wijzigen of ombouwen van vuurwapens, essentiële onderdelen en munitie moet echter worden toegestaan vuurwapens, essentiële onderdelen en munitie onverwijld na het in het vrije verkeer brengen te markeren overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn (EU) 2021/555, aangezien die richtlijn hierin voorziet en voorkomt dat ongemerkte goederen in de handel worden gebracht. Die personen moeten echter voldoen aan de verplichting van artikel 8, lid 1, punt b), van het VN-Vuurwapenprotocol, waarin staat dat op vuurwapens invoermarkeringen moeten worden aangebracht. |
|
(17) |
Onbruikbaar gemaakte vuurwapens mogen alleen voor het vrije verkeer of tijdelijke invoer worden aangegeven in het geval van niet-gevestigde personen die daartoe bij deze verordening zijn gemachtigd, indien zij vergezeld gaan van het desbetreffende certificaat van onbruikbaarmaking en zijn gemarkeerd op grond van artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2403 van de Commissie (14). In afwachting van de ontvangst van dat certificaat of de correcte markering moeten importeurs de onbruikbaar gemaakte vuurwapens onder een andere douaneprocedure plaatsen, zoals douane-entrepots of vrije zones, waarbij zij de uit hoofde van artikel 15 van Richtlijn (EU) 2021/555 bevoegde autoriteiten moeten kunnen verzoeken de onbruikbaarmaking te controleren en het certificaat af te geven overeenkomstig artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2403. |
|
(18) |
Bij in- en uitvoer van alarm- en seinwapens en het verlenen van vergunningen daarvoor mogen alleen alarm- en seinwapens die voldoen aan de normen van Uitvoeringsrichtlijn (EU) 2019/69 van de Commissie (15), als alarm- en seinwapens worden beschouwd; anders moeten zij als vuurwapens worden beschouwd. Apparaten die gemakkelijk tot vuurwapens kunnen worden omgebouwd, moeten altijd als vuurwapens worden ingedeeld overeenkomstig de douanenomenclatuur, en door de douaneautoriteiten en de bevoegde autoriteiten als vuurwapens worden behandeld. Om het risico van omleiding te voorkomen, moet worden gezorgd voor consistentie in de praktijken van de nationale douaneautoriteiten met betrekking tot de indeling van apparaten die bij invoer als alarm- en seinwapens worden aangegeven. |
|
(19) |
Een invoervergunning moet vereist zijn voor de binnenkomst van vuurwapens, essentiële onderdelen en munitie in het douanegebied van de Unie. Gezien het hoge risico van illegale vervaardiging van vuurwapens uit ingevoerde onafgewerkte en ongemarkeerde producten mogen alleen handelaren en -makelaars met een vergunning worden gemachtigd om halffabricaten van vuurwapens en halffabricaten van essentiële onderdelen in te voeren. |
|
(20) |
Controles van het strafregister van aanvragers van invoervergunningen moeten even streng zijn als bij aanvragen van uitvoervergunningen, en de lidstaten moeten informatie over vermeldingen in het strafregister inwinnen via het bij Kaderbesluit 2009/315/JBZ van de Raad (16) ingestelde systeem. De bevoegde autoriteiten moeten controleren of de in te voeren vuurwapens als verloren, gestolen of anderszins gezocht met het oog op inbeslagneming zijn geregistreerd in het Schengeninformatiesysteem (SIS). Artikel 47 van Verordening (EU) 2018/1862 van het Europees Parlement en de Raad (17) voorziet in toegang tot SIS voor instanties die belast zijn met de registratie van vuurwapens. Voor de toepassing van deze verordening moeten bevoegde autoriteiten worden beschouwd als instanties die belast zijn met de registratie van vuurwapens. |
|
(21) |
Een strafblad met gedragingen die een in artikel 2, lid 2, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad (18) vermeld strafbaar feit vormen, moet een reden zijn om de invoer van vuurwapens, essentiële onderdelen en munitie, alarm- en seinwapens, onbruikbaar gemaakte vuurwapens, halffabricaten van vuurwapens, halffabricaten van essentiële onderdelen en geluiddempers te verbieden. |
|
(22) |
Het is mogelijk om aan personen die niet in het douanegebied van de Unie zijn gevestigd, een vergunning te verlenen om vuurwapens, essentiële onderdelen, munitie, alarm- en seinwapens, onbruikbaar gemaakte vuurwapens of geluiddempers tijdelijk in of uit te voeren voor een tentoonstelling, een reparatie, de jacht, de schietsport of een re-enactment. De informatie met betrekking tot dergelijke vuurwapens of andere objecten die voor tijdelijke invoer zijn aangegeven, moet duidelijk worden geformuleerd om de douane en de andere bevoegde autoriteiten in staat te stellen de procedure efficiënt af te handelen en het risico te beperken dat dergelijke vuurwapens of andere objecten illegaal in het douanegebied van de Unie blijven. |
|
(23) |
Artikel 10 van het VN-Vuurwapenprotocol biedt staten die partij zijn de mogelijkheid vereenvoudigde procedures vast te stellen voor tijdelijke invoer en uitvoer voor verifieerbare rechtmatige doeleinden. Bijgevolg vergemakkelijkt deze verordening het verlenen van vergunningen voor meerdere zendingen, doorvoermaatregelen en tijdelijke invoer en uitvoer voor tentoonstellingen, onderzoek en reparaties, de jacht en de schietsport en re-enactments. |
|
(24) |
Er bestaat een risico van omleiding van vuurwapens, essentiële onderdelen, munitie, alarm- en seinwapens, onbruikbaar gemaakte vuurwapens, halffabricaten van vuurwapens, halffabricaten van essentiële onderdelen en geluiddempers, die afkomstig zijn uit een derde land en die het douanegebied van de Unie binnenkomen en door dat gebied worden vervoerd, en die onder een douanedoorvoerregeling met eindbestemming in een derde land zijn geplaatst. Daarom moeten de douaneautoriteiten en de bevoegde autoriteiten een dergelijke doorvoer in het douanegebied van de Unie uitdrukkelijk toestaan voordat deze plaatsvindt. |
|
(25) |
Om de administratieve lasten te beperken, moeten personen in de Unie met een vergunning om vuurwapens voorhanden te hebben, in specifieke gevallen worden vrijgesteld van de verplichting tot het verkrijgen van invoer- en uitvoervergunningen. Om veiligheidsredenen en om de controles te faciliteren, moet de traceerbaarheid in die gevallen echter worden gehandhaafd. |
|
(26) |
Met het oog op meer rechtszekerheid en de voorspelbaarheid van verplaatsingen moet de toestemming van elke door de geplande verplaatsing betroffen lidstaat worden verkregen voordat een lidstaat een invoervergunning verleent. Een soortgelijke toestemming moet worden gevraagd indien het geplande punt van wederbinnenkomst van tijdelijk uitgevoerde goederen zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevindt. |
|
(27) |
Deze verordening stelt de lidstaten in staat maatregelen op het gebied van invoer vast te stellen, mits die maatregelen in overeenstemming met het VWEU worden vastgesteld. Dergelijke verboden of beperkingen mogen geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte handelsbeperking vormen. De Commissie moet worden ingelicht indien een lidstaat, als gevolg van een uitzonderlijke ontwikkeling op de markt, oordeelt dat vrijwaringsmaatregelen noodzakelijk kunnen zijn. In deze verordening moeten de voorwaarden worden vastgelegd waaronder die maatregelen door de Commissie moeten worden goedgekeurd. |
|
(28) |
Er moet worden verduidelijkt dat een persoon die vuurwapens, essentiële onderdelen, munitie, onbruikbaar gemaakte vuurwapens, halffabricaten van vuurwapens, halffabricaten van essentiële onderdelen en geluiddempers wil uitvoeren, in het bezit moet zijn van een uitvoervergunning. De mogelijkheid om een dergelijke vergunning aan te vragen moet worden beperkt tot exporteurs die overeenkomstig Richtlijn (EU) 2021/555 die goederen voorhanden mogen hebben of verhandelen, dan wel als wapenmakelaar voor die goederen mogen optreden. |
|
(29) |
Personen die in het kader van hun bedrijfsactiviteiten aan uitvoer doen, moeten in aanmerking kunnen komen voor een uitvoervergunning met een geldigheidsduur van ten hoogste drie jaar, ook als die gedekt is door verschillende opeenvolgende, door invoerende derde landen afgegeven kortlopende invoervergunningen. Behalve wat betreft de gevaarlijkste vuurwapens moeten er aanvullende algemene Unievergunningen worden ingevoerd om de administratieve lasten voor geautoriseerde marktdeelnemers die zich bezighouden met beveiliging en veiligheid te verminderen. De lidstaten moeten ook nationale algemene uitvoervergunningen kunnen invoeren indien zij dat nodig achten. |
|
(30) |
Alvorens een uitvoervergunning wordt verleend, moet worden nagegaan of het invoerende derde land de betrokken invoer heeft toegestaan en of geen derde landen van doorvoer bezwaar maken tegen de specifieke overbrenging. Met het oog op meer rechtszekerheid en voorspelbaarheid moet de toestemming van het derde land van doorvoer worden geacht te zijn verleend indien geen bezwaren tegen de doorvoer zijn ontvangen. Besluiten van de lidstaten om uitdrukkelijke toestemming te eisen, moeten transparant zijn voor alle marktdeelnemers. Het moet de verantwoordelijkheid van de exporteur zijn om de relevante documenten aan de bevoegde autoriteiten te verstrekken. |
|
(31) |
De regels inzake het bewijs van invoer in het derde land van bestemming moeten worden geharmoniseerd. Daarom moeten personen die aan uitvoer doen, worden verplicht om aan de bevoegde autoriteit die de uitvoervergunning heeft afgegeven, een bewijs over te leggen van de ontvangst van de verzonden zending vuurwapens, essentiële onderdelen, munitie, alarm- en seinwapens, onbruikbaar gemaakte vuurwapens, halffabricaten van vuurwapens, halffabricaten van essentiële onderdelen en geluiddempers in het derde land van invoer, waarvoor met name moet worden gezorgd door het overleggen van de desbetreffende douanedocumenten voor invoer. |
|
(32) |
Bij het verlenen van vergunningen moeten de lidstaten hun verplichtingen nakomen in het kader van beperkende maatregelen uit hoofde van besluiten van de Raad of uit hoofde van een besluit van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), dan wel krachtens een bindende resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, in het bijzonder met betrekking tot wapenembargo’s. Voor zover die internationale verplichtingen in nationale wetgeving worden omgezet, moet worden verduidelijkt dat deze verordening de toepassing van die wetgeving niet in de weg staat. |
|
(33) |
Alvorens een uitvoervergunning wordt verleend, moet worden nagegaan of geen enkele andere lidstaat eerder een in wezen identieke transactie heeft geweigerd. De lidstaten moeten, om die verificatie te faciliteren, informatie over weigeringen uitwisselen. Naast de elektronische uitwisseling van informatie over weigeringen moeten de lidstaten ook bestaande relevante databanken, zoals de databank voor de uitvoer van conventionele wapens (“COARM”), raadplegen. |
|
(34) |
Er moet voor worden gezorgd dat de voorwaarden voor het verlenen van vergunningen gedurende de gehele geldigheidsduur van de vergunning vervuld blijven, zoals dat op grond van Richtlijn (EU) 2021/555 het geval is voor vergunningen voor het voorhanden hebben of verwerven van een vuurwapen in deUnie. |
|
(35) |
De bevoegde autoriteiten moeten de douaneautoriteiten in kennis stellen van elke annulering, schorsing, wijziging of intrekking van een vergunning. De verplichting om die informatie beschikbaar te stellen, mag geen afbreuk doen aan eventuele beroepsprocedures die uit hoofde van het nationale recht van toepassing zijn. |
|
(36) |
Om het risico van omleiding te voorkomen en tegelijkertijd de administratieve lasten te beperken, is het noodzakelijk verdachte situaties te onderzoeken waarin de lidstaten om bevestiging van ontvangst door de autoriteiten van het derde land van bestemming moeten verzoeken. Indien dergelijke bevestiging van ontvangst om welke reden dan ook niet kan worden verkregen, moet die informatie voor toekomstig gebruik worden geregistreerd in het elektronische vergunningensysteem. |
|
(37) |
De verantwoordelijkheden van de bevoegde autoriteiten met betrekking tot controles na verzending moeten worden verduidelijkt. |
|
(38) |
Voor de toepassing van deze verordening is het, om de traceerbaarheid van vuurwapens, essentiële onderdelen, munitie, alarm- en seinwapens, onbruikbaar gemaakte vuurwapens, halffabricaten van vuurwapens, halffabricaten van essentiële onderdelen en geluiddempers te waarborgen, van het grootste belang dat de bevoegde autoriteiten toegang krijgen tot Siena, de netwerkapplicatie voor veilige informatie-uitwisseling van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol). Die toegang moet beperkt zijn en in verhouding staan tot het doel, te weten voldoen aan de in deze verordening vastgelegde verplichtingen. De lidstaten die Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad (19) toepassen, moeten die toegang verlenen. |
|
(39) |
Om een aanpak op basis van een risicobeoordeling mogelijk te maken voor de in bijlage I vermelde vuurwapens, essentiële onderdelen, munitie, alarm- en seinwapens, onbruikbaar gemaakte vuurwapens, halffabricaten van vuurwapens, halffabricaten van essentiële onderdelen en geluiddempers die de markt van de Unie binnenkomen of verlaten, en om ervoor te zorgen dat de controles doeltreffend zijn en worden uitgevoerd in overeenstemming met de voorschriften van deze verordening, moeten de Commissie, de bevoegde autoriteiten en de douaneautoriteiten nauw samenwerken en informatie uitwisselen. |
|
(40) |
Om de tracering van vuurwapens te faciliteren en de illegale handel in vuurwapens, essentiële onderdelen, munitie, alarm- en seinwapens, onbruikbaar gemaakte vuurwapens, halffabricaten van vuurwapens, halffabricaten van essentiële onderdelen en geluiddempers doeltreffend te bestrijden, moet de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten worden verbeterd, met name door beter gebruik te maken van de bestaande communicatiekanalen, alsook door middel van de coördinatiegroep in- en uitvoer vuurwapens en internationale samenwerking. |
|
(41) |
Persoonsgegevens moeten worden verwerkt in overeenstemming met de regels die zijn neergelegd in de Verordeningen (EU) 2016/679 (20) en (EU) 2018/1725 (21) van het Europees Parlement en de Raad. |
|
(42) |
Er moet worden gezorgd voor samenhang met de uit hoofde van het Unierecht geldende bepalingen inzake registratie. |
|
(43) |
Het Schengenacquis omvat met name een besluit van het Uitvoerend Comité (SCH/Com-ex (99) 10) (22), op grond waarvan de lidstaten uiterlijk op 31 juli van elk jaar de nationale gegevens van het voorgaande jaar met betrekking tot de illegale handel in wapens moeten meedelen, op basis van de gemeenschappelijke tabel voor het opstellen van statistieken. Daarnaast heeft de Commissie in haar aanbeveling van 17 april 2018 over onmiddellijke stappen ter verbetering van de veiligheid van de uitvoer-, invoer- en doorvoermaatregelen voor vuurwapens, hun onderdelen en essentiële componenten en munitie aanbevolen dat de lidstaten gedetailleerde statistieken van het voorgaande jaar verzamelen over het aantal vergunningen en weigeringen voor en de hoeveelheden en waarden van de uitvoer en invoer van vuurwapens, uitgesplitst naar herkomst of bestemming, en die statistieken aan de Commissie voorleggen. Deze verordening moet de Commissie in staat stellen die gegevens rechtstreeks te verzamelen uit de elektronische systemen die voor de uitvoering van deze verordening zijn opgezet. De statistieken moeten worden geanonimiseerd en zodanig ontworpen dat er geen conclusies kunnen worden getrokken over specifieke handelaren, zelfs niet indirect. |
|
(44) |
De Commissie moet de gegevens van de lidstaten verzamelen en uiterlijk op 31 oktober van elk jaar bekendmaken als onderdeel van een jaarlijks verslag. Het verslag moet openbaar gemaakt worden en ingediend worden bij het Europees Parlement en de Raad. |
|
(45) |
Vóór de publicatie van het jaarlijks verslag moet de Commissie de coördinatiegroep in-en uitvoer vuurwapens raadplegen om na te gaan of er geen commercieel gevoelige informatie aan het ontwerpverslag is toegevoegd. |
|
(46) |
Er moet een elektronisch vergunningensysteem worden opgezet om de in deze verordening vastgelegde procedures te digitaliseren. Het is belangrijk dat een persoon die gerechtigd is een vergunning aan te vragen, in dat systeem wordt geregistreerd voordat de aanvraagprocedure wordt ingeleid. Aangezien het elektronische vergunningensysteem de technische basis vormt voor de uitvoering van deze verordening, moet het zo spoedig mogelijk volledig functioneren. |
|
(47) |
Indien de lidstaten hun bestaande nationale elektronische vergunningensysteem behouden, moet het bij deze verordening ingestelde elektronische vergunningensysteem aan die nationale systemen kunnen worden gekoppeld. Dergelijke koppeling moet ervoor zorgen dat informatie over via de nationale elektronische vergunningensystemen verleende vergunningen wordt doorgegeven aan het elektronische vergunningensysteem. |
|
(48) |
De algemene handhaving van deze verordening moet worden gefaciliteerd door de koppeling tussen het bij deze verordening ingestelde elektronische vergunningensysteem en de éénloketomgeving van de Europese Unie voor de douane, die is ingesteld bij Verordening (EU) 2022/2399 van het Europees Parlement en de Raad (23) (de éénloketomgeving van de EU voor de douane). Daartoe moet de Commissie overeenkomstig artikel 5, lid 6, van Verordening (EU) 2022/2399 deel A van de bijlage bij die verordening wijzigen. Indien goederen tijdelijk worden ingevoerd of uitgevoerd met gebruikmaking van een ATA-carnet, zoals vermeld in aanhangsel I van bijlage A bij de Overeenkomst inzake tijdelijke invoer (Overeenkomst van Istanbul) (24), moeten de bevoegde autoriteiten informatie ontvangen over het gebruik van het ATA-carnet. Hoewel die informatie niet automatisch kan worden uitgewisseld voor zover het digitale ATA-carnet niet door alle overeenkomstsluitende partijen wordt toegepast, moet verdere automatisering worden onderzocht op basis van mogelijke interoperabiliteit met het elektronische systeem voor het beheer van ATA-carnets, het e-ATA-systeem. |
|
(49) |
Om ervoor te zorgen dat deze verordening correct wordt toegepast, moeten de lidstaten maatregelen nemen om de bevoegde autoriteiten passende bevoegdheden te verlenen. |
|
(50) |
Naleving van het VN-Vuurwapenprotocol vereist ook dat het illegaal fabriceren en verhandelen van vuurwapens, hun onderdelen en essentiële componenten en munitie strafbaar wordt gesteld, en dat maatregelen worden genomen om de inbeslagname van aldus vervaardigde of verhandelde objecten mogelijk te maken. |
|
(51) |
De lidstaten moeten de regels vaststellen inzake sancties wegens inbreuken op deze verordening en moeten alle nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat die regels worden uitgevoerd. Die sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. |
|
(52) |
De bij Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad (25) ingevoerde klokkenluidersregeling moet ook van toepassing zijn op personen die inbreuken op de regels in verband met de in- en uitvoer van vuurwapens melden. |
|
(53) |
Teneinde de algemene invoervergunning voor de Unie en de algemene uitvoervergunning voor de Unie voor geautoriseerde marktdeelnemers die zich bezighouden met beveiliging en veiligheid vast te stellen door het formaat, het gebruik en de geografische geldigheid voor dat soort vergunningen te specificeren, teneinde te bepalen in welk deel van het ATA-carnet naar de vergunning moet worden verwezen, teneinde de lijst van vuurwapens, essentiële onderdelen, munitie en alarm- en seinwapens waarvoor op grond van deze verordening een vergunning is vereist, te beheren, en teneinde bijlage I bij deze verordening aan te passen aan bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (26), en aan bijlage I bij Richtlijn (EU) 2021/555, en teneinde de bijlagen II, III en IV bij deze verordening aan te passen aan de digitalisering en wijzigingen in de douaneprocedures, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (27). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. |
|
(54) |
Om te zorgen voor eenvormige voorwaarden bij de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (28). |
|
(55) |
De Commissie en de lidstaten moeten elkaar in kennis stellen van de maatregelen die uit hoofde van deze verordening worden genomen, alsmede van andere relevante informatie waarover zij in verband met deze verordening beschikken. |
|
(56) |
Om te zorgen voor eenvormige voorwaarden bij de toepassing van de technische kenmerken van halffabricaten van vuurwapens, halffabricaten van essentiële onderdelen en geluiddempers, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011. |
|
(57) |
In het geval van nationale kwantitatieve beperkingen hebben door de Commissie verleende vergunningen alleen betrekking op het grondgebied van een bepaalde lidstaat. Gezien het beperkte geografische toepassingsgebied van de beperking en artikel 2, lid 3, van Verordening (EU) nr. 182/2011 is het derhalve gerechtvaardigd dat de Commissie dergelijke vergunningen verleent door middel van een uitvoeringshandeling volgens de raadplegingsprocedure van artikel 4 van die verordening. |
|
(58) |
Deze verordening mag lidstaten niet beletten om hun grondwettelijke voorschriften inzake de toegang van het publiek tot officiële documenten toe te passen, rekening houdend met Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (29). |
|
(59) |
Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel is het, teneinde de fundamentele doelstelling van verbetering van de traceerbaarheid, en dus van de veiligheid van de handel in vuurwapens, te verwezenlijken, noodzakelijk en passend vergunningen voor de invoer, uitvoer en doorvoer van civiele vuurwapens te regelen, zonder dergelijke handel onnodig te belemmeren. Deze verordening gaat overeenkomstig artikel 5, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie niet verder dan nodig is om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken, |
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
ONDERWERP, DEFINITIES EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 1
Onderwerp
Bij deze verordening worden voorschriften vastgesteld betreffende invoer- en uitvoervergunningen, en invoer-, uitvoer- en doorvoermaatregelen voor in de lijst opgenomen goederen, ter uitvoering van artikel 10 van het Protocol van de Verenigde Naties tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (het “VN-Vuurwapenprotocol”).
Artikel 2
Definities
1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1) |
“in de lijst opgenomen goederen”: in bijlage I vermelde vuurwapens, essentiële onderdelen, munitie, alarm- en seinwapens, onbruikbaar gemaakte vuurwapens, halffabricaten van vuurwapens, halffabricaten van essentiële onderdelen en geluiddempers; |
|
2) |
“vuurwapen”: een vuurwapen zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 1, punt 1, van Richtlijn (EU) 2021/555; |
|
3) |
“geluiddemper”: een voorziening die is ontworpen of aangepast om het geluid dat wordt veroorzaakt door het afvuren van een vuurwapen, te verminderen; |
|
4) |
“essentieel onderdeel”: een essentieel onderdeel zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 1, punt 2, van Richtlijn (EU) 2021/555; |
|
5) |
“halffabricaten van vuurwapens”: vuurwapens die niet gereed zijn voor direct gebruik en bij benadering de vorm of contouren van de overeenkomstige afgewerkte vuurwapens hebben, en die, behalve in uitzonderlijke gevallen, alleen kunnen worden gebruikt om tot die afgewerkte vuurwapens te worden vervolledigd; |
|
6) |
“halffabricaten van essentiële onderdelen”: essentiële onderdelen die niet gereed zijn voor direct gebruik en bij benadering de vorm of contouren van de overeenkomstige afgewerkte essentiële onderdelen hebben, en die, behalve in uitzonderlijke gevallen, alleen kunnen worden gebruikt om tot die afgewerkte essentiële onderdelen te worden vervolledigd; |
|
7) |
“munitie”: munitie zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 1, punt 3, van Richtlijn (EU) 2021/555; |
|
8) |
“onbruikbaar gemaakt vuurwapen”: onbruikbaar gemaakte vuurwapens zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 1, punt 6, van Richtlijn (EU) 2021/555; |
|
9) |
“alarm- en seinwapens”: alarm- en seinwapens zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 1, punt 4, van Richtlijn (EU) 2021/555; |
|
10) |
“persoon” een natuurlijk persoon, een rechtspersoon of, indien de geldende voorschriften in die mogelijkheid voorzien, een vereniging van personen die bevoegd is rechtshandelingen te verrichten zonder de wettelijke status van rechtspersoon te bezitten; |
|
11) |
“douanegebied van de Unie”: het in artikel 4 van Verordening (EU) nr. 952/2013 bepaalde douanegebied; |
|
12) |
“Uniegoederen”: Uniegoederen zoals gedefinieerd in artikel 5, punt 23), van Verordening (EU) nr. 952/2013; |
|
13) |
“niet-Uniegoederen”: niet-Uniegoederen zoals gedefinieerd in artikel 5, punt 24), van Verordening (EU) nr. 952/2013; |
|
14) |
“douaneautoriteiten”: douaneautoriteiten zoals gedefinieerd in artikel 5, punt 1), van Verordening (EU) nr. 952/2013; |
|
15) |
“douaneautoriteiten”: douaneautoriteiten zoals gedefinieerd in artikel 5, punt 2), van Verordening (EU) nr. 952/2013; |
|
16) |
“douaneformaliteiten”: douaneformaliteiten zoals gedefinieerd in artikel 5, punt 8), van Verordening (EU) nr. 952/2013; |
|
17) |
“douanecontroles”: douanecontroles zoals gedefinieerd in artikel 5, punt 3), van Verordening (EU) nr. 952/2013; |
|
18) |
“douaneaangifte”: een douaneaangifte zoals gedefinieerd in artikel 5, punt 12), van Verordening (EU) nr. 952/2013; |
|
19) |
“binnenkomst”: de fysieke binnenkomst van niet-Uniegoederen in het douanegebied van de Unie; |
|
20) |
“invoer”: het binnenbrengen van goederen in het douanegebied van de Unie en het plaatsen van goederen onder de regeling in het vrije verkeer brengen zoals vastgelegd in artikel 201 van Verordening (EU) nr. 952/2013, of het plaatsen van die goederen onder een bijzondere regeling, zoals vastgelegd in artikel 210 van Verordening (EU) nr. 952/2013; |
|
21) |
“importeur”: een natuurlijke of rechtspersoon die voor eigen rekening een douaneaangifte voor invoer doet, of namens wie de aangifte wordt gedaan, of in geval van doorvoer, de houder van de procedure; |
|
22) |
“uitvoer”: een uitvoerprocedure in de zin van artikel 269 van Verordening (EU) nr. 952/2013, met inbegrip van de situaties als bedoeld in artikel 269, lid 2, punten a), b) en c), van Verordening (EU) nr. 952/2013; |
|
23) |
“wederuitvoer”: wederuitvoer in de zin van de artikelen 270, 271 en 274 van Verordening (EU) nr. 952/2013; |
|
24) |
“uitgang”: de fysieke uitgang van goederen uit het douanegebied van de Unie; |
|
25) |
“exporteur”:
|
|
26) |
“aangever”: een aangever zoals gedefinieerd in artikel 5, punt 15), van Verordening (EU) nr. 952/2013; |
|
27) |
“wapenhandelaar”: een wapenhandelaar zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 1, punt 9), van Richtlijn (EU) 2021/555; |
|
28) |
“wapenmakelaar”: een wapenmakelaar zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 1, punt 10), van Richtlijn (EU) 2021/555; |
|
29) |
“tentoonstelling”: een handelsbeurs of soortgelijk evenement zoals omschreven in artikel 90, lid 2, punt a), van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad (30), zonder verkoop van in de lijst opgenomen goederen vanuit en naar derde landen; |
|
30) |
“tijdelijke uitvoer”: de uitvoer van in de lijst opgenomen goederen vanuit het douanegebied van de Unie met de bedoeling die weer in het douanegebied van de Unie in te voeren; |
|
31) |
“actieve veredeling”: actieve veredeling in de zin van artikel 256 van Verordening (EU) nr. 952/2013; |
|
32) |
“doorvoer”: de doorvoerregelingen in de zin van titel VII, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 952/2013; |
|
33) |
“tijdelijke invoer”: tijdelijke invoer in de zin van artikel 250 van Verordening (EU) nr. 952/2013; |
|
34) |
“overlading”: een overbrenging waarbij in de lijst opgenomen goederen fysiek van een vervoermiddel naar een ander vervoermiddel worden gelost; |
|
35) |
“illegale handel”: de invoer, uitvoer, verkoop, aflevering, overbrenging of het vervoer van in de lijst opgenomen goederen naar, vanaf of over het grondgebied van een lidstaat naar of vanaf het grondgebied van een derde land, waarbij een van de volgende voorwaarden van toepassing is:
|
|
36) |
“bevoegde autoriteit”: de in artikel 40, lid 2, bepaalde nationale autoriteiten; |
|
37) |
“elektronisch vergunningensysteem”: het in artikel 34 bedoelde systeem. |
2. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de nadere regels inzake de technische kenmerken van geluiddempers, halffabricaten van vuurwapens en halffabricaten van essentiële onderdelen in de zin van lid 1, punten 3), 5) en 6), van dit artikel. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 43, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Artikel 3
Toepassingsgebied
Deze verordening is niet van toepassing op:
|
a) |
transacties of overbrengingen tussen staten; |
|
b) |
de in de lijst opgenomen goederen van categorie A die zijn opgenomen in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen (31) en uit het douanegebied van de Unie worden uitgevoerd of wederuitgevoerd, tenzij zij tijdelijk worden uitgevoerd of wederuitgevoerd overeenkomstig artikel 22 van deze verordening; |
|
c) |
de in de lijst opgenomen goederen van categorie B die zijn opgenomen in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, uit het douanegebied van de Unie worden uitgevoerd of wederuitgevoerd en bestemd zijn voor de strijdkrachten, de politie of de overheidsinstanties; |
|
d) |
in de lijst opgenomen goederen van de categorieën A, B en C die bestemd zijn voor de strijdkrachten, de politie of de overheidsinstanties van de lidstaten; |
|
e) |
antieke vuurwapens zoals gedefinieerd overeenkomstig de nationale wetgeving, met dien verstande dat na 1899 vervaardigde vuurwapens niet onder antieke vuurwapens vallen. |
Artikel 4
Afwijkingen van de douaneformaliteiten van de Unie
1. De in de lijst opgenomen goederen worden niet:
|
a) |
onder een douaneregeling geplaatst op basis van een vereenvoudigde aangifte als bedoeld in artikel 166 van Verordening (EU) nr. 952/2013; |
|
b) |
voorwerp van een inschrijving in de administratie van de aangever op grond van artikel 182 van Verordening (EU) nr. 952/2013; |
|
c) |
voorwerp van een beoordeling door de marktdeelnemer zelf op grond van artikel 185 van Verordening (EU) nr. 952/2013; |
|
d) |
aangegeven met een douaneaangifte met de specifieke gegevensset als bedoeld in artikel 143 bis van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446; |
|
e) |
aangegeven met een douaneaangifte met de beperkte gegevensset als bedoeld in artikel 144 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446, of |
|
f) |
aangegeven met een mondelinge aangifte of door een andere handeling zoals bedoeld in de artikelen 135 tot en met 141 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446. |
2. Met betrekking tot enkelvoudige vergunningen voor vereenvoudigde procedures die nog geldig blijven op grond van artikel 345, lid 4, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie (32), zijn de punten a) en b) van lid 1 van dit artikel niet van toepassing op de in de lijst opgenomen goederen.
HOOFDSTUK II
VEREISTEN INZAKE BINNENKOMST EN INVOER
Artikel 5
Taken van importeurs
1. Importeurs:
|
a) |
zorgen ervoor dat de in de lijst opgenomen goederen die bestemd zijn voor invoer, in overeenstemming zijn met:
|
|
b) |
houden alle documenten overeenkomstig de in punt a) van dit lid bedoelde regels en de nodige ondersteunende stukken overeenkomstig de artikelen 9, 11 en 12 van deze verordening gedurende de in artikel 51 van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde termijn ter beschikking van de bevoegde autoriteit; |
|
c) |
verstrekken de bevoegde autoriteit op verzoek de uitvoervergunning van het derde land van uitvoer of, indien van toepassing, de vrijstelling van die vergunning; |
|
d) |
stellen, indien zij redenen hebben om aan te nemen dat in de lijst opgenomen goederen mogelijk niet aan deze verordening, Richtlijn (EU) 2021/555 of de op die handelingen gebaseerde rechtshandelingen voldoen, de bevoegde autoriteit daarvan onverwijld in kennis, en |
|
e) |
werken samen met de bevoegde autoriteit, onder meer naar aanleiding van een verzoek, en zorgen ervoor dat onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen worden genomen om gevallen van niet-naleving van de vereisten van de in punt d) bedoelde handelingen te verhelpen. |
2. De verplichtingen uit hoofde van lid 1 van dit artikel laten de verplichtingen van de importeurs uit hoofde van Richtlijn (EU) 2021/555 of de op die richtlijn gebaseerde rechtshandelingen onverlet.
Artikel 6
Markering bij invoer
1. Vuurwapens die het douanegebied van de Unie binnenkomen zonder markering overeenkomstig artikel 8, lid 1, punt a), van het VN-Vuurwapenprotocol, mogen niet worden ingevoerd of wederuitgevoerd.
2. De in de lijst opgenomen goederen mogen alleen voor het vrije verkeer worden aangegeven indien zij voldoen aan de markeringsvoorschriften van artikel 4 van Richtlijn (EU) 2021/555 en aan artikel 8, lid 1, punt b), van het VN-Vuurwapenprotocol, met uitzondering van dergelijke goederen die worden ingevoerd door handelaren, die na het in het vrije verkeer brengen onverwijld aan die voorschriften mogen voldoen.
3. De leden 1 en 2 van dit artikel zijn niet van toepassing op in de lijst opgenomen goederen die van bijzonder historisch belang zijn, overeenkomstig artikel 4, lid 2, tweede alinea, van Richtlijn (EU) 2021/555.
Artikel 7
Onbruikbaar gemaakte vuurwapens
1. Voorwerpen die als onbruikbaar gemaakte vuurwapens zijn aangegeven, worden alleen aangegeven voor het vrije verkeer of tijdelijke invoer overeenkomstig artikel 10 van deze verordening, mits zij vergezeld gaan van het desbetreffende certificaat van onbruikbaarmaking en gemarkeerd zijn overeenkomstig artikel 15 van Richtlijn (EU) 2021/555.
2. De importeur verstrekt de bevoegde autoriteit via het elektronische vergunningensysteem een kopie van het certificaat van onbruikbaarmaking.
Artikel 8
Alarm- en seinwapens
1. Een invoervergunning voor alarm- en seinwapens wordt door de bevoegde autoriteit alleen verleend indien de voorziening in overeenstemming is met de in artikel 14, lid 2, van Richtlijn (EU) 2021/555 bedoelde technische specificaties of indien het een model betreft dat in de in lid 2 van dit artikel bedoelde uitvoeringshandeling is aangemerkt als alarm- en seinwapen dat niet kan worden omgebouwd.
2. De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling een open lijst vast van modellen van alarm- en seinwapens die niet kunnen worden omgebouwd, zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel, evenals een open lijst van voorzieningen die zijn aangegeven als alarm- en seinwapens, waarvan echter bekend is dat zij kunnen worden omgebouwd. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 43, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Artikel 9
Invoervergunning
1. Niettegenstaande de artikelen 11 en 12 is een invoervergunning vereist voor de binnenkomst van in bijlage I vermelde niet-Uniegoederen in het douanegebied van de Unie. De invoervergunning wordt verleend door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van eindbestemming.
2. De invoervergunning bevat de in bijlage II vermelde gegevens en wordt via het elektronische vergunningensysteem afgegeven als een van de volgende soorten:
|
a) |
een enkelvoudige vergunning voor één overbrenging van een of meer in de lijst opgenomen goederen, die maximaal één jaar geldig is; |
|
b) |
een meervoudige vergunning voor meerdere overbrengingen van een of meer in de lijst opgenomen goederen, die maximaal drie jaar geldig is; |
|
c) |
een algemene Unievergunning voor in de lijst opgenomen goederen van de categorie B of C, die beschikbaar is voor geautoriseerde marktdeelnemers voor veiligheid op grond van artikel 38, lid 2, punt b), van Verordening (EU) nr. 952/2013, en die geldig is voor de invoer uit specifieke landen van oorsprong. |
3. Elke natuurlijke of rechtspersoon die op grond van Richtlijn (EU) 2021/555 toestemming heeft om de in de lijst opgenomen goederen te vervaardigen, te verwerven, voorhanden te hebben of te verhandelen, uitgezonderd halffabricaten van vuurwapens en van essentiële onderdelen, is gerechtigd een invoervergunning aan te vragen.
4. Alleen handelaren en makelaars zijn gerechtigd om een invoervergunning aan te vragen voor halffabricaten van vuurwapens en halffabricaten van essentiële onderdelen.
5. Indien een natuurlijke of rechtspersoon niet gerechtigd is om uit hoofde van de lid 3 of 4 een invoervergunning aan te vragen, aanvaardt de bevoegde autoriteit een aanvraag van die persoon niet.
Artikel 10
Invoervergunningsprocedure
1. De bevoegde autoriteit behandelt aanvragen voor een invoervergunning binnen een termijn van maximaal 90 werkdagen, te rekenen vanaf de dag waarop alle vereiste informatie aan de bevoegde autoriteit is verstrekt. Om naar behoren gemotiveerde redenen kan die termijn bij aanvragen betreffende in de lijst opgenomen goederen van categorie A tot 110 werkdagen worden verlengd.
2. De bevoegde autoriteit weigert een invoervergunning te verlenen indien:
|
a) |
de aanvrager een natuurlijk persoon is die strafrechtelijk is veroordeeld voor een handeling die een in artikel 2, lid 2, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ vermeld strafbaar feit vormt of voor een andere handeling, mits dit een strafbaar feit vormt waarop een maximumstraf van ten minste vier jaar vrijheidsberoving staat; |
|
b) |
de aanvrager een rechtspersoon is en een van de volgende personen die met die rechtspersoon verbonden is, is veroordeeld voor een handeling die een strafbaar feit vormt zoals bedoeld in punt a):
|
|
c) |
het in te voeren vuurwapen in de desbetreffende Unie-, nationale of internationale databanken is aangegeven als verloren, gestolen, zijnde het voorwerp van een onderzoek of anderszins gezocht met het oog op inbeslagneming; |
|
d) |
er duidelijke aanwijzingen zijn dat een van de bij de transactie betrokken personen een veiligheidsdreiging of een bedreiging voor de openbare veiligheid vormt, of dat de in punt a) of punt b) van dit lid bedoelde personen niet in staat zijn te voldoen aan de verplichtingen die hun zijn opgelegd bij Richtlijn (EU) 2021/555, deze verordening of vergunningen die met betrekking tot hun vuurwapens zijn afgegeven. |
3. Bij haar beslissing over het al dan niet verlenen van een invoervergunning houdt de bevoegde autoriteit rekening met alle relevante overwegingen, waaronder die betreffende nationaal buitenlands en veiligheidsbeleid. Artikel 24 is van overeenkomstige toepassing.
4. Voor de toepassing van lid 2 van dit artikel verkrijgen de lidstaten de informatie over eerdere strafrechtelijke veroordelingen van de verzoeker in andere lidstaten via het bij Kaderbesluit 2009/315/JBZ ingestelde systeem.
5. Voor de toepassing van lid 2, punt c), controleren de lidstaten of het vuurwapen in kwestie niet in het Schengeninformatiesysteem is geregistreerd.
6. De bevoegde autoriteit verklaart een invoervergunning nietig, schorst, wijzigt of herroept deze indien de voorwaarden voor het verlenen ervan niet of niet meer zijn vervuld. Indien de bevoegde autoriteit daartoe besluit, stelt zij die informatie onverwijld ter beschikking van de bevoegde douaneautoriteiten via het elektronische vergunningensysteem.
7. Indien de bevoegde autoriteit heeft geweigerd een invoervergunning te verlenen, worden haar definitieve besluit en de reden daarvoor geregistreerd in het elektronische vergunningensysteem.
8. De bevoegde autoriteit ziet erop toe dat er op basis van risicobeheer aan de voorwaarden voor invoervergunningen is voldaan. De voorwaarden van invoervergunningen die voor een termijn van meer dan twee jaar worden verleend, worden na twee jaar gecontroleerd.
Artikel 11
Invoervergunning voor niet-Uniegoederen die tijdelijk het douanegebied van de Unie binnenkomen
1. In bijlage I vermelde niet-Uniegoederen mogen het douanegebied van de Unie tijdelijk binnenkomen indien zij vergezeld gaan van een enkelvoudige invoervergunning die is aangevraagd door een importeur die niet in het douanegebied van de Unie is gevestigd.
2. Aan importeurs die niet in het douanegebied van de Unie zijn gevestigd, kan voor de in de lijst opgenomen goederen slechts in de volgende situaties een enkelvoudige invoervergunning worden verleend:
|
a) |
de tijdelijke invoer voor onderzoek, een tentoonstelling of actieve veredeling voor een reparatie, op voorwaarde dat de in de lijst opgenomen goederen in eigendom blijven van een persoon die buiten het douanegebied van de Unie is gevestigd en die goederen worden wederuitgevoerd naar die persoon; |
|
b) |
de tijdelijke invoer door jagers, re-enactors of sportschutters als onderdeel van hun begeleide persoonlijke bezittingen, op voorwaarde dat zij aan de bevoegde autoriteit:
|
|
c) |
het gaat om niet-Uniegoederen die het douanegebied van de Unie binnenkomen en door dat gebied worden vervoerd, en die onder een douanedoorvoerregeling zijn geplaatst, met de eindbestemming in een derde land. |
De in de punten a) en b) van de eerste alinea bedoelde vergunningen worden verleend door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het onderzoek, de tentoonstelling, de reparatie of de schietsport, jacht of re-enactment plaatsvindt. Indien het onderzoek, de tentoonstelling, de reparatie of de schietsport, jacht, of re-enactment in meer dan één lidstaat plaatsvindt, wordt de vergunning verleend door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het onderzoek, de tentoonstelling, de reparatie of de schietsport, jacht of re-enactment eerst plaatsvindt.
De in punt c) van de eerste alinea bedoelde vergunning wordt verleend door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de goederen het douanegebied van de Unie binnenkomen.
3. De in lid 2 bedoelde aanvraag van een invoervergunning bevat het volgende:
|
a) |
een bewijs of verklaring dat de aanvrager nooit strafrechtelijk is veroordeeld voor een handeling die een in artikel 2, lid 2, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ vermeld strafbaar feit vormt of voor een andere handeling, mits dat een strafbaar feit vormt waarop een maximumstraf van ten minste vier jaar vrijheidsberoving staat; |
|
b) |
de opgave van een van de drie in lid 2 vermelde doeleinden; |
|
c) |
de datum en het unieke referentienummer van de vergunning, of gelijkwaardig, voor het bezitten of voorhanden hebben van een vuurwapen en van de uitvoervergunning van het derde land of, indien van toepassing, het bewijs van vrijstelling van die vergunning, en |
|
d) |
de bijzondere kenmerken van de vuurwapens, met inbegrip van de naam van de fabrikant of het merk, het land of de plaats van vervaardiging, het serienummer, en waar mogelijk het model. |
4. Artikel 10, leden 1, 2, 3, 5, 6 en 7, is van toepassing op de afgifte van de in lid 2 van dit artikel bedoelde invoervergunning.
5. Niettegenstaande lid 2 kunnen de lidstaten een nationale algemene invoervergunning verlenen waarbij rechtstreeks toestemming wordt verleend voor de tijdelijke invoer van in de lijst opgenomen goederen van categorie C in het grondgebied van hun lidstaat voor de in lid 2, punt b), bedoelde doeleinden, in specifieke gevallen waarin de jagers, re-enactors of sportschutters zijn uitgenodigd voor een activiteit in de ruimten van de organisator. De importeurs voldoen aan de verplichtingen van deze verordening, met uitzondering van de verplichtingen in verband met de aanvraag van een enkelvoudige invoervergunning, en voldoen aan de voorwaarden die zijn neergelegd in de nationale algemene invoervergunning.
6. De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling de minimumvereisten vast voor de voorwaarden die in de nationale algemene invoervergunningen moeten worden opgenomen. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 43, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Artikel 12
Administratieve vereenvoudiging
1. Eenieder die in het bezit is van een Europese vuurwapenpas of die anderszins op grond van Richtlijn (EU) 2021/555 toestemming heeft om in de lijst opgenomen goederen te vervaardigen, te verwerven, voorhanden te hebben of te verhandelen, mag de in de lijst opgenomen goederen zonder invoervergunning overeenkomstig artikel 9 van deze verordening in het douanegebied van de Unie invoeren, indien het gaat om:
|
a) |
de invoer van in de lijst opgenomen goederen die tijdelijk waren uitgevoerd overeenkomstig artikel 22, lid 1, punt a), en artikel 23, lid 1, punt c), op voorwaarde dat:
|
|
b) |
de invoer van in de lijst opgenomen goederen die zijn opgenomen in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, indien zij tijdelijk waren uitgevoerd met het oog op onderzoek, een tentoonstelling en een reparatie, op voorwaarde dat:
|
|
c) |
Uniegoederen die het douanegebied van de Unie opnieuw binnenkomen nadat ze onder een douanedoorvoerregeling werden geplaatst om door een land of gebied buiten het douanegebied van de Unie te worden vervoerd met de eindbestemming in de Unie. |
2. Een persoon die overeenkomstig dit artikel goederen invoert, is dezelfde persoon die de goederen heeft uitgevoerd, en vermeldt in de douaneaangifte het referentienummer van de douaneaangifte die is gebruikt om de goederen tijdelijk uit het douanegebied van de Unie te brengen en het referentienummer of het nummer van de vereenvoudigde uitvoervergunning die overeenkomstig artikel 22, lid 2, of artikel 23, lid 1, door de bevoegde autoriteit is verstrekt.
3. De bevoegde autoriteit van bestemming weigert de invoer en registreert die weigering onverwijld in het elektronische vergunningensysteem indien:
|
a) |
de aanvrager niet voldoet aan de in dit artikel vastgelegde criteria inzake administratieve vereenvoudiging, of |
|
b) |
er gegronde aanwijzingen zijn dat een van de personen, onder wie de persoon die de aanvrager uitnodigt voor de activiteit buiten het douanegebied van de Unie en die betrokken is bij de in lid 1, punt a) of punt b), bedoelde situaties, een veiligheidsdreiging of een bedreiging van de openbare veiligheid vormt. |
Artikel 13
Raadpleging van de lidstaten waarvoor de geplande overbrenging gevolgen heeft
1. In het geval van verkeer binnen het douanegebied van de Unie van in bijlage I vermelde niet-Uniegoederen bevat de aanvraag van de in artikel 9 of artikel 11 bedoelde invoervergunning informatie over de geplande overbrengingen, met inbegrip van, in voorkomend geval, de verschillende lidstaten waar een onderzoek, een tentoonstelling, een reparatie, de schietsport, de jacht of een re-enactment zal plaatsvinden.
2. De bevoegde autoriteit die de in artikel 9 of artikel 11 bedoelde invoervergunning verleent, vraagt om goedkeuring door de bevoegde autoriteit van de andere lidstaten die in de aanvraag van de invoervergunning betreffende de geplande overbrenging zijn vermeld. In naar behoren gemotiveerde gevallen waarin bedenkingen bestaan over de veiligheid, kan de bevoegde autoriteit van de geraadpleegde lidstaat binnen tien werkdagen na de datum waarop de informatie over de geplande overbrenging is verstrekt, bezwaar maken tegen een overbrenging over haar grondgebied. Het uitblijven van bezwaren wordt als goedkeuring beschouwd. Indien de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat tegen het verlenen van een dergelijke vergunning bezwaar maakt, wordt de aanvraag geweigerd door de lidstaat waar de aanvraag is ingediend. Voor de communicatie tussen de bevoegde autoriteiten wordt gebruikgemaakt van het elektronische vergunningensysteem.
3. De vergunninghouder meldt wijzigingen in de geplande overbrenging onverwijld via het elektronische vergunningensysteem aan de bevoegde autoriteit die de vergunning verleent. In naar behoren gemotiveerde gevallen waarin bedenkingen bestaan over de veiligheid, neemt die bevoegde autoriteit haar besluit over het weigeren of aanvaarden van de gemelde wijzigingen volgens de regels voor het verlenen van de vergunning en na de in lid 2 bedoelde raadplegingsprocedure.
4. Bij administratieve vereenvoudigingen als bedoeld in artikel 12, lid 1, punt a), stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming, indien het geplande punt van wederbinnenkomst zich niet op haar grondgebied bevindt, de bevoegde autoriteit van de lidstaat van het geplande punt van wederbinnenkomst via het elektronische vergunningensysteem onmiddellijk in kennis van die overbrenging. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van het geplande punt van wederbinnenkomst kan in naar behoren gemotiveerde gevallen waarin bedenkingen bestaan over de veiligheid, binnen vijf werkdagen na de datum waarop de informatie over de geplande wederbinnenkomst is verstrekt, bezwaar maken tegen die overbrenging over haar grondgebied. Het uitblijven van bezwaren wordt als goedkeuring beschouwd. Bezwaren van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van het geplande punt van wederbinnenkomst tegen het toestaan van een dergelijke administratieve vereenvoudiging zijn bindend voor de lidstaat van bestemming.
Artikel 14
Nationale invoerbeperkingen
Onverminderd andere rechtshandelingen van de Unie vormt deze verordening geen beletsel voor de vaststelling of toepassing door een lidstaat van kwantitatieve invoerbeperkingen die noodzakelijk zijn om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of industriële en commerciële eigendom.
Artikel 15
Machtiging tot het vaststellen van nationale invoerbeperkingen
Onder de in de artikelen 16, 17 en 18 vastgelegde voorwaarden machtigt de Commissie een lidstaat tot het vaststellen van in artikel 14 bedoelde maatregelen.
Artikel 16
Kennisgeving aan de Commissie
1. Indien een lidstaat voornemens is in artikel 14 bedoelde maatregelen vast te stellen, stelt hij de Commissie hiervan in kennis.
2. De in lid 1 bedoelde kennisgeving bevat de nodige ondersteunende stukken en een opgave van de te nemen maatregelen, met inbegrip van de doelstellingen en alle andere ter zake dienende informatie.
3. De in lid 1 bedoelde kennisgeving wordt ten minste zes maanden vóór de vaststelling van de nationale maatregel toegezonden. Als de door de lidstaat verstrekte informatie onvoldoende is, kan de Commissie om aanvullende informatie verzoeken.
4. De Commissie stelt de in lid 1 van dit artikel bedoelde kennisgeving en, op verzoek, de begeleidende documenten ter beschikking aan de overige lidstaten, met inachtneming van de in artikel 18 neergelegde vereisten van vertrouwelijkheid.
5. Als de door de lidstaat verstrekte informatie onvoldoende is om de vaststelling van nationale maatregelen toe te staan, kan de Commissie om aanvullende informatie verzoeken.
Artikel 17
Machtiging tot het vaststellen van maatregelen
1. De Commissie machtigt de lidstaten tot het vaststellen van invoerbeperkingen, tenzij zij besluit dat dergelijke maatregelen:
|
a) |
in strijd zouden zijn met het Unierecht op een andere grond dan een onverenigbaarheid die voortvloeit uit de verdeling van bevoegdheden tussen de Unie en haar lidstaten; |
|
b) |
onverenigbaar zou zijn met de beginselen en doelstellingen van het externe optreden van de Unie op het gebied van de gemeenschappelijke handelspolitiek, overeenkomstig de algemene bepalingen van de titels I en II van het vijfde deel van het VWEU. |
2. De Commissie verleent de in lid 1 van dit artikel bedoelde machtiging door middel van een uitvoeringshandeling. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 43, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld. De Commissie neemt haar besluit binnen 120 werkdagen na ontvangst van de in artikel 16 bedoelde kennisgeving. Als voor het besluit aanvullende informatie vereist is, gaat de termijn van 120 werkdagen in op de datum waarop die aanvullende informatie is ontvangen.
3. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van op grond van lid 2 genomen besluiten.
4. In het geval dat de Commissie geen machtiging op grond van lid 1 verleent, stelt zij de betrokken lidstaat daarvan in kennis en maakt zij de redenen daarvoor bekend.
Artikel 18
Vertrouwelijkheid van toegezonden informatie
1. Bij de kennisgeving aan de Commissie van zijn voornemen om in artikel 14 bedoelde maatregelen vast te stellen kan een de lidstaat aangeven of verstrekte informatie als vertrouwelijk moet worden beschouwd en of die informatie aan andere lidstaten kan worden doorgegeven.
2. In in lid 1 bedoelde gevallen zorgen de lidstaten en de Commissie voor de bescherming van vertrouwelijke informatie overeenkomstig het toepasselijke Unierecht.
3. De lidstaten en de Commissie zorgen ervoor dat op grond van artikel 16 verstrekte gerubriceerde informatie geen lagere rubriceringsgraad krijgt of niet gederubriceerd wordt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opsteller.
HOOFDSTUK III
VEREISTEN INZAKE UITVOER, WEDERUITVOER EN UITGANG
Artikel 19
Uitvoervergunning
1. Om in de lijst opgenomen goederen buiten het douanegebied van de Unie te brengen, is een uitvoervergunning vereist.
2. Een exporteur die op grond van Richtlijn (EU) 2021/555 toestemming heeft om de in de lijst opgenomen goederen te vervaardigen, te verwerven, voorhanden te hebben of te verhandelen, is gerechtigd een uitvoervergunning aan te vragen. De uitvoervergunning wordt verleend door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar die exporteur gevestigd is.
3. De uitvoervergunning bevat de in bijlage III bedoelde gegevens en wordt via het elektronische vergunningensysteem afgegeven in een van de volgende vormen:
|
a) |
een enkelvoudige vergunning of licentie die aan één specifieke exporteur wordt verleend voor één zending van een of meerdere in de lijst opgenomen goederen aan één geïdentificeerde uiteindelijke ontvanger of ontvanger in een derde land; |
|
b) |
een meervoudige vergunning of licentie die aan één specifieke exporteur wordt verleend voor meerdere zendingen van een of meerdere in de lijst opgenomen goederen aan een of meerdere geïdentificeerde uiteindelijke ontvangers of ontvangers in een of meerdere derde landen; |
|
c) |
een nationale algemene uitvoervergunning waarbij rechtstreeks toestemming wordt verleend voor de uitvoer van in de lijst opgenomen goederen door exporteurs die gevestigd zijn op het grondgebied van de lidstaat die de nationale algemene uitvoervergunning afgeeft, indien zij voldoen aan de vereisten van deze verordening en voldoen aan de voorwaarden van de nationale algemene uitvoervergunning, of, |
|
d) |
een algemene Unievergunning die enkel beschikbaar is voor geautoriseerde marktdeelnemers voor veiligheid op grond van artikel 38, lid 2, punt b), van Verordening (EU) nr. 952/2013, en die geldig is voor de uitvoer van in de lijst opgenomen goederen van de categorie B of C naar specifieke landen van bestemming. |
4. Indien de in de lijst opgenomen goederen zich in een of meerdere andere lidstaten bevinden dan de lidstaat waar de aanvraag van de uitvoervergunning werd ingediend, wordt dat gegeven op die aanvraag vermeld. De bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de aanvraag van de uitvoervergunning werd ingediend, treedt in overleg met de bevoegde autoriteit of autoriteiten van de andere betrokken lidstaat of lidstaten en verstrekt de ter zake dienende informatie over de aanvraag van de uitvoervergunning. De geraadpleegde lidstaat maakt binnen tien werkdagen na de datum waarop met hen via het elektronisch vergunningensysteem contact werd opgenomen eventuele bezwaren tegen het verlenen van een dergelijke vergunning kenbaar. Deze bezwaren zijn bindend voor de lidstaat waar de vergunningsaanvraag werd ingediend.
5. Indien een persoon niet gerechtigd is om uit hoofde van lid 2 een uitvoervergunning aan te vragen, aanvaardt de bevoegde autoriteit de aanvraag niet.
6. De lidstaten kunnen nationale algemene uitvoervergunningen vaststellen waarin nationale voorschriften voor de uitvoer van in de lijst opgenomen goederen worden vastgelegd. De lidstaten stellen de Commissie en de andere lidstaten onverwijld in kennis van elke op grond van lid 3, punt c), vastgestelde nationale algemene uitvoervergunning, met opgave van de redenen daarvoor. Zij stellen de Commissie en de andere lidstaten in kennis van de omschrijving van de gecontroleerde goederen, van de landen van bestemming, en van de gebruiksvoorwaarden en -vereisten. De lidstaten stellen de Commissie en de andere lidstaten ook onverwijld in kennis van wijzigingen in aldus aangenomen nationale algemene vergunningen. De Commissie maakt dergelijke kennisgevingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 20
Uitvoervergunningsprocedure
1. De bevoegde autoriteit behandelt aanvragen voor een uitvoervergunning binnen een termijn van maximaal 90 werkdagen, te rekenen vanaf de dag waarop alle vereiste informatie aan de bevoegde autoriteit is verstrekt. Om naar behoren gemotiveerde redenen kan die termijn door de bevoegde autoriteit tot 110 werkdagen worden verlengd.
2. De aanvrager bezorgt de bevoegde autoriteit van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de afgifte van de uitvoervergunning de nodige documenten om te bewijzen dat:
|
a) |
het derde land van invoer goedkeuring heeft verleend voor de invoer, en |
|
b) |
het derde land of de derde landen van doorvoer, indien van toepassing, geen bezwaar had(den) tegen de doorvoer. |
Punt b) van eerste alinea is niet van toepassing:
|
a) |
op lucht- of zeevervoer via luchthavens of havens van derde landen, op voorwaarde dat er geen overlading of verandering van vervoermiddel plaatsvindt, en |
|
b) |
in het geval van tijdelijke uitvoer ten behoeve van verifieerbare legale doeleinden, waaronder jacht, re-enactment, schietsport, onderzoek, tentoonstelling en reparatie. |
3. Alvorens een uitvoervergunning als bedoeld in artikel 19 af te geven, verifieert de bevoegde autoriteit de overeenkomstig lid 2 van dit artikel ingediende documenten.
4. Indien geen bezwaar tegen de doorvoer overeenkomstig lid 2, eerste alinea, punt b), is ontvangen binnen 20 werkdagen na de datum waarop de schriftelijke aanvraag werd ingediend, wordt of worden het geraadpleegde derde land of landen van doorvoer geacht geen bezwaar te hebben tegen de doorvoer.
5. Met betrekking tot onbruikbaar gemaakte vuurwapens verstrekt de aanvrager het in artikel 15 van Richtlijn (EU) 2021/555 bedoelde certificaat van onbruikbaarmaking aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de afgifte van de uitvoervergunning.
6. De bevoegde autoriteit mag alleen uitvoervergunningen voor in bijlage I vermelde vuurwapens verlenen indien de aanvraag van een dergelijke vergunning vergezeld gaat van een in bijlage IV bedoelde gebruikersverklaring die is afgegeven door de importeur van het land van eindbestemming. In het geval van uitvoer naar een particuliere onderneming die de in de lijst opgenomen goederen op een lokale markt doorverkoopt, wordt die onderneming voor de toepassing van deze verordening als de gebruiker aangemerkt. Dat belet de bevoegde autoriteit niet uitvoervergunningaanvragen die betrekking hebben op uitvoer naar wederverkopers anders te beoordelen dan vergunningaanvragen voor uitvoer naar gebruikers.
7. De geldigheidsduur van een enkelvoudige uitvoervergunning mag de geldigheidsduur van de door het derde land afgegeven invoervergunning niet overschrijden. Een meervoudige uitvoervergunning is niet langer dan drie jaar geldig. Indien op de door het derde land afgegeven invoervergunning geen geldigheidsduur staat vermeld, is de uitvoervergunning maximaal één jaar geldig, behalve in uitzonderlijke omstandigheden en om naar behoren gerechtvaardigde redenen.
Artikel 21
Traceerbaarheid van vuurwapens
1. De uitvoervergunning, de door het betrokken derde land afgegeven invoervergunning en de begeleidende documentatie bevatten tezamen de volgende informatie:
|
a) |
de afgiftedatum en de vervaldatum, in voorkomend geval; |
|
b) |
de plaats van afgifte; |
|
c) |
het land of de landen van uitvoer en uitgang; |
|
d) |
het derde land of gebied van bestemming; |
|
e) |
in voorkomend geval, een derde land, derde landen of gebieden via welke de in de lijst opgenomen goederen worden vervoerd; |
|
f) |
de ontvanger; |
|
g) |
de uiteindelijke ontvanger, voor zover bekend op het tijdstip van verzending; |
|
h) |
de bijzondere kenmerken die de identificatie van de in de lijst opgenomen goederen en de hoeveelheid daarvan mogelijk maken, alsook, op zijn laatst voorafgaand aan de verzending, de op de vuurwapens of op de essentiële onderdelen ervan aangebrachte markering, en |
|
i) |
de eigenaar van de goederen waarop de uitvoervergunning en de door het betrokken derde land afgegeven invoervergunning betrekking hebben, indien de exporteur een wapenmakelaar is. |
2. De in lid 1 bedoelde informatie moet, indien die in de door het betrokken derde land afgegeven invoervergunning is opgenomen, vooraf en ten laatste vóór de verzending, door de exporteur worden verstrekt aan het derde land, de derde landen of gebieden waardoorheen welke de goederen worden vervoerd.
3. De in de lijst opgenomen goederen mogen alleen worden uitgevoerd indien zij zijn gemarkeerd overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn (EU) 2021/555.
Artikel 22
Vrijstelling van de uitvoervergunningsplicht
1. In afwijking van artikel 19, lid 1, is in de volgende gevallen geen uitvoervergunning vereist voor de tijdelijke uitvoer of voor de wederuitvoer van in de lijst opgenomen goederen:
|
a) |
de tijdelijke uitvoer door jagers, re-enactors of sportschutters van vuurwapens die legaal in hun bezit zijn, als onderdeel van hun begeleide persoonlijke bezittingen, tijdens een reis naar een derde land op voorwaarde dat zij aan de bij uitgang bevoegde autoriteit via het elektronische vergunningensysteem ten minste tien werkdagen voordat zij de goederen uit het douanegebied van de Unie brengen, het volgende voorleggen:
|
|
b) |
de wederuitvoer door jagers, re-enactors of sportschutters als onderdeel van hun begeleide persoonlijke bezittingen nadat tijdelijk toestemming is verleend voor jacht-, re-enactment- of schietsportactiviteiten, op voorwaarde dat:
|
|
c) |
het gaat om niet-Uniegoederen die het douanegebied van de Unie verlaten na over het grondgebied van een of meer lidstaten te zijn vervoerd terwijl zij onder een douanedoorvoerregeling zijn geplaatst, waarbij zowel het douanekantoor van vertrek als het douanekantoor van bestemming zich in een derde land bevinden; |
|
d) |
het gaat om Uniegoederen die het douanegebied van de Unie tijdelijk verlaten terwijl ze onder een douanedoorvoerregeling zijn geplaatst om door een land of gebied buiten het douanegebied van de Unie te worden vervoerd met een eindbestemming in de Unie, op voorwaarde dat:
|
Niettegenstaande het bepaalde in de eerste alinea, punt a), ii), leggen de jagers, re-enactors of sportschutters bij luchtvervoer de Europese vuurwapenpas voor aan de bevoegde autoriteit op de plaats waar de desbetreffende in de lijst opgenomen goederen worden overgedragen aan de luchtvaartmaatschappij voor vervoer uit het douanegebied van de Unie.
2. De bevoegde autoriteit verstrekt de persoon die overeenkomstig lid 1, eerste alinea, punt a), informatie indient, via het elektronische vergunningensysteem een referentienummer.
3. De bevoegde autoriteit van een lidstaat schorst voor een periode van ten hoogste tien werkdagen de uitvoer of verhindert indien noodzakelijk op een andere manier dat in de lijstopgenomen goederen het douanegebied van de Unie via die lidstaat verlaten, indien zij een gegrond vermoeden heeft dat de door de jagers, re-enactors of sportschutters aangevoerde redenen als bedoeld in lid 1, eerste alinea, punt a), van dit artikel, niet voldoen aan de desbetreffende overwegingen en de verplichtingen van artikel 24. Om naar behoren gemotiveerde redenen kan die schorsingstermijn door de bevoegde autoriteit tot 30 werkdagen worden verlengd. De bevoegde autoriteit deelt haar besluit om de vrijgave van de in de lijst opgenomen goederen toe te staan of om verdere maatregelen te nemen mee aan de douaneautoriteit via het elektronische vergunningensysteem.
Artikel 23
Vereenvoudigde uitvoervergunning
1. In de volgende situaties kan een vereenvoudigde uitvoervergunning worden aangevraagd:
|
a) |
de wederuitvoer, binnen 180 dagen, van in de lijst opgenomen goederen nadat tijdelijk toestemming is verleend voor onderzoek, een tentoonstelling, of actieve veredeling voor een reparatie, op voorwaarde dat die goederen in het bezit blijven van een persoon die buiten het douanegebied van de Unie is gevestigd en wederuitgevoerd worden naar die persoon, en de exporteur het referentienummer van de aangifte voor tijdelijke invoer of actieve veredeling vermeldt in de aangifte voor wederuitvoer; |
|
b) |
de wederuitvoer van in de lijst opgenomen goederen die tijdelijk in opslag worden gehouden binnen de in artikel 149 van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde termijn; |
|
c) |
de tijdelijke uitvoer van in de lijst opgenomen goederen voor onderzoek, een tentoonstelling of een reparatie, op voorwaarde dat de exporteur het legale bezit van die goederen aantoont. |
2. Een aanvraag van een vereenvoudigde uitvoervergunning wordt ingediend via het elektronische vergunningensysteem en omvat het volgende:
|
a) |
de opgave van een van de drie in lid 1 vermelde doeleinden; |
|
b) |
naam, identificatienummer, adres en contactgegevens van de exporteur; |
|
c) |
de bijzondere kenmerken van alle betrokken vuurwapens, met inbegrip van de naam van de fabrikant of het merk, het land of de plaats van vervaardiging, het serienummer, en waar mogelijk het model en het jaar van vervaardiging; |
|
d) |
de datum en het unieke referentienummer van de vergunning voor het bezitten of voorhanden hebben van een vuurwapen en van de invoervergunning van het derde land, of, in voorkomend geval, een verwijzing naar de vergunning, op grond van Richtlijn (EU) 2021/555, voor het vervaardigen, verwerven, voorhanden hebben of verhandelen van in de lijst opgenomen goederen, en |
|
e) |
in geval van wederuitvoer van in de lijst opgenomen goederen die tijdelijk waren ingevoerd, de verwijzing naar de douaneaangifte waaronder die goederen het douanegebied van de Unie zijn binnengebracht. |
3. De bevoegde autoriteit behandelt aanvragen van een vereenvoudigde uitvoervergunning binnen een termijn van maximaal 20 werkdagen, te rekenen vanaf de dag waarop alle vereiste informatie aan de bevoegde autoriteit werd verstrekt. Om naar behoren gemotiveerde redenen kan die termijn tot 40 werkdagen worden verlengd. De vereenvoudigde uitvoervergunning wordt afgegeven via het elektronische vergunningensysteem.
4. Voor het verkrijgen van de vereenvoudigde uitvoervergunning gelden de volgende voorwaarden:
|
a) |
het derde land of de derde landen van doorvoer hadden geen bezwaar tegen de doorvoer, als bedoeld in artikel 20, leden 2 en 4; |
|
b) |
de bevoegde autoriteit heeft de in artikel 20, lid 3, bedoelde verificatie uitgevoerd, en |
|
c) |
de aanvrager heeft het in artikel 20, lid 5, bedoelde certificaat van onbruikbaarmaking bij de bevoegde autoriteit ingediend. |
5. De geldigheidsduur van een overeenkomstig lid 1, punt c), afgegeven vereenvoudigde uitvoervergunning mag niet langer zijn dan de geldigheidsduur van de door het derde land afgegeven invoervergunning of één jaar indien dat derde land geen geldigheidsduur vermeldt of indien er vrijstelling van de invoervergunningsplicht is verleend.
Artikel 24
Verplichtingen van de bevoegde autoriteiten
1. Bij haar besluit over de verlening van een uitvoervergunning of een vereenvoudigde uitvoervergunning uit hoofde van deze verordening houdt de bevoegde autoriteit rekening met alle ter zake dienende overwegingen, waaronder:
|
a) |
de verplichtingen en verbintenissen van haar lidstaat als partij bij de internationale regelingen inzake uitvoercontrole of bij ter zake geldende internationale verdragen; |
|
b) |
overwegingen van nationaal buitenlands en veiligheidsbeleid, met inbegrip van overwegingen uit hoofde van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB; |
|
c) |
overwegingen omtrent het voorgenomen eindgebruik, de ontvanger, de geïdentificeerde uiteindelijke ontvanger en het risico van omleiding. |
2. De bevoegde autoriteit houdt bij de beoordeling van een aanvraag van een uitvoervergunning of een vereenvoudigde uitvoervergunning niet alleen rekening met de in lid 1 vastgestelde overwegingen ter zake, maar ook met de vraag of de aanvrager over evenredige en passende middelen en procedures beschikt om ervoor te zorgen dat de bepalingen en de doelstellingen van deze verordening en de voorwaarden van de vergunning in acht worden genomen.
3. Bij haar besluit over de verlening van een uitvoervergunning of een vereenvoudigde uitvoervergunning komt de bevoegde autoriteit de verplichtingen na in het kader van beperkende maatregelen uit hoofde van besluiten van de Raad of uit hoofde van een besluit van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), dan wel krachtens een bindende resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, in het bijzonder met betrekking tot wapenembargo’s, alsmede nationaal recht ter uitvoering van die verplichtingen.
4. Voordat een bevoegde autoriteit een uitvoervergunning of een vereenvoudigde uitvoervergunning verleent, houdt zij rekening met alle weigeringen die door de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten uit hoofde van deze verordening zijn afgegeven. De eerstgenoemde bevoegde autoriteit kan eerst de laatstgenoemde bevoegde autoriteit of autoriteiten raadplegen. Indien de eerstgenoemde bevoegde autoriteit na een dergelijke raadpleging besluit een vergunning te verlenen, stelt zij de laatstgenoemde bevoegde autoriteit of autoriteiten daarvan in kennis en verstrekt zij daarbij alle ter zake dienende informatie om haar besluit toe te lichten. Die uitwisseling van informatie vindt onverwijld plaats via het elektronische vergunningensysteem.
5. De bevoegde autoriteiten zien erop toe dat er op basis van risicobeheer aan de voorwaarden van uitvoervergunningen en vereenvoudigde uitvoervergunningen is voldaan. De voorwaarden van vergunningen die voor een termijn van meer dan twee jaar worden verleend, worden na twee jaar gecontroleerd.
Artikel 25
Weigeringen, annuleringen, schorsingen, wijzigingen of intrekkingen van uitvoervergunningen
1. De bevoegde autoriteiten weigeren een uitvoervergunning of vereenvoudigde uitvoervergunning te verlenen in een van de volgende gevallen:
|
a) |
er is niet voldaan aan de in artikel 24, lid 1, vastgestelde verplichtingen en overwegingen; |
|
b) |
de aanvrager is een natuurlijk persoon die strafrechtelijk is veroordeeld voor een handeling die een in artikel 2, lid 2, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ vermeld strafbaar feit vormt of voor een andere handeling, mits dit een strafbaar feit vormt waarop een maximumstraf van ten minste vier jaar vrijheidsberoving staat; |
|
c) |
het uit te voeren vuurwapen is aangegeven als verloren, gestolen of anderszins gezocht met het oog op inbeslagneming; |
|
d) |
de aanvrager is een rechtspersoon en een van de volgende personen die met die rechtspersoon verbonden is, is veroordeeld voor een handeling die een in punt b) bedoeld strafbaar feit vormt:
|
|
e) |
er zijn duidelijke aanwijzingen dat een van de bij de transactie betrokken personen een veiligheidsdreiging of een bedreiging voor de openbare veiligheid vormt, of dat de in punt b) of punt d) van dit lid bedoelde personen niet in staat zijn te voldoen aan de verplichtingen die hun zijn opgelegd bij Richtlijn (EU) 2021/555, deze verordening of vergunningen die met betrekking tot hun vuurwapens zijn afgegeven. |
2. Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel verkrijgen de lidstaten de informatie over eerdere strafrechtelijke veroordelingen van de verzoeker in andere lidstaten via het bij Kaderbesluit 2009/315/JBZ ingestelde systeem.
3. Voor de toepassing van lid 1, punt c), controleren de lidstaten of het vuurwapen niet in het Schengeninformatiesysteem is geregistreerd.
4. Een bevoegde autoriteit verklaart een uitvoervergunning of een vereenvoudigde uitvoervergunning nietig, schorst, wijzigt of herroept deze indien de voorwaarden voor het verlenen ervan niet of niet meer zijn vervuld. Indien een bevoegde autoriteit daartoe besluit, stelt zij die informatie onverwijld ter beschikking van de bevoegde douaneautoriteit via het elektronische vergunningensysteem.
5. Indien de bevoegde autoriteit een uitvoervergunning of een vereenvoudigde uitvoervergunning heeft geschorst, stelt zij aan het eind van de schorsingsperiode haar definitieve besluit onverwijld ter beschikking van de andere bevoegde autoriteiten via het elektronische vergunningensysteem.
6. Indien de bevoegde autoriteit heeft geweigerd een uitvoervergunning of een vereenvoudigde uitvoervergunning te verlenen, registreert zij haar definitieve besluit onverwijld in het elektronische vergunningensysteem.
7. Bij de uitwisseling van alle informatie overeenkomstig dit artikel wordt artikel 28 betreffende de vertrouwelijkheid ervan in acht genomen.
Artikel 26
Bewijs van ontvangst
1. Binnen 45 dagen nadat de goederen het douanegebied van de Unie hebben verlaten, verstrekt de exporteur aan de bevoegde autoriteit die de uitvoervergunning heeft afgegeven, een bewijs van de ontvangst van de verzonden in de lijst opgenomen goederen in het derde land van invoer, door de desbetreffende douanedocumenten voor invoer over te leggen. Die documenten worden verstrekt via het elektronische vergunningensysteem.
2. Bij gebreke van het bewijs van ontvangst van de verzonden zending als bedoeld in lid 1 verzoekt de bevoegde autoriteit die de uitvoervergunning heeft afgegeven de douaneautoriteit van uitvoer onverwijld te bevestigen dat de douaneformaliteiten in verband met de uitgang van goederen zijn vervuld en dat de in de lijst opgenomen goederen het douanegebied van de Unie hebben verlaten.
3. Indien de douaneautoriteiten bevestigen dat de douaneformaliteiten zijn vervuld en de goederen zijn uitgegaan, vraagt de bevoegde autoriteit die de uitvoervergunning heeft afgegeven de betrokken autoriteit van het derde land van invoer om de binnenkomst van de goederen in haar douanegebied te bevestigen.
4. Indien de bevoegde autoriteit geen bewijs van binnenkomst van het invoerende derde land zoals bepaald in lid 3 kan verkrijgen, registreert zij die informatie in het elektronische vergunningensysteem.
HOOFDSTUK IV
TOEZICHT EN CONTROLES
Artikel 27
Controles na verzending
1. Een bevoegde autoriteit die een uitvoervergunning voor in de lijst opgenomen goederen verleent, kan controles na verzending uitvoeren om zich ervan te vergewissen dat de uitvoer ervan in overeenstemming is met de verbintenissen die zijn aangegaan in de gebruikersverklaring zoals bepaald in bijlage IV, en dat de goederen op de geplande eindbestemming zijn aangekomen.
2. De bevoegde autoriteiten en de douaneautoriteiten werken met elkaar en, indien nodig, met de autoriteiten van derde landen samen om de naleving van de verbintenissen die zijn aangegaan in de gebruikersverklaring zoals bepaald in bijlage IV of de aankomst van de in de lijst opgenomen goederen op de geplande eindbestemming te verifiëren. In voorkomend geval kunnen controles na verzending in derde landen worden uitgevoerd, mits zij daarmee instemmen, door middel van samenwerking met de administratieve autoriteiten van die derde landen. De lidstaten kunnen de Commissie om ondersteuning bij de uitvoering van dergelijke controles verzoeken.
Artikel 28
Uitwisseling van informatie en samenwerking tussen autoriteiten
1. De Commissie, de bevoegde autoriteiten en de douaneautoriteiten werken nauw samen en wisselen informatie uit om de correcte uitvoering van deze verordening te waarborgen.
2. De risico-informatie, met inbegrip van risicoanalyse en controleresultaten, die relevant is voor de handhaving van deze verordening, en met name in verband met het vermoeden van illegale handel in in de lijst opgenomen goederen, wordt als volgt uitgewisseld en verwerkt:
|
a) |
de in artikel 46, lid 5, van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde informatie wordt tussen de douaneautoriteiten uitgewisseld; |
|
b) |
de in artikel 47, lid 2, van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde gegevens worden tussen de douaneautoriteiten en de Commissie uitgewisseld; |
|
c) |
de in artikel 47, lid 2, van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde gegevens worden tussen de douaneautoriteiten en de bevoegde autoriteiten, met inbegrip van de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten, uitgewisseld. |
3. De in lid 2, punten a) en b), van dit artikel bepaalde uitwisseling en verwerking van informatie vindt plaats door middel van het daartoe bij artikel 16, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 ingestelde systeem. Indien de douaneautoriteiten vertrouwelijke informatie uitwisselen, doen zij die informatie overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) nr. 952/2013 ook toekomen aan de Commissie en de bevoegde autoriteiten.
4. De uitwisseling van informatie tussen douaneautoriteiten en bevoegde autoriteiten geschiedt met behulp van gevestigde nationale middelen of via het elektronische vergunningensysteem.
5. Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad (33) is van overeenkomstige toepassing op maatregelen uit hoofde van dit artikel.
Artikel 29
Procedures bij in- en uitvoer
1. Bij het vervullen van douaneformaliteiten voor de in de lijst opgenomen goederen vermeldt de aangever in de douaneaangifte of de aangifte voor wederuitvoer een verwijzing naar de uit hoofde van artikel 9, 11, 19 of 23 door de bevoegde autoriteit verleende vergunning of het door de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 22 verstrekte referentienummer. Indien een ATA-carnet wordt gebruikt om de douaneformaliteiten te vervullen, wordt die informatie in een van de delen ervan verstrekt.
2. Alle informatie en documentatie die nodig zijn om de conformiteit van de in de lijst opgenomen goederen met deze verordening aan te tonen, wordt op verzoek van de bevoegde autoriteit door de importeur of de exporteur verstrekt in een officiële taal van de lidstaat waar die bevoegde autoriteit is gevestigd, of in het Engels.
3. Wanneer de in artikel 34, lid 7, bedoelde koppeling operationeel is, verifieert de douaneautoriteit bij aanvaarding van een douaneaangifte of een aangifte voor wederuitvoer van in de lijst opgenomen goederen de geldigheid van de vergunning via de éénloketomgeving van de EU voor de douane. De verificatie vindt elektronisch en automatisch plaats.
4. Indien de douaneautoriteit in de lijst opgenomen goederen vrijgeeft voor een douaneregeling of wederuitvoer, wordt de vrijgave elektronisch en automatisch aan het elektronische vergunningensysteem meegedeeld via de éénloketomgeving van de EU voor de douane zodra de in artikel 34, lid 7, bedoelde koppeling operationeel is. Indien in de lijst opgenomen goederen onder de regeling tijdelijke invoer worden geplaatst, tijdelijk worden uitgevoerd, of worden wederuitgevoerd met behulp van een ATA-carnet, registreert de douaneautoriteit de informatie over de vrijgave van de goederen in het elektronische vergunningensysteem.
5. Onverminderd de bevoegdheden die haar uit hoofde van Verordening (EU) nr. 952/2013 zijn verleend, geeft een douaneautoriteit de in de lijst opgenomen goederen niet vrij voor een douaneregeling of voor wederuitvoer en stelt zij de bevoegde autoriteit die een besluit neemt over de behandeling van die goederen, daarvan binnen 24 uur in kennis met behulp van gevestigde nationale middelen of het elektronische vergunningensysteem indien de douaneautoriteit betwijfelt of de goederen onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen, of zij een gegrond vermoeden heeft dat:
|
a) |
bij de vergunningverlening geen rekening is gehouden met relevante gegevens; |
|
b) |
de omstandigheden wezenlijk zijn gewijzigd sinds de vergunning is verleend, of |
|
c) |
de in de lijst opgenomen goederen in andere omstandigheden niet aan deze verordening voldoen. |
De bevoegde autoriteit antwoordt de douaneautoriteit binnen tien werkdagen na ontvangst van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde informatie met behulp van de gevestigde nationale middelen of via het elektronische vergunningensysteem. Om naar behoren gemotiveerde redenen kan die termijn tot 30 werkdagen worden verlengd. Indien de bevoegde autoriteit niet binnen de gestelde termijn reageert, geeft de douaneautoriteit de in de lijst opgenomen goederen vrij overeenkomstig artikel 194 van Verordening (EU) nr. 952/2013.
Artikel 30
Ontdekking van een niet-conforme zending
1. Indien een douaneautoriteit een zending van in de lijst opgenomen goederen ontdekt die niet voldoet aan de verplichtingen van deze verordening, neemt zij passende maatregelen om ervoor te zorgen dat die goederen onder douanetoezicht blijven en stelt zij de bevoegde autoriteit daarvan binnen 24 uur in kennis.
2. De bevoegde autoriteit neemt binnen een termijn van maximaal tien werkdagen een besluit over de behandeling van die in de lijst opgenomen goederen en stelt de douaneautoriteit in kennis van haar besluit om de vrijgave van die goederen toe te staan of om verdere maatregelen te nemen. Om naar behoren gemotiveerde redenen kan die termijn tot 30 werkdagen worden verlengd.
3. De douaneautoriteit ziet erop toe dat het besluit van de bevoegde autoriteit met betrekking tot in de lijst opgenomen goederen onder douanetoezicht conform de douanewetgeving wordt uitgevoerd.
4. Indien de zending van niet-conforme, in de lijst opgenomen goederen is verzonden naar of vanuit een andere lidstaat, stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar die zending werd ontdekt, de bevoegde autoriteit van de lidstaat van verzending of bestemming via het elektronische vergunningensysteem onverwijld in kennis van de maatregelen die met betrekking tot die goederen zijn genomen en van de redenen daarvoor.
5. In geval van een redelijk vermoeden dat in de lijst opgenomen goederen illegaal worden verhandeld, worden die goederen in beslag genomen of ingehouden en wordt informatie over de tijdens douanecontroles in beslag genomen of ingehouden goederen onverwijld door de douaneautoriteit gedeeld:
|
a) |
met de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de douaneautoriteit, en |
|
b) |
met de in artikel 40, lid 2, bedoelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten via de netwerkapplicatie voor veilige informatie-uitwisseling (Secure Information Exchange Network Application — Siena) van Europol. |
6. De gegevens over inbeslagneming of inhouding omvatten, zodra deze beschikbaar zijn, de volgende informatie:
|
a) |
de bijzondere kenmerken van het vuurwapen of de vuurwapens, met inbegrip van de naam van de fabrikant of het merk, het land of de plaats van vervaardiging, het serienummer en het jaar van vervaardiging, indien dit nog geen deel uitmaakt van het serienummer, alsook het model waar mogelijk, en de hoeveelheden; |
|
b) |
de categorie van het vuurwapen of de vuurwapens, in overeenstemming met bijlage I; |
|
c) |
indien beschikbaar, informatie over de vervaardiging, met inbegrip van het opnieuw gebruiksklaar maken van onbruikbaar gemaakte vuurwapens, van het ombouwen van alarm- en seinwapens, met de hand of zelf vervaardigde vuurwapens en vuurwapens die zijn vervaardigd door additieve vervaardiging, en andere relevante informatie; |
|
d) |
het land van oorsprong; |
|
e) |
het land van verzending; |
|
f) |
het land van bestemming; |
|
g) |
het vervoermiddel, met inbegrip van, in voorkomend geval, de vermelding “container”, “vrachtwagen of bestelwagen”, “personenvoertuig”, “autobus of touringcar”, “trein”, “commerciële luchtvaart”, “algemene luchtvaart” of “postvracht en -pakketten”, alsmede, in voorkomend geval, het registratienummer van het gebruikte vervoermiddel, en de nationaliteit van het vervoersbedrijf of de vervoerspersoon, en |
|
h) |
het type en de plaats van de inbeslagneming of inhouding, met inbegrip van, in voorkomend geval, de vermelding “binnenland”, “grensdoorlaatpost”, “landgrens”, “luchthaven” of “zeehaven”. |
7. Artikel 6, lid 1, van deze verordening belet de douaneautoriteit niet artikel 198, lid 2, van Verordening (EU) nr. 952/2013 toe te passen. Indien de douaneautoriteit de door de bevoegde autoriteit besloten vernietiging van de in de lijst opgenomen goederen verricht, worden de kosten voor de vernietiging gedragen overeenkomstig artikel 198, lid 3, van Verordening (EU) nr. 952/2013.
8. De Commissie bepaalt door middel van een uitvoeringshandeling het systeem dat moet worden gebruikt om jaarlijkse statistische informatie over de inbeslagnemingen en inhoudingen van in de lijst opgenomen goederen te verzamelen. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 43, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
HOOFDSTUK V
ADMINISTRATIE, DIGITALISERING EN SAMENWERKING
Artikel 31
Opslag van informatie over invoer, uitvoer en wederuitvoer van in de lijst opgenomen goederen
1. De lidstaten bewaren gedurende ten minste twintig jaar alle informatie met betrekking tot de invoer, uitvoer en wederuitvoer van in de lijst opgenomen goederen die nodig is om die goederen te traceren en te identificeren en om illegale handel daarin te voorkomen en op te sporen.
2. De in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie omvat mutatis mutandis informatie overeenkomstig artikel 21, lid 1.
3. Lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op in- of uitvoer zoals bedoeld in artikel 12, lid 1, punt a), of artikel 22, lid 1, punten a) en b).
Artikel 32
Statistieken en jaarverslag
1. De Commissie dient, in overleg met de in artikel 39, lid 1, bedoelde coördinatiegroep in- en uitvoer vuurwapens elk jaar uiterlijk op 31 oktober bij het Europees Parlement en de Raad een jaarverslag in over de uitvoering van deze verordening, en maakt dit verslag openbaar. Het verslag bevat de volgende informatie:
|
a) |
het aantal invoervergunningen en het aantal uitvoervergunningen die in het voorgaande jaar in het douanegebied van de Unie op het niveau van de lidstaten zijn verleend; |
|
b) |
de hoeveelheden in de lijst opgenomen goederen die in het voorgaande jaar in het douanegebied van de Unie zijn ingevoerd en uit het douanegebied van de Unie zijn uitgevoerd, per categorie en subcategorie zoals vermeld in bijlage I, per oorsprong en per land van bestemming op het niveau van de lidstaten; |
|
c) |
de douanewaarde van de in punt b) bedoelde in- en uitvoer op Unieniveau; |
|
d) |
het aantal weigeringen van vergunningen in het voorgaande jaar en de redenen daarvoor; |
|
e) |
het aantal inbeslagnemingen, de hoeveelheid in de lijst opgenomen goederen die in het voorgaande jaar in beslag zijn genomen of ingehouden, per categorie; |
|
f) |
de hoeveelheid en de resultaten van de controles na verzending op het niveau van de lidstaten in het voorgaande jaar, en |
|
g) |
het aantal inbreuken en het aantal sancties in verband met de handhaving van deze verordening op het niveau van de lidstaten in het voorgaande jaar. |
2. De Commissie krijgt toegang tot de statistische gegevens die zijn verzameld in het elektronische vergunningensysteem en het overeenkomstig artikel 30, lid 8, te bepalen systeem.
3. De lidstaten dienen elk jaar uiterlijk op 31 juli bij de Commissie de in lid 1, punten f) en g), bedoelde informatie in.
4. De statistieken en het jaarverslag als bedoeld in lid 1 bevatten geen persoonsgegevens, commercieel gevoelige informatie of beschermde informatie op het gebied van defensie, buitenlands beleid of nationale veiligheid.
Artikel 33
Administratieve vergoeding
De lidstaten kunnen een vergoeding vragen om de administratieve kosten van de behandeling van vergunningsaanvragen te dekken.
Artikel 34
Elektronisch vergunningensysteem
1. De Commissie zet een beveiligd en versleuteld elektronisch vergunningensysteem op voor invoer, uitvoer en vereenvoudigde uitvoer, registraties, informatie en besluiten die daarmee verband houden op grond van de artikelen 9, 11, 12, 13, 19, 22, 23, 25, 26, 28, 29 en 30, en onderhoudt dit systeem.
Het in de eerste alinea bedoelde elektronische vergunningensysteem biedt ten minste de volgende functies:
|
a) |
registreren van personen die gerechtigd zijn om een vergunning, een vrijstelling of een administratieve vereenvoudiging uit hoofde van deze verordening aan te vragen voordat zij de eerste aanvraag indienen en, indien van toepassing, opnemen in het registratieprofiel van het registratie- en identificatienummer van marktdeelnemer (EORI-nummer) overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) nr. 952/2013; |
|
b) |
aanvragen, verlenen, afgeven en opslaan, aan de hand van de elektronische procedure, van een vergunning, een vrijstelling of een administratieve vereenvoudiging op grond van deze verordening; |
|
c) |
koppelen met de nationale elektronische vergunningensystemen via welke vergunningen, vrijstellingen of administratieve vereenvoudigingen op grond van deze verordening in de lidstaten kunnen worden aangevraagd, verleend en afgegeven, en doorgeven van informatie uit die nationale elektronische vergunningensystemen; |
|
d) |
koppelen met nationale douaneautoriteiten via het in artikel 4 van Verordening (EU) 2022/2399 bedoelde douane-éénloketsysteem van de Europese Unie voor de uitwisseling van certificaten, met inbegrip van het beheer van de hoeveelheden van toegestane goederen, indien nodig; |
|
e) |
opstellen, door de bevoegde autoriteiten en de douaneautoriteiten, van risicoprofielen van personen die overeenkomstig deze verordening gemachtigd of geregistreerd zijn om in de lijst opgenomen goederen in te voeren, uit te voeren of weder uit te voeren, en van de profielen van die goederen, met inbegrip van automatische waarschuwingen met betrekking tot ontbrekende documenten betreffende het bewijs van ontvangst; |
|
f) |
wederzijds verlenen van administratieve bijstand en samenwerken tussen de bevoegde autoriteiten en de Commissie om informatie en statistieken over het gebruik van het elektronische vergunningensysteem uit te wisselen; |
|
g) |
uitwisselen, ten behoeve van de uitvoering van deze verordening, van informatie tussen de bevoegde autoriteiten, onder andere over weigeringen om een vergunning te verlenen en de redenen daarvoor; |
|
h) |
communiceren tussen de bevoegde autoriteiten en de personen die een vergunning, een vrijstelling of een administratieve vereenvoudiging aanvragen en uploaden van het bewijs van ontvangst; |
|
i) |
communiceren tussen de bevoegde autoriteiten, de Commissie en de douaneautoriteiten ten behoeve van de uitvoering van deze verordening; |
|
j) |
opstellen, behalve wat betreft persoonsgegevens, van statistieken over onder andere het aantal vergunningen, de hoeveelheden en de waarde van de werkelijke in- en uitvoer, het aantal weigeringen om een vergunning te verlenen voor in de lijst opgenomen goederen en de redenen daarvoor, uitgesplitst naar onder andere oorsprong en bestemming. |
2. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen regels vast voor de werking van het elektronische vergunningensysteem, met inbegrip van regels voor de verwerking van persoonsgegevens en de uitwisseling van gegevens met andere IT-systemen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 43, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
3. De Commissie biedt toegang tot het elektronische vergunningensysteem aan:
|
a) |
douaneautoriteiten en bevoegde autoriteiten met het oog op de uitvoering van hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening en de douanewetgeving; |
|
b) |
personen die een vergunning, een vrijstelling of een administratieve vereenvoudiging aanvragen; |
|
c) |
de bevoegde diensten van de Commissie voor het onderhoud van het systeem, de uitwisseling van gegevens als bedoeld in lid 1, punten e) en f), en het verzamelen van gegevens als bedoeld in lid 1, punten i) en j). |
De in de eerste alinea, punt b), bedoelde personen hebben alleen toegang tot informatie over henzelf.
4. De Commissie zorgt voor de koppeling tussen het elektronische vergunningensysteem en de elektronische nationale vergunningensystemen, indien deze voorhanden zijn.
5. De verwerking van persoonsgegevens in het elektronische vergunningensysteem geschiedt in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679 of Verordening (EU) 2018/1725, naargelang het geval.
6. Het elektronische vergunningensysteem wordt uiterlijk op 12 februari 2027 ingevoerd.
7. Ten behoeve van de in artikel 29, leden 3 en 4, van deze verordening bedoelde verificatie respectievelijk mededeling koppelt het in artikel 4 van Verordening (EU) 2022/2399 bedoelde elektronische douane-éénloketsysteem van de Europese Unie voor de uitwisseling van certificaten het elektronische vergunningensysteem aan de éénloketomgeving van de EU voor de douane. Die koppeling moet uiterlijk op 12 februari 2031 tot stand zijn gebracht.
Artikel 35
Verplichtingen inzake informatieverstrekking en verslaglegging
1. De lidstaten brengen elk jaar uiterlijk op 1 juli aan de Commissie verslag uit over de modellen van alarm- en seinwapens die overeenkomstig artikel 8 zijn gecontroleerd. Die verslagen worden besproken in de in artikel 39 bedoelde coördinatiegroep in- en uitvoer vuurwapens.
2. De lidstaten brengen elke twee jaar verslag uit over de in artikel 39 bedoelde coördinatiegroep in- en uitvoer vuurwapens de resultaten van het toezicht op de in artikel 10, lid 8, en artikel 24, lid 5, bedoelde vergunningen. Die verslagen worden besproken in de coördinatiegroep in- en uitvoer vuurwapens.
HOOFDSTUK VI
ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 36
Beveiligde procedures
1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat hun procedures voor vergunningverlening beveiligd zijn en dat de echtheid van vergunningsdocumenten kan worden geverifieerd of gevalideerd.
2. De lidstaten kunnen in voorkomend geval ook via diplomatieke weg voor verificatie en validering zorgen.
Artikel 37
Taken van bevoegde autoriteiten
1. Om ervoor te zorgen dat deze verordening correct wordt toegepast, nemen de lidstaten alle noodzakelijke en evenredige maatregelen om hun bevoegde autoriteiten in staat te stellen:
|
a) |
deze verordening met alle nodige maatregelen te handhaven, met inbegrip van, in voorkomend geval, de inbeslagneming en verkoop of vernietiging van in de lijst opgenomen goederen; |
|
b) |
gegevens te verzamelen over elke bestelling of transactie die met in de lijst opgenomen goederen verband houdt, en |
|
c) |
na te gaan of de verplichtingen van een persoon uit hoofde van deze verordening op de juiste wijze worden nagekomen, hetgeen met name de bevoegdheid kan omvatten tot betreding van de bedrijfsruimten van die persoon en van andere personen die belang hebben bij de betrokken transactie. |
2. Op verzoek van een derde land van uitvoer dat op het moment van uitvoer partij is bij het VN-Vuurwapenprotocol, bevestigt de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de voor de uitvoer uit het derde land gebruikte invoervergunning afgeeft, de invoer of de tijdelijke opslag van de in de lijst opgenomen goederen waarop de invoervergunning betrekking heeft.
Artikel 38
Handhaving
1. De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat zij worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie van die regels en maatregelen in kennis en delen haar alle latere wijzigingen daarvan mee.
2. De bij Richtlijn (EU) 2019/1937 ingestelde klokkenluidersregeling is van toepassing op personen die inbreuken op deze verordening melden.
Artikel 39
Coördinatiegroep
1. Er wordt een coördinatiegroep in- en uitvoer vuurwapens (de “coördinatiegroep”) ingesteld waarvan het voorzitterschap door een vertegenwoordiger van de Commissie wordt bekleed. De groep bestaat uit vertegenwoordigers van de in artikel 40, lid 2, bedoelde bevoegde autoriteiten.
2. De coördinatiegroep onderzoekt elke kwestie in verband met de toepassing van deze verordening die door de voorzitter of door een vertegenwoordiger van de in artikel 40, lid 2, bedoelde bevoegde autoriteiten aan de orde wordt gesteld. Bij de verwerking en het gebruik van de in dit lid bedoelde informatie wordt Verordening (EG) nr. 515/97 betreffende de vertrouwelijkheid in acht genomen.
3. De voorzitter van de coördinatiegroep of de coördinatiegroep zelf raadpleegt indien nodig de bij deze verordening betrokken belanghebbenden.
Artikel 40
Uitvoeringstaken
1. Elke lidstaat stelt de Commissie in kennis van de voor de uitvoering van deze verordening vastgestelde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.
2. Uiterlijk op 12 augustus 2025 wijst elke lidstaat de voor de uitvoering van deze verordening bevoegde nationale instanties aan en brengt hij de andere lidstaten en de Commissie daarvan op de hoogte.
3. De Commissie maakt op grond van de in lid 2 bedoelde inlichtingen op haar website een lijst van de in dat lid bedoelde instanties bekend en werkt deze bij indien zich wijzigingen voordoen.
4. Op verzoek van de coördinatiegroep en in ieder geval elke tien jaar beoordeelt de Commissie de uitvoering van deze verordening en legt zij het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de toepassing ervan, waarin wijzigingsvoorstellen kunnen worden opgenomen. De lidstaten verstrekken de Commissie alle dienstige informatie voor de opstelling van dit verslag. De Commissie publiceert uiterlijk op 12 februari 2030 een eerste tussentijds verslag over de toepassing.
Artikel 41
Gedelegeerde handelingen
De Commissie is overeenkomstig artikel 42 bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde:
|
a) |
deze verordening aan te vullen met de regels tot vaststelling van de in artikel 9, lid 2, punt c), van deze verordening bedoelde algemene Unie-invoervergunning voor geautoriseerde marktdeelnemers voor veiligheid op grond van artikel 38, lid 2, punt b), van Verordening (EU) nr. 952/2013, door het formaat, het gebruik en de geografische geldigheid van dat soort vergunning te specificeren; |
|
b) |
deze verordening aan te vullen met de regels tot vaststelling van de in artikel 19, lid 3, punt d), van deze verordening bedoelde algemene Unie-uitvoervergunning voor geautoriseerde marktdeelnemers voor veiligheid op grond van artikel 38, lid 2, punt b), van Verordening (EU) nr. 952/2013, door het formaat, het gebruik en de geografische geldigheid van dat soort vergunning te specificeren; |
|
c) |
deze verordening aan te vullen door te bepalen in welk deel van het ATA-carnet door de aangever op grond van artikel 29, lid 1, moet worden verwezen naar de door de bevoegde autoriteit verleende vergunning of de door de bevoegde autoriteit verstrekte referentienummers; |
|
d) |
bijlage I bij deze verordening te wijzigen op basis van wijzigingen in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 en op basis van wijzigingen in bijlage I bij Richtlijn (EU) 2021/555; |
|
e) |
de bijlagen II, III en IV bij deze verordening te wijzigen. |
Artikel 42
Bevoegdheidsdelegatie
1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
2. De in artikel 41 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd.
3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 41 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit vastgelegde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin vastgelegde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4. Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.
5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
6. Een op grond van artikel 41 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.
Artikel 43
Comitéprocedure
1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
Artikel 44
Overgangsperiode
1. Tot 12 februari 2029 verstrekt elke lidstaat voor de uitvoering van artikel 32, lid 1, uiterlijk op 31 juli van elk jaar aan de Commissie de volgende gegevens:
|
a) |
het aantal invoervergunningen en het aantal uitvoervergunningen die hij gedurende het voorafgaande jaar heeft verleend; |
|
b) |
het aantal weigeringen van uitvoervergunningen gedurende het voorafgaande jaar en de redenen daarvoor, en |
|
c) |
het aantal inbreuken en het aantal sancties in verband met de handhaving van deze verordening gedurende het voorafgaande jaar. |
2. Vergunningen voor de invoer of uitvoer van in de lijst opgenomen goederen die onder de artikelen 9, 11, 19 en 23 vallen, en die vóór 12 februari 2029 zijn verleend, blijven vanaf die datum geldig voor een periode van maximaal twaalf maanden.
3. Vergunningen voor de invoer of uitvoer van in de lijst opgenomen goederen die vóór 12 februari 2029 zijn aangevraagd en op die datum in behandeling zijn, worden verleend overeenkomstig de bepalingen die vóór die datum van toepassing waren. Die vergunningen zijn geldig voor een periode van maximaal twaalf maanden vanaf die datum.
4. Kwantitatieve invoerbeperkingen voor de in de lijst opgenomen goederen als bedoeld in artikel 14, die in de lidstaten van kracht zijn op 11 februari 2025, worden aan de Commissie meegedeeld overeenkomstig de in de artikelen 15, 16 en 17 bepaalde procedure. De lidstaten verrichten die kennisgeving uiterlijk op 12 augustus 2028.
Artikel 45
Intrekking
Verordening (EU) nr. 258/2012 wordt ingetrokken.
Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage V bij deze verordening.
Artikel 46
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 12 februari 2029.
Artikel 2, lid 2, artikel 8, lid 2, artikel 9, lid 1, artikel 11, lid 6, de artikelen 14 tot en met 18, artikel 30, lid 8, artikel 34, artikel 35, de artikelen 38 tot en met 44 en artikel 46 zijn evenwel van toepassing met ingang van 11 februari 2025.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 december 2024.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
R. METSOLA
Voor de Raad
De voorzitter
BÓKA J.
(1) Standpunt van het Europees Parlement van 23 april 2024 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 16 december 2024.
(2) Verordening (EU) nr. 258/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot uitvoering van artikel 10 van het Protocol van de Verenigde Naties tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (VN-protocol inzake vuurwapens), en tot vaststelling van uitvoervergunningen voor vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie en maatregelen betreffende de invoer en doorvoer ervan (PB L 94 van 30.3.2012, blz. 1).
(3) Besluit 2001/748/EG van de Raad van 16 oktober 2001 betreffende de ondertekening namens de Europese Gemeenschap van het Protocol, gehecht aan het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit, betreffende de bestrijding van illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, onderdelen ervan en munitie (PB L 280 van 24.10.2001, blz. 5).
(4) PB L 89 van 25.3.2014, blz. 10.
(5) Besluit 2014/164/EU van de Raad van 11 februari 2014 betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van het Protocol tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, delen en onderdelen daarvan en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (PB L 89 van 25.3.2014, blz. 7).
(6) Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap (PB L 146 van 10.6.2009, blz. 1).
(7) Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie (PB L 335 van 13.12.2008, blz. 99).
(8) Besluit (GBVB) 2021/38 van de Raad van 15 januari 2021 tot vaststelling van een gemeenschappelijke aanpak met betrekking tot de elementen van eindgebruikers-certificaten in de context van de uitvoer van handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor (PB L 14 van 18.1.2021, blz. 4).
(9) Richtlijn (EU) 2021/555 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PB L 115 van 6.4.2021, blz. 1).
(10) Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot instelling van een Unieregeling voor controle op de uitvoer, de tussenhandel, de technische bijstand, de doorvoer en de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik (PB L 206 van 11.6.2021, blz. 1).
(11) Gemeenschappelijk Standpunt 2003/468/GBVB van de Raad van 23 juni 2003 over het toezicht op de tussenhandel in wapens (PB L 156 van 25.6.2003, blz. 79).
(12) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
(13) Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 1).
(14) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2403 van de Commissie van 15 december 2015 tot vaststelling van gemeenschappelijke richtsnoeren betreffende normen en technieken om te waarborgen dat onbruikbaar gemaakte vuurwapens voorgoed onbruikbaar zijn (PB L 333 van 19.12.2015, blz. 62).
(15) Uitvoeringsrichtlijn (EU) 2019/69 van de Commissie van 16 januari 2019 tot vaststelling van technische specificaties voor alarm- en seinwapens uit hoofde van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PB L 15 van 17.1.2019, blz. 22).
(16) Kaderbesluit 2009/315/JBZ van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de organisatie en de inhoud van uitwisseling van gegevens uit het strafregister tussen de lidstaten (PB L 93 van 7.4.2009, blz. 23).
(17) Verordening (EU) 2018/1862 van het Europees Parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, tot wijziging en intrekking van Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad en Besluit 2010/261/EU van de Commissie (PB L 312 van 7.12.2018, blz. 56).
(18) Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1).
(19) Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).
(20) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(21) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
(22) Besluit van het Uitvoerend Comité van 28 april 1999 betreffende de illegale wapenhandel (SCH/Com-ex (99) 10) (PB L 239 van 22.9.2000, blz. 469).
(23) Verordening (EU) 2022/2399 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 tot instelling van de éénloketomgeving van de Europese Unie voor de douane en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 952/2013 (PB L 317 van 9.12.2022, blz. 1).
(24) PB L 130 van 27.5.1993, blz. 4.
(25) Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden (PB L 305 van 26.11.2019, blz. 17).
(26) Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).
(27) PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
(28) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(29) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
(30) Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (PB L 324 van 10.12.2009, blz. 23).
(31) Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen vastgesteld door de Raad op 19 februari 2024 (waarop Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie van toepassing is) (actualiseert en vervangt de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen die op 20 februari 2023 door de Raad is vastgesteld) (GBVB)(PB C, C/2024/1945, 1.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1945/oj).
(32) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558).
(33) Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad van 13 maart 1997 betreffende de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften (PB L 82 van 22.3.1997, blz. 1).
BIJLAGE I
I: Lijst van vuurwapens en munitie, overeenkomstig Richtlijn (EU) 2021/555.
|
BESCHRIJVING |
GN-CODE |
|||||||
|
Categorie A — Verboden vuurwapens |
||||||||
|
1) |
Geschut en lanceerinrichtingen voor militaire doeleinden. |
9301 10 00 9301 20 00 9306 90 10 |
||||||
|
2) |
Automatische vuurwapens. |
9301 90 00 |
||||||
|
3) |
Camouflagevuurwapens. |
ex 9302 00 00 ex 9303 10 00 ex 9303 90 00 9301 90 00 ex 9303 20 10 ex 9303 20 95 |
||||||
|
4) |
Munitie waarmee een pantserplaat kan worden doorboord, munitie met springlading of brandsas, alsmede de voor het afschieten van deze munitie gebruikte kogels. |
9306 30 30 9306 90 10 ex 9306 21 00 |
||||||
|
5) |
Munitie voor pistolen en revolvers met expanderende kogels alsmede de voor het afschieten van deze munitie gebruikte kogels, behalve indien het jachtwapens of wapens voor sportschieten betreft voor personen die bevoegd zijn deze te gebruiken. |
ex 9306 30 10 9306 30 30 |
||||||
|
6) |
Automatische vuurwapens die zijn omgebouwd tot semiautomatische vuurwapens. |
9301 90 00 ex 9302 00 00 |
||||||
|
7) |
Elk van de volgende semiautomatische vuurwapens met centrale ontsteking: |
|
||||||
|
|
|
ex 9302 00 00 |
||||||
|
|
|
ex 9303 30 00 9301 90 00 ex 9303 90 00 ex 9303 20 10 ex 9303 20 95 |
||||||
|
8) |
Lange semiautomatische vuurwapens, zijnde vuurwapens die oorspronkelijk zijn bedoeld om te worden afgevuurd vanaf de schouder, die zonder functionaliteit te verliezen kunnen worden ingekort tot een lengte van minder dan 60 cm door middel van een opvouwbare of telescopische kolf of een kolf die kan worden verwijderd zonder gebruik van instrumenten. |
9301 90 00 ex 9303 20 10 ex 9303 20 95 ex 9303 30 00 ex 9303 90 00 |
||||||
|
9) |
Alle vuurwapens in deze categorie die zijn omgebouwd om losse patronen, irriterende stoffen, andere werkzame stoffen of pyrotechnische patronen af te vuren of zijn omgebouwd tot wapens voor saluutschoten of akoestische signalen. |
9301 90 00 ex 9302 00 00 ex 9303 20 10 ex 9303 20 95 ex 9303 30 00 ex 9303 90 00 |
||||||
|
Categorie B — Vergunningsplichtige vuurwapens |
||||||||
|
1) |
Korte repeteervuurwapens. |
ex 9302 00 00 |
||||||
|
2) |
Korte enkelschotsvuurwapens met centrale ontsteking. |
ex 9302 00 00 |
||||||
|
3) |
Korte enkelschotsvuurwapens met randvuurontsteking met een totale lengte van minder dan 28 cm. |
ex 9302 00 00 |
||||||
|
4) |
Lange semiautomatische vuurwapens waarvan het magazijn en de kamer samen meer dan drie patronen kunnen bevatten in het geval van vuurwapens met randvuurontsteking, en meer dan drie maar minder dan twaalf patronen in het geval van vuurwapens met centrale ontsteking. |
ex 9303 20 10 ex 9303 20 95 ex 9303 30 00 ex 9303 90 00 |
||||||
|
5) |
Korte semiautomatische vuurwapens, andere dan die vermeld in punt 7), a), van categorie A. |
ex 9302 00 00 |
||||||
|
6) |
In punt 7), b), van categorie A vermelde lange semiautomatische vuurwapens waarvan het magazijn en de kamer samen niet meer dan drie patronen kunnen bevatten, indien het magazijn afneembaar is of niet kan worden gegarandeerd dat het wapen niet met algemeen gangbare werktuigen kan worden omgebouwd tot een wapen waarvan het magazijn en de kamer samen meer dan drie patronen kunnen bevatten. |
ex 9303 20 10 ex 9303 20 95 ex 9303 30 00 ex 9303 90 00 |
||||||
|
7) |
Lange repeteer- en lange semiautomatische vuurwapens met een gladde loop, welke ten hoogste 60 cm lang zijn. |
ex 9303 20 10 ex 9303 20 95 |
||||||
|
8) |
Alle vuurwapens in deze categorie die zijn omgebouwd om losse patronen, irriterende stoffen, andere werkzame stoffen of pyrotechnische patronen af te vuren of zijn omgebouwd tot wapens voor saluutschoten of akoestische signalen. |
ex 9302 00 00 ex 9303 20 10 ex 9303 20 95 ex 9303 30 00 ex 9303 90 00 |
||||||
|
9) |
Semiautomatische vuurwapens voor civiel gebruik die het uiterlijk hebben van automatische vuurwapens, andere dan die vermeld in punt 6), 7) of 8) van categorie A. |
ex 9302 00 00 ex 9303 20 10 ex 9303 20 95 ex 9303 30 00 ex 9303 90 00 |
||||||
|
Categorie C — Aangifteplichtige vuurwapens en wapens |
||||||||
|
1) |
Andere lange repeteervuurwapens dan die welke zijn vermeld in punt 7) van categorie B. |
ex 9303 20 95 ex 9303 30 00 ex 9303 90 00 |
||||||
|
2) |
Lange enkelschotsvuurwapens met getrokken loop. |
ex 9303 20 95 ex 9303 30 00 ex 9303 90 00 |
||||||
|
3) |
Andere lange semiautomatische vuurwapens dan die welke zijn vermeld in categorie A of B. |
ex 9303 30 00 ex 9303 20 10 ex 9303 20 95 ex 9303 90 00 |
||||||
|
4) |
Korte enkelschotsvuurwapens met randvuurontsteking met een totale lengte van ten minste 28 cm. |
ex 9302 00 00 |
||||||
|
5) |
Alle vuurwapens in deze categorie die zijn omgebouwd om losse patronen, irriterende stoffen, andere werkzame stoffen of pyrotechnische patronen af te vuren of zijn omgebouwd tot wapens voor saluutschoten of akoestische signalen. |
ex 9303 20 10 ex 9303 20 95 ex 9303 30 00 ex 9303 90 00 |
||||||
|
6) |
In categorie A of B of in deze categorie ingedeelde vuurwapens die onbruikbaar zijn gemaakt overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2403. |
ex 9304 00 00 |
||||||
|
7) |
Lange enkelschotsvuurwapens met gladde loop die op de markt zijn gebracht op of na 14 september 2018. |
9303 10 00 ex 9303 20 10 ex 9303 20 95 |
||||||
II: Andere vuurwapens en munitie dan die welke zijn vermeld in deel I en essentiële onderdelen daarvan
|
1) |
Verzamelingen en verzamelobjecten van historisch belang. |
ex 9705 10 00 ex 9706 10 00 ex 9706 90 00 |
|
2) |
Munitie: het gehele stuk of zijn componenten, met inbegrip van patroonhouder, slaghoedje, voortstuwingskruit, kogels en projectielen, die worden gebruikt in een vuurwapen voor zover deze componenten zelf onderworpen zijn aan vergunningen in de betrokken lidstaat. |
ex 3601 00 00 9306 21 00 ex 9306 29 00 ex 9306 30 10 ex 9306 30 30 ex 9306 30 90 ex 9306 90 10 ex 9306 90 90 |
|
3) |
Essentiële onderdelen van vuurwapens, inclusief halffabricaten van essentiële onderdelen en halffabricaten van vuurwapens. |
ex 9305 10 00 ex 9305 20 00 ex 9305 91 00 ex 9305 99 00 |
III: Alarm- en seinwapens die niet kunnen worden omgebouwd
|
1) |
Alarm- en seinwapens die niet kunnen worden omgebouwd, als bedoeld in artikel 8 van deze verordening. |
ex 9303 90 00 ex 9304 00 00 |
IV: Geluiddempers
|
1) |
Geluiddempers |
ex 9305 10 00 |
Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:
|
a) |
“kort vuurwapen”, een vuurwapen waarvan de loop niet langer is dan 30 centimeter of waarvan de totale lengte niet meer dan 60 centimeter bedraagt; |
|
b) |
“lang vuurwapen”: een vuurwapen dat niet tot de categorie “kort vuurwapen” behoort; |
|
c) |
“automatisch vuurwapen”: een vuurwapen dat na elk schot automatisch weer wordt geladen en dat bij eenmalige bediening van de trekker een vuurstoot kan afvuren; |
|
d) |
“semiautomatisch vuurwapen”: een vuurwapen dat na elk schot automatisch weer wordt geladen en dat bij eenmalige bediening van de trekker niet meer dan één projectiel kan afvuren; |
|
e) |
“repeteervuurwapen”: een vuurwapen dat na elk schot met de hand via een mechanisme opnieuw wordt geladen door uit een lader een kogel in de kamer te brengen; |
|
f) |
“enkelschotsvuurwapen”: een vuurwapen zonder lader dat voor elk schot wordt geladen door met de hand een kogel in de kamer of in een hiertoe aangebrachte ruimte bij de ingang van de loop te brengen. |
|
1) |
Gebaseerd op de gecombineerde nomenclatuur van goederen als vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief. |
|
2) |
Indien de GN-code door de letters “ex” wordt voorafgegaan, zijn de GN-code en de desbetreffende omschrijving gezamenlijk bepalend. |
BIJLAGE II
(zoals bedoeld in artikel 9 van deze verordening)
Bij het verlenen van een invoervergunning moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de aard van de vergunning goed zichtbaar is op het afgegeven formulier.
Dit is een invoervergunning die in alle lidstaten van de Unie geldig is tot de vervaldatum.
|
EUROPESE UNIE |
INVOER VAN VUURWAPENS (Verordening (EU) 2025/41 (1)) |
||||||||||||
|
Soort vergunning Enkelvoudig |
|||||||||||||
| Overbrengingen vóór invoer van toepassing? Ja
|
|||||||||||||
| Alarm- en seinwapens die niet kunnen worden omgebouwd
|
Onbruikbaar gemaakte vuurwapens met certificaat Onbruikbaar gemaakte vuurwapens zonder certificaat |
||||||||||||
|
1. |
|
|
|
||||||||||
|
Vergunning |
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||
|
|||||||||||||
|
Code (3) |
||||||||||||
|
Code (3) |
||||||||||||
|
|
Code (3) |
|||||||||||
|
Code (3) |
||||||||||||
|
|
||||||||||||
|
|
|
|||||||||||
|
|
|
|||||||||||
|
|||||||||||||
|
|
Bestemd voor voorgedrukte informatie Naar keuze van de lidstaten |
||||||||||||
|
|
In te vullen door de instantie van afgifte |
|
|||||||||||
|
Handtekening |
Stempel |
||||||||||||
|
Instantie van afgifte |
|
||||||||||||
|
Plaats en datum |
|
||||||||||||
|
EUROPESE UNIE |
|||||||||||||
|
1a. |
|
|
|
||||||||||
|
Vergunning |
|
||||||||||||
|
|
||||||||||||
|
|
|
|||||||||||
|
|
||||||||||||
|
|
|
|||||||||||
|
|
||||||||||||
|
|
|
|||||||||||
|
|
||||||||||||
|
|
|
|||||||||||
|
|
||||||||||||
|
|
|
|||||||||||
|
|
||||||||||||
|
|
|
|||||||||||
|
Noot: Voor elke ontvanger moet een afzonderlijk formulier worden ingevuld, overeenkomstig het formulier 1a. In vak 1 van kolom 22 de nog beschikbare hoeveelheid en in vak 2 van kolom 22 de bij deze gelegenheid afgeboekte hoeveelheid vermelden. |
|||||||||||||
|
|
|
|||||||||||
|
|
||||||||||||
|
1 |
|
|
|
||||||||||
|
2 |
|||||||||||||
|
1 |
|
|
|
||||||||||
|
2 |
|||||||||||||
|
1 |
|
|
|
||||||||||
|
2 |
|||||||||||||
|
1 |
|
|
|
||||||||||
|
2 |
|||||||||||||
|
1 |
|
|
|
||||||||||
|
2 |
|||||||||||||
|
1 |
|
|
|
||||||||||
|
2 |
|||||||||||||
|
1 |
|
|
|
||||||||||
|
2 |
|||||||||||||
(1) Verordening (EU) 2025/41 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2024 betreffende maatregelen voor de invoer, uitvoer en doorvoer van vuurwapens, essentiële onderdelen en munitie, tot uitvoering van artikel 10 van het Protocol van de Verenigde Naties tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (VN-Vuurwapenprotocol) (PB L, 2025/41, 22.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/41/oj).
(2) In te vullen door de bevoegde autoriteit.
(3) Zie Verordening (EU) 2019/2152 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende Europese bedrijfsstatistieken en tot intrekking van tien rechtshandelingen op het gebied van bedrijfsstatistieken (PB L 327 van 17.12.2019, blz. 1).
(4) Richtlijn (EU) 2021/555 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PB L 115 van 6.4.2021, blz. 1).
BIJLAGE III
(zoals bedoeld in artikel 19 van deze verordening)
Bij het verlenen van een uitvoervergunning moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de aard van de vergunning goed zichtbaar is op het afgegeven formulier.
Dit is een uitvoervergunning die in alle lidstaten van de Unie geldig is tot de vervaldatum.
|
EUROPESE UNIE |
UITVOER VAN VUURWAPENS (Verordening (EU) 2025/41 (1)) |
||||||||||||||
|
Soort vergunning Enkelvoudig |
|||||||||||||||
| Doorvoer binnen de EU na uitvoer van toepassing ja
|
|||||||||||||||
| Alarm- en seinwapens die niet kunnen worden omgebouwd
|
Onbruikbaar gemaakte vuurwapens
|
||||||||||||||
|
|
|
|
||||||||||||
|
Vergunning |
|
||||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
|||||||||||||||
|
Code (3) |
||||||||||||||
|
Code (3) |
||||||||||||||
|
|
Code (3) |
|||||||||||||
|
Code (3) |
||||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||||
|
|
Bestemd voor voorgedrukte informatie Naar keuze van de lidstaten |
||||||||||||||
|
|
In te vullen door de instantie van afgifte |
|
|||||||||||||
|
Handtekening |
Stempel |
||||||||||||||
|
Instantie van afgifte |
|
||||||||||||||
|
Plaats en datum |
|
||||||||||||||
|
EUROPESE UNIE |
|||||||||||||||
|
1a. |
|
|
|
||||||||||||
|
Vergunning |
|
||||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||
|
Noot: Voor elke ontvanger moet een afzonderlijk formulier worden ingevuld, overeenkomstig het formulier 1a. In vak 1 van kolom 22 de nog beschikbare hoeveelheid en in vak 2 van kolom 22 de bij deze gelegenheid afgeboekte hoeveelheid vermelden. |
|||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
1 |
|
|
|
||||||||||||
|
2 |
|||||||||||||||
|
1 |
|
|
|
||||||||||||
|
2 |
|||||||||||||||
|
1 |
|
|
|
||||||||||||
|
2 |
|||||||||||||||
|
1 |
|
|
|
||||||||||||
|
2 |
|||||||||||||||
|
1 |
|
|
|
||||||||||||
|
2 |
|||||||||||||||
|
1 |
|
|
|
||||||||||||
|
2 |
|||||||||||||||
|
1 |
|
|
|
||||||||||||
|
2 |
|||||||||||||||
(1) Verordening (EU) 2025/41 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2024 betreffende maatregelen voor de invoer, uitvoer en doorvoer van vuurwapens, essentiële onderdelen en munitie, tot uitvoering van artikel 10 van het Protocol van de Verenigde Naties tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (VN-Vuurwapenprotocol) (PB L, 2025/41, 22.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/41/oj).
(2) In te vullen door de bevoegde autoriteit.
(3) Zie Verordening (EU) 2019/2152 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende Europese bedrijfsstatistieken en tot intrekking van tien rechtshandelingen op het gebied van bedrijfsstatistieken (PB L 327 van 17.12.2019, blz. 1).
BIJLAGE IV
Vorm van de gebruikersverklaring
De gebruikersverklaring moet ten minste de volgende informatie bevatten:
|
a) |
gegevens van de exporteur (waaronder naam, adres, handelsnaam en, indien beschikbaar, registratienummer van de onderneming); |
|
b) |
gegevens van de gebruiker (waaronder naam, adres, handelsnaam en, indien beschikbaar, registratienummer van de onderneming); |
|
c) |
het land van eindbestemming; |
|
d) |
een beschrijving van de goederen waaronder, indien beschikbaar, het contractnummer of het ordernummer; |
|
e) |
indien van toepassing, de hoeveelheid of waarde van de voor uitvoer bestemde goederen; |
|
f) |
de handtekening, naam en titel van de gebruiker; |
|
g) |
de naam van de bevoegde autoriteit in het land van eindbestemming; |
|
h) |
indien het nationale recht of de nationale praktijk van een derde land zulks vereisen, een invoervergunning of certificering afgegeven door de bevoegde nationale autoriteiten (waaronder de datum, de naam, de titel en de originele handtekening van de met de afgifte belaste ambtenaar); |
|
i) |
de uitgiftedatum van de gebruikersverklaring; |
|
j) |
indien van toepassing, een uniek identificatienummer of contractnummer dat betrekking heeft op de gebruikersverklaring; |
|
k) |
een toezegging dat de producten uitsluitend voor civiele doeleinden zullen worden gebruikt, en |
|
l) |
indien van toepassing, gegevens van de betrokken wapenmakelaar (waaronder naam, adres, handelsnaam en, indien beschikbaar, registratienummer van de onderneming). |
BIJLAGE V
Concordantietabel
|
Verordening (EU) nr. 258/2012 |
Deze verordening |
|
Artikel 1 |
Artikel 1 |
|
Artikel 2, inleidende zin |
Artikel 2, lid 1, inleidende zin |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 1) |
|
Artikel 2, punt 1 |
Artikel 2, lid 1, punt 2) |
|
Artikel 2, punt 2 |
— |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 3) |
|
Artikel 2, punt 3 |
Artikel 2, lid 1, punt 4) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 5) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 6) |
|
Artikel 2, punt 4 |
Artikel 2, lid 1, punt 7) |
|
Artikel 2, punt 5 |
Artikel 2, lid 1, punt 8) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 9) |
|
Artikel 2, punt 7 |
Artikel 2, lid 1, punt 10) |
|
Artikel 2, punt 9 |
Artikel 2, lid 1, punt 11) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 12) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 13) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 14) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 15) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 16) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 17) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 18) |
|
Artikel 2, punt 10 |
— |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 19) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 20) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 21) |
|
Artikel 2, punt 6 |
Artikel 2, lid 1, punt 22) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 23) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 24) |
|
Artikel 2, punt 8 |
Artikel 2, lid 1, punt 25) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 26) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 27) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 28) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 29) |
|
Artikel 2, punt 11 |
Artikel 2, lid 1, punt 30) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 31) |
|
Artikel 2, punt 12 |
— |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 32) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 33) |
|
Artikel 2, punt 13 |
Artikel 2, lid 1, punt 34) |
|
Artikel 2, punt 15 |
Artikel 2, lid 1, punt 35) |
|
Artikel 2, punt 16 |
— |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 36) |
|
— |
Artikel 2, lid 1, punt 37) |
|
— |
Artikel 2, lid 2 |
|
Artikel 3, lid 1, punten a), b), c) en f) |
Artikel 3, punten a), b), c) en d) |
|
Artikel 3, lid 1, punten d) en e) |
— |
|
Artikel 3, lid 2 |
— |
|
— |
Artikel 4 |
|
— |
Artikel 5 |
|
— |
Artikel 6 |
|
— |
Artikel 7 |
|
— |
Artikel 8 |
|
— |
Artikel 9 |
|
— |
Artikel 10 |
|
— |
Artikel 11 |
|
— |
Artikel 12 |
|
— |
Artikel 13 |
|
— |
Artikel 14 |
|
— |
Artikel 15 |
|
— |
Artikel 16 |
|
— |
Artikel 17 |
|
— |
Artikel 18 |
|
— |
Artikel 19, lid 1 |
|
— |
Artikel 19, lid 2, eerste zin |
|
Artikel 4, lid 1, tweede zin |
Artikel 19, lid 2, tweede zin |
|
Artikel 4, lid 2 |
— |
|
Artikel 4, lid 1, eerste zin |
Artikel 19, lid 3 |
|
Artikel 2, punt 14 |
Artikel 19, lid 3, punten a), b) en d) |
|
— |
Artikel 19, lid 3, punt c) |
|
Artikel 4, lid 3 |
Artikel 19, lid 4 |
|
— |
Artikel 19, leden 5 en 6 |
|
Artikel 5 |
Artikel 41, lid 1, inleidende zin en punt d) |
|
— |
Artikel 41, punten a), b), c) en e) |
|
Artikel 6 |
Artikel 42 |
|
— |
Artikel 20, lid 3 |
|
Artikel 7, lid 1, inleidende zin |
Artikel 20, lid 2, punten a) en b) |
|
Artikel 7, lid 1, punten a) en b) |
— |
|
Artikel 7, lid 2 |
Artikel 20, lid 4 |
|
Artikel 7, lid 3 |
Artikel 20, lid 2, eerste alinea |
|
Artikel 7, lid 4 |
Artikel 20, lid 1 |
|
— |
Artikel 20, lid 5 |
|
— |
Artikel 20, lid 6 |
|
Artikel 7, lid 5, eerste zin |
Artikel 20, lid 7, eerste zin |
|
— |
Artikel 20, lid 7, tweede zin |
|
Artikel 7, lid 5, tweede zin |
Artikel 20, lid 7, derde zin |
|
Artikel 7, lid 6 |
— |
|
Artikel 8 |
Artikel 21, leden 1 en 2 |
|
— |
Artikel 21, lid 3 |
|
Artikel 9, lid 1, punt a), i) |
Artikel 22, lid 1, eerste alinea, punt a) |
|
— |
Artikel 22, lid 1, eerste alinea, punt a), i), ii) en iii) |
|
Artikel 9, lid 1, punt b) |
Artikel 22, lid 1, tweede alinea |
|
Artikel 9, lid 1, punt a), ii) |
Artikel 22, lid 1, eerste alinea, punt b) |
|
— |
Artikel 22, lid 1, eerste alinea, punt b), i), ii) en iii) |
|
— |
Artikel 22, lid 1, eerste alinea, punten c) en d) |
|
— |
Artikel 22, lid 2 |
|
Artikel 9, lid 1, punt c) |
Artikel 22, lid 3 |
|
Artikel 9, lid 2 |
Artikel 23, lid 1 |
|
— |
Artikel 23, leden 2 tot en met 5 |
|
Artikel 10 |
Artikel 24, leden 1, 2 en 3 |
|
Artikel 11, lid 3 |
Artikel 24, lid 4 |
|
— |
Artikel 24, lid 5 |
|
— |
Artikel 25, lid 1, punt a) |
|
Artikel 11, lid 1, punt a) |
Artikel 25, lid 1, punt b) |
|
— |
Artikel 25, lid 1, punten c), d) en e) |
|
Artikel 11, lid 1, punt b) |
Artikel 25, lid 4, eerste zin |
|
Artikel 11, lid 1, laatste alinea |
— |
|
— |
Artikel 25, leden 2 en 3 |
|
Artikel 11, lid 2 |
Artikel 25, lid 4, tweede zin |
|
— |
Artikel 25, lid 5 |
|
— |
Artikel 25, lid 6 |
|
Artikel 11, lid 4 |
Artikel 25, lid 7 |
|
Artikel 12, eerste alinea |
Artikel 31, lid 1 |
|
Artikel 12, tweede alinea |
Artikel 31, lid 2 |
|
— |
Artikel 31, lid 3 |
|
— |
Artikel 26, lid 1 |
|
— |
Artikel 26, lid 2, eerste zin |
|
Artikel 13, lid 1 |
Artikel 26, lid 3 |
|
— |
Artikel 26, lid 4 |
|
Artikel 13, leden 2 en 3 |
— |
|
— |
Artikel 27 |
|
Artikel 14 |
Artikel 36 |
|
Artikel 15 |
Artikel 37, lid 1 |
|
— |
Artikel 37, lid 2 |
|
Artikel 16 |
Artikel 38, lid 1 |
|
— |
Artikel 38, lid 2 |
|
Artikel 17, lid 1 |
Artikel 29, lid 1 |
|
Artikel 17, lid 2 |
Artikel 29, lid 2 |
|
— |
Artikel 29, leden 3 en 4 |
|
Artikel 17, lid 3 |
Artikel 29, lid 5, punten a) en b) |
|
— |
Artikel 29, lid 5, punt c) |
|
Artikel 17, lid 4 |
— |
|
Artikel 18, lid 1 |
— |
|
Artikel 18, lid 2 |
— |
|
Artikel 19, lid 1 |
Artikel 28, lid 1 |
|
— |
Artikel 28, leden 2, 3 en 4 |
|
Artikel 19, lid 2 |
Artikel 28, lid 5 |
|
— |
Artikel 30 |
|
— |
Artikel 32 |
|
— |
Artikel 34 |
|
— |
Artikel 35 |
|
Artikel 20 |
Artikel 39 |
|
Artikel 21, lid 1 |
Artikel 40, lid 1 |
|
Artikel 21, lid 2 |
Artikel 40, lid 2 |
|
Artikel 21, lid 3 |
Artikel 40, lid 4, eerste en tweede zin |
|
— |
Artikel 40, lid 4, derde zin |
|
— |
Artikel 43 |
|
— |
Artikel 44 |
|
— |
Artikel 45 |
|
Artikel 22, eerste alinea |
Artikel 46, lid 1 |
|
Artikel 22, tweede alinea |
Artikel 46, lid 2 |
|
Artikel 22, derde alinea |
Artikel 46, lid 3 |
|
Bijlage I |
Bijlage I |
|
— |
Bijlage II |
|
Bijlage II |
Bijlage III |
|
— |
Bijlage IV |
|
— |
Bijlage V |
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/41/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)