|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/37 |
15.1.2025 |
VERORDENING (EU) 2025/37 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 19 december 2024
tot wijziging van Verordening (EU) 2019/881 wat betreft beheerde beveiligingsdiensten
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),
Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) 2019/881 van het Europees Parlement en de Raad (3) voorziet in een kader voor de vaststelling van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen teneinde een toereikend cyberbeveiligingsniveau van ICT (informatie- en communicatietechnologie)-producten, -diensten en -processen in de Unie te waarborgen, alsook om versnippering van de interne markt wat betreft cyberbeveiligingscertificeringsregelingen in de Unie te vermijden. |
|
(2) |
Om ervoor te zorgen dat de Unie bestand is tegen cyberaanvallen en om kwetsbaarheden in de interne markt te voorkomen, is deze verordening bedoeld als aanvulling op het horizontale regelgevingskader tot vaststelling van uitgebreide cyberbeveiligingsvereisten voor producten met digitale elementen overeenkomstig Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad (4), door beveiligingsdoelstellingen te bepalen voor beheerde beveiligingsdiensten alsook voor de toepassing en de betrouwbaarheid van die diensten. |
|
(3) |
Beheerde beveiligingsdiensten worden verleend door aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten zoals gedefinieerd in artikel 6, punt 40), van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad (5). De definitie van beheerde beveiligingsdiensten in deze verordening moet daarom stroken met die van aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten in Richtlijn (EU) 2022/2555. Die diensten bestaan uit het uitvoeren van of het verlenen van bijstand voor activiteiten die verband houden met de beheersing van het cyberbeveiligingsrisico van hun klanten en zijn steeds belangrijker geworden bij de preventie en beperking van incidenten. De aanbieders van die diensten worden dan ook beschouwd als essentiële of belangrijke entiteiten die behoren tot een zeer kritieke sector overeenkomstig Richtlijn (EU) 2022/2555. Zoals aangegeven in overweging 86 van die richtlijn, spelen aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten op het gebied van bijvoorbeeld incidentrespons, penetratietesten, beveiligingsaudits en consultancy een bijzonder belangrijke rol in het bijstaan van entiteiten bij hun inspanningen om incidenten te voorkomen, op te sporen, erop te reageren en ervan te herstellen. Aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten zijn echter ook zelf het doelwit van cyberaanvallen geweest en vormen een bijzonder risico vanwege hun nauwe integratie in de activiteiten van hun klanten. Het is daarom belangrijk dat essentiële en belangrijke entiteiten in de zin van Richtlijn (EU) 2022/2555 nog meer zorgvuldigheid betrachten bij de selectie van aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten. |
|
(4) |
De definitie van beheerde beveiligingsdiensten in het kader van deze verordening omvat een niet-uitputtende lijst van beheerde beveiligingsdiensten die in aanmerking kunnen komen voor Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen, zoals incidentenbehandeling, penetratietests, beveiligingsaudits, en adviesdiensten in verband met technische ondersteuning. Beheerde beveiligingsdiensten kunnen cyberbeveiligingsdiensten omvatten die de paraatheid voor, de preventie, opsporing, analyse en beperking van, de respons op en het herstel van incidenten ondersteunen. Het verstrekken van inlichtingen over cyberdreigingen en risicobeoordelingen in verband met technische ondersteuning kunnen ook worden aangemerkt als beheerde beveiligingsdiensten. Voor verschillende beheerde beveiligingsdiensten kunnen aparte Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen bestaan. De overeenkomstig dergelijke regelingen afgegeven Europese cyberbeveiligingscertificaten moeten betrekking hebben op specifieke beheerde beveiligingsdiensten van een specifieke aanbieder van die diensten. |
|
(5) |
Aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten kunnen ook een belangrijke rol spelen met betrekking tot acties van de Unie ter ondersteuning van de respons en het initiële herstel in geval van significante en grootschalige cyberbeveiligingsincidenten, waarbij zij vertrouwen op diensten van betrouwbare particuliere aanbieders en op het testen van kritieke entiteiten op mogelijke kwetsbaarheden op basis van op Unieniveau gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordelingen. De certificering van beheerde beveiligingsdiensten kan een rol spelen bij de selectie van betrouwbare aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2025/38 van het Europees Parlement en de Raad (6). |
|
(6) |
De certificering van beheerde beveiligingsdiensten is niet alleen relevant bij de selectie voor de EU-cyberbeveiligingsreserve die is ingesteld bij Verordening (EU) 2025/38, maar is ook een essentiële kwaliteitsindicator voor particuliere en publieke entiteiten die van plan zijn dergelijke diensten aan te kopen. Gezien het kritieke karakter van beheerde beveiligingsdiensten en de gevoeligheid van de gegevens die worden verwerkt, kan certificering potentiële klanten belangrijke aanwijzingen en zekerheid bieden over de betrouwbaarheid van die diensten. Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen voor beheerde beveiligingsdiensten dienen ertoe bij te dragen versnippering van de interne markt te voorkomen. Deze verordening heeft derhalve tot doel de werking van de interne markt te verbeteren. |
|
(7) |
Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen voor beheerde beveiligingsdiensten moeten het gebruik van deze diensten stimuleren en de concurrentie tussen aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten bevorderen. Onverminderd de doelstelling om een toereikend en passend niveau van relevante technische kennis en beroepsintegriteit van dergelijke aanbieders te waarborgen, moeten dergelijke certificeringsregelingen daarom de markttoegang en het aanbieden van beheerde beveiligingsdiensten vergemakkelijken door, voor zover mogelijk, de potentiële regelgevings-, administratieve en financiële lasten voor aanbieders, met name kleine en middelgrote ondernemingen, met inbegrip van micro-ondernemingen, te vereenvoudigen wanneer zij beheerde beveiligingsdiensten aanbieden. Daarnaast moeten Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen, om het gebruik van beheerde beveiligingsdiensten aan te moedigen en de vraag ernaar te stimuleren, een bijdrage leveren aan de toegankelijkheid van deze diensten, met name voor kleinere actoren, zoals kleine en middelgrote ondernemingen, met inbegrip van micro-ondernemingen, alsook lokale en regionale overheden die over een beperkte capaciteit en beperkte middelen beschikken maar die gevoeliger zijn voor inbreuken op de cyberbeveiliging die financiële, juridische en operationele gevolgen kunnen hebben en kunnen leiden tot reputatieschade. |
|
(8) |
Het is belangrijk kleine en middelgrote ondernemingen, met inbegrip van micro-ondernemingen, te ondersteunen bij de uitvoering van deze verordening en bij de aanwerving van personeel met de gespecialiseerde vaardigheden en deskundigheid op het gebied van cyberbeveiliging die nodig zijn om beheerde beveiligingsdiensten te verlenen overeenkomstig de in deze verordening vastgestelde vereisten. In het programma Digitaal Europa, opgericht bij Verordening (EU) 2021/694 van het Europees Parlement en de Raad (7) en andere relevante programma’s van de Unie, is bepaald dat de Commissie financiële en technische ondersteuning moet bieden die die ondernemingen in staat stelt bij te dragen aan de groei van de economie van de Unie en aan de versterking van het gemeenschappelijke niveau van cyberbeveiliging in de Unie, onder meer door de financiële steun uit het programma Digitaal Europa en andere relevante programma’s van de Unie te stroomlijnen en door kleine en middelgrote ondernemingen, met inbegrip van micro-ondernemingen, te ondersteunen. |
|
(9) |
De Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen voor beheerde beveiligingsdiensten van de Unie moeten bijdragen aan de beschikbaarheid van beveiligde en hoogwaardige diensten waarmee een veilige digitale transitie wordt gewaarborgd, en aan de verwezenlijking van de streefcijfers in het kader van het beleidsprogramma voor het digitale decennium tot 2030, ingesteld bij Besluit (EU) 2022/2481 van het Europees Parlement en de Raad (8), met name de doelstelling om ervoor te zorgen dat ten minste 75 % van de ondernemingen in de Unie gebruikmaakt van cloudcomputingdiensten, big data of artificiële intelligentie, de doelstelling om ervoor te zorgen dat meer dan 90 % van kleine en middelgrote ondernemingen, met inbegrip van micro-ondernemingen, ten minste een basisniveau van digitale intensiteit haalt en de doelstelling om ervoor te zorgen dat belangrijke overheidsdiensten toegankelijk zijn. |
|
(10) |
Naast de uitrol van ICT-producten, -diensten of -processen bieden aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten vaak aanvullende diensten aan die afhankelijk zijn van de competenties, deskundigheid en ervaring van het personeel van de aanbieders van dergelijke diensten. Een zeer hoog niveau van die competenties, deskundigheid en ervaring, alsook passende interne procedures moeten deel uitmaken van de beveiligingsdoelstellingen om te waarborgen dat de verleende beheerde beveiligingsdiensten van zeer hoge kwaliteit zijn. Om ervoor te zorgen dat alle aspecten van beheerde beveiligingsdiensten onder specifieke Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen kunnen vallen, moet Verordening (EU) 2019/881 worden gewijzigd. Er moet rekening worden gehouden met de resultaten en aanbevelingen van de evaluatie en toetsing waarin Verordening (EU) 2019/881 voorziet. |
|
(11) |
Met het oog op de bevordering van de groei van een betrouwbare interne markt en de totstandbrenging van partnerschappen met gelijkgestemde derde landen moet het certificeringsproces dat wordt vastgesteld binnen het bij Verordening (EU) 2019/881 vastgestelde kader voor Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen worden uitgevoerd op een wijze die internationale erkenning en afstemming op internationale normen vergemakkelijkt. |
|
(12) |
De Unie heeft te kampen met een tekort aan geschoolde professionals en een snel evoluerend dreigingslandschap, wat ook wordt erkend in de mededeling van de Commissie van 18 april 2023 met als titel “Wegwerken van het tekort aan cyberbeveiligingsprofessionals om het concurrentievermogen, de groei en de veerkracht van Europa te versterken (“De academie voor cyberbeveiligingsvaardigheden”)”. De leermiddelen en formele opleidingsvormen zijn gevarieerd en kennis kan op verschillende manieren worden verworven: door middel van formeel leren, bijvoorbeeld aan universiteiten of via cursussen, of door middel van informeel leren, bijvoorbeeld via opleiding op de werkplek of werkervaring op het betreffende gebied. Om de totstandbrenging van hoogwaardige beheerde beveiligingsdiensten te stimuleren en meer inzicht te verkrijgen in de samenstelling van de beroepsbevolking van de Unie die werkzaam is in de cyberbeveiliging, is het dan ook belangrijk dat de samenwerking tussen de lidstaten, de Commissie, het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging, opgericht bij Verordening (EU) 2019/881 (“Enisa”) en de verschillende belanghebbenden, waaronder de particuliere sector en de academische wereld, wordt versterkt en dat er publiek-private partnerschappen worden opgezet, initiatieven op het gebied van onderzoek en innovatie worden ondersteund en wordt gewerkt aan de ontwikkeling en wederzijdse erkenning van gemeenschappelijke normen en de certificering van cyberbeveiligingsvaardigheden, onder meer via het Europees kader voor cyberbeveiligingsvaardigheden. Een dergelijke samenwerking zou tevens de mobiliteit van cyberbeveiligingsprofessionals in de Unie ten goede komen en bijdragen aan de integratie van kennis en scholing op het gebied van cyberbeveiliging in onderwijsprogramma’s, waarbij de toegang van jongeren, waaronder mensen die in achtergestelde regio’s wonen, zoals eilanden en dunbevolkte, plattelands- en afgelegen gebieden, tot leerlingplaatsen en stages gewaarborgd moet worden. Het is belangrijk dat dergelijke samenwerking erop gericht is meer vrouwen en meisjes op dit gebied aan te trekken en bijdraagt aan het dichten van de genderkloof op het vlak van wetenschap, technologie, engineering en wiskunde, en dat de particuliere sector opleidingen op de werkplek tracht aan te bieden die gericht zijn op de meest gevraagde vaardigheden, waarbij overheidsdiensten en start-ups, alsook kleine en middelgrote ondernemingen, met inbegrip van micro-ondernemingen worden betrokken. Het is ook belangrijk dat aanbieders en de lidstaten samenwerken en bijdragen aan de verzameling van gegevens over de situatie en de ontwikkelingen op de cyberbeveiligingsarbeidsmarkt. |
|
(13) |
Enisa speelt een belangrijke rol bij de voorbereiding van potentiële Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen. Bij de opstelling van het ontwerp van algemene begroting van de Unie moet de Commissie volgens de procedure van artikel 29 van Verordening (EU) 2019/881 beoordelen welke begrotingsmiddelen de personeelsformatie van Enisa daarvoor nodig heeft. |
|
(14) |
Deze verordening voorziet in gerichte wijzigingen van Verordening (EU) 2019/881 om het mogelijk te maken om Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen voor beheerde beveiligingsdiensten vast te stellen. Daarbij wordt ook een aantal bepalingen van die verordening gespecificeerd en verduidelijkt met betrekking tot de voorbereiding en werking van alle Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen, teneinde de transparantie en openheid ervan te waarborgen. Laatstgenoemde wijzigingen, die beperkt zijn tot de specificatie of verduidelijking van Verordening (EU) 2019/881, met name de wijzigingen betreffende de informatie die Enisa moet verstrekken bij toezending van de potentiële regeling, de voor elke potentiële regeling opgerichte ad-hocwerkgroepen, en informatie en raadpleging met betrekking tot Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen, mogen op geen enkele wijze vooruitlopen op de krachtens artikel 67 van die verordening vereiste bredere evaluatie en toetsing, met name de evaluatie van de gevolgen, de doeltreffendheid en de efficiëntie van de titel van die verordening met betrekking tot het cyberbeveiligingscertificeringskader. De evaluatie en toetsing van die titel moeten gebaseerd zijn op een brede raadpleging van belanghebbenden en een volledige en grondige analyse van de betrokken procedures. |
|
(15) |
Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk het mogelijk maken om Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen voor beheerde beveiligingsdiensten vast te stellen, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken. |
|
(16) |
Overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (9) is de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming geraadpleegd, en op 10 januari 2024 heeft hij een advies uitgebracht, |
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijzigingen van Verordening (EU) 2019/881
Verordening (EU) 2019/881 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In artikel 1, lid 1, eerste alinea, wordt punt b) vervangen door:
|
|
2) |
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
3) |
In artikel 4 wordt lid 6 vervangen door: “6. Enisa bevordert het gebruik van Europese cyberbeveiligingscertificering om versnippering van de interne markt te vermijden. Enisa draagt bij tot het tot stand brengen en handhaven van een Europees cyberbeveiligingscertificeringskader overeenkomstig titel III van deze verordening, met het oog op een transparantere cyberbeveiliging van ICT-producten, -diensten en -processen en beheerde beveiligingsdiensten, waardoor het vertrouwen in de digitale interne markt en haar concurrentievermogen wordt versterkt.”. |
|
4) |
Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
5) |
Artikel 46 wordt vervangen door: “Artikel 46 Europees cyberbeveiligingscertificeringskader 1. Het Europees cyberbeveiligingscertificeringskader wordt ingesteld teneinde de omstandigheden voor de werking van de interne markt te verbeteren, en wel middels een verhoging van het cyberbeveiligingsniveau in de Unie en het mogelijk maken van een geharmoniseerde aanpak op Unieniveau van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen, met als doel de totstandbrenging van een digitale eengemaakte markt voor ICT-producten, -diensten en -processen en beheerde beveiligingsdiensten. 2. Het Europees cyberbeveiligingscertificeringskader voorziet in een mechanisme voor de instelling van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen en om te waarborgen dat ICT-producten, -diensten en -processen die door middel van dergelijke regelingen zijn geëvalueerd, aan gespecificeerde beveiligingsvoorschriften voldoen met als doel de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit of vertrouwelijkheid van opgeslagen, verzonden of verwerkte gegevens of de functies of diensten die via die producten, diensten en processen worden aangeboden of toegankelijk zijn, te beschermen gedurende hun gehele levenscyclus. Voorts waarborgt het dat beheerde beveiligingsdiensten die door middel van dergelijke regelingen zijn geëvalueerd, aan gespecificeerde beveiligingsvoorschriften voldoen met als doel de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit en vertrouwelijkheid van gegevens die in verband met de verlening van die diensten worden opgevraagd, verwerkt, opgeslagen of verzonden, te beschermen, en dat die diensten permanent met de vereiste bekwaamheid, deskundigheid en ervaring worden verleend door personeel met een voldoende en passend niveau van relevante technische kennis en professionele integriteit.”. |
|
6) |
Artikel 47 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
7) |
Artikel 49 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
8) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: “Artikel 49 bis Informatie en raadpleging over Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen 1. De Commissie maakt de informatie over haar in artikel 48 bedoelde verzoek aan Enisa om een potentiële regeling op te stellen of een bestaande Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling te herzien, openbaar. 2. Tijdens de opstelling van een potentiële regeling door Enisa overeenkomstig artikel 49 kunnen het Europees Parlement, de Raad, of beide, de Commissie in haar hoedanigheid van voorzitter van de EGC, en Enisa verzoeken om driemaandelijks relevante informatie over een ontwerp van potentiële regeling te verstrekken. Op verzoek van het Europees Parlement of de Raad kan Enisa, in overleg met de Commissie, en onverminderd artikel 27, relevante delen van een ontwerp van potentiële regeling ter beschikking stellen van het Europees Parlement en de Raad op een wijze die past bij het vereiste vertrouwelijkheidsniveau, en in voorkomend geval op beperkte wijze. 3. Om de dialoog tussen de instellingen van de Unie te versterken en bij te dragen tot een formeel, open, transparant en inclusief raadplegingsproces, kunnen het Europees Parlement, de Raad, of beide, de Commissie en Enisa verzoeken kwesties te bespreken met betrekking tot de werking van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen voor ICT-producten, -diensten en -processen of beheerde beveiligingsdiensten. 4. De Commissie houdt bij de evaluatie van deze verordening overeenkomstig artikel 67 in voorkomend geval rekening met elementen die voortvloeien uit de standpunten van het Europees Parlement en van de Raad over de in lid 3 van dit artikel bedoelde aangelegenheden.”. |
|
9) |
Artikel 51 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
10) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: “Artikel 51 bis Beveiligingsdoelstellingen van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen voor beheerde beveiligingsdiensten De opzet van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling voor beheerde beveiligingsdiensten is van dien aard dat, voor zover van toepassing, ten minste de volgende beveiligingsdoelstellingen worden verwezenlijkt:
|
|
11) |
Artikel 52 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
12) |
In artikel 53 worden de leden 1, 2 en 3 vervangen door: “1. In een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling mag worden bepaald dat een conformiteitszelfbeoordeling uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van de fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen of beheerde beveiligingsdiensten wordt uitgevoerd. Conformiteitszelfbeoordelingen worden uitsluitend toegestaan voor ICT-producten, -diensten en -processen of beheerde beveiligingsdiensten met een laag risico dat overeenkomt met het zekerheidsniveau “basis”. 2. De fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen of beheerde beveiligingsdiensten kan een EU-conformiteitsverklaring afgeven waarin wordt verklaard dat is aangetoond dat aan de voorschriften van de regeling is voldaan. Door een dergelijke verklaring op te stellen, aanvaardt de fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen of beheerde beveiligingsdiensten verantwoordelijkheid voor de conformiteit van het ICT-product, de ICT-dienst, het ICT-proces of de beheerde beveiligingsdienst met de in die regeling bepaalde voorschriften. 3. De fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen of beheerde beveiligingsdiensten stelt de EU-conformiteitsverklaring, de technische documenten en alle andere relevante informatie over de conformiteit van de ICT-producten, ICT-diensten, ICT-processen of beheerde beveiligingsdiensten met de regeling ter beschikking van de overeenkomstig artikel 58 aangewezen nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit gedurende de termijn die is vastgesteld in de betrokken Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling. Aan de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit en aan Enisa wordt een kopie van de EU-conformiteitsverklaring voorgelegd.”. |
|
13) |
In artikel 54 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:
|
|
14) |
Artikel 56 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
15) |
In artikel 57 worden de leden 1 en 2 vervangen door: “1. Onverminderd lid 3 van dit artikel hebben nationale cyberbeveiligingscertificeringsregelingen en de daaraan verbonden procedures voor de ICT-producten, -diensten en -processen en beheerde beveiligingsdiensten die onder een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling vallen, niet langer gevolgen vanaf de datum die wordt bepaald in de op grond van artikel 49, lid 7, vastgestelde uitvoeringshandeling. Nationale cyberbeveiligingscertificeringsregelingen en de daaraan verbonden procedures voor ICT-producten, -diensten en -processen en beheerde beveiligingsdiensten die niet onder een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling vallen, blijven bestaan. 2. De lidstaten voeren geen nieuwe nationale cyberbeveiligingscertificeringsregelingen in voor ICT-producten, -diensten en -processen en beheerde beveiligingsdiensten die reeds onder een van kracht zijnde Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling vallen.”. |
|
16) |
Artikel 58 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
17) |
In artikel 59, lid 3, worden de punten b) en c) vervangen door:
|
|
18) |
In artikel 67 worden de leden 2 en 3 vervangen door: “2. Bij de evaluatie wordt ook gekeken naar de gevolgen, de doeltreffendheid en de efficiëntie van de bepalingen van titel III van deze verordening, met inbegrip van de procedures die leiden tot de vaststelling van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen en de empirische grondslagen daarvan, met betrekking tot de doelstellingen om een adequaat cyberbeveiligingsniveau van ICT-producten, -diensten en -processen en beheerde beveiligingsdiensten in de Unie te waarborgen en de werking van de interne markt te verbeteren. 3. Bij de evaluatie wordt beoordeeld of er voor cyberbeveiliging essentiële voorschriften voor toegang tot de interne markt nodig zijn om te voorkomen dat ICT-producten, -diensten en -processen en beheerde beveiligingsdiensten die niet aan de basisvoorschriften inzake cyberbeveiliging voldoen, de interne markt binnenkomen.”. |
|
19) |
De bijlage wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 december 2024.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
R. METSOLA
Voor de Raad
De voorzitter
BÓKA J.
(1) PB C 349 van 29.9.2023, blz. 167.
(2) Standpunt van het Europees Parlement van 24 april 2024 (nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt) en besluit van de Raad van 2 december 2024.
(3) Verordening (EU) 2019/881 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging), en inzake de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 526/2013 (de cyberbeveiligingsverordening) (PB L 151 van 7.6.2019, blz. 15).
(4) Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betreffende horizontale cyberbeveiligingsvereisten voor producten met digitale elementen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 168/2013 en (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (Verordening cyberweerbaarheid) (PB L, 2024/2847, 20.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2847/oj).
(5) Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (NIS 2-richtlijn) (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 80).
(6) Verordening (EU) 2025/38 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2024 tot vaststelling van maatregelen ter versterking van de solidariteit en de capaciteit in de Unie om cyberdreigingen en -incidenten op te sporen, zich erop voor te bereiden en erop te reageren en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/694 (verordening cybersolidariteit) (PB L, 2025/38, 15.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/38/oj).
(7) Verordening (EU) 2021/694 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 tot oprichting van het programma Digitaal Europa en tot intrekking van Besluit (EU) 2015/2240 (PB L 166 van 11.5.2021, blz. 1).
(8) Besluit (EU) 2022/2481 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 tot vaststelling van het beleidsprogramma voor het digitale decennium tot 2030 (PB L 323 van 19.12.2022, blz. 4).
(9) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
BIJLAGE
De bijlage bij Verordening (EU) 2019/881 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De punten 2 tot en met 5 worden vervangen door:
|
|
2) |
Punt 10 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
3) |
De punten 19 en 20 worden vervangen door:
|
Er is een verklaring met betrekking tot deze verordening opgesteld, die te vinden is in PB C, C/2025/307, 15.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/307/oj.
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/37/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)