|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2024/3229 |
20.12.2024 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2024/3229 VAN DE COMMISSIE
van 18 oktober 2024
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1013/2006 wat betreft in het kader van het Verdrag van Bazel overeengekomen wijzigingen met betrekking tot de overbrenging van elektrisch en elektronisch afval
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (1), en met name artikel 58, lid 1, punt a),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Conferentie der partijen bij het Verdrag van Bazel heeft tijdens haar vijftiende vergadering in juni 2022 bij Besluit BC-15/18 besloten een nieuwe code voor gevaarlijk elektrisch en elektronisch afval (code A1181) op te nemen in bijlage VIII bij het Verdrag van Bazel alsook code A1180 in die bijlage te schrappen en een nieuwe code voor niet-gevaarlijk elektrisch en elektronisch afval (Y49) aan bijlage II bij het Verdrag van Bazel toe te voegen, en de huidige code voor dergelijk afval (code B1110) in bijlage IX bij het Verdrag van Bazel en code B4030 in die bijlage te schrappen. Die wijzigingen zullen op 1 januari 2025 van kracht worden. |
|
(2) |
De Unie, die partij is bij het Verdrag van Bazel, moet de codes betreffende elektrisch en elektronisch afval in de desbetreffende bijlagen bij Verordening (EG) nr. 1013/2006 wijzigen wanneer daarin naar de bijlagen bij het Verdrag van Bazel wordt verwezen. |
|
(3) |
Wat de uitvoer van elektrisch en elektronisch afval uit de Unie naar derde landen en de invoer van dergelijk afval in de Unie uit derde landen betreft, moeten de bijlagen III, IV en V bij Verordening (EG) nr. 1013/2006 rekening houden met de wijzigingen in de bijlagen II, VIII en IX bij het Verdrag van Bazel. Bijgevolg moeten vanaf 1 januari 2025 de uitvoer uit de Unie naar derde landen waarop het besluit van de Raad van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen bestemd voor handelingen ter nuttige toepassing (2) (“het OESO-besluit”) van toepassing is en de invoer in de Unie van elektrisch en elektronisch afval onder code A1181 in bijlage VIII bij het Verdrag van Bazel en onder code Y49 in bijlage II bij het Verdrag van Bazel, onderworpen zijn aan de procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming. Overeenkomstig artikel 36, lid 1, punten a) en b), van Verordening (EG) nr. 1013/2006 en bijlage V bij die verordening moet de uitvoer van elektrisch en elektronisch afval onder de codes A1181 in bijlage VIII bij het Verdrag van Bazel en Y49 in bijlage II bij dat verdrag naar derde landen waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, worden verboden. |
|
(4) |
De verplichtingen van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1013/2006 moeten van toepassing blijven op overbrengingen tussen lidstaten van niet-gevaarlijk elektrisch en elektronisch afval onder de codes GC010 en GC020 zolang als artikel 18 van toepassing is. Artikel 18 voorziet in het toezicht en de controle van de overbrengingen met het oog op het milieuhygiënisch verantwoord beheer ervan. |
|
(5) |
In deze verordening wordt rekening gehouden met het feit dat binnen de OESO geen overeenkomst is bereikt over de opname van de wijzigingen van de bijlagen bij het Verdrag van Bazel met betrekking tot elektrisch en elektronisch afval in de aanhangsels van het OESO-besluit. De codes GC010 en GC020 in de bijlagen III en IV bij Verordening (EG) nr. 1013/2006 mogen daarom vanaf 1 januari 2025 niet langer worden toegepast voor de uitvoer van elektrisch en elektronisch afval uit de Unie naar derde landen en voor de invoer van dergelijk afval in de Unie uit derde landen. |
|
(6) |
Verordening (EG) nr. 1013/2006 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(7) |
Aangezien de wijzigingen van de bijlagen bij het Verdrag van Bazel pas op 1 januari 2025 van kracht zullen zijn, moet de toepassing van deze verordening tot die datum worden uitgesteld. |
|
(8) |
Om marktdeelnemers en bevoegde autoriteiten rechtszekerheid te bieden en te zorgen voor een geharmoniseerde aanpak van de uitvoering van de bij deze verordening ingevoerde wijzigingen, moeten overgangsbepalingen worden ingevoerd waarin wordt gespecificeerd dat de toestemmingen voor overbrengingen van elektrisch en elektronisch afval die vóór de datum van toepassing van deze verordening zijn afgegeven, geldig blijven tot en met 1 januari 2026 of tot het verstrijken van die toestemming indien deze vóór die datum verstrijkt. Bovendien moet het kennisgevers worden toegestaan om tot en met 1 februari 2025 een kennisgeving die vóór 31 december 2024 is ingediend, bij te werken om deze in overeenstemming te brengen met de bij deze verordening ingevoerde wijzigingen. |
|
(9) |
Het moet kennisgevers worden toegestaan om reeds vóór 1 januari 2025 kennisgevingen in te dienen met betrekking tot overbrengingen van elektrisch en elektronisch afval op basis van de nieuwe codes, teneinde een snelle besluitvorming te vergemakkelijken, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlagen III, IV en V bij Verordening (EG) nr. 1013/2006 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2025. Kennisgevers kunnen echter reeds vóór die datum kennisgevingen betreffende overbrengingen van elektrisch en elektronisch afval indienen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1013/2006, zoals gewijzigd bij deze verordening.
Met betrekking tot overbrengingen van elektrisch en elektronisch afval dat onder de code A1180, B1110, B4030, GC010 of GC020 valt, of van dergelijk afval dat niet onder één code in bijlage III, III B of IV van Verordening (EG) nr. 1013/2006 valt, waarvoor een bevoegde autoriteit vóór 1 januari 2025 toestemming heeft gegeven, behalve voor overbrengingen van niet-gevaarlijk elektrisch en elektronisch afval naar landen waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, blijft de toestemming geldig tot en met 1 januari 2026 of tot het verstrijken van die toestemming indien deze vóór die datum verstrijkt.
Wanneer een kennisgever vóór 31 december 2024 een kennisgeving heeft ingediend betreffende overbrengingen van afval dat onder de code A1180, B1110, B4030, GC010 of GC020 valt en de bevoegde autoriteiten op die datum nog geen besluit hebben genomen, moet het de kennisgever worden toegestaan om de kennisgeving tot en met 1 februari 2025 bij te werken om deze in overeenstemming te brengen met de bij deze verordening ingevoerde nieuwe regels.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 18 oktober 2024.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 190 van 12.7.2006, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2006/1013/oj.
(2) OECD/LEGAL/0266.
BIJLAGE
Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 1013/2006 wat betreft in het kader van het Verdrag van Bazel overeengekomen wijzigingen met betrekking tot de overbrenging van elektrisch en elektronisch afval
De bijlagen III, IV en V bij Verordening (EG) nr. 1013/2006 worden als volgt gewijzigd:
|
1) |
Bijlage III wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
Bijlage IV, deel I, wordt als volgt gewijzigd:
|
|
3) |
Bijlage V wordt als volgt gewijzigd:
|
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2024/3229/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)