European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/3206

19.12.2024

UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2024/3206 VAN DE RAAD

van 10 december 2024

tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2429 waarbij Letland werd gemachtigd een bijzondere maatregel in te stellen die afwijkt van artikel 26, lid 1, punt a), en de artikelen 168 en 168 bis van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (1), en met name artikel 395, lid 1, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De artikelen 168 en 168 bis van Richtlijn 2006/112/EG betreffen het recht op aftrek van een belastingplichtige ter zake van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) op leveringen van goederen en diensten die hij ten behoeve van zijn belaste activiteiten gebruikt. Krachtens artikel 26, lid 1, punt a), van die richtlijn geldt er een aangifteplicht voor de btw wanneer een tot het bedrijf behorend goed wordt gebruikt voor privédoeleinden van de belastingplichtige of van zijn personeel of, meer in het algemeen, voor andere dan bedrijfsdoeleinden.

(2)

Bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2429 van de Raad (2), zoals gewijzigd bij Uitvoeringsbesluiten (EU) 2018/1921 (3) en (EU) 2021/1968 (4) van de Raad, werd Letland gemachtigd om, tot en met 31 december 2024, het recht op aftrek van de btw ter zake van uitgaven voor personenauto’s die niet uitsluitend voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt, tot 50 % te beperken, en het privégebruik van een tot het bedrijf van een belastingplichtige behorende personenauto niet aan te merken als een dienst onder bezwarende titel indien het recht op aftrek voor dat voertuig krachtens artikel 1 van dat besluit is beperkt (de “bijzondere maatregel”).

(3)

Bij brief, ingekomen bij de Commissie op 15 mei 2024, heeft Letland overeenkomstig artikel 395, lid 2, eerste alinea, van Richtlijn 2006/112/EG verzocht te worden gemachtigd om de bijzondere maatregel te blijven toepassen (het “verzoek”).

(4)

Overeenkomstig artikel 395, lid 2, tweede alinea, van Richtlijn 2006/112/EG heeft de Commissie de overige lidstaten bij brief van 10 september 2024 van het verzoek in kennis gesteld. Bij brief van 11 september 2024 heeft de Commissie Letland ervan in kennis gesteld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor de beoordeling van het verzoek.

(5)

Overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2429 heeft Letland de Commissie, samen met het verzoek, een verslag voorgelegd met daarin ook een evaluatie van het in artikel 1 van dat uitvoeringsbesluit bedoelde percentage van de beperking van het recht op btw-aftrek. Op basis van actuele gegevens, te weten ervaringen met belastingcontroles en statistische gegevens over het privégebruik van personenauto’s, stelt Letland dat de beperking van 50 % nog altijd gerechtvaardigd en passend is.

(6)

Omdat de bijzondere maatregel een positief effect heeft gehad op de administratieve lasten voor de belastingplichtigen en belastingautoriteiten doordat daarmee de inning van de btw wordt vereenvoudigd en belastingfraude door onjuiste administratie wordt voorkomen, acht de Commissie het passend de bijzondere maatregel te verlengen. Letland moet daarom worden gemachtigd de bijzondere maatregel te blijven toepassen tot en met 31 december 2027.

(7)

De bijzondere maatregel moet worden beperkt tot de tijd die nodig is om de doeltreffendheid ervan en de geschiktheid van het toegepaste percentage te beoordelen.

(8)

Gezien de beperkte toepassingsduur en werkingssfeer van de bijzondere maatregel staat die in verhouding tot het beoogde doel, namelijk de inning van de btw vereenvoudigen en bepaalde vormen van belastingontduiking of -ontwijking voorkomen. Voorts houdt de bijzondere maatregel geen risico in dat de fraude zal verschuiven naar andere sectoren of andere lidstaten.

(9)

Indien Letland een verlenging van de bijzondere maatregel na 2027 nodig acht, moet het uiterlijk op 31 maart 2027 een verzoek om een dergelijke verlenging bij de Commissie indienen. Dat verzoek moet vergezeld gaan van een verslag over de toepassing van de bijzondere maatregel, met inbegrip van een evaluatie van het toegepaste percentage.

(10)

Volgens de door Letland verstrekte informatie zal de bijzondere maatregel geen noemenswaardige invloed hebben op de totale belastingopbrengsten die Letland in het stadium van het eindverbruik int, en geen negatieve gevolgen hebben voor de eigen middelen van de Unie uit de btw.

(11)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2429 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 6 van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2429 wordt vervangen door:

“Artikel 6

1.   Dit besluit vervalt op 31 december 2027.

2.   Een verzoek om verlenging van de bij dit besluit verleende machtiging wordt uiterlijk op 31 maart 2027 aan de Commissie voorgelegd, samen met een verslag met daarin ook een evaluatie van het in artikel 1 vastgestelde percentage.”.

Artikel 2

Dit besluit wordt van kracht op de datum van de kennisgeving ervan.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de Republiek Letland.

Gedaan te Brussel, 10 december 2024.

Voor de Raad

De voorzitter

VARGA M.


(1)   PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2429 van de Raad van 10 december 2015 waarbij Letland wordt gemachtigd een bijzondere maatregel in te stellen die afwijkt van artikel 26, lid 1, punt a), en de artikelen 168 en 168 bis van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 334 van 22.12.2015, blz. 15).

(3)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1921 van de Raad van 4 december 2018 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2013/191/EU waarbij Letland wordt gemachtigd een bijzondere maatregel in te stellen die afwijkt van artikel 26, lid 1, punt a), en de artikelen 168 en 168 bis van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 311 van 7.12.2018, blz. 36).

(4)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1968 van de Raad van 9 november 2021 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2429 waarbij Letland wordt gemachtigd een bijzondere maatregel in te stellen die afwijkt van artikel 26, lid 1, punt a), en de artikelen 168 en 168 bis van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 401 van 12.11.2021, blz. 1).


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2024/3206/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)