|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2024/3185 |
17.12.2024 |
BESLUIT (GBVB) 2024/3185 VAN DE RAAD
van 16 december 2024
tot wijziging van Besluit (GBVB) 2021/509 tot oprichting van een Europese Vredesfaciliteit
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name artikel 28, lid 1, artikel 41, lid 2, en artikel 42, lid 4,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In artikel 75, lid 1, van Besluit (GBVB) 2021/509 van de Raad (1) is bepaald dat de Raad dat besluit om de drie jaar na de inwerkingtreding ervan moet evalueren. |
|
(2) |
De tussentijdse herziening van Besluit (GBVB) 2021/509 moet de relevante processen van de Europese Vredesfaciliteit (de “faciliteit”) doelgericht stroomlijnen en verbeteren en tegelijkertijd bestaande praktijken codificeren op basis van de tot dusver opgedane ervaring. |
|
(3) |
Om het beleid af te stemmen op de begrotingscyclus, moet het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) uiterlijk op 31 mei van het jaar n een strategische oriëntatie voor het jaar n + 1 verstrekken. Die moet als basis dienen voor de voorbereiding van de raming van het maximum voor betalingen voor het jaar n + 1. |
|
(4) |
De hoge vertegenwoordiger moet verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van besluiten van de Raad tot vaststelling van steunmaatregelen overeenkomstig artikel 27, lid 1, VEU en voor de planning en monitoring van het totale financiële maximum en de jaarlijkse maxima van de faciliteit. De Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) moet de uitvoering van de regelingen van de hoge vertegenwoordiger met de begunstigde monitoren en evalueren om ervoor te zorgen dat de door de Raad met betrekking tot steunmaatregelen vastgelegde eisen en voorwaarden worden nageleefd. De lidstaten moeten vooraf worden geraadpleegd om input te leveren voor het document met de indicatieve strategische oriëntatie. |
|
(5) |
Bij wijze van uitzondering, naar gelang het geval en afhankelijk van de goedkeuring van het bij artikel 11 van Besluit (GBVB) 2021/509 opgerichte comité voor de faciliteit (het “comité”), alsmede rekening houdend met artikel 10, lid 4, van Besluit (GBVB) 2021/509, kunnen uitgaven in verband met arbeidscontractanten die werken voor de faciliteit worden gefinancierd door de faciliteit indien dat nodig is om taken voor de faciliteit te vervullen die de capaciteit of deskundigheid van het door de EDEO verstrekte personeel te boven gaan. |
|
(6) |
Steunmaatregelen en operaties die zijn vastgesteld maar niet zijn afgerond vóór 31 december 2027, moeten ook na die datum en totdat zij zijn voltooid worden uitgevoerd, zoals bepaald in het besluit van de Raad tot vaststelling van die steunmaatregelen en operaties. Daartoe moeten de desbetreffende regels, met name regels voor de begroting, gewijzigde begrotingen, kredietoverschrijvingen en overdrachten, naargelang het geval, van toepassing blijven. |
|
(7) |
Met inachtneming van het besluit van het comité en overeenkomstig artikel 25, lid 2, en artikel 29 van Besluit (GBVB) 2021/509 moet elke beheerder, voor de duur van de lopende operaties en voor het beheer van steunmaatregelen die zijn vastgesteld maar niet zijn afgerond vóór 31 december 2027, zo nodig ook na 2027 verzoeken om bijdragen voor de betalingskredieten die onder hun respectieve verantwoordelijkheid vallen, blijven verzenden. |
|
(8) |
Op basis van de opgedane ervaring moet de financiële planning van de faciliteit worden verbeterd en moeten de gevolgen van de constructieve onthoudingen dienovereenkomstig worden aangepast. Wanneer lidstaten aanvullende bijdragen aan een steunmaatregel leveren omdat zij zich van een andere maatregel onthouden, moeten die bijdragen bijgevolg de bedragen verlagen die de lidstaten verschuldigd zijn voor de steunmaatregel die de aanvullende financiering ontvangt. Met die aanvullende bijdragen kan tot 50 % van het referentiebedrag van de ontvangende steunmaatregel worden gefinancierd, tenzij de Raad anders besluit. Een steunmaatregel mag niet uitsluitend met aanvullende bijdragen worden gefinancierd. |
|
(9) |
De samenstelling van de jaarlijkse ontwerpbegroting moet de gemeenschappelijke kosten van lopende of geplande operaties en de kosten van door de Raad in het eerste kwartaal van het volgende begrotingsjaar vastgestelde of goed te keuren steunmaatregelen dekken, overeenkomstig de door de hoge vertegenwoordiger voorgestelde indicatieve strategische richtsnoeren en de door het PVC verstrekte strategische richtsnoeren. Daarnaast moet de begrotingskalender worden aangepast, met name wat betreft het besluit over het maximum voor betalingen en de indiening van de ontwerpbegroting. Voorts moet de inhoud van de periodiek verstrekte financiële ramingen worden verbeterd door ramingen voor de bedragen en een indicatief tijdschema voor de verzoeken om bijdragen erin op te nemen. |
|
(10) |
Gelet op de door de faciliteit opgedane ervaringen sinds de oprichting ervan en vanwege de specifieke situatie van operaties en steunmaatregelen met terugbetalingsregelingen, is het passend om in naar behoren gemotiveerde gevallen en bij wijze van uitzondering toe te staan dat overdrachten worden verlengd, onder voorbehoud van goedkeuring door het comité. |
|
(11) |
Uit de opgedane ervaring blijkt dat de veranderende mondiale omgeving waarin de faciliteit functioneert, van invloed kan zijn op de uitvoering van operaties en steunmaatregelen. Het is passend extra budgettaire flexibiliteit in te voeren om vastleggingskredieten ten bedrage van vrijmakingen die voortvloeien uit gehele of gedeeltelijke niet-uitvoering van een operatie of steunmaatregel opnieuw ter beschikking te stellen voor andere operaties respectievelijk steunmaatregelen, onder voorbehoud van goedkeuring door het comité. |
|
(12) |
Bijdragen aan vroegtijdige financiering door een lidstaat mogen niet worden gebruikt voor de financiering van steunmaatregelen waarvan die lidstaat zich overeenkomstig artikel 5, lid 3, van Besluit (GBVB) 2021/509 onthoudt. |
|
(13) |
De periodieke verslaglegging over de financiële uitvoering moet worden verbeterd door de status van de aanvullende bijdragen van de lidstaten en het gebruik van financiële maxima erin op te nemen. |
|
(14) |
De controleurs moeten toegangsrechten hebben, onder meer tot gebouwen, informatie en gegevens die nodig zijn om hun activiteiten uit te voeren. |
|
(15) |
De taken van de interne controleurs moeten duidelijker worden omschreven, met name wat betreft de beoordeling van de efficiëntie en doeltreffendheid van de interne controlesystemen die van toepassing zijn op de faciliteit, met inbegrip van controlepraktijken overeenkomstig internationale normen. In dit verband moeten interne controleurs verslag uitbrengen over de resultaten van hun controles aan de beheerders en de EDEO over aangelegenheden die verband houden met hun respectieve verantwoordelijkheden. De beheerders en de EDEO moeten er dan weer voor zorgen dat de nodige maatregelen worden genomen om de aanbevelingen van de interne controles uit te voeren. Het comité moet van de interne controleurs een jaarverslag ontvangen, toezien op hun werkzaamheden en controleren of de bevoegde diensten gepast gevolg geven aan de aanbevelingen van de interne controle. |
|
(16) |
Het comité moet op basis van een voorstel van het accountantscollege procedures vaststellen voor de selectie, benoeming en, indien nodig, vervanging van de leden van het college en hun assistenten. |
|
(17) |
De door het accountantscollege uitgevoerde controles moeten worden uitgebreid tot de administratie en het beheer van de faciliteit, onder meer door middel van prestatiecontroles. |
|
(18) |
Onder voorbehoud van goedkeuring van de openbaarmaking door het comité moeten het controleverslag, het controleadvies en de jaarrekening geheel of gedeeltelijk openbaar worden gemaakt, overeenkomstig het besluit van het comité. |
|
(19) |
Met het oog op een efficiënte procedurele behandeling moeten conceptnota’s ter goedkeuring aan het PVC worden voorgelegd. Bovendien moet het PVC er goedkeuring voor kunnen geven dat bepaalde dringende activiteiten worden aangevangen ook al is de vaststelling van de desbetreffende steunmaatregel door de Raad nog niet afgerond. |
|
(20) |
Het moet worden verduidelijkt in welke gevallen van overdracht en wederuitvoer van goederen die in het kader van een steunmaatregel zijn geleverd, de hoge vertegenwoordiger de voorafgaande toestemming van het PVC of van het comité nodig heeft. |
|
(21) |
Militaire steun in het kader van de faciliteit moet worden verleend in overeenstemming met het desbetreffende regelgevingskader, met inbegrip van de uitvoeringsvoorschriften van de faciliteit, zoals overeengekomen door het comité op 30 november 2022 met betrekking tot de regels inzake oorsprong en de regels inzake nationaliteit. Voorts moet alle militaire steun in het kader van de faciliteit worden verleend met volledige inachtneming van het veiligheids- en defensiebeleid van de lidstaten, waarbij de transparantie en traceerbaarheid van steun uit de faciliteit moet worden gewaarborgd, en rekening houdend met de veiligheids- en defensiebelangen van alle lidstaten. |
|
(22) |
Besluit (GBVB) 2021/509 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Besluit (GBVB) 2021/509 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In artikel 4 wordt punt e) vervangen door:
|
|
2) |
In artikel 5 wordt lid 3 vervangen door: “3. Indien een lidstaat zich bij een stemming heeft onthouden en een formele verklaring overeenkomstig artikel 31, lid 1, tweede alinea, VEU heeft afgelegd over een steunmaatregel die de levering van militaire uitrusting of platforms die zijn ontworpen om te doden mogelijk maakt, draagt die lidstaat niet bij in de kosten van die steunmaatregel. In plaats daarvan draagt die lidstaat een extra bedrag bij aan andere steunmaatregelen die geen levering van dergelijke uitrusting of platforms inhouden. In dat geval blijft het referentiebedrag van de steunmaatregel waarbij de lidstaat zich van stemming heeft onthouden, als gevolg van een dergelijke onthouding ongewijzigd.”. |
|
3) |
In artikel 7 wordt lid 1 vervangen door: “1. De financiering van een operatie of steunmaatregel uit hoofde van de faciliteit vereist de voorafgaande vaststelling van een basishandeling in de vorm van een besluit van de Raad tot vaststelling van de operatie uit hoofde van artikel 42, lid 4, en artikel 43, lid 2, VEU of tot vaststelling van de steunmaatregel uit hoofde van artikel 28 VEU. Bij wijze van uitzondering is een basishandeling niet vereist voor de financiering van de gemeenschappelijke kosten tijdens de voorbereidende fase van een operatie, van de uitgaven die nodig zijn voor de afwikkeling van een operatie of van de gemeenschappelijke kosten voor oefenoperaties, als bedoeld in artikel 44, leden 1 en 3, respectievelijk artikel 45 van dit besluit. Bovendien is geen basishandeling vereist indien de Raad toestemming heeft verleend voor de financiering van voorbereidende maatregelen voor een steunmaatregel of indien het PVC goedkeuring heeft gegeven voor spoedeisende activiteiten in afwachting van een besluit over een steunmaatregel, overeenkomstig respectievelijk artikel 57, lid 2, en artikel 58, van dit besluit.”. |
|
4) |
In artikel 9 worden de leden 2 en 3 vervangen door: “2. In het kader van de in lid 1 van het onderhavige artikel bedoelde strategische prioriteiten verstrekt het PVC strategische richtsnoeren voor operaties en steunmaatregelen die uit hoofde van de faciliteit worden gefinancierd ter handhaving van de vrede, preventie van conflicten en versterking van de internationale veiligheid, op basis van eerdere besprekingen in andere bevoegde voorbereidende instanties van de Raad, onder meer in samenstellingen met relevante deskundigen, tenzij het PVC anders besluit. Daartoe houdt het PVC tweemaal per jaar een debat op basis van een door de hoge vertegenwoordiger voorgestelde indicatieve strategische oriëntatie, waarbij de strategische oriëntatie voor het jaar n + 1 uiterlijk op 31 mei van het jaar n moet worden ingediend. De indicatieve strategische oriëntatie, gebaseerd op de standpunten van de lidstaten, bevat een korte motivering van het voor elke steunmaatregel beoogde referentiebedrag met het oog op de beoogde doelstellingen ervan, alsmede een indicatief tijdschema voor de verwachte besprekingen in de Raad. De indicatieve strategische oriëntatie wordt 30 dagen vóór de vergadering waarin het PVC de strategische oriëntatie moet vastleggen, aan het PVC voorgelegd. De steunmaatregelen zal het PVC afstemmen op de doelstellingen en beginselen van artikel 56 en daarbij houdt het terdege rekening met de verslagen die door de hoge vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 63 worden verstrekt. 3. De Raad stelt een methode vast voor het in kaart brengen van de risico’s en de waarborgen van steunmaatregelen die uit hoofde van de faciliteit worden gefinancierd. Deze methode wordt regelmatig door het PVC geëvalueerd. De Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) houdt toezicht op en evalueert de uitvoering van de regelingen die de hoge vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 62 met de begunstigde heeft getroffen.”. |
|
5) |
Artikel 10 wordt vervangen door: “Artikel 10 Beheer van de faciliteit 1. De faciliteit wordt onder het gezag en de leiding van het in artikel 11 bedoelde comité voor de faciliteit beheerd door:
2. De faciliteit maakt zo veel mogelijk gebruik van de instellingen, organen en instanties van de Unie. De faciliteit doet voornamelijk een beroep op bestaande administratieve structuren en personeel van de instellingen, organen en instanties van de Unie, alsook op personeel dat op verzoek van de betrokken beheerder door de lidstaten wordt gedetacheerd. 3. De secretaris-generaal van de Raad stelt de beheerder voor operaties en de rekenplichtige voor operaties ter beschikking, samen met het personeel en de administratieve middelen die nodig zijn voor de uitvoering van hun taken. 4. Onverminderd lid 5 is de hoge vertegenwoordiger verantwoordelijk voor de uitvoering van besluiten van de Raad tot vaststelling van steunmaatregelen overeenkomstig artikel 27, lid 1, VEU en voor de planning en monitoring van het totale financiële maximum en de jaarlijkse maxima van de faciliteit. 5. Wat betreft de financiële uitvoering van steunmaatregelen, met uitzondering van steunmaatregelen of delen daarvan die via een operatie worden uitgevoerd, wordt de hoge vertegenwoordiger bijgestaan door de beheerder voor steunmaatregelen en de rekenplichtige voor steunmaatregelen. De hoge vertegenwoordiger oefent deze verantwoordelijkheid uit met ondersteuning van de in artikel 9, lid 6, van Besluit 2010/427/EU van de Raad (*1) bedoelde dienst van de Commissie en, indien vereist, van andere diensten van de Commissie. (*1) Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese Dienst voor extern optreden (PB L 201, 3.8.2010, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2010/427/oj).”." |
|
6) |
Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
7) |
In artikel 15 wordt lid 3 vervangen door: “3. Iedere operationeel commandant is gemachtigd om voor de operatie waarover hij het bevel voert en voor steunmaatregelen of delen daarvan die via de operatie kunnen worden uitgevoerd, alle maatregelen te nemen die hij nodig acht voor het verrichten van uit hoofde van de faciliteit gefinancierde uitgaven, in overeenstemming met dit besluit en met de door het comité krachtens artikel 11, lid 6, vastgestelde voorschriften. Hij stelt de beheerder voor operaties en het comité in kennis van deze maatregelen. De directeur van het militaire plannings- en uitvoeringsvermogen kan in zijn of haar hoedanigheid van missiecommandant bepaalde taken inzake financieel beheer van de ondergeschikte operaties centraliseren op het niveau van het militaire plannings- en uitvoeringsvermogen, dat dan dienst doet als hoofdkwartier van de missie.”. |
|
8) |
Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
9) |
In artikel 20 wordt lid 2 vervangen door: “2. De voorafgaande goedkeuring van het comité is echter, en met inachtneming van artikel 51, lid 5, vereist indien de voorgenomen overschrijving van het ene hoofdstuk naar het andere meer dan 20 % in titels die betrekking hebben op operaties en op steunmaatregelen bedraagt van de kredieten die zijn opgenomen in het hoofdstuk waaruit de kredieten worden overgeschreven, zoals blijkt uit de goedgekeurde begroting van het begrotingsjaar op de datum waarop het voorstel voor de overschrijving wordt gedaan. Deze goedkeuringseis geldt niet voor overschrijvingen binnen een titel voor een steunmaatregel in de vorm van een algemeen programma.”. |
|
10) |
In artikel 21 wordt lid 2 vervangen door: “2. Het comité kan uiterlijk op 31 maart van elk jaar, op basis van voorstellen van de betrokken beheerders, de vastleggingskredieten overdragen die aan het einde van het voorgaande begrotingsjaar niet zijn vastgelegd en, indien nodig, overeenkomstige betalingskredieten, in welk geval deze kredieten kunnen worden vastgelegd en betaald tot en met 31 december. Indien de kredieten op die datum nog niet zijn vastgelegd en betaald, kan het comité in naar behoren gemotiveerde gevallen en bij wijze van uitzondering besluiten die kredieten tot uiterlijk het eind van het volgende jaar over te dragen.”. |
|
11) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: “Artikel 21 bis Hergebruik van kredieten Onder voorbehoud van goedkeuring door het comité kunnen vastleggingskredieten ten bedrage van vrijmakingen die voortvloeien uit gehele of gedeeltelijke niet-uitvoering van een operatie of steunmaatregel opnieuw worden opgevoerd ten gunste van begrotingstitels voor respectievelijk operaties of steunmaatregelen.”. |
|
12) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: “Artikel 24 bis Soorten bijdragen De faciliteit kan naast de bijdragen die overeenkomstig artikel 26, lid 5, verschuldigd zijn door lidstaten die aan een operatie of steunmaatregel bijdragen, de volgende bijdragen ontvangen:
|
|
13) |
Artikel 25 wordt vervangen door: “Artikel 25 Vroegtijdige prognoses 1. De beheerders leggen in overleg met de EDEO en rekening houdend met de geconsolideerde financiële planning voor de faciliteit, uiterlijk op 31 mei van het jaar n het volgende voor:
2. Het comité neemt uiterlijk op 30 juni van het jaar n een besluit over het maximum voor de betalingen voor het jaar n + 1. 3. De beheerders leggen uiterlijk op 15 oktober van het jaar n aan het comité het volgende voor:
|
|
14) |
In artikel 26 worden de leden 7 en 8 vervangen door: “7. Indien een lidstaat zich krachtens artikel 5, lid 3, onthoudt van de vaststelling van een steunmaatregel en daar niet aan bijdraagt, draagt hij een extra bedrag bij aan andere steunmaatregelen dan de steunmaatregelen in verband met de levering van militaire uitrusting of platforms die zijn ontworpen om te doden. Dit extra bedrag waarborgt dat de totale bijdrage van die lidstaat aan steunmaatregelen in overeenstemming is met zijn aandeel van het bni. Een steunmaatregel kan worden gefinancierd met extra bijdragen ten belope van maximaal 50 % van het referentiebedrag ervoor, tenzij de Raad anders besluit. Een steunmaatregel wordt niet uitsluitend met aanvullende bijdragen gefinancierd. De door de lidstaten verschuldigde bijdragen voor de maatregelen waarvoor die extra bijdragen bestemd zijn, worden verminderd met het bedrag van die bijdragen. 8. De bijdragen van de lidstaten in een bepaald jaar mogen hun respectieve aandeel in het in artikel 25, lid 2, vastgelegde betalingsmaximum niet overschrijden. Dit maximum is niet van toepassing op vervroegde bijdragen als bedoeld in artikel 29, lid 15.”. |
|
15) |
Artikel 28 wordt vervangen door: “Artikel 28 Vroegtijdige financiering 1. De faciliteit beschikt over een systeem van minimumdeposito’s voor vroegtijdige financiering van snellereactieoperaties van de Unie, spoedeisende activiteiten als bedoeld in artikel 58 en, na voorafgaande toestemming van het comité, individuele steunmaatregelen, voor het geval er onvoldoende middelen beschikbaar zijn en niet tijdig aan de behoeften kan worden voldaan volgens de gebruikelijke procedure voor het innen van bijdragen. De minimumdeposito’s worden beheerd door de betrokken beheerders. 2. Het bedrag van de minimumdeposito’s wordt, na voorstellen van de beheerder, door het comité vastgesteld en zo nodig herzien. 3. Voor de vroegtijdige financiering van minimumdeposito’s:
|
|
16) |
Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
17) |
In artikel 33 wordt lid 2 vervangen door: “2. Een steunmaatregel kan worden uitgevoerd in direct of indirect beheer. Wanneer een steunmaatregel wordt uitgevoerd in direct beheer, zijn naargelang het geval de artikelen 35, 36 en 37 van toepassing. Wanneer een steunmaatregel wordt uitgevoerd in indirect beheer kunnen de uitvoerende actoren door de Raad worden aangewezen uit een van de volgende categorieën:
|
|
18) |
Artikel 38 wordt vervangen door: “Artikel 38 Regelmatige financiële verslagen aan het comité 1. Iedere beheerder legt, met steun van de verantwoordelijke rekenplichtige en de verantwoordelijke operationeel commandanten, om de drie maanden aan het comité een staat voor van de uitvoering van de ontvangsten en uitgaven waarvoor hij verantwoordelijk is sedert het begin van het begrotingsjaar, alsmede een kasstroomoverzicht, een verslag over het overeenkomstige minimumdeposito en een verslag over de door de lidstaten verschuldigde extra bijdragen op basis van het in artikel 27, lid 4, bedoelde register. 2. Tweemaal per jaar legt de EDEO, in samenwerking met beide beheerders, het comité een verslag voor over de besteding van het in artikel 2, lid 1, bedoelde algehele maximum en van het overeenkomstige jaarlijkse maximum.”. |
|
19) |
In artikel 40 wordt lid 3 vervangen door: “3. De met de controle van de ontvangsten en uitgaven van de faciliteit belaste personen, krijgen onmiddellijk en zonder voorafgaande kennisgeving volledige toegang tot alle ter zake doende gebouwen, informatie en gegevens. Dit houdt onder meer toegang in tot documenten, tot de inhoud van alle gegevensdragers in verband met deze ontvangsten en uitgaven en tot de ruimten waar deze documenten en informatiedragers worden bewaard. Zij kunnen hiervan kopieën maken. De personen die betrokken zijn bij de uitvoering van de ontvangsten en uitgaven van de faciliteit, verlenen de beheerders en de personen die zijn belast met de controle van de ontvangsten en uitgaven alle voor de uitvoering van hun taak benodigde medewerking.”. |
|
20) |
Artikel 41 wordt vervangen door: “Artikel 41 Interne controle van de faciliteit 1. Op voorstel van de beheerder voor operaties en na het comité te hebben ingelicht, benoemt de secretaris-generaal van de Raad een interne controleur en ten minste één plaatsvervangende interne controleur voor operaties. Op voorstel van de beheerder voor steunmaatregelen en na het comité te hebben ingelicht, benoemt de hoge vertegenwoordiger een interne controleur voor steunmaatregelen. 2. Interne controleurs worden benoemd voor een periode van vier jaar, die kan worden verlengd tot ten hoogste acht jaar. Zij moeten over de nodige beroepskwalificaties beschikken en zich houden aan de internationaal erkende interne-controlenormen. Interne controleurs mogen noch ordonnateur noch rekenplichtige zijn, en zij mogen evenmin deelnemen aan de opstelling van financiële staten die verband houden met de faciliteit. 3. Iedere interne controleur voert naargelang het geval controle- en adviesopdrachten uit en verstrekt de verantwoordelijke beheerder risicobeheeradvies, bestaande uit onafhankelijke adviezen over de kwaliteit van de beheers- en controlesystemen en met aanbevelingen ter bevordering van een goed financieel beheer op basis van de resultaten van zijn controlewerkzaamheden. De interne controleurs zijn met name belast met het beoordelen van zowel de geschiktheid en doeltreffendheid van de interne beheersystemen als de prestaties van de betrokken diensten bij de uitvoering van de beleidsmaatregelen en de verwezenlijking van de doelstellingen, onder inaanmerkingneming van de daarmee verbonden risico’s. Zij beoordelen ook de efficiëntie en doeltreffendheid van de interne controlesystemen die van toepassing zijn op de faciliteit. 4. De interne controleur voor operaties brengt de verantwoordelijke beheerder verslag uit over de resultaten van zijn of haar controles. De verantwoordelijke interne controleur stelt de operationeel commandanten in kennis van zijn bevindingen en aanbevelingen. De beheerder voor operaties zorgt ervoor dat voor aangelegenheden die onder zijn of haar respectieve verantwoordelijkheden vallen de nodige maatregelen worden getroffen om uitvoering te geven aan de uit de interne controles voortvloeiende aanbevelingen, onder meer door de operationeel commandanten de nodige instructies te geven. 5. De interne controleur voor steunmaatregelen brengt de beheerder en/of de EDEO verslag uit over de resultaten van zijn of haar controles ten aanzien van aangelegenheden die onder hun respectieve verantwoordelijkheden vallen. De beheerder voor steunmaatregelen stelt de uitvoerende actoren naargelang het geval in kennis van de bevindingen en aanbevelingen van de interne controleur. De beheerder en de EDEO zorgen ervoor dat voor aangelegenheden die onder hun respectieve verantwoordelijkheden vallen de nodige maatregelen worden getroffen om uitvoering te geven aan de uit de interne controles voortvloeiende aanbevelingen. 6. De interne controleur legt het comité jaarlijks een verslag voor over zijn werkzaamheden, met vermelding van het aantal en de aard van de uitgevoerde interne controles, opmerkingen en aanbevelingen, alsmede met de stand van de uitvoering van de aanbevelingen uit voorgaande jaren. Het comité houdt toezicht op het werk van de interne controleur en op de correcte follow-up door de betrokken diensten van de uit de interne controle voortvloeiende aanbevelingen. 7. De bevindingen en de verslagen van de interne controleurs worden samen met de betrokken bewijsstukken ter beschikking gesteld van het krachtens artikel 42 opgerichte accountantscollege.”. |
|
21) |
Artikel 42 wordt vervangen door: “Artikel 42 Externe controle van de faciliteit 1. Er wordt een accountantscollege opgericht. Het accountantscollege onderzoekt de boekhouding van inkomsten en uitgaven die voortvloeien uit de uitvoering van dit besluit op grond van artikel 1, lid 2, alsmede de jaarrekeningen van operaties en steunmaatregelen. 2. Het comité bepaalt op voorstel van het accountantscollege hoeveel accountants er nodig zijn en stelt de procedure vast voor de selectie, benoeming en eventuele vervanging van de leden van het accountantscollege voor een periode van maximaal vier jaar, verlengbaar met één termijn, op voordracht van de lidstaten. Het comité kan het mandaat van een lid met maximaal zes maanden verlengen. De kandidaten moeten lid zijn van het hoogste nationale controleorgaan van een lidstaat of door dat orgaan worden aanbevolen, en voldoende waarborgen inzake veiligheid en onafhankelijkheid bieden. 3. Het comité kan op verzoek van het accountantscollege assistenten van de leden van het accountantscollege benoemen. Het comité stelt op voorstel van het accountantscollege de procedures vast voor de selectie, benoeming en, waar nodig, eventuele vervanging van de assistenten. De assistenten moeten passende waarborgen inzake veiligheid en onafhankelijkheid bieden. Op verzoek van het accountantscollege kan het comité akkoord gaan met een beroep van het accountantscollege op gekwalificeerde externe steun voor de externe controle van de faciliteit. 4. Het accountantscollege gaat in de loop van het begrotingsjaar en daarna, door middel van controles ter plaatse, alsook op basis van bewijsstukken, na of de door de faciliteit gefinancierde of voorgefinancierde uitgaven zijn verricht in overeenstemming met dit besluit en de regels die zijn vastgesteld krachtens artikel 11, lid 6, alsook met het desbetreffende uniale en nationale recht. Bij de uitvoering van die controles beoordeelt het accountantscollege of de beginselen van goed financieel beheer, te weten de beginselen van zuinigheid, efficiëntie en effectiviteit, worden nageleefd, en of de interne controles adequaat zijn, en ziet het accountantscollege toe op de administratie en het beheer van de faciliteit, waaronder door prestatiecontroles uit te voeren. 5. De leden van het accountantscollege en hun assistenten blijven betaald worden door hun controleorgaan van oorsprong; de kosten van dienstreizen van de leden, evenals de kosten van gekwalificeerde externe steun komen ten laste van de faciliteit, overeenkomstig door het comité vast te stellen regels. 6. Gedurende hun ambtstermijn gelden voor de leden van het accountantscollege en hun assistenten de volgende bepalingen:
7. Het accountantscollege kiest jaarlijks uit zijn leden een voorzitter of verlengt het mandaat van de zittende voorzitter. Het accountantscollege neemt voor de controles door zijn leden regels aan die overeenstemmen met de strengste internationale normen. Het keurt de door zijn leden opgestelde controleverslagen goed alvorens deze aan de beheerders en het comité te doen toekomen. 8. De beheerders of de door een van de beheerders benoemde personen kunnen op elk willekeurig moment een controle uitvoeren van uitgaven die door de faciliteit zijn gefinancierd. Voorts kan het comité op voorstel van een beheerder of van een lidstaat op elk willekeurig moment op ad-hoc basis extra externe controleurs aanstellen wier taken en arbeidsvoorwaarden door het comité worden vastgesteld.”. |
|
22) |
In artikel 43 wordt lid 4 vervangen door: “4. Het accountantscollege legt uiterlijk op 30 september na de afsluiting van het begrotingsjaar het controleverslag, inclusief het controleadvies, voor aan het comité. Het comité bestudeert het controleverslag, het controleadvies en de jaarrekening met het oog op het verlenen van kwijting aan de beheerders en de operationeel commandanten. Onder voorbehoud van goedkeuring van de openbaarmaking door het comité worden het controleverslag, het controleadvies en de jaarrekening geheel of gedeeltelijk openbaar gemaakt, overeenkomstig het besluit van het comité. Elke beheerder en elke operationeel commandant brengen het comité jaarlijks verslag uit over de uitvoering van de aanbevelingen van het accountantscollege met betrekking tot aangelegenheden waarvoor zij respectievelijk verantwoordelijk zijn.”. |
|
23) |
In artikel 51 wordt lid 4 vervangen door: “4. Tijdens de periode voorafgaand aan de vaststelling van de begroting voor een operatie kan het comité, op voorstel van de beheerder voor operaties, de operationeel commandant of een lidstaat, richtsnoeren uitvaardigen voor het verrichten van uitgaven tijdens die periode.”. |
|
24) |
In artikel 52 wordt lid 4 vervangen door: “4. De eindbestemming van gemeenschappelijk gefinancierde uitrusting en infrastructuur wordt door het comité goedgekeurd, rekening houdend met de operationele behoeften en financiële criteria. Wat de eindbestemming betreft:
|
|
25) |
In artikel 56 wordt lid 2 vervangen door: “2. Steunmaatregelen moeten op de volgende beginselen zijn gebaseerd:
|
|
26) |
Artikel 57 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
27) |
Artikel 58 wordt vervangen door: “Artikel 58 Versnelde procedure voor het starten van een steunmaatregel 1. Indien de urgentie van de toestand dit vereist, kan het PVC, in afwachting van een besluit over een steunmaatregel, besluiten dat uit hoofde van de faciliteit te financieren activiteiten kunnen worden gestart, rekening houdend met de risico- en waarborgenmethode vastgesteld krachtens artikel 9, lid 3. In de conceptnota met het voorstel voor een mogelijke steunmaatregel of in het voorstel tot de feitelijke instelling van een steunmaatregel krachtens respectievelijk artikel 57 en artikel 59, lid 1, kunnen, naargelang het geval, de spoedeisende activiteiten, de geraamde kosten ervan en de betrokken uitvoerende actor worden vermeld. 2. Spoedeisende activiteiten omvatten niet de levering van uitrusting bedoeld in artikel 5, lid 3. 3. In afwijking van artikel 17, lid 6, geeft goedkeuring door het PVC van spoedeisende activiteiten de beheerder voor steunmaatregelen het recht om uitgaven voor die activiteiten vast te leggen en te betalen tot het toegestane maximum.”. |
|
29) |
In artikel 62 wordt lid 2 vervangen door: “2. Regelingen die overeenkomstig lid 1 worden getroffen, omvatten, conform de voorwaarden van de steunmaatregel of elk ander relevant besluit van de Raad of van het comité, bepalingen, onder meer over waarborgen, om de volgende aspecten veilig te stellen:
|
|
29) |
Artikel 63 wordt vervangen door: “Artikel 63 Vervolgverslag De hoge vertegenwoordiger verstrekt het PVC twee keer per jaar of wanneer het PVC daarom verzoekt, een verslag over de uitvoering van steunmaatregelen. Die verslagen betreffen de politieke, operationele en financiële aspecten van de steunmaatregel. Zij omvatten ook de belangrijkste geleverde uitrusting, een evaluatie van het effect van de maatregel en van het beheer en gebruik van de activa, alsmede een actualisering van de conflictgevoeligheids- en contextanalyse en van de risico- en effectbeoordeling. De EDEO en de beheerders verstrekken het comité en de betrokken Raadsinstanties periodiek gedetailleerdere informatie over de uitvoering van steunmaatregelen, onder meer over de uitgevoerde activiteiten in verband met regelingen voor toezicht en evaluatie, controles en waarborgen. De presentaties hebben tot doel het verloop van de uitvoering van de steunmaatregelen jaarlijks te bespreken.”. |
|
30) |
In artikel 66 wordt lid 8 vervangen door: “8. Wanneer de beheerder als uitvoerende actor optreedt, maakt hij geen beoordeling van de volgende in artikel 33, lid 2, bedoelde entiteiten:
De beheerder kan besluiten geen beoordeling uit te voeren van:
|
|
31) |
Aan artikel 73 worden de volgende leden toegevoegd: “11. De Raad besluit in de volgende begrotingscyclus over de voortzetting van de faciliteit, overeenkomstig artikel 75, lid 1, en in het kader van de bredere begrotingsonderhandelingen voor de periode na 2027. 12. Indien er op 15 oktober 2027 geen besluit uit hoofde van lid 11 van dit artikel is genomen, en onder voorbehoud van goedkeuring door het comité overeenkomstig artikel 18, lid 8, kunnen in de jaarlijkse begrotingen en gewijzigde begrotingen na 2027 kredieten worden opgenomen ter dekking van:
De in dit lid bedoelde vastleggingskredieten die na 2027 in de jaarlijkse begroting worden opgenomen, zijn niet hoger dan de vastleggingskredieten die door het comité in de jaarbegroting voor 2027 zijn goedgekeurd onder de overeenkomstige titels. Onverminderd de eerste alinea, punt b), en met uitzondering van het in artikel 18, lid 3, punt c), bedoelde algemene deel van de jaarlijkse begroting en van de overeenkomstig artikel 21 overgedragen kredieten, mag de ordonnateur voor steunmaatregelen slechts tot en met 31 december 2027 vastleggingen in de begroting doen.”. |
|
32) |
Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:
|
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel, 16 december 2024.
Voor de Raad
De voorzitter
K. KALLAS
(1) Besluit (GBVB) 2021/509 van de Raad van 22 maart 2021 tot oprichting van een Europese Vredesfaciliteit, en tot intrekking van Besluit (GBVB) 2015/528 (PB L 102 van 24.3.2021, blz. 14, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2021/509/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/3185/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)