European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/3129

20.12.2024

RICHTSNOER (EU) 2024/3129 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 13 augustus 2024

betreffende het beheer van onderpand bij krediettransacties van het Eurosysteem

(ECB/2024/22)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 127, lid 2,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, en met name de artikelen 3.1, 9.2, 12.1, 14.3, 17, 18.2, artikel 20, eerste alinea, en artikel 22,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 18.1 van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank schrijft voor dat centralebankkrediet gebaseerd moet zijn op toereikend onderpand voor krediettransacties van het Eurosysteem (hierna “Eurosysteemkrediettransacties” genoemd).

(2)

De activa die beleenbaar zijn om als onderpand bij Eurosysteemkrediettransacties te worden gemobiliseerd, zijn gedefinieerd in Richtsnoer (EU) 2015/510 van de Europese Centrale Bank (ECB/2014/60) (1) en Richtsnoer ECB/2014/31 van de Europese Centrale Bank (2).

(3)

Het Eurosysteem heeft kanalen opgezet om de mobilisatie van onderpand op zowel binnenlandse als grensoverschrijdende basis te vergemakkelijken, waarbij onder meer gebruik wordt gemaakt van effectenafwikkelingssystemen (securities settlement systems — SSS’en) en tripartietagenten (triparty agents — TPA’s) en een beroep wordt gedaan op regelingen tussen centrale banken van het Eurosysteem om ervoor te zorgen dat alle verhandelbare en niet-verhandelbare activa die beleenbaar zijn voor gebruik in Eurosysteemkrediettransacties voor alle wederpartijen toegankelijk worden gemaakt.

(4)

Tegelijkertijd bestaan er momenteel verschillende procedures voor de mobilisatie en het beheer van onderpand bij de nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben (NCB’s), past elke NCB haar eigen praktijken toe en beheert haar eigen systemen. Dientengevolge worden wederpartijen blootgesteld aan een verscheidenheid aan procedures bij het verstrekken van onderpand aan het Eurosysteem.

(5)

Teneinde de operationele doelmatigheid en transparantie van de Eurosysteemprocedures met betrekking tot de mobilisatie en het beheer van onderpand te vergroten, dienen NCB’s door wederpartijen gemobiliseerd onderpand op geharmoniseerde wijze te beheren, namelijk via gestandaardiseerde en operationeel uniforme processen, ongeacht waar het onderpand of de wederpartij zich bevindt.

(6)

In dat kader heeft het Eurosysteem overeenstemming bereikt over geharmoniseerde bepalingen en regelingen voor de ontvangst en het beheer van onderpand en heeft het systeem voor het beheer van onderpand van het Eurosysteem (Eurosystem Collateral Management System — ECMS) ontwikkeld als het gemeenschappelijke platform van het Eurosysteem dat NCB’s in staat stelt beleenbare activa en contanten die door hun wederpartijen als onderpand zijn gemobiliseerd, te ontvangen en te beheren.

(7)

Aangezien de wettelijke vereisten voor de mobilisatie van kredietvorderingen en aanvullende kredietvorderingen (additional credit claims — ACC’s) echter per rechtsgebied verschillen, zouden NCB’s de mogelijkheid moeten hebben om de binnenlandse mobilisatie van dergelijke activa buiten het ECMS te beheren. Bovendien moeten gemobiliseerde retailschuldbewijzen met hypothecair onderpand (retail mortgage-backed debt instruments — RMBD’s) vanwege hun aard buiten het ECMS om worden gemobiliseerd.

(8)

Naast onderpand dat gemobiliseerd wordt ten behoeve van de zekerheidsstelling van Eurosysteemkrediettransacties, kunnen NCB’s naar eigen goeddunken door wederpartijen gemobiliseerd onderpand aanvaarden en beheren voor de andere, in bijlage V bij dit richtsnoer opgenomen doeleinden en dienen zij in dat verband een beroep te kunnen doen op de diensten van het ECMS.

(9)

Teneinde de procedures van het Eurosysteem af te stemmen op de overeengekomen marktnormen voor onderpandbeheer en aldus bij te dragen tot de doelmatigheid van het onderpandbeheer op de gehele financiële markt, beogen de bepalingen van dit richtsnoer de relevante regels van het gemeenschappelijke rulebook voor het beheer van onderpand voor Europa (Single Collateral Management Rulebook for Europe — SCoRE) te volgen.

(10)

De kanalen via welke wederpartijen onderpand bij Eurosysteemkrediettransacties kunnen mobiliseren, omvatten momenteel het binnenlandse mobilisatiekanaal (domestic mobilisation channel), het koppelingenmobilisatiekanaal (links mobilisation channel), het kanaal voor het correspondent-centralebankmodel (correspondent central banking model (CCBM) channel) en, na goedkeuring door het Eurosysteem, het directe-toegangsmobilisatiekanaal (direct access mobilisation channel).

(11)

Het CCBM moet worden uitgebreid om de mobilisatie te vergemakkelijken van verhandelbare activa en niet-verhandelbare schuldbewijzen die zijn gedekt door beleenbare kredietvorderingen (non-marketable debt instruments backed by eligible credit claims — DECC) in: a) TARGET2-Securities (T2S)-automatische zekerheidstellingstransacties en b) voor de andere, in bijlage V bij dit richtsnoer opgenomen doeleinden.

(12)

Elke NCB dient in staat te zijn rekeningen bij in aanmerking komende SSS’en te openen en/of gebruik te maken van de diensten van TPA’s in andere rechtsgebieden dan het eigen rechtsgebied van de NCB, zonder dat daarvoor de goedkeuring van het Eurosysteem vereist is, ook in gevallen waarin het eigen rechtsgebied van de NCB geen in aanmerking komende SSS of TPA heeft.

(13)

Het Eurosysteem heeft criteria vastgesteld waaraan SSS’en, koppelingen tussen SSS’en en TPA’s moeten voldoen wanneer deze worden gebruikt voor het mobiliseren van beleenbare verhandelbare activa en DECC’s. Deze criteria moeten met het oog op zekerheid, duidelijkheid en transparantie in één gemeenschappelijke tekst worden gewijzigd en geconsolideerd.

(14)

Teneinde gebruik te kunnen maken van de geharmoniseerde afwikkelingsprocedures in T2S en de automatische zekerheidstellingsfunctie daarvan, dienen NCB’s verhandelbare activa en DECC’s alleen te ontvangen op rekeningen in T2S-SSS’en. De rekeningen waarop een wederpartij vóór de mobilisatie verhandelbare activa en DECC’s aanhoudt, dienen in niet-T2S-SSS’en aangehouden te blijven worden.

(15)

Niet-verhandelbare activa, met uitzondering van DECC’s, kunnen niet in een SSS worden afgewikkeld. Voor zover NCB’s het ECMS gebruiken om kredietvorderingen en ACC’s als onderpand te mobiliseren, dienen NCB’s informatie te registreren over deze activa in de desbetreffende interne activarekening die is geopend in hetzij de boeken van de NCB van de lidstaat waar de wederpartij is gevestigd, hetzij de boeken van de NCB die optreedt als correspondent-centrale bank, naargelang van het geval.

(16)

Het Eurosysteem dient van wederpartijen externe kosten te recupereren die door centrale effectenbewaarinstellingen (central securities depositories — CSD’s) en TPA’s in rekening worden gebracht voor verhandelbare activa en DECC’s die als onderpand zijn gemobiliseerd. Het moet aan NCB’s worden toegestaan om de interne kosten in verband met de mobilisatie en het beheer van kredietvorderingen, ACC’s en RMBD’s te dekken door vergoedingen in rekening te brengen aan wederpartijen.

(17)

De uitvoering van het onderpandbeheer zou gebaat zijn bij het opnemen van de relevante bepalingen in een afzonderlijke rechtshandeling. Hierdoor zouden parameters in verband met het onderpandbeheer in een compacte en op zichzelf staande vorm kunnen worden verschaft en zouden wijzigingen in het relevante kader snel kunnen worden gestroomlijnd zodra de desbetreffende beleidsbeslissingen door de Raad van bestuur zijn genomen.

(18)

Dit richtsnoer stelt derhalve geharmoniseerde regels en regelingen vast voor het beheer door NCB’s van onderpand dat door wederpartijen op binnenlandse en grensoverschrijdende basis is gemobiliseerd als zekerheid voor Eurosysteemkrediettransacties en de andere, in bijlage V bij dit richtsnoer opgenomen doeleinden, en vervangt de bepalingen inzake onderpandbeheer in Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60) zoals uiteengezet in Richtsnoer (EU) 2024/3130 van de Europese Centrale Bank (ECB/2024/23) (3),

HEEFT HET VOLGENDE RICHTSNOER VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   Dit richtsnoer stelt geharmoniseerde bepalingen en regelingen vast voor de mobilisatie van uit hoofde van Richtsnoer (EU) 2015/510 van de Europese Centrale Bank (ECB/2014/60) (4) en/of Richtsnoer ECB/2014/31 van de Europese Centrale Bank (5) beleenbaar onderpand op binnenlandse of grensoverschrijdende basis met het oog op de zekerheidstelling van Eurosysteemkrediettransacties. In geval van discrepantie tussen dit richtsnoer en Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60) heeft dit richtsnoer voorrang met betrekking tot aangelegenheden die binnen het toepassingsgebied ervan vallen.

2.   Nationale centrale banken (NCB’s) gebruiken het systeem voor het beheer van onderpand van het Eurosysteem (Eurosystem Collateral Management System — ECMS) als gemeenschappelijk Eurosysteemplatform voor het mobiliseren en beheren van het in lid 1 bedoelde onderpand.

3.   Niettegenstaande de leden 1 en 2:

a)

kunnen NCB’s ervoor kiezen de binnenlandse mobilisatie van kredietvorderingen en aanvullende kredietvorderingen (additional credit claims — ACC’s) buiten het ECMS te beheren, in welk geval artikel 6, lid 1), lid 2) en lid 3) niet van toepassing zijn;

b)

mobiliseren de NCB’s (retail mortgage-backed debt instruments — RMBD’s) buiten het ECMS.

4.   In alle gevallen waarin activa buiten het ECMS worden gemobiliseerd, registreren NCB’s informatie over de onderpandwaarde van deze activa in het ECMS.

5.   De NCB’s kunnen het ECMS ook gebruiken om onderpand te beheren dat is gemobiliseerd voor de andere, in bijlage V opgenomen doeleinden.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van dit richtsnoer zijn de volgende definities van toepassing:

1)

“aanvullende kredietvordering” (additional credit claim — ACC): een aanvullende beleenbare kredietvordering uit hoofde van artikel 4 van Richtsnoer ECB/2014/31, met een RMBD;

2)

“activarekening” (asset account): a) met betrekking tot de mobilisatie van verhandelbare activa en DECC’s: i) een door een NCB in haar eigen boeken geopende rekening; ii) een in de boeken van een effectenafwikkelingssysteem of een andere, als correspondent-centrale bank opererende NCB geopende rekening; b) met betrekking tot de mobilisatie van niet-verhandelbare activa (met uitzondering van DECC’s): i) een door een NCB in haar eigen boeken geopende rekening; ii) een in de boeken van een andere, als correspondent-centrale bank opererende NCB geopende rekening. Rekeningen die bij een andere instelling dan de HCB zijn geopend worden “externe activarekeningen” genoemd; rekeningen die in de boeken van de HCB zijn geopend worden “interne activarekeningen” genoemd;

3)

“assisterende centrale bank” (assisting central bank — ACB): een NCB die bijstand en advies verleent aan een HCB met betrekking tot de grensoverschrijdende mobilisatie van kredietvorderingen;

4)

“automatische zekerheidstelling” (auto-collateralisation): automatische zekerheidstelling als gedefinieerd in artikel 2, punt 7, van Richtsnoer (EU) 2022/912 van de Europese Centrale Bank (ECB/2022/8) (6);

5)

“werkdag” (business day): werkdag als gedefinieerd in artikel 2, punt 13, van Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8);

6)

“geldrekening” (cash account): a) een hoofdgeldrekening; b) een geldrekening in een vreemde valuta;

7)

“centrale effectenbewaarinstelling” (central securities depository — CSD): een centrale effectenbewaarinstelling zoals bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad (7);

8)

“onderpand” (collateral): alle verhandelbare en niet-verhandelbare activa en contanten die uit hoofde van Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60) en/of Richtsnoer ECB/2014/31 beleenbaar zijn als onderpand voor Eurosysteemkrediettransacties of gemobiliseerd worden voor de andere, in bijlage V bij dit richtsnoer opgenomen doeleinden;

9)

“gegevens inzake onderpandbeheer” (collateral management data): gegevens over beleenbare activa, prijsinformatie en gegevens over nauwe banden;

10)

“realisatie van onderpand” (collateral realisation): het proces waarbij een NCB haar rechten op als onderpand gemobiliseerde activa uit hoofde van een uitstaand krediet dat opeisbaar is geworden, afdwingt;

11)

“herverdeling van onderpand” (collateral reallocation): het proces waarbij herverdeling plaatsvindt van activa van de ten tijde van de mobilisatie aangewezen rekening naar een andere rekening;

12)

“onderpandwaarde” (collateral value): het kredietbedrag dat kan worden verstrekt tegen door wederpartij verstrekt onderpand na toepassing van surpluspercentages en andere factoren, zoals vastgesteld van het Eurosysteem van tijd tot tijd, ongeacht of deze verband houden met het activum en/of de wederpartij;

13)

“onderpandpool” (collateral pool): de som van de onderpandwaarden van de door een wederpartij gemobiliseerde en aangehouden activa en contanten;

14)

“onderpandpositie” (collateral position): een overzicht van de onderpandwaarde van de als zekerheid gemobiliseerde activa en contanten;

15)

“wederpartij” (counterparty): a) een instelling die aan de in deel drie van Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60) vastgelegde criteria voldoet om toegelaten te worden tot monetairbeleidstransacties van het Eurosysteem en, met betrekking tot toegang tot intraday-krediet, een deelnemer die aan de in bijlage I, deel II, artikel 10, van Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8) vermelde criteria voldoet, of b) een entiteit die onderpand verschaft dat door NCB’s wordt beheerd voor de andere, in bijlage V bij dit richtsnoer opgenomen doeleinden;

16)

“correspondent-centrale bank” (correspondent central bank — CCB): een NCB die namens de HCB optreedt in een CCBM-overeenkomst;

17)

“correspondentenmodel voor centrale banken” (correspondent central banking model — CCBM): een door het Eurosysteem vastgestelde regeling met als doel wederpartijen in staat te stellen beleenbare activa op grensoverschrijdende basis te mobiliseren, waarbij nationale centrale banken optreden als bewaarnemers voor en als agenten van elkaar, en krachtens welke: a) de HCB de wederpartij krediet of liquiditeiten verstrekt op basis van beleenbare activa die worden aangehouden door of in opdracht van de wederpartij op een door de CCB aangewezen rekening; b) de CCB namens de HCB handelt met betrekking tot dergelijke beleenbare activa en bijstand en advies verleent; c) in bepaalde gevallen met betrekking tot kredietvorderingen, de ACB bijstand en advies verleent;

18)

“kredietvordering” (credit claim): een uit hoofde van artikel 2, punt 13, van Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60) beleenbare kredietvordering;

19)

“kredietlijn” (credit line): de onderpandwaarde die beschikbaar is als zekerheid voor intraday-krediet in TARGET;

20)

“kredietpositie” (credit position): het door de HCB aan een wederpartij verstrekte kredietbedrag;

21)

“grensoverschrijdende mobilisatie” (cross-border mobilisation): de mobilisatie van: a) verhandelbare activa die: i) worden aangehouden in een andere lidstaat dan die van de HCB; ii) worden uitgegeven in een andere lidstaat dan die van de HCB en aangehouden in de lidstaat van de HCB; b) in een andere lidstaat dan die van de HCB uitgegeven en aangehouden DECC’s; c) kredietvorderingen waarop een ander recht van toepassing is dan het recht van het rechtsgebied waar de HCB is gevestigd; d) ACC’s waarop een ander recht van toepassing is dan het recht van het rechtsgebied waar de NCB die het onderpand ontvangt, is gevestigd;

22)

“directe-toegangsmobilisatie” (direct access mobilisation): de mobilisatie van verhandelbare activa en DECC’s waarbij de NCB dergelijke activa ontvangt op een door die NCB aangehouden effectenrekening bij een CSD die is gevestigd in een ander rechtsgebied dan die waar de NCB is gevestigd;

23)

“directe koppeling” (direct link): een door CSD’s beheerde regeling tussen twee SSS'en, krachtens welke regeling de ene CSD een directe deelnemer wordt in het door de andere CSD beheerde SSS door het openen van een effectenrekening, zulks om de girale overdracht van effecten mogelijk te maken;

24)

“binnenlandse mobilisatie” (domestic mobilisation): a) met betrekking tot verhandelbare activa en DECC’s, de mobilisatie van een activum dat is uitgegeven en aangehouden bij een CSD die is gevestigd in hetzelfde rechtsgebied als waar de HCB is gevestigd; b) met betrekking tot kredietvorderingen en ACC’s, de mobilisatie van kredietvorderingen en ACC’s waarop het recht van het rechtsgebied waar de HCB gevestigd is van toepassing is, en c) met betrekking tot RMBD’s, RMBD’s die zijn uitgegeven door een in de lidstaat van de HCB gevestigde wederpartij;

25)

“beleenbare activa” (eligible assets): uit hoofde van Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60) en Richtsnoer ECB/2014/31 beleenbare verhandelbare en niet-verhandelbare activa;

26)

“in aanmerking komende koppeling” (eligible link): een directe of indirecte koppeling die naar het oordeel van het Eurosysteem voldoet aan de criteria van bijlage I en is opgenomen in de op de ECB-website gepubliceerde lijst van in aanmerking komende koppelingen van het Eurosysteem. Een in aanmerking komende indirecte koppeling bestaat uit onderliggende in aanmerking komende directe koppelingen;

27)

“in aanmerking komend effectenafwikkelingssysteem” (eligible securities settlement system — in aanmerking komende SSS): een door een CSD geëxploiteerd SSS dat naar het oordeel van het Eurosysteem voldoet aan de in bijlage I opgenomen criteria en is opgenomen in de Eurosysteem-lijst van in aanmerking komende SSS’en die op de ECB-website wordt gepubliceerd;

28)

“in aanmerking komende tripartietagent” (eligible triparty agent — in aanmerking komende TPA): een door een CSD beheerde TPA die naar het oordeel van het Eurosysteem voldoet aan de in bijlage I opgenomen criteria en is opgenomen in de Eurosysteem-lijst van in aanmerking komende TPA’s die op de ECB-website is bekendgemaakt;

29)

“eurogebied” (euro area): datgene dat behoort tot of gevestigd is in een lidstaat die de euro als munt heeft;

30)

“Eurosysteem” (Eurosystem): de ECB en de NCB’s;

31)

“Eurosysteemkrediettransacties” (Eurosystem credit operations): krediettransacties van het Eurosysteem als gedefinieerd in artikel 2, punt 31), van Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60);

32)

“eigen centrale bank” (home central bank — HCB): de NCB van de lidstaat waarin een wederpartij is gevestigd en die krediet verleent aan die wederpartij bij Eurosysteemkrediettransacties;

33)

“intermediair effectenafwikkelingssysteem” (intermediary securities settlement system — intermediair SSS): een SSS dat optreedt als intermediair tussen een uitgevende SSS en een investerende SSS;

34)

“intraday-krediet” (intraday credit): intraday-krediet als gedefinieerd in artikel 2, punt 35, van Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8);

35)

“beleggerseffectenafwikkelingssysteem” (investor securities settlement system — investerende SSS): een SSS met een in aanmerking komende koppeling met een uitgevende SSS om de overdracht van effecten van deelnemers in het uitgevende SSS aan deelnemers in het investerende SSS te vergemakkelijken;

36)

“emittenteneffectenafwikkelingssysteem” (issuer securities settlement system — uitgevende SSS): een door de CSD geëxploiteerd SSS waarin effecten worden uitgegeven;

37)

“koppelingenmobilisatiekanaal”(links mobilisation channel): de mobilisatie van verhandelbare activa en DECC’s door middel van een in aanmerking komende koppeling;

38)

“hoofdgeldrekening” (main cash account — MCA): een hoofdgeldrekening die wordt aangehouden met het oog op en overeenkomstig de bepalingen van Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8);

39)

“verhandelbare activa” (marketable assets): één van de volgende begrippen: a) verhandelbare activa als gedefinieerd in artikel 2, punt 59, van Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60); b) verhandelbare activa die beleenbaar zijn als onderpand uit hoofde van artikel 3, 5 en/of 7 van Richtsnoer ECB/2014/31;

40)

“mobilisatiekanalen” (mobilisation channels): de reeks procedures en regelingen die zijn vastgesteld om de mobilisatie van beleenbare activa door wederpartijen mogelijk te maken, en welke het binnenlandse mobilisatiekanaal, het koppelingenmobilisatiekanaal, het CCBM-kanaal en het directe-toegangsmobilisatiekanaal omvat;

41)

“nationale centrale bank” (national central bank — NCB): een nationale centrale bank van een lidstaat die de euro als munt heeft;

42)

“niet-verhandelbaar activum” (non-marketable asset): a) een niet-verhandelbaar activum als gedefinieerd in artikel 2, punt 70, van Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60); b) een aanvullende kredietvordering die beleenbaar is uit hoofde van artikel 4 van Richtsnoer ECB/2014/31;

43)

“door niet-verhandelbare schuldbewijzen gedekte beleenbare kredietvorderingen” (non-marketable debt instrument backed by eligible credit claims — DECC): een niet-verhandelbaar schuldinstrument dat gedekt wordt door in artikel 2, punt 70 bis, van Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60) gedefinieerde kredietvorderingen;

44)

“pooling” (pooling): de door NCB’s gehanteerde operationele methode voor het aanhouden van door wederpartijen gemobiliseerd onderpand, waarbij de wederpartij aan een NCB onderpand ter beschikking stelt voor de zekerheidstelling van krediet van die NCB, en waarbij individuele beleenbare activa niet gekoppeld zijn aan enige specifieke Eurosysteemkrediettransactie, met uitzondering van RMBD’s die verband houden met een specifieke krediettransactie;

45)

“primaire MCA” (primary MCA): de MCA die eigendom is van de wederpartij of een derde, en door de wederpartij is aangewezen voor de afwikkeling van betalingen in verband met het beheer van onderpand;

46)

“indirecte koppeling” (relayed link): een koppeling tussen SSS’en die worden geëxploiteerd door twee verschillende CSD’s die effectentransacties of effectenoverboekingen uitwisselen via een derde SSS dat wordt beheerd door een CSD die handelt als een intermediair of, ingeval van SSS’en die worden geëxploiteerd door aan TARGET2-Securities deelnemende CSD’s, via meerdere SSS’en die worden beheerd door als intermediairs opererende CSD’s;

47)

“retailschuldbewijzen met hypothecair onderpand” (retail mortgage-backed debt instrument — RMBD): een beleenbaar activum dat overeenkomstig artikel 107 van Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60) en artikel 4 van Richtsnoer ECB/2014/31 beleenbaar is voor gebruik als onderpand;

48)

“voorbehouden boekingsmethode” (retain booking mode): het aanhouden van verhandelbare activa en/of DECC’s die als onderpand worden gemobiliseerd op een effectenrekening van de wederpartij;

49)

“effectenafwikkelingssysteem” (securities settlement system — SSS): een effectenafwikkelingssysteem als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 10, van Verordening (EU) nr. 909/2014;

50)

“TARGET”: het in Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8) geregelde nieuwe generatie geautomatiseerd trans-Europees realtime-brutoverevening-express-betalingssysteem;

51)

“overdrachtsboekingsmethode” (transfer booking mode): de levering van verhandelbare activa of DECC’s die als onderpand worden gemobiliseerd vanaf een effectenrekening van de wederpartij naar een effectenrekening van de NCB;

52)

“T2S-diensten”: T2S-diensten als gedefinieerd in artikel 2, punt 20, van Richtsnoer ECB/2012/13 van de Europese Centrale Bank (8).

Artikel 3

Rekening- en poolstructuur

1.   Om de mobilisatie en het beheer van onderpand te vergemakkelijken, zullen NCB’s:

a)

activarekeningen en geldrekeningen aanhouden;

b)

wederpartijen verplichten relevante activarekeningen en kasrekeningen aan te houden.

2.   NCB’s staan hun wederpartijen toe een vergunning te verlenen aan een derde voor het beheer van de door de wederpartij aangewezen activarekeningen en/of kasrekeningen, in welk geval het volgende van toepassing is:

a)

indien een wederpartij een derde machtigt om de door haar aangewezen activarekening te beheren, wordt de activarekening van de wederpartij beheerd door een derde die namens de wederpartij instructies verzendt aan en kennisgevingen ontvangt van de NCB;

b)

indien een wederpartij een derde machtigt om de door haar aangewezen geldrekening te beheren, wordt de door de wederpartij aangewezen primaire MCA gezamenlijk beheerd (overeenkomstig artikel 2.1, punt a) en b), van bijlage I, deel II, van Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8)) door, of behoort zij toe aan, een andere TARGET-deelnemer.

3.   Met het oog op de ontvangst van verhandelbare activa en DECC’s als onderpand van wederpartijen kunnen NCB’s externe activarekeningen openen. Dergelijke rekeningen worden alleen geopend in een in aanmerking komende SSS.

4.   De NCB’s openen interne activarekeningen voor elke wederpartij om onderpand van wederpartijen te ontvangen en/of informatie te registreren over het door de wederpartij gemobiliseerde onderpand. Er worden afzonderlijke interne activarekeningen geopend voor:

a)

verhandelbare activa en DECC’s;

b)

niet-verhandelbare activa m.u.v. DECC’s.

5.   De NCB’s gebruiken pooling om door hun wederpartijen gemobiliseerd onderpand in stand te houden.

6.   Elke interne activarekening en elke onderpandpool worden geïdentificeerd door middel van een unieke en geharmoniseerde naamgevingsconventie die door het Eurosysteem is vastgesteld en is opgenomen in het document getiteld “Collateral management in Eurosystem credit operations — information for Eurosystem counterparties”, dat op de ECB-website wordt gepubliceerd.

7.   Onder voorbehoud van het in lid 8 vastgelegde vereiste van scheiding van pools, kan een deel van de onderpandwaarde van het gemobiliseerde onderpand binnen de onderpandpool van een wederpartij worden gereserveerd voor doeleinden die verband houden met de zekerheidstelling van Eurosysteemkrediettransacties of de in bijlage V bij dit richtsnoer opgenomen andere doeleinden.

8.   Het ten behoeve van de zekerheidstelling van Eurosysteemkrediettransacties gemobiliseerde onderpand wordt aangehouden in een pool die is afgescheiden van de pools die worden gebruikt voor het beheer van onderpand voor andere in lid 7 genoemde doeleinden. De NCB’s kunnen per wederpartij zoveel onderpandpools als nodig aanhouden voor deze doeleinden.

9.   De NCB’s kunnen meerdere interne activarekeningen per wederpartij openen. Eén interne activarekening wordt gekoppeld aan slechts één onderpandpool. Een onderpandpool kan aan verschillende interne activarekeningen worden gekoppeld.

10.   Met het oog op de verlening van intraday-krediet aan een wederpartij wordt alleen de onderpandpool die wordt aangehouden voor de zekerheidstelling van Eurosysteemkrediettransacties gekoppeld aan de door de wederpartij aangewezen primaire MCA in TARGET.

11.   Ter ondersteuning van de uitvoering van onderpandbeheertransacties debiterende NCB’s de primaire MCA in TARGET van de wederpartij om de betaling van uitstaande verplichtingen jegens het Eurosysteem met betrekking tot onder meer de volgende activiteiten te vergemakkelijken:

a)

de terugbetaling van vervallende krediettransacties;

b)

de verwerking van bedrijfsgebeurtenissen;

c)

de mobilisatie van contanten als onderpand;

d)

de inning van vergoedingen.

Artikel 4

Mobilisatie van onderpand

1.   Verhandelbare activa en DECC’s die door een wederpartij als zekerheid zijn gemobiliseerd, worden geleverd op een rekening die bij een in aanmerking komende SSS wordt aangehouden.

2.   Indien de CSD waar het activum wordt uitgegeven en de CSD waar het activum wordt aangehouden niet dezelfde zijn, wordt het onderpand alleen gemobiliseerd indien de door deze twee CSD’s geëxploiteerde SSS’en door een in aanmerking komende koppeling zijn verbonden.

3.   Op verzoek van een andere NCB (als HCB) houdt een NCB (als CCB) een gescheiden of omnibuseffectenrekening aan in een in aanmerking komende SSS dat is gevestigd in het rechtsgebied waar de CCB is gevestigd, en houdt zij het onderpand namens de HCB aan.

4.   Een NCB kan, met het oog op het ontvangen van onderpand van haar wederpartijen, rechtstreeks een rekening openen in een in aanmerking komende SSS dat in een ander rechtsgebied gevestigd is dan dat waarin de NCB is gevestigd.

5.   Met het oog op het mobiliseren van kredietvorderingen en ACC’s als onderpand verlangen NCB’s van wederpartijen dat zij deze activa mobiliseren op een door de HCB aangewezen activarekening. Een NCB kan ervoor kiezen de binnenlandse mobilisatie van kredietvorderingen en ACC’s buiten het ECMS te beheren, in welk geval die NCB bepaalt of een activarekening vereist is voor mobilisatiedoeleinden.

6.   Indien contanten als onderpand worden gemobiliseerd, worden deze gemobiliseerd in opdracht van de NCB of de wederpartij door debitering van de door de wederpartij aangewezen primaire MCA en creditering van de rekening van de HCB.

7.   Kredietvorderingen worden alleen gemobiliseerd als onderpand via het CCBM met het oog op de zekerheidstelling van Eurosysteemkrediettransacties. ACC’s, RMBD’s en termijndeposito’s worden niet via het CCBM als onderpand gemobiliseerd.

8.   De rechtsgevolgen van boekingen (hetzij via de overdrachtsboekingsmethode, hetzij via de voorbehouden boekingsmethode) op activarekeningen worden beheerst door de contractuele of reglementaire regelingen van de NCB met de wederpartij. Het gebruik van rekeningen voor het mobiliseren van activa geschiedt in overeenstemming met de vereisten van het nationale recht met betrekking tot het vestigen of vrijgeven van zekerheidsrechten op die activa.

Artikel 5

Mobilisatie en demobilisatie van verhandelbare activa en DECC’s

1.   Indien een wederpartij verhandelbare activa of DECC’s als onderpand wil mobiliseren of demobiliseren, voeren NCB’s, voordat zij een verzoek tot deze mobilisatie of demobilisatie aanvaarden, validatiecontroles uit, welke validatiecontroles zijn vastgesteld door het Eurosysteem en uiteengezet in het document getiteld “Collateral management in Eurosystem credit operations — information for Eurosystem counterparties”, dat op de ECB-website wordt gepubliceerd.

2.   Verhandelbare activa en DECC’s worden gemobiliseerd zonder betaling (free of payment — FOP), met uitzondering van automatische zekerheidstellingstransacties als bedoeld in artikel 8, waarvoor de afwikkeling plaatsvindt op basis van levering-tegen-betaling (delivery versus payment — DVP).

3.   Alvorens een demobilisatie-instructie te aanvaarden, verminderen de NCB’s de waarde van de desbetreffende onderpandpool en, indien van toepassing, de kredietlijn met een bedrag dat gelijk is aan de onderpandwaarde van de verhandelbare activa of DECC’s waarvoor demobilisatie wordt gevraagd. Indien deze vermindering van de waarde van de onderpandpool ertoe zou leiden dat de totale waarde van de onderpandpool lager wordt dan de totale kredietpositie, schorten de NCB’s het demobilisatieverzoek op en voeren zij de aanpassing van de onderpandpool en, in voorkomend geval, de kredietlijn niet uit. De NCB’s verwerpen demobilisatie-instructies die aan het einde van de dag nog zijn opgeschort.

4.   Definitieve aanpassingen van activaposities en de onderpandpool worden van kracht na ontvangst van een afwikkelingsbevestiging van T2S.

5.   Op verzoek van de HCB treedt een NCB namens die HCB op als CCB met betrekking tot de mobilisatie van verhandelbare activa en DECC’s via het CCBM. In het geval van mobilisatie en demobilisatie van verhandelbare activa en DECC’s via het CCBM is de HCB verantwoordelijk voor het controleren van de geldigheid van het door de wederpartij ingediende mobilisatie- of demobilisatieverzoek en is de CCB verantwoordelijk voor kwesties in verband met de afwikkeling van de instructie die interactie met de CSD vereisen. De CCB zorgt ervoor dat de HCB alle tussen de CCB en T2S uitgewisselde informatie ontvangt.

6.   Niettegenstaande de leden 1 tot en met 5 kan de HCB de mobilisatie en demobilisatie van verhandelbare activa en DECC’s om materiële redenen blokkeren, waaronder, maar niet beperkt tot, een geval van wanbetaling of uit overwegingen van prudentieel handelen.

7.   Voorts kan de HCB, of de CCB in het geval van het CCBM, een verzoek tot mobilisatie van verhandelbare activa en DECC’s waarvoor een wederpartij niet de vereiste fiscale of andere door de HCB of de CCB vereiste documentatie, naargelang het geval, heeft ingediend, afwijzen.

Artikel 6

Mobilisatie en demobilisatie van niet-verhandelbare activa met uitzondering van DECC’s

1.   Indien een wederpartij voornemens is kredietvorderingen of individuele ACC’s als onderpand te registreren, mobiliseren of demobiliseren, voeren NCB’s, voordat zij een verzoek tot deze registratie, mobilisatie of demobilisatie aanvaarden, validatiecontroles uit, zoals gedefinieerd door het Eurosysteem en uiteengezet in het document getiteld “Collateral management in Eurosystem credit operations — information for Eurosystem counterparties”, van de door de betrokken wederpartij verstrekte registratie-, mobilisatie- of demobilisatie-instructies overeenkomstig dat document, dat op de ECB-website wordt gepubliceerd.

2.   Alvorens een kredietvordering of een individuele ACC als zekerheid te mobiliseren, moet de wederpartij die dat wenst, die kredietvordering of individuele ACC registreren bij de HCB of — in het geval van mobilisatie via het CCBM — bij de CCB. In beide gevallen verlangt de HCB van de wederpartij dat deze in het kader van het registratieproces ten minste een reeks kerngegevenselementen verstrekt zoals gedefinieerd door het Eurosysteem en uiteengezet in het document getiteld “Collateral management in Eurosystem credit operations — information for Eurosystem counterparties”, dat op de ECB-website wordt gepubliceerd.

3.   Onverminderd de verplichting van wederpartijen uit hoofde van artikel 101, lid 1, punt a), iv), van Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60), verlangen NCB’s van wederpartijen dat zij in de loop van de volgende werkdag actualiseringen verzenden van de kerngegevenselementen inzake gemobiliseerde kredietvorderingen of individuele ACC’s die overeenkomstig lid 2 zijn verstrekt, telkens wanneer zich een wijziging in die kerngegevenselementen voordoet.

4.   Indien de kredietvordering niet wordt beheerst door het recht van het rechtsgebied waar de HCB is gevestigd, kan de HCB het CCBM gebruiken voor de mobilisatie van de kredietvordering. Daartoe stelt de NCB, opererend als CCB overeenkomstig lid 5, een reeks voorwaarden op in de in bijlage III aangegeven vorm, die met de wederpartij van de HCB moeten worden overeengekomen om de mobilisatie van kredietvorderingen waarop recht van het rechtsgebied waar de CCB is gevestigd, te vergemakkelijken.

5.   Op verzoek van de HCB treedt een NCB op als CCB namens die HCB met betrekking tot de mobilisatie van kredietvorderingen, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de kredietvordering valt onder de definitie van kredietvordering in artikel 2, punt 13, van Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60) en voldoet aan alle in dat richtsnoer opgenomen relevante beleenbaarheidscriteria;

b)

de kredietvordering kan rechtmatig worden gemobiliseerd tussen de wederpartij en de HCB (in voorkomend geval vertegenwoordigd door de CCB) met gebruikmaking van zekerheidstellingsregelingen die vallen onder het recht van het rechtsgebied waar de CCB is gevestigd;

c)

de kredietvordering wordt gemobiliseerd als onderpand voor Eurosysteemkrediettransacties.

6.   De CCB neemt alle maatregelen en onderneemt alle acties die nodig zijn krachtens het recht van het rechtsgebied waar zij is gevestigd om ervoor te zorgen dat een CCBM-transactie geldig, bindend en afdwingbaar is. De CCB heeft zal:

a)

de door de wederpartij verstrekte informatie over de kredietvordering controleren aan de hand van de beleenbaarheidscriteria en, in voorkomend geval, de geldigheid van de handtekeningen controleren aan de hand van de lijst van ontvangen handtekeningen;

b)

de HCB desgevraagd bij te staan bij het bepalen of er nauwe banden bestaan, zoals beschreven in artikel 138 van Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60), tussen de wederpartij en de betrokken debiteur uit hoofde van het activum, en bij het nemen van de nodige handhavingsmaatregelen.

De HCB verleent bijstand aan de CCB (met inbegrip van, maar niet beperkt tot, gevallen waarin de debiteur en/of de crediteur en/of de garant zich in hetzelfde rechtsgebied als de HCB bevinden) door de CCB onverwijld alle documenten te verstrekken en alle door de CCB gevraagde handelingen of formaliteiten te verrichten die nodig zijn om de CCB in staat te stellen haar verplichtingen na te komen.

7.   De CCB is jegens de HCB alleen aansprakelijk voor de nalatige uitvoering van haar verplichtingen uit hoofde van lid 6, punt a) en b). De aansprakelijkheid van de CCB wordt beoordeeld op basis van recht van het rechtsgebied waar de CCB is gevestigd, en is beperkt tot het bedrag van de kredietvordering, exclusief eventuele daaruit voortvloeiende schade.

8.   De CCB is jegens de HCB slechts aansprakelijk voor de niet-nakoming van enige andere verplichting in geval van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag, en de aansprakelijkheid van de CCB wordt beoordeeld op basis van het nationale recht van het rechtsgebied waar zij is gevestigd.

9.   Een NCB treedt op verzoek van een HCB op als ACB met betrekking tot de mobilisatie van kredietvorderingen. Een als ACB optredende NCB adviseert de HCB over de mobilisatie van de kredietvordering om ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan de toepasselijke wettelijke vereisten in het rechtsgebied waar de ACB is gevestigd. In het bijzonder, en in de vorm van de in bijlage IV vastgestelde voorwaarden, specificeert de ACB:

a)

of registratie en kennisgeving vereist zijn en, zo ja, welke regels en vorm voor die registratie en kennisgeving in acht moeten worden genomen;

b)

andere vereisten waaraan moet worden voldaan om een geldig en afdwingbaar zekerheidsbelang op de kredietvordering te vestigen;

c)

of de kredietvorderingsovereenkomst aanvullende clausules moet bevatten om de vestiging door de HCB van een aanvullend zekerheidsrecht op de gemobiliseerde kredietvordering na de eerste mobilisatie ervan te vergemakkelijken.

Indien nodig verleent de ACB assistentie bij de uitvoering van de taken die benodigd zijn om te voldoen aan de punt a) tot en met c) genoemde vereisten.

Op verzoek van de HCB en indien de debiteur en/of de garant gevestigd zijn in het rechtsgebied waar de ACB is gevestigd, verstrekt de ACB relevante informatie over die debiteur en/of garant, met inbegrip van controles van nauwe banden en de rating van het in-house kredietbeoordelingssysteem van een NCB (in-house credit assessment system — ICAS).

10.   De mobilisatie en demobilisatie van a) RMBD’s en b) pools van ACC’s worden uitgevoerd overeenkomstig de door de HCB vastgestelde procedures.

11.   Termijndeposito’s worden automatisch als onderpand gemobiliseerd als onderdeel van de afwikkeling van het termijndeposito. De afwikkeling vindt plaats door debitering van de primaire MCA van de wederpartij en creditering van de rekening van de HCB.

Artikel 7

Tripartiete onderpandbeheersdiensten

1.   De NCB’s staan wederpartijen toe de volgende verhandelbare activa als onderpand voor de HCB te mobiliseren met gebruikmaking van de tripartiete onderpandbeheersdiensten (triparty collateral management services) van een in aanmerking komende tripartietagent (triparty agent — TPA):

a)

verhandelbare activa en DECC’s die zijn uitgegeven in de CSD die het in aanmerking komende SSS exploiteert waar de activarekening wordt aangehouden;

b)

verhandelbare activa die zijn uitgegeven in een CSD waarvan het SSS een in aanmerking komende koppeling heeft met het SSS waar de activarekening wordt aangehouden.

2.   De mobilisatie van verhandelbare activa en DECC’s met gebruikmaking van de diensten van een TPA overeenkomstig lid 1 kan worden uitgevoerd met behulp van het binnenlandse mobilisatiekanaal, het koppelingenmobilisatiekanaal, het CCBM-kanaal en het directe-toegangsmobilisatiekanaal, naargelang van het geval.

3.   In het geval van mobilisatie via het CCBM sluit de CCB op verzoek van de HCB contractuele regelingen met de TPA overeenkomstig de in bijlage II opgenomen criteria. De volgende verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de HCB en de CCB is van toepassing:

a)

De HCB is verantwoordelijk voor het controleren of de wederpartij naar behoren door onderpand is gedekt alvorens de TPA toestemming te geven verdere maatregelen te nemen in verband met de verwerking van verlagingen of het afsluiten van een tripartiete transactie (triparty transaction) en de betaling van opbrengsten van bedrijfsgebeurtenissen.

b)

De CCB is verantwoordelijk voor alle kwesties in verband met het beheer van de tripartiete transactie die interactie met de TPA vereisen. De CCB zorgt ervoor dat de HCB alle tussen de CCB en de TPA uitgewisselde relevante informatie ontvangt.

Artikel 8

Automatische zekerheidstelling

1.   Automatische zekerheidstelling is toegankelijk via het binnenlandse mobilisatiekanaal, het koppelingenmobilisatiekanaal, het CCBM-kanaal en het directe-toegangsmobilisatiekanaal.

2.   Een NCB treedt op verzoek van een HCB op als CCB namens die HCB voor T2S automatische zekerheidstellingstransacties.

3.   CCBM-transacties met automatische zekerheidstelling worden ondersteund met behulp van de overdrachtsboekingsmethode of de voorbehouden boekingsmethode, zoals bepaald door de CCB.

4.   Om de uitvoering van automatische zekerheidstellingstransacties te ondersteunen, stelt elke HCB dagelijks een lijst vast van verhandelbare activa en DECC’s die in aanmerking komen voor gebruik bij automatische zekerheidstelling. Die lijst kan activa omvatten die zijn uitgegeven in de CSD die het in aanmerking komende SSS exploiteert waar de HCB een rekening aanhoudt, alsook activa die zijn uitgegeven in een CSD waarvan het SSS een in aanmerking komende koppeling met het in aanmerking komende SSS heeft.

Artikel 9

Kredietpositiebeheer

1.   De NCB’s actualiseren de kredietpositie van een wederpartij als onderdeel van de afwikkeling van de gerelateerde Eurosysteemkrediettransactie.

2.   De NCB’s wikkelen Eurosysteemkrediettransacties op nettobasis af, met dien verstande dat zij in noodgevallen dergelijke krediettransacties op brutobasis kunnen afwikkelen.

3.   Voor wederpartijen met toegang tot intraday-krediet in TARGET wordt de gehele onderpandwaarde, met uitzondering van die welke aan RMBD’s wordt toegerekend, in de onderpandpool van wederpartijen die bestemd is voor de zekerheidsstelling van Eurosysteemkrediettransacties die noch vereist is voor de zekerheidstelling van monetairbeleidstransacties van het Eurosysteem noch gereserveerd is, beschikbaar gesteld als een kredietlijn overeenkomstig lid 4.

4.   De waarde van de kredietlijn wordt door de HCB bepaald in overeenstemming met veranderingen in het bedrag van het beschikbare onderpand (d.w.z. een variabele kredietlijn), behalve wanneer de wederpartij en/of de HCB een maximumwaarde van de kredietlijn hebben vastgesteld om het bedrag aan intraday-krediet dat in TARGET kan worden verkregen (d.w.z. een maximale kredietlijn) te beperken.

5.   Indien de HCB en de wederpartij krachtens lid 4 elk een andere maximumwaarde van de kredietlijn vaststellen, is de maximumwaarde de laagste van deze twee waarden.

6.   Indien de door een wederpartij vastgestelde maximumwaarde van een kredietlijn de afwikkeling van een Eurosysteemkrediettransactie belemmert, kan de HCB deze maximumwaarde schrappen.

Artikel 10

Bedrijfsgebeurtenissen

1.   De HCB stelt haar wederpartijen vooraf in kennis van door de CSD meegedeelde bedrijfsgebeurtenissen waarbij verhandelbare activa of DECC’s betrokken zijn die de wederpartij als onderpand heeft gemobiliseerd.

2.   Indien deelname aan een bedrijfsgebeurtenis vrijwillig is of een keuzemogelijkheid inhoudt, handelt de HCB in overeenstemming met door de wederpartij afgegeven instructie voor de bedrijfsgebeurtenis binnen de in de kennisgeving van de NCB vastgestelde antwoordtermijn. Indien de wederpartij geen instructie voor de bedrijfsgebeurtenis afgeeft, geldt de door de CSD meegedeelde standaardoptie, indien van toepassing.

3.   Behoudens de leden 4 en 5 draagt de HCB, in het geval van een bedrijfsgebeurtenis die een kasstroom van de emittent naar de wederpartij (d.w.z. een positieve kasstroom) omvat, deze opbrengsten na ontvangst van de opbrengsten van de bedrijfsgebeurtenis over naar een van de volgende rekeningen:

a)

in het geval van in euro luidende contante opbrengsten, de door de wederpartij aangewezen primaire MCA;

b)

in het geval van niet in euro luidende contante opbrengsten, de door de wederpartij aangewezen niet-eurogeldrekening.

4.   De HCB draagt de in lid 3 bedoelde opbrengsten van bedrijfsgebeurtenissen niet over aan de wederpartij in een van de volgende gevallen:

a)

de wederpartij heeft onvoldoende onderpand in haar onderpandpool (d.w.z. een margestorting);

b)

het door de wederpartij bij het Eurosysteem gemobiliseerde onderpand wordt geblokkeerd wegens een geval van wanbetaling of uit overwegingen van prudentieel handelen.

5.   In euro luidende contante opbrengsten worden automatisch gemobiliseerd als onderpand voor een bedrag dat niet hoger is dan het bedrag van de margestorting om 16:55 CET op de dag waarop de opbrengsten van de bedrijfsgebeurtenis door de HCB worden ontvangen, indien de in lid 4, punt a), bedoelde margestorting op dat moment nog uitstaat. Opbrengsten uit bedrijfsgebeurtenissen die hoger zijn dan het bedrag dat vereist is om de eventuele margestorting zeker te stellen, worden door de HCB aan de wederpartij overgedragen.

6.   In het geval van een positieve kasstroom op verhandelbare activa of DECC’s die via het CCBM zijn gemobiliseerd, crediteert de CCB de opbrengsten van de bedrijfsgebeurtenis op de euro- of niet-eurogeldrekening die door de HCB is aangewezen, naargelang van het geval, om de verdere betaling van de opbrengsten door de HCB aan de primaire MCA voor in euro luidende opbrengsten of aan de door de wederpartij aangewezen niet-eurorekening voor niet in euro luidende opbrengsten te vergemakkelijken.

7.   Voor bedrijfsgebeurtenissen waarbij sprake is van een kasstroom van de wederpartij naar de emittent (d.w.z. negatieve kasstroom), moet de HCB het verschuldigde bedrag op een van de volgende manieren terugvorderen:

a)

in het geval van in euro luidende contante opbrengsten, door debitering van de door de wederpartij aangewezen primaire MCA;

b)

in het geval van niet in euro luidende contante opbrengsten, door debitering van de door de wederpartij aangewezen niet-eurogeldrekening of, indien er geen debiteringsmachtiging is, door de wederpartij opdracht te geven de door de HCB gespecificeerde kasrekening te crediteren.

8.   In het geval van een negatieve kasstroom op verhandelbare activa of DECC’s die via het CCBM zijn gemobiliseerd, crediteert de HCB de opbrengsten van de bedrijfsgebeurtenis op de door de CCB aangewezen euro- of niet-eurogeldrekening, naargelang van het geval.

9.   Indien de CSD na betaling een terugboekingsbericht uitvaardigt van de bij de bedrijfsgebeurtenis betrokken geld- en effectenbewegingen, neemt de HCB de volgende maatregelen:

a)

in het geval van een positieve kasstroom debiteert de HCB het verschuldigde kasbedrag van dezelfde rekening waarvan de oorspronkelijke betaling werd verricht;

b)

in het geval van een negatieve kasstroom crediteert het HCB het verschuldigde kasbedrag op dezelfde rekening waarop de oorspronkelijke betaling werd verricht.

10.   Indien het in lid 9 bedoelde terugboekingsbericht betrekking heeft op via het CCBM gemobiliseerde activa, is het volgende van toepassing:

a)

in het geval van een positieve kasstroom crediteert de HCB de door de CCB aangewezen kasrekening met het verschuldigde bedrag;

b)

in het geval van een negatieve kasstroom crediteert de CCB de door de HCB aangewezen kasrekening met het verschuldigde bedrag.

11.   Voor opbrengsten uit bedrijfsgebeurtenissen met betrekking tot verhandelbare activa of DECC’s die via het CCBM zijn gemobiliseerd, en tenzij de wederpartij de documenten heeft verstrekt die nodig zijn voor belastingvermindering of een dergelijke vermindering van rechtswege van toepassing is, trekt de CCB het bedrag af, of houdt het bedrag in, van alle belastingen die moeten worden afgetrokken of ingehouden ter zake van opbrengsten waarvoor de CCB aansprakelijk of verantwoordelijk is tegenover de belastingautoriteiten.

Artikel 11

Dagelijks beheer van onderpand

1.   De NCB’s verrichten een dagelijkse herwaardering van gemobiliseerd onderpand overeenkomstig de in Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60), Richtsnoer ECB/2014/31 en Richtsnoer (EU) 2016/65 van de Europese Centrale Bank (ECB/2015/35) (9) vastgelegde regels inzake waardering en risicobeheersing.

2.   De NCB’s actualiseren dagelijks kredietposities en onderpandposities om rekening te houden met de lopende rente.

3.   De NCB’s geven op elke werkdag een margestorting uit aan het einde van de dag tussen 19:00 CET en 19:30 CET indien er na de herwaardering van gemobiliseerd onderpand en de actualisering van de kredietposities en de onderpandposities waarnaar in respectievelijk de leden 1 en 2 wordt verwezen, niet langer voldoende onderpand in een bepaalde onderpandpool aanwezig is.

4.   De NCB’s kunnen te allen tijde margestortingen uitgeven indien tijdens de dag wordt vastgesteld dat er onvoldoende onderpand is.

5.   Indien een margestorting op een bepaalde werkdag niet uiterlijk om 16:55 CET is afgewikkeld, mobiliseert de HCB automatisch, ter zekerheidstelling van het resterende tekort, de eventuele contante opbrengsten van een bedrijfsgebeurtenis als onderpand overeenkomstig artikel 10, lid 5. Indien de contante opbrengsten van de bedrijfsgebeurtenis niet volstaan om de margestorting volledig af te wikkelen of indien er geen contante opbrengsten van de bedrijfsgebeurtenis zijn, mobiliseert de HCB automatisch contanten als onderpand door debitering van de door de wederpartij aangewezen primaire MCA voor een bedrag dat gelijk is aan de margestorting. Na de dagelijkse herwaardering van de onderpandpool en de berekening van de lopende rente op de als onderpand gemobiliseerde contanten, worden gemobiliseerde contanten die het bedrag overschrijden dat nodig is om de margestorting te dekken, automatisch gedemobiliseerd door de HCB.

6.   De NCB’s voeren dagelijks een reconciliatie uit van de op elke activarekening aangehouden tegoeden.

Artikel 12

Vergoeding

1.   Voor verhandelbare activa en DECC’s vordert elke NCB van haar wederpartijen de door CSD’s en TPA’s aangerekende vergoedingen terug. Voor via het CCBM gemobiliseerd onderpand draagt de HCB de van haar wederpartijen geïnde vergoedingen over aan de CCB.

2.   Voor als onderpand gemobiliseerde kredietvorderingen, ACC’s en RMBD’s bepaalt de HCB of, in het geval van via het CCBM gemobiliseerd onderpand, de CCB of een vergoeding in rekening moet worden gebracht. Wanneer vergoedingen in rekening worden gebracht, worden de hoogte van de transactievergoeding en de dienstverleningsvergoeding bepaald door de HCB of, in het geval van via het CCBM gemobiliseerd onderpand, de CCB.

3.   De HCB debiteert maandelijks de verschuldigde vergoedingen van de primaire MCA van de wederpartij in TARGET.

Artikel 13

Herverdeling en realisatie van onderpand

1.   Herverdeling van onderpand van de op het moment van mobilisatie aangewezen activarekening naar een andere activarekening kan plaatsvinden onder de volgende omstandigheden:

a)

in het geval van een fusie of overname waarbij twee of meer wederpartijen van de HCB betrokken zijn, in welk geval de HCB het onderpand van de door de gefuseerde of overgenomen entiteit aangehouden activarekeningen en onderpandpools mag herverdelen;

b)

in het geval van wanbetaling van een wederpartij, in welk geval de HCB het onderpand van een wederpartijrekening kan herverdelen naar een voor de realisatie van onderpand gebruikte NCB-rekening;

c)

in het geval een wederpartij voor verschillende doeleinden meerdere onderpandpools aanhoudt, kan die wederpartij onderpand van de ene activarekening van de wederpartij naar een andere activarekening van de wederpartij herverdelen om het bedrag van het in een bepaalde onderpandpool aangehouden onderpand te verhogen.

2.   Wanneer een HCB kennis krijgt van een wanbetaling of opschorting van een wederpartij, behoudt de HCB zich het recht voor om onmiddellijk alle activiteiten op het gebied van onderpandbeheer door de betrokken wederpartij te blokkeren.

3.   In het geval van via het CCBM gemobiliseerd onderpand, waarbij de CCB door de HCB in kennis werd gesteld van de wanbetaling van de wederpartij en op instructie van de HCB, zal de CCB:

a)

naargelang van het geval, alle maatregelen nemen en handelingen verrichten die benodigd zijn krachtens het recht van het rechtsgebied waar de CCB is gevestigd om het onderpand namens de HCB te gelde te maken;

b)

naargelang van het geval, alle maatregelen nemen en handelingen verrichten die benodigd zijn krachtens het recht van het rechtsgebied waar de CCB is gevestigd om de HCB in staat te stellen het onderpand te gelde te maken.

Artikel 14

Noodvoorzieningen

Een NCB beschikt over regelingen met haar wederpartijen om instructies voor mobilisatie- en demobilisatie te aanvaarden via beveiligde e-mail of een ander noodcommunicatiekanaal indien een wederpartij in uitzonderlijke omstandigheden niet in staat is om via de ECMS in gebruikersmodus (U2A) of toepassingsmodus (A2A) met haar HCB te communiceren. In dergelijke omstandigheden kunnen NCB’s namens hun wederpartijen optreden na van hen ontvangen instructies via beveiligde e-mail of een ander communicatiekanaal voor noodgevallen.

Artikel 15

Maatregelen inzake afwikkelingsdiscipline

De NCB’s wisselen informatie uit over boeten die zijn opgelegd aan of verschuldigd zijn aan een NCB voor mislukte afwikkelingsoperaties, zoals uiteengezet in de bepalingen van titel II, hoofdstuk III, van Verordening (EU) nr. 909/2014 die betrekking hebben op via het CCBM gemobiliseerd onderpand.

Artikel 16

Vankrachtwording en tenuitvoerlegging

1.   Dit richtsnoer wordt van kracht op de dag van kennisgeving aan de nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben.

2.   De nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben nemen de nodige maatregelen om te voldoen aan dit richtsnoer en passen die maatregelen met ingang van 18 november 2024 toe. Zij stellen de ECB uiterlijk op 11 oktober 2024 in kennis van de teksten en middelen met betrekking tot deze maatregelen.

Artikel 17

Geadresseerden

Dit richtsnoer is gericht tot alle centrale banken van het Eurosysteem.

Gedaan te Frankfurt am Main, 13 augustus 2024.

Voor de Raad van gouverneurs van de ECB

De president van de ECB

Christine LAGARDE


(1)  Richtsnoer (EU) 2015/510 van de Europese Centrale Bank van 19 december 2014 betreffende de tenuitvoerlegging van het monetairbeleidskader van het Eurosysteem (algemene documentatie richtsnoer) (ECB/2014/60) (PB L 91 van 2.4.2015, blz. 3).

(2)  Richtsnoer ECB/2014/31 van de Europese Centrale Bank van 9 juli 2014 inzake aanvullende tijdelijke maatregelen betreffende herfinancieringstransacties van het Eurosysteem en de beleenbaarheid van onderpand en tot wijziging van Richtsnoer ECB/2007/9 (PB L 240 van 13.8.2014, blz. 28).

(3)  Richtsnoer (EU) 2024/3130 van de Europese Centrale Bank van 13 augustus 2024 tot wijziging van Richtsnoer (EU) 2015/510 betreffende de tenuitvoerlegging van het monetairbeleidskader van het Eurosysteem (ECB/2014/60) (ECB/2024/23) (PB L, 2024/3130, 20.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/guideline/2024/3130/oj).

(4)  Richtsnoer (EU) 2015/510 van de Europese Centrale Bank van 19 december 2014 betreffende de tenuitvoerlegging van het monetairbeleidskader van het Eurosysteem (algemene documentatie richtsnoer) (ECB/2014/60) (PB L 91 van 2.4.2015, blz. 3).

(5)  Richtsnoer ECB/2014/31 van de Europese Centrale Bank van 9 juli 2014 inzake aanvullende tijdelijke maatregelen betreffende herfinancieringstransacties van het Eurosysteem en de beleenbaarheid van onderpand en tot wijziging van Richtsnoer ECB/2007/9 (PB L 240 van 13.8.2014, blz. 28).

(6)  Richtsnoer (EU) 2022/912 van de Europese Centrale Bank van 24 februari 2022 betreffende een nieuwe generatie geautomatiseerd trans-Europees realtime-brutoverevening-express-betalingssysteem (TARGET) en tot intrekking van Richtsnoer ECB/2012/27 (ECB/2022/8) (PB L 163 van 17.6.2022, blz. 84).

(7)  Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 1).

(8)  Richtsnoer ECB/2012/13 van de Europese Centrale Bank van 18 juli 2012 betreffende TARGET2-securities (PB L 215 van 11.8.2012, blz. 19).

(9)  Richtsnoer (EU) 2016/65 van de Europese Centrale Bank van 18 november 2015 betreffende binnen het kader van de tenuitvoerlegging van het monetairbeleidskader van het Eurosysteem toegepaste surpluspercentages (ECB/2015/35) (PB L 14 van 21.1.2016, blz. 30).


BIJLAGE I

TOELATINGSSCRITERIA VOOR HET GEBRUIK VAN EFFECTENAFWIKKELINGSSYSTEMEN EN KOPPELINGEN TUSSEN EFFECTENAFWIKKELINGSSYSTEMEN IN EUROSYSTEEMKREDIETTRANSACTIES

I.   TOELATINGSCRITERIA VOOR EFFECTENAFWIKKELINGSSYSTEMEN (SSS’EN) EN KOPPELINGEN TUSSEN SSS’EN

1.

Het Eurosysteem stelt op basis van alle volgende criteria vast of een SSS dat wordt geëxploiteerd door een centrale effectenbewaarinstelling (central securities depository — CSD) die is gevestigd in een lidstaat die de euro als munt heeft (hierna “SSS-exploitant” genoemd) in aanmerking komt:

a)

de eurogebied-SSS-exploitant voldoet aan de in Verordening (EU) nr. 909/2014 vastgelegde vereisten;

b)

de NCB van de lidstaat waarin het SSS zijn werkzaamheden uitoefent, heeft met de eurogebied-SSS-exploitant passende contractuele of andere wettelijk bindende regelingen opgesteld, waaronder de in afdeling II vastgestelde Eurosysteemvereisten, en beheert die;

c)

de eurogebied-SSS-exploitant is voor de exploitatie van het SSS afhankelijk van T2S Services.

2.

Het Eurosysteem stelt op basis van de volgende criteria vast of een directe of een indirecte koppeling, waarbij alleen eurogebied-SSS’en betrokken zijn, in aanmerking komt:

a)

de directe koppeling voldoet, of ingeval van een indirecte koppeling voldoen alle onderliggende directe koppelingen, aan de in Verordening (EU) nr. 909/2014 neergelegde vereisten;

b)

het investerende SSS wordt door het Eurosysteem geacht in aanmerking te komen omdat het voldoet aan de criteria van lid 1;

c)

elke intermediaire SSS en uitgevende SSS die bij de koppeling betrokken is, is toegelaten of wordt geacht te voldoen aan de in lid 1, punt a) en b), vastgestelde criteria;

d)

elke directe koppeling en indirecte koppeling via welke beleenbare activa kunnen worden aangehouden tussen het uitgevende SSS en het investerende SSS parallel aan de directe koppeling of indirecte koppeling waarvan de toelating wordt vastgesteld, wordt door het Eurosysteem geacht te zijn toegelaten.

3.

Alvorens te bepalen of een directe of indirecte koppeling waarbij een of meer SSS’en betrokken zijn die worden geëxploiteerd door CSD’s die gevestigd zijn in een staat van de Europese Economische Ruimte (EER) die niet de euro als munt heeft (hierna een “niet-eurogebied-EER-SSS” die wordt geëxploiteerd door een “niet-eurogebied-SSS-exploitant”) in aanmerking komt, voert het Eurosysteem een bedrijfseconomische analyse uit waarin onder meer rekening wordt gehouden met: a) de waarde van de in die SSS’en uitgegeven beleenbare activa en b) de waarde van de beleenbare activa die door wederpartijen in die SSS’en worden aangehouden.

4.

Indien de uitkomst van de bedrijfseconomische analyse positief is, stelt het Eurosysteem op basis van de volgende criteria de of een koppeling waarbij een niet-eurogebied-EER-SSS betrokken is, in aanmerking komt:

a)

De directe koppeling, of in het geval van een indirecte koppeling, alle onderliggende directe koppelingen, voldoet of voldoen aan de in Verordening (EU) nr. 909/2014 vastgestelde vereisten.

b)

Voor directe koppelingen heeft de NCB van de lidstaat waarin het investerende SSS zijn werkzaamheden uitoefent, passende contractuele of andere wettelijk bindende regelingen opgesteld, met de eurogebied-exploitant van het investerende SSS, en beheert die. Deze contractuele of andere wettelijk bindende regelingen moeten nader bepalen dat de eurogebied-SSS-exploitant verplicht is in zijn juridische overeenkomsten met de niet-eurogebied-EER-exploitant van het uitgevende SSS de bepalingen van afdeling II op te nemen.

Voor indirecte koppelingen moeten alle onderliggende directe koppelingen waarin een niet-eurogebied-EER-SSS optreedt als uitgevende SSS, voldoen aan het in de eerste alinea, punt b) uiteengezette criterium. In een indirecte koppeling waarin zowel het intermediaire SSS als het uitgevende SSS niet-eurogebied-EER-SSS’en zijn, moet de NCB van de lidstaat waarin het investerende SSS zijn werkzaamheden uitoefent, met de eurogebied-exploitant van het investerende SSS passende contractuele of andere wettelijk bindende regelingen opstellen en beheren. Deze contractuele of andere wettelijk bindende regelingen moeten niet alleen nader bepalen dat de eurogebied-SSS-exploitant verplicht is om de bepalingen van afdeling II in zijn juridische overeenkomsten met de niet-eurogebied-EER-exploitant van het intermediaire SSS op te nemen, maar eveneens dat de niet-eurogebied-EER-exploitant van het intermediaire SSS de juridische bepalingen van afdeling II moet opnemen in zijn contractuele of andere wettelijk bindende regelingen met de niet-eurogebied-EER-exploitant van het uitgevende SSS.

c)

Het bij de koppeling betrokken investerende SSS wordt door het Eurosysteem als in aanmerking komend beschouwd.

d)

Elke intermediaire SSS en uitgevende SSS die bij de koppeling betrokken is, komen ofwel in aanmerking, of worden geacht te voldoen aan het in lid 1, punt a), vastgestelde criterium.

e)

Elke directe koppeling en indirecte koppeling via welke beleenbare activa kunnen worden aangehouden tussen het uitgevende SSS en het investerende SSS parallel met de directe koppeling of indirecte koppeling waarvan de toelating wordt bepaald, wordt door het Eurosysteem als beleenbaar beschouwd.

f)

De NCB van de niet-eurogebied-EER-staat waarin het uitgevende SSS zijn werkzaamheden uitoefent heeft zich ertoe verbonden gegevens te rapporteren betreffende de beleenbare activa die worden verhandeld op nationale aanvaardbare markten op een door het Eurosysteem bepaalde wijze.

II.   Eurosysteemvereisten

1.

Om juridische deugdelijkheid te verzekeren, moet een SSS-exploitant ten overstaan van de NCB van de lidstaat waarin het SSS zijn werkzaamheden uitoefent, onder verwijzing naar bindende juridische documentatie, hetzij in de vorm van een rechtsgeldig uitgevoerd contract, hetzij onder verwijzing naar de bindende voorwaarden van de betrokken SSS-exploitant, of anderszins, aantonen dat:

a)

de rechten op effecten die worden aangehouden in door een SSS-exploitant geëxploiteerde SSS, waaronder effecten die worden aangehouden via de door de SSS-exploitant beheerde koppelingen (aangehouden in door de gekoppelde SSS-exploitanten beheerde rekeningen), wordt beheerst door het recht van een EER-staat;

b)

het duidelijk en ondubbelzinnig is dat de deelnemers aan het SSS rechten hebben op de in die SSS aangehouden effecten en aldus verzekerd is dat de deelnemers aan het SSS niet worden blootgesteld aan insolventie van die SSS-exploitant;

c)

indien het SSS handelt in de hoedanigheid van uitgevende SSS, de rechten van het gekoppelde investerende SSS rechten heeft op de in het uitgevende SSS aangehouden effecten, en aldus verzekerd is dat het investerende SSS en zijn deelnemers niet worden blootgesteld aan insolventie van de uitgevende SSS-exploitant;

d)

indien het SSS handelt in de hoedanigheid van een investerende SSS, is het duidelijk en ondubbelzinnig dat dat SSS gerechtigd is ten aanzien van de in het gekoppelde uitgevende SSS aangehouden effecten en aldus verzekerd is dat het investerende SSS en zijn deelnemers niet worden blootgesteld aan de insolventie van de exploitant van het uitgevende SSS;

e)

er geen pandrecht of gelijkaardig mechanisme is, zoals voorzien in het toepasselijk recht of in contractuele overeenkomsten, dat een negatieve invloed heeft op de rechten van de op de in het SSS aangehouden effecten;

f)

de procedure voor de toewijzing van tekorten aan effecten die in het SSS worden aangehouden, met name in het geval van insolventie van: i) de SSS-exploitant; ii) een derde die betrokken is bij de bewaring van de effecten, of iii) enig gekoppeld uitgevende SSS, is duidelijk en ondubbelzinnig;

g)

de krachtens het juridische kader van het SSS te volgen procedure voor verzoeken tot uitlevering van effecten is duidelijk en ondubbelzinnig, met inbegrip van, formaliteiten die moet worden vervuld jegens het gekoppelde uitgevende SSS indien het SSS optreedt als een investerende SSS.

2.

Een SSS-exploitant moet verzekeren dat indien de door hem beheerde SSS optreedt als een investerende SSS, effectenoverdrachten middels koppelingen definitief zullen zijn zoals bedoeld in Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad (1); d.w.z. dat herroeping, liquidatie, opzegging of anderszins ongedaan maken van die overdrachten niet mogelijk is.

3.

Indien het door een SSS-exploitant beheerde SSS optreedt als een uitgevende SSS, moet een SSS-exploitant verzekeren dat het SSS geen gebruik maakt van een derde-instelling, zoals een bank of een partij, afgezien van het SSS dat optreedt als een intermediair tussen de emittent en het uitgevende SSS, of de SSS-exploitant moet verzekeren dat zijn SSS een directe of een indirecte koppeling onderhoudt met een SSS die deze (unieke en directe) relatie onderhoudt.

4.

Om gebruik te kunnen maken van de koppelingen tussen SSS’en die worden gebruikt om centrale-banktransacties af te wikkelen (2), moeten faciliteiten aanwezig zijn om intraday-zonder-betaling (free of payment — FOP)-afwikkeling mogelijk te maken. Indien gebruik wordt gemaakt van intraday-levering-tegen betaling (delivery-versus-payment — DVP)-afwikkeling, moet de afwikkeling in contanten plaatsvinden in centralebankgeld. Afwikkeling kan in realtime plaatsvinden op brutobasis of in een reeks batchprocessen met intradayfinaliteit. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan voor directe en indirecte koppelingen waarbij alle bij de koppeling betrokken SSS’en afhankelijk zijn van T2S-diensten.

5.

Met betrekking tot de openingstijden en openingsdagen geldt het volgende:

a)

een SSS en zijn koppelingen moeten op alle werkdagen afwikkelingsdiensten uitvoeren;

b)

een SSS moet in bedrijf zijn tussen 07:00 uur en 18:00 uur Midden-Europese tijd (CET) (3);

c)

bij directe of indirecte koppelingen betrokken SSS’en moeten hun deelnemers in staat stellen instructies in te voeren voor DVP-afwikkeling op dezelfde dag via de emittent en/of het intermediaire SSS (al naargelang van het geval) naar de investerende SSS tot minstens 15.30 uur CET;

d)

bij directe of indirecte koppelingen betrokken SSS’en moeten hun deelnemers in staat stellen instructies in te voeren voor FOP-afwikkeling op dezelfde dag via de emittent of de intermediaire-SSS (al naargelang van het geval) naar het investerende SSS tot minstens 17.45 uur CET;

e)

SSS’en moeten beschikken over maatregelen om te verzekeren dat de in de punten b) tot en met d) bedoelde openingstijden in noodgevallen worden verlengd.

Vanwege de afwikkelingskenmerken van TARGET2-Securities worden de in de punten a) tot en met e) uiteengezette vereisten geacht te zijn vervuld voor SSS’en die gebruikmaken van T2S-diensten, en voor directe en indirecte koppelingen waarbij alle bij de koppeling betrokken SSS’en op T2S-diensten steunen.

III.   AANVRAAGPROCEDURE

1.

Eurogebied-SSS-exploitanten die ernaar streven dat hun diensten in Eurosysteemkrediettransacties worden gebruikt, moeten bij de NCB van de lidstaat van vestiging van het SSS een aanvraag indienen om in aanmerking te komen.

2.

Voor koppelingen, waaronder de koppelingen waarbij een niet-eurogebied-EER-SSS betrokken is, moet de exploitant van het investerende SSS bij de NCB van de lidstaat, waarin het investerende SSS zijn werkzaamheden uitoefent, een aanvraag indienen om in aanmerking te komen.

3.

Het Eurosysteem kan een verzoek afwijzen, of, indien het SSS of de koppeling reeds in aanmerking komt, het verzoek opschorten of de toelating intrekken indien:

a)

niet wordt voldaan aan één of meer van de in afdeling I opgenomen toelatingscriteria;

b)

het gebruik van het SSS of de koppeling de veiligheid en doelmatigheid van Eurosysteemkrediettransacties kan beïnvloeden, en het Eurosysteem kan blootstellen aan het risico van financiële verliezen, of anderszins uit overwegingen van prudentieel handelen wordt geacht een risico te vormen voor het Eurosysteem.

4.

De SSS-exploitant die de aanvraag om in aanmerking te komen heeft ingediend, wordt in kennis gesteld van het besluit van het Eurosysteem betreffende de toelating van een SSS of koppeling. Het Eurosysteem onderbouwt een negatief besluit met redenen.

5.

Het SSS of de koppeling kan voor Eurosysteemkrediettransacties gebruikt worden, nadat opname op de lijst van in aanmerking komende SSS’en en in aanmerking komende koppelingen op de ECB-website bekend is gepubliceerd.

(1)  Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (PB L 166 van 11.6.1998, blz. 45).

(2)  Het afwikkelingsmechanisme dat door het Eurosysteem wordt gebruikt voor de mobilisatie van onderpand wordt gespecificeerd in artikel 5, lid 2.

(3)  CET houdt rekening met de overschakeling naar Midden-Europese Zomertijd.


BIJLAGE II

CRITERIA VOOR HET GEBRUIK VAN TRIPARTIETAGENTEN BIJ EUROSYSTEEMKREDIETTRANSACTIES

I.   CRITERIA VOOR DE VERSCHAFFING VAN TRIPARTIETE ONDERPANDBEHEERSDIENSTEN (TRIPARTY COLLATERAL MANAGEMENT SERVICES — TCMS) AAN HET EUROSYSTEEM DOOR TRIPARTIETAGENTEN (TPA’s)

1.

Het Eurosysteem bepaalt of een TPA in aanmerking komt om TCMS aan het Eurosysteem te verstrekken op basis van alle volgende criteria:

a)

de TPA van het eurogebied wordt geëxploiteerd door een centrale effectenbewaarinstelling (central securities depository — CSD) die is gevestigd in een lidstaat die de euro als munt heeft en voldoet aan de criteria van Verordening (EU) nr. 909/2014;

b)

de TPA verstrekt zijn tripartiete onderpandbeheersdiensten aan het Eurosysteem in overeenstemming met het gemeenschappelijke tripartiete model voor Europa (Single Triparty Model for Europe), zoals uiteengezet in het gemeenschappelijke rulebook voor het beheer van onderpand voor Europa;

c)

de NCB die het gebruik van TCMS via de binnenlandse of directe toegangsmobilisatiekanalen toestaat, heeft passende contractuele of andere juridisch bindende regelingen met de TPA-exploitant van het eurogebied gesloten en onderhoudt deze, waaronder de in afdeling II vastgelegde Eurosysteemvereisten.

II.   EUROSYSTEEMVEREISTEN

1.

Omwille van de juridische soliditeit, moet een TPA-exploitant de NCB die het gebruik van TCMS via de binnenlandse of direct toegankelijke mobilisatiekanalen toestaat, overtuigen dat de rechten op effecten die in een SSS worden aangehouden en zijn verpand of overgedragen aan een NCB in het kader van TCMS, de NCB, als zekerheidsnemer, niet blootstelt aan insolventie of wanbetaling van de wederpartij.

2.

De NCB moet ervoor te zorgen dat in de contractuele regelingen met de TPA wordt gespecificeerd dat:

a)

de contractuele aansprakelijkheid van de TPA jegens de NCB niet is beperkt voor wat betreft het bedrag ervan en met name geen minimumdrempel of maximumplafond bevat;

b)

de TPA jegens de NCB aansprakelijk is voor alle directe verliezen veroorzaakt door de TPA’s nalatigheid of opzettelijke niet-nakoming van een verplichting in het kader van het verstrekken van TCMS;

c)

de TPA jegens de NCB aansprakelijk is voor nalatigheid of opzettelijk wangedrag van derden waaraan zij een deel van haar taken als voor het Eurosysteem in aanmerking komende TPA heeft gedelegeerd, gesubdelegeerd of uitbesteed;

d)

in het geval van overmacht moet de TPA tijdig passende maatregelen nemen om eventuele negatieve gevolgen voor de NCB tot een minimum te beperken.

3.

Alvorens activa toe te wijzen aan een tripartiete transactie, moet de TPA de volgende taken uitvoeren:

a)

de TPA moet controleren of het ISIN in aanmerking komt op basis van de meest recente lijst van beleenbare activa die is verstrekt door de HCB (of de CCB in het geval van CCBM-transacties);

b)

de TPA moet controleren of het ISIN niet is uitgesloten van gebruik in de desbetreffende transactie;

c)

de TPA moet controleren of er geen verboden nauwe band bestaat tussen de emittent van het effect en de wederpartij op basis van de meest recente door de HCB, of de CCB in het geval van CCBM-transacties, verstrekte informatie omtrent nauwe banden;

d)

de TPA moet het activum waarderen in overeenstemming met de meest recente door het Eurosysteem verstrekte prijsinformatie;

e)

de TPA moet het surpluspercentage voor eigen gebruik toepassen indien het activum aan eigen gebruik is onderworpen.

4.

Om TPA’s te ondersteunen bij de uitvoering van de in lid 3 genoemde taken, maakt de TPA gebruik van de dagelijks aan haar verstrekte gegevens over onderpandbeheer. De verstrekte gegevens omvatten:

a)

Gegevens over beleenbare activa — informatie over wijzigingen in de lijst van beleenbare activa, d.w.z. een lijst wordt in deltamodus samengesteld, en wordt dagelijks aan TPA’s verstrekt door de HCB of de CCB in het geval van CCBM-transacties. De deltalijst van beleenbare activa omvat alleen activa:

i)

die zijn uitgegeven in de CSD die het SSS exploiteert waar het onderpand wordt aangehouden, of

ii)

die zijn uitgegeven in een CSD waarvan het SSS een in aanmerking komende koppeling heeft met het SSS waar het onderpand wordt aangehouden.

Per HCB kan een afzonderlijke deltalijst van beleenbare activa worden verstrekt. De verstrekte gegevens omvatten de volgende elementen:

ISIN;

NCB: BIC ter identificatie van de NCB waarvoor het ISIN al dan niet in aanmerking komt.

b)

Prijsinformatie — een prijslijst voor elk beleenbaar activum dat relevant is voor de betrokken TPA, d.w.z. een lijst die volledig is samengesteld, en dagelijks door de ECB namens het Eurosysteem aan TPA’s wordt verstrekt. Deze gegevens worden op uitgesplitste basis verstrekt en omvatten de volgende elementen:

i)

Zuivere prijs;

ii)

Lopende rente;

iii)

Poolfactor;

iv)

Surpluspercentage, d.w.z. standaardsurpluspercentage dat door de TPA op de zekerheid moet worden toegepast;

v)

Nauwe-band-surpluspercentage, d.w.z. een extra surpluspercentage dat door de TPA op het effect moet worden toegepast indien het effect in aanmerking komt voor eigen gebruik door de wederpartij;

vi)

Valutakoers (relevant indien het activum in een niet-eurovaluta luidt).

c)

Gegevens over nauwe banden — wijzigingen in gegevens over nauwe banden, d.w.z. een lijst die in deltamodus is samengesteld, en door de ECB namens het Eurosysteem alleen aan TPA’s wordt verstrekt voor wederpartijen met een actieve tripartiete transactie op iedere dag waarop dergelijke gegevens worden gewijzigd. De verstrekte gegevens omvatten de volgende elementen:

i)

ISIN;

ii)

Wederpartij — BIC die de wederpartij identificeert met een nauwe band met het ISIN.

5.

De in lid 4 gespecificeerde gegevens worden aan het einde van elke werkdag aan de TPA verstrekt en zijn van toepassing vanaf het begin van de volgende werkdag. Alle gegevens worden verstrekt met behulp van een ISO 20022-bedrijfsbestand. In uitzonderlijke omstandigheden kan de TPA worden verzocht geactualiseerde gegevens op intraday-basis te verwerken en toe te passen. Daarnaast moet de TPA voldoen aan de volgende regels met betrekking tot de gegevens:

a)

Indien de verspreiding van gegevens over onderpandbeheer op een bepaalde dag niet mogelijk is, moet de TPA standaard gebruikmaken van eerder gerapporteerde prijzen.

b)

De TPA moet de gegevens als vertrouwelijk behandelen en deze uitsluitend gebruiken als onderpand voor Eurosysteemkrediettransacties.

c)

Gedesaggregeerde prijsgegevens mogen niet worden gedeeld met verstrekkers van onderpand (d.w.z. wederpartijen). De TPA mag aan de verstrekker van onderpand alleen de onderpandwaarde per ISIN bekendmaken.

6.

Vervanging van onderpand moet worden afgewikkeld door middel van procedures waarbij de vrijgave van de oorspronkelijk als onderpand gegeven effecten wordt gekoppeld aan de levering van het nieuwe onderpand, d.w.z. op basis van een levering-tegen-levering (Delivery-versus-Delivery — DvD) of levering-tegen-betaling (Delivery-versus-Payment — DvP). Als alternatief kan de vervanging van onderpand worden afgewikkeld door het nieuwe onderpand te deponeren voordat het oorspronkelijk gegeven onderpand wordt vrijgegeven.

7.

De TPA moet over maatregelen beschikken om ervoor te zorgen dat de in het gemeenschappelijke rulebook voor het beheer van onderpand voor Europa (Single Collateral Management Rulebook for Europe) gespecificeerde werktijden en afsluitingstijden in noodgevallen worden verlengd.

8.

Om de noodzaak tot realisatie van onderpand te vergemakkelijken, moet de TPA aan de volgende vereisten voldoen:

a)

De TPA moet beschikken over procedures die waarborgen dat onderpand tijdig beschikbaar is voor realisatie in het geval van wanbetaling door een in aanmerking komende wederpartij. Indien een wederpartij met een actieve tripartiete transactie in gebreke blijft, moet de TPA, op verzoek van de HCB, via de CCB in het geval van CCBM onverwijld alle activiteiten met betrekking tot de tripartiete transactie opschorten. Op verzoek van een NCB moet de TPA tevens onverwijld het toegewezen onderpand overdragen van de activarekening (d.w.z. de rekening voor de ontvangst van onderpand) naar een andere T2S-effectenrekening die door de NCB is aangewezen met het oog op de realisatie van onderpand.

b)

De TPA moet ervoor zorgen dat er geen technische of operationele beperkingen zijn ten aanzien van de toegang tot het onderpand in geval van realisatie van onderpand door een NCB.

c)

De TPA moet ervoor zorgen dat het operationele kader de mogelijkheid van uitvoeringsfouten voldoende beperkt.

III.   AANVRAAGPROCEDURE

1.

Eurogebied-TPA-exploitanten die ernaar streven dat hun diensten in Eurosysteemkrediettransacties worden gebruikt, moeten bij de NCB van de lidstaat van vestiging van de TPA-exploitant een aanvraag indienen om in aanmerking te komen.

2.

Het Eurosysteem kan een verzoek afwijzen, of, indien de TPA reeds in aanmerking komt, het verzoek opschorten of de toelating intrekken indien:

a)

niet wordt voldaan aan één of meer van de in afdeling I opgenomen toelatingscriteria;

b)

het gebruik van de TPA de veiligheid en doelmatigheid van Eurosysteemkrediettransacties kan beïnvloeden, en het Eurosysteem kan blootstellen aan het risico van financiële verliezen, of anderszins uit overwegingen van prudentieel handelen wordt geacht een risico te vormen voor het Eurosysteem.

3.

De TPA-exploitant die de aanvraag om in aanmerking te komen heeft ingediend, wordt in kennis gesteld van het besluit van het Eurosysteem betreffende de toelating van een TPA. Het Eurosysteem onderbouwt een negatief besluit met redenen.

4.

Het TPA kan voor Eurosysteemkrediettransacties gebruikt worden, nadat opname op de lijst van in aanmerking komende SSS’en en in aanmerking komende koppelingen op de ECB-website is gepubliceerd.

BIJLAGE III

GEMEENSCHAPPELIJKE KENMERKEN VAN DE VOORWAARDEN BIJ HET OPTREDEN ALS CCB VOOR KREDIETVORDERINGEN

Artikel 1

Toepassingsgebied

1.   Wederpartijen kunnen kredietvorderingen gebruiken als onderpand voor Eurosysteemkrediettransacties op grensoverschrijdende basis; d.w.z. wederpartijen kunnen middelen verkrijgen van hun respectieve eigen centrale bank (home central bank — HCB), zijnde de nationale centrale bank (NCB) van de lidstaat die de euro als munt heeft waar zij gevestigd zijn, door gebruik te maken van kredietvorderingen die vallen onder een ander recht dan het nationale recht van het rechtsgebied waar de HCB is gevestigd. De NCB van het land waarvan het recht van toepassing is op de kredietvordering treedt op als correspondent-centrale bank (correspondent central bank — CCB).

2.   Deze voorwaarden zijn van toepassing voor zover [naam van CCB invoegen] optreedt als een CCB [invoegen indien van toepassing: voor kredietvorderingen die zijn gemobiliseerd door [naam van wederpartij van de HCB invoegen]].

3.   Een wederpartij die een kredietvordering wil mobiliseren die onder [naam van rechtsgebied invoegen] recht valt, moet voldoen aan de volgende bepalingen, die een aanvulling vormen op de voorwaarden die van toepassing zijn tussen de wederpartij en de HCB.

4.   Elke maatregel van de CCB op grond van deze voorwaarden wordt door de CCB namens de HCB genomen en de handelingen en nalatigheden van de CCB worden aan de HCB toegerekend. De verplichting om te voldoen aan de in deze voorwaarden gespecificeerde vereisten valt onder de verantwoordelijkheid van de wederpartij.

Artikel 2

Onderpandregeling

De wettelijke onderpandregeling die wordt gebruikt voor het creëren van een zekerheidsbelang is [verpanding/cessie/vlottend zekerheidsrecht].

Artikel 3

Kredietvorderingsovereenkomst

1.   De kredietvorderingsovereenkomst [dient/hoeft geen] aanvullende voorwaarden te bevatten.

2.   [Invoegen indien van toepassing: De volgende aanvullende bepalingen moeten in de kredietvorderingsovereenkomst worden opgenomen: [tekst van aanvullende bepalingen invoegen]].

Artikel 4

Vóór de eerste mobilisatie van kredietvorderingen in te dienen informatie

1.   Vóór de eerste mobilisatie van kredietvorderingen informeert de wederpartij de HCB omtrent haar voornemen tot mobilisatie van activa voor zover [naam van CCB invoegen] als een CCB optreedt.

2.   De wederpartij verschaft de volgende gegevens aan de HCB voor doorsturing aan [naam van CCB invoegen] middels [e-mail/post] aan de volgende adressen: [e-mailadres of postadres invoegen]:

[a)]

de in artikel 5 bedoelde informatie over de kredietbeoordelingsbron [.][;]]

[b)

[Invoegen indien van toepassing: een lijst van de geautoriseerde handtekeningen van de wederpartij].]

Artikel 5

Registratie van de kredietbeoordelingsbron

1.   Een wederpartij registreert de kredietbeoordelingsbron bij de HCB voorafgaand aan de eerste mobilisatie van kredietvorderingen.

2.   Indien een wederpartij de in lid 1 gespecificeerde registratie uitvoert, verstrekt zij de HCB de minimumgegevens die zijn vastgesteld in de [verwijzing naar minimale gegevensvereisten invoegen].

3.   Indien een wederpartij de geregistreerde kredietbeoordelingsbron wil wijzigen, voldoet de wederpartij aan de leden 1 en 2, onder verstrekking van gegevens over de alternatieve kredietbeoordelingsbron.

Artikel 6

Registratie van kredietvorderingen

1.   Voorafgaande aan mobilisatie worden kredietvorderingen geregistreerd bij [naam van CCB invoegen]. Een wederpartij dient de opdracht tot registratie bij de HCB in voor verdere doorzending aan de CCB.

2.   Indien een wederpartij de in lid 1 genoemde opdracht tot registratie indient, verstrekt zij de minimumgegevens die zijn vastgesteld in de [verwijzing naar minimale gegevensvereisten invoegen].

3.   De [naam van CCB invoegen] wijst een gestandaardiseerde identificatiecode van het Eurosysteem toe aan iedere succesvol geregistreerde kredietvordering.

4.   De HCB stelt de wederpartij in kennis van de identificatiecode van de kredietvordering van het Eurosysteem.

5.   De wederpartij vermeldt de identificatiecode van de kredietvordering van het Eurosysteem in alle toekomstige instructies die met betrekking tot de kredietvordering worden aangeleverd.

6.   Openbare registratie van de kredietvordering [is ook/is niet] vereist.

[[Invoegen indien van toepassing: De CCB/De wederpartij registreert de kredietvordering in [registernaam] dat wordt bijgehouden door [naam van de autoriteit die het register bijhoudt].]

[Voeg het volgende in indien de wederpartij de kredietvordering registreert: De wederpartij verstrekt [naam van de CCB invullen] een bevestiging van de registratie.]

Artikel 7

Levering van documentatie

Documentatie [wordt/wordt niet] aangeleverd als onderdeel van het registratieproces.

[Invoegen indien van toepassing: De wederpartij verstrekt [naam van de CCB invullen] per [e-mail/post] een kopie van de kredietvorderingsovereenkomst op het volgende adres: [e-mailadres of postadres invoegen].]

Artikel 8

Registratiebevestiging

Een kredietvordering wordt geacht geregistreerd te zijn indien aan de vereisten van de artikelen 5 en 6 en, indien vereist, artikel 7 is voldaan. De HCB verstrekt de wederpartij een registratiebevestiging.

Artikel 9

Kennisgeving aan de debiteur en garant voorafgaand aan de mobilisatie van de kredietvordering

1.   Kennisgeving aan de debiteur voorafgaand aan de mobilisatie van de kredietvordering [is/is niet] vereist.

a)

[Invoegen indien van toepassing: Voorafgaand aan de mobilisatie van de kredietvordering dient een kennisgeving te worden gedaan volgens [bijvoeglijk naamwoord van het land invoegen] recht door [de CCB/de wederpartij].]

b)

[Vul het volgende in wanneer de kennisgeving door de wederpartij wordt gedaan: Indien de kennisgeving door de wederpartij wordt gedaan, zendt zij een bevestiging van de kennisgeving aan [naam van CCB invoegen] per [e-mail/post] aan het volgende adres: [e-mailadres of postadres invoegen].]

2.   Kennisgeving aan de garant voorafgaand aan de mobilisatie van de kredietvordering [is/is niet] vereist.

a)

[Invoegen indien van toepassing: Voorafgaand aan de mobilisatie van de kredietvordering dient een kennisgeving te worden gedaan volgens [bijvoeglijk naamwoord van het land invoegen] recht door [de CCB/de wederpartij].]

b)

[Vul het volgende in wanneer de kennisgeving door de wederpartij wordt gedaan: Indien de kennisgeving door de wederpartij wordt gedaan, zendt zij een bevestiging van de kennisgeving aan [naam van CCB invoegen] per [e-mail/post] aan het volgende adres: [e-mailadres of postadres invoegen].]

Artikel 10

Mobilisatie van kredietvorderingen

Indien een kredietvordering is geregistreerd en aan de kennisgevingsvereisten van artikel 9 is voldaan, mag de kredietvordering als onderpand worden gemobiliseerd. Om een kredietvordering te mobiliseren, geeft een wederpartij instructies aan de HCB die deze instructies doorzendt aan [naam van CCB invoegen] voor verdere verwerking.

Artikel 11

Kennisgeving aan de debiteur en garant na de mobilisatie van de kredietvordering

1.   Kennisgeving aan de debiteur na de mobilisatie van de kredietvordering [is/is niet] vereist.

a)

[Invoegen indien van toepassing: De kennisgeving dient te worden gedaan door [de CCB/de wederpartij].na de mobilisatie van de kredietvordering volgens het [bijvoeglijk naamwoord van het land invoegen] recht.

b)

[Vul het volgende in wanneer de kennisgeving door de wederpartij wordt gedaan: Indien de kennisgeving door de wederpartij wordt gedaan, zendt zij een bevestiging van de kennisgeving aan [naam van CCB invoegen] per [e-mail/post] aan het volgende adres: [e-mailadres of postadres invoegen].]

2.   Kennisgeving aan de garant na de mobilisatie van de kredietvordering [is/is niet] vereist.

a)

[Invoegen indien van toepassing: Een kennisgeving dient te worden gedaan door [de CCB/de wederpartij].na de mobilisatie van de kredietvordering volgens het [bijvoeglijk naamwoord van het land invoegen] recht.

b)

[Vul het volgende in wanneer de kennisgeving door de wederpartij wordt gedaan: Indien de kennisgeving door de wederpartij wordt gedaan, zendt zij een bevestiging van de kennisgeving aan [naam van CCB invoegen] per [e-mail/post] aan het volgende adres: [e-mailadres of postadres invoegen].]

Artikel 12

Wijzigingen die van invloed zijn op gemobiliseerde kredietvorderingen

1.   Een wederpartij deelt de HCB iedere wijziging in de kerngegevenselementen betreffende gemobiliseerde kredietvorderingen in de loop van de volgende werkdag mee.

2.   De HCB deelt de in lid 1 vermelde informatie met [naam van CCB invoegen].

Artikel 13

Demobilisatie van kredietvorderingen

Een wederpartij geeft instructies tot demobilisatie van een kredietvordering aan de HCB, die deze instructies doorzendt aan [naam van CCB invoegen] voor verdere behandeling.

Artikel 14

Vergoeding

[naam van CCB invoegen] [rekent/rekent geen] vergoedingen aan voor de mobilisatie en het beheer van kredietvorderingen. [Invullen indien vergoedingen worden aangerekend: Nadere bijzonderheden over de aangerekende vergoedingen zijn opgenomen in het document “Collateral management in Eurosystem credit operations — information for Eurosystem counterparties”, dat op de website van de ECB wordt gepubliceerd. De HCB debiteert de vergoedingen maandelijks op de primaire MCA van de wederpartij in TARGET.]


BIJLAGE IV

GEMEENSCHAPPELIJKE KENMERKEN VAN DE VOORWAARDEN BIJ HET HANDELEN ALS ACB VOOR KREDIETVORDERINGEN

Artikel 1

Toepassingsgebied

1.   Indien een kredietvordering onder het recht van het rechtsgebied van de centrale bank van herkomst (home central bank — HCB) valt en een of meer van de debiteuren, garanten of kredietgevers van de kredietvordering zich in een andere eurogebiedlidstaat bevinden, kan de HCB een assisterende centrale bank (assisting central bank — ACB) verzoeken om bijstand en advies aan de HCB te verlenen bij de mobilisatie van de kredietvordering. De ACB is de NCB van de lidstaat waar de debiteur en/of garant en/of kredietgever van een kredietvordering is gevestigd.

2.   Deze voorwaarden zijn van toepassing indien [naam van ACB invoegen] handelt als een ACB.

3.   Een wederpartij die voornemens is een kredietvordering te mobiliseren indien [naam van ACB invoegen] handelt als ACB, moet voldoen aan de volgende bepalingen, die een aanvulling vormen op de voorwaarden die van toepassing zijn tussen de wederpartij en de HCB.

Artikel 2

Onderpandregeling

De wettelijke onderpandregeling die wordt gebruikt voor het creëren van een zekerheidsbelang is [verpanding/cessie/vlottend zekerheidsrecht].

Artikel 3

Kredietvorderingsovereenkomst

De kredietvorderingsovereenkomst [dient/hoeft geen] aanvullende voorwaarden te bevatten voor het creëren van een nader zekerheidsrecht na mobilisatie van de kredietvordering.

[Invoegen indien van toepassing: In de kredietvorderingsovereenkomst worden de volgende aanvullende bepalingen opgenomen: [tekst van aanvullende bepalingen invoegen].]

Artikel 4

Registratie van kredietvorderingen

Openbare registratie van de kredietvordering is [is ook/is niet] vereist.

[Invoegen indien van toepassing: Indien [naam van ACB invoegen] optreedt als ACB, [is/is geen] registratie vereist volgens de voorschriften van het conflictenrecht dat van toepassing is in het rechtsgebied waar de HCB is gevestigd. Registratie geschiedt volgens de regels van het rechtsgebied waarvoor registratie is vereist.]

[Invoegen indien van toepassing: De registratie wordt vastgelegd in [naam van het register] dat wordt bijgehouden door [naam van de autoriteit die het register bijhoudt invoegen], in overeenstemming met de relevante regels die van toepassing zijn op het register, door [de HCB/de wederpartij].]

[Voeg het volgende in wanneer de openbare registratie door de wederpartij wordt gedaan: Indien de openbare registratie door de wederpartij wordt gedaan, zendt zij de HCB een bevestiging van de registratie per [e-mail/post].]

Artikel 5

Kennisgeving aan de debiteur en garant voorafgaand aan de mobilisatie van de kredietvordering

1.   Kennisgeving aan de debiteur voorafgaand aan de mobilisatie van de kredietvordering [is/is niet] vereist.

a)

[Invoegen indien van toepassing: Voorafgaand aan de mobilisatie van de kredietvordering wordt een kennisgeving volgens [bijvoeglijk naamwoord land invoegen] recht gedaan door [de HCB/de wederpartij].]

b)

[Vul het volgende in wanneer de kennisgeving door de wederpartij wordt gedaan: Indien de kennisgeving door de wederpartij wordt gedaan, zendt zij de HCB een bevestiging van de kennisgeving per [e-mail/post].]

2.   Kennisgeving aan de garant voorafgaand aan de mobilisatie van de kredietvordering [is/is niet] vereist.

a)

[Invoegen indien van toepassing: Voorafgaand aan de mobilisatie van de kredietvordering wordt een kennisgeving volgens [bijvoeglijk naamwoord van het land invoegen] recht gedaan door [de HCB/de wederpartij].]

b)

[Voeg het volgende in wanneer de kennisgeving door de wederpartij wordt gedaan: Wanneer de kennisgeving door de wederpartij wordt gedaan, zendt zij de HCB een bevestiging van de kennisgeving per [e-mail/post].]

Artikel 6

Kennisgeving aan de debiteur en garant na de mobilisatie van de kredietvordering

1.   Kennisgeving aan de debiteur na de mobilisatie van de kredietvordering [is/is niet] vereist.

a)

[Invoegen indien van toepassing: Na de mobilisatie van de kredietvordering wordt een kennisgeving volgens [bijvoeglijk naamwoord van het land invoegen] gedaan door [de HCB/de wederpartij].]

b)

[Voeg het volgende in wanneer de kennisgeving door de wederpartij wordt gedaan: Wanneer de kennisgeving door de wederpartij wordt gedaan, zendt zij de HCB een bevestiging van de kennisgeving per [e-mail/post].]

2.   Kennisgeving aan de garant na de mobilisatie van de kredietvordering [is/is niet] vereist.

a)

[Invoegen indien van toepassing: Na de mobilisatie van de kredietvordering wordt een kennisgeving volgens [bijvoeglijk naamwoord van het land invoegen] gedaan door [de HCB/de wederpartij].]

b)

[Vul het volgende in wanneer de kennisgeving door de wederpartij wordt gedaan: Wanneer de kennisgeving door de wederpartij wordt gedaan, zendt zij de HCB een bevestiging van de kennisgeving per [e-mail/post].]


BIJLAGE V

OVERIGE DOELEINDEN VOOR DE MOBILISATIE VAN ONDERPAND

 

Doeleinde

Definitie

1

Noodliquiditeitssteun

Onderpand gereserveerd voor de zekerheidsstelling van operaties voor noodliquiditeitssteun (Emergency Liquidity Assistance — ELA).

2

Garantie voor retailbetalingssystemen

Door deelnemers van retailbetalingssystemen geserveerd onderpand ter zekerheidsstelling van de verwerking van betalingen in een retailbetalingssysteem door middel van een garantie.

3

CTP marginfonds

Door een centrale tegenpartij (CTP) gereserveerd onderpand namens een deelnemer van een CTP ter dekking van de verplichtingen inzake marginvereisten. Om aan de EMIR-vereisten te voldoen, wordt voor elk marginvereiste onderscheid gemaakt tussen vastrentende marginvereisten en marginvereisten voor contanten/derivaten. Hierbij wordt verder gedifferentieerd naar transacties voor eigen rekening van het clearinglid en transacties voor cliënten van het clearinglid.

4

Wanbetalingsfonds van de CTP

Door een CTP gereserveerd onderpand namens een deelnemer van een CTP ter dekking van de verplichtingen inzake het wanbetalingsfonds (default fund). Om te voldoen aan de EMIR-vereisten, wordt bij elk vereiste inzake het wanbetalingsfonds onderscheid gemaakt tussen vastrentende vereisten inzake wanbetalingsfondsen en vereisten inzake wanbetalingsfondsen voor contanten/derivaten in verband met transacties voor eigen rekening van het clearinglid.

5

Reservebeheersdiensten van het Eurosysteem

Onderpand dat is gereserveerd voor het verlenen van reservebeheersdiensten van het Eurosysteem aan centrale banken, monetaire autoriteiten of staatsinstellingen buiten het eurogebied en aan internationale organisaties.

6

Bankbiljetten

Onderpand dat is gereserveerd als garantie om een mogelijk verschil te dekken bij het opnemen en deponeren van bankbiljetten.

7

Deviezentransacties

Onderpand dat is gereserveerd om wisselkoersschommelingen bij deviezentransacties en goudtransacties tegen te gaan.

8

Chequegarantie

Onderpand dat is gereserveerd als garantie voor de clearing/circulatie van door banken uitgegeven kascheques.

9

Nationale depositoverzekering

Onderpand dat is gereserveerd om te voldoen aan verplichtingen uit hoofde van de nationale depositoverzekering.

10

SEPA-automatische incasso’s

Onderpand dat is gereserveerd om als garantie voor het uitvoeren van de SEPA-automatische incasso’s (SEPA Direct Debits -SDD) van tegenpartijen.

11

Directe betalingen

Onderpand dat is gereserveerd voor lokale directe-betalingsregelingen (Instant Payments schemes) als garantie ter dekking van noodliquiditeitsbehoeften.

12

Repo-faciliteit van het Eurosysteem voor buitenlandse centrale banken

Onderpand dat is gereserveerd ter zekerheidsstelling van euroloquiditeit verstrekt aan centrale banken buiten het eurogebied in het kader van de repofaciliteit van het Eurosysteem voor centrale banken (Eurosystem Repo Facility for Central Banks — EUREP).

13

Kasbeheerdiensten tegen onderpand

Onderpand dat is gereserveerd voor het verlenen van kasbeheerdiensten (cash management services) tegen onderpand door een centrale bank (optredend als financieel agent) aan binnenlandse institutionele klanten.


ELI: http://data.europa.eu/eli/guideline/2024/3129/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)