|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2024/3112 |
13.12.2024 |
BESLUIT (EU) 2024/3112 VAN DE RAAD
van 5 december 2024
inzake het standpunt dat namens de Europese Unie in het bij de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels opgerichte Gemengd Comité moet worden ingenomen over de wijziging van Besluit nr. 1/2023 van het Gemengd Comité teneinde daarin overgangsbepalingen op te nemen met betrekking tot de wijzigingen van die Conventie met ingang van 1 januari 2025
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels (de “conventie”) is door de Unie gesloten bij Besluit 2013/94/EU van de Raad (1) en is voor de Unie op 1 mei 2012 in werking getreden. |
|
(2) |
Op grond van de conventie kan het bij de conventie opgerichte Gemengd Comité (het “Gemengd Comité”) besluiten nemen om de conventie te wijzigen. |
|
(3) |
De conventie is gewijzigd bij Besluit nr. 1/2023 van het Gemengd Comité (2), dat op 1 januari 2025 in werking zal treden. Een aantal partijen bij de conventie heeft aangegeven dat zij niet in staat zullen zijn om vóór 1 januari 2025 hun bilaterale protocollen inzake de oorsprongsregels aan te passen door daarin een verwijzing op te nemen naar de conventie zoals deze laatstelijk is gewijzigd, dit in verband met de duur van hun interne procedures. Dat uitstel zou kunnen leiden tot een verstoring van de huidige cumulatiemogelijkheden. |
|
(4) |
De partijen bij de conventie zijn het erover eens dat er overgangsbepalingen nodig zijn om de handelsstromen op basis van de huidige cumulatiemogelijkheden in stand te houden, totdat het proces van aanpassing van alle bilaterale protocollen aan de herziene regels van de conventie is voltooid. |
|
(5) |
De partijen bij de conventie zijn het erover eens dat die overgangsbepalingen van toepassing moeten zijn voor een periode van één jaar, van 1 januari tot en met 31 december 2025. |
|
(6) |
Het Gemengd Comité zal tijdens zijn 16e vergadering, die op 12 december 2024 zal plaatsvinden, of via schriftelijke procedure, een besluit nemen over overgangsbepalingen betreffende de toepassing van het verdrag vanaf 1 januari 2025. |
|
(7) |
Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in het Gemengd Comité, aangezien het besluit van het Gemengd Comité rechtsgevolgen zal hebben, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het standpunt dat namens de Unie in het bij de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels opgerichte Gemengd Comité op de 16e vergadering of via de schriftelijke procedure moet worden ingenomen, over de wijziging van Besluit nr. 1/2023 van het Gemengd Comité teneinde daarin overgangsbepalingen op te nemen met betrekking tot de wijzigingen van die Conventie, is gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vastselling ervan en verstrijkt op 31 december 2025.
Gedaan te Brussel, 5 december 2024.
Voor de Raad
De voorzitter
NAGY B.
(1) Besluit 2013/94/EU van de Raad van 26 maart 2012 betreffende de sluiting van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels (PB L 54 van 26.2.2013, blz. 3).
(2) Besluit nr. 1/2023 van het Gemengd Comité van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels van 7 december 2023 over de wijziging van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels (PB L, 2024/390, 19.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/390/oj).
BESLUIT Nr. …/2024 VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE REGIONALE CONVENTIE BETREFFENDE DE PAN-EUROMEDITERRANE PREFERENTIËLE OORSPRONGSREGELS
van …
tot wijziging van Besluit nr. 1/2023 van het Gemengd Comité houdende toevoeging van overgangsbepalingen met betrekking tot de wijzigingen van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels met ingang van 1 januari 2025
HET GEMENGD COMITÉ,
Gezien de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels (1), en met name artikel 4, lid 1, en artikel 4, lid 3, punt a),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De partijen bij de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels (de “conventie”) hebben overeenstemming bereikt over de wijziging van de conventie, die moet voorzien in een nieuw systeem van gemoderniseerde en flexibelere oorsprongsregels. Besluit nr. 1/2023 van het Gemengd Comité (2) over de wijziging van de conventie, waarin de herziene oorsprongsregels zijn opgenomen, werd op 7 december 2023 aangenomen en zal op 1 januari 2025 in werking treden (de “herziene regels van de conventie”). |
|
(2) |
De partijen zijn het erover eens dat er overgangsbepalingen nodig zijn ter verduidelijking van de preferentiële behandeling die moet worden verleend aan goederen die vóór de inwerkingtreding van de herziene regels van de conventie uit een partij worden uitgevoerd en na de inwerkingtreding van die regels in een andere partij worden ingevoerd. |
|
(3) |
Bewijzen van oorsprong die vóór 1 januari 2025 in een partij zijn afgegeven of opgesteld overeenkomstig de regels voor de facultatieve toepassing van de conventie in afwachting van de sluiting en inwerkingtreding van de herziene regels van de conventie, moeten worden aanvaard voor preferentiële behandeling bij invoer na 1 januari 2025. |
|
(4) |
Bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven of opgesteld overeenkomstig aanhangsel I van de Conventie of die zijn afgegeven overeenkomstig de protocollen betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking die dateren van voor de conventie, vóór de datum van inwerkingtreding van de wijziging van de bilaterale protocollen tussen de partijen met de toevoeging van een verwijzing naar de conventie zoals laatstelijk gewijzigd, moeten worden aanvaard voor preferentiële behandeling bij invoer na die datum. |
|
(5) |
Een aantal partijen hebben te kennen gegeven dat zij hun bilaterale protocollen inzake oorsprongsregels niet vóór 1 januari 2025 kunnen actualiseren met een verwijzing naar de conventie zoals laatstelijk gewijzigd, omdat hun interne procedures meer tijd vragen. |
|
(6) |
Deze vertraging die een aantal verdragsluitende partijen hebben opgelopen in de actualisering van de bilaterale protocollen met een verwijzing naar de conventie zoals laatstelijk gewijzigd zou de huidige cumulatiemogelijkheden kunnen verstoren. |
|
(7) |
De partijen zijn het erover eens dat er overgangsbepalingen nodig zijn om de handelsstromen op basis van de huidige cumulatiemogelijkheden in stand te houden, in afwachting van de voltooiing van het proces waarbij alle bilaterale protocollen worden aangepast met een verwijzing naar de conventie zoals laatstelijk gewijzigd. Aanhangsel I van de conventie zoals van toepassing vóór de bij Besluit nr. 1/2023 van het Gemengd Comité ingevoerde wijzigingen moet als overgangsmaatregel van toepassing blijven tussen de partijen bij de conventie, parallel aan de herziene regels van de conventie, en cumulatie tussen de verschillende reeksen regels moet waar mogelijk worden toegestaan. |
|
(8) |
De partijen zijn het erover eens dat de overgangsbepalingen technisch van aard zijn en zo spoedig mogelijk moeten worden toegepast. Waar mogelijk in het kader van de interne wetgeving van de partijen moet worden gezorgd voor de voorlopige toepassing van de overgangsbepalingen. |
|
(9) |
De partijen komen overeen om Besluit nr. 1/2023 van het Gemengd Comité te wijzigen teneinde in de herziene regels van de conventie overgangsbepalingen op te nemen, die van toepassing zullen zijn voor een periode van een jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van de herziene regels van de conventie, met name voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2025. |
|
(10) |
Elke partij moet passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de herziene regels van de conventie daadwerkelijk worden toegepast door de bilaterale protocollen er uiterlijk 31 december 2025 mee in overeenstemming te brengen door toevoeging van een verwijzing naar de conventie zoals laatstelijk gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Besluit nr. 1/2023 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.
2. De wijzigingen van Besluit nr. 1/2023 treden in werking met ingang van 1 januari 2025.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Gedaan te …, …
Voor het Gemengd Comité
De voorzitter
(1) PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4.
(2) PB L, 2024/390, 19.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/390/oj.
BIJLAGE
Enig artikel
Wijziging van Besluit nr. 1/2023 van het Gemengd Comité van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels
In Besluit nr. 1/2023 van het Gemengd Comité van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels van 7 december 2023 over de wijziging van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels wordt het enig artikel van de bijlage als volgt gewijzigd:
|
1) |
In punt 5 wordt het volgende artikel toegevoegd aan aanhangsel I: “Artikel 42 Overgangsbepalingen 1. Aanhangsel I van de conventie zoals bekendgemaakt in PB EU L 54 van 26 februari 2013, bladzijde 4, is van toepassing tussen de partijen bij de conventie tot en met 31 december 2025, parallel aan dit aanhangsel. 2. Bewijzen van oorsprong die vóór 1 januari 2025 zijn afgegeven of opgesteld overeenkomstig de regels voor de facultatieve toepassing van de conventie in afwachting van de sluiting en inwerkingtreding van de wijziging van de conventie (de overgangsregels van oorsprong) en die na die datum, binnen de geldigheidsduur ervan, worden voorgelegd, worden aanvaard voor preferentiële behandeling bij invoer voor goederen die op 1 januari 2025 in doorvoer zijn of onder een bijzondere regeling onder douanetoezicht zijn geplaatst. Deze goederen kunnen worden gebruikt voor cumulatie overeenkomstig artikel 7. 3. In geval van laattijdige voorlegging van bewijzen van oorsprong die vóór 1 januari 2025 zijn afgegeven of opgesteld overeenkomstig de overgangsregels van oorsprong, is artikel 23, leden 2 en 3, van toepassing op de in lid 2 van dit artikel bedoelde goederen. 4. Bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven of opgesteld overeenkomstig aanhangsel I van de conventie zoals bekendgemaakt in PB EU L 54 van 26 februari 2013, bladzijde 4, of die zijn afgegeven overeenkomstig de oorsprongsregels die zijn opgenomen in de protocollen die dateren van vóór de conventie, vóór de datum van inwerkingtreding van de wijziging van de bilaterale protocollen tussen de partijen met de toevoeging van de verwijzing naar de conventie zoals laatstelijk gewijzigd, en die na die datum worden voorgelegd, worden binnen hun geldigheidsduur aanvaard voor preferentiële behandeling bij invoer voor goederen die op die datum in doorvoer zijn of onder een bijzondere regeling onder douanetoezicht zijn geplaatst. In gevallen van laattijdige voorlegging van dergelijke bewijzen is artikel 23, leden 2 en 3, van toepassing. 5. Bewijzen van oorsprong die vóór 1 januari 2026 zijn afgegeven of opgesteld overeenkomstig lid 1 of overeenkomstig de oorsprongsregels die zijn opgenomen in de protocollen die dateren van vóór de conventie, en die na die datum, binnen de geldigheidsduur ervan, worden voorgelegd, worden aanvaard voor preferentiële behandeling bij invoer voor goederen die op 1 januari 2026 in doorvoer zijn of onder een bijzondere regeling onder douanetoezicht zijn geplaatst. In geval van laattijdige voorlegging van dergelijke bewijzen is artikel 23, leden 2 en 3, van toepassing. 6. Voor controledoeleinden zijn artikel 33, lid 2, artikel 34 en, indien van toepassing, artikel 35 ook van toepassing op bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven of opgesteld overeenkomstig de overgangsregels van oorsprong, en op bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven of opgesteld overeenkomstig de protocollen die dateren van vóór de conventie en die vóór 1 januari 2025 van toepassing waren. 7. Voor controledoeleinden zijn artikel 33, lid 2, en artikel 34 ook van toepassing indien het verzoek om controle wordt ingediend na 1 januari 2026 of na de datum van inwerkingtreding van de wijziging van de bilaterale protocollen tussen de partijen met de toevoeging van de verwijzing naar de conventie zoals laatstelijk gewijzigd, voor bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven of opgesteld overeenkomstig aanhangsel I van de conventie zoals bekendgemaakt in PB EU L 54 van 26 februari 2013, bladzijde 4, en de protocollen die dateren van vóór de conventie. 8. De partijen stellen elkaar om de vier maanden via de Europese Commissie in kennis van de stand van zaken met betrekking tot de actualisering van hun bilaterale protocollen met de toevoeging van de verwijzing naar de conventie zoals laatstelijk gewijzigd, en met betrekking tot de maatregelen die zij hebben genomen om ervoor te zorgen dat de regels van de conventie, zoals gewijzigd bij Besluit nr. 1/2023 van het Gemengd Comité, daadwerkelijk worden toegepast met ingang van 1 januari 2026. 9. In de overeenkomstig dit aanhangsel afgegeven certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 wordt in vak 7 in het Engels de vermelding “REVISED RULES” aangebracht. Die vermelding wordt ook toegevoegd aan het einde van de tekst van de overeenkomstig dit aanhangsel opgestelde oorsprongsverklaring. Deze vermelding wordt tot en met 31 december 2025 opgenomen in de bewijzen van oorsprong.”. |
|
2) |
In punt 5 wordt het volgende lid ingevoegd in artikel 8 in aanhangsel I: “1 bis. De cumulatie waarin artikel 7 voorziet, kan worden toegepast op goederen, ingedeeld onder de hoofdstukken 1, 3, 16 (voor verwerkte visserijproducten) en 25 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem, die de oorsprong hebben verkregen door de toepassing van de oorsprongsregels uit hoofde van artikel 42, lid 1, en de relevante bepalingen van aanhangsel II, alsmede door de toepassing van de oorsprongsregels in de protocollen betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking die dateren van vóór de conventie, op voorwaarde dat de materialen en producten van oorsprong zijn uit de partijen waarvoor cumulatie mogelijk is overeenkomstig het “Bericht van de Commissie over de toepassing van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels of de protocollen betreffende de oorsprongsregels die voorzien in diagonale cumulatie tussen de partijen bij deze conventie”, zoals laatstelijk bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Dit lid is van toepassing gedurende de in artikel 31, lid 1, bedoelde periode op goederen waarop de in artikel 42, leden 4 en 5, bedoelde bewijzen van oorsprong betrekking hebben.”. |
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/3112/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)