|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2024/2995 |
3.12.2024 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2024/2995 VAN DE COMMISSIE
van 29 november 2024
tot vaststelling van het vultraject met tussentijdse streefdoelen voor 2025 voor elke lidstaat met ondergrondse gasopslaginstallaties op zijn grondgebied die een rechtstreekse interconnectie met zijn afzetgebied hebben
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010 (1), en met name artikel 6 bis, lid 7, derde alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Naar aanleiding van de Russische militaire agressie tegen Oekraïne en in het licht van een mogelijke langdurige verstoring of zelfs een stopzetting van de gasvoorziening uit Rusland, heeft de Europese Unie initiatieven genomen om haar paraatheid voor dergelijke verstoringen te verhogen teneinde haar burgers en haar economie te beschermen. |
|
(2) |
In dit verband is Verordening (EU) 2022/1032 van het Europees Parlement en de Raad (2) vastgesteld om te waarborgen dat de ondergrondse gasopslaginstallaties van de lidstaten worden gevuld voor de winterperiode 2022/2023 en daarna, door Verordening (EU) 2017/1938 te wijzigen. |
|
(3) |
Voor 2023 en de jaren daarna is in artikel 6 bis, lid 7, eerste alinea, van Verordening (EU) 2017/1938 bepaald dat elke lidstaat met ondergrondse gasopslaginstallaties uiterlijk op 15 september van het voorgaande jaar bij de Commissie in geaggregeerde vorm een ontwerpvultraject moet indienen met tussentijdse streefdoelen voor februari, mei, juli en september, met inbegrip van technische informatie, voor die installaties op zijn grondgebied die een rechtstreekse interconnectie met zijn afzetgebied hebben. Het vultraject en de tussentijdse streefdoelen worden gebaseerd op het gemiddelde vulniveau gedurende de vijf voorgaande jaren. |
|
(4) |
In artikel 6 bis, lid 7, derde alinea, van Verordening (EU) 2017/1938 is bepaald dat de Commissie, op basis van de door elke lidstaat verstrekte technische informatie en rekening houdend met de beoordeling van de Groep coördinatie gas (de “GCG”) op 15 november van het voorafgaande jaar, volgens de in artikel 18 bis, lid 2, van die verordening bedoelde onderzoeksprocedure uitvoeringshandelingen moet vaststellen om het vultraject voor elke lidstaat te bepalen. De Commissie wordt bijgestaan door een in artikel 18 bis, lid 1, van Verordening (EU) 2017/1938 bedoeld comitologiecomité, het “Comité voor gasopslag”. |
|
(5) |
Dienovereenkomstig moet de Commissie uiterlijk op 15 november 2024 voor iedere lidstaat met ondergrondse gasopslaginstallaties uitvoeringshandelingen tot vaststelling van het vultraject voor 2025 aannemen. Wegens de tijdsdruk voor de vaststelling van die uitvoeringshandelingen moet één enkele uitvoeringshandeling voor alle betrokken lidstaten worden vastgesteld. |
|
(6) |
Gezien de grote onzekerheid met betrekking tot de algemene gasleveringszekerheid en de ontwikkeling van de vraag naar en het aanbod van gas in de Unie en de afzonderlijke lidstaten, de verschillende van de wintertemperaturen afhankelijke verbruiksscenario’s, en de omvang van de maatregelen ter vrijwillige vraagreductie die de lidstaten invoeren op grond van Aanbeveling C/2024/2476 van de Raad inzake het voortzetten van gecoördineerde maatregelen ter reductie van de gasvraag (3), bevatten de in deze uitvoeringsverordening vastgestelde vultrajecten technisch haalbare tussentijdse minimumstreefcijfers, zodat de lidstaten uiterlijk op 1 november 2025 het vuldoel van 90 % kunnen halen. |
|
(7) |
In de vultrajecten moet zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de door de lidstaten ingediende trajecten en met het gemiddelde vulniveau van de lidstaten gedurende de voorgaande vijf jaren. Bij de technische haalbaarheid van de in deze uitvoeringsverordening vastgestelde tussentijdse streefdoelen moet ook rekening worden gehouden met de geaggregeerde injectiecapaciteitscurve van de opslaglocaties per lidstaat. Die streefdoelen moeten worden zodanig vastgesteld dat de gasleveringszekerheid op Unieniveau wordt veiliggesteld, dat onnodige lasten voor de lidstaten, gasmarktdeelnemers, opslagsysteembeheerders of afnemers worden voorkomen en dat de mededinging tussen opslaginstallaties in naburige lidstaten niet onrechtmatig wordt verstoord. De vuldoelstellingen moeten ook zodanig worden vastgesteld dat de uitvoering ervan geen verstorende gevolgen heeft voor de goede werking van de interne gasmarkt, waaronder de markten voor gasderivaten. |
|
(8) |
De tussentijdse streefcijfers van 1 februari en 1 mei 2025 zijn belangrijke streefdoelen voor de voorzieningszekerheid in 2025, ook met het oog op de beëindiging van de gasdoorvoerovereenkomst door Oekraïne op 1 januari 2025. De vaststelling van het streefdoel van februari op een Uniegemiddelde van zo'n 50 % beoogt de leveringszekerheid van gas te verhogen, door in december 2024 en januari 2025, wanneer de vraag naar gas hoog is, een hoge beschikbaarheid uit de gasopslaginstallaties te waarborgen. Dit zal met name van belang zijn indien de winter van 2024/2025 kouder dan gemiddeld is. Desalniettemin moeten de lidstaten, gezien de wintervooruitzichten van ENTSB-G, ernaar streven gezamenlijk 55 % van de capaciteit van de ondergrondse gasopslaginstallaties in de Unie te vullen, om een verslechtering van de gasleveringszekerheid in de Unie te voorkomen. Een minimale tussentijdse doelstelling op EU-niveau van ongeveer 30 % op 1 mei 2025 wordt voldoende geacht om de doelstelling van 90 % in november te halen en tegelijkertijd marktflexibiliteit te bieden voor de opslaglocaties. In het geval van een hogere vraag en/of een daling van het aanbod in de zomer van 2025 moeten de lidstaten er niettemin naar streven om gezamenlijk een vulniveau van 45 % te bereiken, teneinde het bijvullen van de opslag per 1 november 2025 te vergemakkelijken en zodoende de voorzieningszekerheid te vergroten. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1938 wordt een vulniveau dat tot vijf procentpunten lager ligt dan het streefdoel, geacht met de doelstellingen van Verordening (EU) 2017/1938 overeen te komen. Indien het vulniveau van een lidstaat meer dan vijf procentpunten onder het niveau van hun vultraject ligt, moet de bevoegde instantie onmiddellijk doeltreffende maatregelen nemen om het vulniveau te verhogen. De lidstaten moeten de Commissie en de GCG van die maatregelen in kennis stellen. |
|
(9) |
De door de lidstaten ingediende vultrajecten kunnen verschillen omdat zij een afspiegeling zijn van landspecifieke situaties. Ook zijn de opslagstreefcijfers voor 1 mei over het algemeen lager dan de streefcijfers van 1 februari, aangezien de onttrekkingen uit de gasopslaginstallaties samenhangen met de vraag naar verwarming en de gasopslaginstallaties elk jaar rond april hun minimum op Unieniveau bereiken. |
|
(10) |
Voor de lidstaten die onder artikel 6 bis, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1938 vallen, moet de vuldoelstelling worden verlaagd met het volume dat tijdens de referentieperiode 2016 tot en met 2021 aan derde landen is geleverd indien het gemiddelde geleverde volume tijdens de onttrekkingsperiode voor gasopslag (oktober-april) meer dan 15 TWh per jaar bedroeg. |
|
(11) |
De lidstaten moeten de in artikel 6 bis, lid 1, van Verordening (EU) 2017/1938 bedoelde vuldoelstelling van 90 % van hun opslaginstallaties halen. Bij het vullen van de opslaginstallaties en in het licht van de uitdagingen voor het vulseizoen 2025 moeten de lidstaten optimaal van alle beschikbare coördinatie-instrumenten op EU-niveau gebruikmaken. Het gebruik van het mechanisme voor bundeling van de vraag en gezamenlijke aankoop van aardgas zou kunnen bijdragen tot een betere coördinatie van het vullen van de opslag. |
|
(12) |
Bij de vultrajecten wordt ook rekening gehouden met de beoordeling van de GCG, die tijdens haar vergadering van 3 oktober 2024 is geraadpleegd. |
|
(13) |
Deze verordening weerspiegelt de opslagtrajecten van lidstaten met ondergrondse opslaginstallaties, terwijl in artikel 6 quater van Verordening (EU) 2017/1938 andere verplichtingen voor lidstaten zonder ondergrondse gasopslaginstallaties zijn opgenomen. |
|
(14) |
Aangezien de vultrajecten voor 2025 uiterlijk op 15 november 2024 moeten zijn bepaald, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
(15) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor gasopslag, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Vultrajecten voor 2025
De vultrajecten met tussentijdse streefcijfers voor 2025 voor lidstaten met ondergrondse opslagfaciliteiten op hun grondgebied die een rechtstreekse interconnectie met zijn afzetgebied hebben, zijn opgenomen in de bijlage.
Artikel 2
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 29 november 2024.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 280 van 28.10.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/1938/oj.
(2) Verordening (EU) 2022/1032 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2022 tot wijziging van Verordeningen (EU) 2017/1938 en (EG) nr. 715/2009 wat betreft gasopslag (PB L 173 van 30.6.2022, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/1032/oj).
(3) Aanbeveling C/2024/2476 van de Raad van 25 maart 2024 inzake het voortzetten van gecoördineerde maatregelen ter reductie van de gasvraag (PB C, C/2024/2476, 27.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/2476/oj).
BIJLAGE
Vultraject met tussentijdse streefdoelen voor 2025 voor lidstaten met ondergrondse gasopslaginstallaties (1)
|
Lidstaat |
Tussentijds streefdoel 1 februari |
Tussentijds streefdoel 1 mei |
Tussentijds streefdoel 1 juli |
Tussentijds streefdoel 1 september |
Vuldoelstelling 1 november (2) |
|
AT |
64 % |
52 % |
66 % |
77 % |
90 % |
|
BE |
30 % |
5 % |
40 % |
78 % |
90 % |
|
BG |
55 % |
36 % |
57 % |
77 % |
90 % |
|
CZ |
40 % |
25 % |
30 % |
60 % |
90 % |
|
DE |
45 % |
10 % |
30 % |
65 % |
90 % |
|
DK |
45 % |
40 % |
60 % |
75 % |
90 % |
|
ES |
58 % |
53 % |
64 % |
80 % |
90 % |
|
FR |
41 % |
11 % |
39 % |
81 % |
90 % |
|
HR |
46 % |
29 % |
51 % |
83 % |
90 % |
|
HU |
59 % |
38 % |
61 % |
84 % |
90 % |
|
IT |
55 % |
45 % |
54 % |
72 % |
90 % |
|
LV |
45 % |
41 % |
63 % |
90 % |
90 % |
|
NL |
47 % |
39 % |
57 % |
72 % |
90 % |
|
PL |
50 % |
35 % |
60 % |
80 % |
90 % |
|
PT |
70 % |
70 % |
80 % |
80 % |
90 % |
|
RO |
41 % |
42 % |
63 % |
84 % |
90 % |
|
SE |
53 % |
5 % |
5 % |
5 % |
90 % |
|
SK |
45 % |
20 % |
29 % |
74 % |
90 % |
(1) De bijlage is onderworpen aan de evenredige verplichtingen van elke lidstaat overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1938, en met name de artikelen 6 bis, 6 ter en 6 quater. Voor de lidstaten die onder artikel 6 bis, lid 2, vallen, wordt het evenredige tussentijdse streefdoel berekend door de in de tabel vermelde waarde te vermenigvuldigen met het maximum van 35 % en het resultaat door 90 % te delen.
(2) Zie artikel 6 bis, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2017/1938.
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/2995/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)