European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/2846

6.11.2024

BESLUIT (GBVB) 2024/2846 VAN DE RAAD

van 5 november 2024

tot wijziging van Besluit (GBVB) 2021/509 tot oprichting van een Europese Vredesfaciliteit

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, lid 1, artikel 41, lid 2, artikel 42, lid 4, en artikel 30, lid 1,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In het strategisch kompas voor veiligheid en defensie, dat de Raad op 21 maart 2022 heeft goedgekeurd, werd opgeroepen tot een nieuwe beoordeling, uiterlijk in 2023, van de omvang en de definitie van de gemeenschappelijke kosten om de solidariteit te vergroten en de deelname aan militaire missies en operaties te stimuleren, alsook van de kosten van de oefenoperaties, mede gelet op de voorstellen betreffende de snel inzetbare EU-capaciteit.

(2)

Het Politiek en Veiligheidscomité besprak in 2023 en 2024 daarmee verband houdende beleidsvoorstellen voor de herbeoordeling.

(3)

In zijn conclusies van 27 mei 2024 herinnerde de Raad aan de toezegging om de reikwijdte van de gemeenschappelijke kosten voor militaire missies en operaties van de EU, oefeningen en de snel inzetbare EU-capaciteit te vergroten en uit te breiden, en stelde hij uit te zien naar de zo spoedig mogelijke operationalisering ervan.

(4)

Besluit (GBVB) 2021/509 van de Raad (1) moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Besluit (GBVB) 2021/509 wordt als volgt gewijzigd:

1)

in artikel 4 wordt punt g) vervangen door:

“g)

“oefenoperatie”: een militaire GVDB-oefenoperatie van de Unie of het militaire onderdeel van een civiele GVDB-oefenoperatie, overeengekomen in het EU-programma van oefeningen en aan oefeningen gerelateerde activiteiten op het gebied van GBVB en uitgevoerd in overeenstemming met het beleid inzake oefenoperaties van de Europese Unie in het kader van het GBVB.”

;

2)

in artikel 44 wordt lid 7 vervangen door:

“7.   Naast zijn bevoegdheid uit hoofde van lid 2, punt c), kan het comité in bijzondere omstandigheden per geval besluiten dat bepaalde extra kosten die niet worden vermeld in de bijlagen II tot en met V, voor een bepaalde operatie als gemeenschappelijke kosten worden beschouwd.”

;

3)

artikel 45 wordt vervangen door:

“Artikel 45

Oefeningen

1.   De gemeenschappelijke kosten van de oefenoperaties van de Unie worden door de faciliteit gefinancierd volgens soortgelijke voorschriften en procedures als die welke gelden voor operaties waaraan alle lidstaten bijdragen, en tot een bedrag dat door het comité voor elk soort oefenoperatie wordt vastgesteld, met name voor de snel inzetbare EU-capaciteit, rekening houdend met het overeengekomen EU-programma van oefeningen en aan oefeningen gerelateerde activiteiten op het gebied van GBVB. Dit bedrag mag worden overschreden, indien het comité dit voor de oefenoperatie in kwestie toestaat bij de goedkeuring van de begroting ervan.

2.   Behoudens lid 3 zijn deze gemeenschappelijke kosten van oefenoperaties de in bijlage IV vermelde kosten die van toepassing zijn op het soort operatie dat tijdens de oefenoperatie wordt gesimuleerd.

3.   De volgende zaken vallen onder de in lid 2 bedoelde gemeenschappelijke kosten:

a)

kleinschalige en tijdelijke werkzaamheden betreffende inzet/tijdelijke infrastructuur: uitgaven die essentieel zijn voor de tijdelijke hoofdkwartieren en aan de oefenoperatie deelnemende troepenmachten om hun doel te bereiken, indien goedgekeurd door het comité;

b)

de planning en de voorbereidende fase van oefenoperaties, met inbegrip van de opleiding die van essentieel belang is voor de oefenoperatie, met name opleiding voor gebruikers van de inzetbare EU-pakketten en voor financiële deskundigen die zijn aangewezen om aan de oefenoperatie deel te nemen;

c)

vervoer voor het inzetten in en herschikken naar en vanuit het inzetgebied voor oefenoperaties van de snel inzetbare EU-capaciteit (met inbegrip van EU-gevechtsgroepen en de strategische hulpmiddelen en modulen daarvan) onder de voorwaarden van bijlage IV, deel A, punt 3, met betrekking tot de operaties van de snel inzetbare EU-capaciteit tot een bedrag dat in overeenstemming is met de meest kosteneffectieve optie, overeenkomstig het besluit van het comité. Bij het nemen van het besluit houdt het comité rekening met de besprekingen in het PVC over de toepasselijke strategische richtsnoeren, met de nadruk op operationele en financiële aspecten, en het besluit wordt tijdig genomen zodat het naar behoren in aanmerking kan worden genomen bij het proces voor de opbouw van de troepenmacht van de oefenoperatie.

4.   Het comité kan in bijzondere omstandigheden per geval beslissen dat bepaalde extra kosten waarnaar niet wordt verwezen in dit artikel, als gemeenschappelijke kosten van een bepaalde oefenoperatie worden beschouwd, met name voor de snel inzetbare EU-capaciteit.”

;

4)

in bijlage IV, deel A, rubriek 2:

a)

wordt punt c) vervangen door:

“c)

medische diensten en voorzieningen: dringende medische evacuatie (Medevac) en in reactie op pandemieën; diensten en voorzieningen van de niveaus 2 en 3 voor de operationele onderdelen in het inzetgebied, zoals luchthavens en ontschepingshavens, zoals goedgekeurd in het OPLAN; diensten en voorzieningen van niveau 1 voor niet-uitvoerende militaire missies.”

;

b)

wordt het volgende punt toegevoegd:

“e)

bescherming van de troepenmachten en essentiële veiligheidsdiensten: accommodatie voor de teams ter bescherming van de troepen die beschikbaar zijn gesteld voor niet-uitvoerende militaire missies.”

;

5)

in bijlage IV, deel A, wordt rubriek 3 vervangen door:

“3.

Extra kosten specifiek voor de snel inzetbare EU-capaciteit, met inbegrip van de EU-gevechtsgroep, de strategische hulpmiddelen en modulen daarvan

De hieronder gedefinieerde kosten worden extra gemaakt voor het inzetten in en herschikken naar en vanuit het inzetgebied van de snel inzetbare EU-capaciteit:

a)

vervoerskosten voor het inzetten: extra vervoerskosten voor het op korte termijn inzetten van een snel inzetbare EU-capaciteit te land, ter zee of in de lucht in het gezamenlijke operatiegebied, overeenkomstig het kader van de snel inzetbare EU-capaciteit dat is opgenomen in het concept snelle militaire reactie van de EU en op basis van de handeling van het speciaal comité van 29 mei 2012 en de geldende vaste terugbetalingspercentages voor de inzet van EU-gevechtsgroepen (document 11806/12, goedgekeurd door de Raad op 4 oktober 2012), hetgeen ook van toepassing zal zijn op de ingezette strategische hulpmiddelen en modulen. Kosten voor het inzetten te land of ter zee van een snel inzetbare EU-capaciteit worden alleen als gemeenschappelijke kosten beschouwd voor zover dit qua kosteneffectiviteit de beste optie is en mits hierdoor de voorgeschreven termijnen voor het inzetten van de snel inzetbare EU-capaciteit kunnen worden gerespecteerd;

b)

lopende kosten: extra kosten voor diensten die essentieel zijn voor de directe ondersteuning van het inzetten van de snel inzetbare EU-capaciteit op toegangspunten via de lucht en/of via zee, logistieke gebieden en verzamelgebieden, voornamelijk (maar niet beperkt tot) beveiligde opslag van uitrusting en materieel, diensten en voorzieningen van niveau 1, slaapgelegenheid, sanitaire voorzieningen (was-, douche- en toiletruimten), kantines, afvalverwerking en algemene technische ondersteuning;

c)

pakket inzetparaatheid: extra kosten voor voedsel, water en brandstof voor maximaal tien dagen voor het inzetten van de snel inzetbare EU-capaciteit in haar geheel, zoals goedgekeurd in het OPLAN;

d)

vervoerskosten voor herschikking: extra kosten voor vervoer van het personeel in de snel inzetbare EU-capaciteit vanuit het inzetgebied te land, ter zee of in de lucht voor de herschikking. Alleen de qua kosteneffectiviteit beste vervoersoptie zal in aanmerking worden genomen als gemeenschappelijke kosten.”

;

6)

in bijlage IV, deel C:

a)

wordt punt a) vervangen door:

“a)

Kazernes, accommodatie/infrastructuur en kantoorruimte: uitgaven voor het aankopen, huren of opknappen van faciliteiten in het inzetgebied (gebouwen, schuilplaatsen, tenten), voor zover dit noodzakelijk is voor de troepenmacht die voor de operatie wordt ingezet.”

;

b)

wordt punt f) vervangen door:

“f)

Vervoerskosten voor herschikking: extra kosten voor het vervoer van uitrusting van de snel inzetbare EU-capaciteit, waaronder de EU-gevechtsgroep, de strategische hulpmiddelen en modulen daarvan, vanuit het inzetgebied te land, ter zee of in de lucht voor de herschikking. Alleen de qua kosteneffectiviteit beste vervoersoptie zal in aanmerking worden genomen als gemeenschappelijke kosten.”

;

c)

worden de volgende punten toegevoegd:

“i)

Essentiële aanvullende uitrusting, met name in verband met de veiligheid (zoals poorten, wachttorens, toegangswegen en omheiningen) en de basisrenovatie van de opleidingsfaciliteiten in het inzetgebied, die nodig zijn voor de troepenmachten die worden ingezet voor niet-uitvoerende militaire missies.

j)

Vervoer binnen het inzetgebied voor de troepen die zijn ingezet voor niet-uitvoerende militaire missies, waaronder voor de teams ter bescherming van de troepenmachten.”.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te Brussel, 5 november 2024.

Voor de Raad

De voorzitter

VARGA M.


(1)  Besluit (GBVB) 2021/509 van de Raad van 22 maart 2021 tot oprichting van een Europese Vredesfaciliteit, en tot intrekking van Besluit (GBVB) 2015/528 PB L 102 van 24.3.2021, blz. 14).


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/2846/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)