European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/2729

23.10.2024

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2024/2729 VAN DE COMMISSIE

van 22 oktober 2024

tot goedkeuring van een vrijstelling krachtens Verordening (EU) 2024/573 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het gebruik van gefluoreerde broeikasgassen in bepaalde milieusimulatieapparatuur, apparatuur voor sproei- of vriesdrogen in laboratoria en laboratoriumcentrifuges

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2024/573 van het Europees Parlement en de Raad van 7 februari 2024 betreffende gefluoreerde broeikasgassen, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 517/2014 (1), en met name artikel 11, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Punt 4 van bijlage IV bij Verordening (EU) 2024/573 verbiedt het in de handel brengen van autonoom opererende koelingapparatuur, met uitzondering van chillers, die gefluoreerde broeikasgassen met een GWP van 150 of meer bevat, met ingang van 1 januari 2025, behalve indien dat nodig is om aan veiligheidseisen op het bedrijfsterrein te voldoen.

(2)

Overeenkomstig artikel 11, lid 5, van Verordening (EU) 2024/573 heeft de Duitse bevoegde autoriteit op 29 mei 2024 bij de Commissie een verzoek ingediend tot goedkeuring van een vrijstelling op grond waarvan drie soorten apparatuur die gefluoreerde broeikasgassen als koelmiddel bevatten en die binnen het toepassingsgebied van punt 4 van bijlage IV bij Verordening (EU) 2024/573 vallen, in de Unie in de handel mogen worden gebracht, namelijk: i) milieusimulatieapparatuur voor gebruik bij temperaturen onder – 50 °C; ii) apparatuur voor sproei- of vriesdrogen in laboratoria, en iii) laboratoriumcentrifuges.

(3)

De in het vrijstellingsverzoek bedoelde soorten apparatuur zijn de volgende: i) milieusimulatieapparatuur bestaande uit een testkamer die wordt gebruikt om verschillende omgevingsomstandigheden te reproduceren, bv. tijdafhankelijke temperatuur en vochtigheid, voor toepassingen onder – 50 °C; ii) laboratoriumapparatuur voor het drogen van vloeibare monsters door sproei- of vriesdrogen, en iii) laboratoriumcentrifuges voor het scheiden van vloeistoffen met verschillende dichtheden of voor het scheiden van vloeistoffen van vaste stoffen in een snel roterende tank.

(4)

In het vrijstellingsverzoek staat dat er op de markt van de Unie momenteel geen apparatuur van de genoemde soorten bestaat die gefluoreerde broeikasgassen met een GWP van 150 of minder gebruikt. Om veiligheidsredenen is dergelijke apparatuur momenteel afhankelijk van niet-ontvlambare koelmiddelen (met een GWP van 150 of meer). De ontwikkeling en certificering van apparatuur die alternatieve stoffen kan gebruiken, vergen meer tijd, gezien de complexiteit van het product en de wijzigingen in het ontwerp die nodig zijn om te kunnen werken met koelmiddelen met een GWP van minder dan 150 en tegelijkertijd rekening te houden met veiligheidsproblemen. Om ervoor te zorgen dat alternatieven veilig worden gebruikt en om de kosten op een evenredig niveau te houden, is tijd nodig om de overschakeling op koelmiddelen met een GWP-waarde van minder dan 150 te vergemakkelijken. Bovendien zouden fabrikanten, indien zij hun productportfolio op zeer korte termijn moeten wijzigen, het risico lopen het in de handel brengen en de uitvoer van dergelijke essentiële apparatuur te moeten stopzetten. In het vrijstellingsverzoek wordt om de maximumtermijn die is toegestaan op grond van artikel 11, lid 5, van Verordening (EU) 2024/573 gevraagd vanwege de complexiteit van de overschakeling op alternatieve koelmiddelen voor dergelijke soorten apparatuur.

(5)

De Commissie heeft het door de Duitse bevoegde autoriteit ingediende verzoek beoordeeld en is van mening dat aan de voorwaarden van artikel 11, lid 5, punten a) en b), van Verordening (EU) 2024/573 is voldaan. De Commissie is ook van oordeel dat in dergelijke uitzonderlijke omstandigheden voldoende tijd moet worden gegeven om verstoring van de markt bij de levering van dergelijke essentiële apparatuur te voorkomen. De Commissie is van mening dat een extra periode van vier jaar in dit uitzonderlijke geval gerechtvaardigd zou zijn.

(6)

Aangezien het verbod op het in de Unie in de handel brengen van het in de vrijstelling bedoelde type apparatuur met ingang van 1 januari 2025 van toepassing is, moet deze verordening vanwege tijdsdruk in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 34, lid 1, van Verordening (EU) 2024/573 opgerichte comité voor gefluoreerde broeikasgassen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In afwijking van punt 4 van bijlage IV bij Verordening (EU) 2024/573 is het in de handel brengen van de volgende apparatuur die gefluoreerde broeikasgassen met een GWP van 150 of meer bevat, van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2028 toegestaan, mits zij overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2024/573 is geëtiketteerd:

a)

milieusimulatieapparatuur bestaande uit een testkamer die wordt gebruikt om verschillende omgevingsomstandigheden te reproduceren, bv. tijdafhankelijke temperatuur en vochtigheid, voor toepassingen onder – 50 °C;

b)

laboratoriumapparatuur voor het drogen van vloeibare monsters door sproei- of vriesdrogen;

c)

laboratoriumcentrifuges voor het scheiden van vloeistoffen met verschillende dichtheden of voor het scheiden van vloeistoffen van vaste stoffen in een snel roterende tank.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 oktober 2024.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L, 2024/573, 20.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/573/oj.


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/2729/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)