|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2024/2586 |
1.10.2024 |
BESLUIT (EU) 2024/2586 VAN DE RAAD
van 23 september 2024
betreffende het namens de Europese Unie tijdens de 16e Algemene Vergadering van de Intergouvernementele Organisatie voor het internationale spoorwegvervoer (OTIF) in te nemen standpunt
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Unie is toegetreden tot het Verdrag van 9 mei 1980 betreffende het internationale spoorwegvervoer, zoals gewijzigd bij het Protocol van Vilnius van 3 juni 1999 (Convention relative aux transports internationaux ferroviaires — het “Cotif”), op grond van Besluit 2013/103/EU van de Raad (1) en de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Intergouvernementele Organisatie voor het internationale spoorwegvervoer (Organisation intergouvernementale pour les transports internationaux ferroviaires — OTIF) tot toetreding van de Europese Unie tot het Verdrag (de “overeenkomst tot toetreding tot het verdrag”). |
|
(2) |
De Algemene Vergadering van de OTIF (de “Algemene Vergadering”) is opgericht overeenkomstig artikel 13, § 1, punt a), van het Cotif. Op grond van artikel 14, § 2, van het Cotif stelt de Algemene Vergadering onder meer haar reglement van orde vast, kiest zij de secretaris-generaal, besluit zij zo nodig over de tijdelijke instelling van andere commissies voor specifieke taken, en neemt zij besluiten over voorstellen tot wijziging van het Cotif. |
|
(3) |
De Unie neemt deel aan de Algemene Vergadering overeenkomstig het Cotif, het reglement van orde van de Algemene Vergadering en de overeenkomst tot toetreding tot het verdrag. |
|
(4) |
Tijdens haar 16e zitting, die van 25 tot en met 26 september 2024 moet plaatsvinden, zal de Algemene Vergadering naar verwachting een aantal besluiten nemen. Het is passend het standpunt te bepalen dat daarover namens de Unie moet worden ingenomen, aangezien die besluiten gevolgen zullen hebben voor de werking van de OTIF en voor de ontwikkeling van de strategie van de organisatie, of zullen leiden tot de vaststelling van handelingen die uit hoofde van het internationaal recht bindend zijn en een beslissende invloed kunnen hebben op de inhoud van de Uniewetgeving, en dus een “handeling met rechtsgevolgen” in de zin van artikel 218, lid 9, VWEU zullen vormen. |
|
(5) |
Met name zal de 16e zitting van de Algemene Vergadering onder agendapunt 5 naar verwachting een besluit nemen over de aanvraag van de Volksrepubliek China (“China”) om geassocieerd lid van de OTIF te worden. Overeenkomstig artikel 37, § § 2 tot en met 5, van het Cotif heeft de Commissie namens de Unie bezwaar gemaakt tegen dat verzoek, waarbij het aantal stemmen gelijk is aan dat van haar leden die ook lidstaten van de OTIF zijn. Daarom zal de toetredingsaanvraag van China, zoals aangekondigd door de secretaris-generaal van de OTIF in zijn voorstel van 28 augustus 2024, overeenkomstig artikel 37, § 4, van het Cotif, ter besluitvorming worden voorgelegd aan de 16e Algemene Vergadering. In antwoord op een bezwaar dat de Commissie namens de Unie en haar lidstaten die lidstaten zijn van de OTIF heeft ingediend, heeft de afdeling externe betrekkingen van de Nationale Spoorwegautoriteit van China op 19 augustus 2024 een aanvullende toelichting en motivering gegeven bij haar aanvraag om geassocieerd lid van de OTIF te worden. De Unie heeft echter nog meer informatie nodig om haar standpunt te kunnen formuleren. De Unie zou tijdens de 16e Algemene Vergadering van de OTIF dan ook het standpunt moeten innemen dat het besluit over de aanvraag van China om als geassocieerd lid tot de OTIF toe te treden, moet worden uitgesteld tot een volgende zitting van de Algemene Vergadering van de OTIF en dat de secretaris-generaal van de OTIF de opdracht moet krijgen overleg met belanghebbenden te organiseren over de aanvraag van China. |
|
(6) |
De vaststelling van de langetermijnstrategie voor de OTIF, opgenomen onder agendapunt 7, kan van invloed zijn op het beleid en de inhoudelijke werkzaamheden van de OTIF en op de besluitvorming binnen de OTIF. De voorgestelde herziene langetermijnstrategie, zoals voorgelegd aan de Algemene Vergadering, is besproken en goedgekeurd tijdens de desbetreffende vergaderingen van de ad-hoccommissie juridische zaken en internationale samenwerking (de “ad-hoccommissie”), in overeenstemming met de standpunten van de Unie over die aangelegenheden. Daarom moet het standpunt van de Unie erin bestaan de vaststelling van die herziene langetermijnstrategie te steunen. |
|
(7) |
Onder agendapunt 13 wordt de Algemene Vergadering verzocht de richtsnoeren voor de toepassing van procedures tot wijziging van het Cotif te bekrachtigen, aan te bevelen dat die worden gevolgd wanneer er wijzigingen worden aangebracht aan het Cotif die onder de bevoegdheid van de Algemene Vergadering vallen, en de ad-hoccommissie te gelasten om de toepassing van de richtsnoeren te monitoren en te beoordelen, en die indien nodig te herzien. Hoewel die richtsnoeren op zichzelf niet bindend zijn, kunnen ze een beslissende invloed hebben op de procedures voor de wijziging van het Cotif. De richtsnoeren, zoals voorgelegd aan de Algemene Vergadering, zijn besproken en goedgekeurd tijdens de desbetreffende vergaderingen van de ad-hoccommissie, in overeenstemming met de standpunten van de Unie over die aangelegenheden. Daarom moet het standpunt van de Unie erin bestaan die richtsnoeren te bekrachtigen. |
|
(8) |
Onder agendapunt 13 wordt de Algemene Vergadering verzocht om goedkeuring van de fundamentele regelgevingsbeginselen, die zijn uiteengezet in het verslag van de ad-hoccommissie en een weerspiegeling vormen van het standpunt van de Unie zoals opgenomen in Besluit (EU) 2023/2582 van de Raad (2), waardoor de ad-hoccommissie en de herzieningscommissie zich moeten laten leiden bij het aanbrengen van wijzigingen aan het Cotif en aan de overeenkomstige opmerkingen in de toelichting bij het Cotif, teneinde de lidstaten van de OTIF te verplichten de fysieke en functionele integriteit van de spoorweginfrastructuur van andere lidstaten van de OTIF te respecteren (niet te ondermijnen), alsook inhoudelijke en procedurele bepalingen inzake sancties, teneinde te garanderen dat de verplichtingen uit hoofde van het Cotif die van essentieel belang zijn om de doelstelling van de OTIF te verwezenlijken, worden nageleefd. Die fundamentele regelgevingsbeginselen hebben betrekking op de organisatie en de werking van de organisatie, waarbij de Unie verdragsluitende partij is, en kunnen leiden tot de uitwerking van voorstellen tot wijziging van het Cotif; die actuele kwestie betreft de volledige omvang van de activiteiten van de OTIF, met inbegrip van domeinen waarvoor de Unie exclusief bevoegd is ten aanzien van de lidstaten van de Unie. De desbetreffende voorstellen tot wijziging van het Cotif zullen bindend zijn uit hoofde van het internationaal recht en kunnen een beslissende invloed hebben op zowel de inhoud van de Uniewetgeving als de interpretatie en toepassing van het Cotif. De fundamentele regelgevingsbeginselen, zoals voorgelegd aan de Algemene Vergadering, zijn besproken en goedgekeurd tijdens de desbetreffende vergaderingen van de ad-hoccommissie, in overeenstemming met de standpunten van de Unie over die aangelegenheden. Het standpunt van de Unie moet derhalve erin bestaan die fundamentele regelgevingsbeginselen goed te keuren. |
|
(9) |
Onder agendapunt 13 wordt de Algemene Vergadering verzocht de aanbeveling inzake het gebruik van elektronische handtekeningen in de officiële communicatie tussen de OTIF en haar leden te bekrachtigen. Zoals gespecificeerd in het standpunt van de Unie op grond van Besluit (EU) 2023/2582, vereist de ontwikkeling van elektronische communicatie bepaalde administratieve actualiseringen om het veilige en betrouwbare gebruik van elektronische handtekeningen in de officiële communicatie tussen de OTIF en haar leden te waarborgen. Het is belangrijk steun te verlenen aan de opstelling van een aanbeveling in dat verband, waarin rekening wordt gehouden met het uiteenlopende ervaringsniveau van de OTIF-leden en de regels die in dat verband op het niveau van de Unie zijn vastgesteld, met name Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad (3). Hoewel die aanbeveling op zich niet bindend is, zal zij gevolgen hebben voor de “richtsnoeren inzake verdragshandelingen in het kader van het Cotif” en voor de toelichtingen bij het “reglement van orde van de Algemene Vergadering”, de “regeling voor de verkiezing en de arbeidsvoorwaarden van de secretaris-generaal” en het “besluit inzake permanente vertegenwoordigers”, die allemaal dienovereenkomstig moeten worden gewijzigd. Die aanbeveling kan dus een beslissende invloed hebben op de procedures voor de wijziging van het Cotif. De voorstellen voor een besluit, zoals voorgelegd aan de Algemene Vergadering, zijn besproken en goedgekeurd tijdens de desbetreffende vergaderingen van de ad-hoccommissie, in overeenstemming met de standpunten van de Unie over die aangelegenheden. Daarom moet het standpunt van de Unie erin bestaan die aanbeveling te bekrachtigen. |
|
(10) |
Onder agendapunt 13 wordt de Algemene Vergadering verzocht het besluit over de symbolen, de naam en de afkorting van de Organisatie voor het internationale spoorwegvervoer en het besluit over auteursrechten en open toegang vast te stellen, alsook voor elk besluit de bijbehorende toelichting goed te keuren. Zoals gespecificeerd in het standpunt van de Unie op grond van Besluit (EU) 2023/2582 moet een beleid worden ontwikkeld om het hergebruik van informatie en documenten die eigendom zijn van de OTIF te vergemakkelijken, overeenkomstig de regels van Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad (4) en Besluit 2011/833/EU van de Commissie (5). De beoogde handelingen op dat gebied kunnen derhalve een beslissende invloed hebben op de inhoud van de Uniewetgeving. De voorstellen voor een besluit, zoals voorgelegd aan de Algemene Vergadering, zijn besproken en goedgekeurd tijdens de desbetreffende vergaderingen van de ad-hoccommissie, in overeenstemming met de standpunten van de Unie over die aangelegenheden. Daarom moet het standpunt van de Unie erin bestaan die besluiten vast te stellen en de bijbehorende toelichtingen goed te keuren. |
|
(11) |
Onder de agendapunten 14 en 15 hebben de beoogde besluiten van de Algemene Vergadering betrekking op de vaststelling van herziene versies respectievelijk van haar reglement van orde en van de regeling voor de verkiezing en de arbeidsvoorwaarden van de secretaris-generaal, alsook op de goedkeuring van de toelichtingen bij die handelingen, die allemaal zijn aangepast overeenkomstig de nieuwe richtsnoeren voor genderneutraal taalgebruik. In de respectieve toelichtingen wordt ook het voorstel opgenomen dat de ad-hoccommissie heeft gedaan in de aanbeveling inzake het gebruik van elektronische handtekeningen in de officiële communicatie tussen de OTIF en haar leden. De regeling van de Algemene Vergadering voor de verkiezing en de arbeidsvoorwaarden van de secretaris-generaal is een juridisch bindende handeling in het kader van het Cotif, waarbij de toelichtingen een beslissende invloed kunnen hebben op de interpretatie en toepassing van het Cotif. De herziene versies van het reglement van orde van de Algemene Vergadering en het reglement betreffende de verkiezing en de arbeidsvoorwaarden van de secretaris-generaal, en de bijbehorende toelichtingen, zijn besproken en goedgekeurd in de desbetreffende zittingen van de ad-hoccommissie, in overeenstemming met de standpunten van de Unie over die aangelegenheden. De Unie moet daarom de vaststelling van die wijzigingen steunen. |
|
(12) |
De voorgestelde besluiten zijn in overeenstemming met het recht en de strategische doelstellingen van de Unie en moeten derhalve door de Unie worden gesteund. |
|
(13) |
Overeenkomstig bijlage III bij Besluit 2013/103/EU strekt de voorbereiding van OTIF-vergaderingen zich uit tot de coördinatie ter plaatse. Kleine wijzigingen van dat standpunt van de Unie kunnen daarom tijdens de coördinatie ter plaatse worden vastgesteld zonder nader besluit van de Raad, met name om te kunnen reageren op voorstellen en ontwikkelingen die ten tijde van dit besluit nog niet in overweging zijn genomen, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens de 16e zitting van de Algemene Vergadering van de Intergouvernementele Organisatie voor het internationale spoorwegvervoer (OTIF), is uiteengezet in de bijlage.
2. Kleine wijzigingen van het in de bijlage uiteengezette standpunt kunnen door de vertegenwoordigers van de Unie in de Algemene Vergadering worden goedgekeurd zonder verder besluit van de Raad.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel, 23 september 2024.
Voor de Raad
De voorzitter
FELDMAN Z.
(1) Besluit 2013/103/EU van de Raad van 16 juni 2011 betreffende de ondertekening en sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Intergouvernementele Organisatie voor het internationale spoorwegvervoer tot toetreding van de Europese Unie tot het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (Cotif) van 9 mei 1980, zoals gewijzigd bij het Protocol van Vilnius van 3 juni 1999 (PB L 51 van 23.2.2013, blz. 1).
(2) Besluit (EU) 2023/2582 van de Raad van 8 november 2023 betreffende het namens de Europese Unie tijdens de 5e vergadering van de ad-hoccommissie juridische zaken en internationale samenwerking van de OTIF in te nemen standpunt (PB L, 2023/2582, 16.11.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2023/2582/oj).
(3) Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73).
(4) Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie (PB L 172 van 26.6.2019, blz. 56).
(5) Besluit 2011/833/EU van de Commissie van 12 december 2011 betreffende het hergebruik van documenten van de Commissie (PB L 330 van 14.12.2011, blz. 39).
BIJLAGE
1. INLEIDING
De 16e zitting van de Algemene Vergadering van de Intergouvernementele Organisatie voor het internationale spoorwegvervoer (OTIF) vindt plaats op 25 en 26 september 2024. De vergaderdocumenten zijn beschikbaar op de website van de OTIF (gebruikersnaam en paswoord invullen): https://extranet.otif.org/en/?page_id=256.
2. STANDPUNT VAN DE UNIE OVER BEPAALDE AGENDAPUNTEN
Agendapunt 5 — Stand van zaken van het lidmaatschap van het Cotif en de OTIF
|
Document(en): |
SG-24055-AG16/5 |
||||
|
Uitoefening van stemrechten: |
Unie |
||||
|
Standpunt: |
Met betrekking tot het verzoek van China om geassocieerd lid van de OTIF te worden:
|
||||
|
Opmerkingen: |
Overeenkomstig artikel 37, § § 2 tot en met 5, van het Cotif heeft de Europese Commissie vóór de uiterste datum van 26 juli 2024 namens de Unie bezwaar gemaakt tegen het verzoek van China om geassocieerd lid van de OTIF te worden, waarbij het aantal stemmen gelijk is aan dat van haar leden die ook lidstaten van de OTIF zijn. Op 28 augustus 2024 heeft de secretaris-generaal van de OTIF overeenkomstig artikel 37, § 4, van het Cotif een voorstel betreffende het verzoek van China om als geassocieerd lid toe te treden aan de Algemene Vergadering voorgelegd voor besluit. |
Agendapunt 7 — Langetermijnstrategie van de OTIF
|
Document(en): |
SG-24024-AG 16/7 |
|
Uitoefening van stemrechten: |
Unie |
|
Standpunt: |
De steun herhalen voor het initiatief van de secretaris-generaal om een langetermijnstrategie voor de OTIF te ontwikkelen, en steun verlenen aan de goedkeuring van de langetermijnstrategie zoals die door de secretaris-generaal is ingediend in document SG-24024-AG 16/7. |
|
Opmerkingen: |
De herziene langetermijnstrategie voor de OTIF die aan de 16e Algemene Vergadering is voorgelegd, komt op passende wijze tegemoet aan de opmerkingen die door de Europese Unie zijn gemaakt tijdens de 6e zitting van de ad-hoccommissie juridische zaken en internationale samenwerking van de OTIF (Wenen, 16-18 april 2024). |
Agendapunt 13 — Verslag van de ad-hoccommissie juridische zaken en internationale samenwerking
|
Document(en): |
SG-24028-AG 16/13 — Beperkte verspreiding |
||||||||||
|
Uitoefening van stemrechten: |
Lidstaten |
||||||||||
|
Standpunt: |
Steun verlenen voor de goedkeuring van de volgende voorstellen voor een besluit in de bijlage bij document SG-24029-AG 16/13:
|
||||||||||
|
Opmerkingen: |
De bovengenoemde voorstellen die voor besluit aan de 16e Algemene Vergadering zijn voorgelegd, zoals uiteengezet in het verslag van de ad-hoccommissie en als bijlage bij document SG-24029-AG 16/13 gevoegd, zijn besproken, gewijzigd en overeengekomen tijdens de desbetreffende zittingen van de ad-hoccommissie, in overeenstemming met de standpunten van de Unie die bij die gelegenheden zijn vastgesteld. |
Agendapunt 14 — Wijziging van het reglement van orde van de Algemene Vergadering en bijbehorende toelichting
|
Document(en): |
SG-24029-AG 16/14 |
||||
|
Uitoefening van stemrechten: |
Lidstaten |
||||
|
Standpunt: |
Steun verlenen voor de vaststelling van de voorstellen voor een besluit in de bijlage bij document SG-24029-AG 16/14, namelijk:
|
||||
|
Opmerkingen: |
De herziene versies van het reglement van orde van de Algemene Vergadering en de toelichting op het reglement van orde van de algemene vergadering (artikelen 4 tot en met 7, 10 en 22) zijn aangepast overeenkomstig de richtsnoeren voor genderneutraal taalgebruik. Hierin moeten de voorstellen worden opgenomen die de ad-hoccommissie heeft gedaan in de aanbeveling inzake het gebruik van elektronische handtekeningen in de officiële communicatie tussen de OTIF en haar leden. De voorstellen bevatten ook enkele zuiver redactionele correcties. De voorstellen die voor besluit aan de 16e Algemene Vergadering zijn voorgelegd, zijn besproken, gewijzigd en overeengekomen tijdens de desbetreffende zittingen van de ad-hoccommissie, in overeenstemming met de standpunten van de Unie die bij die gelegenheden zijn vastgesteld. |
Agendapunt 15 — Herziening van regels inzake de verkiezing en de arbeidsvoorwaarden van de secretaris-generaal
|
Document(en): |
SG-24032-AG 16/15 |
||||
|
Uitoefening van stemrechten: |
Lidstaten |
||||
|
Standpunt: |
Steun verlenen voor de vaststelling van de voorstellen voor een besluit in de bijlage bij document SG-24029-AG 16/15, namelijk:
|
||||
|
Opmerkingen: |
De herziene versies van de regeling voor de verkiezing en de arbeidsvoorwaarden van de secretaris-generaal en de toelichting bij de regeling voor de verkiezing en de arbeidsvoorwaarden van de secretaris-generaal zijn aangepast overeenkomstig de richtsnoeren voor genderneutraal taalgebruik. Hierin moeten de voorstellen worden opgenomen die de ad-hoccommissie heeft gedaan in de aanbeveling inzake het gebruik van elektronische handtekeningen in de officiële communicatie tussen de OTIF en haar leden. De voorstellen bevatten ook enkele zuiver redactionele correcties. De voorstellen die voor besluit aan de 16e Algemene Vergadering zijn voorgelegd, zijn besproken, gewijzigd en overeengekomen tijdens de desbetreffende zittingen van de ad-hoccommissie, in overeenstemming met de standpunten van de Unie die bij die gelegenheden zijn vastgesteld. |
Agendapunt 20 — Vaststelling van besluiten, mandaten, aanbevelingen en andere documenten van de Algemene Vergadering (definitief document)
|
Document(en): |
Geen |
|
Uitoefening van stemrechten: |
Lidstaten |
|
Standpunt: |
Zoals gespecificeerd onder de desbetreffende agendapunten. |
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/2586/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)