European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/2500

24.9.2024

BESLUIT (GBVB) 2024/2500 VAN DE RAAD

van 23 september 2024

ter ondersteuning van de bestrijding van de illegale handel in en de verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens in de lidstaten van de Liga van Arabische Staten — Fase III

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, lid 1, en artikel 31, lid 1,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In de EU-strategie 2018 tegen illegale vuurwapens, handvuurwapens en lichte wapens (small arms and light weapons — SALW) en munitie daarvoor, getiteld: “Wapens beveiligen, burgers beschermen” (de “EU-SALW-strategie”), wordt verklaard dat de Unie bijzondere aandacht besteedt aan regionale samenwerking als een efficiënt middel voor handvuurwapenbeheersing.

(2)

In de strategie wordt erop gewezen dat de Unie steun zal blijven verlenen voor samenwerking en bijstand bij de uitvoering van het actieprogramma van de Verenigde Naties (VN) ter voorkoming, bestrijding en uitroeiing van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten (het “VN-actieprogramma”).

(3)

In het slotdocument van de vierde Toetsingsconferentie van de VN over de uitvoering van het VN-actieprogramma in juni 2024 hebben de VN-lidstaten zich ertoe verbonden de partnerschappen en samenwerking op alle niveaus te versterken bij het voorkomen en bestrijden van de illegale handel in SALW.

(4)

In de VN-Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van 2015 wordt verklaard dat de bestrijding van de illegale handel in SALW noodzakelijk is voor de verwezenlijking van tal van doelstellingen, waaronder die met betrekking tot vrede, rechtvaardigheid en sterke instituties. In zijn Ontwapeningsagenda van 2018 met als titel “Securing our Common Future” pleit de VN-secretaris-generaal voor een inclusieve, integrale en participatieve aanpak van handvuurwapenbeheersing op landelijk niveau, en in bepaalde omstandigheden, op subregionaal niveau.

(5)

De Liga van Arabische Staten (LAS) is een regionale organisatie die alle Arabische landen verenigt, met als doel de samenwerking tussen de leden te bevorderen en versterken.

(6)

In 2016 hebben de Unie en de LAS een strategische dialoog EU-LAS opgezet en een aantal werkgroepen opgericht, waaronder de Groep massavernietigingswapens, handvuurwapens en lichte wapens en wapenbeheersing, in het kader waarvan prioritaire gebieden voor mogelijke concrete samenwerking zijn vastgesteld.

(7)

De verklaring van de top tussen de EU en de LAS in Sharm El-Sheikh van 2019 bevatte de toezegging om gezamenlijk op te treden tegen illegale wapenhandel.

(8)

Bij Besluiten (GBVB) 2018/1789 (1) (GBVB) 2021/1726 (2) van de Raad is steun verleend aan fase I en fase II van een project ter ondersteuning van de bestrijding van de illegale handel in en de verspreiding van SALW in de LAS-lidstaten. De Unie wil nu steun blijven verlenen aan fase III van het project.

(9)

De steun van de Unie voor het project zal een weerspiegeling zijn van het algemene Uniebeleid met betrekking tot de LAS en haar lidstaten,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Teneinde de lidstaten van de Liga van Arabische Staten (LAS) te ondersteunen bij de nationale uitvoering van het actieprogramma van de Verenigde Naties ter voorkoming, bestrijding en uitroeiing van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten (het “VN-actieprogramma”) en het internationaal traceringsinstrument (ITI), moet fase III van het project dat is ingeleid bij de Besluiten (GBVB) 2018/1789 en (GBVB) 2021/1726, de LAS-lidstaten in staat stellen de doeltreffendheid van hun nationale kaders voor de beheersing en bestrijding van handvuurwapens duurzaam te versterken, in overeenstemming met de praktijken en normen van het VN-actieprogramma, het ITI en het mondiaal kader voor munitie (Global Framework for Ammunition, GFA), en rekening houdend met hun prioriteiten en behoeften.

2.   Het project streeft met name de volgende doelstellingen na ter bestrijding van de dreiging van de verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens (SALW) in de LAS-regio:

het versterken van de capaciteit van de douane en andere grensinstanties om illegale vuurwapenhandel in de LAS-regio op te sporen, te verbieden en daarover verslag uit te brengen;

het versterken van de capaciteit van rechtshandhavingsinstanties om doeltreffend onderzoek te doen en samen te werken op het gebied van de illegale verspreiding van en handel in vuurwapens in de LAS-regio, en

het versterken van de capaciteit van militaire en veiligheidsinstanties om veilige en beveiligde systemen voor het voorraadbeheer voor SALW en munitie in de LAS-regio te ontwerpen en uit te voeren.

3.   Ter verwezenlijking van de in de leden 1 en 2 bedoelde doelstellingen steunt de Unie door middel van dit besluit acties op onder meer de volgende prioritaire gebieden:

Gebied 1: controle op de internationale overdracht van SALW, waaronder risicobeoordeling en het voorkomen dat SALW in handen komen van onbevoegde ontvangers.

Gebied 2: het in kaart brengen en verstoren van de bronnen van illegale handvuurwapens, waaronder capaciteitsopbouw voor rechtshandhavingsdiensten, controle van de land-, lucht- en zeegrenzen, het markeren, registreren en traceren van SALW, technieken voor onderzoek en tracering van wapens en het gebruik van ballistische informatie en het blootleggen of verstoren van smokkelroutes en -methoden.

Gebied 3: andere maatregelen in verband met handvuurwapens, waaronder beheer en beveiliging van voorraden.

Gebied 4: het verstrekken van informatie over SALW en verscherpte controle op SALW, zoals evaluatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de LAS-lidstaten en advies over mogelijke herzieningen, alsook vertaling van relevant onderzoek en relevante studies in het Arabisch.

4.   Een gedetailleerde beschrijving van het in de leden 1, 2 en 3 bedoelde project staat in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

1.   De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) is belast met de uitvoering van dit besluit.

2.   De technische uitvoering van het in artikel 1 bedoelde project berust bij het Small Arms Survey (SAS), vertegenwoordigd door het Graduate Institute of International and Development Studies met bijstand van Internationale Organisatie van Criminele Politie (Interpol) en de Werelddouaneorganisatie (WDO), en in nauwe samenwerking met het LAS-secretariaat.

3.   Het SAS, bijgestaan door Interpol en de WDO, voert zijn taken uit onder de verantwoordelijkheid van de hoge vertegenwoordiger. De hoge vertegenwoordiger treft hiertoe de nodige regelingen met het SAS.

Artikel 3

1.   Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van het in artikel 1 bedoelde, door de Unie gefinancierde project bedraagt 3 999 776,72 EUR.

2.   Voor het beheer van de uitgaven die worden gefinancierd uit het in lid 1 genoemde referentiebedrag gelden de procedures en voorschriften die van toepassing zijn op de begroting van de Unie.

3.   De Commissie houdt toezicht op het correcte beheer van de in lid 2 bedoelde uitgaven. Hiertoe sluit zij de nodige overeenkomst met het SAS. In de overeenkomst wordt bepaald dat het SAS er zorg voor moet dragen dat de bijdrage van de Unie zichtbaar is in een mate die overeenstemt met de omvang ervan.

Artikel 4

1.   De hoge vertegenwoordiger brengt verslag uit aan de Raad over de uitvoering van dit besluit, op basis van halfjaarlijkse verslagen die door het SAS worden opgesteld.

2.   De Commissie brengt verslag uit over de financiële aspecten van het in artikel 1 bedoelde project.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Dit besluit verstrijkt 36 maanden na de datum van sluiting van de in artikel 3, lid 3, bedoelde overeenkomst. Het verstrijkt echter zes maanden na de datum van zijn inwerkingtreding indien binnen die termijn geen overeenkomst is gesloten.

Gedaan te Brussel, 23 september 2024.

Voor de Raad

De voorzitter

Z. FELDMAN


(1)  Besluit (GBVB) 2018/1789 van de Raad van 19 november 2018 ter ondersteuning van de bestrijding van de illegale handel in en de verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens in de lidstaten van de Liga van Arabische Staten (PB L 293 van 20.11.2018, blz. 24).

(2)  Besluit (GBVB) 2021/1726 van de Raad van 28 september 2021 ter ondersteuning van de bestrijding van de illegale handel in en de verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens in de lidstaten van de Liga van Arabische Staten — Fase II (PB L 344 van 29.9.2021, blz. 7).


BIJLAGE

PROJECTDOCUMENT

Bestrijding van de illegale handel in en de verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens in de lidstaten van de Liga van Arabische Staten

Projectbeschrijving fase III (2024-2027)

1.   Achtergrond en motivering van de GBVB-steun

De derde fase van het project van de Europese Unie (EU) en de Liga van Arabische Staten (LAS) bouwt voort op eerdere inspanningen van de LAS en de EU, waaronder die uit de eerste (2019-2021) en tweede (2021-2024) fase, om de LAS-lidstaten bij te staan bij het beperken van de risico’s die voortvloeien uit de handel in en het gebruik van illegale handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor in de Arabische regio.

Het project vloeit voort uit de werkzaamheden van de Groep massavernietigingswapens, handvuurwapens en lichte wapens en wapenbeheersing in het kader van de strategische dialoog EU-LAS, die aan het begin van het initiatief prioritaire gebieden heeft vastgesteld voor mogelijke concrete samenwerking (zie punt 2.1).

Fase I van het EU-LAS-project was van essentieel belang voor de opbouw van het vertrouwen tussen de LAS-lidstaten en de drie uitvoerende partners: het Small Arms Survey (SAS), de Internationale Organisatie van Criminele Politie (Interpol) en de Werelddouaneorganisatie (WDO). De drie organisaties hebben basisopleidingen verzorgd voor acht Arabische landen. Zij hebben de uitwisseling van beste praktijken en geleerde lessen met betrekking tot de bestrijding van de verspreiding van illegale handvuurwapens bevorderd door middel van een reeks regionale en subregionale bijeenkomsten.

Fase II was gericht op het verstrekken van technische opleidingen op nationaal en regionaal niveau over de volgende onderwerpen:

voorraadbeheer;

de opsporing en identificatie van illegale handvuurwapens en lichte wapens, met inbegrip van munitie en onderdelen;

vuurwapenonderzoek; en

het gebruik van bestaande kennisbeheersystemen voor douane- en rechtshandhavingsfunctionarissen.

Tijdens deze fase was de betrokkenheid van de LAS-lidstaten bij het project bijzonder groot: 18 landen hebben verzocht om nationale opleidingen te krijgen en hebben deelgenomen aan het regionale opleidingsprogramma dat tussen januari en mei 2024 plaatsvond. In het kader van de nationale opleidingen kregen de deelnemende functionarissen basiskennis en deskundigheid aangeboden op het gebied van de beheersing van handvuurwapens. De regionale opleiding was diepgaander van aard en was erop gericht de deelnemers in staat te stellen de verworven kennis en deskundigheid te delen met andere Arabische regeringsfunctionarissen. Voor Interpol en de WDO boden de diepgaande opleidingssessies tevens de gelegenheid om een onderdeel met opleiding van opleiders op te starten om duurzame capaciteit op te bouwen voor de beheersing van handvuurwapens in de deelnemende LAS-lidstaten. Twee gezamenlijke operaties, uitgevoerd door de deelnemende LAS-landen en gefaciliteerd door Interpol en de WDO, stelden landen in staat de nieuw verworven kennis in de praktijk te brengen. Er werden drie thematische webinars en twee regionale workshops gehouden die het LAS-secretariaat, de lidstaten en de drie uitvoerende partners ruimschoots de gelegenheid hebben geboden beleidsdiscussies aan te gaan en ervaringen en geleerde lessen uit te wisselen.

Tijdens de derde fase van het initiatief zullen de in de vorige fasen geleverde inspanningen op het gebied van capaciteitsopbouw worden geconsolideerd en versterkt. Het belangrijkste doel is de fundamenten te versterken met het oog op doeltreffende duurzaamheid op lange termijn. Met name zal het project geïnteresseerde landen de kans blijven bieden om te zorgen voor meer concrete nationale betrokkenheid door middel van op maat gesneden, diepgaande opleidingen en andere steun voor capaciteitsopbouw, verleend door de drie uitvoerende partners. Deze betrokkenheid zal het SAS, Interpol en de WDO in staat stellen het potentieel voor samenwerking op langere termijn met geïnteresseerde lidstaten te beoordelen. Tegelijkertijd zal het project opleidingssessies op basisniveau blijven aanbieden, met name aan landen die deze opleidingen niet hebben gekregen in de eerste twee fasen van het project. In de mate van het mogelijke zullen hier nationale opleiders bij worden betrokken wier capaciteiten in fase II zijn ontwikkeld.

Het terugdringen en uitbannen van illegale handvuurwapens in de Arabische regio blijft van cruciaal belang om alle vormen van geweld in te perken en duurzame ontwikkeling en welvaart te bevorderen, in overeenstemming met de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (Sustainable Development Goals, SDG’s) van de Verenigde Naties (VN) – zowel in de Arabische regio als in naburige regio’s, Europa inbegrepen. Meer specifiek is het project gericht op het versterken van de capaciteit van de LAS-lidstaten om uitvoering te geven aan het VN-actieprogramma ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten (het “VN-actieprogramma”) en aan het internationaal traceringsinstrument (ITI), aan de hand van de door deze landen vastgestelde prioriteiten en behoeften. Het zal de LAS-lidstaten ook bewuster maken van het onlangs aangenomen mondiaal kader voor het beheer van conventionele munitie gedurende de gehele levenscyclus (GFA).

Dit project zal rechtstreeks bijdragen tot de VN-agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling (1) en aan de verwezenlijking van de daarin vervatte SDG’s. Het project zal zorgen voor inzichten en expertise die de LAS-landen kunnen helpen gewapend geweld terug te dringen, de vrede te bevorderen en inclusieve samenlevingen op te bouwen, onder meer om “alle vormen van geweld en de daaraan gekoppelde sterftecijfers wereldwijd aanzienlijk terug te schroeven” (doelstelling 16.1), “de illegale wapenstromen drastisch te beperken” (doelstelling 16.4) en, in voorkomend geval, “alle vormen van geweld tegen alle vrouwen en meisjes uit te bannen” (doelstelling 5.2). (2) Dit project geeft ook een concrete invulling aan de toezegging in de verklaring van de top tussen de EU en de LAS in Sharm El-Sheikh van 2019 (3) om gezamenlijk op te treden tegen illegale wapenhandel.

2.   Visie, doelstellingen en duurzaamheid van het project op lange termijn

In fase III zal het project dezelfde langetermijndoelstellingen nastreven als tijdens de vorige fasen, om de LAS-lidstaten in staat te stellen de doeltreffendheid van hun nationale kaders voor de beheersing en bestrijding van handvuurwapens duurzaam te versterken, in overeenstemming met de praktijken en normen van het VN-actieprogramma, ITI en GFA, en rekening houdend met hun prioriteiten en behoeften. Dit moet gebeuren door een combinatie van beleid en praktijk, van gegevens, empirisch onderbouwde kennis, toonaangevende middelen en instrumenten, deskundig advies en opleidingen op maat, en door praktijkmensen en beleidsmakers in de LAS-regio bijeen te brengen.

Door samen te werken met belangrijke instanties en partners die de dreiging van de verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens in de LAS-regio moeten beteugelen, kan het project een drieledige doelstelling bereiken:

1.

het versterken van de capaciteit van de douane en andere grensinstanties om illegale vuurwapenhandel in de LAS-regio op te sporen, te onderscheppen en daarover verslag uit te brengen;

2.

het versterken van de capaciteit van rechtshandhavingsinstanties om doeltreffend onderzoek te doen en samen te werken op het gebied van de illegale verspreiding van en handel in vuurwapens in de LAS-regio, en

3.

het versterken van de capaciteit van militaire en veiligheidsinstanties om veilige en beveiligde systemen voor het voorraadbeheer voor handvuurwapens, lichte wapens en munitie in de LAS-regio te ontwerpen en uit te voeren.

2.1   Gebieden waarop het project concrete steun kan bieden, zoals aangegeven door de LAS-landen

Fase III van het EU-LAS-project, gericht op de bestrijding van de illegale handel in en de verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens in de LAS-lidstaten (2024-2027), is bedoeld om tegemoet te komen aan de behoeften die de LAS-lidstaten vanaf het begin hebben geformuleerd, en blijven formuleren, met betrekking tot vier prioritaire gebieden:

Gebied 1:

controle op de internationale overdracht van handvuurwapens en lichte wapens (bestrijding van illegale wapenstromen).

1.1.

Uitvoer-, invoer- en doorvoervergunningen en -controle (bv. risicobeoordeling).

1.2.

Voorkomen dat handvuurwapens en lichte wapens terechtkomen bij onbevoegde ontvangers.

1.3.

Opsporing van handvuurwapens en lichte wapens en onderdelen daarvan tijdens de inspectie van vervoerde goederen en vracht (bv. inspectiemethoden, -technieken en -uitrusting).

Gebied 2:

het in kaart brengen en verstoren van de bronnen van illegale handvuurwapens (bv. capaciteitsopbouw voor rechtshandhavingsinstanties).

2.1.

Controle van de land-, lucht- en zeegrenzen, met inbegrip van de overdracht van technologie.

2.2.

Markering, registratie en tracering van handvuurwapens.

2.3.

Aanvullende technieken en methoden voor onderzoek en inspectie van wapens (bv. gebruik van ballistische informatie en het blootleggen en verstoren van smokkelroutes en -methoden).

Gebied 3:

andere maatregelen voor de beheersing van handvuurwapens.

3.1.

Beheer en beveiliging van voorraden.

Gebied 4:

verstrekking van informatie die relevant is voor illegale handvuurwapens en lichte wapens en verscherpte controle op handvuurwapens en lichte wapens.

4.1.

Evaluatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de LAS-lidstaten; advies over mogelijke wijzigingen en herzieningen.

4.2.

Vertaling van relevant onderzoek, gepubliceerde studies en andere bronnen in het Arabisch.

3.   Voorgestelde interventielogica

Het SAS heeft als coördinator van het project uitvoerig overleg gevoerd met de afdeling wapenbeheersing en ontwapening van het LAS-secretariaat, Interpol en de WDO, waarna groepsconsensus is bereikt over de volgende tweeledige aanpak.

De nationale capaciteit ter bestrijding van illegale handvuurwapens en lichte wapens wordt opgebouwd door:

opleiding op maat aan te bieden op het gebied van systemen voor de beheersing van handvuurwapens en lichte wapens, waaronder voorraadbeheer in de LAS-regio (zie het volgende punt), en

te zorgen voor betrokkenheid na de opleiding en ondersteuning van nationale deskundigen bij de vaststelling van nationale kaders voor de uitvoering van de tijdens de opleiding geleerde methoden.

De betrokkenheid op bestaande nationale niveaus (daar waar deze reeds bestaat) wordt gekoppeld aan internationaal erkende certificeringstrajecten en nationale opleiders (die binnen het project zijn opgeleid) worden ingezet om relevante nationale of regionale opleidingsinstellingen en nationale kaders en structuren te versterken.

Alle onderdelen van het project moeten bijdragen aan de ontwikkeling van duurzame capaciteit tussen overheidsinstanties en ambtenaren in de LAS-lidstaten, in samenwerking met de afdeling wapenbeheersing en ontwapening van het LAS-secretariaat. In het project wordt voortgebouwd op onze ervaring dat de LAS-lidstaten de belangrijkste aanjagers zijn van veranderingen bij het ontwerpen en uitvoeren van nationale kaders die verantwoorde vuurwapenbeheersing bevorderen en het proliferatierisico tot een minimum beperken.

In fase III zullen verdere inspanningen worden geleverd om ervoor te zorgen dat essentieel opleidingsmateriaal en essentiële kennisbronnen, zoals specifieke modules van het modulair compendium voor de beheersing van handvuurwapens (Mosaic), in het Arabisch beschikbaar worden gesteld en worden verspreid over de hele LAS-regio. Deze inspanningen zijn met name van belang als het overheidspersoneel regelmatig rouleert, wat een toegankelijke, specifieke gegevensopslagplaats in de hele regio noodzakelijk maakt.

Tegen deze achtergrond wordt in het project van het volgende principe uitgegaan: als rechtshandhavings- en douanebeambten de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in de LAS-regio kunnen opsporen, onderzoeken, onderscheppen en daarover verslag kunnen uitbrengen, en als militaire en veiligheidsinstanties doeltreffendere systemen voor voorraadbeheer voor handvuurwapens, lichte wapens en munitie kunnen ontwerpen en toepassen, dan zullen de landen in de LAS-regio de risico’s die voortvloeien uit de verspreiding van illegale handvuurwapens beter kunnen begrijpen, inzien en aanpakken.

De interventie wordt gestructureerd rond de volgende drie resultaten:

1.

meer capaciteit voor de douane en andere grensinstanties om zaken omtrent de illegale handel in vuurwapens en lichte wapens in de LAS-regio op te sporen, te onderscheppen en daarover verslag uit te brengen;

2.

meer capaciteit voor rechtshandhavingsinstanties om doeltreffend onderzoek te doen naar en samen te werken op het gebied van illegale verspreiding van en handel in handvuurwapens en lichte wapens in de LAS-regio;

3.

meer capaciteit voor militaire en veiligheidsinstanties om veilige en beveiligde systemen voor het voorraadbeheer voor handvuurwapens, lichte wapens en munitie in de LAS-regio te ontwerpen en toe te passen.

Bij alle drie de resultaten zullen de deelnemers kennis en vaardigheden op het gebied van opleidingsmethoden en technische kennis opdoen.

4.   Beschrijving van de actie

Resultaat 1: meer capaciteit voor het douanepersoneel om zaken omtrent de illegale handel in vuurwapens en lichte wapens in de LAS-regio op te sporen, te onderscheppen en daarover verslag uit te brengen.

Resultaat 1 heeft als doel de vooruitgang die tijdens de vorige fasen is geboekt, te benutten en de definitieve accreditatie mogelijk te maken van door de WDO gecertificeerde deskundige opleiders op het gebied van handvuurwapens en lichte wapens in de LAS-regio. Een kleine groep van het douanepersoneel dat in het kader van fase I en II is opgeleid, zal worden betrokken bij de organisatie van nationale opleidingssessies in LAS-landen, waarbij de methodologische en technische vaardigheden worden benut die zij in eerdere fasen van het project hebben opgedaan.

Door opleidingssessies te organiseren, krijgt dit personeel een wereldwijd erkende accreditatie van de WDO in het kader van haar programma voor geaccrediteerde opleiders. Zodra de opleiders deze accreditatie hebben verworven, kunnen zij in of buiten de LAS-regio onder auspiciën van de WDO nationale opleidingen aanbieden. Deze opleiders zal worden verzocht nationale curricula te ontwikkelen voor hun respectieve landen, hetgeen zal bijdragen aan de duurzaamheid van de inspanningen.

De outputs en activiteiten omvatten:

1.1

De voltooiing van maximaal twaalf nationale opleidingsevenementen in verband met handvuurwapens en lichte wapens voor overheidsdiensten die lid zijn van de WDO om de controle op het verkeer van illegale handvuurwapens en lichte wapens aan de grens aan te scherpen. Deze zijn voor landen die een opleiding willen maar waarvoor geen nationale opleiding is georganiseerd tijdens fase I en II (opleiding op basisniveau), waarvan wordt geoordeeld dat zij het grootste risico op illegale activiteiten op het gebied van handvuurwapens en lichte wapens hebben, en/of waarvoor een opleiding op hoger niveau nodig is.

1.2

Het organiseren van maximaal zes regionale thematische workshops van één of twee dagen over specifieke onderwerpen die zeer relevant zijn voor de LAS-lidstaten. Deze workshops moeten toegespitst zijn op de gebieden waarvoor specifieke behoefte is aan capaciteitsopbouw (bijvoorbeeld de identificatie van onderdelen van handvuurwapens en lichte wapens), bewustmaking (bijvoorbeeld van de rol van 3D-printen bij de productie van illegale handvuurwapens en lichte wapens) en informatie-uitwisseling (bijvoorbeeld van beste praktijken op het gebied van risicobeheer voor handvuurwapens en lichte wapens). Ambtenaren uit LAS-lidstaten zullen dankzij onlinefora in staat zijn om hieraan deel te nemen, ook vanuit afgelegen gebieden. Daarnaast moeten deze fora zorgen voor een bredere impact en regionale verantwoordelijkheid.

1.3

Opleidingssessies op basisniveau om het accreditatietraject van vooraf door de WDO geaccrediteerde opleiders op het gebied van handvuurwapens en lichte wapens, die in fase II van start is gegaan, af te ronden.

1.4

Het deelnemen aan activiteiten onder leiding van andere uitvoerende partners.

1.5

Technische expertise van de WDO die op verzoek beschikbaar wordt gesteld om de LAS-lidstaten te adviseren over de actualisering van hun nationale curricula voor handvuurwapens en lichte wapens.

Resultaat 2: meer capaciteit voor rechtshandhavingsinstanties om doeltreffend onderzoek te doen naar en samen te werken op het gebied van illegale verspreiding van en handel in handvuurwapens en lichte wapens in de LAS-regio.

Resultaat 2 heeft als doel de doeltreffendheid te vergroten van de nationale workflows met verschillende nationale rechtshandhavingsinstanties, die nodig zijn om informatie over illegale vuurwapens te verzamelen, te verwerken en uit te wisselen. Doeltreffendere nationale workflows zullen leiden tot beter onderzoek naar illegale vuurwapenhandel en een betere samenwerking tussen instanties en internationale politiediensten op het gebied van georganiseerde criminaliteit.

Interpol zal het netwerk van deskundigen en opleiders dat in het kader van fase I en II is ontwikkeld, benutten. De personeelsleden die in fase II zijn geselecteerd als opleiders zullen het accreditatietraject hebben voltooid en tijdens fase III worden betrokken bij het organiseren van geavanceerde nationale opleidingssessies in LAS-landen om de methodologische en technische vaardigheden te benutten die zij in de vorige fasen hebben verworven.

De landen die diepgaandere samenwerking wensen, zullen bij de oprichting en de inzet van de nationale taskforce vuurwapens rechtstreeks worden ondersteund door de in de vorige fasen opgeleide deskundigen. Deze taskforce moet de verzameling, verwerking en uitwisseling van vuurwapengerelateerde gegevens verbeteren. Deze stap zal van belang zijn om vast te stellen welke landen het Interpol-protocol voor de ontneming van vuurwapens nog beter kunnen uitvoeren en om te beoordelen hoe actief zij samenwerken op regionaal en internationaal niveau op het gebied van vuurwapengerelateerde aangelegenheden. Het Interpol-protocol voor de ontneming van vuurwapens bevat richtsnoeren voor het blootleggen van illegale handel in vuurwapens. Zowel rechtshandhaving als forensisch onderzoek komt hierbij aan bod, waarbij wordt getracht een informatie-uitwisseling tussen beide vakgebieden tot stand te brengen om de illegale handel in vuurwapens aan banden te leggen.

Om dit resultaat te bereiken, zal Interpol zich richten op de volgende outputs:

2.1

Hoge ambtenaren van de landen zien de dreiging van illegale vuurwapenhandel en de voordelen van een nationale taskforce vuurwapens in.

2.2

De taakomschrijving van de nationale taskforce vuurwapens wordt opgesteld en de landen nemen deze over.

2.3

De nationale instellingen en de nationale taskforce vuurwapens krijgen een opleiding over het Interpol-protocol voor de ontneming van vuurwapens en de Interpol-instrumenten voor internationale samenwerking op het gebied van vuurwapengerelateerde aangelegenheden.

2.4

Er wordt operationele steun beschikbaar gesteld voor de nationale taskforces (de taskforces ontwikkelen de onderzoeksleidraden en worden daarbij ondersteund door Interpol).

Deze maatregelen omvatten:

maximaal tien activiteiten in het land ter ondersteuning van de beoordeling en ontwikkeling van de capaciteiten die nodig zijn voor de uitvoering van het Interpol-protocol voor de ontneming van vuurwapens;

maximaal vijf diepgaande opleidingssessies onder leiding van opleiders van Interpol om landen te ondersteunen bij de ontwikkeling van hun nationale capaciteit voor het verzamelen, voorbereiden en uitwisselen van informatie over vuurwapens;

maximaal vijf nationale opleidingssessies onder leiding van gekwalificeerde nationale opleiders die opleidingen onder auspiciën van Interpol kunnen geven;

mentorsteun aan landen voor de oprichting van nationale taskforces vuurwapens door middel van subregionale capaciteitsopbouwactiviteiten of de nationale inzet voor opleiding op het werk;

een workshop over de uitwisseling van beste praktijken op het gebied van vuurwapenonderzoekstechnieken en de analyse van inlichtingen over vuurwapens, als onderdeel van een regionaal evenement dat samen met de andere uitvoerende partners zal worden georganiseerd;

deelname aan activiteiten onder leiding van andere uitvoerende partners, zoals thematische onlinefora of fysieke opleidingssessies.

Resultaat 3: meer capaciteit voor militaire en veiligheidsinstanties om veilige en beveiligde systemen voor het voorraadbeheer voor handvuurwapens, lichte wapens en munitie in de LAS-regio te ontwerpen en toe te passen.

Resultaat 3 heeft als doel voort te bouwen op de aanpak die in fase II is ontwikkeld. De werkzaamheden zullen zich toespitsen op de ontwikkeling van geavanceerde vaardigheden op nationaal niveau om de duurzame overdracht van vaardigheden aan stagiairs te bevorderen en te stimuleren. Tegelijkertijd zal het SAS geavanceerde nationale opleidingspakketten op maat en op basisniveau voor voorraadbeheer en beveiliging blijven ontwikkelen en leveren.

In tegenstelling tot de andere twee resultaten waarbij Interpol en de WDO projectactiviteiten kunnen koppelen aan mondiale opleidingsprogramma’s voor deskundigen en opleiders met een bestaand accreditatiesysteem, bestaat er op multilateraal niveau geen equivalent op het gebied van voorraadbeheer.

Het SAS zal daarom concrete opties voor een certificeringsproces voor succesvolle deelnemers op het niveau van deskundigen of opleiders in kaart brengen, beoordelen en voorstellen, en waarborgen dat belangrijke bronnen in het Arabisch worden vertaald en beschikbaar zijn voor de relevante doelgroepen. Deze activiteiten zullen bijdragen aan de gewenste duurzaamheidsaanpak.

De outputs en activiteiten omvatten:

3.1

Het verstrekken van maximaal vier nationale opleidingspakketten van één week op basisniveau. Als de vraag naar opleiding lager is dan verwacht, zullen de resterende middelen beschikbaar worden gesteld voor de geavanceerde opleidingspakketten.

3.2

Het ontwikkelen en verstrekken van maximaal zes nationale diepgaande opleidingspakketten op maat van twee weken.

3.3

Vertalingen van belangrijke thematische bronnen in het Arabisch, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, opleidingsmateriaal voor fase III. Deze activiteit kan, indien nodig, ook het produceren van inhoud op sociale media in het Arabisch omvatten.

3.4

Het analyseren van de verschillende mogelijkheden voor het faciliteren of ondersteunen van de integratie van voorraadbeheer en beveiliging in de nationale curricula, met bijbehorende nationale en internationale certificeringsmogelijkheden. Regionale benaderingen moeten ook worden beoordeeld.

3.5

Eén laatste regionaal evenement ter afsluiting, dat wordt gehouden in samenwerking met het LAS-secretariaat, de WDO en Interpol. De slotvergadering zal plaatsvinden in Caïro aan het einde van fase III en de deelnemende landen de gelegenheid bieden om te bepalen wat de belangrijkste resultaten van deze fase zijn en beste praktijken uit te wisselen over de belangrijke gebieden die zijn behandeld.

3.6

Maximaal tien nationale bezoeken om de betrokkenheid en nationale verantwoordelijkheid te bevorderen, in nauwe samenwerking met de andere uitvoerende partners.

3.7

Deelname aan maximaal vijf activiteiten onder leiding van andere uitvoerende partners, zoals thematische onlinefora of fysieke opleidingssessies.

3.8

Maximaal twee leersessies voor pauze en reflectie (P&R) voor alle partners (zie punt 5 hieronder).

3.9

Regelmatige virtuele en maximaal drie fysieke plannings- en coördinatievergaderingen ter waarborging van de relevantie en doeltreffendheid van het project.

5.   Monitoring, evaluatie en leren

Als projectcoördinator zorgt het SAS voor samenhang van de monitoring-, evaluatie- en leeraanpak (MEL) van het initiatief. De aanpak zal praktische mechanismen voor leerdoeleinden gedurende de hele levenscyclus van het project omvatten, waaruit indien nodig ook input voor programmawijzigingen kan worden gehaald. Ook zullen de processen als onderdeel van de MEL-aanpak routinematig en continu worden gemonitord (bijvoorbeeld via korte leercycli (“small cycle learning”)) en zullen er tussentijdse of jaarlijkse P&R-leersessies worden gehouden. Dit heeft als doel gedurende de hele levenscyclus van het project externe perspectieven aan bod te laten komen en beter om te gaan met enkele complexe kenmerken van de operationele omgeving. Daarnaast zal aan het einde van het project een externe evaluatie plaatsvinden.

Feedbackformulieren voor evenementen: bij het organiseren van online- en fysieke evenementen zal het projectteam actief feedback van de deelnemers verzamelen om met het oog op de behoeften van de belanghebbenden de kwaliteit van de analyse en programmering hoog te kunnen houden. De verworven gegevens zullen naar verwachting hoofdzakelijk kwantitatief zijn en dus geschikt voor aggregatie over projectactiviteiten heen.

Halfjaarlijkse monitoringrondes: het SAS-team zal de monitoringgegevens van de drie uitvoerende partners tot tweemaal per jaar zowel qua resultaten als qua output consolideren. In deze sessies zal de nadruk liggen op context, relevantie, prestaties, aannames en risico’s. Een lid van het projectteam zal de sessies documenteren en kan hierbij worden bijgestaan door de MEL-adviseur van het SAS. De besprekingen tijdens deze sessies kunnen in het teken staan van:

contextuele ontwikkelingen: welke contextuele factoren zijn de voorgaande zes maanden van invloed geweest op de interventie en de relevantie ervan, of hebben gevolgen gehad voor het uitvoeringsschema van het project;

prestaties: welke vooruitgang is geboekt, zowel qua resultaten als qua output; en

efficiëntie: hebben uitgaven, werkplannen, middelen en intern teambeheer al dan niet tot efficiëntieverbeteringen geleid.

P&R-sessies als input voor de jaarlijkse voortgangsverslagen: het SAS zal twee interne evaluaties van het project uitvoeren (mogelijk tijdens de jaarlijkse – fysieke – coördinatievergadering, waar ook ruimte zal zijn voor pauze en reflectie). De P&R-sessies zullen de vorm aannemen van een ongedwongen, gestructureerde en introspectieve evaluatie. Gezien de complexe omgeving waarin het project plaatsvindt, zal in het kader van de P&R-sessies overleg worden gepleegd met de afdeling wapenbeheersing en ontwapening van het LAS-secretariaat, Interpol en de WDO. Er zal ook feedback worden gevraagd aan een aantal deelnemers aan opleidingen in het betrokken land om verschillende perspectieven samen te brengen en transparantie en verantwoording te bevorderen.

Deelname kan verschillende vormen aannemen, waaronder onlinegroepsessies met externe projectpartners en bilaterale gesprekken met belangrijke informanten. Deze sessies lenen zich voor leerverslagen met nieuwe bevindingen en, indien nodig, aanbevelingen voor aanpassing. Deze leerverslagen worden gedeeld met alle projectpartners en worden meegenomen in de jaarverslagen van het project.

6.   Partnerschapsregelingen

Fase III van het project zal in partnerschap met de afdeling wapenbeheersing en ontwapening van het LAS-secretariaat worden uitgevoerd in het kader van de strategische dialoog tussen de EU en de LAS over massavernietigingswapens, handvuurwapens en lichte wapens en wapenbeheersing. Het partnerschap met en de aanzienlijke steun van het LAS-secretariaat blijven van essentieel belang voor de succesvolle voortzetting van het project. Tijdens fase II heeft de afdeling wapenbeheersing en ontwapening van het LAS-secretariaat twee regionale bijeenkomsten georganiseerd en de meeste nationale en diepgaande opleidingsevenementen bijgewoond. In fase III zal de afdeling wapenbeheersing en ontwapening van het LAS-secretariaat de regionale evenementen mee organiseren en worden uitgenodigd op opleidingsevenementen. De afdeling zal per jaar ook één coördinatievergadering met de internationale partners bijwonen.

Voor fase III blijven dezelfde uitvoeringsregelingen als voor de vorige twee fasen van kracht. Het SAS blijft projectcoördinator en Interpol en de WDO nemen op hun respectieve deskundigheidsgebieden het voortouw. Tijdens deze fase moeten de WDO-stagiairs die in fase II zijn gestart aan hun accreditatietraject als opleider slagen voor de nationale opleidingsmodules om hun programma af te ronden. Interpol zal op zijn beurt samenwerken met geaccrediteerde nationale opleiders en deskundigen om fysieke opleidingsmodules in te stellen en zal ook andere activiteiten uitvoeren ter ondersteuning van de uitvoering van het Firearms Recovery Protocol (protocol voor teruggevonden vuurwapens). Het project heeft dan ook behoefte aan meer flexibiliteit bij de uitvoering van de drie onderdelen en de systematischere mobilisering van de bestaande netwerken van de WDO en Interpol in de LAS-landen, waarbij het LAS-secretariaat op de hoogte wordt gehouden van de geplande activiteiten.

Dit partnerschap is een aanvullend en thematisch samenwerkingsmodel op het gebied van de beheersing van handvuurwapens. Het project maakt gebruik van de kennis en deskundigheid van elke uitvoerende partner om een integraal programma voor kennis- en capaciteitsopbouw aan te bieden dat de belangrijkste onderdelen van het VN-actieprogramma, het ITI en het GFA bestrijkt. Op deze manier zet het project de concepten van internationale samenwerking, die worden benadrukt in documenten als het VN-actieprogramma en de strategie van de EU inzake handvuurwapens en lichte wapens, om in tastbare capaciteits- en veiligheidsverbeteringen in de LAS-regio.

Om het evenwicht te vinden tussen de behoefte aan operationele onafhankelijkheid van elke van de drie uitvoerende partners zullen regelmatige coördinatie- en planningsvergaderingen met de uitvoerende partners en de afdeling wapenbeheersing en ontwapening van het LAS-secretariaat, zorgen voor samenhang en efficiëntie op het gebied van informatie, uitwisseling, planning en uitvoering van projectactiviteiten. De uitvoerende agentschappen zullen bijvoorbeeld hun betrokkenheid bij en aanpak in landen die om steun van het project verzoeken, coördineren. Voorts zullen de uitvoerende partners waar haalbaar gezamenlijke activiteiten op gemeenschappelijke thematische gebieden blijven uitvoeren.

De uitvoerende partners zullen ook zorgen voor coördinatie met gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties die in de LAS-lidstaten actief zijn, en met EU-programma’s, zodat alle activiteiten die in het kader van het project worden ondernomen, een aanvulling vormen en voortbouwen op bestaande initiatieven. Dit project heeft de afgelopen jaren EU-steun gegenereerd voor de ontwikkeling en uitvoering van het Interpol-beheersysteem voor het registreren en traceren van illegale vuurwapens (iARMS), het kernonderdeel van het EU-LAS-opleidingsaanbod van Interpol.

Indien nodig en afhankelijk van de beschikbaarheid van financiële middelen kan het SAS samenwerken met andere gespecialiseerde organisaties om te helpen bij de uitvoering van specifieke projectonderdelen, in coördinatie met de afdeling wapenbeheersing en ontwapening van het LAS-secretariaat. Afhankelijk van de behoeften en voorkeuren van de deelnemende LAS-lidstaten, zouden andere organisaties, waaronder organisaties van het maatschappelijk middenveld, en bepaalde gespecialiseerde LAS-agentschappen kunnen bijdragen tot de uitvoering van het project.

De uitvoerende partners zullen tevens de nodige maatregelen nemen om de zichtbaarheid van het project in overeenstemming met de EU-richtsnoeren te verzekeren.

7.   Looptijd

Het project zal naar verwachting 36 maanden duren, van 1 oktober 2024 tot en met 30 september 2027.

De operationele fase zal 33 maanden in beslag nemen en de laatste drie maanden van het project zullen aan rapportageverplichtingen worden gewijd.


(1)  VN (Verenigde Naties). 2015. “Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development” (Onze wereld transformeren: Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling). New York: VN. 2015. A/RES/70/1.

(2)  VN (Verenigde Naties). 2015. “Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development” (Onze wereld transformeren: Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling). New York: VN. 2015. A/RES/70/1.

(3)  Raad van de EU (Europese Unie). 2019. Verklaring van de top van Sharm El-Sheikh. 25 februari 2019, punt 12.


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/2500/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)