European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/2470

3.10.2024

BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. 114/2024

van 12 juni 2024

tot wijziging van bijlage I (Veterinaire en fytosanitaire aangelegenheden) bij de EER-overeenkomst [2024/2470]

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/671 van de Commissie van 4 februari 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft specifieke regels inzake door de bevoegde autoriteiten verrichte officiële controles van dieren, producten van dierlijke oorsprong en levende producten, door de bevoegde autoriteit te ondernemen follow-upacties in geval van niet-naleving van de identificatie- en registratieregels voor runderen, schapen en geiten of van niet-naleving tijdens de doorvoer door de Unie van bepaalde runderen, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 494/98 van de Commissie (1) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)

Uitvoeringsverordening (EU) 2022/160 van de Commissie van 4 februari 2022 tot vaststelling van eenvormige minimumfrequenties van bepaalde officiële controles ter verifiëring van de naleving van diergezondheidsvoorschriften van de Unie overeenkomstig Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1082/2003 en (EG) nr. 1505/2006 (2) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(3)

De in de EER-overeenkomst opgenomen Verordening (EG) nr. 1082/2003 van de Commissie (3) en Verordening (EG) nr. 1505/2006 van de Commissie (4) worden bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/160 ingetrokken en moeten derhalve uit de EER-overeenkomst worden geschrapt.

(4)

De in de EER-overeenkomst opgenomen Verordening (EG) nr. 494/98 van de Commissie (5) wordt bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/671 ingetrokken en moet derhalve uit de EER-overeenkomst worden geschrapt.

(5)

Dit besluit heeft onder meer betrekking op wetgeving inzake levende dieren, andere dan vissen en aquacultuurdieren, en dierlijke producten zoals eicellen, embryo’s en sperma. Wetgeving inzake deze aangelegenheden is niet van toepassing op IJsland, zoals bepaald in punt 2 van de inleiding van hoofdstuk I van bijlage I bij de EER-overeenkomst.

(6)

Dit besluit heeft betrekking op wetgeving inzake veterinaire aangelegenheden. Wetgeving inzake veterinaire aangelegenheden is niet van toepassing op Liechtenstein zolang de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten van toepassing blijft in Liechtenstein, zoals bepaald in de sectorale aanpassingen van bijlage I bij de EER-overeenkomst. Dit besluit is derhalve niet van toepassing op Liechtenstein.

(7)

Bijlage I bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Deel 1 van hoofdstuk I van bijlage I bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1.

Na punt 11bzc (Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/842 van de Commissie) wordt het volgende ingevoegd:

“11bzd.

32022 R 0671: Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/671 van de Commissie van 4 februari 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft specifieke regels inzake door de bevoegde autoriteiten verrichte officiële controles van dieren, producten van dierlijke oorsprong en levende producten, door de bevoegde autoriteit te ondernemen follow-upacties in geval van niet-naleving van de identificatie- en registratieregels voor runderen, schapen en geiten of van niet-naleving tijdens de doorvoer door de Unie van bepaalde runderen, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 494/98 van de Commissie (PB L 122 van 25.4.2022, blz. 17).

Dit besluit is voor IJsland van toepassing op de gebieden waarnaar in punt 2 van de inleiding wordt verwezen.

11bze.

32022 R 0160: Uitvoeringsverordening (EU) 2022/160 van de Commissie van 4 februari 2022 tot vaststelling van eenvormige minimumfrequenties van bepaalde officiële controles ter verifiëring van de naleving van diergezondheidsvoorschriften van de Unie overeenkomstig Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1082/2003 en (EG) nr. 1505/2006 (PB L 26 van 7.2.2022, blz. 11).

Dit besluit is voor IJsland van toepassing op de gebieden waarnaar in punt 2 van de inleiding wordt verwezen.”.

2.

De tekst van de punten 76 (Verordening (EG) nr. 494/98 van de Commissie), 131 (Verordening (EG) nr. 1505/2006 van de Commissie) en 140 (Verordening (EG) nr. 1082/2003 van de Commissie) wordt geschrapt.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/671 en Uitvoeringsverordening (EU) 2022/160 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 13 juni 2024, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 12 juni 2024.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Nicolas VON LINGEN


(1)   PB L 122 van 25.4.2022, blz. 17.

(2)   PB L 26 van 7.2.2022, blz. 11.

(3)   PB L 156 van 25.6.2003, blz. 9.

(4)   PB L 280 van 12.10.2006, blz. 3.

(5)   PB L 60 van 28.2.1998, blz. 78.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/2470/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)