European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/2340

10.10.2024

RESOLUTIE (EU) 2024/2340 VAN HET EUROPEES PARLEMENT

van 11 april 2024

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust) voor het begrotingsjaar 2022

HET EUROPEES PARLEMENT,

gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust) voor het begrotingsjaar 2022,

gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,

gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0099/2024),

A.

overwegende dat de definitieve begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust) (hierna het “Agentschap” genoemd) voor het begrotingsjaar 2022 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven (1)50 183 522 EUR bedroeg, een daling met 5,84 % ten opzichte van 2021; overwegende dat de begroting van het Agentschap bijna uitsluitend afkomstig is uit de begroting van de Unie;

B.

overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022 (hierna “het verslag van de Rekenkamer” genoemd) verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Begrotings- en financieel beheer

1.

stelt met tevredenheid vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de vastleggingskredieten voor 2022 van 99,93 %; stelt vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten voor 2022 89,22 % bedroeg, een stijging van 4,64 % ten opzichte van 2021;

2.

merkt op dat in 2022 diverse nieuwe financieringsbehoeften zijn ontstaan, onder meer in verband met infrastructuur voor het nieuwe systeem voor dossierbeheer, versterking voor de nieuwe CICED (Core International Crime Evidence Database)-taken en salarisverhogingen als gevolg van de hoge inflatie; merkt op dat deze financieringsbehoeften werden gedekt door twee gewijzigde begrotingen (van in totaal 5,7 miljoen EUR) en verschillende begrotingsoverschrijvingen;

3.

neemt kennis van de uitrol door het Agentschap in 2022 van het nieuwe systeem voor financieel beheer en boekhouding van de Commissie (Summa) en de daarmee verband houdende technische kwesties, die van invloed waren op de uitvoering van de begroting en de verslaglegging door het Agentschap; neemt met name kennis van het standpunt van het Agentschap dat deze kwesties ook van invloed waren op het hoge percentage niet tijdig uitgevoerde betalingen (52,9 %) en dat zij het toezicht hebben bemoeilijkt op gebieden met een hoge kostenvolatiliteit, zoals coördinatievergaderingen; neemt in dit verband kennis van de opmerking in het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap, in strijd met een aantal bepalingen van het Financieel Reglement, zijn risicobeheer- en controlestrategie om de risico’s in verband met de invoering van het Summa te dekken niet heeft bijgewerkt, noch zijn financiële circuits en strategie voor controles vooraf en achteraf, en dat het niet specifiek de rechten controleert die in dat systeem aan gebruikers zijn toegekend, hetgeen het risico inhoudt dat de gebruikersrollen in Summa mogelijk niet correct worden toegewezen en bijgewerkt;

4.

neemt met bezorgdheid kennis van de opmerking in het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap in 2022 bij 1 222 van de in totaal 2 308 betalingen (52,9 %) niet voldeed aan de betalingstermijnen zoals bepaald in het Financieel Reglement; herinnert eraan en onderstreept het feit dat de betalingen in 720 van alle gevallen (31,5 %) meer dan dertig dagen te laat werden verricht; merkt op dat het Agentschap deze tekortkoming, die volgens de Rekenkamer het Agentschap blootstelt aan financiële en reputatierisico’s en die indruist tegen het zuinigheidsbeginsel, toeschrijft aan de invoering van Summa; neemt kennis van het antwoord van het Agentschap dat Summa zich in een testfase bevond en dat er vertragingen en technische problemen waren bij de verwerking van de transacties, wat gevolgen heeft gehad voor de opleiding van het personeel, en een aantal uitdagingen met zich heeft meegebracht op het gebied van het begrotingsbeheer; merkt tot slot op dat het Agentschap ondanks het toegenomen aantal te late betalingen geen achterstandsrente heeft betaald; verzoekt het Agentschap zonder voorbehoud aan deze opmerking gevolg te geven, de technische problemen bij de verwerking van transacties aan te pakken en aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de geboekte vooruitgang;

Prestaties

5.

merkt op dat het Agentschap kernprestatie-indicatoren (KPI’s) gebruikt om de toegevoegde waarde van zijn activiteiten te beoordelen en zijn begrotingsbeheer te verbeteren; wijst op de nieuwe meerjarenstrategie 2022-2024 van het Agentschap, waarin vijf doelstellingen zijn vastgesteld die elk een aantal strategische actiegebieden bestrijken; merkt op dat het Agentschap 67 KPI’s heeft gedefinieerd in zijn jaarlijkse werkprogramma voor 2022 en 14 meerjarige KPI’s voor de meerjarenstrategie; merkt op dat het Agentschap, met uitzondering van de KPI’s die niet meetbaar of relevant worden geacht, de doelstellingen heeft gehaald voor 47 van de 59 KPI’s (88 %), wat neerkomt op een stijging ten opzichte van 2021 (73 %); merkt op dat het Agentschap in 2022 gestage vooruitgang heeft geboekt bij de verwezenlijking van zijn meerjarige KPI’s, met 10 ervan (72 %) die op schema liggen om de doelstelling te halen en drie (21 %) die verdere aandacht behoeven, terwijl over de eindresultaten voor de KPI’s voor de meerjarenstrategie verslag zal worden uitgebracht eind 2024;

6.

merkt op dat het aantal zaken dat door de lidstaten naar het Agentschap wordt verwezen, blijft toenemen, met in 2022 een totaal van 11 544 behandelde zaken (5 227 daarvan in 2022 geopend), een stijging met 14 % ten opzichte van 2021; prijst in dit verband de bijdrage die het Agentschap levert door het verstrekken van juridisch advies, analyses en operationele bijstand, die heeft geleid tot 941 operationele resultaten ter ondersteuning van 528 zaken, ook complexe zaken die hebben geleid tot de arrestatie van mensensmokkelaars (waaronder smokkelaars van migranten), en tot hardhandig optreden of acties tegen criminele netwerken op gebieden als het witwassen van geld, seksuele uitbuiting, online investeringsfraude of drugshandel; merkt bovendien met tevredenheid op dat het Agentschap in 2022 steun heeft verleend aan 265 gemeenschappelijke onderzoeksteams (waarvan 78 teams die in 2022 zijn opgericht), 528 coördinatievergaderingen en 22 coördinatiecentra heeft georganiseerd, de uitvoering mogelijk heeft gemaakt van 1 262 Europese aanhoudingsbevelen (waarvan 504 nieuwe zaken) en het gebruik mogelijk heeft gemaakt van 5 415 Europese onderzoeksbevelen (waarvan ongeveer de helft in 2022 geopend); merkt op dat het Agentschap samenwerkingsbetrekkingen onderhoudt met het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), om de strijd op te voeren tegen misdrijven die schade berokkenen aan de financiële belangen van de Unie;

7.

prijst het Agentschap voor de maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van de illegale en niet-uitgelokte Russische invasie van Oekraïne in 2022; merkt op dat het Agentschap drie weken na het begin van de oorlog de oprichting heeft gesteund van het gemeenschappelijke onderzoeksteam dat onderzoek doet naar ernstige internationale misdrijven die in Oekraïne zouden zijn gepleegd, teneinde onderzoeken en vervolgingen in de betrokken staten te vergemakkelijken; merkt op dat het Agentschap juridische en operationele steun heeft verleend aan de nationale bureaus in verband met de uitbreiding van de overeenkomst inzake gemeenschappelijke onderzoeksteams met nieuwe partijen (Estland, Letland, Roemenië en Slowakije), alsook juridische analyses en adviezen heeft verstrekt in verband met de deelname van het Internationaal Strafhof aan gemeenschappelijke onderzoeksteams; merkt voorts op dat het Agentschap operationele steun verleent aan de door de Commissie opgerichte EU-taskforce “Freeze and Seize”, door het coördineren van de strafrechtelijke handhaving van sancties van de Unie door de lidstaten, waarbij het onder andere regelmatig de lijst van personen en bedrijven waaraan de Unie sancties heeft opgelegd toetst aan de gegevens van het Agentschap over bestaande zaken die door het Agentschap worden behandeld, en relevante informatie op nationaal niveau verzamelt over eerdere en lopende onderzoeken in verband met de in de sanctielijst opgenomen entiteiten, ter vergemakkelijking van de strafrechtelijke procedures;

8.

is ingenomen met het feit dat het Agentschap in 2022 zijn operationele en strategische samenwerking met verschillende belanghebbenden heeft versterkt, zoals de Europese agentschappen voor justitie en binnenlandse zaken (JBZ), de instellingen van de Unie, OLAF en het Europese Openbaar Ministerie (EOM), alsook netwerken van beoefenaars van juridische beroepen, derde landen en internationale organisaties; neemt met name kennis van de samenwerking van het Agentschap met het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) voor een gezamenlijk verslag over artificiële intelligentie (AI) ter ondersteuning van grensoverschrijdende samenwerking in strafzaken, met het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) voor 16 cursussen over justitiële samenwerking en met het Europees Agentschap voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) met betrekking tot het Siriusproject en het hit/no-hit-systeem van Europol, alsmede met nationale autoriteiten van 20 lidstaten, Europol, OLAF en EPPO voor operatie Sentinel ter bestrijding van fraude met de middelen van het COVID-19-herstelfonds; wijst op de bijdrage van het Agentschap aan de initiatieven van de Commissie op het gebied van de digitalisering van justitie (onder meer SIS II, CMS en Ecris-TCN); merkt op dat het Agentschap gebruikmaakt van een steeds groter netwerk van contactpunten bij de bevoegde autoriteiten in derde landen, waarbij de groep van landen met een contactpunt in 2022 is uitgebreid met Australië, Bahrein en Marokko; prijst de uitbreiding van de samenwerking van het Agentschap op het gebied van strafzaken op internationaal niveau, met name via het Euromed-programma Justitie met de zuidelijke partnerlanden en een door de EU gefinancierd project dat gericht is op grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van strafrecht in de Westelijke Balkan;

9.

waardeert de door het Agentschap gefaciliteerde transnationale samenwerking tussen justitiële autoriteiten en de nauwe samenwerking met alle actoren in de strafrechtketen, die hebben bijgedragen tot de arrestatie van meer dan 4 000 verdachten, de inbeslagneming en/of bevriezing van criminele vermogensbestanddelen ter waarde van bijna 3 miljard EUR en de inbeslagneming van drugs ter waarde van bijna 12 miljard EUR;

Efficiëntie en verbeteringen

10.

benadrukt dat het Agentschap, naast de invoering van Summa, zijn processen en instrumenten voor activiteitsgestuurd management verder heeft verbeterd, door de efficiëntie, gegevenskwaliteit/-integriteit en bruikbaarheid van zijn planningsinstrument te verbeteren, door een nieuw instrument voor activiteitsregistratie in te voeren en door zijn geleidelijke overgang van output- naar resultaat-KPI’s voort te zetten; prijst het Agentschap voor het aanknopen van gesprekken met Europol om na te gaan of in de toekomst gebruikgemaakt kan worden van gemeenschappelijke medische diensten; prijst voorts het besluit van het Agentschap om bepaalde efficiëntieverbeteringen die tijdens de COVID-19 pandemie zijn gerealiseerd, te behouden; leest in de antwoorden van het Agentschap op de schriftelijke vragen van het Parlement dat het Agentschap in 2022 47 % van de coördinatievergaderingen en alle personeelsopleidingen en selectieprocedures online heeft georganiseerd, waardoor de daarmee verband houdende kosten voor financiële en personele middelen aanzienlijk zijn gedaald, en dat het 29 % van alle coördinatievergaderingen heeft georganiseerd in hybride vorm;

11.

merkt op dat ter verbetering van de efficiëntie in 2022 twee projecten voor de organisatie als geheel van start zijn gegaan, namelijk het zelfbedieningsportaal (Self Service Portal) van het Agentschap en Pexip, het nieuwe videoconferentiesysteem voor coördinatievergaderingen en coördinatiecentra, met simultaanvertolking in maximaal 10 talen; merkt voorts op dat de analyse van de migratie van het bestaande extranet en de selectie van leveranciers voor de vervanging van het bibliotheeksysteem is afgerond, terwijl een gecertificeerd e-handtekeninginstrument nog in ontwikkeling is, met een resultaat naar verwachting in 2024; prijst het Agentschap voor de uitvoering van vier nieuwe Syspermodules (beoordeling, functietitels/functieomschrijvingen, NDP, verslaglegging), naast de vijf modules die reeds de voorgaande jaren zijn ingevoerd; neemt kennis van de toezegging van het Agentschap om Sysper tegen 2024 volledig ten uitvoer te leggen;

12.

leest in het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap nog niet tot de agentschappen behoort die bedrijfsplannen hebben opgesteld om de energie-efficiëntie en klimaatneutraliteit van hun activiteiten te verbeteren, een of andere vorm van milieuverslaglegging hebben opgenomen in hun jaarlijkse activiteitenverslagen of de registratie van het Europees Milieumanagement- en Audit Schema (EMAS) hebben ontvangen; herinnert eraan dat het Agentschap in 2021 de aanzet heeft gegeven tot de toepassing van het EMAS / ISO 14001-nalevingskader; merkt in dit verband op dat het Agentschap in 2022 het eindverslag van het externe adviesbureau heeft ontvangen, met inbegrip van alle relevante informatie over de milieugerelateerde regelgeving in Nederland; merkt voorts op dat het Agentschap zich in 2022 heeft aangesloten bij de openbare aanbesteding voor advies op het gebied van milieubeheersystemen en de vermindering en compensatie van broeikasgasemissies;

Personeelsbeleid

13.

stelt vast dat de personeelsformatie van het Agentschap op 31 december 2022 voor 100 % ingevuld was (net als in 2021), aangezien 221 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 221 die in het kader van de begroting van de Unie voor 2022 waren toegestaan, waarbij 209 van de 221 in functie waren en 12 aanstellingsbrieven waren verstuurd; stelt vast dat in 2022 verder nog 18 contractanten en 22 gedetacheerde nationale deskundigen voor het Agentschap werkten; merkt voorts op dat er een herindelingsexercitie is uitgevoerd, die heeft geleid tot de herindeling van 53 personeelsleden;

14.

neemt kennis van de gendervertegenwoordiging binnen het Agentschap in 2022, met 6 mannen (60 %) en 4 vrouwen (40 %) in het hoger en middenkader, 16 mannen (64 %) en 9 vrouwen (36 %) in de raad van bestuur van het Agentschap en 85 mannen (33 %) en 175 vrouwen (67 %) voor het personeel in zijn geheel; verzoekt het Agentschap te zorgen voor een beter genderevenwicht op alle niveaus binnen het personeelsbestand en vrouwelijke kandidaten verder aan te moedigen om te solliciteren naar managementfuncties, evenals sollicitaties van mannelijke kandidaten aan te moedigen bij externe selecties voor de overige personeelsposities; erkent dat het Agentschap niet verantwoordelijk is voor de samenstelling van zijn raad van bestuur (hierna “het college” genoemd), aangezien de nationale leden van het college rechtstreeks worden benoemd door de respectieve lidstaten; verzoekt de Commissie en de lidstaten bij het voordragen van hun kandidaten voor het college rekening te houden met het feit dat het belangrijk is het genderevenwicht te waarborgen;

15.

merkt op dat het Agentschap tussen 2017 en 2022 advies heeft ingewonnen bij een extern advocatenkantoor dat gespecialiseerd is in het ambtenarenrecht van de Unie voor verschillende verzoeken om bijstand in verband met gevallen waar sprake zou zijn van psychische intimidatie; merkt op dat een in 2021 ontvangen verzoek om bijstand heeft geleid tot de opening van twee afzonderlijke administratieve onderzoeken waarbij het Agentschap om de steun heeft verzocht van twee externe onderzoekers; merkt op dat de onderzoeken in beide gevallen zonder verdere actie zijn afgesloten, terwijl een ervan vervolgens voor de rechter is gebracht; vraagt het Agentschap de kwijtingsautoriteit in te lichten over het resultaat met betrekking tot deze kwestie;

16.

wijst erop dat het Agentschap in 2022 uitvoeringsbepalingen bij het personeelsstatuut heeft vastgesteld, onder meer met betrekking tot het voeren van administratieve onderzoeken en tuchtprocedures, het thuisverlof voor personeel dat werkzaam is in een derde land en de betaling van de schooltoelage die onder bepaalde voorwaarden aan personeelsleden wordt verstrekt; is ingenomen met de maatregelen die het Agentschap heeft genomen voor de integratie van personen met een handicap, alsook met de toezegging van het Agentschap om in het kader van de uitvoering van de HR-strategie het door de werkgroep diversiteit en inclusie van het JBZ-netwerk goedgekeurde Handvest inzake diversiteit en inclusie toe te passen;

17.

merkt op dat het personeel van het Agentschap tot maart 2022 voornamelijk telewerkte; merkt op dat alle personeelsleden vanaf april 2022 weer werkten in de gebouwen van het Agentschap; merkt in dit verband op dat het Agentschap overgangsmaatregelen heeft vastgesteld met betrekking tot werk op kantoor en telewerk, en dat het workshops heeft georganiseerd om het personeel te helpen zich mentaal aan te passen aan de terugkeer naar kantoor na ononderbroken telewerken gedurende twee jaar; merkt tevens op dat uit de resultaten van de personeelsenquête van het Agentschap van 2023 blijkt dat de welzijnsmaatregelen die het Agentschap in 2022 heeft genomen, de gevolgen van langdurig telewerken voor het personeel effectief hebben verzacht; merkt met name op dat 96 % van de respondenten positief was over het feit dat met teamleden kon worden samengewerkt ondanks het feit dat mensen werkten op verschillende locaties;

18.

stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap op 31 december 2022 personeel in dienst had uit 26 lidstaten; merkt op dat Nederland, Italië, Spanje en Roemenië de meest vertegenwoordigde landen onder het personeel van het Agentschap waren; herinnert eraan dat geografisch evenwicht belangrijk is en moedigt het Agentschap aan de nodige maatregelen te blijven nemen voor een evenwichtige en eerlijke geografische vertegenwoordiging;

Aanbesteding

19.

herinnert aan de opmerking in het verslag van de Rekenkamer voor 2020 dat een kaderovereenkomst voor de leasing van voertuigen met één marktdeelnemer niet adequaat was gezien de aard van de benodigde diensten, en dat de overeenkomst die als resultaat van de procedure werd gegund, onregelmatig was, evenals alle daarmee samenhangende betalingen; leest in het verslag van de Rekenkamer dat het Agentschap in 2022 op onregelmatige wijze 59 281 EUR heeft betaald in het kader van dit contract en dat de opmerking nog openstaat; verzoekt het Agentschap de mogelijkheid te onderzoeken om een einde te maken aan die kaderovereenkomst en een nieuwe procedure te starten met een hernieuwde oproep tot mededinging, zoals de Rekenkamer passend acht in het geval van de leasing van voertuigen;

20.

leest in het follow-upverslag van het Agentschap voor de kwijting 2021 (hierna “het follow-upverslag” genoemd) dat het Agentschap het beheersinstrument voor overheidsopdrachten (Public Procurement Management Tool, PPMT) voort blijft testen, met de bedoeling het te gebruiken voor alle nieuwe aanbestedingsprocedures die worden gestart vanaf 2024;

Preventie van en omgang met belangenconflicten, en transparantie

21.

neemt kennis van de standaardprocedure van het Agentschap voor de omgang met belangenconflicten die van toepassing is op alle kandidaten aan wie een functie bij het Agentschap wordt aangeboden, nieuwkomers en personeel dat van functie verandert, alsmede alle personeelsleden die het Agentschap verlaten; benadrukt dat het Agentschap een gedragscode voor de leden van het college en de raad van bestuur heeft ingevoerd, zij het zonder een beleid op het gebied van draaideurconstructies; merkt op dat er in 2022 gevallen van belangenconflicten zijn gemeld en beheerd, met name wat de betrokkenheid van leden van het college betreft bij procedures in verband met personeel; stelt met waardering vast dat de betrokken personen zich hebben teruggetrokken en niet hebben deelgenomen aan de beraadslagingen en besluitvorming van het college in dit verband;

22.

merkt op dat, hoewel het Agentschap geen vergaderingen heeft met lobbyisten, de vergaderingen van de raad van bestuur van het Agentschap met externe gasten die het Agentschap bezoeken, in 2022 werden gepubliceerd op het twitteraccount van het Agentschap en sinds 2023 worden gepubliceerd op de openbare website van het Agentschap; betreurt ten zeerste dat het Agentschap, ondanks herhaalde oproepen van het Parlement in diverse kwijtingsresoluties, nog steeds niet de cv’s van al zijn hoger leidinggevend personeel, interne deskundigen en externe deskundigen publiceert op zijn website; dringt er bij het Agentschap op aan deze cv’s te publiceren of uit te leggen waarom het dit nog niet heeft gedaan;

Interne controle

23.

herinnert eraan dat in 2021 een OLAF-onderzoek liep naar aanleiding van een anonieme klacht over onregelmatigheden die zich zouden hebben voorgedaan in aanwervingsprocedures; merkt op dat OLAF in 2022 heeft gemeld dat er geen onregelmatigheden zijn vastgesteld; merkt in dit verband ook op dat OLAF, omdat dit onderzoek eind 2022 gedeeltelijk nog liep en om redenen van vertrouwelijkheid, heeft besloten in dat stadium geen nadere informatie te verstrekken; is verheugd over de toezegging van het Agentschap om de kwijtingsautoriteit te gepasten tijde op de hoogte te brengen van de ontwikkelingen op dit gebied;

24.

merkt op dat er eind 2022 vier aanbevelingen waren van de dienst Interne Audit (Internal Audit Service, IAS) van de Commissie van 2019 en 2021 die aanzienlijke vertraging hadden opgelopen; merkt in dit verband op dat, wat de aanbeveling van de IAS uit 2021 over eigen initiatief op het gebied van operationele taken betreft, de desbetreffende interne werkgroep van het Agentschap overeenstemming heeft bereikt over een strategisch document en een actieplan, met acties op korte en middellange termijn, waarvan sommige in 2023 reeds zijn uitgevoerd, zodat het Agentschap, onder voorbehoud van de definitieve beoordeling door de IAS, deze aanbeveling als uitgevoerd heeft aangemerkt; leest in het follow-upverslag voorts met betrekking tot de aanbeveling van de IAS van 2021 dat het Agentschap een iCAT-enquête houdt om de beoordeling van zachte beheersingsmaatregelen te versterken, dat de start van die enquête, die gepland was voor het vierde kwartaal van 2022, is uitgesteld als gevolg van de uitvoering van grote overkoepelende projecten (bv. Summa), de toename van de werkbelasting als gevolg van nieuwe prioriteiten in verband met de oorlog in Oekraïne, en de overgangsperiode tussen het vertrek van de vorige administratief directeur en de benoeming van de nieuwe directeur; merkt in dit verband op dat de relevante iCAT-vragen zijn opgenomen in de Engagement Survey (SES) van het Agentschap die is gehouden in het tweede kwartaal van 2023; merkt tot slot op dat deze aanbeveling, onder voorbehoud van de definitieve beoordeling door de IAS, door het Agentschap ook wordt beschouwd als uitgevoerd; verzoekt het Agentschap vaart te zetten achter de uitvoering van de resterende aanbevelingen van de IAS, met name degene die aanzienlijke vertraging hebben opgelopen;

25.

neemt met bezorgdheid kennis van de aanzienlijke toename in 2022 van het aantal gevallen van niet-naleving en de waarde hiervan (43 gevallen, ter waarde van 294 000 EUR) ten opzichte van 2021 (33 gevallen, ter waarde van 18 000 EUR), voornamelijk in verband met kwesties zoals een factuur die hoger was dan de juridische verbintenis, een vastlegging in de begroting die plaatsvond nadat de juridische verbintenis was toegewezen of het ontbreken van een bestelbon of een specifiek contract; neemt kennis van de uitleg van het Agentschap dat deze stijging verband houdt met de moeilijkheden die zich in 2022 hebben voorgedaan bij het begrotings- en financieel beheer als gevolg van de invoering van Summa; verzoekt het Agentschap gevolg te geven aan deze opmerkingen en modellen te onderzoeken om te voorkomen dat dit soort situaties zich in de toekomst nog voordoet;

26.

merkt op dat het internecontrolekader van het Agentschap in 2022 voorzien was van de nodige componenten en beginselen en dat deze functioneerden, en dat het systeem over het geheel genomen doeltreffend was, waarbij enkele verbeteringen nodig waren, bijvoorbeeld in verband met de uitvoering van Summa en het feit dat er een rampenherstelplan moet worden vastgesteld; prijst het Agentschap voor de vaststelling van beleid inzake gevoelige functies, voor de ontwerpbeoordeling van de kosteneffectiviteit en voordelen van de aanwijzing van een interneauditcapaciteit (Internal Audit Capability, IAC) en voor het ontbreken van kritische auditaanbevelingen of -opmerkingen in 2022; vraagt het Agentschap de kwijtingsautoriteit in te lichten over het resultaat van de beoordeling met betrekking tot de IAC; prijst het Agentschap ten slotte voor de verdere maatregelen die het heeft genomen naar aanleiding van de goedkeuring in 2021 van zijn fraudebestrijdingsstrategie; merkt in dit verband op dat het Agentschap in 2022 nieuwe interne procedures voor het beheer van activa en voorraden heeft vastgesteld;

Overige opmerkingen

27.

prijst het Agentschap voor de investeringen in zijn communicatieactiviteiten, om de zichtbaarheid van het Agentschap en het begrip van de werkzaamheden ervan te vergroten en een breed publiek te bereiken; merkt op dat als gevolg hiervan in 2022 de socialemediaparameters van het Agentschap zijn toegenomen met 40 %, het aantal bezoekers van de website van het Agentschap is toegenomen met bijna 100 % en het aantal persberichten en nieuwsberichten is toegenomen met 16 % ten opzichte van de cijfers van 2021, waarbij de laatste indicator heeft geleid tot een stijging van het aantal vermeldingen tot bijna het vijfvoudige ten opzichte van 2021;

28.

prijst de voortdurende inspanningen van het Agentschap in 2022 om zijn naleving op het gebied van gegevensbescherming te versterken; is ingenomen met de uitbreiding van het team van de functionaris voor gegevensbescherming van het Agentschap met twee extra personeelsleden voor de nieuwe taken in verband met Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (2) en de uitbreiding van het mandaat van het Agentschap op het gebied van belangrijke internationale misdrijven, als bijkomende versterking van de gegevensbescherming; merkt op dat de functionaris voor gegevensbescherming en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in 2022 regelmatig (tweemaandelijks) vergaderingen zijn blijven beleggen, naast ad-hocvergaderingen, en overleg zijn blijven plegen over verschillende kwesties in verband met gegevensbescherming, zoals datalekken en klachten;

29.

prijst het Agentschap voorts voor het feit dat het in 2022 diverse maatregelen heeft genomen om de cyberveiligheid en de bescherming van de digitale bestanden in zijn bezit te verbeteren, zoals de uitrol van centraal beheerde en beveiligde mobiele telefoons van het Agentschap, de organisatie van interne bewustmakingssessies over CyberCafe en de uitvoering van maatregelen om het Agentschap te beschermen tegen Distributed Denial of Serviceaanvallen;

30.

verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024 (3) over het functioneren en het financieel beheer van en de controle op de agentschappen.

(1)   PB C 38 van 31.1.2023, blz. 194.

(2)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).

(3)  Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.


ELI: http://data.europa.eu/eli/res/2024/2340/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)