European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/2256

10.10.2024

RESOLUTIE (EU) 2024/2256 VAN HET EUROPEES PARLEMENT

van 11 april 2024

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) voor het begrotingsjaar 2022

HET EUROPEES PARLEMENT,

gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) voor het begrotingsjaar 2022,

gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

gezien Speciaal verslag nr. 03/2023 van de Rekenkamer,

gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0120/2024),

A.

overwegende dat de definitieve begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven (1)24 827 843 EUR bedroeg, wat neerkomt op een stijging van 5,25 % ten opzichte van 2021; overwegende dat de begroting van het Agentschap hoofdzakelijk wordt gefinancierd uit twee inkomstenbronnen, namelijk geïnde vergoedingen en de bijdrage uit de algemene begroting van de Unie;

B.

overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022 (hierna “het verslag van de Rekenkamer”) verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.

merkt op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2022 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de vastleggingskredieten van het lopende jaar van 99,26 %, wat neerkomt op een stijging van 5,20 % ten opzichte van 2021; stelt vast dat het uitvoeringspercentage voor de betalingskredieten van het lopende jaar 70,12 % bedroeg (waarmee het streefcijfer van het Agentschap van 75 % net niet werd gehaald), wat neerkomt op een stijging van 4,16 % ten opzichte van 2021;

2.

stelt met bezorgdheid vast dat het Agentschap gedurende meerdere, opeenvolgende jaren een hoog percentage overgedragen vastleggingskredieten had en in 2022 7,2 miljoen EUR (29,4 %) heeft overgedragen, wat neerkomt op een lichte stijging ten opzichte van 2021 (29,9 %); herinnert eraan dat de kwijtingsautoriteit het Agentschap heeft verzocht deze kwestie op te lossen; stelt voorts vast dat dit 5,5 miljoen EUR (66,2 %) omvatte van de kredieten in het kader van titel III, die betrekking hadden op beleidsuitgaven en voornamelijk op de kernactiviteiten van het Agentschap overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad (2) (66,4 % in 2021); beklemtoont dat herhaaldelijk hoge percentages overdrachten kunnen wijzen op structurele problemen of een zwakke begrotingsplanning en mogelijk in strijd zijn met het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit; neemt er nota van dat het Agentschap in 2023 driemaandelijkse bewustmakingssessies heeft ingevoerd voor de beheerders van begrotingslijnen die voor elke begrotingsherziening worden uitgevoerd om de begrotingsplanning en de tijdige uitvoering van zowel de begroting als het aanbestedingsplan in overeenstemming met het beginsel van jaarperiodiciteit te bevorderen;

Prestaties

3.

merkt op dat het management van het Agentschap de verwezenlijking van de doelstellingen van het werkprogramma net als in de voorgaande jaren heeft gemonitord door middel van zijn kernprestatie-indicatoren (KPI’s), aan de hand van zijn “verkeerslichtsysteem”; merkt tevens op dat de meeste KPI’s volgens het Agentschap gewoonlijk van jaar tot jaar hetzelfde blijven om consistentie in vergelijkingen te waarborgen, maar dat de in het desbetreffende jaar te verwezenlijken doelstellingen op jaarbasis worden vastgesteld; beveelt niettemin aan dat het Agentschap maatregelen neemt voor de indicatoren die achterlopen of nog niet zijn verwezenlijkt, en dat het de KPI’s regelmatig bijstelt om zijn prestaties te optimaliseren;

4.

merkt op dat 82 % van het werkprogramma al dan niet met een klein probleem werd verwezenlijkt en dat 18 % niet werd verwezenlijkt of dat de daarmee verband houdende taken een lagere prioriteit kregen of werden uitgesteld vanwege de beperkte beschikbare personele middelen; beveelt aan dat het Agentschap de haalbaarheid van het werkprogramma opnieuw beoordeelt, rekening houdend met de beschikbare personele middelen, aangezien de beperking van de personele middelen ook in de voorgaande jaren een verklarende factor is gebleken bij de uitvoering van het werkprogramma; merkt voorts op dat de streefcijfers van de KPI’s werden gehaald, met uitzondering van het percentage betalingskredieten, dat in 2022 70,1 % (streefcijfer 75 %) bedroeg, ten opzichte van 65,9 % in 2021;

5.

is zich ervan bewust dat de invasie van Rusland in Oekraïne buitengewone beleidsmaatregelen vergde om de energievoorzieningszekerheid in stand te houden en consumenten te beschermen, wat resulteerde in meer verantwoordelijkheden voor het Agentschap en wat het Agentschap op verschillende manieren beïnvloedde; merkt op dat het Agentschap in dit verband in de loop van het jaar verschillende omvattende extra taken kreeg (bijv. de publicatie van de definitieve beoordeling van de groothandelsmarkt voor elektriciteit in de Unie, de publicatie van de prijsbeoordeling/benchmark voor vloeibaar aardgas en de toepassing van het marktcorrectiemechanisme); is ingenomen met de inspanningen die het Agentschap heeft geleverd om deze aanvullende taken uit te voeren, alsook met de extra steun die het Agentschap heeft verleend aan beleidsmakers op het gebied van hoge energieprijzen;

6.

neemt kennis van de opmerking van de Rekenkamer uit haar Speciaal verslag 03/2023 over de integratie van de interne markt voor elektriciteit met betrekking tot tekortkomingen in het monitoring- en rapportagekader van het Agentschap; herinnert eraan dat in de jaarlijkse werkprogramma’s van het Agentschap consequent wordt vermeld dat monitoring een kritieke taak is, maar dat de werkprogramma’s niettemin niet expliciet genoeg verduidelijken hoe de monitoring en rapportage worden gepland, ondanks de verplichting van het Agentschap om alle verwachte resultaten te presenteren; onderstreept dat dit de verantwoordingsplicht van het Agentschap dreigt te ondermijnen en bovendien het inzicht van belanghebbenden in de gegevensbehoeften van het Agentschap en de betrokkenheid van het Agentschap bij het toezicht op de uitvoering zou kunnen belemmeren;

Efficiëntie en verbeteringen

7.

merkt op dat het Agentschap regelmatig zijn ondersteunende functies en administratieve processen op verschillende manieren beoordeelt, optimaliseert en stroomlijnt: kennisdeling en invoering van beste praktijken van andere agentschappen, beoordeling, documentatie en automatisering van bepaalde processen en centralisatie van bepaalde ondersteunende functies;

8.

neemt er nota van dat het Agentschap met de steun van een extern adviesbureau een werklastanalyse heeft uitgevoerd om de stand van zaken met betrekking tot de taak-/activiteitenverdeling te beoordelen en mogelijke organisatorische lacunes en problemen in kaart te brengen, evenals ruimte voor synergieën en betere regelingen voor controle en taakverdeling; stelt vast dat dit heeft geresulteerd in een actieplan, dat tijdens vergaderingen van het hoger management en speciale bijeenkomsten wordt gemonitord;

9.

verheugt zich over het feit dat het Agentschap een aantal IT-instrumenten gebruikt voor aanbestedingsprocedures (e-Submission, e-Tendering, e-Notices en e-Invoicing voor facturen in het kader van DIGIT-contracten); stelt vast dat het Agentschap ook gebruikmaakt van Sysper, ARES (met inbegrip van gekwalificeerde elektronische handtekeningen) en MiPS; verzoekt het Agentschap zijn interne processen verder te ontwikkelen door in te zetten op digitalisering, met name wanneer dit leidt tot efficiëntie en besparingen met betrekking tot de huishoudelijke uitgaven;

10.

wijst erop dat het belangrijk is het Agentschap verder te digitaliseren wat interne werking en management betreft, maar ook om procedures sneller te digitaliseren; benadrukt dat het Agentschap op dit gebied proactief moet blijven, om een digitale kloof tussen de agentschappen te voorkomen; wijst er evenwel op dat alle nodige veiligheidsmaatregelen moeten worden genomen om elk risico voor de onlineveiligheid van de verwerkte informatie te vermijden, en dringt erop aan dat wordt opgetreden tegen cyberaanvallen en infiltratiepogingen, vooral uit Rusland of China;

Personeelsbeleid

11.

stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2022 voor 97,40 % was ingevuld, waarbij 74 van de 76 in het kader van de EU-begroting toegestane tijdelijke functionarissen waren aangesteld (ten opzichte van 71 toegestane posten in 2021); neemt er nota van dat in 2022 bovendien 38 contractanten, 7 gedetacheerde nationale deskundigen, 19 uitzendkrachten en 2 consultants voor het Agentschap werkten; herhaalt de aanbeveling van de Rekenkamer om permanente en lopende taken toe te wijzen aan vaste personeelsleden;

12.

merkt op dat het Agentschap, gezien de langetermijncontracten van de leden van het hoger management van het Agentschap (met uitzondering van dat van zijn directeur, die niet door het Agentschap wordt gekozen en een mandaat voor bepaalde tijd heeft), momenteel niet in staat is op korte termijn verandering te brengen in het bestaande genderevenwicht in zijn hoger management; stelt vast dat de raad van bestuur van het Agentschap bestaat uit 10 vrouwen (53 %) en 9 mannen (47 %); wijst erop dat vrouwen in het totale personeelsbestand nog altijd ondervertegenwoordigd zijn, met 40 vrouwen (35 %) tegenover 73 mannen (65 %) (respectievelijk 37 % en 63 % in 2021); herinnert eraan dat het belangrijk is te streven naar een genderevenwicht in het personeel en verzoekt het Agentschap met dit aspect rekening te houden bij toekomstige personeelsaanwervingen en benoemingen in zijn hoger management; is ervan op de hoogte dat het Agentschap het handvest voor diversiteit en inclusie heeft onderschreven en zich ertoe heeft verbonden zijn beleid en inspanningen op het gebied van gendergelijkheid, diversiteit en inclusie te verbeteren; pleit andermaal krachtig voor gezamenlijke inspanningen om de ondervertegenwoordiging van vrouwen aan te pakken en vraagt het Agentschap kwantificeerbare doelstellingen aan de kwijtingsautoriteit voor te leggen voor de verwezenlijking daarvan;

13.

merkt op dat het Agentschap beleid heeft ter bescherming van de persoonlijke waardigheid en ter voorkoming van psychologische en seksuele intimidatie, en dat het deel uitmaakt van de taskforce van vertrouwenspersonen van de agentschappen; kijkt uit naar het verslag en de aanbevelingen van deze taskforce; stelt vast dat er in 2022 geen gevallen van intimidatie zijn gemeld en spoort het Agentschap ertoe aan zijn inspanningen op dit vlak voort te zetten en verder uit te bouwen, zodat dergelijke gevallen ook in de toekomst worden verhinderd;

14.

spoort het Agentschap ertoe aan verder te werken aan een langetermijnstrategie voor het personeelsbeleid die gericht is op het evenwicht tussen werk en privéleven, een leven lang leren en loopbaanontwikkeling, genderevenwicht, telewerken, geografisch evenwicht en de aanwerving en integratie van personen met een handicap;

Aanbestedingen

15.

neemt nota van het feit dat het Agentschap eerdere door de Rekenkamer vastgestelde tekortkomingen op het gebied van aanbestedingen gedeeltelijk heeft verholpen, met name zijn betalingen voor posten die niet op de prijslijst stonden en waarvoor een oordeel met beperking is uitgebracht; is ingenomen met het feit dat het Agentschap een volledige reeks richtsnoeren voor zijn projectmanagers heeft, met inbegrip van modellen en gedetailleerde instructies met betrekking tot de bestaande workflows, in overeenstemming met de vereisten van het Financieel Reglement voor overheidsopdrachten; merkt op dat de opmerking van de Rekenkamer zal blijven openstaan totdat de onderliggende raamovereenkomsten aflopen;

16.

stelt vast dat er in 2022 in totaal 246 aanbestedingsprocedures van uiteenlopende aard werden afgerond, ten opzichte van 200 in 2021; herinnert eraan dat het belangrijk is dat bij alle aanbestedingsprocedures wordt gezorgd voor eerlijke concurrentie tussen inschrijvers en wordt gestreefd naar de beste mogelijke prijs voor goederen en diensten om een efficiënt gebruik van de beschikbare middelen te waarborgen, met inachtneming van de beginselen van transparantie, evenredigheid, gelijke behandeling en non-discriminatie; neemt met bezorgdheid kennis van de opmerking van de Rekenkamer dat de tekortkomingen bij aanbestedingen toenemen en bij de meeste agentschappen de grootste bron van onregelmatige betalingen blijven;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

17.

neemt er nota van dat het Agentschap in 2022 verdere maatregelen heeft genomen om zijn alomvattende beleid inzake de preventie van en de omgang met belangenconflicten uit te voeren, met inbegrip van bepalingen met betrekking tot zijn personeel, raden, werkgroepen en taskforces; merkt tevens op dat het Agentschap in december 2022 strengere richtsnoeren voor de raad van bestuur en de raad van beroep heeft vastgesteld betreffende de preventie van en de omgang met belangenconflicten; stelt verder vast dat deze richtsnoeren een aanvulling vormen op het bestaande, in 2015 vastgestelde algemene beleid van het Agentschap inzake de preventie van en de omgang met belangenconflicten, de leden van de raad van bestuur meer inzicht verschaffen in de uitvoering van hun taken overeenkomstig het beleid van het Agentschap inzake de preventie van en de omgang met belangenconflicten, en het beoordelingspanel bovendien helpen bij de beoordeling van omstandigheden die tot belangenconflicten kunnen leiden;

18.

stelt vast dat er in 2022 één belangenconflict betreffende een personeelslid werd gemeld; neemt er nota van dat het afdelingshoofd deze kwestie heeft opgelost door te besluiten dit personeelslid niet te laten meewerken aan bepaalde zaken waarbij zijn/haar voormalige werkgever betrokken was; merkt op dat deze aanpak werd bevestigd door de juridische diensten van het Agentschap, de ethisch correspondent en de afdeling Personeelszaken, zoals tevens in een nota bij het dossier werd vermeld;

19.

betreurt dat de website van het Agentschap volgens Speciaal verslag 03/2023 van de Rekenkamer over de integratie van de interne markt voor elektriciteit niet efficiënt wordt beheerd, aangezien belangrijke documenten voor belanghebbenden en het bredere publiek niet gemakkelijk toegankelijk zijn of helemaal niet op de website worden geplaatst; merkt voorts op dat de website niet transparant genoeg is als communicatie-instrument en op bepaalde vlakken zelfs niet voldoet aan de wettelijke vereisten; verzoekt het Agentschap dringend de transparantie van zijn werkzaamheden en zijn verantwoordingsplicht te verbeteren door de toegang van het publiek tot de documenten en gegevens op zijn website te vergemakkelijken, te zorgen voor volledige en tijdige publicatie van zijn besluiten en gegevens overeenkomstig de wettelijke voorschriften, en een duidelijk omschreven transparantiebeleid op basis van beste praktijken in te voeren;

20.

is bezorgd over de opmerkingen van de Rekenkamer uit Speciaal verslag 03/2023 over de integratie van de interne markt voor elektriciteit, waaruit blijkt dat de bestuursstructuur van het Agentschap zijn doeltreffendheid en onafhankelijkheid in de weg staat; merkt op dat de directeur van het Agentschap, zoals door de Rekenkamer wordt beklemtoond, goedkeuring moet krijgen van de raad van regulators voor belangrijke reguleringsoutput; merkt voorts op dat de raad van regulators bestaat uit één vertegenwoordiger van een nationale regelgevende instantie (NRI) per lidstaat en uitsluitend mag handelen in het belang van de EU als geheel, maar dat de verordening inzake het Agentschap niet voorziet in wettelijke waarborgen om te voorkomen dat vertegenwoordigers betrokken raken bij besluiten van de raad die in strijd zijn met besluiten van specifieke NRI’s of met nationale belangen (wanneer deze door de NRI’s overeenkomstig hun wettelijke status worden behartigd); wijst er bovendien op dat de externe expertise van het Agentschap sterk afhangt van de mate waarin deskundigen van NRI’s bij de werkgroepen en taskforces worden betrokken; herinnert eraan dat deskundigen van NRI’s ook in belangenconflicten verzeild kunnen raken, maar niettemin niet verplicht zijn een verklaring inzake belangenconflicten te ondertekenen; verzoekt de Commissie verbeteringen met betrekking tot het beheer van het Agentschap te evalueren en voor te stellen, met het oog op een grotere onafhankelijkheid ten opzichte van NRI’s en nationale belangen, alsook betere handhavingsbevoegdheden en convergentie-instrumenten;

21.

merkt op dat de Rekenkamer in bovengenoemd speciaal verslag tevens aangeeft tekortkomingen te hebben vastgesteld in de toepassing van de interne regels van het Agentschap betreffende het beheer en de bekendmaking van de belangenverklaringen van de leden van de raad van regulators en de raad van bestuur; benadrukt dat meer transparantie in de besluitvormingsprocessen van de raden en werkgroepen van het Agentschap zou kunnen bijdragen tot de openbare controle op belangenconflicten (bijv. publicatie van notulen en stemmingsresultaten);

22.

neemt kennis van het feit dat bijeenkomsten van het Agentschap met lobbyisten op het niveau van de vergaderingen van de directeur worden geregistreerd en op de website van het Agentschap worden bekendgemaakt;

23.

herinnert eraan dat het Agentschap zichtbaarder moet worden in de media, op het internet en op sociale netwerken, om zo zijn werkzaamheden onder de aandacht van de burgers te brengen;

Interne controle

24.

merkt op dat met het oog op de versterking van het systeem voor interne controle in 2022 een aantal interne beleidsmaatregelen is herzien, waaronder Besluit 2022-14 van de directeur van 13 september 2022 tot vaststelling van het register van uitzonderingen en gevallen van niet-naleving, tot vaststelling van de procedure voor het aanvragen van uitzonderingen en meldingen in geval van niet-naleving; Besluit 2022-08 van de directeur van 21 juni 2022 tot vaststelling van het beleid en de procedure voor het beheer van gevoelige functies en tot intrekking van Besluit 2019-06 van de directeur van 2 april 2019 tot vaststelling van het beleid en de procedure voor het beheer van gevoelige functies; en het besluit van de raad van bestuur tot wijziging van Besluit nr. 17/2022 van de raad van bestuur van 13 december 2018 betreffende het kader voor interne controle van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators;

25.

neemt er nota van dat volgens het verslag van de Rekenkamer in december 2022 een betalingsopdracht van 714 720 EUR werd goedgekeurd door een gedelegeerd ordonnateur wiens goedkeuringsbevoegdheden beperkt waren tot 500 000 EUR; benadrukt dat dit wijst op een tekortkoming in de interne controles van het Agentschap met betrekking tot de delegatie van bevoegdheden voor het goedkeuren van betalingen; verzoekt het Agentschap stappen te ondernemen om ervoor te zorgen dat de grenswaarden voor elke aparte betalingsopdracht in acht worden genomen;

Overige opmerkingen

26.

stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap in 2022 begonnen is met de uitvoering van een penetratietestplan om alle bestaande en nieuwe toepassingen te evalueren die verbonden zijn met het internet, teneinde ten minste eens in de drie jaar regelmatige penetratietests uit te voeren;

27.

is ingenomen met het feit dat het Agentschap in 2022 de interinstitutionele raamovereenkomst inzake adviesdiensten voor de invoering en registratie van een milieubeheersysteem (EMAS) heeft ondertekend; neemt er voorts nota van dat het Agentschap de uitvoering van zijn actieplan voor vergroening 2021-2022 heeft voortgezet en is nagegaan of er samen met de verhuurder verdere stappen konden worden ondernomen om beter aan de EMAS-normen te voldoen, aangezien de specifieke kenmerken van de gehuurde gebouwen beperkingen met zich meebrachten;

28.

verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024 (3) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1)   PB C 38 van 31.1.2023, blz. 87.

(2)  Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie (PB L 326 van 8.12.2011, blz. 1).

(3)  Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.


ELI: http://data.europa.eu/eli/res/2024/2256/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)