European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/2108

31.7.2024

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2024/2108 VAN DE COMMISSIE

van 29 juli 2024

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 wat betreft bepaalde urgente maatregelen voor de beveiliging van de luchtvaart met betrekking tot apparatuur voor beveiligingsonderzoeken van vloeistoffen, spuitbussen en gels

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2320/2002 (1), met name artikel 4, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In punt 12 van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 van de Commissie (2) zijn de procedures vastgesteld voor de goedkeuring en het gebruik van beveiligingsapparatuur voor de burgerluchtvaart die voldoet aan de in die bijlage vastgestelde normen.

(2)

Apparatuur voor explosievendetectiesystemen voor handbagage (EDSCB) die voldoet aan norm C3, zoals uiteengezet in aanhangsel 12-B van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998, is ontworpen voor beveiligingsonderzoeken van handbagage die vloeistoffen, spuitbussen en gels bevat, samen met draagbare computers en andere grote elektrische voorwerpen. Het gebruik van dergelijke innovatieve en operationeel performante technologie stelt de luchthaven die dergelijke technologie inzet, in staat de bestaande beperkingen op het meenemen van vloeistoffen, gels en spuitbussen (LAG’s) in de handbagage van vertrekkende passagiers op te heffen.

(3)

De Commissie heeft de EDSCB-apparatuur van norm C3 goedgekeurd en de markering “EU-stempel” (3) toegekend na ontvangst van de testverslagen of verslagen van niveau 2 van het gemeenschappelijke evaluatieproces van de Europese Burgerluchtvaartconferentie (ECAC), waaruit blijkt dat de apparatuur aan de vereiste detectienormen voldoet.

(4)

Uit technische informatie die de Commissie heeft ontvangen en door ECAC-staten en laboratoria is gevalideerd, blijkt dat de bestaande configuraties van EDSCB-apparatuur van norm C3 waaraan de Commissie de markering “EU-stempel” of “EU-stempel in behandeling” heeft toegekend, moeten worden herzien om de prestaties ervan te verbeteren.

(5)

Om de veiligheid van het luchtvervoer te handhaven, moet bij wijze van voorzorgsmaatregel een beperking worden ingevoerd van het maximumvolume van individuele LAG-containers bij een beveiligingsonderzoek door een van de momenteel goedgekeurde EDSCB-apparatuurconfiguraties van norm C3.

(6)

Alle goedgekeurde EDSCB-apparatuurconfiguraties van norm C3, als bedoeld in punt 12.4.2.8 van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998, die vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening de markering “EU-stempel” hebben gekregen, moeten voortaan worden ingezet in overeenstemming met het werkingsconcept voor de EDSCB van norm C3, waarbij bij de beveiligingsonderzoeken het maximumvolume van individuele LAG-containers niet meer dan 100 ml bedraagt.

(7)

Besluit (EU) 2024/1177 van de Commissie (4) moet worden ingetrokken omdat de configuratie waarop dit besluit betrekking had, nu moet worden onderworpen aan de beperking die van toepassing is op alle goedgekeurde configuraties van de EDSCB-apparatuur van norm C3.

(8)

De respectieve fabrikanten van apparatuur moeten de momenteel gebruikte configuraties herzien en deze onderwerpen aan de vereiste tests door de laboratoria die in het kader van het gemeenschappelijk evaluatieproces van de ECAC werken.

(9)

De bij deze verordening ingevoerde beperking kan worden opgeheven zodra de Commissie de testverslagen of de verslagen van niveau 2 in het kader van het gemeenschappelijk evaluatieproces van de ECAC ontvangt waaruit blijkt dat de herziene individuele EDSCB-apparatuurconfiguraties van norm C3 aan de vereiste detectienormen voldoen.

(10)

Om de duur van de bij deze verordening ingevoerde operationele beperking te verkorten en ervoor te zorgen dat de nieuwe configuraties versneld worden getest, moeten apparatuurconfiguraties die zijn goedgekeurd op grond van nationale mechanismen die door de lidstaten worden toegepast en waarvan de Commissie naar behoren in kennis is gesteld overeenkomstig punt 12.0.5 van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998, onder bepaalde voorwaarden worden geacht in aanmerking te komen voor de markering “EU-stempel”.

(11)

Tot slot is uit de ervaring die is opgedaan met de uitvoering van punt 12.0.4.2 van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 gebleken dat de huidige formulering ervan moet worden herzien om exploitanten in staat te stellen nieuwe onderdelen van een apparatuurconfiguratie in te voeren waarvoor de markering “EU-stempel” of de markering “EU-stempel in behandeling” is opgeschort, mits de vereiste compenserende maatregelen worden toegepast.

(12)

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(13)

Aangezien een redelijke periode nodig is om luchthavens die configuraties inzetten van EDSCB-apparatuur van norm C3, in staat te stellen de uitvoering van de in de bijlage vastgestelde risicobeperkende maatregelen voor te bereiden, moet de toepassing van deze verordening worden uitgesteld tot 1 september 2024.

(14)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 19 van Verordening (EG) nr. 300/2008 opgerichte comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 september 2024.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 juli 2024.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 97 van 9.4.2008, blz. 72, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/300/oj.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 van de Commissie van 5 november 2015 tot vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart (PB L 299 van 14.11.2015, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2015/1998/oj).

(3)  Besluit (EU) 2021/2147 van de Commissie van 3 december 2021 inzake de goedkeuring van beveiligingsapparatuur voor de burgerluchtvaart met de markering “EU-stempel” (PB L 433 van 6.12.2021, blz. 25, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2021/2147/oj).

(4)  Besluit (EU) 2024/1177 van de Commissie van 23 april 2024 betreffende de opschorting van de goedkeuring van apparatuur voor de beveiliging van de burgerluchtvaart met de markering EU-stempel (PB L, 2024/1177, 25.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/1177/oj).


BIJLAGE

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Punt 12.0.4.2 wordt vervangen door:

“12.0.4.2.

Beveiligingsapparatuur waarvan de markering “EU-stempel” of “EU-stempel in behandeling” is geschorst, mag worden gebruikt onder voorbehoud van de toepassing van aanvullende compenserende maatregelen, naargelang het geval. Door de markering “EU-stempel” of “EU-stempel in behandeling” op te schorten, kan de Commissie aangeven of nieuwe onderdelen van de apparatuur waarvoor de markeringsstatus is geschorst, mogen worden ingezet en gebruikt met toevoeging van dezelfde compenserende maatregelen.”.

2)

Het volgende punt 12.0.5.4 wordt toegevoegd:

“12.0.5.4.

De Commissie kan de markeringsstatus “EU-stempel” verlenen aan de in punt 12.0.5.3 bedoelde beveiligingsapparatuur op voorwaarde dat zij het door de lidstaat overgelegde bewijs heeft ontvangen waaruit blijkt dat die beveiligingsapparatuur aan de in dit hoofdstuk vastgestelde normen voldoet.”.

3)

De punten 12.4.2.8 en 12.4.2.9 worden vervangen door:

“12.4.2.8.

Alle EDS-apparatuur die ontworpen is voor beveiligingsonderzoeken van handbagage die draagbare computers, andere grote elektrische voorwerpen en LAG’s bevat, moet minstens voldoen aan norm C3.

12.4.2.9.

Alle EDS-apparatuur die aan norm C3 voldoet, wordt beschouwd als gelijkwaardig aan LEDS-apparatuur die voldoet aan norm 2 voor beveiligingsonderzoeken van LAG’s.”.

4)

Het volgende punt 12.4.2.10 wordt toegevoegd:

“12.4.2.10.

Apparatuur van norm C3 die ontworpen is voor beveiligingsonderzoeken van handbagage en die vóór 1 augustus 2024 de markering “EU-stempel” of “EU-stempel in behandeling” heeft gekregen, mag alleen worden gebruikt voor beveiligingsonderzoeken van LAG’s wanneer het maximumvolume van individuele LAG-containers niet meer dan 100 ml bedraagt.”.


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/2108/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)