|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2024/2000 |
25.7.2024 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2024/2000 VAN DE COMMISSIE
van 24 juli 2024
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1070 om de verslaglegging over de toepassing ervan efficiënter te maken en het gebruik van actieve antennesystemen mogelijk te maken
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (1), en met name artikel 57, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1070 van de Commissie (2) worden de fysieke en technische kenmerken van draadloze toegangspunten met klein bereik vastgesteld als bedoeld in artikel 57, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn (EU) 2018/1972. Die uitvoeringsverordening is niet van toepassing op draadloze toegangspunten met klein bereik met een actief antennesysteem. |
|
(2) |
In 2022 is de Europese norm EN 62232 (3) geactualiseerd om het gebruik van actieve antennesystemen mogelijk te maken, ook in draadloze toegangspunten met klein bereik, waarbij ervoor wordt gezorgd dat basisstationinstallaties voldoen aan de aanbevolen grenswaarden overeenkomstig Aanbeveling 1999/519/EG van de Raad (4) betreffende de blootstelling van de mens aan elektromagnetische velden. |
|
(3) |
Om rekening te houden met de geactualiseerde Europese norm EN 62232, moet Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1070 ook van toepassing zijn op draadloze toegangspunten met klein bereik met een actief antennesysteem, teneinde de uitrol van draadloze toegangspunten met klein bereik met geavanceerde technologie te vergemakkelijken, overeenkomstig het hoge niveau van bescherming van de volksgezondheid als bedoeld in Aanbeveling 1999/519/EG. Dat mag echter geen afbreuk doen aan het vrije verkeer en het vrije gebruik van radioapparatuur overeenkomstig Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad (5). |
|
(4) |
Overeenkomstig de beginselen van betere regelgeving en om de administratieve lasten te verminderen, moet de verplichte verslagperiode voor de lidstaten over de toepassing van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1070 worden verlengd van een jaar tot twee jaar. |
|
(5) |
Om het kennisgevingsproces te vergemakkelijken en de administratieve lasten te verminderen voor zowel de exploitanten die draadloze toegangspunten met klein bereik van de klassen E2 of E10 hebben ingevoerd als voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, moet de termijn waarbinnen dergelijke exploitanten een kennisgeving over de nieuwe installatie bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat moeten indienen, worden verlengd van twee weken tot een maand, om de procedure flexibeler te maken. |
|
(6) |
In het geval van op dezelfde locatie geplaatste antennesystemen, of delen daarvan, moeten bewijsstukken worden overgelegd dat het geaggregeerde equivalent isotropisch uitgestraald vermogen (“EIRP”) onder de grenswaarde blijft. |
|
(7) |
Colocatie omvat de montage of installatie van meerdere antennesystemen, of delen daarvan, van een of meer draadloze toegangspunten met klein bereik op dezelfde locatie of ondersteunende structuur, met het oog op de transmissie en ontvangst van radiofrequentiesignalen voor communicatiedoeleinden. |
|
(8) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1070 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(9) |
De maatregelen van deze verordening zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor communicatie, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1070 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In artikel 1 wordt de tweede alinea geschrapt. |
|
2) |
In artikel 3 wordt lid 3 vervangen door: “3. Exploitanten die draadloze toegangspunten met klein bereik van de klassen E2 of E10 hebben uitgerold die voldoen aan de voorwaarden van lid 1, stellen de nationale bevoegde autoriteit binnen één maand na de uitrol van elk toegangspunt in kennis van de installatie en locatie van die toegangspunten en of die toegangspunten al dan niet voldoen aan de eisen van lid 1, punt a) of b).” |
|
3) |
Artikel 4 wordt vervangen door: “Artikel 4 De lidstaten houden regelmatig toezicht op de toepassing van deze verordening, met name op de toepassing van artikel 3, lid 1, en op de technologieën die worden gebruikt in de draadloze toegangspunten met klein bereik, en brengen hierover verslag uit aan de Commissie, voor het eerst uiterlijk op 31 december 2021 en daarna ieder jaar tot 31 december 2023. Vanaf 1 januari 2024 brengen de lidstaten om de twee jaar verslag uit aan de Commissie, voor het eerst uiterlijk op 31 maart 2026. De desbetreffende verslagen bestrijken elk een periode van twee kalenderjaren en worden uiterlijk op 31 maart van het jaar volgend op het einde van de verslagperiode bij de Commissie ingediend.”. |
|
4) |
De bijlage wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 24 juli 2024.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 321 van 17.12.2018, blz. 36.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1070 van de Commissie van 20 juli 2020 tot vaststelling van de kenmerken van draadloze toegangspunten met klein bereik krachtens artikel 57, lid 2, van Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (PB L 234 van 21.7.2020, blz. 11).
(3) EN 62232:2022, editie 3.0 “Bepaling van de RF-veldsterkte, vermogensdichtheid en SAR in de nabijheid van basisstations met het oog op de evaluatie van de blootstelling van de mens”.
(4) Aanbeveling 1999/519/EG van de Raad van 12 juli 1999 betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz-300 GHz ( PB L 199 van 30.7.1999, blz. 59).
(5) Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG (PB L 153 van 22.5.2014, blz. 62).
BIJLAGE
“„BIJLAGE
A. Voorwaarden als bedoeld in artikel 3, lid 1, punt b)
|
1. |
Het totale volume van het voor het grote publiek zichtbare deel van een draadloos toegangspunt met klein bereik voor gebruik door een of meer radiospectrumgebruikers bedraagt maximaal 30 liter. |
|
2. |
Het totale volume van de voor het grote publiek zichtbare delen van meerdere afzonderlijke draadloze toegangspunten met klein bereik die een infrastructuurlocatie met een afzonderlijk begrensd oppervlak delen, zoals een lantaarnpaal, een verkeerslicht, een reclamebord of een bushalte, bedraagt maximaal 30 liter. |
|
3. |
Indien het antennesysteem en andere onderdelen van het draadloze toegangspunt met klein bereik, zoals een radiofrequentie-eenheid, een digitale processor, een opslageenheid, een koelsysteem, stroomvoorziening, bekabeling, backhaulonderdelen of onderdelen voor aarding en bevestiging, afzonderlijk worden geïnstalleerd, wordt elk gedeelte daarvan dat het maximale volume van 30 liter overschrijdt, aan het zicht van het grote publiek onttrokken. |
|
4. |
Het draadloze toegangspunt met klein bereik is visueel consistent met de draagconstructie, heeft een omvang die in verhouding staat tot de totale omvang van de draagconstructie, een coherente vorm, neutrale kleuren die passen bij of overgaan in de draagconstructie, en verborgen kabels, en is visueel niet storend in combinatie met andere draadloze toegangspunten met klein bereik die al zijn geïnstalleerd op dezelfde locatie of op aangrenzende locaties. |
|
5. |
Het gewicht en de vorm van een draadloos toegangspunt met klein bereik vereisen geen structurele versterking van de draagconstructie. |
|
6. |
Een draadloos toegangspunt met klein bereik van installatieklasse E10 wordt alleen geïmplementeerd in de buitenruimte of in grote binnenruimten met een minimale plafondhoogte van vier meter. |
B. Eisen van de Europese norm bedoeld in artikel 3, lid 1
|
1. |
De implementatie van draadloze toegangspunten met klein bereik gebeurt in overeenstemming met de installatieklassen E0, E2 en E10, zoals uiteengezet in punt 6.2.5, tabel 2, van de Europese norm EN 62232:2022 “Bepaling van de RF-veldsterkte en SAR in de omgeving van basisstations met als doel de evaluatie van de blootstelling van het menselijk lichaam”. |
|
2. |
Indien meerdere (delen van) antennesystemen van één of meer onder deze verordening vallende draadloze toegangspunten met klein bereik op eenzelfde locatie worden geplaatst, worden de EIRP-criteria van de in punt 1 vermelde norm toegepast op de som van de EIRP’s van alle op dezelfde locatie geplaatste antennesystemen, of delen daarvan. In het geval van gezamenlijke uitrol van antennesystemen, of delen daarvan, kan het bewijs van de conformiteit van het geaggregeerde EIRP gezamenlijk door de uitrollende entiteiten worden ingediend, tenzij in het nationale recht anders is bepaald. |
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/2000/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)