|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2024/1860 |
9.7.2024 |
VERORDENING (EU) 2024/1860 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 13 juni 2024
tot wijziging van Verordeningen (EU) 2017/745 en (EU) 2017/746 wat betreft de geleidelijke uitrol van Eudamed, de verplichting tot informeren in geval van onderbreking of stopzetting van de levering, en overgangsbepalingen voor bepaalde medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114 en artikel 168, lid 4, punt c),
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),
Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij de Verordeningen (EU) 2017/745 (3) en (EU) 2017/746 (4) van het Europees Parlement en de Raad is een regelgevingskader vastgesteld om de goede werking van de interne markt voor medische hulpmiddelen en medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek te waarborgen, waarbij is uitgegaan van een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van patiënten en gebruikers. Tegelijkertijd worden in Verordening (EU) 2017/745 en Verordening (EU) 2017/746 hoge kwaliteits- en veiligheidseisen gesteld aan medische hulpmiddelen en medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek, teneinde tegemoet te komen aan gemeenschappelijke veiligheidsproblemen ten aanzien van dergelijke hulpmiddelen. Voorts versterken beide verordeningen in grote mate belangrijke elementen van het vorige regelgevingskader dat is vastgelegd in de Richtlijnen 90/385/EEG (5) en 93/42/EEG (6) van de Raad en in Richtlijn 98/79/EG van het Europees Parlement en de Raad (7), zoals het toezicht op aangemelde instanties, risicoclassificatie, conformiteitsbeoordelingsprocedures, vereisten inzake klinisch bewijs, vigilantie en markttoezicht, en vereisen zij dat de Europese databank voor medische hulpmiddelen (Eudamed) wordt opgezet om transparantie en traceerbaarheid met betrekking tot medische hulpmiddelen en medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek mogelijk te maken. |
|
(2) |
De Commissie moet op grond van de Verordeningen (EU) 2017/745 en (EU) 2017/746 Eudamed, dat zeven onderling verbonden elektronische systemen omvat, opzetten, onderhouden en beheren. De ontwikkeling van vier elektronische systemen is voltooid en naar verwachting zullen de twee andere elektronische systemen in 2024 worden voltooid. De ontwikkeling van het elektronische systeem voor klinische onderzoeken en prestatiestudies heeft echter aanzienlijke vertraging opgelopen als gevolg van de technische complexiteit van de vereisten en de in te richten workflows. |
|
(3) |
Op grond van de Verordeningen (EU) 2017/745 en (EU) 2017/746 zijn de verplichtingen en vereisten met betrekking tot Eudamed van toepassing vanaf een bepaalde datum zodra de Commissie heeft geverifieerd of Eudamed volledig functioneel is en daartoe een bericht heeft gepubliceerd. De vertraagde ontwikkeling van het definitieve elektronische systeem vormt derhalve een belemmering voor het verplichte gebruik van de individuele elektronische systemen die wel beschikbaar zijn. |
|
(4) |
Het gebruik van de elektronische systemen die voltooid zijn of binnenkort zullen worden voltooid, zou aanzienlijke steun bieden bij de doeltreffende en efficiënte uitvoering van de Verordeningen (EU) 2017/745 en (EU) 2017/746 en het zou de administratieve lasten voor marktdeelnemers verminderen. Daarom moet de geleidelijke uitrol van afzonderlijke elektronische systemen van Eudamed worden toegestaan zodra de werking hiervan is gecontroleerd volgens de procedure van Verordening (EU) 2017/745. |
|
(5) |
Gelet op de geleidelijke uitrol van de elektronische systemen van Eudamed en om te voorkomen dat perioden voor registratie in nationale databanken en in Eudamed elkaar overlappen, moeten de datums van toepassing van de verplichtingen en vereisten met betrekking tot Eudamed en de datums van toepassing van de overeenkomstige nationale registratievereisten op basis van de Richtlijnen 90/385/EEG, 93/42/EEG en 98/79/EG op elkaar worden afgestemd. |
|
(6) |
Vanwege de vertraging in de ontwikkeling van het elektronische systeem voor klinische onderzoeken en prestatiestudies moet ook het tijdschema voor de uitvoering van de gecoördineerde beoordeling van klinische onderzoeken en prestatiestudies worden aangepast, waarbij wordt vastgehouden aan de aanpak dat de lidstaten eerst de mogelijkheid moeten hebben om vrijwillig aan de gecoördineerde beoordeling deel te nemen voordat deze voor alle lidstaten verplicht wordt. |
|
(7) |
Ondanks de toename van het aantal overeenkomstig Verordening (EU) 2017/746 aangewezen aangemelde instanties is de totale capaciteit van de aangemelde instanties nog steeds ontoereikend om te garanderen dat het grote aantal medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek dat uit hoofde van die verordening een conformiteitsbeoordeling waarbij een aangemelde instantie is betrokken, moet ondergaan, wordt gecertificeerd. |
|
(8) |
Uit het aantal door fabrikanten ingediende aanvragen voor een conformiteitsbeoordeling van medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek en het aantal certificaten dat tot dusver door aangemelde instanties is afgegeven, blijkt dat er bij de overgang naar het bij Verordening (EU) 2017/746 vastgestelde regelgevingskader niet voldoende vooruitgang is geboekt om een soepele overgang naar de nieuwe regels binnen dat kader te waarborgen. |
|
(9) |
Het is zeer waarschijnlijk dat veel veilige en kritieke medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek, die essentieel zijn voor de medische diagnose en behandeling van patiënten, niet overeenkomstig Verordening (EU) 2017/746 worden gecertificeerd vóór het einde van de overgangstermijnen. Dit leidt tot een risico op tekorten aan hulpmiddelen, met name hulpmiddelen met het hoogste risico (klasse D), tegen het einde van de huidige overgangstermijn op 26 mei 2025. Daarom is het nodig een ononderbroken marktaanbod van medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek in de Unie te waarborgen. |
|
(10) |
Om een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid en patiëntveiligheid te garanderen en tegelijkertijd de goede werking van de interne markt te waarborgen, alsook om rechtszekerheid te bieden en mogelijke marktverstoringen te voorkomen, is een verdere verlenging noodzakelijk van de overgangstermijnen die in Verordening (EU) 2017/746 zijn vastgesteld voor hulpmiddelen die vallen onder certificaten die door aangemelde instanties overeenkomstig Richtlijn 98/79/EG zijn afgegeven en voor hulpmiddelen die in het kader van Verordening (EU) 2017/746 voor het eerst een conformiteitsbeoordeling moeten ondergaan waarbij een aangemelde instantie is betrokken. Met het oog op de verwezenlijking van deze doelstellingen moet de verlengde overgangstermijn betrekking hebben op alle klassen van hulpmiddelen, zodat de verdeling van de werklast van aangemelde instanties in de loop van de tijd beheersbaar blijft, en belemmeringen voor het certificeringsproces worden vermeden. |
|
(11) |
De verlenging moet lang genoeg zijn om fabrikanten en aangemelde instanties de benodigde tijd te geven om de vereiste conformiteitsbeoordelingen uit te voeren. De verlenging moet erop zijn gericht een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid te waarborgen, waaronder patiëntveiligheid en het vermijden van tekorten aan medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek die nodig zijn voor de soepele werking van gezondheidszorgdiensten, zonder op de huidige kwaliteits- of veiligheidsvereisten in te boeten. |
|
(12) |
Aan de verlenging moeten bepaalde voorwaarden worden verbonden om ervoor te zorgen dat alleen voor medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek die veilig zijn en waarvoor fabrikanten al bepaalde stappen hebben ondernomen om aan de eisen van Verordening (EU) 2017/746 te voldoen, van de extra overgangstermijn gebruik kan worden gemaakt. |
|
(13) |
Om ervoor te zorgen dat in toenemende mate wordt overgestapt op Verordening (EU) 2017/746, moet het gepaste toezicht met betrekking tot medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek waarvoor de overgangstermijn geldt, worden overgedragen van de aangemelde instantie die het certificaat overeenkomstig Richtlijn 98/79/EG heeft afgegeven, aan een aangemelde instantie die uit hoofde van Verordening (EU) 2017/746 is aangewezen. Met het oog op de rechtszekerheid mag de aangemelde instantie die is aangewezen op grond van Verordening (EU) 2017/746, niet verantwoordelijk zijn voor conformiteitsbeoordelings- en toezichtactiviteiten van de aangemelde instantie die het certificaat heeft afgegeven. |
|
(14) |
Wat betreft de termijnen die nodig zijn om fabrikanten en aangemelde instanties in staat te stellen de conformiteitsbeoordeling overeenkomstig Verordening (EU) 2017/746 uit te voeren voor medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek met een certificaat dat, of een conformiteitsverklaring die, overeenkomstig Richtlijn 98/79/EG is afgegeven, moet een evenwicht worden gevonden tussen de beperkte beschikbare capaciteit bij de aangemelde instanties en het waarborgen van een hoog niveau van patiëntveiligheid en bescherming van de volksgezondheid. Daarom moet de duur van de overgangsperiode afhangen van de risicoklasse van de medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek in kwestie, zodat de termijn korter is voor dergelijke hulpmiddelen die behoren tot een hogere risicoklasse en langer voor hulpmiddelen die behoren tot een lagere risicoklasse. |
|
(15) |
Gezien de gevolgen die tekorten aan bepaalde medische hulpmiddelen en medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek kunnen hebben voor patiëntveiligheid en de volksgezondheid, moet een mechanisme voor voorafgaande kennisgeving worden ingevoerd om bevoegde autoriteiten en zorginstellingen in staat te stellen met name risicobeperkende maatregelen te nemen indien dat nodig is om de gezondheid en veiligheid van patiënten te waarborgen. Wanneer fabrikanten om welke reden dan ook verwachten dat de levering van medische hulpmiddelen of medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek onderbroken of stopgezet zal worden en het redelijkerwijs voorzienbaar is dat dergelijke onderbreking of stopzetting kan leiden tot ernstige schade of tot een risico op ernstige schade voor patiënten of de volksgezondheid in een of meer lidstaten, moet de fabrikant derhalve de betrokken bevoegde autoriteiten en de marktdeelnemers aan wie zij dergelijke hulpmiddelen rechtstreeks leveren en, in voorkomend geval, de zorginstellingen of zorgverleners aan wie zij dergelijke hulpmiddelen rechtstreeks leveren, daarover informeren. Het risico op ernstige schade voor patiënten of de volksgezondheid kan bijvoorbeeld voortvloeien uit de relevantie van dergelijke hulpmiddelen voor het waarborgen van essentiële gezondheidsdiensten in een of meer lidstaten, de afhankelijkheid van de gezondheid en veiligheid van patiënten van de continue beschikbaarheid van dergelijke hulpmiddelen in een of meer lidstaten, of het ontbreken van geschikte alternatieven, ook in het licht van de verwachte duur van de onderbreking, de hoeveelheid hulpmiddelen die reeds op de markt is aangeboden en beschikbare voorraden of tijdschema’s voor de aankoop van alternatieven voor dergelijke hulpmiddelen. De informatie moet door de fabrikant en andere marktdeelnemers verderop in de toeleveringsketen worden verstrekt totdat zij de relevante zorginstellingen of zorgverleners bereikt. Aangezien het risico op tekorten van dergelijke hulpmiddelen met name relevant is tijdens de overgang van de Richtlijnen 90/385/EEG, 93/42/EEG en 98/79/EG naar de Verordeningen (EU) 2017/745 en (EU) 2017/746, moet het mechanisme van voorafgaande kennisgeving ook van toepassing zijn op hulpmiddelen die in de handel worden gebracht overeenkomstig de overgangsbepalingen van Verordeningen (EU) 2017/745 en (EU) 2017/746. |
|
(16) |
De Verordeningen (EU) 2017/745 en (EU) 2017/746 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(17) |
Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk het aanpakken van risico’s op tekorten aan medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek in de Unie en het vergemakkelijken van de tijdige uitrol van Eudamed, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (“VEU”) neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken. |
|
(18) |
Deze verordening wordt vastgesteld gezien de uitzonderlijke omstandigheden die het gevolg zijn van een dreigend risico op tekorten aan medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek en het daarmee gepaard gaande risico op een volksgezondheidscrisis, en de aanzienlijke vertraging bij de ontwikkeling van het elektronische systeem voor klinische onderzoeken en prestatiestudies van Eudamed. Om het beoogde effect van wijziging van de Verordeningen (EU) 2017/745 en (EU) 2017/746 te bewerkstelligen en de beschikbaarheid te waarborgen van dergelijke hulpmiddelen waarvan de certificaten al zijn vervallen of vóór 26 mei 2025 komen te vervallen, om marktdeelnemers en zorgaanbieders rechtszekerheid te bieden, en omwille van de consistentie met betrekking tot de wijzigingen van beide verordeningen, moet deze verordening met spoed in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
(19) |
Om fabrikanten en andere marktdeelnemers de tijd te geven om zich aan te passen aan de verplichting tot kennisgeving van een verwachte onderbreking of stopzetting van de levering van bepaalde hulpmiddelen, is het passend de toepassing van de bepalingen met betrekking tot dergelijke verplichting uit te stellen, |
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijzigingen van Verordening (EU) 2017/745
Verordening (EU) 2017/745 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
het volgende artikel wordt ingevoegd: “Artikel 10 bis Verplichtingen in geval van onderbreking of stopzetting van de levering van bepaalde hulpmiddelen 1. Wanneer een fabrikant een onderbreking of stopzetting van de levering van een hulpmiddel, niet zijnde een hulpmiddel naar maat, verwacht en het redelijkerwijs voorzienbaar is dat dergelijke onderbreking of stopzetting in een of meer lidstaten tot ernstige schade of een risico op ernstige schade voor patiënten of de volksgezondheid zou kunnen leiden, informeert de fabrikant de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar hij of zijn gemachtigde is gevestigd, alsmede de marktdeelnemers, zorginstellingen en zorgverleners aan wie de fabrikant het hulpmiddel rechtstreeks levert, over de verwachte onderbreking of stopzetting. De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, ten minste zes maanden vóór de verwachte onderbreking of stopzetting verstrekt. De fabrikant vermeldt de redenen voor de onderbreking of stopzetting in de aan de bevoegde autoriteit verstrekte informatie. 2. De bevoegde autoriteit die de in lid 1 bedoelde informatie heeft ontvangen, informeert de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie zonder onnodige vertraging over de verwachte onderbreking of stopzetting. 3. De marktdeelnemers die de informatie overeenkomstig lid 1 van de fabrikant of van een andere marktdeelnemer in de toeleveringsketen hebben ontvangen, informeren andere marktdeelnemers, zorginstellingen en zorgverleners aan wie zij het hulpmiddel rechtstreeks leveren, zonder onnodige vertraging over de verwachte onderbreking of stopzetting.” |
|
2) |
artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
3) |
in artikel 78 wordt lid 14 vervangen door: “14. Alle lidstaten zijn verplicht de in dit artikel beschreven procedure toe te passen vanaf de datum die overeenkomt met vijf jaar vanaf de datum van bekendmaking van het in artikel 34, lid 3, bedoelde bericht dat het in artikel 33, lid 2, punt e), bedoelde elektronische systeem functioneel is en voldoet aan de krachtens artikel 34, lid 1, opgestelde functionele specificaties. Vóór de in de eerste alinea van dit lid vermelde datum en ten vroegste zes maanden vanaf de datum van bekendmaking van het in die alinea bedoelde bericht wordt de in dit artikel beschreven procedure alleen toegepast door die lidstaten waar het klinisch onderzoek zal worden uitgevoerd, die ermee hebben ingestemd deze toe te passen.” |
|
4) |
artikel 120 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
5) |
in artikel 122, eerste alinea, worden het eerste tot en met hetvierde streepje vervangen door:
; |
|
6) |
artikel 123, lid 3, wordt als volgt gewijzigd:
|
Artikel 2
Wijzigingen van Verordening (EU) 2017/746
Verordening (EU) 2017/746 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
het volgende artikel wordt ingevoegd: “Artikel 10 bis Verplichtingen in geval van onderbreking of stopzetting van de levering van bepaalde hulpmiddelen 1. Wanneer een fabrikant een onderbreking of stopzetting van de levering van een hulpmiddel verwacht en het redelijkerwijs voorzienbaar is dat dergelijke onderbreking of stopzetting in een of meer lidstaten tot ernstige schade of een risico op ernstige schade voor patiënten of de volksgezondheid zou kunnen leiden, informeert de fabrikant de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar hij of zijn gemachtigde is gevestigd, alsmede de marktdeelnemers, zorginstellingen en zorgverleners aan wie de fabrikant het hulpmiddel rechtstreeks levert, over de verwachte onderbreking of stopzetting. De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, ten minste zes maanden vóór de verwachte onderbreking of stopzetting verstrekt. De fabrikant vermeldt de redenen voor de onderbreking of stopzetting in de aan de bevoegde autoriteit verstrekte informatie. 2. De bevoegde autoriteit die de in lid 1 bedoelde informatie heeft ontvangen, informeert de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie zonder onnodige vertraging over de verwachte onderbreking of stopzetting. 3. De marktdeelnemers die de informatie overeenkomstig lid 1 van de fabrikant of van een andere marktdeelnemer in de toeleveringsketen hebben ontvangen, informeren andere marktdeelnemers, zorginstellingen en zorgverleners aan wie zij het hulpmiddel rechtstreeks leveren, zonder onnodige vertraging over de verwachte onderbreking of stopzetting.” |
|
2) |
in artikel 74 wordt lid 14 vervangen door: “14. Alle lidstaten zijn verplicht de in dit artikel beschreven procedure toe te passen vanaf de datum die overeenkomt met vijf jaar vanaf de datum van bekendmaking van het in artikel 34, lid 3, van Verordening (EU) 2017/745 bedoelde bericht waarin wordt meegedeeld dat het in artikel 30, lid 2, punt e), van deze verordening bedoelde elektronische systeem functioneel is en voldoet aan de krachtens artikel 34, lid 1, van Verordening (EU) 2017/745 opgestelde functionele specificaties. Vóór de in de eerste alinea van dit lid vastgestelde datum en ten vroegste zes maanden vanaf de datum van bekendmaking van het in die alinea bedoelde bericht wordt de in dit artikel beschreven procedure alleen toegepast door de lidstaten waar de prestatiestudie zal worden uitgevoerd, die ermee hebben ingestemd deze toe te passen.” |
|
3) |
artikel 110 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
4) |
artikel 112 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
5) |
artikel 113, lid 3, wordt als volgt gewijzigd:
|
Artikel 3
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 1, punt 1, en artikel 2, punt 1, zijn van toepassing met ingang van 10 januari 2025.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 13 juni 2024.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
R. METSOLA
Voor de Raad
De voorzitter
H. LAHBIB
(1) Advies van 20 maart 2024 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
(2) Standpunt van het Europees Parlement van 25 april 2024 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 30 mei 2024.
(3) Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen, tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG, Verordening (EG) nr. 178/2002 en Verordening (EG) nr. 1223/2009, en tot intrekking van Richtlijnen 90/385/EEG en 93/42/EEG van de Raad (PB L 117 van 5.5.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/745/oj).
(4) Verordening (EU) 2017/746 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek en tot intrekking van Richtlijn 98/79/EG en Besluit 2010/227/EU van de Commissie (PB L 117 van 5.5.2017, blz. 176, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/746/oj).
(5) Richtlijn 90/385/EEG van de Raad van 20 juni 1990 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake actieve implanteerbare medische hulpmiddelen (PB L 189 van 20.7.1990, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1990/385/oj).
(6) Richtlijn 93/42/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende medische hulpmiddelen (PB L 169 van 12.7.1993, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1993/42/oj).
(7) Richtlijn 98/79/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 1998 betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek (PB L 331 van 7.12.1998, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1998/79/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1860/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)