|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2024/1796 |
25.6.2024 |
VERORDENING (EU) 2024/1796 VAN DE RAAD
van 24 juni 2024
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 359/2011 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in verband met de situatie in Iran
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 215,
Gezien Besluit (GBVB) 2024/1795 van de Raad van 24 juni 2024 tot wijziging van Besluit 2011/235/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten vanwege de situatie in Iran (1),
Gezien het gezamenlijke voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 12 april 2011 heeft de Raad Besluit 2011/235/GBVB (2) en Verordening (EU) nr. 359/2011 (3) vastgesteld. |
|
(2) |
Op basis van een evaluatie van Besluit 2011/235/GBVB en Verordening (EU) nr. 359/2011 en om principieel humanitair optreden door onpartijdige humanitaire actoren in Iran te faciliteren, is de Raad van oordeel dat bepaalde organisaties en agentschappen die optreden als humanitaire partners van de Unie moeten worden vrijgesteld van het verbod om tegoeden of economische middelen beschikbaar te stellen van aangewezen personen, entiteiten of lichamen voor uitsluitend humanitaire doeleinden in Iran. Daarnaast moet volgens de Raad een bijkomend afwijkingsmechanisme worden ingevoerd voor bij humanitaire activiteiten betrokken organisaties en actoren die niet in aanmerking komen voor die humanitaire vrijstelling. Voorts moeten er volgens de Raad in verband met die uitzonderingen een evaluatieclausule worden ingevoerd. |
|
(3) |
Op 24 juni 2024 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2024/1795 vastgesteld tot wijziging van Besluit 2011/235/GBVB. Besluit (GBVB) 2024/1795 voorziet in humanitaire uitzonderingen op de beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in verband met de situatie in Iran |
|
(4) |
Die wijzigingen vallen onder het toepassingsgebied van het Verdrag en derhalve is regelgeving op het niveau van de Unie noodzakelijk voor de tenuitvoerlegging ervan, met name om te garanderen dat zij in alle lidstaten uniform worden toegepast. |
|
(5) |
Verordening (EU) nr. 359/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In Verordening (EU) nr. 359/2011 wordt het volgende artikel ingevoegd:
“Artikel 7 bis
1. Het in artikel 2, lid 2, bedoelde verbod geldt niet voor tegoeden of economische middelen die beschikbaar worden gesteld door organisaties en agentschappen die op basis van een pijleranalyse door de Unie worden beoordeeld en waarmee de Unie een kaderovereenkomst inzake financieel partnerschap heeft ondertekend op basis waarvan die organisaties en agentschappen optreden als humanitaire partners van de Unie, op voorwaarde dat die tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn voor uitsluitend humanitaire doeleinden in Iran.
2. In gevallen die niet onder lid 1 van dit artikel vallen en in afwijking van de leden 1 en 2 van artikel 2, kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat, onder de algemene of specifieke voorwaarden die zij passend achten, specifieke of algemene toestemmingen verlenen om bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen vrij te geven of om bepaalde tegoeden of economische middelen beschikbaar te stellen, op voorwaarde dat die tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn voor uitsluitend humanitaire doeleinden in Iran.
3. Indien de relevante bevoegde autoriteit binnen vijf werkdagen na ontvangst van een verzoek om toestemming uit hoofde van lid 2, geen negatief besluit heeft genomen, geen verzoek om informatie heeft ingediend of niet heeft laten weten dat zij meer tijd nodig heeft, wordt de toestemming geacht te zijn verleend.
4. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke uit hoofde van lid 2 of lid 3 verleende toestemming binnen twee weken na een dergelijke toestemming.”.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Luxemburg, 24 juni 2024.
Voor de Raad
De voorzitter
J. BORRELL FONTELLES
(1) PB L, 2024/1795, 24.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/1795/oj.
(2) Besluit 2011/235/GBVB van de Raad van 12 april 2011 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten vanwege de situatie in Iran (PB L 100 van 14.4.2011, blz. 51).
(3) Verordening (EU) nr. 359/2011 van de Raad van 12 april 2011 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in verband met de situatie in Iran (PB L 100 van 14.4.2011, blz. 1).
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1796/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)