European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/1763

21.6.2024

GEDELEGEERD BESLUIT (EU) 2024/1763 VAN DE COMMISSIE

van 14 maart 2024

betreffende de verlenging van de vaststelling dat het solvabiliteitsstelsel dat van kracht is in de Verenigde Staten en van toepassing is op ondernemingen met hoofdkantoor in dat derde land, voorlopig gelijkwaardig is aan dat van titel I, hoofdstuk VI, van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (1), en met name artikel 227, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Gedelegeerd Besluit (EU) 2015/2290 van de Commissie (2) is vastgesteld dat onder meer het solvabiliteitsstelsel dat van kracht is in de Verenigde Staten en van toepassing is op verzekerings- en herverzekeringsondernemingen met hoofdkantoor in dat derde land, wordt geacht voorlopig gelijkwaardig te zijn aan het in titel I, hoofdstuk VI, van Richtlijn 2009/138/EG vastgelegde stelsel. Die voorlopige gelijkwaardigheid geldt vanaf 1 januari 2016 voor een periode van 10 jaar. Artikel 227, lid 6, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG voorziet in de mogelijkheid om die voorlopige gelijkwaardigheid met verdere perioden van 10 jaar te verlengen, mits nog steeds aan de criteria van artikel 227, lid 5, van die richtlijn wordt voldaan en de Commissie daartoe een gedelegeerde handeling vaststelt. Daarnaast moet de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) de Commissie bijstaan bij het nemen van een dergelijk besluit.

(2)

De autoriteiten van de Verenigde Staten en de autoriteiten van de Unie voeren regelmatig dialogen om hun wederzijds begrip van hun regelgevings- en toezichtstelsels op het gebied van verzekeringen te verbeteren. Uit deze dialogen en uit overleg met de Eiopa bleek dat de solvabiliteitsregeling die in de Verenigde Staten van kracht is, nog steeds voldoet aan de criteria van artikel 227, lid 5, van Richtlijn 2009/138/EG.

(3)

In de Verenigde Staten moeten verzekeraars voldoen aan de toepasselijke wetten voor elke deelstaat waar zij verzekeringen afsluiten, en is het verzekeringstoezicht in handen van de onafhankelijke deelstaattoezichthouders onder insurance commissioners van de deelstaten. De kapitaaltoereikendheidsvereisten van de deelstaten zijn gebaseerd op de National Association of Insurance Commissioners (NAIC) Risk-Based Capital (RBC) Model Law, die door alle deelstaten is aangenomen. De RBC-standaardformule geldt voor de meeste materiële risico’s voor elk van de voornaamste types verzekeringen (leven, goederen en ongevallen, en gezondheid) en staat voor specifieke producten en risicomodules het gebruik van interne modellen toe. Het RBC wordt berekend door toepassing van factoren op verschillende activa-, premie-, schadeclaim-, lasten- en reserveposten. Er zijn vier niveaus van kwantitatieve kapitaalvereisten met in elk geval een verschillend toezichtsoptreden: Company Action Level, Regulatory Action Level, Authorised Control Level en Mandatory Control Level. Het stelsel van de Verenigde Staten beschikt over een beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit voor verzekeraars die vergelijkbaar is met die van Richtlijn 2009/138/EG. Betreffende rapportage en transparantie bestaan gestandaardiseerde rapportagevereisten, die voornamelijk gelden voor: activiteiten en prestaties, risicoprofiel, gebruikte waarderingsmethoden en -aannamen, kapitaalvereisten en beheer. De jaarrekening, inclusief het actuarieel oordeel en de accountantsverklaring, wordt openbaar gemaakt. Insurance commissioners van de deelstaten kunnen vertrouwelijke informatie met buitenlandse toezichthouders delen, mits de ontvanger ermee instemt de informatie geheim te houden. Die insurance commissioners van de deelstaten kunnen ook overeenkomsten sluiten voor de uitwisseling en het gebruik van vertrouwelijke informatie.

(4)

Tussen toezichthouders van de Unie en verzekeringsdepartementen van deelstaten van de VS zijn verschillende memoranda van overeenstemming over de uitwisseling van informatie gesloten. Sinds de aanneming van Gedelegeerd Besluit (EU) 2015/2290 hebben nog elf deelstaten van de VS het multilaterale memorandum van overeenstemming van de International Association of Insurance Supervisors ondertekend. In deelstaatwetgeving worden vertrouwelijkheidsregels op basis van NAIC-modelwetten opgenomen; op grond hiervan moeten deelstaattoezichthouders en hun personeel de van buitenlandse toezichthouders ontvangen informatie vertrouwelijk behandelen.

(5)

Op basis van de bijstand van de Eiopa en in het licht van de in de Verenigde Staten geldende solvabiliteitsvereisten is het duidelijk dat het solvabiliteitsstelsel dat van kracht is in de Verenigde Staten en van toepassing is op ondernemingen met hoofdkantoor in dat derde land, nog steeds voldoet aan de criteria van artikel 227, lid 5, van Richtlijn 2009/138/EG. Het is derhalve passend de vaststelling in Gedelegeerd Besluit (EU) 2015/2290 dat dat solvabiliteitsstelsel voorlopig gelijkwaardig is aan dat van titel I, hoofdstuk VI, van Richtlijn 2009/138/EG, te verlengen. De Commissie kan echter te allen tijde een specifieke toetsing uitvoeren wanneer relevante ontwikkelingen, waaronder internationale, het noodzakelijk maken de bij dit besluit vastgestelde gelijkwaardigheid opnieuw te beoordelen. Dergelijke regelmatige of specifieke toetsingen kunnen leiden tot wijziging of intrekking van dit besluit. De Commissie moet derhalve, met bijstand van de Eiopa, de ontwikkeling van het solvabiliteitsstelsel dat van kracht is in de Verenigde Staten, en de inachtneming van de voorwaarden op grond waarvan dit besluit is vastgesteld, blijven monitoren.

(6)

Om de bedrijven in de Unie de nodige rechtszekerheid te bieden, moeten de voorlopige besluiten ruim van tevoren worden verlengd, in overeenstemming met de praktijk van de Commissie. Dit besluit heeft betrekking op de Verenigde Staten omdat de Commissie over alle informatie beschikt die nodig is voor de verlenging van de vaststelling dat het in dat derde land geldende solvabiliteitsstelsel voorlopig gelijkwaardig is aan dat van titel I, hoofdstuk VI, van Richtlijn 2009/138/EG. De Commissie zal het proces van besluiten tot verlenging van voorlopige gelijkwaardigheid voor andere derde landen starten en een definitief besluit nemen over de specifieke verlengingen nadat zij de beoordelingen van de Eiopa over de betrokken derde landen heeft ontvangen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het solvabiliteitsstelsel dat van kracht is in de Verenigde Staten en van toepassing is op verzekerings- en herverzekeringsondernemingen met hoofdkantoor in de Verenigde Staten, blijft beschouwd worden als voorlopig gelijkwaardig aan het in titel I, hoofdstuk VI, van Richtlijn 2009/138/EG vastgelegde stelsel.

Artikel 2

De voorlopige gelijkwaardigheid wordt verlengd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2035.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 14 maart 2024.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/138/oj.

(2)  Gedelegeerd Besluit (EU) 2015/2290 van de Commissie van 5 juni 2015 betreffende de voorlopige gelijkwaardigheid van de solvabiliteitsstelsels die van kracht zijn in Australië, Brazilië, Canada, Mexico en de Verenigde Staten en van toepassing zijn op verzekerings- en herverzekeringsondernemingen met hoofdkantoor in die landen (PB L 323 van 9.12.2015, blz. 22, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_del/2015/2290/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_del/2024/1763/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)