European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/1730

21.6.2024

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2024/1730 VAN DE COMMISSIE

van 20 juni 2024

tot verlening van een vergunning voor benzoëzuur als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor gespeende biggen en mestvarkens (vergunninghouder: LANXESS Chemical B.V.)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de redenen en procedures voor het verlenen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag voor de verlening van een vergunning voor benzoëzuur als toevoegingsmiddel voor diervoeding ingediend. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste nadere gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd.

(3)

De aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor benzoëzuur voor gespeende biggen en mestvarkens, waarbij is verzocht dat toevoegingsmiddel in te delen in de categorie “zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “andere zoötechnische toevoegingsmiddelen”.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 14 november 2023 (2) geconcludeerd dat benzoëzuur onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden veilig is voor gespeende biggen en mestvarkens, de consument en het milieu. Zij heeft ook geconcludeerd dat benzoëzuur een risico vormt bij inademing, irriterend is voor de huid en bijtend is voor de ogen, maar dat bij gebrek aan gegevens geen conclusies kunnen worden getrokken over sensibilisatie van de huid. De EFSA heeft voorts geconcludeerd dat benzoëzuur werkzaam is als zoötechnisch toevoegingsmiddel voor diervoeding voor gespeende biggen tot 25 kg en voor mestvarkens. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen achtte de EFSA niet nodig.

(5)

Overeenkomstig artikel 5, lid 4, punt a), van Verordening (EG) nr. 378/2005 van de Commissie (3) was het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium van oordeel dat de conclusies en aanbevelingen van de vorige beoordeling betreffende dezelfde werkzame stof (4) van toepassing zijn op de huidige aanvraag.

(6)

Gezien het bovenstaande is de Commissie van oordeel dat benzoëzuur voldoet aan de voorwaarden voor het verlenen van een vergunning van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003. Het gebruik van die stof moet daarom worden toegestaan. Er moet worden bepaald dat het toevoegingsmiddel niet met andere bronnen van benzoëzuur of benzoaten mag worden gebruikt en alleen mag worden vervoederd nadat het grondig is vermengd met andere voedermiddelen van het dagrantsoen. Daarnaast is de Commissie van oordeel dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om ongunstige gevolgen voor de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel te voorkomen.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlening van de vergunning

Voor de in de bijlage gespecificeerde stof, die behoort tot de categorie “zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “andere zoötechnische toevoegingsmiddelen”, wordt onder de in de bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 juni 2024.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2003/1831/oj.

(2)   EFSA Journal, 2023;21:e8454.

(3)  Verordening (EG) nr. 378/2005 van de Commissie van 4 maart 2005 tot vaststelling van gedetailleerde voorschriften voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de verplichtingen en taken van het communautaire referentielaboratorium betreffende vergunningsaanvragen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PB L 59 van 5.3.2005, blz. 8, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2005/378/oj).

(4)  Evaluatieverslag beschikbaar op de EU-wetenschapshub: https://joint-research-centre.ec.europa.eu/publications/fad-2010-0029_en.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel voor diervoeding

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Overige bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

mg werkzame stof/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: andere zoötechnische toevoegingsmiddelen (verbetering van prestatieparameters: gewichtstoename of voederconversie).

4d211

LANXESS Chemical B.V.

Benzoëzuur

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Benzoëzuur (≥ 99,9 %) vaste vorm.

Karakterisering van de werkzame stof

Benzoëzuur (ook bekend als benzeencarbonzuur en fenylcarbonzuur)

C7H6O2

CAS-nummer: 65-85-0

Maximumgehalte voor onzuiverheden:

ftaalzuur: ≤ 100 mg/kg

bifenyl: ≤ 100 mg/kg

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van benzoëzuur in het toevoegingsmiddel voor diervoeding, in voormengsels en in diervoeders: hogedrukvloeistofchromatografie met ultravioletdetectie, (HPLC-UV) — EN 17298

Gespeende biggen

5 000

5 000

1.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de opslagomstandigheden en de stabiliteit bij warmtebehandeling worden vermeld.

2.

Het toevoegingsmiddel mag niet samen met andere bronnen van benzoëzuur of benzoaten worden gebruikt.

3.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel, voormengsels en mengvoeders moet het volgende worden aangegeven:

“Aanvullende diervoeders die benzoëzuur bevatten, mogen alleen aan gespeende biggen worden vervoederd wanneer zij grondig zijn vermengd met andere voedermiddelen van het dagrantsoen.”

4.

Het toevoegingsmiddel mag alleen worden gebruikt bij gespeende biggen tot 25 kg lichaamsgewicht.

5.

De exploitanten van diervoederbedrijven moeten operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor de gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels om met de mogelijke risico’s bij gebruik ervan om te gaan. Indien die risico’s met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden geëlimineerd, moeten bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen voor de luchtwegen, de ogen en de huid worden gebruikt.

11 juli 2034

Categorie: zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: andere zoötechnische toevoegingsmiddelen (verlaging van de pH van de urine).

4d211

LANXESS Chemical B.V.

Benzoëzuur

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Benzoëzuur (≥ 99,9 %) vaste vorm.

Karakterisering van de werkzame stof

Benzoëzuur (ook bekend als benzeencarbonzuur en fenylcarbonzuur)

C7H6O2

CAS-nummer: 65-85-0

Maximumgehalte voor onzuiverheden:

ftaalzuur: ≤ 100 mg/kg

bifenyl: ≤ 100 mg/kg

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van benzoëzuur in het toevoegingsmiddel voor diervoeding, in voormengsels en in diervoeders: hogedrukvloeistofchromatografie met ultravioletdetectie, (HPLC-UV) — EN 17298

Mestvarkens

5 000

10 000

1.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de opslagomstandigheden en de stabiliteit bij warmtebehandeling worden vermeld.

2.

Het toevoegingsmiddel mag niet samen met andere bronnen van benzoëzuur of benzoaten worden gebruikt.

3.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel, voormengsels en mengvoeders moet het volgende worden aangegeven:

“Aanvullende diervoeders die benzoëzuur bevatten, mogen alleen aan mestvarkens worden vervoederd wanneer zij grondig zijn vermengd met andere voedermiddelen van het dagrantsoen.”

4.

De exploitanten van diervoederbedrijven moeten operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor de gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels om met de mogelijke risico’s bij gebruik ervan om te gaan. Indien die risico’s met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden geëlimineerd, moeten bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen voor de luchtwegen, de ogen en de huid worden gebruikt.

11 juli 2034


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op de website van het referentielaboratorium: https://joint-research-centre.ec.europa.eu/eurl-fa-eurl-feed-additives/eurl-fa-authorisation/eurl-fa-evaluation-reports_en.


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/1730/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)