European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/1682

13.6.2024

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2024/1682 VAN DE COMMISSIE

van 4 maart 2024

tot wijziging van Verordening (EU) 2019/1009 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de toevoeging van verwerkte mest als bestanddeel in EU-bemestingsproducten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2019/1009 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 tot vaststelling van voorschriften inzake het op de markt aanbieden van EU-bemestingsproducten en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1069/2009 en (EG) nr. 1107/2009 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2003/2003 (1), en met name artikel 42, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2019/1009 bevat voorschriften voor het op de markt aanbieden van EU-bemestingsproducten. EU-bemestingsproducten mogen afgeleide producten in de zin van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad (2) bevatten. In overeenstemming met artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1069/2009 is in Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/1605 van de Commissie (3) het eindpunt in de productieketen voor verwerkte mest vastgesteld.

(2)

In overeenstemming met artikel 42, lid 5, tweede alinea, van Verordening (EU) 2019/1009 heeft het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie (JRC) verwerkte mest beoordeeld met betrekking tot relevante aspecten die niet in aanmerking zijn genomen voor de vaststelling van een eindpunt in de productieketen (4).

(3)

Verwerkte mest heeft het potentieel om op aanzienlijke schaal op de interne markt te worden verhandeld, aangezien het een afgeleid product is dat veel in organische meststoffen en bodemverbeteraars wordt gebruikt. De vaststelling van de voorschriften voor de CE-markering van EU-bemestingsproducten die verwerkte mest bevatten, zou de handel op de interne markt in dergelijke producten vergemakkelijken. Het JRC heeft geconcludeerd dat het opnemen van verwerkte mest in bestanddelencategorie (CMC) 10 in bijlage II bij Verordening (EU) 2019/1009 ook de uitvoering van Richtlijn 91/676/EEG van de Raad (5) zou vergemakkelijken, omdat het de verplaatsing van verwerkte mest van regio’s met hoge nutriëntengehalten naar regio’s met lagere gehalten bevordert.

(4)

Verwerkte mest bevat organisch materiaal en nutriënten, met name stikstof en fosfor, twee van de drie primaire macronutriënten die in Verordening (EU) 2019/1009 aan bod komen. Verwerkte mest heeft een lange gebruiksgeschiedenis waarin zijn agronomische waarde is bewezen.

(5)

Om ervoor te zorgen dat een EU-bemestingsproduct dat verwerkte mest bevat, gedurende langere tijd dezelfde nutriëntengehalten behoudt, dat het gehalte aan levensvatbare onkruidzaden of plantpropagulen beperkt blijft en dat de emissies van nutriënten in het milieu tijdens de opslag worden beperkt, is het noodzakelijk om extra verwerking te vereisen bovenop de verwerking die nodig is om het eindpunt in de productieketen te bereiken. De verwerkte mest moet dus verder worden verwerkt en moet door een zeef kunnen gaan met een maaswijdte die kleiner is dan het formaat van de bekende onkruidsoorten, of moet worden gegranuleerd of gepelletiseerd onder bepaalde omstandigheden die ervoor zorgen dat onkruidzaden niet langer levensvatbaar zijn. Andere verwerkingsmethoden zijn ook mogelijk, mits die garanderen dat het gehalte aan levensvatbare onkruidzaden beperkt blijft. Als alternatief kan de verwerkte mest ook verder worden verwerkt om te voldoen aan een van de stabiliteitscriteria die zijn vastgesteld voor bestanddelencategorie 3, compost. Dit zou garanderen dat het resulterende materiaal stabiel is, dat het afbrekingsproces niet doorloopt nadat het product in de handel is gebracht en dat na het composteringsproces de onkruidzaden niet langer levensvatbaar zijn.

(6)

Daarnaast moet een aanvullend veiligheidscriterium worden vastgesteld ter beperking van het gehalte aan 16 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK16(6), die bij de verwerking van mest kunnen vrijkomen. Verordening (EU) 2019/1021 van het Europees Parlement en de Raad (7) bevat beperkingsvoorschriften voor de PAK16 als stoffen die tijdens productieprocessen onbedoeld worden geproduceerd, maar bevat geen grenswaarde voor die stoffen. Gezien het grote risico dat de aanwezigheid van die verontreinigende stoffen in bemestingsproducten vormt, moeten strengere voorschriften worden ingevoerd dan die welke in Verordening (EU) 2019/1021 zijn vastgesteld. Een dergelijke grenswaarde moet worden vastgesteld op het niveau van de bestanddelen, om de samenhang met Verordening (EU) 2019/1021 te waarborgen, en moet van toepassing zijn naast de in bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1009 vastgestelde veiligheidscriteria voor de overeenkomstige productfunctiecategorie. Om de conformiteitsbeoordelingsprocedure te vergemakkelijken en onnodige kosten te vermijden, moet de mogelijkheid worden ingevoerd om zonder tests aan te nemen dat dit voorschrift wordt nageleefd wanneer uit het fabricageproces duidelijk blijkt dat aan deze grenswaarde wordt voldaan.

(7)

Verwerkte mest kan extra worden verwerkt om de agronomische waarde of de veiligheid ervan verder te vergroten. De momenteel op grote schaal gebruikte verwerkingsmethoden, zoals vaste stof/vloeistof-fractionering, drogen, pelletiseren en terugwinning van nutriënten, moeten worden opgenomen in bestanddelencategorie (CMC) 10 in bijlage II bij Verordening (EU) 2019/1009. Die mestverwerkingsstappen mogen echter geen thermochemische omzettingsprocessen bij hoge temperaturen of hoge druk omvatten, zoals liquefactie, hydrothermische carbonisering, pyrolyse, vergassing of verbranding, aangezien dergelijke processen vanwege de specifieke aard van het materiaalomzettingsproces onder andere bestanddelencategorieën vallen.

(8)

Als extra veiligheidsmaatregel moeten de toevoegingsmiddelen die nodig zijn voor de verwerking van mest overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (8) worden geregistreerd onder de uitgebreide voorwaarden die reeds in Verordening (EU) 2019/1009 voor toevoegingsmiddelen in andere bestanddelencategorieën zijn vastgesteld. Dit zou ervoor zorgen dat fabrikanten bij de risicobeoordeling uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1907/2006 rekening houden met het gebruik van de toevoegingsmiddelen in een bemestingsproduct en dat de registratie ook voor kleine hoeveelheden materialen gebeurt.

(9)

Daarnaast kan op lokale markten het aanbod aan verwerkte mest groter zijn dan de vraag. Om ervoor te zorgen dat de langetermijnopslag onder suboptimale omstandigheden niet tot negatieve milieueffecten leidt, is het passend de tijd te beperken gedurende welke verwerkte mest als bestanddeel van EU-bemestingsproducten kan worden gebruikt.

(10)

Er moet een algemeen etiketteringsvoorschrift worden ingevoerd voor EU-bemestingsproducten die verwerkte mest bevatten, om eindgebruikers te informeren over de mogelijke gevolgen voor de luchtkwaliteit van het vrijkomen van ammoniak door het gebruik van verwerkte mest en ze aan te sporen passende maatregelen te nemen om die effecten te beperken.

(11)

Verwerkte mest kan aminopyralide of clopyralid bevatten; voor die stoffen zijn maximumresidugehalten voor levensmiddelen en diervoeders vastgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad (9). Gebruikers van EU-bemestingsproducten die dergelijke verwerkte mest bevatten, moeten daarom volledig worden geïnformeerd over de aanwezigheid van die stoffen in die producten, zodat zij de nodige maatregelen kunnen treffen om ervoor te zorgen dat de resulterende gewassen aan de maximumresidugehalten voldoen.

(12)

Verordening (EU) 2019/1009 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) 2019/1009 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Bijlage II wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

2)

Bijlage III wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 maart 2024.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 170 van 25.6.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1009/oj.

(2)  Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/1069/oj).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/1605 van de Commissie van 22 mei 2023 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de bepaling van eindpunten in de productieketen van bepaalde organische meststoffen en bodemverbeteraars (PB L 198 van 8.8.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2023/1605/oj).

(4)  Huygens, D., Technical proposals for processed manure as a component material for EU Fertilising Products.

(5)  Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreinigingen door nitraten uit agrarische bronnen (PB L 375 van 31.12.1991, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1991/676/oj).

(6)  De som van naftaleen, acenaftyleen, acenafteen, fluoreen, fenantreen, antraceen, fluorantheen, pyreen, benzo[a]antraceen, chryseen, benzo[b]fluorantheen, benzo[k]fluorantheen, benzo[a]pyreen, indeno[1,2,3-cd]pyreen, dibenzo[a,h]antraceen en benzo[ghi]peryleen.

(7)  Verordening (EU) 2019/1021 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (PB L 169 van 25.6.2019, blz. 45, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1021/oj).

(8)  Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2006/1907/oj).

(9)  Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2005/396/oj).


BIJLAGE I

In deel II van bijlage II bij Verordening (EU) 2019/1009 wordt CMC 10 vervangen door:

CMC 10: AFGELEIDE PRODUCTEN IN DE ZIN VAN VERORDENING (EG) Nr. 1069/2009

1.

Een EU-bemestingsproduct mag afgeleide producten in de zin van Verordening (EG) nr. 1069/2009 bevatten die het eindpunt in de productieketen hebben bereikt, zoals overeenkomstig die verordening vastgesteld, en die in de volgende tabel zijn opgenomen en gespecificeerd:

Nr.

Bestanddeel

Aanvullende voorschriften

 

Verwerkte mest die voldoet aan de voorwaarden van artikel 3, punt d), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/1605 van de Commissie (1)

1.1.

Een EU-bemestingsproduct mag alleen verwerkte mest bevatten als dat dusdanig is behandeld dat het uiterlijk 36 maanden voor de ondertekening van de EU-conformiteitsverklaring voor het desbetreffende product een eindpunt heeft bereikt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1069/2009 en het materiaal een aanvullende verwerking heeft ondergaan waardoor aan ten minste een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)

ten minste 90 % van de droge massa van het materiaal kan door een zeef met een maaswijdte van 0,25 mm;

b)

het materiaal is onder druk gepelletiseerd, gedroogd bij een temperatuur van meer dan 100 °C of heeft een gelijkwaardig proces ondergaan dat garandeert dat het gehalte aan levensvatbare onkruidzaden en plantpropagulen in de verwerkte mest niet meer dan drie eenheden per liter bedraagt, of

c)

het materiaal voldoet aan ten minste één van de stabiliteitscriteria van punt 5 van CMC 3.

1.2.

Het in punt 1.1 bedoelde materiaal mag een of meer van de volgende aanvullende processen ondergaan:

a)

de in CMC 2 bedoelde bewerkingsmethoden;

b)

biologische behandeling waarbij nitrificatie en denitrificatie plaatsvindt;

c)

mechanische scheiding van de vaste en vloeibare fracties;

d)

processen om nutriënten en/of organische koolstof terug te winnen, zonder de intentie het materiaal anderszins te wijzigen;

e)

chemische verwerking om de pH te wijzigen, zonder de intentie het materiaal anderszins te wijzigen;

f)

fysische verwerking om water te verwijderen en het materiaal om te zetten in poeder, korrels of pellets, zonder de intentie het materiaal anderszins te wijzigen.

1.3.

Toevoegingsmiddelen die nodig zijn voor de in de punten 1.1 en 1.2 bedoelde verwerking mogen worden gebruikt op voorwaarde dat:

a)

het toevoegingsmiddel voldoet aan het voorschrift van punt 2 van CMC 1;

b)

de concentratie van de voor elk proces benodigde toevoegingsmiddelen niet meer bedraagt dat 5 % van de massa van de verwerkte mest of de fractie die voor de respectieve processen als input wordt gebruikt.

1.4.

De verwerkte mest mag niet meer dan 6 mg/kg drooggewicht aan PAK16 bevatten (2).

1.5.

De verwerkte mest die als bestanddeel in een EU-bemestingsproduct wordt gebruikt, moet worden opgeslagen op een wijze die deze tegen neerslag en direct zonlicht beschermt.

2.

Indien de naleving van het voorschrift van punt 1.4 zeker en onweerlegbaar voortvloeit uit de aard of de verwerking van het bestanddeel of uit het fabricageproces van het EU-bemestingsproduct, kan er, op verantwoordelijkheid van de fabrikant, bij de conformiteitsbeoordelingsprocedure zonder controle (bijvoorbeeld door middel van tests) van uit worden gegaan dat het voorschrift inderdaad is nageleefd.”.

(1)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/1605 van de Commissie van 22 mei 2023 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de bepaling van eindpunten in de productieketen van bepaalde organische meststoffen en bodemverbeteraars (PB L 198 van 8.8.2023, blz. 1).

(2)  De som van naftaleen, acenaftyleen, acenafteen, fluoreen, fenantreen, antraceen, fluorantheen, pyreen, benzo[a]antraceen, chryseen, benzo[b]fluorantheen, benzo[k]fluorantheen, benzo[a]pyreen, indeno[1,2,3-cd]pyreen, dibenzo[a,h]antraceen en benzo[ghi]peryleen.


BIJLAGE II

In deel I van bijlage III bij Verordening (EU) 2019/1009 worden de volgende punten 7 quater en 7 quinquies toegevoegd:

“7 quater.

Indien een EU-bemestingsproduct verwerkte mest als bedoeld in deel II, CMC 10, van bijlage II bevat, moet op het etiket informatie worden vermeld over de mogelijke effecten op de luchtkwaliteit van de uitstoot van ammoniak als gevolg van het gebruik van het product, en een verzoek aan de gebruikers om geschikte saneringsmaatregelen te treffen.

Indien een EU-bemestingsproduct verwerkte mest als bedoeld in deel II, CMC 10, van bijlage II bevat, moet op het etiket de waarschuwing “Dit product kan aminopyralide of clopyralid bevatten en mag niet worden gebruikt voor de productie van planten die gevoelig zijn voor deze stoffen, zoals bonen, klaver, linzen, erwten, sla, zonnebloemen en tomaten. Dit product moet op zodanige wijze worden gebruikt dat wordt voorkomen dat de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 396/2005 vastgestelde maximumresidugehalten voor levensmiddelen of diervoeders worden overschreden”, of een soortgelijke waarschuwing worden aangebracht. Een dergelijke waarschuwing is niet nodig voor EU-bemestingsproducten die verwerkte mest met niet meer dan 50 μg aminopyralide of clopyralid per kg droge stof bevatten.

7 quinquies.

Indien een EU-bemestingsproduct een bestanddeel uit mest bevat, moet het totale gehalte aan van die mest afkomstige stikstof worden vermeld.”.


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2024/1682/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)