European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/1485

27.5.2024

VERORDENING (EU) 2024/1485 VAN DE RAAD

van 27 mei 2024

met betrekking tot beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Rusland

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 215,

Gezien Besluit (GBVB) 2024/1484 van 27 mei 2024 met betrekking tot beperkende maatregelen in het licht van de binnenlandse situatie in Rusland (1),

Gezien het gezamenlijke voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 27 mei 2024 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2024/1484 vastgesteld, waarbij een kader wordt vastgesteld voor gerichte beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Rusland en de binnenlandse repressie in dat land. De politieke context en de beleidsredenen voor de vaststelling van de beperkende maatregelen worden uiteengezet in de overwegingen van dat besluit.

(2)

Binnenlandse onderdrukking omvat onder meer foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing, standrechtelijke en willekeurige executies, verdwijningen, willekeurige gevangenneming en andere ernstige schendingen van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, die staan omschreven in de desbetreffende internationale mensenrechteninstrumenten, waaronder de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

(3)

Besluit (GBVB) 2024/1484 voorziet in een reisverbod tegen de in de bijlage daarbij vermelde natuurlijke personen, en de bevriezing van de tegoeden en economische middelen van in de bijlage bij dat besluit vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen en een verbod om tegoeden en economische middelen ter beschikking te stellen van in de bijlage bij dat besluit vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen. Het besluit voorziet ook in bepaalde sectorale beperkingen op het uitvoeren van items die zou kunnen worden gebruikt voor binnenlandse repressie, alsmede op items die hoofdzakelijk bestemd zijn voor het monitoren van of het onderscheppen van informatiebeveiliging en telecommunicatie.

(4)

De bij deze verordening opgelegde beperkingen betreffende items die zijn vermeld op de lijst in de bijlagen I en II daarbij gelden onverminderd de beperkingen die van toepassing zijn krachtens Verordening (EU) nr. 833/2014 van de Raad (2). Indien een item onder een van de in bijlage I of bijlage II bij deze verordening beschreven categorieën valt, alsook onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 833/2014, dienen de beperkingen van Verordening (EU) nr. 833/2014 te gelden.

(5)

Bijlage II bij deze verordening specificeert categoprieën van items die als relevant zijn beoordeeld voor het gebruik voor binnenlandse repressie op basis van hun technische capaciteiten. Indien een item onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 833/2014 valt, dienen de beperkingen van Verordening (EU) nr. 833/2014 te gelden ongeacht of het item de in bijlage II bij deze verordening gespecificeerde technische capaciteiten heeft.

(6)

Informatie over het voorgenomen gebruik van apparatuur, technologie of software voor binnenlandse repressie in Rusland kan op enigerlei wijze worden verkregen en kan eigen bevindingen van de exploitant, door de bevoegde autoriteiten verstrekte informatie of openbaar beschikbare bronnen omvatten.

(7)

Die maatregelen vallen onder het toepassingsgebied van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en, met name om te garanderen dat zij in alle lidstaten door de marktdeelnemers uniform worden toegepast, is regelgeving op het niveau van de Unie noodzakelijk voor de uitvoering van de maatregelen.

(8)

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, het recht op verdediging en het recht op bescherming van persoonsgegevens. Deze verordening dient te worden toegepast overeenkomstig die rechten.

(9)

De procedure voor de wijziging van de lijst in bijlage IV bij deze verordening moet inhouden dat de aangewezen natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen in kennis worden gesteld van de redenen waarom zij op de lijst zijn geplaatst, zodat zij opmerkingen kunnen indienen.

(10)

Met het oog op de uitvoering van deze verordening en om een zo groot mogelijke rechtszekerheid binnen de Unie te waarborgen, moeten de namen en andere relevante gegevens over de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen waarvan de tegoeden en economische middelen overeenkomstig deze verordening dienen te worden bevroren, openbaar worden gemaakt. De verwerking van persoonsgegevens moet voldoen aan Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (3) en met Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (4).

(11)

De lidstaten en de Commissie moeten elkaar in kennis stellen van de maatregelen die op grond van deze verordening worden genomen, alsook van andere relevante informatie waarover zij in verband met deze verordening beschikken.

(12)

De lidstaten moeten regels vaststellen voor sancties in geval van overtreding van de bepalingen van deze verordening. Die sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)

“tussenhandeldiensten”:

i)

het onderhandelen over of regelen van transacties met het oog op de verwerving, verkoop of levering van goederen en technologie, of van financiële en technische diensten, ook van een derde land aan een ander derde land, of

ii)

het verkopen of aankopen van goederen en technologie, of van financiële en technische diensten, ook als zij zich in derde landen bevinden, met het oog op de overbrenging ervan naar een ander derde land;

b)

“vordering”: elke vóór, op of na de datum van inwerkingtreding van deze verordening ingediende eis, ook wanneer deze de vorm van een rechtsvordering heeft, die voortvloeit uit of verband houdt met de uitvoering van een overeenkomst of transactie, en met name:

i)

een vordering tot nakoming van een verplichting die voortvloeit uit of verband houdt met een contract of transactie;

ii)

een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm;

iii)

een vordering tot schadeloosstelling in verband met een contract of een transactie;

iv)

een tegenvordering;

v)

een vordering, ook via een exequatur, waarmee wordt beoogd erkenning of uitvoering van een rechterlijke of arbitrale uitspraak of van een gelijkwaardige beslissing te verkrijgen, ongeacht de plaats van uitspraak;

c)

“contract of transactie”: elke verrichting, ongeacht de vorm en het recht dat erop van toepassing is, die een of meer contracten of soortgelijke verplichtingen tussen al dan niet dezelfde partijen omvat; in dit verband worden onder “contract” tevens begrepen alle — ook de uit juridisch oogpunt op zichzelf staande — met name financiële garanties of contragaranties en kredieten, alsmede alle uit een dergelijke transactie voortkomende of daarmee verband houdende bepalingen;

d)

“bevoegde autoriteiten”: de op de websites van bijlage III vermelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten;

e)

“economische middelen”: activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die geen tegoeden zijn, maar kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen;

f)

“financiering of financiële bijstand”: elke actie, ongeacht het gekozen middel, waarbij een natuurlijke of rechtspersoon, entiteit of lichaam, met of zonder voorwaarden, eigen vermogen of eigen economische middelen uitbetaalt of toezegt, met inbegrip van, maar niet beperkt tot subsidies, leningen, garanties, borgstellingen, obligaties, kredietbrieven, leverancierskredieten, koperskredieten, in- of uitvoervoorschotten en alle soorten verzekeringen en herverzekeringen, met inbegrip van exportkredietverzekeringen; de betaling en de voorwaarden voor betaling van de overeengekomen prijs voor een goed of een dienst in overeenstemming met de normale handelspraktijk, vormen geen financiering of financiële bijstand;

g)

“bevriezing van economische middelen”: voorkomen dat economische middelen worden gebruikt om op enigerlei wijze tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen, inclusief, maar niet daartoe beperkt, door deze te verkopen, te verhuren of te verhypothekeren;

h)

“bevriezing van tegoeden”: het voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren, gebruiken van, toegang verschaffen tot of omgaan met tegoeden met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt;

i)

“tegoeden”: financiële activa en voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

i)

contanten, cheques, geldvorderingen, wissels, postwissels en andere betaalmiddelen;

ii)

deposito’s bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldi op rekeningen, schulden en schuldbewijzen;

iii)

in het openbaar en onderhands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, inclusief aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen en derivatencontracten;

iv)

rente, dividenden of andere inkomsten uit of waarde voortkomende uit of gegenereerd door activa;

v)

krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen;

vi)

kredietbrieven, cognossementen, koopbrieven;

vii)

bewijsstukken van belangen in fondsen of financiële middelen;

j)

“technische bijstand”: elke technische steun in verband met reparaties, ontwikkeling, vervaardiging, assemblage, beproeving, onderhoud of enige andere technische dienst; technische bijstand kan de vorm aannemen van bijvoorbeeld instructies, advies, opleiding, overdracht van praktische kennis of vaardigheden of adviesdiensten, met inbegrip van mondelinge vormen van bijstand;

k)

“grondgebied van de Unie”: het grondgebied van alle lidstaten waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is, onder de daarin bepaalde voorwaarden, met inbegrip van hun luchtruim.

Artikel 2

1.   Er geldt een verbod op:

a)

de directe of indirecte verkoop, levering, overdracht aan of uitvoer naar natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Rusland of voor gebruik in Rusland van de in bijlage I vermelde uitrusting die voor binnenlandse repressie zou kunnen worden gebruikt, ongeacht of die uitrusting van oorsprong is uit de Unie;

b)

het direct of indirect verlenen aan natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Rusland of voor gebruik in Rusland van technische bijstand, tussenhandeldiensten en andere diensten die verband houden met de in punt a) bedoelde uitrusting;

c)

het direct of indirect verstrekken aan natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Rusland of voor gebruik in Rusland van financiering of financiële bijstand, met inbegrip van met name subsidies, leningen en exportkredietverzekering, alsmede verzekering en herverzekering, die verband houdt met de in punt a) bedoelde uitrusting.

2.   Lid 1 is niet van toepassing op beschermende uitrusting die door VN-personeel, personeel van de Unie of haar lidstaten, vertegenwoordigers van de media, en medewerkers van humanitaire organisaties en ontwikkelingswerkers en aanverwant personeel louter voor hun eigen bescherming tijdelijk naar Rusland wordt uitgevoerd.

3.   In afwijking van lid 1 kunnen de bevoegde autoriteiten onder door hen passend geachte voorwaarden, een vergunning verlenen voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van de in bijlage I, vermelde uitrusting die voor binnenlandse repressie zou kunnen worden gebruikt en daaraan gerelateerde financiering en financiële en technische bijstand, uitsluitend bedoeld voor humanitair of beschermend gebruik, voor programma’s voor institutionele opbouw van de VN of de Unie, of voor crisisbeheersingsoperaties van de VN en van de Unie of van regionale en subregionale organisaties.

4.   De in lid 3 bedoelde vergunningen worden uitsluitend verleend voorafgaandelijk aan de activiteit waarvoor zij worden aangevraagd. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van dit artikel verleende vergunning, binnen vier weken na het verlenen van de vergunning.

5.   In afwijking van lid 1 kunnen de bevoegde autoriteiten toestemming verlenen voor de verkoop, de levering, de overdracht, de uitvoer of de verlening van de daarin genoemde bijstand of diensten, nadat zij hebben vastgesteld dat dit noodzakelijk is voor:

a)

het functioneren van diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen van de Unie, de lidstaten of partnerlanden in Rusland, waaronder delegaties, ambassades en missies, of internationale organisaties in Rusland die bescherming genieten op grond van het internationaal recht;

b)

het verlenen van elektronischecommunicatiediensten door telecommunicatie-exploitanten van de Unie en het verlenen van bijbehorende faciliteiten en diensten die nodig zijn voor de exploitatie, het onderhoud en de beveiliging van dergelijke elektronischecommunicatiediensten in Rusland, in Oekraïne, in de Unie, tussen Rusland en de Unie en tussen Oekraïne en de Unie, of voor datacentrumdiensten in de Unie.

Artikel 3

1.   Het is verboden de in bijlage II vermelde apparatuur, technologie of software, al dan niet van oorsprong uit de Unie, direct of indirect te verkopen, te leveren, over te dragen aan of uit te voeren naar natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Rusland of voor gebruik in Rusland, tenzij de in bijlage III vermelde bevoegde autoriteit van de desbetreffende lidstaat daartoe vooraf een vergunning heeft verleend.

2.   De bevoegde autoriteiten verlenen geen vergunning als bedoeld in lid 1, indien zij redelijke gronden hebben om aan te nemen dat de bedoelde apparatuur, technologie of software door de regering van Rusland, door overheidsorganen, -bedrijven of -agentschappen, of door personen of entiteiten die namens deze of op hun aanwijzing handelen, zou worden gebruikt voor binnenlandse repressie.

3.   Bijlage II omvat apparatuur, technologie of software voor informatiebeveiliging of telecommunicatie die misbruikt kan worden voor binnenlandse repressie.

4.   In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten, op door hen passend geachte voorwaarden, toestemming verlenen voor de verkoop, de levering, de overdracht, de uitvoer of de verlening van de daarin genoemde diensten, nadat zij hebben vastgesteld dat dit noodzakelijk is voor:

a)

het functioneren van diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen van de Unie, de lidstaten of partnerlanden in Rusland, waaronder delegaties, ambassades en missies, of internationale organisaties in Rusland die bescherming genieten op grond van het internationaal recht;

b)

het verlenen van elektronischecommunicatiediensten door telecommunicatie-exploitanten van de Unie die nodig zijn voor de exploitatie, het onderhoud en de beveiliging, met inbegrip van cyberbeveiliging, van elektronischecommunicatiediensten in Rusland, in Oekraïne, in de Unie, tussen Rusland en de Unie en tussen Oekraïne en de Unie, of voor datacentrumdiensten in de Unie.

5.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van dit artikel verleende vergunning, binnen vier weken na het verlenen van de vergunning.

6.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van dit artikel geweigerde vergunning, binnen vier weken na die weigering.

7.   Dit artikel laat artikel 2 bis van Verordening (EU) nr. 833/2014 onverlet.

Artikel 4

1.   Tenzij de bevoegde autoriteit van de desbetreffende lidstaat daartoe voorafgaandelijk een vergunning heeft verleend overeenkomstig artikel 3, lid 1, geldt een verbod op:

a)

het direct of indirect verlenen van technische bijstand of tussenhandeldiensten in verband met de op de lijst in bijlage II vermelde apparatuur, technologie en software, in verband met het installeren, leveren, vervaardigen, onderhouden, repareren en gebruiken van de op de lijst in bijlage II vermelde apparatuur en technologie, of in verband met het leveren, installeren, in werking stellen of actualiseren van op de lijst in bijlage II vermelde software aan natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Rusland of voor gebruik in Rusland;

b)

het direct of indirect verstrekken van financiering of financiële bijstand in verband met de op de lijst in bijlage II vermelde uitrusting, technologie en software aan natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Rusland of bestemd voor gebruik in Rusland;

c)

het verlenen van diensten voor toezicht of interceptie van telecommunicatie of internet aan, of direct of indirect ten behoeve van de regering van Rusland, overheidsorganen, -bedrijven en -agentschappen of personen of entiteiten die namens deze of op hun aanwijzing handelen.

2.   Voor de toepassing van lid 1, punt a), omvat het verbod op het onderhouden en repareren van de desbetreffende uitrusting ook een verbod op het onderhouden, actualiseren en repareren van ingebedde software die in de uitrusting is ingebouwd.

3.   Voor de toepassing van lid 1, punt c), worden onder “diensten voor toezicht of interceptie van telecommunicatie of internet” diensten verstaan die, in het bijzonder met gebruikmaking van apparatuur, technologie of software vermeld op de lijst in bijlage II, toegang verschaffen tot en voorzien in de verstrekking van de inkomende en uitgaande telecommunicatie en de oproepgegevens van een persoon met als doel deze te extraheren, te decoderen, te registreren, te verwerken, te analyseren of op te slaan of andere daarmee samenhangende handelingen te verrichten.

Artikel 5

1.   De verbodsbepalingen van artikel 2, lid 1, en artikel 3, lid 1, zijn van toepassing indien niet in de bijlagen I en II vermelde apparatuur, technologie of software geheel of gedeeltelijk bestemd is voor gebruik in het kader van binnenlandse repressie in Rusland. Wanneer de exploitant hiervan kennis krijgt, stelt hij de bevoegde autoriteiten daarvan onmiddellijk in kennis.

2.   De verbodsbepalingen van artikel 2, lid 1, en artikel 3, lid 1, zijn niet van toepassing indien de exploitant niet had kunnen vermoeden dat de niet in de bijlagen I en II vermelde apparatuur, technologie of software geheel of gedeeltelijk bestemd zou zijn voor gebruik in het kader van binnenlandse repressie in Rusland.

Artikel 6

1.   Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan of eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van een in bijlage IV vermelde natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam, worden bevroren.

2.   Aan of ten behoeve van de in bijlage IV vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen worden geen tegoeden of economische middelen direct of indirect ter beschikking gesteld.

3.   Bijlage IV omvat natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen die:

a)

verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen, de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie, of wier activiteiten op een andere wijze de democratie of de rechtsstaat in Rusland ernstig ondermijnen;

b)

financiële, technische of materiële ondersteuning bieden voor of anderszins betrokken zijn bij de in punt a), beschreven handelingen, daaronder begrepen het plannen en aansturen van, opdracht geven tot, meewerken aan, voorbereiden, faciliteren en aanmoedigen van dergelijke handelingen;

c)

geassocieerd zijn met de in punt a) of punt b) bedoelde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen,

Artikel 7

1.   In afwijking van artikel 6, leden 1 en 2, kunnen de bevoegde autoriteiten, onder voorwaarden die zij passend achten, een vergunning verlenen voor de vrijgave of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:

a)

noodzakelijk zijn voor het dekken van uitgaven voor de basisbehoeften van de in de bijlage IV vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen, en de gezinsleden die van deze natuurlijke personen afhankelijk zijn, zoals betalingen voor levensmiddelen, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of medische behandelingen, belastingen, verzekeringspremies en nutsvoorzieningen;

b)

uitsluitend bestemd zijn voor het betalen van redelijke honoraria of het vergoeden van andere kosten van juridische diensten;

c)

uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor het routinematig aanhouden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen;

d)

noodzakelijk zijn voor de betaling van buitengewone lasten, mits de desbetreffende bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie ten minste twee weken vóór zij de vergunning verleent, in kennis stelt van de redenen waarom zij meent dat een specifieke vergunning moet worden verleend;

e)

gestort worden op of betaald worden van een rekening van een diplomatieke missie of consulaire post of een internationale organisatie die bescherming geniet op grond van het internationaal recht, voor zover die betalingen bestemd zijn voor de officiële doelen van de diplomatieke of consulaire missie of de internationale organisatie;

f)

noodzakelijk zijn voor het functioneren van diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen van de Unie, de lidstaten of partnerlanden in Rusland, waaronder delegaties, ambassades en missies, of internationale organisaties in Rusland die bescherming genieten op grond van het internationaal recht;

g)

noodzakelijk zijn voor het verlenen van elektronischecommunicatiediensten door telecommunicatie-exploitanten van de Unie en het verlenen van bijbehorende faciliteiten en diensten die nodig zijn voor de exploitatie, het onderhoud en de beveiliging van dergelijke elektronischecommunicatiediensten in Rusland, in Oekraïne, in de Unie, tussen Rusland en de Unie en tussen Oekraïne en de Unie, of voor datacentrumdiensten in de Unie, of

h)

noodzakelijk zijn voor de verkoop en overdracht, uiterlijk op 28 augustus 2024 of, als dit later is, binnen zes maanden na de datum van plaatsing op de lijst in bijlage IV, van eigendomsrechten in een in de Unie gevestigde rechtspersoon, entiteit of lichaam, indien die eigendomsrechten rechtstreeks of onrechtstreeks eigendom zijn van een op de lijst in bijlage IV geplaatste natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam, na zich ervan te hebben vergewist dat de opbrengsten van die verkoop en overdracht bevroren blijven.

2.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van lid 1 verleende vergunning, binnen twee weken na het verlenen van de vergunning.

Artikel 8

1.   In afwijking van artikel 6, leden 1 en 2, kunnen de bevoegde autoriteiten, onder door hen passend geachte voorwaarden, een vergunning verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, nadat zij hebben vastgesteld dat het verstrekken van die tegoeden of economische middelen noodzakelijk is voor de tijdige verlening van humanitaire hulp of voor de ondersteuning van andere activiteiten die beantwoorden aan elementaire menselijke behoeften.

2.   Indien de desbetreffende bevoegde autoriteit binnen vijf werkdagen na ontvangst van een verzoek om vergunning krachtens lid 1 geen negatief besluit heeft genomen, geen verzoek om informatie heeft ingediend of niet heeft laten weten meer tijd nodig te hebben, wordt die vergunning geacht te zijn verleend.

3.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke vergunning die overeenkomstig dit artikel is verleend, binnen vier weken na de verlening van de vergunning.

Artikel 9

1.   In afwijking van artikel 6, lid 1, kunnen de bevoegde autoriteiten een vergunning verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een scheidsrechterlijke beslissing die is gegeven vóór de datum waarop de natuurlijke persoon, de rechtspersoon, de entiteit of het lichaam als bedoeld in artikel 6, in bijlage IV werd opgenomen, dan wel van een vóór of na die datum in de Unie gegeven rechterlijke of administratieve beslissing of in de betrokken lidstaat uitvoerbare rechterlijke beslissing;

b)

de tegoeden of economische middelen worden uitsluitend benut om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijke beslissing zijn gewaarborgd of geldig zijn verklaard, binnen de grenzen gesteld door de toepasselijke wet- en regelgeving betreffende de rechten van titularissen van dergelijke vorderingen;

c)

de beslissing komt niet ten goede aan in bijlage IV vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen, en

d)

de erkenning van de beslissing is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat.

2.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van lid 1 verleende vergunning, binnen twee weken na het verlenen van de vergunning.

Artikel 10

1.   In afwijking van artikel 6, lid 1, en mits een betaling verschuldigd is door in bijlage IV vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen op grond van een contract dat of overeenkomst die is gesloten of een verbintenis die is ontstaan vóór de datum waarop de betrokken natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen in bijlage IV werden opgenomen, kunnen de bevoegde autoriteiten, onder door hen passend geachte voorwaarden, een vergunning verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien de betrokken bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat:

a)

de tegoeden of economische middelen zullen worden gebruikt voor een betaling door in bijlage IV vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen, en

b)

de betaling niet in strijd is met artikel 6, lid 2.

2.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van lid 1 verleende vergunning, binnen twee weken na het verlenen van de vergunning.

Artikel 11

1.   Artikel 6, lid 2, vormt geen belemmering voor de creditering van bevroren rekeningen door financiële instellingen of kredietinstellingen die tegoeden ontvangen die door derden naar de rekening van in bijlage IV vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen zijn overgemaakt, mits de bijgeboekte bedragen eveneens bevroren worden. De financiële instelling of kredietinstelling brengt de desbetreffende bevoegde autoriteit onverwijld op de hoogte van dergelijke verrichtingen.

2.   Artikel 6, lid 2, is niet van toepassing op het overmaken op bevroren rekeningen van:

a)

rente of andere inkomsten op die rekeningen;

b)

betalingen op grond van contracten, overeenkomsten of verplichtingen die zijn gesloten of ontstaan vóór de datum waarop de in artikel 6 bedoelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen zijn opgenomen in bijlage IV, of

c)

betalingen die verschuldigd zijn uit hoofde van rechterlijke, administratieve of arbitrale beslissingen die in een lidstaat zijn gegeven of in de betrokken lidstaat uitvoerbaar zijn,

mits deze rente, andere inkomsten en betalingen overeenkomstig artikel 6, lid 1, worden bevroren.

Artikel 12

1.   Natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen:

a)

verstrekken onverwijld alle informatie die de naleving van deze verordening vergemakkelijkt, zoals informatie over rekeningen en bedragen die overeenkomstig artikel 6, lid 1, zijn bevroren, of informatie over tegoeden en economische middelen op het grondgebied van de Unie die toebehoren aan, eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van op de lijst van bijlage IV geplaatste natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen en die niet zijn behandeld als bevroren door de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die daartoe verplicht zijn, aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar zij woonachtig of gevestigd zijn, en zenden deze informatie rechtstreeks of via de autoriteiten van de lidstaat aan de Commissie toe, en

b)

werken samen met de bevoegde autoriteit bij de verificatie van de in punt a) bedoelde informatie.

2.   Lid 1 geldt met inachtneming van de nationale of andere toepasselijke regels betreffende de vertrouwelijkheid van informatie die in het bezit is van gerechtelijke autoriteiten, en met inachtneming van de in artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie gewaarborgde vertrouwelijkheid van de communicatie tussen advocaten en hun cliënten. Daartoe omvat dergelijke communicatie de communicatie die betrekking heeft op juridisch advies dat wordt verstrekt door andere gecertificeerde beroepsbeoefenaars die krachtens het nationale recht gemachtigd zijn om de cliënt in gerechtelijke procedures te vertegenwoordigen, voor zover dat juridisch advies wordt verstrekt in verband met lopende of toekomstige gerechtelijke procedures.

3.   Alle rechtstreeks door de Commissie ontvangen aanvullende informatie wordt ter beschikking gesteld van de lidstaten.

4.   Overeenkomstig dit artikel verstrekte en ontvangen informatie wordt uitsluitend gebruikt voor de doeleinden waarvoor de informatie is verstrekt of ontvangen.

5.   De bevoegde autoriteiten, met inbegrip van handhavingsautoriteiten, douaneautoriteiten in de zin van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5), bevoegde autoriteiten in de zin van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (6), Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad (7) en Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (8), alsmede beheerders van officiële registers waarin natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen, alsmede onroerende of roerende goederen worden geregistreerd, verwerken onverwijld informatie, inclusief persoonsgegevens en, indien nodig, de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie, en wisselen deze onverwijld uit met andere bevoegde autoriteiten van hun lidstaat of andere lidstaten, en met de Commissie, indien die verwerking en uitwisseling noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de taken van de verwerkende autoriteit of de ontvangende autoriteit uit hoofde van deze verordening, met name wanneer zij gevallen vaststellen van een schending of omzeiling, of van pogingen tot schending of omzeiling, van de in deze verordening vastgestelde verbodsbepalingen.

Artikel 13

1.   Het is verboden om bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die tot doel of gevolg hebben dat de in deze verordening vermelde maatregelen worden omzeild.

2.   In bijlage IV vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen:

a)

moeten binnen zes weken na de datum van opname in bijlage IV tegoeden of economische middelen die onder de jurisdictie van een lidstaat vallen en toebehoren aan, eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van hen, melden aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar deze tegoeden of economische middelen zich bevinden, en

b)

moeten samenwerken met de bevoegde autoriteit bij de verificatie van deze informatie.

3.   Niet-naleving van lid 2 van dit artikel wordt beschouwd als deelname, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, aan activiteiten die tot doel of gevolg hebben dat de in artikel 6 bedoelde maatregelen worden omzeild.

4.   De betrokken lidstaat verstrekt de overeenkomstig lid 2, punt a), ontvangen informatie binnen twee weken aan de Commissie.

5.   Overeenkomstig dit artikel verstrekte en ontvangen informatie wordt uitsluitend gebruikt voor de doeleinden waarvoor de informatie is verstrekt of ontvangen.

6.   De verwerking van persoonsgegevens geschiedt overeenkomstig deze verordening, en overeenkomstig Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725 en slechts voor zover dit nodig is voor de toepassing van deze verordening.

Artikel 14

1.   De bevriezing van tegoeden en economische middelen of de weigering om tegoeden of economische middelen beschikbaar te stellen, die plaatsvindt in het vertrouwen dat die maatregel in overeenstemming is met deze verordening, geeft geen aanleiding tot enigerlei aansprakelijkheid van de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die die maatregel uitvoeren, of van directeuren of werknemers daarvan, tenzij het bewijs wordt geleverd dat de tegoeden en economische middelen als gevolg van nalatigheid zijn bevroren of ingehouden.

2.   Acties van natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen geven geen aanleiding tot aansprakelijkheid van deze natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen, indien zij niet wisten en niet redelijkerwijs konden vermoeden dat hun acties een inbreuk zouden vormen op de maatregelen in deze verordening.

Artikel 15

1.   Vorderingen in verband met contracten of andere transacties aan de uitvoering waarvan, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, afbreuk is gedaan door de maatregelen die uit hoofde van onderhavige verordening zijn ingesteld, met inbegrip van vorderingen tot schadeloosstelling of soortgelijke vorderingen, zoals een vordering tot schuldvergelijking of een garantievordering, in het bijzonder een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, garantie of contragarantie, in het bijzonder een financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm hiervan, worden niet toegewezen indien deze vorderingen worden ingesteld door:

a)

in bijlage IV vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen;

b)

natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die handelen voor rekening of ten behoeve van een van de in punt a) vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen.

2.   In procedures waartoe een vordering aanleiding geeft, wordt het bewijs dat de vordering niet op grond van lid 1 hoort te worden afgewezen, geleverd door de eisende natuurlijke persoon, rechtspersoon of entiteit, of het eisende lichaam.

3.   Dit artikel geldt onverminderd het recht van de in lid 1 vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen op toetsing door de rechter van de rechtmatigheid van de niet-nakoming van contractuele verplichtingen in overeenstemming met onderhavige verordening.

Artikel 16

1.   De Commissie en de lidstaten stellen elkaar in kennis van de maatregelen die uit hoofde van deze verordening worden genomen en verstrekken elkaar alle relevante informatie waarover zij beschikken in verband met deze verordening, in het bijzonder informatie met betrekking tot:

a)

tegoeden die zijn bevroren overeenkomstig artikel 6 en vergunningen die zijn verleend overeenkomstig de afwijkingen waarin deze verordening voorziet;

b)

inbreuken, handhavingsproblemen en uitspraken van nationale rechtbanken.

2.   De lidstaten stellen elkaar en de Commissie onverwijld in kennis van alle andere relevante informatie waarover zij beschikken, en die van invloed kan zijn op de doeltreffende uitvoering van deze verordening.

Artikel 17

1.   Wanneer de Raad besluit een natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam aan de in artikel 2 bedoelde maatregelen te onderwerpen, wijzigt hij bijlage IV dienovereenkomstig.

2.   De Raad deelt een besluit uit hoofde van lid 1, met inbegrip van de redenen voor de plaatsing op de lijst, mee aan de betrokken natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam, hetzij rechtstreeks, indien het adres bekend is en indien een dergelijke mededeling daadwerkelijk kan worden gedaan, hetzij door de bekendmaking van een kennisgeving, waarbij die natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam in de gelegenheid wordt gesteld opmerkingen in te dienen.

3.   Wanneer opmerkingen worden ingediend of wanneer er substantieel nieuw bewijsmateriaal wordt overgelegd, herziet de Raad het betrokken besluit en stelt hij de betrokken natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam daarvan in kennis.

4.   De lijst in bijlage IV wordt met regelmatige tussenpozen en ten minste om de twaalf maanden opnieuw bezien.

5.   De Commissie is bevoegd bijlage III te wijzigen op basis van door de lidstaten verstrekte informatie.

Artikel 18

1.   In bijlage IV worden de redenen vermeld voor het op de lijst plaatsen van betrokken natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen.

2.   Bijlage IV bevat de informatie, indien deze beschikbaar is, die nodig is om de betrokken natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen te identificeren. Met betrekking tot natuurlijke personen kan die informatie bestaan uit: namen en aliassen; geboortedatum en geboorteplaats; nationaliteit; paspoort- en identiteitskaartnummers; geslacht; adres, indien bekend; en functie of beroep. Met betrekking tot rechtspersonen, entiteiten of lichamen kan die informatie bestaan uit namen, plaats en datum van registratie, registratienummer en plaats van vestiging.

Artikel 19

1.   De lidstaten stellen voorschriften vast ten aanzien van de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van de bepalingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden uitgevoerd. De vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten voorzien tevens in passende maatregelen voor de confiscatie van de opbrengsten van dergelijke inbreuken.

2.   De lidstaten stellen de Commissie onverwijld na de inwerkingtreding van deze verordening in kennis van de in lid 1 bedoelde regels, en stellen haar in kennis van alle latere wijzigingen ervan.

Artikel 20

1.   De Raad, de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) kunnen persoonsgegevens verwerken voor de uitoefening van hun taken uit hoofde van deze verordening. Die taken omvatten het volgende:

a)

wat betreft de Raad, het voorbereiden en uitvoeren van wijzigingen van bijlage IV;

b)

wat betreft de hoge vertegenwoordiger, het voorbereiden van wijzigingen van bijlage IV;

c)

wat betreft de Commissie:

i)

het toevoegen van de inhoud van bijlage IV aan de elektronische geconsolideerde lijst van natuurlijke en rechtspersonen, groepen en entiteiten waarop financiële sancties van de Europese Unie van toepassing zijn, en aan de interactieve sanctiekaart, die beide openbaar worden gemaakt;

ii)

het verwerken van informatie over de gevolgen van de maatregelen van deze verordening, zoals de waarde van bevroren tegoeden, alsook informatie over door de bevoegde autoriteiten verleende vergunning.

2.   De Raad, de Commissie en de hoge vertegenwoordiger verwerken, in voorkomend geval, relevante gegevens met betrekking tot strafbare feiten die zijn gepleegd door op de lijst geplaatste natuurlijke personen, strafrechtelijke veroordelingen van die personen of veiligheidsmaatregelen ten aanzien van deze personen, voor zover die verwerking noodzakelijk is voor de voorbereiding van bijlage IV.

3.   Voor de toepassing van deze verordening worden de Raad, de Commissie en de hoge vertegenwoordiger aangewezen als “verwerkingsverantwoordelijke” in de zin van artikel 3, punt 8, van Verordening (EU) 2018/1725 om ervoor te zorgen dat de betrokken natuurlijke personen hun rechten uit hoofde van die verordening kunnen uitoefenen.

Artikel 21

1.   De lidstaten wijzen de in deze verordening bedoelde bevoegde autoriteiten aan en identificeren deze op de in bijlage III vermelde websites. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elke wijziging van het adres van de in bijlage III vermelde websites.

2.   De lidstaten delen de Commissie na de inwerkingtreding van deze verordening onverwijld mede wie hun bevoegde autoriteiten zijn en hoe contact met hen kan worden opgenomen, en delen haar alle latere wijzigingen ervan mede.

3.   Waar deze verordening een meldingsplicht vaststelt, of een verplichting de Commissie te informeren of op een andere wijze met haar te communiceren, wordt daartoe gebruik gemaakt van het adres en de andere contactgegevens die zijn vermeld op de lijst in bijlage III.

Artikel 22

Overeenkomstig deze verordening verstrekte of ontvangen informatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor de informatie is verstrekt of ontvangen.

Artikel 23

Deze verordening is van toepassing:

a)

op het grondgebied van de Unie, met inbegrip van haar luchtruim;

b)

aan boord van vaar- of luchtvaartuigen die onder de rechtsbevoegdheid van een lidstaat vallen;

c)

op alle zich op of buiten het grondgebied van de Unie bevindende natuurlijke personen die onderdaan van een lidstaat zijn;

d)

op alle volgens het recht van een lidstaat erkende of opgerichte rechtspersonen, entiteiten of lichamen, binnen of buiten het grondgebied van de Unie;

e)

op alle rechtspersonen, entiteiten of lichamen ten aanzien van alle geheel of gedeeltelijk binnen de Unie verrichte zakelijke transacties.

Artikel 24

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 mei 2024.

Voor de Raad

De voorzitter

J. BORRELL FONTELLES


(1)   PB L, 2024/1484, 27.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/1484/oj.

(2)  Verordening (EU) nr. 833/2014 van de Raad van 31 juli 2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 229 van 31.7.2014, blz. 1).

(3)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(4)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).

(5)  Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).

(6)  Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).

(7)  Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).

(8)  Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).


BIJLAGE I

Lijst van in artikel 2 bedoelde uitrusting die voor binnenlandse repressie kan worden gebruikt

1.   De volgende vuurwapens, munitie en toebehoren:

1.1.

Vuurwapens die niet vallen onder ML 1 of ML 2 van de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de Europese Unie (ft) (“de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen”);

1.2.

Munitie speciaal ontworpen voor de vuurwapens die zijn vermeld in punt 1.1, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

2.   Simulatieapparatuur die niet onder ML 14 van de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen valt, voor opleiding in het gebruik van vuurwapens en speciaal daarvoor ontworpen software.

3.   Bommen en granaten die niet vallen onder de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen.

4.   De volgende andere explosieven die niet onder de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen vallen, en aanverwante stoffen:

a.

amatol;

b.

nitroglycol;

c.

picrylchloride.

5.   Scheermesprikkeldraad.

6.   Militaire messen, gevechtsmessen en bajonetten met een bladlengte van meer dan 10 cm.

7.   Productieapparatuur die speciaal is ontworpen voor de in deze bijlage vermelde goederen.


BIJLAGE II

Lijst van apparatuur, technologie en software als bedoeld in artikel 3

Algemene noot

Niettegenstaande de inhoud van deze bijlage is zij niet van toepassing:

a)

op apparatuur, technologie of software die is vermeld in bijlage I bij Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad (1) of in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen;

b)

op software die is ontworpen voor installatie door de gebruiker zonder wezenlijke ondersteuning van de leverancier en die algemeen voor het publiek verkrijgbaar is doordat zij via de detailhandel zonder beperkingen uit voorraad wordt verkocht via:

i)

winkelverkoop;

ii)

postorderverkoop;

iii)

elektronische transacties; of

iv)

telefonische verkoop;

c)

software die tot het publieke domein behoort; of

d)

wanneer artikel 2 bis van Verordening (EU) nr. 833/2014 van toepassing is.

De categorieën A, B, C, D en E verwijzen naar de categorieën in Verordening (EU) 2021/821.

A.

Lijst van apparatuur

Systemen voor deep packet inspection

Systemen voor interceptie op netwerken, waaronder systemen voor interceptiebeheer (IMS) en systemen voor informatie over bewaring van gegevens

Monitoringsystemen voor radiofrequenties

Stoorsystemen voor netwerken en satellietverbindingen

Systemen voor infectie op afstand

Spraakherkennings- en -verwerkingssystemen

Systemen voor interceptie en monitoring van IMSI (4), MSISDN (5), IMEI (6), TMSI (7)

Systemen voor tactische interceptie en monitoring van SMS (8) / GSM (9) / GPS (10) / GPRS (11) / UMTS (12) / CDMA (13) / PSTN (14)

Systemen voor interceptie van informatie en monitoring van DHCP (15) / SMTP (16), GTP (17)

Systemen voor patroonherkenning en -profilering

Op afstand werkende forensische systemen

Systemen voor semantische verwerking

Systemen voor het breken van de codes van WEP- en WPA-verbindingen

Interceptiesystemen voor merkgebonden en standaard VoIP-protocollen

B.

Niet gebruikt

C.

Niet gebruikt

D.

“Software” voor de “ontwikkeling”, de “productie” of het “gebruik” van de in punt A bedoelde apparatuur.

E.

“Technologie” voor de “ontwikkeling”, de “productie” of het “gebruik” van de in punt A bedoelde apparatuur.

Apparatuur, technologie en software binnen deze categorieën, worden uitsluitend door deze bijlage bestreken voor zover zij passen binnen de algemene beschrijving “systemen voor interceptie en monitoring van internet-, telefoon- en satellietcommunicatie”.

In deze bijlage wordt onder “monitoring” verstaan het vastleggen, extraheren, decoderen, opslaan, verwerken, analyseren en archiveren van de inhoud van gesprekken en van netwerkdata.

Voetnoten:

(4)

IMSI: International Mobile Subscriber Identity. Dit is een unieke identificatiecode voor elk mobiel telefoontoestel, die op de SIM-kaart staat en aan de hand waarvan deze SIM via DSM en UMTS-netwerken kan worden opgespoord.

(5)

MSISDN: Mobile Subscriber Integrated Services Digital Network Number. Dit is het unieke nummer dat aan elk abonnement op een GSM- of UMTS-netwerk wordt toegekend. Eenvoudig gesteld is het het telefoonnummer van de SIM-kaart in een mobiele telefoon en daarom wordt hierdoor de mobiele abonnee net zo goed geïdentificeerd als door het IMSI-nummer, zulks echter in verband met het doorzenden van gesprekken.

(6)

IMEI: International Mobile Equipment Identity. Het is een, gewoonlijk uniek, nummer voor het identificeren van mobiele telefoons van de types GSM, WCDMA en IDEN, alsook van sommige satelliettelefoons. Meestal is het afgedrukt in het batterijvak van de telefoon. Onderschepping (aftappen) kan gericht plaatsvinden via het IMEI-, IMSI- of MSISDN-nummer.

(7)

TMSI: Temporary Mobile Subscriber Identity. Dit nummer is het meest gebruikelijk voor de communicatie tussen de telefoon en het netwerk.

(8)

SMS: Short Message System

(9)

GSM: Global System for Mobile Communications.

(10)

GPS: Global Positioning System.

(11)

GPRS: General Package Radio Service.

(12)

UMTS: Universal Mobile Telecommunication System.

(13)

CDMA: Code Division Multiple Access.

(14)

PSTN: Public Switch Telephone Networks.

(15)

DHCP: Dynamic Host Configuration Protocol.

(16)

SMTP: Simple Mail Transfer Protocol.

(17)

GTP: GPRS Tunnelling Protocol.

(1)  Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot instelling van een Unieregeling voor controle op de uitvoer, de tussenhandel, de technische bijstand, de doorvoer en de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik (herschikking) (PB L 206 van 11.6.2021, blz. 1).


BIJLAGE III

Websites voor informatie over de bevoegde autoriteiten en adres voor kennisgevingen aan de Commissie

BELGIË

https://diplomatie.belgium.be/nl/beleid/beleidsthemas/vrede-en-veiligheid/sancties

BULGARIJE

https://www.mfa.bg/en/EU-sanctions

TSJECHIË

https://fau.gov.cz/en/international-sanctions

DENEMARKEN

http://um.dk/da/Udenrigspolitik/folkeretten/sanktioner/

DUITSLAND

https://www.bmwi.de/Redaktion/DE/Artikel/Aussenwirtschaft/embargos-aussenwirtschaftsrecht.html

ESTLAND

https://vm.ee/sanktsioonid-ekspordi-ja-relvastuskontroll/rahvusvahelised-sanktsioonid

IERLAND

https://www.dfa.ie/our-role-policies/ireland-in-the-eu/eu-restrictive-measures/

GRIEKENLAND

http://www.mfa.gr/en/foreign-policy/global-issues/international-sanctions.html

SPANJE

https://www.exteriores.gob.es/es/PoliticaExterior/Paginas/SancionesInternacionales.aspx

FRANKRIJK

http://www.diplomatie.gouv.fr/fr/autorites-sanctions/

KROATIË

https://mvep.gov.hr/vanjska-politika/medjunarodne-mjere-ogranicavanja/22955

ITALIË

https://www.esteri.it/it/politica-estera-e-cooperazione-allo-sviluppo/politica_europea/misure_deroghe/

CΥΡRUS

https://mfa.gov.cy/themes/

LETLAND

http://www.mfa.gov.lv/en/security/4539

LITOUWEN

http://www.urm.lt/sanctions

LUXEMBURG

https://maee.gouvernement.lu/fr/directions-du-ministere/affaires-europeennes/organisations-economiques-int/mesures-restrictives.html

HONGARIJE

https://kormany.hu/kulgazdasagi-es-kulugyminiszterium/ensz-eu-szankcios-tajekoztato

MALTA

https://smb.gov.mt/

NEDERLAND

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/internationale-sancties

OOSTENRIJK

https://www.bmeia.gv.at/themen/aussenpolitik/europa/eu-sanktionen-nationale-behoerden/

POLEN

https://www.gov.pl/web/dyplomacja/sankcje-miedzynarodowe

https://www.gov.pl/web/diplomacy/international-sanctions

PORTUGAL

https://portaldiplomatico.mne.gov.pt/politica-externa/medidas-restritivas

ROEMENIË

http://www.mae.ro/node/1548

SLOVENIË

http://www.mzz.gov.si/si/omejevalni_ukrepi

SLOWAKIJE

https://www.mzv.sk/europske_zalezitosti/europske_politiky-sankcie_eu

FINLAND

https://um.fi/pakotteet

ZWEDEN

https://www.regeringen.se/sanktioner

Adres voor kennisgevingen aan de Europese Commissie:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Financiële Stabiliteit, Financiële Diensten

en Kapitaalmarktenunie (DG FISMA)

Jozef II-straat 54

1049 Brussel,

België

E-mail: relex-sanctions@ec.europa.eu


BIJLAGE IV

Lijst van de in artikel 6 bedoelde natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen

A.   Natuurlijke personen

[…]

B.   Rechtspersonen, entiteiten en lichamen

[…]


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1485/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)