European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/1457

29.5.2024

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2024/1457 VAN DE COMMISSIE

van 27 mei 2024

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 wat betreft bepaalde uit Turkije afkomstige voor opplant bestemde planten van de soorten Prunus persica, Prunus dulcis, Prunus armeniaca en Prunus davidiana, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1213 wat betreft de fytosanitaire maatregelen voor het binnenbrengen van die voor opplant bestemde planten op het grondgebied van de Unie

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad (1), en met name artikel 42, lid 4, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 van de Commissie (2) bevat een lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen met een hoog risico, die op basis van een voorlopige risicobeoordeling is vastgesteld.

(2)

Op basis van een voorlopige beoordeling zijn 34 geslachten en één soort van voor opplant bestemde planten afkomstig uit derde landen voorlopig opgenomen in de lijst van planten met een hoog risico in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019. Een van de in de lijst opgenomen geslachten is Prunus L.

(3)

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1213 van de Commissie (3) bevat de fytosanitaire maatregelen voor het binnenbrengen op het grondgebied van de Unie van bepaalde planten, plantaardige producten en andere materialen die uit de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 zijn geschrapt, maar waarvan de fytosanitaire risico’s nog niet volledig zijn beoordeeld. Dat komt doordat één of meer plaagorganismen waarvoor die planten als waard dienen, nog niet zijn opgenomen in de lijst van EU-quarantaineorganismen in Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 van de Commissie (4), maar mogelijk op basis van een aanvullende volledige risicobeoordeling wel aan de voorwaarden voor opneming in die lijst voldoen.

(4)

Op 29 januari 2020 heeft Turkije bij de Commissie een verzoek ingediend voor de uitvoer naar de Unie van de volgende voor opplant bestemde planten: tot 2 jaar oude stekken zonder wortels, in rusttoestand, zonder blad, van Prunus persica en Prunus dulcis, tot 2 jaar oude, niet-geënte, voor opplant bestemde planten met naakte wortels, in rusttoestand, zonder blad, van Prunus persica en Prunus dulcis, en tot 2 jaar oude op onderstammen van Prunus persica, Prunus dulcis, Prunus armeniaca of Prunus davidiana geënte, voor opplant bestemde planten zonder wortels, in rusttoestand, zonder blad, van Prunus persica en Prunus dulcis van oorsprong uit Turkije (“de betrokken planten”). Bij dat verzoek was het relevante technische dossier gevoegd.

(5)

Op 1 december 2022 heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) een wetenschappelijk advies uitgebracht over de risicobeoordeling van de betrokken planten (5). De EFSA heeft Anoplophora chinensis, Didesmococcus unifasciatus, Euzophera semifuneralis, Hoplolaimus galeatus, Lasiodiplodia pseudotheobromae, Lepidosaphes malicola, Lepidosaphes pistaciae, Maconellicoccus hirsutus, Malacosoma parallela, Neoscytalidium dimidiatum, Neoscytalidium novaehollandiae, Nipaecoccus viridis, Peach rosette mosaic virus, Phenacoccus solenopsis, Pochazia shantungensis, Russellaspis pustulans, Scirtothrips dorsalis en Tomato ringspot virus geïdentificeerd als voor die planten relevante plaagorganismen.

(6)

De EFSA heeft de in de dossiers beschreven risicobeperkende maatregelen voor de geïdentificeerde plaagorganismen geëvalueerd en de waarschijnlijkheid ingeschat dat de betrokken planten vrij zijn van die plaagorganismen.

(7)

Na officiële bevestiging van de afwezigheid van Malacosoma parallela in Turkije wordt het plaagorganisme niet langer relevant geacht voor uit dat land afkomstige goederen van Prunus L.

(8)

Op basis van dat advies en de aanvullende informatie van Turkije met betrekking tot Malacosoma parallela wordt geacht dat het fytosanitaire risico dat voortvloeit uit het op het grondgebied van de Unie binnenbrengen van de betrokken planten tot een aanvaardbaar niveau wordt teruggebracht als passende maatregelen worden genomen om het risico op plaagorganismen dat die planten inhouden, te beperken.

(9)

De door Turkije in de technische dossiers beschreven maatregelen worden toereikend geacht om het risico dat uit het binnenbrengen op het grondgebied van de Unie van de betrokken planten voortvloeit, tot een aanvaardbaar niveau te beperken. Die maatregelen moeten daarom worden vastgesteld als fytosanitaire invoervoorschriften om de fytosanitaire bescherming van het grondgebied van de Unie tegen het risico dat uit het binnenbrengen van de betrokken planten voortvloeit, te waarborgen.

(10)

Bijgevolg mogen de betrokken planten niet langer als planten met een hoog risico worden beschouwd.

(11)

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(12)

Anoplophora chinensis, Peach rosette mosaic virus, Scirtothrips dorsalis en Tomato ringspot virus zijn in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 opgenomen als EU-quarantaineorganismen.

(13)

Didesmococcus unifasciatus, Euzophera semifuneralis, Hoplolaimus galeatus, Lepidosaphes pistaciae, Maconellicoccus hirsutus, Nipaecoccus viridis, Pochazia shantungensis, en Russellaspis pustulans zijn daarentegen nog niet opgenomen in de lijst van EU-quarantaineorganismen in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072, zodat de fytosanitaire maatregelen voor deze plaagorganismen gebaseerd zijn op de maatregelen die Turkije in de dossiers heeft beschreven. Volledige risicobeoordelingen van die plaagorganismen zijn nodig om te kunnen bepalen of zij aan de voorwaarden voldoen om in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 te worden opgenomen en of de betrokken planten in bijlage VII bij die verordening moeten worden opgenomen, samen met de respectieve maatregelen.

(14)

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1213 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(15)

Daarnaast zijn, Lasiodiplodia pseudotheobromae, Neoscytalidium dimidiatum, en Phenacoccus solenopsis nog niet opgenomen in de lijst van EU-quarantaineorganismen in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072. Aangezien op het grondgebied van de Unie geen significante gevolgen zijn waargenomen voor waardplanten die met die plaagorganismen zijn besmet, zijn er met betrekking tot die plaagorganismen echter geen invoervoorschriften nodig.

(16)

Neoscytalidium novaehollandiae is een synoniem van Neoscytalidium dimidiatum. Bijgevolg zijn voor dat plaagorganisme ook geen invoervoorschriften nodig.

(17)

In een door de EFSA opgesteld wetenschappelijk advies over de indeling van Lepidosaphes malicola (6) als plaagorganisme wordt geconcludeerd dat het plaagorganisme niet voldoet aan alle criteria om als EU-quarantaineorganisme te worden beschouwd, vanwege de grote onzekerheid over de gevolgen ervan in de EU. Bijgevolg zijn voor dat plaagorganisme ook geen invoervoorschriften nodig.

(18)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

Artikel 2

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1213 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 mei 2024.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 317 van 23.11.2016, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/2031/oj.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 van de Commissie van 18 december 2018 tot vaststelling van een voorlopige lijst van planten, plantaardige producten of andere materialen met een hoog risico in de zin van artikel 42 van Verordening (EU) 2016/2031 en een lijst van planten waarvoor geen fytosanitair certificaat is vereist voor het binnenbrengen in de Unie in de zin van artikel 73 van die Verordening (PB L 323 van 19.12.2018, blz. 10, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2018/2019/oj).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1213 van de Commissie van 21 augustus 2020 betreffende de fytosanitaire maatregelen voor het binnenbrengen in de Unie van bepaalde planten, plantaardige producten en andere materialen die uit de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 zijn geschrapt (PB L 275 van 24.8.2020, blz. 5, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2020/1213/oj).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 van de Commissie van 28 november 2019 tot vaststelling van eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 690/2008 van de Commissie en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 van de Commissie (PB L 319 van 10.12.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/2072/oj).

(5)  EFSA PLH Panel (EFSA-panel inzake de gezondheid van gewassen), 2022. Scientific Opinion on the commodity risk assessment of Prunus persica and Prunus dulcis plants from Turkey. EFSA Journal 2023;21(1):7735, 212 blz. https://doi.org/10.2903/j.efsa.2023.7735.

(6)  EFSA PLH Panel (EFSA-panel inzake de gezondheid van gewassen), 2024. Indeling van Lepidosaphes malicola als plaagorganisme. EFSA Journal, 22(3), e8665. https://doi.org/10.2903/j.efsa.2024.8665.


BIJLAGE I

In de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 wordt in de tabel in punt 1, tweede kolom “Omschrijving”, de vermelding “ Prunus L., met uitzondering van op onderstammen van Prunus cerasifera geënte, voor opplant bestemde planten van Prunus domestica, met naakte wortels, in rusttoestand en zonder blad van oorsprong uit Oekraïne” vervangen door:

 

Prunus L., met uitzondering van:

op onderstammen van Prunus cerasifera geënte, voor opplant bestemde planten van het geslacht Prunus domestica, met naakte wortels, in rusttoestand en zonder blad, van oorsprong uit Oekraïne;

tot 2 jaar oude stekken zonder wortels, in rusttoestand, zonder blad, van Prunus persica en Prunus dulcis, van oorsprong uit Turkije, en

tot 2 jaar oude voor opplant bestemde planten, met naakte wortels, in rusttoestand, zonder blad, van het geslacht Prunus persica, Prunus dulcis, Prunus armeniaca en Prunus davidiana, van oorsprong uit Turkije.”.


BIJLAGE II

In de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1213 wordt na “ Persea americana Mill., stekken zonder wortels van voor opplant bestemde planten met een maximale diameter van 2 cm” de volgende vermelding ingevoegd:

Planten, plantaardige producten en andere materialen

GN-code

Derde landen van oorsprong

Maatregelen

“—

Prunus persica en Prunus dulcis, tot twee jaar oud, in rusttoestand, zonder blad, stekken zonder wortels;

Prunus persica, Prunus dulcis, Prunus armeniaca en Prunus davidiana, tot twee jaar oude voor opplant bestemde planten met naakte wortels, in rusttoestand, zonder blad.

ex 0602 10 90

ex 0602 20 20

Turkije

a)

officiële verklaring dat:

i)

de planten vrij zijn van Didesmococcus unifasciatus, Euzophera semifuneralis, Hoplolaimus galeatus, Lepidosaphes pistaciae, Maconellicoccus hirsutus, Nipaecoccus viridis, Pochazia shantungensis, en Russellaspis pustulans;

ii)

de productielocatie tijdens officiële inspecties die op gepaste tijdstippen zijn uitgevoerd, vrij is bevonden van Didesmococcus unifasciatus, Euzophera semifuneralis, Hoplolaimus galeatus, Lepidosaphes pistaciae, Maconellicoccus hirsutus, Nipaecoccus viridis, Pochazia shantungensis en Russellaspis pustulans sinds het begin van de productiecyclus van de planten;

iii)

de zendingen planten onmiddellijk vóór de uitvoer officieel zijn geïnspecteerd op de aanwezigheid van Didesmococcus unifasciatus, Euzophera semifuneralis, Hoplolaimus galeatus, Lepidosaphes pistaciae, Maconellicoccus hirsutus, Nipaecoccus viridis, Pochazia shantungensis en Russellaspis pustulans, met een steekproefgrootte die voor elk plaagorganisme de detectie van een besmettingsniveau van 1 % met een betrouwbaarheid van 99 % mogelijk maakt;

b)

onder de rubriek “Aanvullende verklaring” op de fytosanitaire certificaten voor die planten wordt het volgende vermeld:

i)

de volgende verklaring: “De zending voldoet aan Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1213 van de Commissie.”, en

ii)

de specificatie van de geregistreerde productielocaties.”


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/1457/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)