European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/1344

21.5.2024

AANBEVELING (EU) 2024/1344 VAN DE COMMISSIE

van 13 mei 2024

over de opzet van veilingen voor hernieuwbare energie

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 292,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Hernieuwbare energie is van cruciaal belang om de decarbonisatiedoelstellingen van de Unie te halen en schone, betaalbare en veilige elektriciteit te leveren aan huishoudens, bedrijven en de industrie en in toenemende mate de vervoerssector.

(2)

Meer dan 75 % van de totale broeikasgasemissies in de Unie is afkomstig van energieproductie en -verbruik. De snellere uitrol van installaties voor hernieuwbare energie is daarom cruciaal om het streefcijfer van de Unie voor hernieuwbare energie van ten minste 42,5 % tegen 2030 te halen en bij te dragen tot het behalen van het streefcijfer van de Unie van een broeikasgasemissiereductie van ten minste 55 % in 2030 overeenkomstig Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad (1).

(3)

Hernieuwbare energie wordt in hoog tempo uitgebreid. In 2022 beschikte de Unie over 16 GW aan offshore-windcapaciteit, 187 GW aan onshore windenergie en 203 GW aan fotovoltaïsche zonne-energie (2). Bovendien is elektriciteit uit wind- en uit zonne-energie goed voor respectievelijk 16 % en 7 % van de elektriciteitsmix, wat neerkomt op een totaal van 23 % (3).

(4)

Die uitbreiding van het aandeel energie uit hernieuwbare energiebronnen is aanzienlijk vergemakkelijkt door veilingen die door de lidstaten werden georganiseerd. Deze veilingen kunnen gepaard gaan met staatssteun. Via dergelijke veilingen kan overheidssteun voor de bouw van hernieuwbare-energieprojecten of de rechten om een project te ontwikkelen aan een ontwikkelaar op een specifieke locatie, of beide, worden toegewezen. Dankzij die veilingen hebben de lidstaten de hoogte van de financiële steun voor technologieën voor hernieuwbare energie op concurrerende wijze kunnen bepalen. Veilingen hebben een belangrijke rol gespeeld bij het optimaliseren van de overheidssteun. Hoewel de uitrol van hernieuwbare energie in toenemende mate marktgebaseerd verloopt, worden voor het merendeel toch nog steunregelingen ingezet.

(5)

Overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad (4), moeten steunregelingen voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen een prikkel bieden voor een marktconforme en op de markt afgestemde integratie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen in de elektriciteitsmarkt, waarbij onnodige verstoringen van de elektriciteitsmarkten worden vermeden en rekening wordt gehouden met mogelijke systeemintegratiekosten en netstabiliteit. Overeenkomstig artikel 4, lid 6, van Richtlijn (EU) 2018/2001 zorgen de lidstaten, indien steun voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen wordt toegekend via een aanbestedingsprocedure, met het oog op een hoge realiseringsgraad van de projecten voor de vaststelling en bekendmaking van niet-discriminerende en transparante criteria om in aanmerking te komen voor de aanbestedingsprocedure. Daarom is het van bijzonder belang dat dergelijke veilingen goed worden opgezet.

(6)

Overeenkomstig artikel 6, lid 3, van Richtlijn (EU) 2018/2001, publiceren de lidstaten een langetermijnplanning die rekening houdt met de verwachte steuntoewijzing, die als referentie betrekking heeft op ten minste de vijf daaropvolgende jaren, of drie jaar in het geval van beperkingen inzake de begrotingsplanning, en waarin het indicatieve tijdschema, in voorkomend geval de frequentie van aanbestedingsprocedures, de verwachte capaciteit en de begroting of het maximale steunbedrag per eenheid dat naar verwachting zal worden toegekend en de verwachte in aanmerking komende technologieën, indien van toepassing, worden vermeld. Die planning wordt jaarlijks geactualiseerd of wanneer dit nodig is voor de weergave van recente marktontwikkelingen of verwachte steuntoewijzing. Dat is met name van belang om transparantie en zekerheid op de markt te bieden en de nodige investeringen te vergemakkelijken om aan de uitrolbehoeften te voldoen. De publicatie van deze informatie op een specifiek interactief platform van de Unie over veilingen zou hierbij helpen en de harmonisatie ten goede komen.

(7)

Nationale veilingen voor de ontwikkeling van hernieuwbare energie erkennen vaak niet op passende wijze de hoge milieu- en sociale normen waaraan producten uit de Unie voldoen, of houden niet genoeg rekening met de noodzaak van een veerkrachtige toeleveringsketen of van de integratie van een energiesysteem. Veel veilingen zijn immers uitsluitend of grotendeels gebaseerd op de prijs, hoewel sommige lidstaten ook niet-prijsgerelateerde criteria beginnen te hanteren. Hoe veilingen kunnen worden opgezet, verschilt sterk van lidstaat tot lidstaat, waardoor de transactiekosten voor marktdeelnemers oplopen. Sommige mogelijkheden kunnen vertragingen of de niet-uitvoering van projecten waarschijnlijker maken. Verdere harmonisatie van de veilingontwerpbeginselen van de lidstaten kan leiden tot lagere transactiekosten en een grote stap voorwaarts zijn om de veilingen geschikt te maken voor het beoogde doel door voort te bouwen op bestaande ervaringen en goede praktijken, terwijl er voldoende ruimte wordt gelaten voor flexibiliteit en innovatie op lidstaatniveau. Met de steun van de Commissie kunnen de bestaande fora voor gestructureerde dialoog (5) over hernieuwbare energie worden gebruikt om de beste werkwijzen uit te wisselen en de opzet van veilingen waar nodig te harmoniseren. De Uniewetgeving inzake de opzet van de elektriciteitsmarkt heeft tot doel de opzet van directe prijssteunregelingen in de vorm van tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen te harmoniseren (6).

(8)

De Commissie heeft op 24 oktober 2023 een mededeling over het Europees actieplan voor windenergie aangenomen (7). In actie 4 worden de lidstaten opgeroepen om objectieve, transparante en niet-discriminerende kwalitatieve criteria en maatregelen in aanmerking te nemen bij hun veilingen teneinde een maximale uitvoeringsgraad van de projecten te verwezenlijken om snelle en tastbare verbeteringen te realiseren en de opzet van hernieuwbare-energieveilingen nader te harmoniseren. Deze aanbeveling heeft tot doel de lidstaten te ondersteunen bij de opzet van hun veilingbeginselen, in volledige complementariteit met de wetgeving van de Unie tot vaststelling van een maatregelenkader ter versterking van het Europese ecosysteem voor de productie van nettonultechnologie-producten (8). Deze aanbeveling doet geen afbreuk aan het Unierecht, met name op het gebied van energie, milieu en cyberbeveiliging, noch aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen. Ook de mededingingsregels van de Unie blijven onverkort gelden, met name de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en er wordt niet afgedaan aan de besluitvormingspraktijk van de Commissie bij de handhaving van de staatssteunregels van de Unie.

(9)

De opzet van veilingen moet een concurrerende biedprocedure garanderen en moet gebaseerd zijn op objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria, waarbij rechtszekerheid wordt gewaarborgd in overeenstemming met het Unierecht en de internationale verbintenissen van de Unie.

(10)

Met niet-prijsgerelateerde criteria bij veilingen kunnen ook aanvullende doelstellingen worden nagestreefd, naast de levering van elektriciteit tegen de laagste kosten. Niet-prijsgerelateerde criteria kunnen worden gebruikt als voorselectie- of gunningscriteria, of beide. Zij moeten op niet-discriminerende, objectieve en transparante wijze worden ontworpen en geëvalueerd.

(11)

De veilingregels moeten zo worden opgesteld dat de projecten tijdig volledig worden afgerond. Wanneer het risico van vertraging of niet-uitvoering van projecten wordt aangepakt, vergroot dat de voorspelbaarheid en zekerheid voor investeerders. Dit kan met maatregelen zoals boeteclausules voor inschrijvers in geval van vertraging of niet-voltooiing van het project of prijsindexering om de industrie te helpen beter het hoofd te bieden aan kostenstijgingen als gevolg van inflatie na de gunning van de veiling.

(12)

Als negatieve inschrijvingen mogelijk zijn bij veilingen voor hernieuwbare energie, moet een goed opgezette concurrerende procedure weerspiegelen in welke mate elke inschrijver bereid is om voor het project te betalen, hetgeen dus de marktwaarde van het project weergeeft.

(13)

Plafonds voor inschrijvingen zijn een begrotingsverzekering voor de lidstaat om de uitrolkosten te beperken, maar als ze niet naar behoren zijn vastgesteld, kunnen zij ertoe leiden dat er te weinig inschrijvingen zijn en kunnen zij de uitrol van hernieuwbare energie belemmeren of tot overcompensatie leiden.

(14)

Overeenkomstig artikel 22, lid 7, van Richtlijn (EU) 2018/2001 houden de lidstaten rekening met de specifieke kenmerken van hernieuwbare-energiegemeenschappen bij het ontwerpen van steunregelingen, zodat deze op gelijke voet met andere marktdeelnemers kunnen meedingen naar steun. Bovendien bieden de richtsnoeren staatssteun ten behoeve van klimaat, milieubescherming en energie (9), evenals de algemene groepsvrijstellingsverordening (10) en het tijdelijk crisis- en transitiekader (11), de lidstaten de mogelijkheid om bepaalde flexibiliteit toe te passen op projecten die voor 100 % in handen van kleine en middelgrote ondernemingen (“kmo’s”) zijn of op projecten van hernieuwbare-energiegemeenschappen onder bepaalde capaciteitsdrempels,

HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:

DEFINITIES

1.

Voor de toepassing van deze aanbeveling worden veilingen gedefinieerd als een marktmechanisme dat tot doel heeft goederen toe te wijzen in geval van overaanbod en prijsvorming voor goederen met onbekende marktprijzen vanuit het perspectief van een veiler. De toewijzing verloopt uitsluitend op basis van de inschrijvingen van deelnemende inschrijvers volgens transparante gunningsregels. Voor de toepassing van deze aanbeveling betekenen de termen veiling en aanbesteding hetzelfde.

ALGEMENE OVERWEGING VOOR DE OPZET VAN VEILINGEN

2.

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat hun opzet van veilingen bijdraagt tot de snelle, efficiënte, duurzame en concurrerende uitrol van hernieuwbare energie, particuliere investeringen aantrekt en voordelen biedt, zoals investeringszekerheid voor de sector.

3.

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de opzet van veilingen de kansen op een geslaagd veilingresultaat vergroot door de marktsituatie weer te geven. Dit houdt in dat marktdeelnemers en deskundigen al vroeg en doorlopend bij het veilingontwerpproces worden betrokken en dat de complexiteit van de opzet wordt afgestemd op de maturiteit van de markt.

4.

De lidstaten moeten, met de steun van de Commissie, de bestaande fora voor gestructureerde dialoog over hernieuwbare energie gebruiken om te streven naar harmonisatie van de opzet voor veilingen voor dezelfde technologie voor hernieuwbare energie waarmee soortgelijke doelstellingen worden nagestreefd, teneinde de transactiekosten voor projectontwikkeling en de lidstaten te verlagen. Zij moeten harmonisatie overwegen, met name bij veilingen voor technologieën voor hernieuwbare energie die dezelfde geografische locatie delen, zoals dezelfde zeebodem, en bij de invoering van niet-prijsgerelateerde criteria. De lidstaten moeten samenwerken om verschillen in de opzet van veilingen en de methoden die worden gebruikt om niet-prijsgerelateerde criteria te meten, te beperken, met behoud van de nodige flexibiliteit.

5.

Om de transparantie en zekerheid voor de marktdeelnemers in de hele Unie te vergroten en de nodige investeringen te vergemakkelijken om aan hun uitrolbehoeften te voldoen, moeten de lidstaten informatie over hun veilingschema publiceren in het speciale interactieve platform van de Unie dat door de Commissie is opgezet.

NIET-PRIJSGERELATEERDE CRITERIA EN HET GEBRUIK ERVAN ALS VOORSELECTIE- EN GUNNINGSCRITERIA

6.

De lidstaten moeten bij veilingen gebruikmaken van niet-prijsgerelateerde criteria als voorselectie- of gunningscriteria, of beide, om doelstellingen na te streven die niet door de louter prijsgerelateerde dimensie kunnen worden bestreken, zoals kwaliteit, vermogen om het project tijdig uit te voeren, verantwoord ondernemerschap, cyberbeveiliging en gegevensbeveiliging, bijdrage aan veerkracht, ecologische duurzaamheid of innovatie. Wanneer de lidstaten besluiten om in hun veilingen niet-prijsgerelateerde criteria als voorselectie- of gunningscriteria in te voeren, moeten zij negatieve gevolgen voor het concurrentievermogen van de biedprocedure vermijden, met name voor kleinere projecten op het gebied van hernieuwbare energie, en moeten zij de criteria op objectieve, transparante en niet-discriminerende wijze vaststellen en evalueren en niet laten leiden tot een onevenredige stijging van de kosten.

7.

De lidstaten moeten niet-prijsgerelateerde criteria gebruiken als voorselectiecriteria wanneer zij een minimumdrempel vaststellen van de nagestreefde doelstelling waaraan alle inschrijvers op de veiling moeten voldoen. De lidstaten moeten deze criteria als gunningscriteria gebruiken wanneer zij een betere verwezenlijking van een bepaalde doelstelling willen stimuleren, zoals een hogere kwaliteit, integratie van het energiesysteem of het bieden van innovatieve oplossingen voor een bepaald steunniveau, en de criteria zodanig opzetten dat de in aanmerking komende projecten kunnen worden gerangschikt. Niet-prijsgerelateerde criteria die te algemeen of te ruim zijn, moeten worden vermeden.

8.

Bij het gebruik van niet-prijsgerelateerde criteria om verschillende doelstellingen na te streven, moeten de lidstaten zorgen voor samenhang tussen deze criteria. Bij de vaststelling van niet-prijsgerelateerde criteria moet rekening worden gehouden met de wijze waarop elke technologie aan de beleidsdoelstelling kan bijdragen. Niet-prijsgerelateerde criteria mogen niet louter een doublure vormen van de bestaande concrete vereisten in de toepasselijke Unie- of nationale wetgeving. In sommige gevallen kunnen criteria ter specificatie van bestaande algemene wettelijke bepalingen met betrekking tot de concrete veiling worden gerechtvaardigd. Het opnemen van niet-prijsgerelateerde criteria moet leiden tot een nettobijdrage aan de beleidsdoelstelling in verhouding tot wat reeds op grond van de bestaande wetgeving vereist is. Voor sommige niet-prijsgerelateerde criteria die als voorselectie criteria worden gebruikt, zoals verantwoord ondernemerschap en cyberbeveiliging en gegevensbeveiliging, kan het passend zijn de naleving van de toepasselijke wetgeving te vereisen.

9.

De lidstaten moeten een transparante, objectieve en niet-discriminerende methode vaststellen om inschrijvingen te toetsen aan de gekozen niet-prijsgerelateerde criteria, met name door middel van een kwantitatieve beoordeling van de criteria op basis van een scoringsmethode die voorafgaand aan de biedprocedure is opgezet en gepubliceerd.

10.

Lidstaten die niet-prijsgerelateerde criteria hanteren, moeten mechanismen invoeren om ervoor te zorgen dat deze worden nageleefd. Er moeten passende sancties voor niet-naleving worden ingesteld. Deze sancties moeten ernstig genoeg zijn om biedstrategieën te ontmoedigen waarbij niet-prijsgerelateerde criteria, die pas achteraf worden geverifieerd, niet worden nageleefd.

11.

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de administratieve middelen beschikbaar zijn die nodig zijn voor een doeltreffende en efficiënte verificatie van de naleving van niet-prijsgerelateerde voorselectie- en gunningscriteria.

GEBRUIK VAN SPECIFIEKE NIET-PRIJSGERELATEERDE CRITERIA

12.

De lidstaten moeten in hun veilingen zo spoedig mogelijk niet-prijsgerelateerde criteria opnemen, als voorselectie- dan wel gunningcriteria, met betrekking tot de bijdrage aan een veerkrachtige toeleveringsketen, in overeenstemming met de wetgeving van de Unie tot vaststelling van een kader van maatregelen ter versterking van het Europese ecosysteem voor de productie van nettonultechnologie, om overmatige afhankelijkheid van één enkele voorzieningsbron te voorkomen en tegelijkertijd het concurrentievermogen van de veilingen in stand te houden.

13.

De lidstaten die bij hun veilingen milieu- en duurzaamheidscriteria hanteren, moeten deze gebruiken als voorselectie- of gunningscriteria of als een combinatie van beide, afhankelijk van de beleidsdoelstellingen die zij willen nastreven. Die beleidsdoelstellingen kunnen milieubescherming en herstel van het ecosysteem of aspecten die verband houden met de recyclebaarheid van de gebruikte producten en meer in het algemeen de circulariteit van producten omvatten.

14.

Lidstaten die innovatie willen bevorderen door niet-prijsgerelateerde criteria te gebruiken, moeten deze veeleer als gunningscriteria gebruiken. In gevallen waarin de innovatiecriteria gericht zijn op het verbeteren van de prestaties of de efficiëntie, bijvoorbeeld vanuit het oogpunt van duurzaamheid, moeten de parameters op kwantitatieve wijze worden vastgesteld. Als de lidstaten disruptieve innovatie nastreven, moeten zij ernaar streven kwantitatieve parameters toe te passen. In uitzonderlijke omstandigheden, wanneer geen kwantitatieve parameters kunnen worden toegepast, kan gebruik worden gemaakt van een kwalitatieve beoordeling op basis van uitgebreide raadpleging en samenwerking met belanghebbenden en deskundigen in het veilingontwerpproces. In ieder geval moeten de lidstaten vóór de veiling voldoende duidelijk maken hoe de scores zullen worden gegeven.

15.

Lidstaten die de integratie van het energiesysteem willen bevorderen door gebruik te maken van niet-prijsgerelateerde criteria, bijvoorbeeld door het belonen van deelnemen aan ondersteunende/balanceringsdiensten of bijdragen aan de vermindering van de congestie op het net, moeten dit doen door middel van voorselectie- of gunningscriteria, of een combinatie van beide.

16.

Lidstaten die cyberbeveiliging en gegevensbeveiliging willen bevorderen door gebruik te maken van niet-prijsgerelateerde criteria, moeten deze in de eerste plaats gebruiken als voorselectiecriteria. Deze criteria moeten bijdragen tot de doelstellingen van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad (12) om een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie tot stand te brengen en bij de opzet ervan moet rekening worden gehouden met de relevante cyberbeveiligingsrisico’s en hun oorsprong. De criteria kunnen onder meer betrekking hebben op de beveiliging door ontwerp van de digitale netwerken in de windinstallaties en op maatregelen om cyberbeveiligingsrisico’s in de toeleveringsketen te beperken en controle uit te oefenen op de gegevens die worden opgeslagen en verwerkt. Wanneer deze beschikbaar en passend zijn, moeten overeenkomstig Verordening (EU) 2019/881 van het Europees Parlement en de Raad (13) vastgestelde Europese regelingen voor cyberbeveiligingscertificering tijdens de uitrol en exploitatie van de installaties worden bevorderd.

17.

De lidstaten die criteria gebruiken in verband met verantwoord ondernemerschap, met inbegrip van de eerbiediging van de mensenrechten en passende zorgvuldigheid op milieugebied in de waardeketen, moeten deze criteria als voorselectiecriteria opnemen. De lidstaten moeten de toepassing van een nationale gedragscode voor verantwoord ondernemen of, in de toekomst, indien beschikbaar, een Europese gedragscode voor verantwoord ondernemen verplicht stellen, tenzij de bestaande wetgeving reeds vereist dat aan deze of gelijkwaardige criteria wordt voldaan.

18.

De lidstaten moeten waar nodig niet-prijsgerelateerde criteria opnemen in verband met voordelen voor lokale gemeenschappen, zoals het bevorderen van de deelname van burgers aan de projecten, onder meer via hernieuwbare-energiegemeenschappen en energiegemeenschappen van burgers.

MAATREGELEN OM DE TIJDIGE VOLLEDIGE VOLTOOIING VAN PROJECTEN TE STIMULEREN

19.

De lidstaten moeten maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat het project tijdig volledig wordt voltooid, zoals sancties voor niet-voltooiing of vertraagde inbedrijfstelling op basis van een gedetailleerde beoordeling. De sancties moeten zodanig worden vastgesteld dat een evenwicht wordt gevonden tussen een concurrerende biedprocedure garanderen en ervoor zorgen dat bedrijven niet inschrijven als zij niet de vaste intentie hebben om het project te realiseren en de projectspecificaties (met inbegrip van de voorselectiecriteria) in acht te nemen.

20.

Voor veilingen voor offshore-windenergie moeten de lidstaten in de regel nauwkeurig vooraf onderzochte locaties veilen om de projectrisico’s te beperken en de kans te vergroten dat het project volledig en tijdig wordt uitgevoerd. In dergelijke gevallen moeten de lidstaten strengere sancties vaststellen voor niet-voltooiing dan voor niet vooraf onderzochte offshore-windmolenparken, om de kans op voltooiing van het project te vergroten.

21.

De lidstaten moeten overwegen in de opzet van de veiling indexeringsclausules op te nemen, met name in situaties waarin hedging door ondernemingen niet mogelijk of te duur is, om de tijdige volledige voltooiing van projecten te waarborgen, waarbij de risicodeling tussen de ontwikkelaar van het project en de veiler in evenwicht wordt gebracht en rekening wordt gehouden met de mate waarin verschillende opties voor risicovermindering beschikbaar zijn. Voor veilingen waarbij staatssteun in de vorm van rechtstreekse prijssteun wordt verleend, moeten de lidstaten overwegen indexeringsclausules op te nemen voor de bouwfase van het project. Wanneer dergelijke indexeringsclausules worden gebruikt, moet het effect op de overheidsfinanciën naar behoren worden beoordeeld en in aanmerking worden genomen in de totale begroting voor dergelijke steunregelingen.

22.

Voor veilingen waarbij geen staatssteun in de vorm van rechtstreekse prijssteun wordt verleend, maar geld wordt aangetrokken vanwege een negatieve-inschrijvingcomponent, moeten de lidstaten verzoeken om betaling in termijnen over een bepaalde periode om al van bij het ontwerp inflatie af te dekken en de financiële risico’s van de ontwikkelaar te beperken.

NEGATIEVE INSCHRIJVING

23.

Lidstaten die veilingen organiseren waarbij negatieve inschrijvingen mogelijk zijn, moeten ervoor zorgen dat de veiling zodanig wordt opgezet dat de biedingen de marktwaarde van het project weerspiegelen en de kans dat het project werkelijkheid wordt, maximaliseren.

24.

De lidstaten moeten de negatieve inschrijvingen geleidelijk combineren met niet-prijsgerelateerde criteria die het mogelijk maken meerdere beleidsdoelstellingen na te streven die bijdragen tot de Europese Green Deal (14), met inbegrip van het industrieel plan voor de Green Deal (15) en het REPowerEU-plan (16).

25.

Alle of de meeste inkomsten uit veilingen op basis van negatieve inschrijvingen moeten worden bestemd om meer opwekking van hernieuwbare energie mogelijk te maken, onder andere door het net te versterken of uit te breiden, of door niet-fossiele flexibiliteit.

PLAFONDS VOOR INSCHRIJVINGEN

26.

Wanneer lidstaten besluiten plafonds voor inschrijvingen op te nemen in veilingen die staatssteun verlenen, moeten zij deze plafonds zo vaststellen dat zij overeenkomen met het steunbedrag dat zij voor het project willen betalen, waarbij zij onder meer rekening houden met de verschillende genormaliseerde elektriciteitskosten van een individueel project, om onderinschrijving op de veiling te voorkomen. Daartoe moeten de lidstaten het volume van de geveilde elektriciteit bepalen op een niveau dat de concurrerende biedprocedure in stand houdt.

EEN GELIJK SPEELVELD CREËREN VOOR HERNIEUWBARE-ENERGIEGEMEENSCHAPPEN EN KMO’S

(27)

Wanneer lidstaten besluiten veilingen te gebruiken om steun toe te wijzen aan projecten die zijn ontwikkeld door hernieuwbare-energiegemeenschappen of kmo’s (17), moeten zij bijvoorbeeld overwegen deze op objectieve basis meer flexibiliteit te verlenen met betrekking tot voorselectievereisten en kunnen zij afzonderlijke aangepaste veilingbudgetten voor dit soort projecten overwegen. In voorkomend geval moet bij de opzet van veilingen rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat een hernieuwbare-energiegemeenschap openstaat voor grensoverschrijdende deelname.

Gedaan te Brussel, 13 mei 2024.

Voor de Commissie

Kadri SIMSON

Lid van de Commissie


(1)  Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”) (PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1119/oj).

(2)  Eurostat, Electricity production capacities for renewables and wastes.

(3)  Fraunhofer op basis van gegevens van het transparantieplatform van het ENTSB-E.

(4)  Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen, als gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2023/2413 (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 82, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2018/2001/oj).

(5)  Het gaat onder meer over de gecoördineerde actie CA-RES, de regionale groepen op hoog niveau zoals North Seas Energy Cooperation (NSEC), interconnecties voor Zuidwest-Europa, het interconnectieplan voor de energiemarkt in het Oostzeegebied (BEMIP) en de energieconnectiviteit voor Centraal- en Zuidoost-Europa (Cesec).

(6)  De tekst van het voorlopig akkoord tussen het Europees Parlement en de Raad is beschikbaar op https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2023/12/14/reform-of-electricity-market-design-council-and-parliament-reach-deal/.

(7)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Europees actieplan voor windenergie (COM(2023) 669 final van 24.10.2023).

(8)  De definitieve tekst van het voorlopig akkoord is beschikbaar op https://https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2024/02/06/net-zero-industry-act-council-and-parliament-strike-a-deal-to-boost-eu-s-green-industry/.

(9)  Mededeling van de Commissie “Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van klimaat, milieubescherming en energie 2022” (PB C 80 van 18.2.2022, blz. 1).

(10)  Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 187 van 26.06.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/651/oj).

(11)  Mededeling van de Commissie — Tijdelijk crisis- en transitiekader voor staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van de economie na de Russische agressie tegen Oekraïne (PB C 101 van 17.3.2023, blz. 3).

(12)  Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (NIS 2-richtlijn) (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 80, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2555/oj).

(13)  Verordening (EU) 2019/881 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging), en inzake de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 526/2013 (de cyberbeveiligingsverordening) (PB L 151 van 7.6.2019, blz. 15, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/881/oj).

(14)  Mededeling van de Commissie, De Europese Green Deal, COM(2019) 640 final.

(15)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, Een industrieel plan voor de Green Deal voor het nettonultijdperk, COM(2023) 62 final van 1.2.2023.

(16)  Mededeling van de Commissie, REPowerEU Plan, COM(2022) 230 final.

(17)  Zoals gedefinieerd in de aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (2003/361/EG).


ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2024/1344/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)