European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/1321

13.5.2024

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2024/1321 VAN DE COMMISSIE

van 8 mei 2024

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 wat betreft de verificatie van gegevens en de accreditatie van verificateurs

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (1), en met name artikel 15, derde alinea, en artikel 30 septies, lid 1, en lid 5, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Naar aanleiding van de wijziging van Richtlijn 2003/87/EG bij Richtlijn (EU) 2023/959 van het Europees Parlement en de Raad (2) moet Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 van de Commissie (3) worden gewijzigd om daar regels in op te nemen die van toepassing zijn op de verificatie van broeikasgasemissies van installaties voor de verbranding van stedelijk afval met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 MW. Om te zorgen voor een geharmoniseerde aanpak van alle installaties die verbrandingsactiviteiten uitvoeren, moeten voor de verificatie van verbrandingsinstallaties voor stedelijk afval dezelfde eisen gelden als voor andere verbrandingsinstallaties. Wanneer een lidstaat niet heeft geëist dat de installatie voor de verbranding van stedelijk afval in het bezit is van een vergunning voor broeikasgasemissies zoals bedoeld in artikel 4 van Richtlijn 2003/87/EG, moet de verificateur zijn beoordeling toespitsen op de naleving van het monitoringplan.

(2)

Bij Richtlijn (EU) 2023/959 is het toepassingsgebied van de in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG genoemde activiteiten uitgebreid tot de productie van olie, de productie van ijzer, de productie van aluminium en aluminiumoxide, de productie van waterstof en het vervoer van CO2 via andere middelen dan pijpleidingen. Om ervoor te zorgen dat bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG overeenstemt met het toepassingsgebied van de activiteiten waarvoor de verificateur moet worden geaccrediteerd om verificatie in die sectoren te kunnen uitvoeren, moet het toepassingsgebied van de accreditatie in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 worden bijgewerkt.

(3)

Na de invoering van de verplichting in artikel 10 bis, lid 1, derde alinea, van Richtlijn 2003/87/EG om kosteloze toewijzing afhankelijk te stellen van de uitvoering van maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie, zijn in Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 van de Commissie (4) nieuwe regels opgenomen om vast te stellen wanneer aanbevelingen in energie-auditverslagen of gecertificeerde energiebeheersystemen overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad (5) worden geacht te zijn uitgevoerd. Een essentiële voorwaarde om aan te tonen dat die aanbevelingen zijn uitgevoerd, is de bevestiging, door de verificateur tijdens de verificatie van het verslag met referentiegegevens of in voorkomend geval het jaarverslag over het activiteitsniveau, dat uitvoering is gegeven aan de aanbevelingen inzake energie-efficiëntie. Daarom is het van essentieel belang te voorzien in een reeks geharmoniseerde regels voor de controles door de verificateur om te bevestigen dat de uitvoering van de aanbevelingen inzake energie-efficiëntie is voltooid.

(4)

Overeenkomstig artikel 22 bis, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 moet de verificateur controleren of er een uitzondering op de voorwaarden van lid 1, tweede alinea, van dat artikel geldt indien de uitvoering van de aanbevelingen inzake energie-efficiëntie niet is voltooid. Om rechtszekerheid en gelijke behandeling van vergelijkbare gevallen te waarborgen, moeten geharmoniseerde regels worden vastgesteld voor de beoordeling van de toepassing van die uitzonderingen door de verificateur.

(5)

Om de verificateur in staat te stellen de nodige controles uit te voeren op de uitvoering van aanbevelingen inzake energie-efficiëntie of de toepassing van uitzonderingen op de voorwaarden, moet de exploitant de verificateur in de relevante stadia van de verificatie voorzien van relevant bewijsmateriaal en relevante informatie met betrekking tot de uitvoering van aanbevelingen inzake energie-efficiëntie en de toepassing van uitzonderingen.

(6)

Om de bevoegde autoriteit de nodige informatie te verstrekken om te bepalen of aan de voorwaarden voor kosteloze toewijzing overeenkomstig artikel 22 bis van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 is voldaan en of het aantal emissierechten moet worden verminderd, moeten specifieke regels worden ingevoerd over de wijze waarop de verificateur moet rapporteren over de resultaten van de ondersteunende controles en over eventuele opmerkingen die tijdens die ondersteunende controles zijn gemaakt.

(7)

Op grond van artikel 10 bis van Richtlijn 2003/87/EG kunnen exploitanten de vermindering van de kosteloze toewijzing annuleren nadat zij de uitvoering van de aanbevelingen inzake energie-efficiëntie hebben voltooid. Een voorwaarde voor die annulering is dat de verificateur in het kader van de verificatie van het jaarverslag over het activiteitsniveau bevestigt dat de uitvoering van de aanbevelingen inzake energie-efficiëntie is voltooid. Om hiervoor een jaarlijkse cyclus in te voeren, is het belangrijk dat de opmerkingen over de uitvoering van aanbevelingen die de verificateur tijdens eerdere verificaties heeft gemaakt, worden opgevolgd, en dat dit door de verificateurs bij latere verificaties wordt gecontroleerd.

(8)

Overeenkomstig de artikelen 4 en 6 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 moet het monitoringmethodiekplan worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteit. De bepalingen inzake de validering van de monitoringmethodiek door de verificateur zonder toestemming van de bevoegde autoriteit zijn achterhaald en moeten daarom worden geschrapt.

(9)

Uit de ervaring met de toepassing van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 is gebleken dat de eis dat de verificateur de naleving van de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria van artikel 29, leden 2 tot en met 7 en lid 10, van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad (6) moet controleren wanneer biomassabrandstoffen worden gebruikt, moet worden verduidelijkt. Voor de duidelijkheid moet een bepaling worden toegevoegd om verificateurs te verplichten na te gaan of aan deze criteria is voldaan.

(10)

De ervaring heeft geleerd dat moet worden verduidelijkt wanneer en om welke reden virtuele locatiebezoeken worden uitgevoerd en wanneer het laatste fysieke bezoek ter plaatse is uitgevoerd. Met deze informatie kunnen de bevoegde autoriteiten en nationale accreditatie-instanties toezien op de naleving van de vereisten inzake virtuele locatiebezoeken. Omwille van de duidelijkheid en de transparantie moet die informatie in het verificatierapport worden opgenomen.

(11)

Voor de duidelijkheid is het ook van belang dat de aanpak die de verificateur hanteert voor het aanwijzen van mogelijkheden om de prestaties van de exploitant op het gebied van monitoring en rapportage van toewijzingsgegevens te verbeteren, wordt afgestemd op de aanpak voor het aanwijzen van mogelijkheden om de monitoring en rapportage van emissies te verbeteren. De aanbevelingen inzake toewijzingsgegevens moeten verbeteringen omvatten om het hoogste niveau van nauwkeurigheid te bereiken met betrekking tot de in bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 opgenomen gegevensbronnen.

(12)

Uit de ervaring met de toepassing van de voorwaarden voor het afzien van bezoeken ter plaatse op grond van artikel 32, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 is gebleken dat installaties van de categorieën A en B die aardgas of een of meer de-minimisbronstromen gebruiken, waarbij aardgas wordt gemonitord door middel van fiscale meting en standaardwaarden voor de berekeningsfactoren van aardgas worden toegepast, tot vergelijkbare risico’s leiden als situaties waarin de gastransporteur berekeningsfactoren bepaalt zonder input of verwerking door de exploitant. Daarom moet het ook mogelijk zijn af te zien van bezoeken ter plaatse in gevallen waarin de gastransporteur zonder input van de exploitant de berekeningsfactor bepaalt met behulp van onlineanalysatoren die onderworpen zijn aan een passende wettelijke voor de controle van fiscale analysatoren.

(13)

Naar aanleiding van de wijziging van Richtlijn 2003/87/EG bij Richtlijn (EU) 2023/958 van het Europees Parlement en de Raad (7) zijn nieuwe regels ingevoerd voor de kosteloze toewijzing van emissierechten aan vliegtuigexploitanten. De toewijzing zal niet langer gebaseerd zijn op gerapporteerde tonkilometergegevens. Daarom zijn alle bepalingen met betrekking tot de verificatie van tonkilometergegevens achterhaald en moeten zij worden geschrapt om de administratieve lasten te verlichten.

(14)

Naar aanleiding van de bij Richtlijn (EU) 2023/958 aangebrachte wijzigingen zijn in Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van de Commissie (8) monitoring- en rapportageregels opgenomen voor de toewijzing van duurzame vliegtuigbrandstoffen en de emissies daarvan aan vluchten en, indien de duurzame vliegtuigbrandstof niet fysiek aan een specifieke vlucht kan worden toegeschreven, de evenredige toewijzing van die brandstoffen en de emissies daarvan aan vluchten die vanaf luchthavens vertrekken. Omwille van de rechtszekerheid en de milieu-integriteit is het passend bepaalde geharmoniseerde regels vast te stellen die verificateurs verplichten te controleren of de duurzame vliegtuigbrandstoffen en de emissies daarvan correct zijn toegewezen en of aan de relevante eisen van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 is voldaan.

(15)

In de luchtvaartsector worden gegevens grotendeels verwerkt en geregistreerd in geautomatiseerde systemen die toegang tot de gegevens op afstand mogelijk maken. Dit rechtvaardigt de uitvoering van virtuele locatiebezoeken in de luchtvaartsector, met uitzondering van situaties van overmacht. Om de betrouwbaarheid van de verificatie te waarborgen, mogen virtuele locatiebezoeken alleen onder strikte voorwaarden worden toegestaan. De nationale accreditatie-instanties moeten tijdens dergelijke bezoeken toezicht houden op de toepassing van die voorwaarden en op de prestaties van verificateurs in het kader van het jaarlijkse toezicht op verificateurs.

(16)

Bij Richtlijn (EU) 2023/959 is een afzonderlijk maar parallel emissiehandelssysteem ingevoerd dat van toepassing is op tot verbruik uitgeslagen brandstoffen in de gebouwensector, de wegvervoerssector en andere sectoren die overeenkomen met industriële activiteiten die niet onder bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG vallen (“gebouwensector, wegvervoerssector en aanvullende sectoren”). In Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 zijn nieuwe bepalingen opgenomen voor de monitoring en rapportage van emissies in die sectoren. Als gevolg van die wijzigingen moeten geharmoniseerde regels worden toegevoegd voor de verificatie van emissies in die sectoren en voor de accreditatie van verificateurs die die verificatie uitvoeren. De bestaande regels en bepalingen inzake de verificatie van emissies moeten dienovereenkomstig worden aangepast.

(17)

De verificatie van broeikasgasemissies en de accreditatie van verificateurs overeenkomstig de artikelen 15 en 30 septies van en bijlage V bij Richtlijn 2003/87/EG, en de definities in artikel 3, de verplichting van artikel 4 en de toepassing van de vereisten van de hoofdstukken II en III van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 moeten worden uitgebreid tot de verificatie van de verslagen van de gereglementeerde entiteit, tenzij specifieke kenmerken van het emissiehandelssysteem voor tot verbruik uitgeslagen brandstoffen in de gebouwensector, de wegvervoerssector en aanvullende sectoren andere of meer op maat gesneden regels vereisen. Evenzo moeten de eisen inzake de accreditatie van verificateurs in hoofdstuk V van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 en de eisen inzake samenwerking en informatie-uitwisseling tussen nationale accreditatie-instanties en bevoegde autoriteiten in hoofdstuk VI van die verordening van toepassing zijn op dit afzonderlijke emissiehandelssysteem.

(18)

Het is van belang de taken en verantwoordelijkheden van de verificateur en de bevoegde autoriteit met betrekking tot de verificatie van de verslagen van de gereglementeerde entiteit af te bakenen. In overeenstemming met de beginselen van bijlage V bij Richtlijn 2003/87/EG moet de verificateur beoordelen of de informatie in de verslagen van de gereglementeerde entiteit volledig is en in overeenstemming is met de in de bijlagen X en X ter bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 vermelde eisen, de mogelijke verbeteringen van het monitoring- en rapportageproces en de nauwkeurigheid van de emissiegegevens. Net als bij de verificatie van de verklaring van de exploitant moet de verificateur het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan als uitgangspunt nemen en de naleving van dat plan door de gereguleerde entiteit beoordelen. Indien dat monitoringplan niet is goedgekeurd, onvolledig is of aanzienlijk is gewijzigd zonder dat die wijzigingen zijn goedgekeurd, is het belangrijk dat de gereglementeerde entiteit de goedkeuring van de bevoegde autoriteit verkrijgt. Indien de verificateur punten vaststelt waarop het monitoringplan niet voldoet aan de vereisten van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 en deze niet door de gereglementeerde entiteit zijn gecorrigeerd voordat het verificatierapport is uitgebracht, moeten deze in het verificatierapport worden vermeld.

(19)

Overeenkomstig deel C, punten 1 tot en met 5 en punt 7, van bijlage V bij Richtlijn 2003/87/EG moet de verificateur een bezoek ter plaatse afleggen om de monitoringgrenzen van de gereglementeerde entiteit te controleren, de werking te beoordelen van meetapparatuur, systemen en processen die door de gereglementeerde entiteiten worden gebruikt om de hoeveelheden tot verbruik uitgeslagen brandstof te bepalen, gesprekken te voeren en andere activiteiten te verrichten. Om te voorkomen dat verificateurs locaties van bulktanks of opslagfaciliteiten moeten bezoeken waar de hoeveelheden tot verbruik uitgeslagen brandstof door derden worden bepaald, verwerkt en gecontroleerd of waar de gemeten gegevens niet worden gebruikt om de emissiegegevens van de gereglementeerde entiteit te bepalen en te verwerken, moet een specifieke definitie van “locatie” worden opgenomen. Aan de hand van de door de verificateur uitgevoerde risicoanalyse wordt bepaald welke plaatsen van de locatie van de gereglementeerde entiteit moeten worden bezocht. Uitsluitend in specifieke omstandigheden mag worden afgezien van het bezoek ter plaatse van de verificateur.

(20)

Het is van essentieel belang dat in alle fasen van het verificatieproces relevante informatie wordt uitgewisseld tussen de gereglementeerde entiteit en de verificateur, met name in de precontractuele fase, bij de uitvoering van een strategische analyse door de verificateur en tijdens de gehele verificatie. Er moeten geharmoniseerde eisen worden vastgesteld waaraan de informatie-uitwisseling tussen de gereglementeerde entiteit en de verificateur te allen tijde moeten voldoen.

(21)

Om dubbeltelling te voorkomen van emissies die vallen onder het emissiehandelssysteem voor de gebouwensector, de wegvervoersector en aanvullende sectoren en onder het emissiehandelssysteem voor vaste installaties, luchtvaart en maritiem vervoer overeenkomstig artikel 30 septies, lid 5, van Richtlijn 2003/87/EG, moeten gereglementeerde entiteiten overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 hun monitoring- en rapportageproces toepassen door van de totale hoeveelheid tot verbruik uitgeslagen brandstof de hoeveelheden brandstof af te trekken die in hetzelfde verslagjaar worden gebruikt voor activiteiten die onder bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG vallen. Gegevens van exploitanten, vliegtuigexploitanten en scheepvaartmaatschappijen over de geleverde brandstoffen en de toeleveringsketen overeenkomstig bijlage X bis bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 is van essentieel belang om te bepalen welke brandstofhoeveelheid moet worden afgetrokken van de totale hoeveelheid tot verbruik uitgeslagen brandstof. Om de gereglementeerde entiteit en de verificateurs die het verslag van de gereglementeerde entiteit verifiëren voldoende vertrouwen te geven in de nauwkeurigheid van de in bijlage X bis bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 vermelde informatie, moeten de verificateurs van de verslagen van exploitanten of vliegtuigexploitanten die informatie beoordelen in het kader van de verificatie van die verslagen en bevestigen dat de hoeveelheid gebruikte brandstof die van een leverancier afkomstig is niet groter is dan de hoeveelheid die de exploitant of vliegtuigexploitant van die leverancier heeft verkregen, waarbij rekening wordt gehouden met de hoeveelheden die volgens de methode van het goedgekeurde monitoringplan in voorraad zijn.

(22)

Om volledige transparantie te bieden over de nauwkeurigheid van de in bijlage X bis bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 vermelde informatie, is het van essentieel belang dat de verificateur die de verslagen van de exploitant of vliegtuigexploitant verifieert, verslag uitbrengt over de resultaten van de beoordeling van de in die bijlage vermelde informatie en eventuele opmerkingen in het verificatierapport beschrijft, met inbegrip van vastgestelde en niet-gecorrigeerde onjuistheden, non-conformiteiten, niet-naleving van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 of aanbevelingen voor verbeteringen. De exploitant of vliegtuigexploitant moet die informatie samen met de in bijlage X bis vermelde informatie overeenkomstig artikel 75 tervicies, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 aan de betrokken gereglementeerde entiteit verstrekken.

(23)

Met die informatie kan de verificateur die de verslagen van de gereglementeerde entiteit verifieert, nagaan of de in bijlage X bis bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 bedoelde informatie overeenstemt met de in bijlage X ter bij die verordening vermelde informatie over verbruikte brandstoffen, en vervolgens bepalen of de hoeveelheid brandstof die overeenkomstig artikel 75 tervicies, lid 4, van die verordening in mindering is gebracht, nauwkeurig is en of de door de gereglementeerde entiteit gerapporteerde totale broeikasgasemissies geen materiële onjuistheden bevatten. Er moeten geharmoniseerde regels worden vastgesteld voor de controles die moeten worden uitgevoerd in het kader van de verificatie van de gegevens en de beoordeling van de monitoringmethode en de bereikfactor.

(24)

Om de verificatie van het verslag van de gereglementeerde entiteit te plannen en de verificateur te helpen beoordelen of een onjuistheid, non-conformiteit of niet-naleving een materieel effect heeft op de emissiegegevens, moet een passend materialiteitsniveau worden vastgesteld voor de verificatie van het verslag van de gereglementeerde entiteit. Om de administratieve lasten te verlichten en tegelijkertijd de milieu-integriteit van het systeem en de robuustheid van de verificatie te waarborgen, geldt een strikter materialiteitsniveau alleen voor gereglementeerde entiteiten met de hoogste emissieniveaus, namelijk met jaarlijkse emissies van meer dan 500 kiloton CO2.

(25)

Net als bij de verificatie van verslagen van de exploitant is het de verantwoordelijkheid van de verificateur om te beoordelen of de onjuistheid, non-conformiteit of niet-naleving van Uitvoeringsverordening 2018/2066, afzonderlijk dan wel in combinatie met andere onjuiste opgaven, non-conformiteiten of niet-nalevingen, het toepasselijke materialiteitsniveau overschrijdt en derhalve als materieel moet worden beschouwd. Zelfs als het materialiteitsniveau niet wordt overschreden, moet de verificateur bepalen of de relevante kwestie een materieel effect heeft gezien de aard, de omvang en de specifieke omstandigheden ervan.

(26)

Met het oog op een goed werkend monitoring- en rapportageproces moet de verificateur tijdens de verificatieactiviteiten aanbevelingen doen voor een voortdurende verbetering van de monitoring en rapportage van de gereglementeerde entiteit.

(27)

Het is belangrijk dat verificateurs de nodige competenties hebben om de verslagen van de gereglementeerde entiteit te verifiëren. Om de verificateur in staat te stellen de specifieke monitoring- en rapportagegrenzen en aspecten van de gereglementeerde entiteit met betrekking tot het emissiehandelssysteem voor de gebouwensector, de wegvervoerssector en aanvullende sectoren te beoordelen, moeten specifieke competentiecriteria worden vastgesteld voor verificateurs die verslagen van de gereglementeerde entiteit verifiëren. Daartoe moet een afzonderlijk toepassingsgebied van de accreditatie worden gecreëerd, zodat accreditatie-instanties de competentie en prestaties van de verificateur kunnen beoordelen aan de hand van die specifieke criteria en verificateurs kunnen accrediteren voor dat specifieke toepassingsgebied.

(28)

Om het risico te beperken dat de onpartijdigheid van de verificateur in het gedrang komt, moet van hoofdauditor worden gewisseld nadat eenzelfde hoofdauditor gedurende vijf opeenvolgende jaren het verslag van dezelfde gereglementeerde entiteit heeft geverifieerd. Deze eis mag de verificateur niet beletten aanvullende maatregelen te nemen om het risico van onpartijdigheid te beperken.

(29)

De monitoring en rapportage voor het nieuwe emissiehandelssysteem voor de gebouwensector, de wegvervoerssector en aanvullende sectoren zal op 1 januari 2025 van start gaan. Overeenkomstig artikel 30 septies van Richtlijn 2003/87/EG moet het eerste geverifieerde verslag van de gereglementeerde entiteit met betrekking tot het verslagjaar 2025 uiterlijk op 30 april 2026 bij de bevoegde autoriteit worden ingediend. Daarom is het passend dat de relevante bepalingen met betrekking tot de verificatie van de verslagen van de gereglementeerde entiteit voor het nieuwe emissiehandelssysteem van toepassing worden op de verificatie van vanaf 1 januari 2025 gerapporteerde broeikasgasemissies van de gereglementeerde entiteit. De relevante bepalingen met betrekking tot de verificatie van de in bijlage X bis bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 vermelde informatie moeten ook vanaf het verslagjaar 2025 van toepassing worden.

(30)

De wijzigingen in verband met de verificatie van referentiegegevens en de controles door de verificateur op de uitvoering van de aanbevelingen inzake energie-efficiëntie en de toepassing van uitzonderingen op de voorwaarden moeten met spoed in werking treden, aangezien de geverifieerde verslagen met referentiegegevens in het kader van de toepassing van kosteloze toewijzing uiterlijk op 30 mei 2024 moeten worden ingediend, zoals vereist krachtens artikel 4, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331; deze verordening moet derhalve in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan.

(31)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité klimaatverandering,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 1 wordt de tweede alinea vervangen door:

“Onverminderd Verordening (EG) nr. 765/2008 worden in deze verordening ook bepalingen vastgesteld voor de wederzijdse erkenning van verificateurs en voor de collegiale toetsing van nationale accreditatie-instanties overeenkomstig de artikelen 15 en 30 septies van Richtlijn 2003/87/EG.”.

2)

Artikel 2 wordt vervangen door:

“Artikel 2

Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op:

a)

de verificatie van vanaf 1 januari 2019 krachtens artikel 14 van Richtlijn 2003/87/EG gerapporteerde broeikasgasemissies, en op de verificatie van gegevens die relevant zijn voor de bijwerking van ex-antebenchmarks en voor de bepaling van de kosteloze toewijzing aan installaties krachtens artikel 10 bis van die richtlijn;

b)

de verificatie van vanaf 1 januari 2025 door de gereguleerde entiteit overeenkomstig artikel 30 septies van Richtlijn 2003/87/EG gerapporteerde broeikasgasemissies.”.

3)

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt 2 wordt vervangen door:

“2.

“accreditatie”: een formele verklaring van een nationale accreditatie-instantie dat een verificateur voldoet aan de door geharmoniseerde normen in de zin van artikel 2, punt 9, van Verordening (EG) nr. 765/2008 vastgestelde eisen, en aan de in deze verordening vastgestelde eisen om de verificatie van het verslag van een exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit uit te voeren overeenkomstig deze verordening;”;

b)

de punten 5 en 6 worden vervangen door:

“5.

“onjuistheid”: een omissie, verkeerde voorstelling of fout in de ingediende gegevens van de exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit, met uitzondering van de krachtens artikel 12, lid 1, punt a), van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 toelaatbare onzekerheid;

6.

“materiële onjuistheid”: een onjuistheid die volgens de verificateur, afzonderlijk of in combinatie met andere onjuistheden, het materialiteitsniveau overschrijdt of van invloed kan zijn op de manier waarop het verslag van de exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit door de bevoegde autoriteit wordt behandeld;”;

c)

het volgende punt 6 ter wordt ingevoegd:

“6

ter. “verslag van de gereglementeerde entiteit”: het jaarlijkse emissieverslag dat de gereglementeerde entiteit indient krachtens artikel 75 septdecies van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066;”;

d)

punt 7 wordt vervangen door:

“7.

“verslag van de exploitant of vliegtuigexploitant”: het jaarlijkse emissieverslag dat de exploitant of vliegtuigexploitant krachtens artikel 14, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG moet overleggen, het verslag met referentiegegevens dat de exploitant indient krachtens artikel 4, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 van de Commissie (*1), het gegevensverslag over een nieuwkomer dat de exploitant indient krachtens artikel 5, lid 2, van die verordening of het jaarverslag over het activiteitsniveau;

(*1)  Berekend in overeenstemming met Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 van de Commissie van 19 december 2018 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 59 van 27.2.2019, blz. 8, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/331/oj)”;"

e)

de punten 11 en 12 worden vervangen door:

“11.

“controlesysteem”: het risicobeoordelingssysteem en alle controleactiviteiten van de exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit, met inbegrip van het continue beheer ervan, dat een exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit heeft ontwikkeld, gedocumenteerd, uitgevoerd en gehandhaafd, krachtens artikel 59 of artikel 75 sexdecies van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 of krachtens artikel 11 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331, al naargelang van het geval;

12.

“controleactiviteiten”: alle door de exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit uitgevoerde handelingen of getroffen maatregelen om de intrinsieke risico’s te beperken;”;

f)

in punt 13 worden de punten a) en b) vervangen door:

“a)

met betrekking tot de verificatie van het emissieverslag van een exploitant of gereglementeerde entiteit, elke handeling of nalatigheid van de exploitant of gereglementeerde entiteit die in strijd is met de vergunning voor broeikasgasemissies en de eisen van het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan;

b)

met betrekking tot de verificatie van het emissieverslag van een vliegtuigexploitant, elke handeling of nalatigheid van de vliegtuigexploitant die in strijd is met de eisen in het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan;”;

g)

punt 14 wordt vervangen door:

“14.

“locatie”:

a)

met betrekking tot de verificatie van het emissieverslag van een vliegtuigexploitant: de locaties waar het monitoringproces wordt vastgesteld en beheerd, met inbegrip van de locaties waar relevante gegevens en informatie worden gecontroleerd en bewaard;

b)

met betrekking tot de verificatie van het verslag van de gereglementeerde entiteit: de locaties waar het monitoringproces wordt vastgesteld en beheerd, met inbegrip van locaties waar relevante gegevens en informatie over de hoeveelheden door de gereglementeerde entiteiten tot verbruik uitgeslagen brandstof voor de in bijlage III bij Richtlijn 2003/87/EG vermelde activiteiten, worden bepaald, gecontroleerd en bewaard;”;

h)

de punten 15 tot en met 19 worden vervangen door:

“15.

“controleomgeving”: de omgeving waarin het interne controlesysteem functioneert en de algemene acties van het bestuur van een exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit om te waarborgen dat iedereen zich van dit interne controlesysteem bewust is;

16.

“intrinsiek risico”: de kans op mogelijk materiële onjuistheden van een parameter in het verslag van de exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit, die afzonderlijk of in combinatie met andere onjuistheden voorkomen, zonder rekening te houden met het effect van enige bijbehorende controleactiviteiten;

17.

“controlerisico”: de kans op mogelijke materiële onjuistheden van een parameter in het verslag van de exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit, die afzonderlijk of in combinatie met andere onjuistheden voorkomen, en die door het controlesysteem niet tijdig worden voorkomen of gedetecteerd en gecorrigeerd;

18.

“verificatierisico”: het risico, dat afhangt van het intrinsieke risico, het controlerisico en het detectierisico, dat de verificateur een onjuist verificatieadvies uitbrengt wanneer het verslag van de exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit materiële onjuistheden bevat;

19.

“redelijke mate van zekerheid”: een hoge maar niet absolute mate van zekerheid, vervat in een formeel verificatieadvies, ten aanzien van de vraag of het geverifieerde verslag van de exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit vrij is van materiële onjuistheden;”;

i)

de punten 21, 22 en 23 worden vervangen door:

“21.

“interne verificatiedocumentatie”: alle interne documentatie die een verificateur bijhoudt om de activiteiten te kunnen bewijzen en rechtvaardigen die voor de verificatie van het verslag van een exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit zijn uitgevoerd;

22.

“EU-ETS-hoofdauditor”: een EU-ETS-auditor die verantwoordelijk is voor de leiding van en het toezicht op het verificatieteam, alsook voor de uitvoering van en rapportage over de verificatie van het verslag van een exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit;

23.

“EU-ETS-auditor”: een andere individuele persoon dan de EU-ETS-hoofdauditor die in een verificatieteam verantwoordelijk is voor de verificatie van het verslag van een exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit;”.

4)

Artikel 4 wordt vervangen door:

“Artikel 4

Vermoeden van overeenstemming

Wanneer een verificateur aantoont dat hij voldoet aan de criteria van de desbetreffende geharmoniseerde normen zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 9, van Verordening (EG) nr. 765/2008 of delen daarvan, waarvan de referentienummers zijn bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, wordt hij, met uitzondering van artikel 7, leden 1 en 4, artikel 22, artikel 27, lid 1, de artikelen 28, 31 en 32, artikel 43 ter, leden 1 en 4, en de artikelen 43 tervicies en 43 quatervicies van deze verordening, verondersteld aan de eisen van de hoofdstukken II, III en III bis van deze verordening te voldoen, voor zover de toepasselijke geharmoniseerde normen deze eisen dekken.”.

5)

De titel van hoofdstuk II wordt vervangen door:

“HOOFDSTUK II

VERIFICATIE VAN VERSLAGEN VAN EEN EXPLOITANT OF VLIEGTUIGEXPLOITANT ”.

6)

In artikel 6 wordt de eerste alinea vervangen door:

“Een geverifieerd emissieverslag, verslag met referentiegegevens, gegevensverslag over een nieuwkomer of jaarverslag over het activiteitsniveau is betrouwbaar voor gebruikers. Het geeft een getrouwe weergave van wat het voorgeeft weer te geven of van wat het redelijkerwijze verwacht mag worden weer te geven.”.

7)

Artikel 7, lid 4, wordt als volgt gewijzigd:

a)

de eerste alinea wordt als volgt gewijzigd:

i)

het volgende punt a bis) wordt ingevoegd:

“a

bis) de informatie in het verslag van de exploitant of vliegtuigexploitant zoals bedoeld in bijlage X bis bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 volledig is en voldoet aan de in die bijlage vastgestelde eisen;”;

ii)

punt b) wordt vervangen door:

“b)

de exploitant of vliegtuigexploitant heeft gehandeld overeenkomstig de vergunning voor broeikasgasemissies en de eisen van het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan wanneer het om de verificatie van het emissieverslag van een exploitant gaat, en met de eisen van het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan wanneer het om de verificatie van het emissieverslag van een vliegtuigexploitant gaat;”;

b)

de tweede en derde alinea worden vervangen door:

“Indien de lidstaten niet hebben geëist dat die installatie in het bezit is van een in artikel 4 van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde vergunning voor broeikasgasemissies beoordeelt de verificateur, in afwijking van punt b), of de in bijlage I bij die richtlijn bedoelde exploitant van een installatie voor de verbranding van stedelijk afval in overeenstemming met het monitoringplan heeft gehandeld.

Voor de toepassing van punt d) krijgt de verificateur duidelijk en objectief bewijs van de exploitant of vliegtuigexploitant dat de gerapporteerde cumulatieve emissies of voor een kosteloze toewijzing relevante gegevens ondersteunt, waarbij rekening wordt gehouden met alle andere gegevens die in het rapport van de exploitant of vliegtuigexploitant zijn verstrekt.”.

8)

In artikel 9, lid 1, wordt punt e) vervangen door:

“e)

de locatie van informatie en gegevens met betrekking tot broeikasgasemissies of voor een kosteloze toewijzing relevante gegevens.”.

9)

Artikel 10, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

a)

Punt c) wordt vervangen door:

“c)

de meest recente versie van het monitoringmethodiekplan van de exploitant, alsook alle andere relevante en door de bevoegde autoriteit goedgekeurde versies van het monitoringmethodiekplan, met inbegrip van bewijsmateriaal van die goedkeuring;”;

b)

de punten g) en h) worden vervangen door:

“g)

de in het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan of in het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringmethodiekplan vermelde procedures, met inbegrip van de procedures voor dataflowactiviteiten en controleactiviteiten;

h)

het jaarlijkse emissieverslag, het verslag met referentiegegevens, het gegevensverslag over een nieuwkomer of het jaarverslag over het activiteitsniveau van de exploitant of vliegtuigexploitant, al naargelang van het geval;”;

c)

de volgende punten l ter), l quater) en l quinquies) worden ingevoegd:

“l ter)

indien van toepassing, de in artikel 22 bis, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 bedoelde energieauditverslagen of gecertificeerde energiebeheersystemen met de aanbevelingen van die audits of beheersystemen;

l quarter)

indien van toepassing, relevant bewijsmateriaal van de uitvoering van de in artikel 22 bis, lid 1, eerste alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 bedoelde aanbevelingen in energie-auditverslagen of gecertificeerde energiebeheersystemen, met inbegrip van de in artikel 22 bis, lid 2, van die verordening bedoelde procedure voor de uitvoering van die aanbevelingen;

l quinquies)

relevant bewijsmateriaal waaruit blijkt dat aan een van de voorwaarden van artikel 22 bis, lid 1, tweede alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 is voldaan;”.

10)

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 3 worden de punten b), c) en d) vervangen door:

“b)

de omvang en aard van de vliegtuigexploitant, de verspreiding van informatie op verschillende locaties en het aantal en type vluchten, voor de verificatie van het emissieverslag van de vliegtuigexploitant;

c)

het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan of monitoringmethodiekplan, en de bijzonderheden van de in dat monitoringplan of monitoringmethodiekplan, al naargelang van het geval, vastgelegde monitoringmethodiek;

d)

de aard, schaal en complexiteit van emissiebronnen en bronstromen, alsook de apparatuur en processen voor het verkrijgen van emissiegegevens of voor een kosteloze toewijzing relevante gegevens, met inbegrip van de in het monitoringplan of het monitoringmethodiekplan beschreven meetapparatuur, de oorsprong en toepassing van berekeningsfactoren en andere primaire gegevensbronnen;”;

b)

in lid 4 wordt punt a) vervangen door:

“a)

of het voorgelegde monitoringplan of monitoringmethodiekplan de meest recente en de door de bevoegde autoriteit goedgekeurde versie is;”.

11)

In artikel 13, lid 1, wordt punt c) vervangen door:

“c)

een gegevensbemonsteringsplan waarin het toepassingsgebied en de methodiek worden uiteengezet voor de bemonstering van de meetgegevens die ten grondslag liggen aan de geaggregeerde emissies in het emissieverslag van de exploitant of vliegtuigexploitant of de voor een kosteloze toewijzing relevante geaggregeerde gegevens in het verslag met referentiegegevens, het gegevensverslag over een nieuwkomer of het jaarverslag over het activiteitsniveau van de exploitant.”.

12)

Artikel 16, lid 2, wordt als volgt gewijzigd:

a)

Punt d) wordt vervangen door:

“d)

voor de verificatie van een emissieverslag van de vliegtuigexploitant, de volledigheid van de vluchten die onder een in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG genoemde luchtvaartactiviteit vallen waarvoor de vliegtuigexploitant verantwoordelijk is, alsook de volledigheid van de emissiegegevens;”;

b)

Punt e) wordt vervangen door:

“e)

de consistentie tussen de ingediende gegevens en de documentatie over massa en zwaartepunt, voor de verificatie van een emissieverslag van de vliegtuigexploitant;”;

c)

punt f bis) wordt vervangen door:

“f

bis) voor de verificatie van een jaarverslag over het activiteitsniveau, de nauwkeurigheid van de in artikel 16, lid 5, of de artikelen 19, 20, 21 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 genoemde parameters en van de uit hoofde van artikel 6, leden 1, 2 en 4, van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842 vereiste gegevens;”;

d)

het volgende punt h bis) wordt ingevoegd:

“h

bis) voor de beoordeling van de informatie in het verslag van de exploitant of vliegtuigexploitant overeenkomstig bijlage X bis bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, de consistentie tussen die informatie en het door de exploitant of vliegtuigexploitant verstrekte bewijsmateriaal, met inbegrip van brandstoffacturen, leveringsbonnen en contracten met brandstofleveranciers;”.

13)

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 3 wordt punt f) vervangen door:

“f)

of de waarde van de in artikel 16, lid 5, of de artikelen 19, 20 of 21 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 genoemde parameters gebaseerd is op een correcte toepassing van die verordening;”;

b)

het volgende lid 5 wordt toegevoegd:

“5.   Voor de verificatie van het emissieverslag van de exploitant controleert de verificateur in het kader van de in lid 1 bedoelde controle het bewijsmateriaal van de exploitant waaruit blijkt dat hij voldoet aan de in artikel 29, leden 2 tot en met 7 en lid 10, van Richtlijn (EU) 2018/2001 vastgestelde duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria.”

;

c)

het volgende lid 6 wordt toegevoegd:

“6.   Wanneer de biobrandstof of in aanmerking komende vliegtuigbrandstof fysiek aan een in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG vermelde vlucht kan worden toegeschreven, controleert de verificateur of de hoeveelheid biobrandstof of in aanmerking komende vliegtuigbrandstof onmiddellijk na het tanken van brandstof correct aan de vlucht is toegewezen.

Indien meerdere opeenvolgende vluchten worden uitgevoerd zonder tussen die vluchten te tanken, controleert de verificateur of de hoeveelheid biobrandstof of de in aanmerking komende hoeveelheid vliegtuigbrandstof evenredig aan deze vluchten is toegewezen volgens de aanpak die is vermeld in het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan en volgens de schriftelijke procedure die de vliegtuigexploitant heeft gevolgd om de correcte toewijzing van biobrandstof of in aanmerking komende vliegtuigbrandstof te waarborgen.

Wanneer de biobrandstof of de in aanmerking komende vliegtuigbrandstof niet fysiek aan een specifieke vlucht kan worden toegeschreven, controleert de verificateur of:

a)

de biobrandstof of in aanmerking komende vliegtuigbrandstof in het emissieverslag van de vliegtuigexploitant correct is toegewezen aan de luchtvaartterreincombinaties;

b)

de totale hoeveelheid biobrandstof of in aanmerking komende vliegtuigbrandstof niet groter is dan het totale gerapporteerde brandstofverbruik van die vliegtuigexploitant voor vluchten waarvoor overeenkomstig artikel 12, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG emissierechten moeten worden ingeleverd vanaf het luchtvaartterrein waar de biobrandstof of de in aanmerking komende vliegtuigbrandstof wordt geleverd;

c)

de totale hoeveelheid biobrandstof of in aanmerking komende vliegtuigbrandstof voor vluchten waarvoor overeenkomstig artikel 12, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG emissierechten moeten worden ingeleverd niet groter is dan de totale hoeveelheid aangekochte biobrandstof of in aanmerking komende vliegtuigbrandstof, waarvan de totale hoeveelheid aan derden verkochte in aanmerking komende biobrandstof of vliegtuigbrandstof wordt afgetrokken;

d)

de biomassafractie van de biobrandstof of van de aan vluchten toegewezen in aanmerking komende vliegtuigbrandstof per luchtvaartterreincombinatie niet hoger is dan de maximale bijmenglimiet voor die biobrandstof of in aanmerking komende vliegtuigbrandstof, zoals gecertificeerd volgens een erkende internationale norm, indien er sprake is van een dergelijke limiet;

e)

de geaggregeerde biomassafractie van de biobrandstof of in aanmerking komende luchtvaartbrandstof niet groter is dan de hoeveelheid biomassa waarvoor bewijs wordt geleverd dat zij voldoen aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria van artikel 29, leden 2 tot en met 7 en lid 10, van Richtlijn (EU) 2018/2001;

f)

dezelfde hoeveelheden biobrandstof of in aanmerking komende vliegtuigbrandstof niet zijn opgenomen in een eerder verslag, in een ander systeem of door een andere entiteit.”

;

d)

het volgende lid 7 wordt toegevoegd:

“7.   Voor de beoordeling van de informatie in het verslag van de exploitant of vliegtuigexploitant overeenkomstig bijlage X bis bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 beoordeelt en bevestigt de verificateur:

a)

indien brandstoffen niet in hetzelfde jaar worden gebruikt, of de methode in het goedgekeurde monitoringplan voor de toewijzing van hoeveelheden brandstof aan de verschillende leveranciers correct is toegepast;

b)

of de hoeveelheiden brandstof van een leverancier die door de exploitant of vliegtuigexploitant worden gebruikt, niet groter zijn dan de hoeveelheiden die van die leverancier zijn verkregen, waarbij rekening wordt gehouden met de hoeveelheden die volgens de methode van het goedgekeurde monitoringplan in voorraad zijn.”

.

14)

De volgende artikelen 17 bis en 17 ter worden ingevoegd:

“Artikel 17 bis

Controles met betrekking tot de aanbevelingen inzake energie-efficiëntie

1)   Overeenkomstig de conditionaliteitsvereisten van artikel 22 bis van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 controleert de verificateur de uitvoering van aanbevelingen van energieaudits of gecertificeerde energiebeheersystemen als bedoeld in lid 3 van dat artikel en bevestigt hij dat de uitvoering van die aanbevelingen is voltooid.

2)   Om te bevestigen dat de uitvoering van de in lid 1 bedoelde aanbevelingen is voltooid, controleert de verificateur of:

a)

de in artikel 22 bis, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 bedoelde procedure voor de uitvoering van aanbevelingen is gevolgd, voldoende is gedocumenteerd en correct is gehandhaafd;

b)

de exploitant concrete maatregelen heeft genomen om de aanbevelingen uit te voeren;

c)

er bewijs is dat de uitvoering is voltooid, en of die aanbevelingen zijn aangemerkt als voltooid overeenkomstig de in punt a) van dit lid bedoelde procedure.

Artikel 17 ter

Controle van de toepassing van de in artikel 22 bis, lid 1, tweede alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 vermelde afwijkingen

1.   Indien de uitvoering van de in artikel 17 bis van deze verordening bedoelde aanbevelingen niet is voltooid, beoordeelt de verificateur het bewijs van de exploitant en controleert hij of:

a)

de in artikel 22 bis, lid 1, tweede alinea, punt f), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 bedoelde aanbevelingen inzake energie-efficiëntie niet in de eerste vier jaar van de referentieperiode zijn gedaan;

b)

de aanbevelingen niet zouden leiden tot energiebesparingen binnen de systeemgrenzen van het industriële proces dat in de installatie wordt uitgevoerd;

c)

de in artikel 22 bis, lid 1, tweede alinea, punt a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 bedoelde terugverdientijd meer dan drie jaar bedraagt;

d)

de installatiespecifieke bedrijfsomstandigheden, met inbegrip van geplande of niet-geplande onderhoudsperioden, op basis waarvan de terugverdientijd is vastgesteld, zich nog niet hebben voorgedaan;

e)

de kosten van de investering voor de uitvoering van de aanbevelingen boven de in artikel 22 bis, lid 1, tweede alinea, punt b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 drempels liggen;

f)

tijdens of na de relevante referentieperiode andere maatregelen zijn uitgevoerd die hebben geresulteerd in broeikasgasemissiereducties die gelijkwaardig zijn aan de aanbevelingen in het energie-auditverslag of een gecertificeerd energiebeheersysteem voor de installatie.

2.   Indien de in artikel 22 bis, lid 1, tweede alinea, punt a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 bedoelde terugverdientijd niet wordt gespecificeerd in het energie-auditverslag, in het gecertificeerde energiebeheersysteem of in een verklaring op erewoord van de energieauditor, controleert de verificateur:

a)

de geldigheid van de informatie die is gebruikt om de terugverdientijd te bepalen;

b)

de juiste toepassing van de methode die is gebruikt om de terugverdientijd te bepalen.

3.   Om de uitvoering van de in lid 1, punt f), bedoelde maatregelen te beoordelen, controleert en bevestigt de verificateur of:

a)

de exploitant de alternatieve maatregelen heeft uitgevoerd en of de uitvoering van die maatregelen is voltooid;

b)

de in lid 1, punt f), bedoelde gelijkwaardige broeikasgasemissiereducties zijn verwezenlijkt.”

.

15)

In artikel 22, lid 3, wordt de tweede alinea vervangen door:

“De verificateur bepaalt of de niet-gecorrigeerde onjuistheden, die afzonderlijk of in combinatie met andere onjuistheden voorkomen, een materieel effect hebben op het geheel van de ingediende emissiegegevens of voor een kosteloze toewijzing relevante gegevens. Bij de beoordeling van de materialiteit van onjuistheden houdt de verificateur niet alleen rekening met de omvang en aard van de onjuistheden, maar ook met de bijzondere omstandigheden waarin ze voorkomen.”.

16)

In artikel 23 wordt lid 3 geschrapt.

17)

In artikel 26, lid 1, wordt punt c) vervangen door:

“c)

voldoende informatie ter staving van het verificatieadvies, waaronder motiveringen voor beoordelingen over de vraag of de vastgestelde onjuistheden een materieel effect hebben op de meegedeelde emissiegegevens of de voor een kosteloze toewijzing relevante gegevens.”.

18)

Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

a)

Lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Op basis van de tijdens de verificatie verzamelde informatie bezorgt de verificateur een verificatierapport aan de exploitant of vliegtuigexploitant voor elk emissieverslag, verslag met referentiegegevens, gegevensverslag over een nieuwkomer of jaarverslag over het activiteitsniveau dat aan verificatie werd onderworpen, dat een van de volgende verificatieadviezen bevat:

a)

het verslag is als bevredigend geverifieerd;

b)

het verslag van de exploitant of vliegtuigexploitant bevat materiële onjuistheden die niet zijn gecorrigeerd voordat het verificatierapport werd uitgebracht;

c)

het toepassingsgebied van de verificatie is te beperkt krachtens artikel 28 en de verificateur kon niet voldoende bewijsmateriaal verwerven om een verificatieadvies met een redelijke mate van zekerheid uit te brengen dat het verslag geen materiële onjuistheden bevat;

d)

non-conformiteiten, die afzonderlijk of in combinatie met andere non-conformiteiten voorkomen, verschaffen onvoldoende duidelijkheid en verhinderen de verificateur om met een redelijke mate van zekerheid te stellen dat het verslag van de exploitant of vliegtuigexploitant geen materiële onjuistheden bevat.

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt a), kan het verslag van de exploitant of de vliegtuigexploitant enkel als bevredigend worden geverifieerd wanneer het verslag van de exploitant of vliegtuigexploitant geen materiële onjuistheden bevat.”

;

b)

het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:

“2   bis. Indien de exploitant of vliegtuigexploitant de in bijlage X bis bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 vermelde relevante informatie overeenkomstig artikel 75 tervicies, lid 2, van die verordening ter beschikking van de desbetreffende gereglementeerde entiteit stelt, stelt de exploitant of vliegtuigexploitant ook de in lid 3, punten l), o), r sexies) en s), van dit artikel bedoelde relevante informatie ter beschikking van de gereglementeerde entiteit.”

;

c)

lid 3 wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt f) wordt geschrapt;

ii)

punt g) wordt vervangen door:

“g)

waar het de verificatie van het emissieverslag van de exploitant of vliegtuigexploitant betreft, geaggregeerde emissies per activiteit als bedoeld in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG en per installatie of vliegtuigexploitant;”;

iii)

punt m) wordt vervangen door:

“m)

de data van de bezoeken ter plaatse en de personen die deze bezoeken hebben uitgevoerd, met inbegrip van de data van de virtuele locatiebezoeken en, indien de artikelen 34 bis en 34 ter van deze verordening van toepassing zijn, de data van het laatste virtuele locatiebezoek;”;

iv)

het volgende punt n bis) wordt ingevoegd:

“n

bis) informatie over de vraag of een virtueel locatiebezoek is uitgevoerd, de redenen voor het uitvoeren van virtuele locatiebezoeken en, indien van toepassing, de datum van goedkeuring door de bevoegde autoriteit;”;

v)

punt r bis), wordt vervangen door:

“r

bis) bij vaststelling door de verificateur van relevante wijzigingen van de in artikel 16, lid 5, of de artikelen 19, 20 of 21 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 genoemde parameters of wijzigingen van de energie-efficiëntie overeenkomstig artikel 6, leden 1, 2 en 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842, een beschrijving van die wijzigingen en gerelateerde opmerkingen;”;

vi)

de volgende punten r quater) en r quinquies) worden ingevoegd:

“r

quater) de bevestiging dat de verificateur de uitvoering van de in artikel 17 bis van deze verordening bedoelde aanbevelingen inzake energie-efficiëntie heeft gecontroleerd en dat de uitvoering van die aanbevelingen is voltooid, in voorkomend geval met inbegrip van een beschrijving van eventuele bevindingen en waarnemingen;

r quinquies)

de bevestiging dat de verificateur de in artikel 17 ter van deze verordening bedoelde controles heeft uitgevoerd en of een van de in artikel 22 bis, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 bedoelde voorwaarden van toepassing is, in voorkomend geval met inbegrip van een beschrijving van bevindingen en opmerkingen;”;

vii)

het volgende punt r sexies) wordt ingevoegd:

“r

sexies) de bevestiging dat de verificateur de in artikel 16, lid 2, punt h bis), en artikel 17, lid 7, van deze verordening bedoelde controles heeft uitgevoerd en dat de hoeveelheden van een leverancier gebruikte brandstoffen niet groter zijn dan de hoeveelheid die de exploitant of vliegtuigexploitant van die leverancier heeft verkregen, waarbij rekening wordt gehouden met de hoeveelheden die volgens de methode van het goedgekeurde monitoringplan in voorraad zijn, met inbegrip van een beschrijving van eventuele andere bevindingen of opmerkingen;”;

d)

lid 5 wordt vervangen door:

“5.   Wanneer een lidstaat de verificateur met het oog op de verificatie van een emissieverslag verplicht om naast de in lid 3 vermelde elementen informatie over het verificatieproces voor te leggen en die informatie niet noodzakelijk is om goed op de hoogte te zijn van het verificatieadvies, kan de exploitant of vliegtuigexploitant om redenen van efficiëntie die aanvullende informatie afzonderlijk van het verificatierapport voorleggen op een andere datum, maar uiterlijk op 15 mei van hetzelfde jaar.”

.

19)

In artikel 28 wordt punt e) vervangen door:

“e)

het monitoringmethodiekplan is niet goedgekeurd door de bevoegde autoriteit.”.

20)

In artikel 30, lid 1, worden de punten d) en e) vervangen door:

“d)

de monitoring en rapportage van emissies, ook om hogere niveaus te bereiken, de risico’s te beperken en de efficiëntie van de monitoring en rapportage te verbeteren;

e)

de monitoring en rapportage van gegevens voor verslagen met referentiegegevens, gegevensverslagen over nieuwkomers en jaarlijkse verslagen over het activiteitsniveau, ook om het hoogste niveau van nauwkeurigheid te bereiken met betrekking tot de in bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 opgenomen gegevensbronnen, de risico’s te beperken en de efficiëntie van de monitoring en rapportage te verbeteren.”.

21)

Het volgende artikel 30 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 30 bis

Opvolging van opmerkingen over de uitvoering van de aanbevelingen inzake energie-efficiëntie

Indien in het in artikel 27, lid 3, punt r quater), bedoelde verificatierapport opmerkingen of bevindingen zijn vermeld, gaat de verificateur tijdens de verificatie van het jaarverslag over het activiteitsniveau in het volgende jaar na welke maatregelen de exploitant naar aanleiding van die opmerkingen heeft genomen en of dit gevolgen heeft voor de bevestiging van de verificateur dat de uitvoering van de openstaande aanbevelingen is voltooid met het oog op de toepassing van artikel 22 bis, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331.”.

22)

In artikel 32 wordt punt 1, c), vervangen door:

“c)

standaardwaarden voor de berekeningsfactoren van aardgas worden toegepast of de berekeningsfactoren van aardgas rechtstreeks door een externe gastransporteur worden bepaald zonder enige verwerking door de exploitant, met behulp van onlineanalysatoren die onderworpen zijn aan een passende wettelijke voor de controle van fiscale analysatoren;”.

23)

In artikel 33 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   In afwijking van artikel 21, lid 1, van deze verordening kan een verificateur besluiten geen bezoek ter plaatse af te leggen bij een vliegtuigexploitant die gebruikmaakt van de in artikel 55, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 bedoelde vereenvoudigde instrumenten, indien de verificateur op basis van de risicoanalyse heeft geconcludeerd dat alle relevante gegevens voor de verificateur op afstand toegankelijk zijn.”

.

24)

In artikel 34 bis wordt de titel vervangen door:

“Artikel 34 bis

Virtuele locatiebezoeken ter verificatie van het verslag van de exploitant of vliegtuigexploitant”.

25)

Het volgende artikel 34 ter wordt ingevoegd:

“Artikel 34 ter

Virtuele locatiebezoeken ter verificatie van emissieverslagen van vliegtuigexploitanten

1.   In afwijking van artikel 21, lid 1, kan de verificateur in andere dan de in artikel 34 bis beschreven gevallen besluiten een virtueel locatiebezoek af te leggen voor de verificatie van het verslag van een vliegtuigexploitant. Het besluit van de verificateur om een virtueel locatiebezoek af te leggen moet gebaseerd zijn op het resultaat van een risicoanalyse, nadat is vastgesteld dat de verificateur alle relevante gegevens op afstand kan raadplegen. De verificateur stelt de vliegtuigexploitant zonder onnodige vertraging in kennis van het besluit om een virtueel locatiebezoek af te leggen.

2.   De verificateur treft maatregelen om het verificatierisico tot een aanvaardbaar niveau te beperken, zodat een redelijke mate van zekerheid bestaat dat het verslag van de vliegtuigexploitant geen materiële onjuistheden bevat.

3.   In andere dan de onder artikel 34 bis vallende gevallen voert de verificateur altijd een fysiek bezoek ter plaatse uit in de volgende situaties:

a)

het emissieverslag van de vliegtuigexploitant wordt voor de eerste keer door de verificateur geverifieerd;

b)

een verificateur heeft geen fysiek bezoek ter plaatse afgelegd in twee verslagperioden die onmiddellijk voorafgaan aan de huidige verslagperiode;

c)

tijdens de verslagperiode zijn belangrijke wijzigingen in het monitoringplan aangebracht, met inbegrip van de in artikel 15, lid 4, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 bedoelde wijzigingen;

d)

voor de vorige verslagperiode is het in tabel XIV-I van bijlage XIII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1122 van de Commissie (*2) bedoelde nalevingsstatuscijfer in het EU-register niet het symbool A.

4.   Lid 3, punt d), is niet van toepassing wanneer de vliegtuigexploitant overeenkomstig artikel 33, lid 2, een vereenvoudigde verificatie mag toepassen.

(*2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1122 van de Commissie van 12 maart 2019 tot aanvulling van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de werking van het EU-register (PB L 177 van 2.7.2019, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/1122/oj).’,"

26)

In artikel 36, lid 6, wordt de tweede alinea vervangen door:

“De competente beoordelaar monitort deze auditors tijdens de verificatie van het verslag van de exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit naargelang van het geval op de locatie van de installatie, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit om te bepalen of ze aan de competentiecriteria voldoen.”.

27)

In artikel 37, lid 5, wordt de eerste alinea vervangen door:

“5.   Het verificatieteam omvat ten minste één persoon die de vereiste technische competentie en kennis heeft om de specifieke technische monitoring- en rapportageaspecten te beoordelen met betrekking tot de in bijlage I bedoelde activiteiten die door de installatie, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit worden uitgevoerd. Verder omvat het verificatieteam één persoon die kan communiceren in de vereiste taal voor de verificatie van het verslag van een exploitant of vliegtuigexploitant in de lidstaat waar de verificateur die verificatie uitvoert.”

.

28)

In artikel 38, lid 1, wordt punt c) vervangen door:

“c)

het vermogen om activiteiten uit te voeren met betrekking tot de verificatie van een verslag van de exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit zoals vereist krachtens hoofdstuk II;”.

29)

Het volgende hoofdstuk III bis wordt ingevoegd:

“HOOFDSTUK III BIS

VERIFICATIE VAN DE VERSLAGEN VAN GEREGLEMENTEERDE ENTITEITEN

Artikel 43 bis

Betrouwbaarheid van de verificatie van de verslagen van gereglementeerde entiteiten

1.   Een geverifieerd verslag van een gereglementeerde entiteit is betrouwbaar voor gebruikers. Het geeft een getrouwe weergave van wat het voorgeeft weer te geven of van wat het redelijkerwijze verwacht mag worden weer te geven.

2.   Het verificatieproces van het verslag van een gereglementeerde entiteit moet een effectief en betrouwbaar hulpmiddel zijn ter ondersteuning van de procedures voor kwaliteitsborging en kwaliteitscontrole, doordat informatie wordt gegeven op grond waarvan een gereglementeerde entiteit maatregelen kan nemen om zijn prestaties op het gebied van monitoring en rapportage van emissies te verbeteren.

Artikel 43 ter

Algemene verplichtingen van de verificateur

1.   De verificateur voert de verificatie en de in dit hoofdstuk vereiste activiteiten zo uit dat hij in zijn verificatierapport met een redelijke mate van zekerheid kan concluderen dat het verslag van de gereglementeerde entiteit geen materiële onjuistheden bevat.

2.   De verificateur legt bij het plannen en uitvoeren van de verificatie de gepaste professionele scepsis aan de dag, in het besef dat er zich omstandigheden kunnen voordoen waardoor de informatie in het verslag van de gereglementeerde entiteit materiële onjuistheden bevat.

3.   De verificateur voert een verificatie uit in het algemeen belang en is onafhankelijk van de gereglementeerde entiteit en de voor Richtlijn 2003/87/EG verantwoordelijke bevoegde autoriteiten.

4.   Tijdens de verificatie beoordeelt de verificateur of:

a)

het verslag van de gereglementeerde entiteit volledig is en voldoet aan de in de bijlagen X en X bis bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 vastgestelde eisen;

b)

de gereglementeerde entiteit heeft gehandeld overeenkomstig de vergunning voor broeikasgasemissies en de eisen van het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan;

c)

de gegevens in het verslag van de gereglementeerde entiteit geen materiële onjuistheden bevatten;

d)

informatie kan worden verstrekt ter ondersteuning van de dataflowactiviteiten, het controlesysteem en de bijbehorende procedures van de gereglementeerde entiteit om de monitoring- en rapportageprestaties van de gereglementeerde entiteit te verbeteren.

Voor de toepassing van punt c) van het eerste lid krijgt de verificateur duidelijk en objectief bewijs van de gereglementeerde entiteit dat de gerapporteerde cumulatieve emissies ondersteunt, waarbij rekening wordt gehouden met alle andere gegevens die in het rapport van de gereglementeerde entiteit zijn verstrekt.

5.   De verificateur adviseert de gereglementeerde entiteit om de benodigde goedkeuring van de bevoegde autoriteit te verkrijgen wanneer:

a)

het monitoringplan niet overeenkomstig artikel 75 ter, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 door de bevoegde autoriteit is goedgekeurd;

b)

het monitoringplan onvolledig is;

c)

tijdens de verslagperiode belangrijke wijzigingen als bedoeld in artikel 75 ter, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 zijn uitgevoerd die niet dienovereenkomstig door de bevoegde autoriteit zijn goedgekeurd.

Na de goedkeuring door de bevoegde autoriteit worden de activiteiten door de verificateur dienovereenkomstig voortgezet, herhaald of aangepast. Indien de goedkeuring niet wordt verkregen voordat het verificatierapport is uitgebracht, vermeldt de verificateur dat in het verificatierapport.

6.   Wanneer de verificateur ontdekt dat een gereglementeerde entiteit niet voldoet aan Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, moet deze onregelmatigheid in het verificatierapport worden vermeld, ook al is het desbetreffende monitoringplan door de bevoegde autoriteit goedgekeurd.

Artikel 43 quater

Precontractuele verplichtingen

1.   Voordat de verificateur een verificatieovereenkomst aanvaardt, vormt hij zich een juist beeld van de gereglementeerde entiteit en gaat hij na of hij de verificatie op zich kan nemen. Daartoe doet de verificateur ten minste het volgende:

a)

hij evalueert de risico’s die zich voordoen wanneer het verslag van de gereglementeerde entiteit overeenkomstig deze verordening wordt geverifieerd;

b)

hij onderzoekt de van de gereglementeerde entiteit verkregen informatie om het toepassingsgebied van de verificatie te bepalen;

c)

hij beoordeelt of de overeenkomst binnen het toepassingsgebied van zijn accreditatie valt;

d)

hij beoordeelt of hij over de vereiste competentie, medewerkers en middelen beschikt om een verificatieteam samen te stellen dat met de complexiteit van de activiteiten en vloot van de gereglementeerde entiteit kan omgaan en of hij daarnaast in staat is de verificatieactiviteiten binnen het vereiste tijdschema met goed gevolg te voltooien;

e)

hij beoordeelt of hij in staat is ervoor te zorgen dat het mogelijke verificatieteam te zijner beschikking, over de vereiste competentie en medewerkers beschikt om de verificatieactiviteiten voor die specifieke gereglementeerde entiteit uit te voeren;

f)

hij bepaalt voor elke aangevraagde verificatieovereenkomst hoeveel tijd moet worden toegewezen om de verificatie naar behoren uit te voeren.

2.   De gereglementeerde entiteit verstrekt de verificateur alle relevante informatie die hem in staat stelt de in lid 1 bedoelde activiteiten te kunnen uitvoeren.

Artikel 43 quinquies

Tijdtoewijzing

1.   Bij de bepaling van de in artikel 43 quater, lid 1, punt f), bedoelde tijdtoewijzing voor een verificatieovereenkomst houdt de verificateur ten minste rekening met het volgende:

a)

de complexiteit van de gereglementeerde entiteit;

b)

het informatieniveau en de complexiteit van het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan;

c)

het vereiste materialiteitsniveau;

d)

de complexiteit en volledigheid van de dataflowactiviteiten en het controlesysteem van de gereglementeerde entiteit;

e)

de locatie van informatie en gegevens met betrekking tot broeikasgasemissies.

2.   De verificateur zorgt dat het verificatiecontract voorziet in de mogelijkheid de in het contract overeengekomen termijn te verlengen wanneer die extra tijd nodig blijkt te zijn voor de strategische analyse, risicoanalyse of andere verificatieactiviteiten. De situaties waarin de extra tijd nodig kan zijn, omvatten ten minste de volgende situaties:

a)

wanneer tijdens de verificatie blijkt dat de dataflowactiviteiten, controleactiviteiten of logistiek van de gereglementeerde entiteit complexer zijn dan aanvankelijk gedacht;

b)

wanneer de verificateur tijdens de verificatie onjuistheden, non-conformiteiten, ontbrekende gegevens of fouten in de gegevensreeksen vaststelt.

3.   De verificateur houdt de toegewezen tijd bij in de interne verificatiedocumentatie.

Artikel 43 sexies

Informatie van de gereglementeerde entiteit

1.   Vóór de strategische analyse en op andere tijdstippen tijdens de verificatie bezorgt de gereglementeerde entiteit aan de verificateur al de volgende informatie:

a)

de vergunning voor broeikasgasemissies van de gereglementeerde entiteit;

b)

de meest recente versie van het monitoringplan van de gereglementeerde entiteit, alsook alle andere relevante en door de bevoegde autoriteit goedgekeurde versies van het monitoringplan, met inbegrip van bewijsmateriaal van die goedkeuring;

c)

een beschrijving van de dataflowactiviteiten van de gereglementeerde entiteit;

d)

de in artikel 59, lid 2, punt a), en artikel 75 sexdecies van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 bedoelde risicobeoordelingen van de gereglementeerde autoriteit en een overzicht van het gehele controlesysteem van de gereglementeerde entiteit;

e)

de in het monitoringplan vermelde procedures zoals goedgekeurd door de bevoegde autoriteit, met inbegrip van de procedures voor dataflowactiviteiten en controleactiviteiten;

f)

het verslag van de gereglementeerde entiteit, met inbegrip van de in bijlage X ter bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 vermelde gerapporteerde informatie;

g)

de in bijlage X bis bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 vermelde informatie, indien de gereglementeerde entiteit de in artikel 75 tervicies, lid 2, van die uitvoeringsverordening bedoelde informatie in het verslag van de exploitant, vliegtuigexploitant of scheepvaartmaatschappij heeft ontvangen;

h)

wanneer de gereglementeerde entiteit de informatie in het verslag van de exploitant, vliegtuigexploitant of scheepvaartmaatschappij overeenkomstig bijlage X bis bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 heeft ontvangen, alle opmerkingen of bevindingen met betrekking tot die gereguleerde entiteit die in het verificatierapport zijn vermeld door de verificateur die het verslag van de exploitant, vliegtuigexploitant of scheepvaartmaatschappij overeenkomstig artikel 27, lid 3, punten l), o), r sexies) en s), van deze verordening heeft geverifieerd;

i)

indien van toepassing, het in artikel 33 en artikel 75 duodecies, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 bedoelde bemonsteringsplan van de gereglementeerde entiteit zoals goedgekeurd door de bevoegde autoriteit;

j)

wanneer het monitoringplan tijdens de verslagperiode is gewijzigd, gegevens van alle wijzigingen die tijdens de verslagperiode in het monitoringplan zijn aangebracht overeenkomstig artikel 16, lid 3, en artikel 75 ter, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066;

k)

indien van toepassing, de in artikel 75 duodecies van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 bedoelde verslagen;

l)

wanneer de verificateur het voorgaande jaar de verificatie voor de gereglementeerde entiteit niet heeft uitgevoerd, het verificatierapport van dat jaar;

m)

alle relevante correspondentie met de bevoegde autoriteit, in het bijzonder gegevens met betrekking tot de kennisgeving van wijzigingen van het monitoringplan, alsook correcties van ingediende gegevens;

n)

indien van toepassing, de goedkeuring van de bevoegde autoriteit om geen bezoeken uit te voeren overeenkomstig de artikelen 43 tervicies en 43 quatervicies van deze verordening;

o)

bewijsstukken van de gereglementeerde entiteit waaruit blijkt dat de onzekerheidsdrempels voor de in het monitoringplan vastgelegde niveaus zijn nageleefd;

p)

alle andere relevante informatie voor de planning en uitvoering van de verificatie.

2.   Voordat de verificateur het verificatierapport uitbrengt, moet de gereglementeerde entiteit hem het goedgekeurde en intern gevalideerde eindverslag van de gereglementeerde entiteit verstrekken.

Artikel 43 septies

Strategische analyse

1.   Bij het begin van de verificatie beoordeelt de verificateur de waarschijnlijke aard, reikwijdte en complexiteit van de verificatietaken door alle aan de gereglementeerde entiteit verwante activiteiten aan een strategische analyse te onderwerpen.

2.   Voor een beter begrip van de door de gereglementeerde entiteit uitgevoerde activiteiten verzamelt en beoordeelt de verificateur de vereiste informatie om na te gaan of het verificatieteam voldoende competent is om de verificatie uit te voeren, of de in het contract vermelde tijdtoewijzing correct is en of het de noodzakelijke risicoanalyse kan uitvoeren. De informatie omvat ten minste:

a)

de in artikel 43 sexies, lid 1, bedoelde gegevens;

b)

het vereiste materialiteitsniveau;

c)

de informatie uit verificaties van de voorbije jaren indien de verificateur de verificatie voor dezelfde gereglementeerde entiteit uitvoert.

3.   Bij de beoordeling van de in lid 1 bedoelde informatie evalueert de verificateur ten minste het volgende:

a)

de categorie van de gereglementeerde entiteit en de sectorale activiteiten waarvoor de gereglementeerde entiteit de brandstoffen tot verbruik uitslaat;

b)

de complexiteit van de brandstoftoeleveringsketen en het aantal en het type brandstofverbruikers;

c)

het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan en de bijzonderheden van de in dat monitoringplan vastgelegde monitoringmethodiek en bereikfactor, overeenkomstig hoofdstuk VII bis van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066;

d)

de aard, schaal en complexiteit van de brandstofstromen, alsmede de apparatuur, gegevensbronnen en processen die worden gebruikt om de hoeveelheden uitgeslagen brandstof te bepalen, de oorsprong en toepassing van berekeningsfactoren en andere primaire gegevensbronnen;

e)

de dataflowactiviteiten, het controlesysteem en de controleomgeving.

4.   Wanneer de verificateur de strategische analyse uitvoert, controleert hij het volgende:

a)

of het voorgelegde monitoringplan de meest recente — zo nodig door de bevoegde autoriteit goedgekeurde — versie is;

b)

of het monitoringplan tijdens de verslagperiode is gewijzigd;

c)

in voorkomend geval, of de wijzigingen als bedoeld in punt b) van dit lid ingevolge artikel 15, lid 1, en artikel 75 ter, lid 1, of artikel 75 octies van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 aan de bevoegde autoriteit zijn bekendgemaakt, dan wel overeenkomstig artikel 15, lid 2, en artikel 75 ter, lid 1, van die uitvoeringsverordening door de bevoegde autoriteit zijn goedgekeurd.

Artikel 43 octies

Risicoanalyse

1.   De verificateur identificeert en analyseert de volgende elementen om een effectieve verificatie te kunnen opzetten, plannen en uitvoeren:

a)

de intrinsieke risico’s;

b)

de controleactiviteiten;

c)

wanneer de in punt b) bedoelde controleactiviteiten zijn verricht, de controlerisico’s met betrekking tot de doeltreffendheid van die controleactiviteiten.

2.   Bij de identificatie en analyse van de in lid 1 van dit artikel bedoelde elementen neemt de verificateur ten minste het volgende in overweging:

a)

de bevindingen van de in artikel 43 septies, lid 1, bedoelde strategische analyse;

b)

de in artikel 43 sexies en artikel 43 septies, lid 2, punt c), bedoelde gegevens;

c)

het in artikel 43 septies, lid 2, punt b), bedoelde materialiteitsniveau.

3.   Wanneer de verificateur tot de vaststelling komt dat de gereglementeerde entiteit de relevante intrinsieke risico’s en controlerisico’s niet in zijn risicobeoordeling heeft vastgesteld, brengt de verificateur de gereglementeerde entiteit daarvan op de hoogte.

4.   Afhankelijk van de tijdens de verificatie verkregen informatie herziet de verificateur de risicoanalyse en past hij de uit te voeren verificatieactiviteiten aan of herhaalt hij deze.

Artikel 43 nonies

Verificatieplan

1.   De verificateur stelt op basis van de tijdens de strategische analyse en risicoanalyse verkregen informatie en geïdentificeerde risico’s een verificatieplan op dat ten minste het volgende bevat:

a)

een verificatieprogramma waarin de aard en het toepassingsgebied van de verificatieactiviteiten wordt beschreven, alsook het tijdstip en de manier waarop deze activiteiten moeten worden uitgevoerd;

b)

een testplan waarin het toepassingsgebied en de methodiek voor het testen van de controleactiviteiten worden uiteengezet, alsook de procedures voor de controleactiviteiten;

c)

een gegevensbemonsteringsplan waarin het toepassingsgebied en de methoden worden uiteengezet voor de gegevensbemonstering van de meetgegevens die ten grondslag liggen aan de geaggregeerde emissies in het verslag van de gereglementeerde entiteit.

2.   De verificateur stelt het in lid 1, punt b), van dit artikel bedoelde testplan zo op dat kan worden bepaald in welke mate op de relevante controleactiviteiten kan worden vertrouwd om te beoordelen of de in artikel 43 ter, lid 4, punten b) en c), vermelde eisen zijn nageleefd.

Wanneer hij de monstergrootte en bemonsteringsactiviteiten bepaalt voor het testen van de controleactiviteiten, houdt de verificateur rekening met de volgende elementen:

a)

de intrinsieke risico’s;

b)

de controleomgeving;

c)

de relevante controleactiviteiten;

d)

de vereiste om een verificatieadvies met een redelijke mate van zekerheid af te leveren.

3.   Wanneer hij de monstergrootte en bemonsteringsactiviteiten bepaalt voor de in lid 1, punt c), bedoelde gegevensbemonstering, houdt de verificateur rekening met de volgende elementen:

a)

de intrinsieke risico’s en controlerisico’s;

b)

de resultaten van de analytische procedures;

c)

de vereiste om een verificatieadvies met een redelijke mate van zekerheid af te leveren;

d)

het materialiteitsniveau;

e)

de mate waarin de bijdrage van een individueel gegevenselement wezenlijk bijdraagt tot de algemene gegevensreeks.

4.   De verificateur stelt het verificatieplan zo op en voert het zo uit dat het verificatierisico tot een aanvaardbaar niveau wordt beperkt, zodat een redelijke mate van zekerheid bestaat dat het verslag van de gereglementeerde entiteit geen materiële onjuistheden bevat.

5.   De verificateur werkt de risicoanalyse en het verificatieplan bij en past de verificatieactiviteiten aan tijdens de verificatie wanneer hij aanvullende risico’s vaststelt die moeten worden ingeperkt of wanneer het feitelijke risico kleiner is dan aanvankelijk gedacht.

Artikel 43 decies

Verificatieactiviteiten

De verificateur voert het verificatieplan uit en controleert op basis van de risicoanalyse de uitvoering van het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan.

Daartoe voert de verificateur ten minste grondige tests uit die bestaan uit analytische procedures, gegevensverificatie, het controleren van de monitoringmethodiek en het controleren van het volgende:

a)

de gegevensstroomactiviteiten, alsook de voor de gegevensstroom gebruikte systemen, waaronder informatietechnologiesystemen;

b)

of de controleactiviteiten van de gereglementeerde entiteit correct worden gedocumenteerd, uitgevoerd, gehandhaafd en effectief zijn om de intrinsieke risico’s beperken;

c)

of de in het monitoringplan vermelde procedures de intrinsieke risico’s en controlerisico’s kunnen beperken en of de procedures worden uitgevoerd, voldoende worden gedocumenteerd en correct worden gehandhaafd.

Voor de toepassing van lid 2, punt a), traceert de verificateur de gegevensstroom op basis van de volgorde en interactie van de dataflowactiviteiten vanaf de primaire brongegevens tot de opstelling van het verslag van de gereglementeerde entiteit.

Artikel 43 undecies

Analytische procedures

1.   De verificateur hanteert analytische procedures om de plausibiliteit en volledigheid van gegevens te beoordelen wanneer uit de intrinsieke risico’s, de controlerisico’s en de geschiktheid van de controleactiviteiten van de gereglementeerde entiteit blijkt dat zulke analytische procedures nodig zijn.

2.   Bij de in lid 1 bedoelde analytische procedures beoordeelt de verificateur de ingediende gegevens om mogelijke risicogebieden vast te stellen en vervolgens de geplande verificatieactiviteiten te valideren en aan te passen. De verificateur doet ten minste het volgende:

a)

hij beoordeelt de plausibiliteit van schommelingen en trends over een bepaalde tijdsperiode of tussen vergelijkbare items;

b)

hij wijst onmiddellijke uitschieters, onverwachte gegevens en gegevensleemten aan.

3.   Bij toepassing van de in lid 1 bedoelde analytische procedures voert de verificateur de volgende procedures uit:

a)

voorafgaande analytische procedures op geaggregeerde gegevens voordat de in artikel 43 decies bedoelde activiteiten worden uitgevoerd, teneinde de aard, complexiteit en relevantie van de ingediende gegevens te begrijpen;

b)

uitvoerige analytische procedures op de geaggregeerde gegevens en de onderliggende meetgegevens om mogelijke structurele fouten en onmiddellijke uitschieters aan te wijzen;

c)

definitieve analytische procedures op de geaggregeerde gegevens om te waarborgen dat alle tijdens het verificatieproces vastgestelde fouten correct zijn opgelost.

4.   Wanneer de verificateur uitschieters, schommelingen, trends, gegevensleemten of gegevens vaststelt die niet met andere relevante informatie stroken of aanzienlijk afwijken van verwachte hoeveelheden of verhoudingen, verkrijgt hij van de gereglementeerde entiteit verklaringen die worden gestaafd door aanvullend relevant bewijsmateriaal.

Op basis van de verschafte verklaringen en het aanvullende bewijsmateriaal beoordeelt de verificateur de impact op het verificatieplan en de uit te voeren verificatieactiviteiten.

Artikel 43 duodecies

Gegevensverificatie

1.   De verificateur verifieert de gegevens in het verslag van de gereglementeerde entiteit door ze grondig te testen. Dat kan onder andere door ze terug te voeren tot de primaire gegevensbron, door ze met externe gegevensbronnen te vergelijken, door aansluitingen uit te voeren, door drempels met betrekking tot gepaste gegevens te controleren en door herberekeningen uit te voeren.

2.   Rekening houdend met het goedgekeurde monitoringplan, met inbegrip van de daarin beschreven procedures, controleert de verificateur tijdens de in lid 1 bedoelde gegevensverificatie het volgende:

a)

de monitoringgrenzen van de gereglementeerde entiteit, met inbegrip van de locaties van waaruit brandstof voor de consument wordt uitgeslagen;

b)

de volledigheid van de stromen uitgeslagen brandstof zoals beschreven in het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan, alsmede de bijbehorende hoeveelheden brandstof en de emissiegegevens;

c)

de consistentie tussen de geaggregeerde hoeveelheden uitgeslagen brandstoffen en de gegevens over de voor de gereglementeerde entiteit aangekochte of anderszins geleverde brandstof;

d)

de consistentie tussen de geaggregeerde ingediende gegevens uit een verslag van de gereglementeerde entiteit en de primaire brongegevens;

e)

de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de gegevens.

Artikel 43 terdecies

Verificatie van de correcte toepassing van de monitoringmethodiek

1.   De verificateur controleert de correcte toepassing en uitvoering van de door de bevoegde autoriteit in het monitoringplan goedgekeurde monitoringmethodiek, met inbegrip van de bijzonderheden van die monitoringmethodiek.

2.   Met het oog op de verificatie van het emissieverslag van de gereglementeerde entiteit controleert de verificateur de correcte toepassing en uitvoering van het in de artikelen 33 en 75 duodecies van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 bedoelde bemonsteringsplan zoals goedgekeurd door de bevoegde autoriteit;

3.   Wanneer Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 voorschrijft dat de gereglementeerde entiteit moet aantonen dat de onzekerheidsdrempels voor activiteitsgegevens en berekeningsfactoren zijn nageleefd, bevestigt de verificateur de geldigheid van de informatie die is gebruikt om de in het goedgekeurde monitoringplan vastgestelde onzekerheidsniveaus te berekenen.

4.   Bij de controle van de in lid 1 van dit artikel bedoelde monitoringmethode controleert de verificateur de correcte toepassing en uitvoering van de methode om de bereikfactor te bepalen, zoals vastgesteld in het door de bevoegde autoriteit overeenkomstig hoofdstuk VII bis van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 goedgekeurde monitoringplan.

5.   De verificateur controleert het bewijsmateriaal van de gereglementeerde entiteit waaruit blijkt of de brandstof tot verbruik is uitgeslagen in sectoren die onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallen.

6.   Om te beoordelen of de tot verbruik uitgeslagen brandstoffen in sectoren die onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallen, in hetzelfde verslagjaar worden gebruikt en overeenkomstig artikel 75 tervicies, lid 4, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 in mindering kunnen worden gebracht, controleert de verificateur of de in artikel 43 sexies, lid 1, punt g), van deze verordening bedoelde informatie consistent is met de in bijlage X ter bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 bedoelde informatie in het verslag van de gereglementeerde entiteit.

Artikel 43 quaterdecies

Verificatie van op ontbrekende gegevens toegepaste methoden

1.   Wanneer in het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan bedoelde methoden zijn gebruikt om ontbrekende gegevens aan te vullen overeenkomstig artikelen 66 en 75 sexdecies van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, controleert de verificateur of de gebruikte methoden geschikt waren voor de specifieke situatie en of ze correct zijn toegepast.

Indien de gereglementeerde autoriteit goedkeuring heeft gekregen van de bevoegde autoriteit om in overeenstemming met de artikelen 66 en 75 sexdecies van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 andere methoden te gebruiken dan die bedoeld in de eerste alinea van dit lid, controleert de verificateur of de goedgekeurde aanpak correct wordt toegepast en passend wordt gedocumenteerd.

Indien een gereglementeerde autoriteit een dergelijke goedkeuring niet tijdig kan verkrijgen, controleert de verificateur of de door de gereglementeerde autoriteit gevolgde aanpak om de ontbrekende gegevens aan te vullen, waarborgt dat de emissies niet worden ondergewaardeerd en dat deze aanpak niet tot materiële onjuistheden leidt.

2.   De verificateur controleert of de door de gereglementeerde entiteit toegepaste controleactiviteiten om de in de artikelen 66 en 75 sexdecies van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 bedoelde ontbrekende gegevens te voorkomen, effectief zijn.

Artikel 43 quindecies

Bemonstering

1.   Bij de controle van de conformiteit van de in artikel 43 decies, punten b) en c), bedoelde controleactiviteiten en procedures of bij de in de artikelen 43 undecies en 43 duodecies bedoelde controles kan de verificateur de specifieke bemonsteringsmethoden van een gereglementeerde autoriteit gebruiken op voorwaarde dat bemonstering gerechtvaardigd is op basis van de risicoanalyse.

2.   Wanneer de verificateur tijdens de bemonstering een non-conformiteit of onjuistheid vaststelt, verzoekt hij de gereglementeerde autoriteit de belangrijkste oorzaken van die non-conformiteit of onjuistheid te verklaren, zodat hij het effect van de non-conformiteit of onjuistheid op de ingediende gegevens kan beoordelen. Op basis van het resultaat van die beoordeling bepaalt de verificateur of aanvullende verificatieactiviteiten nodig zijn, of de monstergrootte naar boven moet worden bijgesteld en welk deel van de gegevensgroep door de gereglementeerde autoriteit moet worden gecorrigeerd.

3.   De verificateur noteert het resultaat van de in de artikelen 43 decies tot en met 43 terdecies bedoelde controles, met inbegrip van de bijzonderheden van aanvullende monsters, in de interne verificatiedocumentatie.

Artikel 43 sexdecies

Onjuistheden, non-conformiteiten en niet-naleving aanpakken

1.   Wanneer de verificateur tijdens de verificatie onjuistheden, non-conformiteiten of niet-naleving van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 heeft vastgesteld, stelt hij de gereglementeerde autoriteit daar tijdig van in kennis en vraagt hij de nodige correcties. De gereglementeerde entiteit corrigeert alle meegedeelde onjuistheden of non-conformiteiten.

Wanneer wordt vastgesteld dat Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 niet is nageleefd, brengt de gereglementeerde autoriteit de bevoegde autoriteit op de hoogte en corrigeert hij de niet-naleving onverwijld.

2.   De verificateur documenteert alle onjuistheden, non-conformiteiten en gevallen van niet-naleving van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 die tijdens de verificatie door de gereglementeerde entiteit zijn gecorrigeerd, en duidt deze in de interne verificatiedocumentatie aan als opgelost.

3.   Indien de gereglementeerde entiteit de onjuistheden of non-conformiteiten die de verificateur aan hem heeft meegedeeld, niet corrigeert overeenkomstig lid 1 voordat de verificateur het verificatierapport uitbrengt, verzoekt de verificateur de gereglementeerde entiteit de belangrijkste oorzaken van die non-conformiteit of onjuistheid te verklaren, zodat hij het effect van de non-conformiteiten of onjuistheden op de ingediende gegevens kan beoordelen.

De verificateur bepaalt of de niet-gecorrigeerde onjuistheden, die afzonderlijk of in combinatie met andere onjuistheden voorkomen, een materieel effect hebben op het geheel van ingediende emissiegegevens. Bij de beoordeling van de materialiteit van onjuistheden houdt de verificateur niet alleen rekening met de omvang en aard van de onjuistheden, maar ook met de bijzondere omstandigheden waarin ze voorkomen.

De verificateur beoordeelt of de niet-gecorrigeerde non-conformiteit, die afzonderlijk of in combinatie met andere non-conformiteiten voorkomt, effect heeft op de ingediende gegevens en of dat tot materiële onjuistheden leidt.

Wanneer de gereglementeerde entiteit de niet-naleving van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 niet overeenkomstig lid 1 corrigeert voordat de verificateur het verificatierapport uitbrengt, beoordeelt de verificateur of de niet-gecorrigeerde niet-naleving effect heeft op de ingediende gegevens en of dat tot materiële onjuistheden leidt.

Wanneer de omvang en de aard van de onjuistheden en de bijzondere omstandigheden waarin ze voorkomen zulks rechtvaardigen, kan de verificateur onjuistheden als materieel beschouwen, zelfs als die onjuistheden, die afzonderlijk of in combinatie met andere onjuistheden voorkomen, onder het in artikel 43 septdecies vastgestelde materialiteitsniveau vallen.

Artikel 43 septdecies

Materialiteitsniveau

1.   Voor gereglementeerde entiteiten met jaarlijkse emissies in verband met tot verbruik uitgeslagen brandstoffen van maximaal 500 000 ton CO2e bedraagt het materialiteitsniveau voor de verificatie van verslagen van de gereglementeerde entiteit 5 % van de totale gerapporteerde emissies in de aan verificatie onderworpen verslagperiode.

2.   Voor gereglementeerde entiteiten met jaarlijkse emissies in verband met tot verbruik uitgeslagen brandstoffen van meer dan 500 000 ton CO2e bedraagt het materialiteitsniveau voor de verificatie van verslagen van de gereglementeerde entiteit 2 % van de totale gerapporteerde emissies in de aan verificatie onderworpen verslagperiode.

Artikel 43 octodecies

Conclusies over de verificatie, onafhankelijke beoordeling en registratie

1.   Bij het afronden van de verificatie en het onderzoeken van de tijdens de verificatie verkregen informatie doet de verificateur het volgende:

a)

hij controleert de definitieve gegevens van de gereglementeerde entiteit, met inbegrip van de gegevens die zijn aangepast op basis van de tijdens de verificatie verkregen informatie;

b)

hij bestudeert de redenen van de gereglementeerde entiteit voor verschillen tussen de definitieve en eerder ingediende gegevens;

c)

hij bestudeert het resultaat van de beoordeling om te bepalen of het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan, met inbegrip van de in dat plan beschreven procedures, correct is toegepast;

d)

hij beoordeelt of het verificatierisico zich op een aanvaardbaar laag niveau bevindt om een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen;

e)

hij ziet erop toe dat er voldoende bewijsmateriaal is verzameld zodat hij in het verificatieadvies met een redelijke mate van zekerheid kan aangeven dat het verslag geen materiële fouten bevat;

f)

hij ziet erop toe dat het verificatieproces volledig in de interne verificatiedocumentatie wordt genoteerd en dat in het verificatierapport een definitief oordeel kan worden gegeven.

2.   De verificateur voert een onafhankelijke beoordeling uit overeenkomstig artikel 25.

3.   De verificateur stelt interne verificatiedocumentatie op en brengt alle documenten samen, waaronder ten minste:

a)

de resultaten van de uitgevoerde verificatieactiviteiten;

b)

de strategische analyse, de risicoanalyse en het verificatieplan;

c)

voldoende informatie ter staving van het verificatieadvies, waaronder motiveringen voor beoordelingen over de vraag of de vastgestelde onjuistheden een materieel effect op de meegedeelde emissiegegevens hebben.

Artikel 26, leden 2 en 3, zijn van toepassing met het oog op de verificatie van de verslagen van de gereglementeerde entiteit.

Artikel 43 novodecies

Verificatierapport

1.   Op basis van de tijdens de verificatie verzamelde informatie bezorgt de verificateur een verificatierapport aan de gereglementeerde entiteit voor elk emissieverslag dat aan verificatie werd onderworpen. In het verificatierapport wordt vermeld of:

a)

het verslag als bevredigend is geverifieerd;

b)

het verslag van de gereglementeerde entiteit materiële onjuistheden bevat die niet zijn gecorrigeerd voordat het verificatierapport werd uitgebracht;

c)

het toepassingsgebied van de verificatie is te beperkt krachtens artikel 43 vicies en de verificateur kon niet voldoende bewijsmateriaal verwerven om een verificatieadvies met een redelijke mate van zekerheid uit te brengen dat het verslag geen materiële onjuistheden bevat;

d)

non-conformiteiten, die afzonderlijk of in combinatie met andere non-conformiteiten voorkomen, verschaffen onvoldoende duidelijkheid en verhinderen de verificateur om met een redelijke mate van zekerheid te stellen dat het verslag van de gereglementeerde entiteit geen materiële onjuistheden bevat;

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt a), kan het verslag van de gereglementeerde entiteit enkel als bevredigend worden geverifieerd wanneer het verslag van de gereglementeerde entiteit geen materiële onjuistheden bevat.

2.   De gereglementeerde entiteit bezorgt het verificatierapport samen met het desbetreffende verslag van de gereglementeerde entiteit aan de bevoegde autoriteit.

3.   Het verificatierapport bevat ten minste de volgende elementen:

a)

de naam van de gereglementeerde entiteit;

b)

de doelstellingen van de verificatie;

c)

het toepassingsgebied van de verificatie;

d)

een verwijzing naar het geverifieerde verslag van de gereglementeerde entiteit;

e)

de criteria die zijn gebruikt om het verslag van de gereglementeerde entiteit te verifiëren, met inbegrip van de vergunning en de verschillende versies van het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan, alsook de geldigheidsperiode van elk plan;

f)

geaggregeerde emissies in verband met de tot verbruik uitgeslagen brandstof per activiteit als bedoeld in bijlage III bij Richtlijn 2003/87/EG en per gereglementeerde entiteit;

g)

de verslagperiode waarop de verificatie betrekking heeft;

h)

de verantwoordelijkheden van de gereglementeerde entiteit, de bevoegde autoriteit en de verificateur;

i)

het verificatieadvies;

j)

een beschrijving van alle vastgestelde onjuistheden en non-conformiteiten die niet werden gecorrigeerd voordat het verificatierapport werd uitgegeven;

k)

de data waarop bezoeken ter plaatse zijn uitgevoerd en door wie ze zijn uitgevoerd, met inbegrip van de data van virtuele bezoeken ter plaatse;

l)

of er van bezoeken ter plaatse is afgezien, en de redenen daarvoor;

m)

informatie over de vraag of een virtueel locatiebezoek is uitgevoerd, de redenen voor het uitvoeren van virtuele locatiebezoeken en de datum van goedkeuring door de bevoegde autoriteit;

n)

bevestiging dat de verificateur de controles overeenkomstig artikel 43 terdecies, lid 6, van deze verordening heeft uitgevoerd en dat de in artikel 43 sexies, lid 1, punt g), van deze verordening bedoelde informatie consistent is met de in bijlage X ter bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 bedoelde informatie in het verslag van de gereglementeerde entiteit;

o)

alle gevallen van niet-naleving van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 die tijdens de verificatie zijn vastgesteld;

p)

indien niet tijdig goedkeuring van de bevoegde autoriteit kan worden verkregen voor de methode die is gebruikt om ontbrekende gegevens aan te vullen overeenkomstig artikel 43 quaterdecies, lid 1, derde alinea, van deze verordening, een bevestiging dat de gebruikte methode conservatief is en al dan niet tot materiële onjuistheden leidt;

q)

aanbevelingen voor verbetering, indien van toepassing;

r)

de naam van de EU-ETS-hoofdauditor, de onafhankelijke beoordelaar en, indien van toepassing, de EU ETS-auditor en technisch deskundige die bij de verificatie van het verslag van de gereglementeerde entiteit betrokken waren;

s)

de datum en handtekening van een gevolmachtigde namens de verificateur, alsook zijn naam.

4.   De verificateur beschrijft de onjuistheden, non-conformiteiten en niet-naleving van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 in het verificatierapport in voldoende detail zodat de gereglementeerde entiteit en de bevoegde autoriteit op de hoogte zijn van de volgende zaken:

a)

de omvang en aard van de onjuistheid, non-conformiteit of niet-naleving van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066;

b)

de reden waarom de onjuistheid al dan niet een materieel effect heeft;

c)

op welk element van het verslag van de gereglementeerde entiteit de onjuistheid betrekking heeft of op welk element van het monitoringplan de non-conformiteit betrekking heeft;

d)

op welk artikel van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 de niet-naleving betrekking heeft.

Artikel 43 vicies

Beperking van het toepassingsgebied

De verificateur kan tot de conclusie komen dat het toepassingsgebied van de in artikel 43 novodecies, lid 1, punt c), bedoelde verificatie te beperkt is in elk van de volgende situaties:

a)

er ontbreken gegevens waardoor een verificateur niet het nodige bewijsmateriaal in handen krijgt om het verificatierisico te verlagen tot het vereiste niveau om een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen;

b)

het monitoringplan is niet door de bevoegde autoriteit goedgekeurd;

c)

het monitoringplan heeft geen voldoende groot toepassingsgebied of verschaft niet voldoende duidelijkheid om de verificatie af te ronden;

d)

de gereglementeerde entiteit is er niet in geslaagd voldoende informatie ter beschikking te stellen zodat de verificateur de verificatie kan uitvoeren;

Artikel 43 unvicies

Onopgeloste niet-materiële non-conformiteiten aanpakken

1.   De verificateur beoordeelt of de gereglementeerde entiteit de in het verificatierapport vermelde non-conformiteiten met betrekking tot de vorige monitoringperiode waar nodig heeft gecorrigeerd overeenkomstig de in artikel 75 duodecies, lid 4, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 bedoelde eisen voor de gereglementeerde entiteit;

Indien de gereglementeerde entiteit die non-conformiteiten niet overeenkomstig artikel 75 duodecies, lid 4, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 heeft gecorrigeerd, overweegt de verificateur of de omissie het risico op onjuistheden verhoogt of kan verhogen.

De verificateur vermeldt in het verificatierapport of die non-conformiteiten door de gereglementeerde entiteit zijn opgelost.

2.   De verificateur noteert in de interne verificatiedocumentatie bijzonderheden over het tijdstip en de manier waarop non-conformiteiten tijdens de verificatie door de gereglementeerde entiteit zijn opgelost.

Artikel 43 duovicies

Verbetering van het monitoring- en rapportageproces

1.   Wanneer de verificateur vaststelt dat de in dit lid, punten a) tot en met d), bedoelde prestaties van de gereglementeerde entiteit kunnen worden verbeterd, neemt hij in het verificatierapport aanbevelingen voor verbetering op met betrekking tot de prestaties van de gereglementeerde entiteit op het vlak van:

a)

de risicobeoordeling van de gereglementeerde entiteit;

b)

de ontwikkeling, documentatie, uitvoering en handhaving van dataflowactiviteiten en controleactiviteiten, alsook de evaluatie van het controlesysteem;

c)

de ontwikkeling, documentatie, uitvoering en handhaving van procedures voor dataflowactiviteiten en controleactiviteiten, alsook andere procedures die een gereglementeerde entiteit krachtens Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 moet vaststellen;

d)

de monitoring en rapportage van emissies, ook om hogere niveaus te bereiken, de risico’s te beperken en de efficiëntie van de monitoring en rapportage te verbeteren.

2.   Tijdens de verificatie in een jaar nadat in een verificatieverslag aanbevelingen voor verbetering zijn gedaan, controleert de verificateur of en hoe de gereglementeerde entiteit die aanbevelingen voor verbetering heeft uitgevoerd.

Wanneer de gereglementeerde entiteit deze aanbevelingen niet of niet correct heeft uitgevoerd, beoordeelt de verificateur het effect dat dit heeft gehad op het risico op onjuistheden en non-conformiteiten.

Artikel 43 tervicies

Bezoeken ter plaatse en vereenvoudigde verificatie

1.   Op een of meer gepaste momenten tijdens het verificatieproces brengt de verificateur een bezoek ter plaatse om de werking van meettoestellen en monitoringsystemen te beoordelen, gesprekken te voeren en de in dit hoofdstuk vereiste activiteiten uit te voeren, alsook om voldoende informatie en bewijsmateriaal te verzamelen zodat hij kan concluderen dat het verslag van de gereglementeerde entiteit geen materiële onjuistheden bevat.

Bij het uitvoeren van bezoeken ter plaatse overeenkomstig de eerste alinea beoordeelt de verificateur ook de volledigheid van de vrijgekomen stromen uitgeslagen brandstof en de hoeveelheden uitgeslagen brandstof.

2.   De gereglementeerde entiteit biedt de verificateur toegang tot zijn locaties.

3.   Met het oog op de verificatie van het emissieverslag van de gereglementeerde entiteit beslist de verificateur op basis van de risicoanalyse of aanvullende locaties moeten worden bezocht, met inbegrip van relevante delen van de dataflowactiviteiten en controleactiviteiten die op andere locaties worden uitgevoerd, zoals in het hoofdkantoor van de onderneming of in kantoren buiten het bedrijfsterrein.

4.   In afwijking van lid 1 kan de verificateur besluiten de bezoeken ter plaatse aan gereglementeerde entiteiten uit te voeren. Dat besluit is gebaseerd op de volgende criteria:

a)

de uitkomst van de risicoanalyse;

b)

de bevestiging dat alle relevante gegevens voor de verificateur op afstand toegankelijk zijn;

c)

de bevestiging dat aan de relevante voorwaarden voor het niet uitvoeren van de bezoeken ter plaatse overeenkomstig artikel 43 quatervicies van deze verordening is voldaan;

d)

de bevestiging dat de verplichte bezoeken ter plaatse overeenkomstig lid 7 van dit artikel niet van toepassing zijn op die gereglementeerde entiteit.

De verificateur stelt de gereglementeerde entiteit onverwijld in kennis van zijn besluit.

5.   De gereglementeerde entiteit dient bij de bevoegde autoriteit een aanvraag in om het besluit van de verificateur om het bezoek ter plaatse niet uit te voeren, goed te keuren. De aanvraag bevat ten minste de volgende informatie:

a)

de uitkomst van de risicoanalyse;

b)

het bewijs dat de relevante gegevens op afstand toegankelijk zijn;

c)

het bewijs dat aan de relevante voorwaarden voor het niet uitvoeren van de bezoeken ter plaatse overeenkomstig artikel 43 quatervicies van deze verordening is voldaan;

d)

bewijsmateriaal dat de verplichte bezoeken ter plaatse overeenkomstig lid 7 van dit artikel niet van toepassing zijn op die gereglementeerde entiteit.

De goedkeuring van de bevoegde autoriteit is niet vereist voor gereglementeerde entiteiten met lage emissies, zoals gespecificeerd in artikel 75 quindecies, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066.

6.   De bevoegde autoriteit beslist of het besluit van de verificateur om het bezoek ter plaatse niet uit te voeren, wordt goedgekeurd, waarbij rekening wordt gehouden met de in lid 5, punten a) tot en met d), bedoelde informatie.

Indien de bevoegde autoriteit de aanvraag van de gereglementeerde entiteit niet overeenkomstig lid 5 binnen twee maanden na ontvangst ervan heeft beantwoord, wordt het besluit van de verificateur geacht te zijn goedgekeurd.

7.   De verificateur legt altijd bezoeken ter plaatse af in de volgende situaties:

a)

het verslag van een gereglementeerde entiteit wordt voor de eerste keer door de verificateur geverifieerd;

b)

een verificateur heeft geen bezoek ter plaatse afgelegd in de twee verslagperioden die onmiddellijk voorafgaan aan de huidige verslagperiode;

c)

tijdens de verslagperiode zijn belangrijke wijzigingen in het monitoringplan aangebracht overeenkomstig artikel 75 ter, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066.

Artikel 43 quatervicies

Voorwaarden om van bezoeken ter plaatse af te zien

Er kan van bezoeken ter plaatse worden afgezien als aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

1)

de verificatie van het verslag van een gereglementeerde entiteit heeft betrekking op een installatie van categorie A, zoals gespecificeerd in artikel 75 sexies, lid 2, punt a), van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066, waarbij:

a)

de door de gereglementeerde entiteit tot verbruik uitgeslagen brandstofstromen zijn commercieel verhandelbare standaardbrandstoffen;

b)

voor de berekeningsfactoren standaardwaarden worden toegepast;

c)

een bereikfactor van 1 is overeenkomstig artikel 75 terdecies, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van toepassing op elke brandstofstroom.

2.

de verificatie van het verslag van een gereglementeerde entiteit heeft betrekking op een gereglementeerde entiteit met lage emissies, zoals gedefinieerd in artikel 75 quindecies, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066;

3.

de verificatie van het verslag van een gereglementeerde entiteit heeft betrekking op een installatie van categorie A zoals gespecificeerd in artikel 75 sexies, lid 2, punt a), van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 of op een entiteit van categorie B zoals gespecificeerd in artikel 75 sexies, lid 2, punt b), van die uitvoeringsverordening, waarbij:

a)

de betrokken gereglementeerde entiteit overeenkomt met een entiteit met rapportageverplichtingen uit hoofde van nationale wetgeving tot omzetting van de Richtlijnen 2003/96/EG (*3) en (EU) 2020/262 (*4) van de Raad, op basis van de meetmethoden die voor de toepassing van die handelingen worden gebruikt, indien die methoden gebaseerd zijn op nationale metrologische controle;

b)

de betrokken brandstofstromen overeenkomen met energieproducten die onderworpen zijn aan nationale wetgeving tot omzetting van de Richtlijnen 2003/96/EG en (EU) 2020/262, op basis van de meetmethoden die voor de toepassing van die handelingen worden gebruikt, indien die methoden gebaseerd zijn op nationale metrologische controle;

c)

voor de berekeningsfactoren standaardwaarden worden toegepast;

d)

voor elke brandstofstroom geldt een bereikfactor 1 overeenkomstig artikel 75 terdecies, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066.

Artikel 43 quinvicies

Vereenvoudigd verificatieplan en virtuele locatiebezoeken

De artikelen 34 en 34 bis zijn van toepassing op de verificatie van de emissies van de gereglementeerde entiteit die onder hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87/EG vallen. Daartoe geldt elke verwijzing naar exploitanten, installaties en vliegtuigexploitanten als een verwijzing naar de gereglementeerde entiteit.

Artikel 43 sexvicies

Toepassingsgebied van de accreditatie

De verificateur geeft alleen een verificatierapport af aan een gereglementeerde entiteit die een activiteit uitvoert die onder activiteitengroep nr. 1c van bijlage I bij deze verordening valt en waarvoor de verificateur een accreditatie heeft gekregen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008 en deze verordening.

Artikel 43 septvicies

Procedures en documentatie van de verificateur

1.   Door een verificateur worden een of meer procedures voor verificatieactiviteiten zoals bepaald in hoofdstuk III bis en de door bijlage II bij deze verordening vereiste procedures en processen vastgesteld, gedocumenteerd, uitgevoerd en in stand gehouden. Wanneer hij deze procedures en processen vaststelt en uitvoert, verricht de verificateur de in bijlage II bij deze verordening genoemde activiteiten overeenkomstig de in die bijlage bedoelde geharmoniseerde norm.

2.   De artikelen 41, lid 2, en 42, lid 1, van deze verordening zijn van toepassing op de verificatie van de emissies van de gereglementeerde entiteit die onder hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87/EG vallen.

3.   Een verificateur stelt op gezette tijden informatie beschikbaar aan de gereglementeerde entiteit en andere betrokken partijen overeenkomstig de in bijlage II bij deze verordening bedoelde geharmoniseerde norm.

Artikel 43 octovicies

Onpartijdigheid en onafhankelijkheid

1.   Een verificateur is onafhankelijk van de gereglementeerde entiteit en voert de verificatieactiviteiten onpartijdig uit.

Om de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid te waarborgen is de verificateur of enig deel van dezelfde rechtspersoonlijkheid geen gereglementeerde entiteit, geen eigenaar van een gereglementeerde entiteit of geen eigendom van een gereglementeerde entiteit, noch onderhoudt de verificateur betrekkingen met de gereglementeerde entiteit die zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid kunnen beïnvloeden. De verificateur is ook onafhankelijk van instanties die in emissierechten handelen in het kader van het bij artikel 19 van Richtlijn 2003/87/EG ingestelde systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten.

2.   Een verificateur is zo georganiseerd dat zijn objectiviteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid zijn gewaarborgd. Voor de toepassing van deze verordening zijn de relevante eisen voor de structuur en organisatie van de verificateur zoals vastgesteld in de in bijlage II bedoelde geharmoniseerde norm van toepassing.

3.   Een verificateur voert geen verificatieactiviteiten uit voor een gereglementeerde entiteit als dat een onaanvaardbaar risico voor zijn onpartijdigheid meebrengt of een belangenconflict voor hem veroorzaakt. De verificateur maakt bij de verificatie van het verslag van een gereglementeerde entiteit geen gebruik van medewerkers of contractuele werknemers als dat een belangenconflict veroorzaakt of kan veroorzaken. De verificateur waarborgt ook dat de activiteiten van medewerkers of organisaties de vertrouwelijkheid, objectiviteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de verificatie niet beïnvloeden. Daartoe bewaakt de verificateur de risico’s voor de onpartijdigheid en neemt hij passende maatregelen om die risico’s aan te pakken.

Met name in elk van de volgende gevallen wordt een in de eerste zin van de eerste alinea bedoeld onaanvaardbaar risico voor de onpartijdigheid of belangenconflict verondersteld te zijn ontstaan:

a)

wanneer een verificateur of enig deel van dezelfde rechtspersoonlijkheid adviesdiensten verleent om een deel van het monitoring- en rapportageproces te ontwikkelen dat in het door de bevoegde autoriteit goedgekeurde monitoringplan is beschreven, waaronder de ontwikkeling van de monitoringmethodiek, het ontwerp van het verslag van de gereglementeerde entiteit en het ontwerp van het monitoringplan;

b)

wanneer een verificateur of enig deel van dezelfde rechtspersoonlijkheid technische bijstand verleent om het systeem te ontwikkelen of te handhaven dat is uitgevoerd om de emissies te monitoren of rapporteren.

4.   Met name in elk van de volgende gevallen wordt verondersteld dat voor een verificateur een belangenconflict is ontstaan in de betrekking tussen hem en de gereglementeerde entiteit:

a)

wanneer de betrekkingen tussen de verificateur en de gereglementeerde entiteit gebaseerd zijn op gemeenschappelijk eigendom, gemeenschappelijk bestuur, gemeenschappelijk personeelsbeheer, gedeelde middelen, gemeenschappelijke financiën en gemeenschappelijke contracten of gemeenschappelijke marketing;

b)

wanneer de gereglementeerde entiteit in lid 3, punt a), bedoelde adviesdiensten of in dat lid, punt b), bedoelde technische bijstand heeft gekregen van een adviesbureau, een instantie voor technische bijstand of andere organisatie die betrekkingen onderhoudt met de verificateur en de onpartijdigheid van de verificateur bedreigt.

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt b), wordt de onpartijdigheid van de verificateur verondersteld te zijn gecompromitteerd wanneer de betrekkingen tussen de verificateur en het adviesbureau, de instantie voor technische bijstand of de andere organisatie gebaseerd zijn op gemeenschappelijk eigendom, gemeenschappelijk bestuur, gemeenschappelijk personeelsbeheer, gedeelde middelen, gemeenschappelijke financiën, gemeenschappelijke contracten of gemeenschappelijke marketing, en gemeenschappelijke betaling van commissies of andere stimulansen voor de verwijzing van nieuwe klanten.

5.   Een verificateur besteedt de sluiting van de overeenkomst tussen de gereglementeerde entiteit en de verificateur, de onafhankelijke beoordeling of de uitgifte van het verificatierapport niet uit. Voor de toepassing van deze verordening voldoet de verificateur aan de relevante eisen zoals vastgesteld in de in bijlage II bedoelde geharmoniseerde norm wanneer andere verificatieactiviteiten worden uitbesteed.

Personen contracteren om verificatieactiviteiten uit te voeren, vormt echter geen uitbesteding in de zin van de eerste alinea wanneer de verificateur, bij het contracteren van deze personen, de volledige verantwoordelijkheid op zich neemt voor de door het gecontracteerde personeel uitgevoerde verificatieactiviteiten. Wanneer de verificateur personen contracteert om verificatieactiviteiten uit te voeren, moeten die personen een schriftelijke overeenkomst ondertekenen dat zij de procedures van de verificateur naleven en dat er bij het uitvoeren van deze verificatieactiviteiten geen sprake is van een belangenconflict.

6.   Een verificateur ontwikkelt en documenteert een proces, voert dit uit en houdt het in stand om de continue onpartijdigheid en onafhankelijkheid te waarborgen van de verificateur, delen van dezelfde rechtspersoonlijkheid als de verificateur, andere in lid 4 bedoelde organisaties, en personeel en contractuele werknemers die bij de verificatie betrokken zijn. Dat proces omvat een mechanisme om de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de verificateur te waarborgen en voldoet aan de relevante eisen die zijn vastgesteld in de in bijlage II bedoelde geharmoniseerde norm.

6   bis. Wanneer een verificateur dezelfde gereglementeerde entiteit als in het voorgaande jaar verifieert, houdt hij rekening met het risico voor de onpartijdigheid en neemt maatregelen om het risico voor de onpartijdigheid te beperken.

7.   Als de EU-ETS-hoofdauditor gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren jaarlijkse verificaties voor een gereglementeerde entiteit heeft verricht van emissies die onder hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87/EG vallen, verleent hij/zij met ingang van 2026 gedurende drie opeenvolgende jaren geen verificatiediensten aan diezelfde gereglementeerde entiteit.”.

(*3)  Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PB L 283 van 31.10.2003, blz. 51, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2003/96/oj)."

(*4)  Richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad van 19 december 2019 houdende een algemene regeling inzake accijns (PB L 58 van 27.2.2020, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2020/262/oj)."

30)

In artikel 44 wordt de eerste alinea vervangen door:

“Een verificateur die aan een exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit een verificatierapport afgeeft, wordt geaccrediteerd voor het in bijlage I bedoelde toepassingsgebied van activiteiten waarvoor de verificateur de verificatie van een verslag van een exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit uitvoert.”.

31)

Artikel 45 wordt vervangen door:

“Artikel 45

Doelstellingen van accreditatie

Tijdens het accreditatieproces en de monitoring van geaccrediteerde verificateurs beoordeelt elke nationale accreditatie-instantie of de verificateur en zijn personeel die verificatieactiviteiten uitvoeren:

a)

beschikken over de competentie om de verificatie van verslagen van een exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit uit te voeren overeenkomstig deze verordening;

b)

de verificatie van verslagen van een exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit uitvoeren overeenkomstig deze verordening;

c)

voldoen aan de vereisten van hoofdstuk III en, voor de verificatie van het verslag van de gereglementeerde entiteit, aan de artikelen 43 sexvicies tot en met 43 octovicies.”.

32)

In artikel 48, lid 1, wordt punt c) vervangen door:

“c)

observatie van een representatief gedeelte van het aangevraagde toepassingsgebied voor accreditatie en van de prestaties en competentie van een representatief aantal medewerkers van de aanvrager die betrokken zijn bij de verificatie van het verslag van een exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit om erop toe te zien dat de medewerkers overeenkomstig deze verordening te werk gaan.”.

33)

In artikel 56 wordt de eerste alinea vervangen door:

“Wanneer een lidstaat meent dat de oprichting van een nationale accreditatie-instantie of de beschikbaarstelling van bepaalde accreditatieactiviteiten in de zin van artikel 15 of artikel 30 septies van Richtlijn 2003/87/EG economisch niet zinvol of houdbaar is, kan deze lidstaat een beroep doen op een nationale accreditatie-instantie van een andere lidstaat.”.

34)

In artikel 58, lid 2, wordt de tweede alinea vervangen door:

„Het beoordelingsteam omvat ten minste één persoon met kennis van de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen krachtens Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 die relevant zijn voor het toepassingsgebied van de accreditatie, en met de competentie en het inzicht die nodig zijn om de verificatieactiviteiten binnen de installatie, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit voor dat toepassingsgebied te beoordelen, en ten minste één persoon met kennis van desbetreffende nationale wetgeving en richtsnoeren”.

35)

In artikel 62 wordt de inleidende zin vervangen door:

“Wanneer de nationale accreditatie-instantie een klacht betreffende de verificateur van de bevoegde autoriteit, de exploitant, de vliegtuigexploitant, de gereglementeerde entiteit of andere belanghebbenden heeft ontvangen, doet de nationale accreditatie-instantie met inachtneming van een redelijke termijn, doch niet later dan drie maanden na de datum van ontvangst van de klacht, het volgende:”.

36)

Artikel 69 wordt vervangen door:

“Artikel 69

Elektronische gegevensuitwisseling en gebruik van geautomatiseerde systemen

1.   De lidstaten kunnen eisen dat verificateurs gebruikmaken van elektronische modellen of bepaalde bestandsformaten voor verificatierapporten overeenkomstig artikel 74, lid 1, of artikel 75 duovicies van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 of artikel 13 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331.

2.   Gestandaardiseerde elektronische modellen of bestandsformaatspecificaties kunnen ter beschikking worden gesteld voor andere soorten communicatie tussen de exploitant, vliegtuigexploitant, gereglementeerde entiteit, verificateur, bevoegde autoriteit en nationale accreditatie-instantie overeenkomstig artikel 74, lid 2, of artikel 75 duovicies van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066.”

.

37)

In artikel 71, lid 1, wordt punt a) vervangen door:

“a)

de verwachte tijd en plaats van de verificatie, met inbegrip van informatie over de vraag of een fysiek bezoek ter plaatse of een virtueel locatiebezoek zal worden uitgevoerd;”.

38)

In artikel 73, lid 1, worden de punten a) en b) vervangen door:

“a)

relevante resultaten van de controle van het verslag van een exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit en van de bijbehorende verificatierapporten, in het bijzonder eventuele vaststellingen dat die verificateur deze verordening niet heeft nageleefd;

b)

resultaten van de inspectie van de exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit wanneer die resultaten relevant zijn voor de nationale accreditatie-instantie betreffende de accreditatie en het toezicht op de verificateur of wanneer die resultaten een vaststelling bevatten dat die verificateur deze verordening niet heeft nageleefd;”.

39)

In artikel 76 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   De nationale accreditatie-instanties, of indien van toepassing, de in artikel 55, lid 2, bedoelde nationale autoriteiten stellen een databank op, beheren deze en maken deze toegankelijk voor andere nationale accreditatie-instanties, nationale autoriteiten, verificateurs, exploitanten, vliegtuigexploitanten, gereglementeerde entiteiten en bevoegde autoriteiten.

De overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 765/2008 erkende instantie vergemakkelijkt en harmoniseert de toegang tot de databanken om een efficiënte en kosteneffectieve communicatie tussen nationale accreditatie-instanties, nationale autoriteiten, verificateurs, exploitanten, vliegtuigexploitanten, gereglementeerde entiteiten en bevoegde autoriteiten mogelijk te maken, en kan die databanken samenvoegen tot één gecentraliseerde databank.”

.

40)

Artikel 77, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

a)

de punten a) en b) worden vervangen door:

“a)

de geplande tijd en plaats van de door de verificateur uit te voeren verificaties, met inbegrip van informatie over de vraag of een fysiek bezoek ter plaatse of een virtueel locatiebezoek zal worden uitgevoerd;

b)

de adres- en contactgegevens van de exploitanten of vliegtuigexploitanten wier emissieverslag, verslag met referentiegegevens, gegevensverslag over een nieuwkomer of jaarverslag over het activiteitsniveau aan zijn verificatie is onderworpen;”;

b)

het volgende punt b bis) wordt ingevoegd:

“b

bis) de adres- en contactgegevens van de gereglementeerde entiteiten wier emissieverslag aan verificatie is onderworpen.”;

c)

punt c) wordt vervangen door:

“c)

de namen van de leden van het verificatieteam en het toepassingsgebied van de accreditatie waaronder de activiteit van de exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit valt.”.

41)

De bijlagen I en II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 1, punt 4, punt 7, a), i), punt 12, d), punt 13, d), punt 18, b), punt 18, c), vii), de punten 26 tot en met 29, punt 38, en punt 40, b) en c), en punt 2, a), van de bijlage zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2025.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 mei 2024.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2003/87/oj .

(2)  Richtlijn (EU) 2023/959 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en Besluit (EU) 2015/1814 betreffende de instelling en de werking van een marktstabiliteitsreserve voor de EU-regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten (PB L 130 van 16.5.2023, blz. 134, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2023/959/oj).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de verificatie van gegevens en de accreditatie van verificateurs krachtens Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 334 van 31.12.2018, blz. 94, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2018/2067/oj).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 van de Commissie van 19 december 2018 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 59 van 27.2.2019, blz. 8, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/331/oj).

(5)  Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2012/27/oj).

(6)  Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (herschikking) (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 82, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2018/2001/oj).

(7)  Richtlijn (EU) 2023/958 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG wat betreft de bijdrage van de luchtvaart aan de emissiereductiedoelstelling van de Unie voor de hele economie en de passende toepassing van een wereldwijde marktgebaseerde maatregel (PB L 130 van 16.5.2023, blz. 115, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2023/958/oj).

(8)  Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie (PB L 334 van 31.12.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2018/2066/oj).


BIJLAGE

De bijlagen I en II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 worden als volgt gewijzigd:

1)

Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

a)

de inleidende zin bij de tabel wordt vervangen door:

“Het toepassingsgebied van de accreditatie van verificateurs wordt vermeld in het accreditatiecertificaat aan de hand van de volgende activiteitengroepen overeenkomstig bijlage I bij en hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87/EG en andere activiteiten overeenkomstig artikel 10 bis en artikel 24 van Richtlijn 2003/87/EG. Deze bepalingen zijn eveneens van toepassing op verificateurs die zijn gecertificeerd door een nationale autoriteit overeenkomstig artikel 55, lid 2, van deze verordening.”;

b)

de tabel wordt als volgt gewijzigd:

i)

de volgende rij 1c wordt ingevoegd:

“1c

Verificatie van emissies die onder hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87/EG vallen”;

ii)

de derde rij wordt vervangen door:

“2

Raffineren van olie”;

iii)

de vierde rij wordt vervangen door:

“3

Productie van cokes

Roosten of sinteren, met inbegrip van pelletiseren, van ertsen (met inbegrip van zwavelhoudend erts)

Productie van ijzer of staal (primaire of secundaire smelting), met inbegrip van continu gieten”

iv)

de zesde rij wordt vervangen door:

“5

Productie van primair aluminium of aluminiumoxide (CO2- en PFK-emissies)”

v)

de negende rij wordt vervangen door:

“8

Productie van zwartsel

Productie van ammoniak

Productie van organische chemicaliën in bulk door middel van kraken, reforming, gedeeltelijke of volledige oxidatie of door soortgelijke processen

Productie van waterstof (H2) en synthesegas

Productie van natriumcarbonaat (Na2CO3) en natriumbicarbonaat (NaHCO3)”

vi)

de elfde rij wordt vervangen door:

“10

Afvangen van broeikasgassen van installaties die onder Richtlijn 2003/87/EG vallen met het oog op vervoer en geologische opslag op een opslaglocatie waarvoor krachtens Richtlijn 2009/31/EG een vergunning is verleend

Vervoer van broeikasgassen met het oog op geologische opslag op een opslaglocatie waarvoor een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 2009/31/EG, met uitzondering van de emissies die onder een andere in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG vermelde activiteit vallen”

vii)

de dertiende rij betreffende activiteitengroep nr. 12 wordt vervangen door:

“12

Luchtvaartactiviteiten (emissiegegevens)”.

2)

Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt a) wordt vervangen door:

“a)

een procedure en een beleid voor de communicatie met de exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeere entiteit en andere betrokken partijen;”;

b)

punt e) wordt vervangen door:

“e)

een procedure voor het uitbrengen van een herzien verificatierapport wanneer een fout werd vastgesteld in het verificatierapport of in het verslag van de exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit nadat de verificateur het verificatierapport heeft ingediend bij de exploitant, vliegtuigexploitant of gereglementeerde entiteit die het op zijn beurt moet indienen bij de bevoegde autoriteit;”.


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/1321/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)