European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/1110

23.5.2024

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2024/1110 VAN DE COMMISSIE

van 10 april 2024

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 748/2012 met betrekking tot de initiële luchtwaardigheid van aan certificering onderworpen onbemande luchtvaartuigsystemen en Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 wat de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen betreft

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad (1), en met name artikel 57 en artikel 62, lid 14, punt a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Een onbemand luchtvaartuigsysteem (UAS) omvat de bedienings- en monitoringeenheid (CMU) en de componenten daarvan, die moeten worden aangepakt door het systeem voor de analyse van veiligheidsinformatie dat door het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (“het Agentschap”) wordt toegepast, zodat de relevante autoriteit van de lidstaten en de Commissie informatie krijgen, met inbegrip van aanbevelingen of te nemen corrigerende maatregelen, om te reageren op veiligheidsproblemen en informatiebeveiligingsincidenten of kwetsbaarheden met mogelijke gevolgen voor de veiligheid van de luchtvaart.

(2)

Voor het verlenen van de vereiste exploitatievergunning overeenkomstig artikel 12 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 van de Commissie (2) moet de bevoegde autoriteit rekening houden met de vluchtvoorwaarden die zijn vastgesteld en goedgekeurd overeenkomstig Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie (3), wanneer een onbemand luchtvaartuig (UA) waarvan het ontwerp is gecertificeerd, niet voldoet aan de toepasselijke luchtwaardigheidseisen, of waarvoor niet is aangetoond dat het aan die eisen voldoet.

(3)

Om een uniforme toepassing van de luchtwaardigheidseisen voor vluchtuitvoeringen met een UAS en de naleving van deze eisen te waarborgen, moet, indien het risico van vluchtuitvoering met een UAS in de categorie “specifiek”, zoals uiteengezet in artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, alleen kan worden beperkt door gebruik te maken van een UAS waarvoor een typecertificaat of een beperkt typecertificaat voor het ontwerp is afgegeven, een bewijs van luchtwaardigheid of beperkt bewijs van luchtwaardigheid voor het UA worden vereist. Daarnaast moet ook een geluidscertificaat worden vereist in gevallen waarin het Agentschap milieubeschermingseisen heeft vastgesteld.

(4)

Met het oog op de uitwisseling van veiligheidsinformatie overeenkomstig artikel 19 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 moet de UAS-exploitant van een UA waarvan het ontwerp is gecertificeerd, aan de houder van de ontwerpgoedkeuring van het UAS of van de component verslag uitbrengen over elke veiligheidsgerelateerde gebeurtenis of toestand van het UAS of van de component die door de organisatie is geïdentificeerd overeenkomstig Verordening (EU) nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad (4).

(5)

Om bij te dragen tot de verbetering van de veiligheid moet de UAS-exploitant van een UA waarvan het ontwerp is gecertificeerd of dat een gecertificeerde UAS-component gebruikt, alle door de bevoegde autoriteit opgelegde veiligheidsmaatregelen uitvoeren of rekening houden met relevante verplichte veiligheidsinformatie van het Agentschap, met inbegrip van luchtwaardigheidsaanwijzingen overeenkomstig de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1107 van de Commissie (5) vastgestelde eisen voor de permanente luchtwaardigheid van UAS.

(6)

Verordening (EU) nr. 748/2012 en Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

Om belanghebbenden voldoende tijd te geven om ervoor te zorgen dat het nieuwe kader voor de initiële luchtwaardigheid van gecertificeerde UAS wordt nageleefd, moet deze verordening met ingang van 1 mei 2025 van toepassing zijn.

(8)

Het Agentschap heeft ontwerpuitvoeringsregels opgesteld en deze met advies nr. 03/2023 (6) ingediend overeenkomstig artikel 75, lid 2, punten b) en c), en artikel 76, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1139.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 127, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1139 opgerichte comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 748/2012

Bijlage I (deel 21) bij Verordening (EU) nr. 748/2012 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

Artikel 2

Wijzigingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 wordt als volgt gewijzigd:

1)

De titel wordt vervangen door:

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigsystemen ”.

2)

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de eerste alinea wordt geschrapt;

ii)

in de tweede alinea wordt de aanhef vervangen door:

“Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:”;

iii)

punt 1 wordt vervangen door:

“1.

“onbemand luchtvaartuigsysteem (UAS)”: een onbemand luchtvaartuig, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 30, van Verordening (EU) 2018/1139, en de bedienings- en monitoringeenheid daarvan;”;

iv)

de punten 26 en 27 worden vervangen door:

“26.

“bedienings- en monitoringeenheid (CMU)”: de apparatuur om onbemande luchtvaartuigen op afstand te bedienen en te monitoren, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 32, van Verordening (EU) 2018/1139;

27.

“C2-verbindingsdienst”: de datalink tussen het onbemande luchtvaartuig en de CMU met het oog op het beheer van de vlucht;”;

v)

het volgende punt 35 wordt toegevoegd:

“35.

“UAS-component”: een motor, propeller of onderdeel van het UA, of elk element van de bedienings- en monitoringeenheid (CMU).”.

3)

In artikel 7 wordt een nieuw lid 2 bis toegevoegd:

“2 bis.   De exploitant van een UAS dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 40, lid 1, punt d), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945, moet de volgende certificaten verkrijgen:

i)

een certificaat van luchtwaardigheid of een beperkt certificaat van luchtwaardigheid, afgegeven overeenkomstig subdeel H van bijlage I (deel 21) bij Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie (*1);

ii)

een geluidscertificaat, afgegeven overeenkomstig subdeel I van bijlage I (deel 21) bij Verordening (EU) nr. 748/2012 wanneer het UA is onderworpen aan de milieubeschermingseisen van punt 21.B.85 van Verordening (EU) nr. 748/2012.

(*1)  Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie van 3 augustus 2012 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties (PB L 224 van 21.8.2012, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/748/oj).” "

4)

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

i)

lid 2 wordt vervangen door:

“2.   De bevoegde autoriteit verleent een exploitatievergunning wanneer:

a)

in de overeenkomstig lid 1 uitgevoerde evaluatie wordt geconcludeerd dat:

i)

de operationele veiligheidsdoelstellingen rekening houden met de risico’s van de vluchtuitvoering;

ii)

de combinatie van risicobeperkende maatregelen met betrekking tot de operationele omstandigheden voor het verrichten van de vluchtuitvoering, de vaardigheden van het betrokken personeel en de technische kenmerken van het onbemande luchtvaartuig passend en voldoende robuust zijn om de vluchtuitvoering veilig te houden in het licht van de geïdentificeerde risico’s op de grond en in de lucht;

b)

UAS die zijn of zullen worden gecertificeerd overeenkomstig artikel 40, lid 1, punt d), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945, beschikken over:

i)

een geldig certificaat van luchtwaardigheid of een beperkt certificaat van luchtwaardigheid en, indien het UA onderworpen is aan de milieubeschermingseisen van punt 21.B.85 van Verordening (EU) nr. 748/2012, een geldig geluidscertificaat, of

ii)

indien het UA niet voldoet of indien niet is aangetoond dat het voldoet aan de toepasselijke luchtwaardigheidseisen, vluchtvoorwaarden die zijn goedgekeurd overeenkomstig subdeel P van bijlage I (deel 21) bij Verordening (EU) nr. 748/2012;

c)

de UAS-exploitant aan de bevoegde autoriteit een verklaring heeft verstrekt waarin hij bevestigt dat de geplande vluchtuitvoering voldoet aan alle regels van de Unie en de lidstaten die erop van toepassing zijn, met name wat betreft privacy, gegevensbescherming, aansprakelijkheid, verzekering, beveiliging en milieubescherming.”

;

ii)

aan lid 4, punt c), worden de volgende punten vii) en viii) toegevoegd:

“vii)

het certificaat van luchtwaardigheid of beperkt certificaat van luchtwaardigheid en het geluidscertificaat, indien dergelijke certificaten zijn afgegeven;

viii)

de vluchtvoorwaarden die zijn goedgekeurd overeenkomstig Verordening (EU) nr. 748/2012, indien het UAS voldoet aan de voorwaarden van artikel 40, lid 1, punt d), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945 en indien het UA niet voldoet of indien niet is aangetoond dat het voldoet aan de toepasselijke luchtwaardigheidseisen.”.

5)

Aan artikel 19 wordt het volgende lid 6 toegevoegd:

“6.   Onverminderd Verordening (EU) nr. 376/2014 rapporteert de UAS-exploitant van een onbemand luchtvaartuig waarvan het ontwerp is gecertificeerd aan de houder van de ontwerpgoedkeuring van het UAS of de UAS-component elke veiligheidsgerelateerde gebeurtenis of toestand van het UAS of de UAS-component die door de organisatie is vastgesteld. De UAS-exploitant meldt met name elk ongeval of ernstig incident met het UAS of de UAS-component dat de veiligheid van het UAS of van een natuurlijke of rechtspersoon in gevaar brengt of, indien niet naar behoren gecorrigeerd of aangepakt, in gevaar kan brengen.”

.

6)

De bijlage wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 mei 2025.

Punt 2) van bijlage I is evenwel van toepassing met ingang van 22 februari 2026.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 april 2024.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 212 van 22.8.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1139/oj.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen (PB L 152 van 11.6.2019, blz. 45, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/947/oj).

(3)  Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie van 3 augustus 2012 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties (PB L 224 van 21.8.2012, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/748/oj).

(4)  Verordening (EU) nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 inzake het melden, onderzoeken en opvolgen van voorvallen in de burgerluchtvaart en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 1321/2007 en (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie (PB L 122 van 24.4.2014, blz. 18, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/376/oj).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1107 van de Commissie van 13 maart 2024 tot aanvulling van Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad door de vaststelling van gedetailleerde regels voor de permanente luchtwaardigheid van gecertificeerde onbemande luchtvaartuigsystemen en componenten daarvan, en inzake de erkenning van organisaties en personeelsleden die bij deze taken zijn betrokken (PB L, 2024/1107, 17.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2024/1107/oj).

(6)   Opinion No 03/2023 — Introduction of a regulatory framework for the operation of drones — Enabling innovative air mobility with MVCA, the initial airworthiness of UAS subject to certification, and the continuing airworthiness of those UAS operated in the “specific” category — EASA (europa.eu)


BIJLAGE I

Bijlage I (deel 21) bij Verordening (EU) nr. 748/2012 wordt als volgt gewijzigd:

1)

21.B.20, punt b), wordt vervangen door:

“b)

Het Agentschap past een systeem toe om alle ontvangen veiligheidsrelevante informatie op adequate wijze te analyseren en de relevante autoriteiten van de lidstaten en de Commissie zonder nodeloze vertraging alle informatie, met inbegrip van aanbevelingen of te nemen corrigerende maatregelen, te verstrekken die zij nodig hebben om tijdig te reageren op een veiligheidsprobleem met producten, onderdelen, uitrustingsstukken, bedienings- en monitoringseenheden (CMU), CMU-componenten en personen of organisaties die vallen onder Verordening (EU) 2018/1139 en de gedelegeerde en uitvoeringshandelingen daarvan.”.

2)

21.B.20A (1), punt b), wordt vervangen door:

“b)

Het Agentschap voert een systeem in om alle veiligheidsrelevante informatie die is ontvangen overeenkomstig 21.B.15, punt c), op passende wijze te analyseren en verstrekt de lidstaten en de Commissie zonder onnodige vertraging alle informatie, met inbegrip van aanbevelingen of te nemen corrigerende maatregelen, die zij nodig hebben om tijdig te kunnen reageren op een informatiebeveiligingsincident of kwetsbaarheid met mogelijke gevolgen voor de luchtvaartveiligheid met betrekking tot producten, onderdelen, bedienings- en monitoringeenheden (CMU), CMU-componenten, niet-geïnstalleerde apparatuur en personen of organisaties die onder Verordening (EU) 2018/1139 en de gedelegeerde en uitvoeringshandelingen daarvan vallen.”.

3)

21.B.120, punt a), wordt vervangen door:

“a)

Bij ontvangst van een verzoek om afgifte van een akkoordverklaring om de conformiteit van de afzonderlijke producten, onderdelen, uitrustingsstukken, bedienings- en monitoringeenheden (CMU) en CMU-componenten aan te tonen, gaat de bevoegde autoriteit na of de aanvrager voldoet aan de toepasselijke eisen.”.

4)

In 21.B.125, punt d), wordt de inleidende alinea vervangen door:

“d)

Wanneer tijdens het toezicht of anderszins een bevinding wordt vastgesteld, deelt de bevoegde autoriteit, onverminderd aanvullende maatregelen die zijn vereist bij Verordening (EU) 2018/1139 en de gedelegeerde en uitvoeringshandelingen daarvan, de bevinding schriftelijk mee aan de organisatie en verzoekt zij corrigerende maatregelen te nemen om het (de) vastgestelde geval(len) van niet-naleving te verhelpen. Wanneer een bevinding van niveau 1 rechtstreeks betrekking heeft op een luchtvaartuig, of op een bedienings- en monitoringeenheid (CMU), deelt de bevoegde autoriteit dit schriftelijk mee aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarin het luchtvaartuig, of het door die CMU bediende onbemande luchtvaartuig (UA), is geregistreerd.”.

5)

Punt 21.B.135 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de inleidende zin en punt a) worden vervangen door:

“De bevoegde autoriteit zal de akkoordverklaring behouden zolang:

a)

de fabrikant EASA-formulier 52 (zie aanhangsel VIII) naar behoren gebruikt als conformiteitsverklaring voor complete luchtvaartuigen, en EASA-formulier 1 (zie aanhangsel I) voor andere producten dan complete luchtvaartuigen, onderdelen, uitrustingsstukken, bedienings- en monitoringeenheden (CMU) en CMU-componente, en”;

b)

punt b), 1, wordt vervangen door:

“1.

de akkoordverklaring betrekking heeft op het te valideren product, onderdeel, uitrustingsstuk, of de te valideren bedienings- en monitoringeenheid (CMU) of CMU-component, en geldig blijft;”.

6)

21.B.222, punt b), 1, ii), wordt vervangen door:

“ii)

productaudits van een relevant monster van de producten, onderdelen, uitrustingsstukken, bedienings- en monitoringeenheden (CMU) en CMU-componenten die binnen het toepassingsgebied van de organisatie vallen;”.


(1)  Van toepassing met ingang van 22 februari 2026 — Uitvoeringsverordening (EU) 2023/203 van de Commissie van 27 oktober 2022 tot vaststelling van regels voor de toepassing van Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de eisen voor het beheer van risico’s op het gebied van informatiebeveiliging met mogelijke gevolgen voor de veiligheid van de luchtvaart voor organisaties waarop de Verordeningen (EU) nr. 1321/2014, (EU) nr. 965/2012, (EU) nr. 1178/2011 en (EU) 2015/340 van de Commissie en de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/373 en (EU) 2021/664 van de Commissie van toepassing zijn en voor bevoegde autoriteiten waarop de Verordeningen (EU) nr. 748/2012, (EU) nr. 1321/2014, (EU) nr. 965/2012, (EU) nr. 1178/2011, (EU) 2015/340 en (EU) nr. 139/2014 van de Commissie en de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/373 en (EU) 2021/664 van de Commissie van toepassing zijn, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1178/2011, (EU) nr. 748/2012, (EU) nr. 965/2012, (EU) nr. 139/2014, (EU) nr. 1321/2014 en (EU) 2015/340 van de Commissie en Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/373 en (EU) 2021/664 van de Commissie (PB L 31 van 2.2.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/203/oj).


BIJLAGE II

De bijlage (UAS-VLUCHTUITVOERINGEN IN DE CATEGORIEËN “OPEN” EN “SPECIFIEK”) bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 wordt als volgt gewijzigd:

1)

in DEEL B (UAS-VLUCHTUITVOERINGEN IN DE CATEGORIE “SPECIFIEK”) wordt UAS.SPEC.100 vervangen door:

UAS.SPEC.100 Gebruik van gecertificeerde apparatuur en gecertificeerde onbemande luchtvaartuigen

1)

Als de UAS-exploitant gebruikmaakt van een onbemand luchtvaartuig waarvoor een luchtwaardigheidscertificaat of een beperkt luchtwaardigheidscertificaat is afgegeven, zorgt de UAS-exploitant ervoor dat het onbemande luchtvaartuigsysteem voldoet aan Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1107.

2)

Als de UAS-exploitant gecertificeerde apparatuur gebruikt voor een onbemand luchtvaartuig waarvoor noch een luchtwaardigheidscertificaat, noch een beperkt luchtwaardigheidscertificaat is afgegeven, voert de UAS-exploitant alle volgende taken uit:

i)

de exploitatie- of diensttijd registreren overeenkomstig de instructies of procedures die van toepassing zijn op de gecertificeerde apparatuur;

ii)

de in het uitrustingscertificaat bedoelde instructies volgen en tevens alle toepasselijke luchtwaardigheidsaanwijzingen van het Agentschap naleven;

iii)

alle veiligheidsmaatregelen uitvoeren die overeenkomstig artikel 19, lid 4, door de bevoegde autoriteit zijn voorgeschreven;

iv)

gebruikmaken van alle relevante verplichte veiligheidsinformatie die door het Agentschap wordt verstrekt.”.

2)

Aanhangsel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a)

UAS.STS-01.040, punt 2, f), wordt vervangen door:

“f)

mag de piloot op afstand de bediening van het onbemande luchtvaartuig niet aan een andere CMU overdragen;”;

b)

UAS.STS-02.040, punt 2, e), wordt vervangen door:

“e)

mag de piloot op afstand de bediening van het onbemande luchtvaartuig niet aan een andere CMU overdragen;”.


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/1110/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)