European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/989

3.4.2024

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2024/989 VAN DE COMMISSIE

van 2 april 2024

inzake een in 2025, 2026 en 2027 uit te voeren gecoördineerd meerjarig controleprogramma van de Unie tot naleving van de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen en ter beoordeling van de blootstelling van de consument aan bestrijdingsmiddelenresiduen in en op levensmiddelen van plantaardige en dierlijke oorsprong, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/731

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 29, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1213/2008 van de Commissie (2) is een eerste gecoördineerd meerjarig communautair controleprogramma voor de jaren 2009, 2010 en 2011 vastgesteld. Dat programma is voortgezet in het kader van opeenvolgende verordeningen, waarvan de recentste Uitvoeringsverordening (EU) 2023/731 van de Commissie (3) is.

(2)

Het hoofdbestanddeel van de voeding van de mensen in de Unie wordt gevormd door dertig tot veertig producten. Omdat de toepassingen van bestrijdingsmiddelen gedurende een periode van drie jaar aanzienlijke veranderingen ondergaan, moet tijdens een reeks van driejarige cycli toezicht worden gehouden op bestrijdingsmiddelen in die producten om de blootstelling van de consument en de toepassing van de wetgeving van de Unie te kunnen beoordelen.

(3)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft een wetenschappelijk verslag ingediend waarin zij de opzet van het controleprogramma voor bestrijdingsmiddelen (4) evalueert. Zij heeft geconcludeerd dat een overschrijding van het maximumgehalte aan residuen met meer dan 1 % kan worden geschat met een foutmarge van 0,75 % door 683 monstereenheden te selecteren voor ten minste 32 verschillende producten. Het verzamelen van die monsters moet over de lidstaten worden gespreid in verhouding met het bevolkingsaantal, met een minimum van twaalf steekproeven per product en per jaar.

(4)

De analyseresultaten van de vorige officiële controleprogramma’s van de Unie zijn in aanmerking genomen om te waarborgen dat de bestrijdingsmiddelen waarop het monitoringprogramma betrekking heeft, representatief zijn voor de gebruikte bestrijdingsmiddelen.

(5)

Als andere werkzame stoffen, metabolieten en/of afbraak- of reactieproducten onder de residudefinitie van een bestrijdingsmiddel vallen, moeten die verbindingen, in overeenstemming met het SANTE-werkdocument over de som van LOQ’s in geval van complexe residudefinities (5), afzonderlijk worden gerapporteerd, voor zover zij afzonderlijk zijn gemeten.

(6)

Om ervoor te zorgen dat de lidstaten de informatie over de resultaten van de analyses op bestrijdingsmiddelenresiduen geharmoniseerd indienen zodat de EFSA vergelijkbare resultaten krijgt, moeten de lidstaten overeengekomen richtsnoeren gebruiken, zoals de standaardmonsterbeschrijving versie 2 (Standard Sample Description version 2) en het richtsnoer voor rapportage inzake chemische monitoring (Chemical Monitoring Reporting Guideline).

(7)

Voor de bemonsteringsprocedures moet Richtlijn 2002/63/EG van de Commissie (6) van toepassing zijn, waarin de door de Commissie van de Codex Alimentarius aanbevolen bemonsteringsmethoden en -procedures zijn opgenomen.

(8)

Uitsluitend op grond van de residudefinities van Verordening (EG) nr. 396/2005 moet worden beoordeeld of de maximumresidugehalten voor levensmiddelen voor zuigelingen en peuters, zoals bepaald in artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/127 van de Commissie (7), artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/128 van de Commissie (8) en artikel 7 van Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie (9), worden nageleefd.

(9)

Aangezien wellicht niet alle lidstaten wat specifieke residumethoden betreft over de vereiste gevalideerde analysemethoden beschikken, moet het de lidstaten worden toegestaan hun analyseverplichtingen na te komen door monsters door te sturen naar officiële laboratoria die reeds over de vereiste gevalideerde methoden beschikken.

(10)

Om de EFSA voldoende tijd te geven om de gerapporteerde resultaten te evalueren en bijeen te brengen, moeten de lidstaten ieder jaar uiterlijk op 31 augustus de informatie over het voorafgaande kalenderjaar indienen.

(11)

Om elke verwarring als gevolg van een overlapping tussen achtereenvolgende meerjarige programma’s te vermijden, moet Uitvoeringsverordening (EU) 2023/731 worden ingetrokken. Zij moet echter van toepassing blijven voor in 2024 geteste monsters.

(12)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De lidstaten (10) nemen en analyseren in 2025, 2026 en 2027 monsters van de in bijlage I vermelde combinaties van producten en bestrijdingsmiddelen.

Het aantal monsters dat van elk product moet worden genomen en geanalyseerd en de toepasselijke richtsnoeren voor analytische kwaliteitscontrole, zijn vastgesteld in bijlage II.

Artikel 2

1.   De lidstaten kiezen de te bemonsteren partij aselect.

De bemonsteringsprocedure, met inbegrip van het aantal eenheden, moet in overeenstemming zijn met Richtlijn 2002/63/EG.

2.   De lidstaten analyseren alle monsters, met inbegrip van die van levensmiddelen voor zuigelingen en peuters en van producten die afkomstig zijn uit de biologische landbouw, op de in bijlage I bij deze verordening bedoelde bestrijdingsmiddelen overeenkomstig de residudefinities van Verordening (EG) nr. 396/2005.

3.   Voor levensmiddelen voor zuigelingen en peuters beoordelen de lidstaten monsters van het product als aangeboden voor gebruik of als gereconstitueerd volgens de aanwijzingen van de fabrikant, rekening houdend met de maximumgehalten aan residuen die zijn vastgelegd in Richtlijn 2006/125/EG en de Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2016/127 en (EU) 2016/128. Indien die levensmiddelen zoals verkocht en zoals gereconstitueerd kunnen worden gebruikt, worden de resultaten vermeld op het product zoals het wordt verkocht.

Artikel 3

De lidstaten verstrekken de analyseresultaten van de in 2025, 2026 en 2027 geteste monsters uiterlijk op respectievelijk 31 augustus 2026, 31 augustus 2027 en 31 augustus 2028 in het door de EFSA vastgestelde elektronische verslagleggingsformaat.

Wanneer de residudefinitie van een bestrijdingsmiddel meer dan één verbinding (werkzame stof en/of metaboliet of afbraak- of reactieproduct) omvat, worden de analyseresultaten overeenkomstig de volledige residudefinitie gerapporteerd. De resultaten van alle analyten die deel uitmaken van de residudefinitie, worden afzonderlijk verstrekt, voor zover zij afzonderlijk zijn gemeten.

Artikel 4

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/731 wordt ingetrokken.

Voor in 2024 geteste monsters is zij echter van toepassing tot 1 september 2025.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 april 2024.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2005/396/oj.

(2)  Verordening (EG) nr. 1213/2008 van de Commissie van 5 december 2008 inzake een in 2009, 2010 en 2011 uit te voeren gecoördineerd meerjarig communautair controleprogramma tot naleving van de maximumgehalten en ter beoordeling van de blootstelling van de consument aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op voeding van plantaardige of dierlijke oorsprong (PB L 328 van 6.12.2008, blz. 9, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/1213/oj).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2023/731 van de Commissie van 3 april 2023 inzake een in 2024, 2025 en 2026 uit te voeren gecoördineerd meerjarig controleprogramma van de Unie tot naleving van de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen en ter beoordeling van de blootstelling van de consument aan bestrijdingsmiddelenresiduen in en op levensmiddelen van plantaardige en dierlijke oorsprong, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/741 (PB L 95 van 4.4.2023, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/731/oj).

(4)  European Food Safety Authority, pesticide monitoring program: design assessment, EFSA Journal 2015;13(2):4005.

(5)  SANCO/12574/2014, Werkdocument over de som van LOQ’s in geval van complexe residudefinities.

(6)  Richtlijn 2002/63/EG van de Commissie van 11 juli 2002 houdende vaststelling van communautaire bemonsteringsmethoden voor de officiële controle op residuen van bestrijdingsmiddelen in en op producten van plantaardige en van dierlijke oorsprong en tot intrekking van Richtlijn 79/700/EEG (PB L 187 van 16.7.2002, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2002/63/oj).

(7)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/127 van de Commissie van 25 september 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de bijzondere samenstellings- en informatievoorschriften betreffende volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding en wat betreft informatievoorschriften betreffende de voeding van zuigelingen en peuters (PB L 25 van 2.2.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2016/127/oj).

(8)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/128 van de Commissie van 25 september 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de bijzondere samenstellings- en informatievoorschriften betreffende voeding voor medisch gebruik (PB L 25 van 2.2.2016, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2016/128/oj).

(9)  Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie van 5 december 2006 inzake bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters (PB L 339 van 6.12.2006, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2006/125/oj).

(10)  Voor de toepassing van deze verordening wordt, overeenkomstig het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 5, lid 4, van het Windsor-kader (zie Gezamenlijke Verklaring nr. 1/2023 van de Unie en het Verenigd Koninkrijk in het bij het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ingestelde Gemengd Comité van 24 maart 2023 (PB L 102 van 17.4.2023, blz. 87), in samenhang met punt 24 van bijlage 2 bij dat kader, bij verwijzingen naar de lidstaten ook het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland bedoeld.


BIJLAGE I

DEEL A

In 2025, 2026 en 2027 te bemonsteren producten  (1) van plantaardige oorsprong  (2)

2025

2026

2027

(c)

(a)

(b)

(0130010) Appelen (3)

(0110020) Sinaasappelen (3)

(0151000) Tafeldruiven (3)

(0152000) Aardbeien (3)

(0130020) Peren (3)

(0163020) Bananen (3)

(0140030) Perziken, inclusief nectarines en soortgelijke kruisingen (3)

(0162010) Kiwi’s (3)

(0110010) Grapefruits/pompelmoezen (3)

Wijn (rood of wit) van (0151020) wijndruiven (als er geen specifieke verwerkingsfactoren voor wijn beschikbaar zijn, geven de lidstaten de gebruikte verwerkingsfactoren voor wijn aan).

(0241020) Bloemkolen (3)

(0231030) Aubergines (3)

(0251020) Sla (3)

(0220020) Uien (3)

(0241010) Broccoli (3)

(0242020) Sluitkolen (3)

(0213020) Wortels (3)

(0233010) Meloenen (3)

(0231010) Tomaten (3)

(0211000) Aardappelen (3)

(0280010) Gekweekte paddenstoelen (3)

(0252010) Spinazie (3)

(0300010) Bonen (gedroogd) (3)

(0231020) Paprika’s (3)

(0500050) Granen van haver (4)  (5)

(0500070) Granen van rogge (5)

(0500090) Granen van tarwe (5)

(0500010) Granen van gerst (5)  (6)

(0500060) Bruine rijst (gedopte rijst), gedefinieerd als rijst na verwijdering van de dop van padie (7)

Olijfolie van eerste persing van (0402010) olijven voor oliewinning (als geen specifieke verwerkingsfactor voor olie beschikbaar is, geven de lidstaten de gebruikte verwerkingsfactoren aan).

DEEL B

In 2025, 2026 en 2027 te bemonsteren producten  (8) van dierlijke oorsprong  (9)

2025

2026

2027

(e)

(f)

(d)

(1020010) Koemelk (10)

(1016020) Vet van pluimvee (11)  (12)

(1012020) Vet van runderen (11)  (12)

(1011020) Vet van varkens (11)  (12)

(1012030) Runderlever (11)

(1030010) Kippeneieren (11)  (13)

DEEL C

Combinaties van bestrijdingsmiddelresidu/product die moeten worden geanalyseerd in/op producten van plantaardige oorsprong

 

2025

2026

2027

Opmerkingen

2,4-D

(c)

(a)

(b)

Moet in 2025 alleen in en op sla, spinazie en tomaten worden geanalyseerd; in 2026 in en op sinaasappelen, bloemkolen, bruine rijst en gedroogde bonen, en in 2027 in en op grapefruits/pompelmoezen, tafeldruiven, aubergines en broccoli.

2-Fenylfenol

(c)

(a)

(b)

 

Abamectin

(c)

(a)

(b)

 

Acefaat

(c)

(a)

(b)

 

Acetamiprid

(c)

(a)

(b)

 

Aclonifen

 

(a)

 

Moet in 2026 alleen in en op wortels worden geanalyseerd.

Acrinathrin

(c)

(a)

(b)

 

Aldicarb

(c)

(a)

(b)

 

Aldrin en dieldrin

(c)

(a)

(b)

 

Ametoctradin

(c)

(a)

(b)

 

Azinfos-methyl

(c)

(a)

(b)

 

Azoxystrobin

(c)

(a)

(b)

 

Bifenthrin

(c)

(a)

(b)

 

Bifenyl

(c)

(a)

(b)

 

Bitertanol

(c)

(a)

(b)

 

Boscalid

(c)

(a)

(b)

 

Bromide-ion

(c)

(a)

(b)

Moet in 2025 alleen in en op sla en tomaten worden geanalyseerd; in 2026 in en op bruine rijst, en in 2027 in en op paprika’s.

Broompropylaat

(c)

(a)

(b)

 

Bupirimaat

(c)

(a)

(b)

 

Buprofezin

(c)

(a)

(b)

 

Captan

(c)

(a)

(b)

 

Carbaryl

(c)

(a)

(b)

 

Carbendazim en benomyl

(c)

(a)

(b)

 

Carbofuran

(c)

(a)

(b)

 

Chlorantraniliprool

(c)

(a)

(b)

 

Chloorfenapyr

(c)

(a)

(b)

 

Chloormequat

(c)

(a)

(b)

Moet in 2025 alleen in en op tomaten, haver en gerst worden geanalyseerd; in 2026 in en op wortels, peren, rogge en bruine rijst, en in 2027 in en op aubergines, tafeldruiven, gekweekte paddenstoelen en tarwe.

Chloorthalonil

(c)

(a)

(b)

 

Chloorprofam

(c)

(a)

(b)

 

Chloorpyrifos

(c)

(a)

(b)

 

Chloorpyrifos-methyl

(c)

(a)

(b)

 

Clofentezine

(c)

(a)

(b)

 

Clopyralid

(c)

(a)

(b)

 

Clothianidin

(c)

(a)

(b)

 

Koperverbindingen

(c)

(a)

(b)

 

Cyantraniliprool

(c)

(a)

(b)

 

Cyazofamid

(c)

(a)

(b)

 

Cyflufenamid

(c)

(a)

(b)

 

Cyflumetofen

(c)

(a)

(b)

 

Cyfluthrin

(c)

(a)

(b)

 

Cymoxanil

(c)

(a)

(b)

 

Cypermethrin

(c)

(a)

(b)

 

Cyproconazool

(c)

(a)

(b)

 

Cyprodinil

(c)

(a)

(b)

 

Cyromazine

(c)

(a)

(b)

Moet in 2025 alleen in en op sla en tomaten worden geanalyseerd; in 2026 in en op aardappelen, uien en wortels, en in 2027 in en op aubergines, paprika’s, meloenen en gekweekte paddenstoelen.

Deltamethrin

(c)

(a)

(b)

 

Diazinon

(c)

(a)

(b)

 

Dichloorvos

(c)

(a)

(b)

 

Dicloran

(c)

(a)

(b)

 

Dicofol

(c)

(a)

(b)

 

Diethofencarb

(c)

(a)

(b)

 

Difenoconazool

(c)

(a)

(b)

 

Diflubenzuron

(c)

(a)

(b)

 

Dimethoaat

(c)

(a)

(b)

 

Dimethomorf

(c)

(a)

(b)

 

Diniconazool

(c)

(a)

(b)

 

Difenylamine

(c)

(a)

(b)

 

Dithianon

(c)

(a)

(b)

Moet in 2025 alleen in en op appelen en perziken worden geanalyseerd; in 2026 in en op peren en bruine rijst, en in 2027 in en op tafeldruiven.

Dithiocarbamaten

(c)

(a)

(b)

Moeten in en op alle vermelde producten behalve broccoli, bloemkolen, sluitkolen, olijfolie, wijn en uien worden geanalyseerd.

Dodine

(c)

(a)

(b)

 

Emamectin-benzoaat B1a, uitgedrukt als emamectin

(c)

(a)

(b)

 

Endosulfan

(c)

(a)

(b)

 

Epoxiconazool

(c)

(a)

(b)

 

Ethefon

(c)

(a)

(b)

Moet in 2025 alleen in en op appelen, perziken, tomaten en wijn worden geanalyseerd; in 2026 in en op sinaasappelen en peren, en in 2027 op paprika’s, tarwe en tafeldruiven.

Ethion

(c)

(a)

(b)

 

Ethirimol

(c)

(a)

(b)

 

Etofenprox

(c)

(a)

(b)

 

Etoxazool

(c)

(a)

(b)

 

Ethyleenoxide

(c)

(a)

(b)

Moet in 2025 alleen in en op gerst en haver worden geanalyseerd; in 2026 in en op bonen (gedroogd), rogge en bruine rijst, en in 2027 in en op tarwe.

Famoxadone

(c)

(a)

(b)

 

Fenamidone

(c)

(a)

(b)

 

Fenamifos

(c)

(a)

(b)

 

Fenarimol

(c)

(a)

(b)

 

Fenazaquin

(c)

(a)

(b)

 

Fenbuconazool

(c)

(a)

(b)

 

Fenbutatin-oxide

(c)

(a)

(b)

Moet in 2025 alleen in en op appelen, aardbeien, perziken, tomaten en wijn worden geanalyseerd; in 2026 in en op sinaasappelen en peren, en in 2027 in en op aubergines, grapefruits/pompelmoezen, paprika’s en tafeldruiven.

Fenhexamid

(c)

(a)

(b)

 

Fenitrothion

(c)

(a)

(b)

 

Fenoxycarb

(c)

(a)

(b)

 

Fenpropathrin

(c)

(a)

(b)

 

Fenpropidin

(c)

(a)

(b)

 

Fenpropimorf

(c)

(a)

(b)

 

Fenpyrazamine

(c)

(a)

(b)

 

Fenpyroximaat

(c)

(a)

(b)

 

Fenthion

(c)

(a)

(b)

 

Fenvaleraat

(c)

(a)

(b)

 

Fipronil

(c)

(a)

(b)

 

Flonicamid

(c)

(a)

(b)

 

Fluazifop-P

(c)

(a)

(b)

Moet in 2025 alleen in en op aardbeien, sluitkolen, sla, spinazie en tomaten worden geanalyseerd; in 2026 in en op bloemkolen, gedroogde bonen, aardappelen en wortels, en in 2027 in en op aubergines, broccoli, paprika’s en tarwe.

Flubendiamide

(c)

(a)

(b)

 

Fludioxonil

(c)

(a)

(b)

 

Flufenoxuron

(c)

(a)

(b)

 

Fluopicolide

(c)

(a)

(b)

 

Fluopyram

(c)

(a)

(b)

 

Flupyradifurone

(c)

(a)

(b)

 

Fluquinconazool

(c)

(a)

(b)

 

Flusilazool

(c)

(a)

(b)

 

Flutriafol

(c)

(a)

(b)

 

Fluxapyroxad

(c)

(a)

(b)

 

Folpet

(c)

(a)

(b)

 

Formetanaat

(c)

(a)

(b)

 

Fosetylaluminium

(c)

(a)

(b)

 

Fosthiazaat

(c)

(a)

(b)

 

Glufosinaat-ammonium

(c)

(a)

(b)

 

Glyfosaat

(c)

(a)

(b)

 

Haloxyfop met inbegrip van haloxyfop-P

(c)

(a)

(b)

Moet in 2025 alleen in en op aardbeien en sluitkolen worden geanalyseerd; in 2026 in en op gedroogde bonen, en in 2027 in en op broccoli, grapefruits/pompelmoezen, paprika’s en tarwe.

Hexaconazool

(c)

(a)

(b)

 

Hexythiazox

(c)

(a)

(b)

 

Imazalil

(c)

(a)

(b)

 

Imidacloprid

(c)

(a)

(b)

 

Indoxacarb

(c)

(a)

(b)

 

Iprodione

(c)

(a)

(b)

 

Iprovalicarb

(c)

(a)

(b)

 

Isocarbofos

(c)

(a)

(b)

 

Isoprothiolane

 

(a)

 

Moet in 2026 alleen in en op bruine rijst worden geanalyseerd.

Kresoxim-methyl

(c)

(a)

(b)

 

Lambda-cyhalothrin

(c)

(a)

(b)

 

Linuron

(c)

(a)

(b)

 

Lufenuron

(c)

(a)

(b)

 

Malathion

(c)

(a)

(b)

 

Maleïnehydrazide

 

(a)

 

Moet in 2026 alleen in en op uien en aardappelen worden geanalyseerd.

Mandipropamid

(c)

(a)

(b)

 

Mepanipyrim

(c)

(a)

(b)

 

Mepiquat

(c)

(a)

(b)

Moet in 2025 alleen in en op gerst en haver worden geanalyseerd; in 2026 in en op peren, rogge en bruine rijst, en in 2027 in en op gekweekte paddenstoelen en tarwe.

Metaflumizone

(c)

(a)

(b)

 

Metalaxyl en metalaxyl-M

(c)

(a)

(b)

 

Methamidofos

(c)

(a)

(b)

 

Methidathion

(c)

(a)

(b)

 

Methiocarb

(c)

(a)

(b)

 

Methomyl

(c)

(a)

(b)

 

Methoxyfenozide

(c)

(a)

(b)

 

Metrafenone

(c)

(a)

(b)

 

Monocrotofos

(c)

(a)

(b)

 

Myclobutanil

(c)

(a)

(b)

 

Nicotine

(c)

(a)

(b)

Moet in 2025 alleen in en op appelen, sla en tomaten worden geanalyseerd; in 2026 in en op uien en aardappelen, en in 2027 in en op tafeldruiven.

Omethoaat

(c)

(a)

(b)

 

Oxadixyl

(c)

(a)

(b)

 

Oxamyl

(c)

(a)

(b)

 

Oxydemeton-methyl

(c)

(a)

(b)

 

Paclobutrazool

(c)

(a)

(b)

 

Parathion-methyl

(c)

(a)

(b)

 

Penconazool

(c)

(a)

(b)

 

Pencycuron

(c)

(a)

(b)

 

Pendimethalin

(c)

(a)

(b)

 

Permethrin

(c)

(a)

(b)

 

Fosmet

(c)

(a)

(b)

 

Pirimicarb

(c)

(a)

(b)

 

Pirimifos-methyl

(c)

(a)

(b)

 

Prochloraz

(c)

(a)

(b)

 

Procymidone

(c)

(a)

(b)

 

Profenofos

(c)

(a)

(b)

 

Propamocarb

(c)

(a)

(b)

Moet in 2025 alleen in en op aardbeien, sluitkolen, spinazie, sla, tomaten en gerst worden geanalyseerd; in 2026 in en op wortelen, bloemkolen, uien en aardappelen, en in 2027 in en op tafeldruiven, meloenen, aubergines, broccoli, paprika’s en tarwe.

Propargite

(c)

(a)

(b)

 

Propiconazool

(c)

(a)

(b)

 

Propyzamide

(c)

(a)

(b)

 

Proquinazid

(c)

(a)

(b)

 

Prosulfocarb

(c)

(a)

(b)

 

Prothioconazool

(c)

(a)

(b)

Moet in 2025 alleen in en op sluitkolen, sla, tomaten, haver en gerst worden geanalyseerd; in 2026 in en op wortels, uien, rogge en bruine rijst, en in 2027 in en op paprika’s en tarwe.

Pymetrozine

(c)

 

(b)

Moet in 2025 alleen in en op sluitkolen, sla, aardbeien, spinazie en tomaten worden geanalyseerd. In 2026 hoeft de stof in of op geen enkel product te worden geanalyseerd, en in 2027 alleen in en op aubergines, meloenen en paprika’s.

Pyraclostrobin

(c)

(a)

(b)

 

Pyridaben

(c)

(a)

(b)

 

Pyridalyl

(c)

(a)

(b)

 

Pyrimethanil

(c)

(a)

(b)

 

Pyriproxyfen

(c)

(a)

(b)

 

Quinoxyfen

(c)

(a)

(b)

 

Spinetoram

(c)

(a)

(b)

 

Spinosad

(c)

(a)

(b)

 

Spirodiclofen

(c)

(a)

(b)

 

Spiromesifen

(c)

(a)

(b)

 

Spiroxamine

(c)

(a)

(b)

 

Spirotetramat

(c)

(a)

(b)

 

Sulfoxaflor

(c)

(a)

(b)

 

Tau-fluvalinaat

(c)

(a)

(b)

 

Tebuconazool

(c)

(a)

(b)

 

Tebufenozide

(c)

(a)

(b)

 

Tebufenpyrad

(c)

(a)

(b)

 

Teflubenzuron

(c)

(a)

(b)

 

Tefluthrin

(c)

(a)

(b)

 

Terbutylazine

(c)

(a)

(b)

 

Tetraconazool

(c)

(a)

(b)

 

Tetradifon

(c)

(a)

(b)

 

Thiabendazool

(c)

(a)

(b)

 

Thiacloprid

(c)

(a)

(b)

 

Thiamethoxam

(c)

(a)

(b)

 

Thiodicarb

(c)

(a)

(b)

 

Thiofanaat-methyl

(c)

(a)

(b)

 

Tolclofos-methyl

(c)

(a)

(b)

 

Triadimefon

(c)

(a)

(b)

 

Triadimenol

(c)

(a)

(b)

 

Triazofos

(c)

(a)

(b)

 

Tricyclazool

 

(a)

 

Moet in 2026 alleen in en op bruine rijst worden geanalyseerd.

Trifloxystrobin

(c)

(a)

(b)

 

Triflumizool

(c)

(a)

(b)

 

Triflumuron

(c)

(a)

(b)

 

Vinchlozolin

(c)

(a)

(b)

 

Zoxamide

(c)

(a)

(b)

 

DEEL D

Combinaties bestrijdingsmiddelresidu/product die in/op producten van dierlijke oorsprong moeten worden geanalyseerd

 

2025

2026

2027

Opmerkingen

Aldrin en dieldrin

(e)

(f)

(d)

 

Bifenthrin

(e)

(f)

(d)

 

Chloordaan

(e)

(f)

(d)

 

Chloormequat

(e)

(f)

 

Moet in 2025 alleen in en op koemelk worden geanalyseerd, en in 2026 in en op runderlever.

Chloorpyrifos

(e)

(f)

(d)

 

Chloorpyrifos-methyl

(e)

(f)

(d)

 

Koperverbindingen

(e)

(f)

(d)

 

Cypermethrin

(e)

(f)

(d)

 

DDT

(e)

(f)

(d)

 

Deltamethrin

(e)

(f)

(d)

 

Diazinon

(e)

(f)

(d)

 

Endosulfan

(e)

(f)

(d)

 

Famoxadone

(e)

(f)

(d)

 

Fenvaleraat

(e)

(f)

(d)

 

Fipronil

(e)

(f)

(d)

 

Glufosinaat-ammonium

(e)

(f)

(d)

 

Glyfosaat

(e)

(f)

(d)

 

Heptachloor

(e)

(f)

(d)

 

Hexachloorbenzeen

(e)

(f)

(d)

 

Hexachloorcyclohexaan (HCH, alfa-isomeer)

(e)

(f)

(d)

 

Hexachloorcyclohexaan (HCH, bèta-isomeer)

(e)

(f)

(d)

 

Indoxacarb

(e)

 

 

Moet in 2025 alleen in en op koemelk worden geanalyseerd.

Lindaan

(e)

(f)

(d)

 

Mepiquat

(e)

(f)

 

Moet in 2025 alleen in en op koemelk worden geanalyseerd, en in 2026 in en op runderlever.

Methoxychloor

(e)

(f)

(d)

 

Parathion

(e)

(f)

(d)

 

Pendimethalin

(e)

(f)

(d)

 

Permethrin

(e)

(f)

(d)

 

Pirimifos-methyl

(e)

(f)

(d)

 


(1)  Productcodes overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EG) nr. 396/2005.

(2)  De delen van de ruwe producten waarvoor de MRL’s gelden, worden geanalyseerd voor het voornaamste product van de groep of subgroep, zoals opgenomen in de lijst in deel A van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 396/2005, tenzij anders vermeld.

(3)  Onverwerkte producten moeten worden geanalyseerd. In het geval van producten die in bevroren toestand worden bemonsterd, moet een verwerkingsfactor worden gerapporteerd, indien van toepassing.

(4)  Als er onvoldoende monsters van granen van haver beschikbaar zijn, kan het deel van het vereiste aantal monsters voor granen van haver dat niet kon worden genomen, worden toegevoegd aan het aantal monsters voor granen van gerst, wat leidt tot een beperkter aantal monsters voor granen van haver en een evenredig groter aantal monsters voor granen van gerst.

(5)  Als er onvoldoende monsters van granen van rogge, tarwe, haver of gerst beschikbaar zijn, kan er ook volkorenmeel van rogge, tarwe, haver of gerst worden geanalyseerd, waarbij een verwerkingsfactor wordt gerapporteerd.

(6)  Als er onvoldoende monsters van granen van gerst beschikbaar zijn, kan het deel van het vereiste aantal monsters voor granen van gerst dat niet kon worden genomen, worden toegevoegd aan het aantal monsters voor granen van haver, wat leidt tot een beperkter aantal monsters voor granen van gerst en een evenredig groter aantal monsters voor granen van haver.

(7)  In voorkomend geval kan ook gepolijste rijst geanalyseerd worden. Er moet worden gerapporteerd of er gepolijste dan wel gedopte rijst is geanalyseerd. Indien er gepolijste rijst is geanalyseerd, moet een verwerkingsfactor worden gerapporteerd.

(8)  Productcodes overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EG) nr. 396/2005.

(9)  De delen van de ruwe producten waarvoor de MRL’s gelden, worden geanalyseerd voor het voornaamste product van de groep of subgroep, zoals opgenomen in de lijst in deel A van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 396/2005, tenzij anders vermeld.

(10)  Er moet verse (niet-verwerkte) melk worden geanalyseerd, evenals bevroren, gepasteuriseerde, verhitte, gesteriliseerde of gefiltreerde melk.

(11)  Onverwerkte producten moeten worden geanalyseerd. In het geval van producten die in bevroren toestand worden bemonsterd, moet een verwerkingsfactor worden gerapporteerd, indien van toepassing.

(12)  Vlees mag ook worden bemonsterd overeenkomstig tabel 3 van de bijlage bij Richtlijn 2002/63/EG.

(13)  Er moeten hele eieren zonder de schaal worden geanalyseerd.


BIJLAGE II

Aantal monsters en richtsnoeren voor analytische kwaliteitscontrole zoals bedoeld in artikel 1

A.   AANTAL MONSTERS

1.

Het minimumaantal monsters dat van elk product moet worden genomen en geanalyseerd voor de in bijlage I vermelde bestrijdingsmiddelen (per jaar en per product) is:

 

 

 

 

 

BE

15

 

LT

12

BG

15

 

LU

12

CZ

15

 

HU

15

DK

12

 

MT

12

DE

106

 

NL

20

EE

12

 

AT

15

IE

12

 

PL

51

EL

15

 

PT

15

ES

55

 

RO

22

FR

78

 

SI

12

HR

12

 

SK

12

IT

75

 

FI

12

CY

12

 

SE

15

LV

12

 

UK(NI) (1)

12

TOTAAL AANTAL MONSTERS: 683

2.

Naast de in punt 1 vermelde monsters neemt en analyseert elke lidstaat de volgende monsters:

2025

2026

2027

10 monsters van andere levensmiddelen voor zuigelingen en peuters dan volledige zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding en bewerkte babyvoeding op basis van granen

5 monsters van volledige zuigelingenvoeding en 5 monsters van opvolgzuigelingenvoeding

10 monsters van bewerkte babyvoeding op basis van granen

3.

De monsters die worden genomen van producten die afkomstig zijn van de biologische landbouw, moeten, indien beschikbaar, in verhouding staan tot het marktaandeel van die producten in elke lidstaat, met een minimum van één.

B.   RICHTSNOEREN VOOR ANALYTISCHE KWALITEITSCONTROLE

1.

De lidstaten die multiresidumethoden toepassen, mogen gebruikmaken van kwalitatieve screeningmethoden voor maximaal 15 % van de monsters die overeenkomstig punt A, 1), moeten worden genomen en geanalyseerd. Wanneer wordt gebruikgemaakt van kwalitatieve screeningmethoden, moeten de resterende monsters met kwantitatieve multiresidumethoden worden geanalyseerd.

Wanneer de resultaten van de kwalitatieve screening positief zijn, passen de lidstaten een gebruikelijke doelwitmethode toe om de bevindingen te kwantificeren.

2.

De lidstaten kunnen wat de specifieke residumethoden betreft, monsters die overeenkomstig punt A, 1), moeten worden genomen en geanalyseerd, doorsturen naar officiële laboratoria die al over de vereiste gevalideerde analysemethoden beschikken.

3.

Op de website van de Commissie zijn richtsnoeren “voor analytische kwaliteitscontrole en valideringsprocedures voor de analyse van residuen van bestrijdingsmiddelen in levensmiddelen en diervoeders” (2) gepubliceerd.

(1)  Voor de toepassing van deze verordening wordt, overeenkomstig het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 5, lid 4, van het Windsor-kader (zie Gezamenlijke Verklaring nr. 1/2023 van de Unie en het Verenigd Koninkrijk in het bij het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ingestelde Gemengd Comité van 24 maart 2023 (PB L 102 van 17.4.2023, blz. 87), in samenhang met punt 24 van bijlage 2 bij dat kader, bij verwijzingen naar de lidstaten ook het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland bedoeld.

(2)  Document SANTE/11312/2021 v2.


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/989/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)