|
Publicatieblad |
NL Serie L |
|
2024/902 |
22.3.2024 |
BESLUIT (EU) 2024/902 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK
van 12 maart 2024
tot wijziging van Besluit (EU) 2021/1468 tot vaststelling van specifieke voorschriften betreffende beperkingen van de rechten van betrokkenen in verband met de taken van de Europese Centrale Bank inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (ECB/2021/42) (ECB/2024/10)
DE DIRECTIE VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, en met name artikel 11.6,
Gezien Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (1), en met name artikel 25,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 3, lid 6, van Besluit (EU) 2021/1486 van de Europese Centrale Bank (ECB/2021/42) (2) dient een besluit tot beperking van de rechten van een betrokkene door de verwerkingsverantwoordelijke te worden genomen op het niveau van het hoofd of plaatsvervangend hoofd van het betrokken bedrijfsonderdeel waarin de belangrijkste verwerkingsactiviteit met betrekking tot de persoonsgegevens wordt uitgevoerd. |
|
(2) |
In artikel 3, lid 6, van Besluit (EU) 2021/1486 (ECB/2021/42) wordt niet uiteengezet in welke omstandigheden een dergelijk besluit tot beperking van de rechten van een betrokkene op het niveau van plaatsvervangend hoofd moet worden genomen. Er moet worden verduidelijkt dat het hier gaat om gevallen waarin het hoofd van het betrokken bedrijfsonderdeel niet beschikbaar is (bijvoorbeeld als hij of zij met jaarlijks verlof of met ziekteverlof is), een feitelijk of vermeend belangenconflict heeft of toegang heeft tot vertrouwelijke informatie. |
|
(3) |
Voorts heeft artikel 3, lid 6, van Besluit (EU) 2021/1486 (ECB/2021/42) geen betrekking op het geval van een bedrijfsonderdeel zonder plaatsvervangend hoofd. Er moet worden verduidelijkt dat in een dergelijk geval en wanneer het hoofd van het betrokken bedrijfsonderdeel niet beschikbaar is, betrokken is bij een feitelijk of vermeend belangenconflict heeft, of toegang heeft tot vertrouwelijke informatie, een besluit tot beperking van de rechten van een betrokkene moet worden genomen op het niveau van de lijnmanager die in de gegeven omstandigheden daartoe bevoegd is. |
|
(4) |
Ten slotte wordt in artikel 3, lid 6, van Besluit (EU) 2021/1486 (ECB/2021/42) niet bepaald op welk niveau een besluit over de beperking van de rechten van een betrokkene moet worden genomen in het geval van een functie die niet aan een bedrijfsonderdeel is toegewezen. Er moet worden verduidelijkt dat een dergelijk besluit moet worden genomen op het niveau van degene die de functie bekleedt waarin de belangrijkste verwerkingsactiviteit met betrekking tot de persoonsgegevens wordt uitgevoerd. |
|
(5) |
Derhalve moet Besluit (EU) 2021/1486 (ECB/2021/42) dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijzigingen
Artikel 3 van Besluit (EU) 2021/1486 (ECB/2021/42) wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Lid 6 wordt vervangen door: “6. Een door de verwerkingsverantwoordelijke te nemen besluit om de rechten van een betrokkene krachtens lid 1 te beperken wordt genomen op het niveau van het hoofd of plaatsvervangend hoofd van het betrokken bedrijfsonderdeel waarin de belangrijkste verwerkingsactiviteit met betrekking tot de persoonsgegevens wordt uitgevoerd. Indien de belangrijkste verwerkingsactiviteit wordt uitgevoerd door een functie die geen deel uitmaakt van een bedrijfsonderdeel, wordt een dergelijk besluit genomen op het niveau van de persoon die de functie bekleedt.” |
|
2) |
Het volgende lid 7 wordt toegevoegd: “7. Voor de toepassing van lid 6 wordt, indien het desbetreffende hoofd van het betrokken bedrijfsonderdeel niet beschikbaar is wegens afwezigheid of een feitelijk of vermeend belangenconflict, of toegang heeft tot relevante vertrouwelijke informatie, een door de verwerkingsverantwoordelijke te nemen besluit om de rechten van een betrokkene krachtens lid 1 of lid 2 te beperken genomen door het plaatsvervangend hoofd van het bedrijfsonderdeel waarin de belangrijkste verwerkingsactiviteit met betrekking tot de persoonsgegevens plaatsvindt. Indien er geen plaatsvervangend hoofd is, wordt in het geval van afwezigheid, een belangenconflict of toegang tot relevante vertrouwelijke informatie van het desbetreffende hoofd een dergelijk besluit genomen door de daartoe bevoegde lijnmanager.” |
Artikel 2
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Frankfurt am Main, 12 maart 2024.
De president van de ECB
Christine LAGARDE
(1) PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39.
(2) Besluit (EU) 2021/1486 van de Europese Centrale Bank van 7 september 2021 tot vaststelling van specifieke voorschriften betreffende beperkingen van de rechten van betrokkenen in verband met de taken van de Europese Centrale Bank inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (ECB/2021/42) (PB L 328 van 16.9.2021, blz. 15).
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/902/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)