|
Publicatieblad |
NL Serie L |
|
2024/883 |
22.3.2024 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2024/883 VAN DE COMMISSIE
van 21 maart 2024
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/535 wat betreft de ruimte voor de tweede achterkentekenplaat voor aanhangwagens en de massa van energieopslagsystemen, en tot rectificatie van die verordening
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2019/2144 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende de voorschriften voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd wat de algemene veiligheid ervan en de bescherming van de inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers betreft, tot wijziging van Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 78/2009, (EG) nr. 79/2009 en (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 631/2009, (EU) nr. 406/2010, (EU) nr. 672/2010, (EU) nr. 1003/2010, (EU) nr. 1005/2010, (EU) nr. 1008/2010, (EU) nr. 1009/2010, (EU) nr. 19/2011, (EU) nr. 109/2011, (EU) nr. 458/2011, (EU) nr. 65/2012, (EU) nr. 130/2012, (EU) nr. 347/2012, (EU) nr. 351/2012, (EU) nr. 1230/2012 en (EU) 2015/166 van de Commissie (1), en met name artikel 4, lid 7, en artikel 10, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/535 van de Commissie (2) bevat bepalingen met betrekking tot uniforme procedures en technische specificaties voor de typegoedkeuring van voertuigen en van bepaalde systemen, onderdelen en technische eenheden met betrekking tot de algemene veiligheid ervan. In dit verband is bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/535 een technisch voorschrift ingevoerd voor de ruimte voor de tweede achterkentekenplaat van aanhangwagens. Fabrikanten hebben echter meer tijd nodig om zich aan te passen aan dit nieuwe voorschrift met betrekking tot de ruimte voor de montage en de bevestiging van de tweede achterkentekenplaat voor voertuigen van de categorieën O3 en O4. Daarom moeten de overgangsbepalingen in Uitvoeringsverordening (EU) 2021/535 worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat die voorschriften eerst van toepassing zijn op nieuwe voertuigtypen. Bovendien moeten voertuigen van categorie O2 van die verplichting worden vrijgesteld wegens ontwerpbeperkingen en ruimtegebrek. |
|
(2) |
Er moeten regels worden vastgesteld voor de markering van het voertuigidentificatienummer (VIN) op het voertuig en voor het waarborgen van de traceerbaarheid van het voertuig door middel van het VIN. |
|
(3) |
Ook moet er enige flexibiliteit worden toegestaan wat betreft de plaatsing van de voorkentekenplaat om rekening te houden met mogelijke technische en ontwerpbeperkingen met betrekking tot sensoren, radars en camera’s die met het oog op de in Verordening (EU) 2019/2144 bedoelde veiligheidssystemen aan de voorzijde van voertuigen moeten worden gemonteerd. |
|
(4) |
De technische voorschriften voor sproeisystemen voor de voorruit moeten worden aangevuld om rekening te houden met de gevallen waarin dergelijke systemen een functie hebben om overdruk bij blokkering van de sproeiers te verminderen. |
|
(5) |
Het is ook passend de testprocedures voor ontdooiings- en ontwasemingssystemen voor de voorruit te optimaliseren om een efficiëntere volgorde van handelingen in de testkamer en flexibiliteit bij de keuze van het ontvettingsmiddel te waarborgen en tegelijkertijd te zorgen voor een betere bescherming van de gezondheid en betere werkomstandigheden voor de personen die de tests uitvoeren. |
|
(6) |
Er moeten regels worden vastgesteld voor het trekvermogen van gestrande motorvoertuigen om ervoor te zorgen dat zij veilig van de weg kunnen worden gehaald wanneer zij het wegverkeer belemmeren. Daarnaast moeten overgangsbepalingen worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat de nieuwe voorschriften met betrekking tot het trekvermogen eerst van toepassing zijn op nieuwe voertuigtypen. |
|
(7) |
De bijkomende massa van de specifieke energieopslagsystemen die in emissievrije voertuigen worden gebruikt, kan ertoe leiden dat de referentiemassa van dergelijke voertuigen hoger is dan die van vergelijkbare conventionele voertuigen. De overtollige referentiemassa moet in aanmerking worden genomen zodat emissievrije voertuigen van categorie N, die anders buiten het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2019/631 van het Europees Parlement en de Raad (3) zouden vallen, vanaf 1 januari 2025 in aanmerking kunnen worden genomen bij de berekening van de gemiddelde specifieke emissies van voertuigen van categorie N1 voor de betrokken fabrikanten. Daarom moet worden bepaald dat de massa van het energieopslagsysteem formeel wordt opgenomen in het conformiteitscertificaat, dat beschikbaar moet worden gesteld als onderdeel van de CO2-monitoringgegevens. |
|
(8) |
Na de datum van toepassing van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/535 zijn bepaalde fouten ontdekt in de vorm van onjuiste verwijzingen. |
|
(9) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/535 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd en gerectificeerd. |
|
(10) |
Om fabrikanten en goedkeuringsinstanties van de lidstaten in staat te stellen de nodige aanpassingen aan te brengen en zich voor te bereiden op de toepassing van de voorschriften inzake de massa van de energieopslagsystemen van emissievrije voertuigen, moet de datum van toepassing van de respectieve bepalingen van deze verordening worden uitgesteld en worden afgestemd op de in Verordening (EU) 2019/631 vastgestelde datum. |
|
(11) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het technisch comité motorvoertuigen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijzigingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/535
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/535 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
De bijlagen II, III, IV, VI, VII en XIII worden gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening. |
Artikel 2
Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/535
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/535 wordt als volgt gerectificeerd:
|
1) |
In artikel 6 worden de leden 3 en 4 vervangen door: “3. Overeenkomstig artikel 6, lid 5, tweede alinea, van Verordening (EU) 2018/858 kan een EU-typegoedkeuring worden verleend voor voertuigen waarvan de afmetingen de in bijlage XIII, deel 2, afdelingen C, D en E, punt 1.1, bij deze verordening vermelde maximaal toegestane afmetingen overschrijden, in welk geval op het typegoedkeuringscertificaat en het conformiteitscertificaat onder punt 52 de opmerking “afwijking wat betreft de maximaal toegestane afmetingen” moet worden vermeld. 4. Er kan een EU-typegoedkeuring worden verleend voor voertuigen die bestemd zijn voor het vervoer van ondeelbare ladingen en waarvan de afmetingen de in bijlage XIII, deel 2, afdelingen C, D en E, punt 1.1, bij deze verordening vermelde maximaal toegestane afmetingen overschrijden, in welk geval op het typegoedkeuringscertificaat en het conformiteitscertificaat duidelijk moet worden vermeld dat het voertuig uitsluitend bestemd is voor het vervoer van ondeelbare ladingen.” |
|
2) |
De bijlagen II, VIII, XIII en XIV worden gerectificeerd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening. |
Artikel 3
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Bijlage I, punt 6, is van toepassing met ingang van 1 januari 2025.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 maart 2024.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 325 van 16.12.2019, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2021/535 van de Commissie van 31 maart 2021 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2019/2144 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft uniforme procedures en technische specificaties voor de typegoedkeuring van voertuigen en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor die voertuigen zijn bestemd, wat betreft de algemene constructiekenmerken en veiligheid ervan (PB L 117 van 6.4.2021, blz. 1).
(3) Verordening (EU) 2019/631 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot vaststelling van CO2-emissienormen voor nieuwe personenauto’s en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen, en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 443/2009 en (EU) nr. 510/2011 (PB L 111 van 25.4.2019, blz. 13).
BIJLAGE I
De bijlagen II, III, IV, VI, VII en XIII worden als volgt gewijzigd:
|
1) |
In bijlage II, deel 2, afdeling A, worden vóór punt 2.1 de volgende punten ingevoegd:
|
|
2) |
Bijlage III wordt als volgt gewijzigd:
|
|
3) |
In bijlage IV wordt deel 2 als volgt gewijzigd:
|
|
4) |
In bijlage VI wordt deel 2 als volgt gewijzigd:
|
|
5) |
In bijlage VII, deel 2, worden de volgende punten 1.3 en 1.3.1 ingevoegd:
|
|
6) |
In bijlage XIII wordt deel 2 als volgt gewijzigd:
|
(*1) In het geval van hybride brandstofcelvoertuigen (FCHV) of puur elektrische motorvoertuigen wordt de bijkomende massawaarde vermeld. Deze waarde is afgeleid van de totale massa van de hoogspanningsbatterij(en) min de referentiemassa van de brandstoftank (voor 90 % gevuld). De waarde wordt afgerond op hele kilogrammen, zonder decimalen. In het geval van motorvoertuigen die geschikt zijn voor batterijvervanging, wordt de massa op het moment van productie van het motorvoertuig vermeld. Indien er geen referentievoertuig met verbrandingsmotor in productie is, is dit veld niet van toepassing.”;
(*2) In het geval van hybride brandstofcelvoertuigen (FCHV) of puur elektrische motorvoertuigen wordt de bijkomende massawaarde vermeld. Deze waarde is afgeleid van de totale massa van de hoogspanningsbatterij(en) min de referentiemassa van de brandstoftank (voor 90 % gevuld). De waarde wordt afgerond op hele kilogrammen, zonder decimalen. In het geval van motorvoertuigen die geschikt zijn voor batterijvervanging, wordt de massa op het moment van productie van het motorvoertuig vermeld. Indien er geen referentievoertuig met verbrandingsmotor in productie is, is dit veld niet van toepassing.”.”
BIJLAGE II
De bijlagen II, VIII, XIII en XIV worden als volgt gerectificeerd:
|
1) |
In bijlage II, deel 2, afdeling C, punt 1.4, wordt de rij voor controlecijfer 7 in de tabel vervangen door:
|
|
2) |
Bijlage VIII, deel 2, punt 1.9, wordt vervangen door:
|
|
3) |
Bijlage XIII wordt als volgt gerectificeerd:
|
|
4) |
De afdelingen A en B van bijlage XIV, deel 1, worden vervangen door: “ Afdeling A Inlichtingenformulier betreffende de EU-typegoedkeuring van een voertuig wat het waterstofsysteem betreft MODEL Inlichtingenformulier nr. … betreffende de EU-typegoedkeuring van een voertuigtype wat het waterstofsysteem betreft. De onderstaande gegevens worden in drievoud verstrekt en gaan vergezeld van een inhoudsopgave. Eventuele tekeningen of afbeeldingen moeten op een passende schaal met voldoende details in formaat A4 of tot op dat formaat gevouwen worden verstrekt. Op eventuele foto’s moeten voldoende details te zien zijn. 0. 0.1. 0.2. 0.2.1. 0.3. 0.3.1. 0.4. 0.5. 0.8. 0.9. 3.9. 3.9.1. 3.9.1.1. 3.9.1.2. 3.9.1.3. 3.9.1.11. 3.9.1.11.1. 3.9.1.11.2. 3.9.1.17. 3.9.1.17.1. 3.9.1.17.2. 3.9.2.6. Toelichting: Dit inlichtingenformulier is gebaseerd op het model van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/683 en wordt ingevuld aan de hand van de relevante informatie onder de bovenstaande puntennummers zoals gedefinieerd in dat model. Afdeling B Inlichtingenformulier betreffende de EU-typegoedkeuring van onderdelen van een waterstofsysteem MODEL Inlichtingenformulier nr. … betreffende de EU-typegoedkeuring van een onderdeel van een waterstofsysteem De onderstaande gegevens worden in drievoud verstrekt en gaan vergezeld van een inhoudsopgave. Eventuele tekeningen of afbeeldingen moeten op een passende schaal met voldoende details in formaat A4 of tot op dat formaat gevouwen worden verstrekt. Op eventuele foto’s moeten voldoende details te zien zijn. 0. 0.1. 0.2. 0.2.1. 0.5. 0.8. 0.9. 3.9. 3.9.1. 3.9.1.1. 3.9.1.2. 3.9.1.3. 3.9.1.4. 3.9.1.4.1. 3.9.1.4.2. 3.9.1.4.3. 3.9.1.4.4. 3.9.1.4.5. 3.9.1.4.6. 3.9.1.4.7. 3.9.1.4.8. 3.9.1.4.9. 3.9.1.4.10. 3.9.1.5. 3.9.1.5.1. 3.9.1.5.2. 3.9.1.5.3. 3.9.1.5.4. 3.9.1.5.5. 3.9.1.5.6. 3.9.1.5.7. 3.9.1.5.8. 3.9.1.5.9. 3.9.1.5.10. 3.9.1.6. 3.9.1.6.1. 3.9.1.6.2. 3.9.1.6.3. 3.9.1.6.4. 3.9.1.6.5. 3.9.1.6.6. 3.9.1.6.7. 3.9.1.6.8. 3.9.1.6.9. 3.9.1.6.10. 3.9.1.6.11. 3.9.1.15. 3.9.1.15.1. 3.9.1.15.2. 3.9.1.15.3. 3.9.1.15.4. 3.9.1.15.5. 3.9.1.15.6. 3.9.1.15.7. 3.9.1.15.8. 3.9.1.15.9. 3.9.1.15.10. 3.9.1.15.11. Toelichting: Dit inlichtingenformulier is gebaseerd op het model van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/683 en wordt ingevuld aan de hand van de relevante informatie onder de bovenstaande puntennummers zoals gedefinieerd in dat model.” |
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/883/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)