|
Publicatieblad |
NL Serie L |
|
2024/851 |
11.3.2024 |
BESLUIT (EU) 2024/851 VAN DE RAAD
van 4 maart 2024
over het namens de Europese Unie in te nemen standpunt tijdens de twaalfde zitting van de Voorbereidende Commissie voor de oprichting van het Internationale Register voor rijdend spoorwegmaterieel en tijdens de eerste zitting van de Toezichthoudende Autoriteit, opgericht krachtens het Protocol van Luxemburg bij het Verdrag inzake internationale zekerheden op mobiel materieel betreffende voor rijdend spoorwegmaterieel specifieke aangelegenheden
(Voor de EER relevante tekst)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Unie heeft op grond van haar bevoegdheden haar goedkeuring gehecht aan het Protocol bij het Verdrag inzake internationale zekerheden op mobiel materieel betreffende voor rijdend spoorwegmaterieel specifieke aangelegenheden (het “Protocol van Luxemburg”), dat is aangenomen in Luxemburg op 23 februari 2007, bij Besluit 2014/888/EU van de Raad (1), en heeft krachtens dat Protocol de status van regionale organisatie voor economische integratie verworven. |
|
(2) |
Tijdens haar eerste zitting op 8 maart 2024 zal de krachtens artikel XII van het Protocol van Luxemburg opgerichte Toezichthoudende Autoriteit (de “Toezichthoudende Autoriteit”) naar verwachting, naast andere agendapunten, haar statuten en procedureregels vaststellen, alsook een overeenkomst tussen de Toezichthoudende Autoriteit en de Intergouvernementele Organisatie voor het internationale spoorvervoer (OTIF) met betrekking tot de taken van het secretariaat van de Toezichthoudende Autoriteit, en andere handelingen met betrekking tot het opzetten en functioneren van het Internationale Register voor rijdend spoorwegmaterieel (het “Internationale Register”) overeenkomstig artikel 17, lid 2, punt d), van het Verdrag inzake internationale zakelijke rechten op mobiel materieel (het “Verdrag van Kaapstad”), in het bijzonder het reglement en de procedures van het Internationale Register en de modelvoorschriften voor de permanente identificatie van rijdend spoorwegmaterieel, ontwikkeld in het kader van het Comité binnenlands vervoer van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) (de “modelvoorschriften”). |
|
(3) |
Tijdens haar twaalfde zitting op 7 maart 2024 zal de Voorbereidende Commissie voor de oprichting van het Internationale Register naar verwachting het definitieve ontwerp van de handelingen die door de eerste zitting van de Toezichthoudende Autoriteit moeten worden aangenomen, bespreken en goedkeuren. |
|
(4) |
Het is passend het standpunt vast te stellen dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens de twaalfde zitting van de Voorbereidende Commissie en de eerste zitting van de Toezichthoudende Autoriteit, aangezien de Unie verdragsluitende partij is bij het Protocol van Luxemburg en de door de Toezichthoudende Autoriteit te nemen besluiten kunnen leiden tot de vaststelling van handelingen die krachtens internationaal recht bindend zijn en een beslissende invloed kunnen hebben op de deelname van de Unie aan dat lichaam en op de inhoud van het Unierecht, namelijk: Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad (2), Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad (3), Besluit 2012/757/EU van de Commissie (4) en Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1614 van de Commissie (5). |
|
(5) |
In de ontwerpstatuten van de Toezichthoudende Autoriteit worden, onder meer, de rechtspersoonlijkheid, de taken en het administratieve kader van de Toezichthoudende Autoriteit vastgesteld, zoals vereist door het Verdrag van Kaapstad en het Protocol van Luxemburg. De vaststelling van de ontwerpstatuten is een voorwaarde voor de oprichting en werking van de Toezichthoudende Autoriteit en moet derhalve worden gesteund. Er moet een kleine wijziging worden voorgesteld in de bepaling betreffende de samenstelling van de Toezichthoudende Autoriteit om de kruisverwijzing naar de relevante bepalingen van het Protocol van Luxemburg, namelijk artikel XII, lid 1, te verduidelijken. |
|
(6) |
In de ontwerpprocedureregels van de Toezichthoudende Autoriteit worden, onder meer, vergaderregels, vertegenwoordigingsregels, voorstellen en besluiten en stemprocedures vastgelegd. De huidige ontwerpprocedureregels zijn echter niet in overeenstemming met de bepalingen van het Protocol van Luxemburg, waarin de status van regionale organisaties voor economische integratie wordt erkend als gelijkwaardig aan die van een staat die partij is, aangezien zij voor een ongerechtvaardigd onderscheid zorgen tussen enerzijds de staten die als zodanig partij zijn, die het recht hebben zich te laten vertegenwoordigen en te stemmen over de besluiten die moeten worden genomen door de Toezichthoudende Autoriteit, en, aan de andere kant, regionale organisaties voor economische integratie, waarnaar niet uitdrukkelijk wordt verwezen als leden van de Toezichthoudende Autoriteit. Het is derhalve noodzakelijk wijzigingen van die ontwerpprocedureregels voor te stellen om ervoor te zorgen dat het lidmaatschap en de stemrechten van de Unie in de Toezichthoudende Autoriteit daadwerkelijk worden geregeld overeenkomstig de bepalingen van het Protocol van Luxemburg, met inbegrip van de regels inzake de stemming over aangelegenheden die onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen. De overige bepalingen van de ontwerpprocedureregels moeten echter worden gesteund. |
|
(7) |
Overeenkomstig artikel XII, lid 6, van het Protocol van Luxemburg is het de taak van de OTIF om de functie van secretariaat van de Toezichthoudende Autoriteit op zich te nemen zodra het Protocol in werking treedt. In de beoogde overeenkomst tussen de Toezichthoudende Autoriteit en de OTIF worden de gedetailleerde voorwaarden vastgelegd voor het uitvoeren van de taken van het secretariaat van de Toezichthoudende Autoriteit. De vaststelling van die overeenkomst is noodzakelijk om het goede beheer van de werkzaamheden van de Toezichthoudende Autoriteit te garanderen en moet derhalve worden gesteund. |
|
(8) |
Op grond van artikel 17 van het Verdrag van Kaapstad en artikel XII van het Protocol van Luxemburg voorziet de Toezichthoudende Autoriteit in de oprichting van het Internationale Register. Zij zorgt er tevens voor dat er een efficiënt op kennisgevingen gebaseerd elektronisch systeem bestaat om de doelstellingen van het Verdrag van Kaapstad en het Protocol van Luxemburg uit te voeren door de opstelling, herziening en, indien nodig, wijziging van het reglement en de procedures voor het Internationale Register. Dit reglement en die procedures moeten door de Toezichthoudende Autoriteit worden vastgesteld op grond van artikel 17, lid 2, punten d) en e), van het Verdrag van Kaapstad, en in overeenstemming met de artikelen XIV, XV, XVI en XVII van het Protocol van Luxemburg. Zij zijn nodig om het rechtskader te bieden voor de werking van het Internationale Register, met name wat betreft de aanvraag en toekenning van de unieke identificatiecode van het identificatiesysteem voor spoorwegvoertuigen (Urvis). Binnen de Unie wordt de registratie en identificatie van rijdend spoorwegmaterieel ook geregeld via Richtlijn (EU) 2016/797 en Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1614, die onder meer specificaties bieden voor een Europees voertuignummer (EVN) en voor een Europees voertuigregister (EVR). Hoewel de systemen op grond van het Unierecht en het Protocol van Luxemburg te maken hebben met dezelfde actuele kwestie van identificatie en registratie van rijdend spoorwegmaterieel, hebben zij verschillende doelstellingen, namelijk operationeel (technisch) bij het Unierecht en financieel bij het Protocol. Bijgevolg zijn de bepalingen momenteel niet tegenstrijdig met elkaar en kunnen de twee systemen naast elkaar bestaan. De Unie moet derhalve een duurzame complementariteit tussen die registers en identificatiesystemen kunnen nastreven. Aangezien de vaststelling van dit reglement en die procedures noodzakelijk is om de werking van het Internationale Register te garanderen en aangezien zij verenigbaar en consistent zijn met het rechtskader van de Unie, moet de vaststelling ervan door de Toezichthoudende Autoriteit worden gesteund. |
|
(9) |
Teneinde de doelstelling ervan te verwezenlijken, moet het Protocol van Luxemburg gebaseerd zijn op een duidelijk identificatie- en markeringssysteem voor rijdend spoorwegmaterieel op basis van internationale normen. De beoogde modelvoorschriften bieden een kader voor de toekenning van de Urvis-identificatiecode en de markering ervan op rijdend spoorwegmaterieel. Volgens die modelvoorschriften is de Urvis-identificatiemarkering een aanvulling op elk ander bestaand markeringssysteem, zoals het systeem dat is vastgelegd in Besluit 2012/757/EU. De modelvoorschriften zijn niet in strijd met het rechtskader van de Unie. Het is daarom passend om de vaststelling ervan door de Toezichthoudende Autoriteit te steunen, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie in te nemen standpunt tijdens de twaalfde zitting van de Voorbereidende Commissie voor de oprichting van het Internationale Register voor rijdend spoorwegmaterieel en tijdens de eerste zitting van de Toezichthoudende Autoriteit van het Protocol bij het Verdrag inzake internationale zekerheden op mobiel materieel betreffende voor rijdend spoorwegmaterieel specifieke aangelegenheden is uiteengezet in de bijlage bij dit besluit.
Kleine wijzigingen van de in die bijlage verwoorde standpunten kunnen zonder nader besluit van de Raad door de vertegenwoordigers van de Unie in de Voorbereidende Commissie en in de Toezichthoudende Autoriteit worden goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel, 4 maart 2024.
Voor de Raad
De voorzitter
T. VAN DER STRAETEN
(1) Besluit 2014/888/EU van de Raad van 4 december 2014 inzake de goedkeuring namens de Europese Unie van het Protocol bij het Verdrag inzake internationale zekerheden op mobiel materieel betreffende voor rijdend spoorwegmaterieel specifieke aangelegenheden, dat is aangenomen in Luxemburg op 23 februari 2007 (PB L 353 van 10.12.2014, blz. 9).
(2) Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (PB L 138 van 26.5.2016, blz. 44).
(3) Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004 (PB L 138 van 26.5.2016, blz. 1).
(4) Besluit 2012/757/EU van de Commissie van 14 november 2012 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie en verkeersleiding van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot wijziging van Beschikking 2007/756/EG (PB L 345 van 15.12.2012, blz. 1).
(5) Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1614 van de Commissie van 25 oktober 2018 tot vaststelling van specificaties voor de voertuigregisters die zijn vermeld in artikel 47 van Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging en intrekking van Beschikking 2007/756/EG van de Commissie (PB L 268 van 26.10.2018, blz. 53).
BIJLAGE
1. Inleiding
De eerste zitting van de Toezichthoudende Autoriteit van het Protocol bij het Verdrag inzake internationale zekerheden op mobiel materieel betreffende voor rijdend spoorwegmaterieel specifieke aangelegenheden, aangenomen in Luxemburg op 23 februari 2007 (hierna het “Protocol van Luxemburg” genoemd), zal plaatsvinden op 8 maart 2024, aansluitend op de twaalfde en laatste zitting van de Voorbereidende Commissie die zal plaatsvinden op 7 maart 2024.
2. EU-bevoegdheid
De Europese Unie is verdragsluitende partij bij het Protocol van Luxemburg. Met betrekking tot de agendapunten van deze vergadering waarbij de Toezichthoudende Autoriteit wordt verzocht handelingen met rechtsgevolgen in de zin van artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen, namelijk agendapunten 3 (voor zover deze betrekking hebben op de vaststelling van de statuten en de procedureregels van de Toezichthoudende Autoriteit), 4, 8 en 9, is de Europese Unie exclusief bevoegd.
3. Opmerkingen over de agendapunten van de eerste zitting van de Toezichthoudende Autoriteit
Agendapunt 3 — Oprichting van de Toezichthoudende Autoriteit (te behandelen onder agendapunt 5 van de twaalfde zitting van de Voorbereidende Commissie):
|
|
Vaststelling van de statuten van de Toezichthoudende Autoriteit
|
|
|
Vaststelling van de procedureregels van de Toezichthoudende Autoriteit
|
|
|
Agendapunt 4 — Goedkeuring van de Overeenkomst tussen de Toezichthoudende Autoriteit en de OTIF betreffende de taken van het secretariaat (te behandelen onder agendapunt 5 van de twaalfde zitting van de Voorbereidende Commissie)
|
|
|
Agendapunt 8 — Goedkeuring van het reglement en de procedures voor het Internationale Register voor rijdend spoorwegmaterieel en de publicatie ervan (te behandelen onder agendapunt 6 van de twaalfde zitting van de Voorbereidende Commissie)
|
|
|
Agendapunt 9 — Goedkeuring van de modelvoorschriften zoals gewijzigd op 15 november 2023 voor de doeleinden van het reglement voor het Internationale Register voor rijdend spoorwegmaterieel
|
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/851/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)