|
Publicatieblad |
NL Serie L |
|
2024/832 |
7.3.2024 |
BESLUIT (EU) 2024/832 VAN DE RAAD
van 4 maart 2024
betreffende het namens de Europese Unie op de 67e zitting van de Commissie Verdovende Middelen in te nemen standpunt over het toevoegen van stoffen aan de lijsten die gehecht zijn aan het Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen van 1961, zoals gewijzigd bij het Protocol van 1972, en aan het Verdrag inzake psychotrope stoffen van 1971
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 83, lid 1, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het Enkelvoudig Verdrag van de Verenigde Naties (VN) inzake verdovende middelen van 1961, zoals gewijzigd bij het Protocol van 1972 (het “Verdrag inzake verdovende middelen”), is op 8 augustus 1975 in werking getreden. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 3 van het Verdrag inzake verdovende middelen kan de Commissie Verdovende Middelen (CND) besluiten bepaalde stoffen toe te voegen aan de aan dat Verdrag gehechte lijsten. Zij kan de lijsten alleen wijzigen in overeenstemming met de aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), maar zij kan ook besluiten de door de WHO aanbevolen wijzigingen niet over te nemen. |
|
(3) |
Het VN-Verdrag inzake psychotrope stoffen van 1971 (het “Verdrag inzake psychotrope stoffen”) is op 16 augustus 1976 in werking getreden. |
|
(4) |
Op grond van artikel 2 van het Verdrag inzake psychotrope stoffen kan de CND op grond van aanbevelingen van de WHO besluiten bepaalde stoffen aan de aan dat Verdrag gehechte lijsten toe te voegen of daarvan af te voeren. De CND beschikt over een ruime discretionaire bevoegdheid om rekening te houden met economische, sociale, juridische, administratieve en andere factoren, maar mag niet willekeurig handelen. |
|
(5) |
Wijzigingen in de aan het Verdrag inzake verdovende middelen en het Verdrag inzake psychotrope stoffen gehechte lijsten hebben rechtstreekse gevolgen voor het toepassingsgebied van het Unierecht op het gebied van drugscontrole. Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad (1) is van toepassing op de stoffen die zijn opgenomen in de lijsten van deze verdragen. Iedere wijziging van de aan die verdragen gehechte lijsten wordt dus rechtstreeks opgenomen in de gemeenschappelijke regels van de Unie. |
|
(6) |
De CND zal op haar 67e zitting, die van 14 tot en met 22 maart 2024 in Wenen zal plaatsvinden, besluiten over de toevoeging van vijf nieuwe stoffen aan de lijsten bij het Verdrag inzake verdovende middelen en het Verdrag inzake psychotrope stoffen. |
|
(7) |
De Unie is geen partij bij het Verdrag inzake verdovende middelen noch bij het Verdrag inzake psychotrope stoffen. Zij heeft de status van waarnemer zonder stemrecht in de CND, waarvan in maart 2024 13 lidstaten stemgerechtigd lid zullen zijn tijdens zijn 67e zitting (2). De Raad moet die lidstaten machtigen om het standpunt van de Unie over het toevoegen van stoffen aan de lijsten bij deze verdragen tot uitdrukking te brengen, aangezien die besluiten over het toevoegen van stoffen aan die lijsten onder de bevoegdheid van de Unie vallen. |
|
(8) |
De WHO heeft aanbevolen om één nieuwe stof aan lijst I bij het Verdrag inzake verdovende middelen, drie nieuwe stoffen aan lijst II bij het Verdrag inzake psychotrope stoffen en één nieuwe stof aan lijst IV bij het Verdrag inzake psychotrope stoffen toe te voegen. |
|
(9) |
Alle stoffen die door het WHO-deskundigencomité inzake drugsafhankelijkheid (het “deskundigencomité”) zijn beoordeeld en door de WHO worden aanbevolen voor toevoeging aan de lijsten, worden door het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EMCDDA) als nieuwe psychoactieve stoffen gemonitord op grond van Verordening (EG) nr. 1920/2006 van het Europees Parlement en de Raad (3). |
|
(10) |
Volgens de beoordeling van het deskundigencomité is bromazolam (IUPAC-benaming: 8-bromo-1-methyl-6-phenyl-4H-[1,2,4]triazolo[4,3-a][1,4]benzodiazepine) een benzodiazepine met een relatief krachtige werking. Bromazolam werd eerder door het deskundigencomité tijdens zijn 45e bijeenkomst beoordeeld en onder toezicht geplaatst. Bromazolam heeft geen bekende therapeutische toepassingen of vergunningen voor het in de handel brengen. Er is voldoende bewijs voorhanden dat bromazolam wordt of kan worden misbruikt en een probleem voor de volksgezondheid en een sociaal probleem kan vormen, waardoor het gerechtvaardigd is het onder internationale controle te brengen. Derhalve beveelt de WHO aan dat bromazolam wordt toegevoegd aan lijst IV bij het Verdrag inzake psychotrope stoffen. |
|
(11) |
Bromazolam is in 19 lidstaten aangetroffen en in ten minste vier lidstaten aan controle onderworpen. Bromazolam staat momenteel onder toezicht van het EMCDDA. Eén lidstaat heeft melding gemaakt van één acute vergiftiging met bevestigde blootstelling aan bromazolam. Eén lidstaat heeft ook melding gemaakt van één acute vergiftiging met vermoedelijke blootstelling aan bromazolam. Vijf lidstaten hebben in totaal 15 sterfgevallen met bevestigde blootstelling aan bromazolam gemeld. |
|
(12) |
De Unie moet daarom het standpunt innemen dat bromazolam moet worden toegevoegd aan lijst IV bij het Verdrag inzake psychotrope stoffen. |
|
(13) |
Volgens de beoordeling van het deskundigencomité is butonitazeen (IUPAC-benaming: 2-[(4-butoxyphenyl)methyl]-N,N-diethyl-5-nitro-1H-benzimidazole-1-ethanamine) een van benzimidazol afgeleide synthetische opioïde (“nitazeen”) die chemisch-structureel en farmacologisch vergelijkbaar is met stoffen in lijst I bij het Verdrag inzake verdovende middelen. Butonitazeen is niet eerder door het deskundigencomité beoordeeld. Butonitazeen heeft geen bekende therapeutische toepassingen of vergunningen voor het in de handel brengen. Er is voldoende bewijs voorhanden dat butonitazeen wordt of kan worden misbruikt en een probleem voor de volksgezondheid en een sociaal probleem kan vormen, waardoor het gerechtvaardigd is het onder internationale controle te brengen. Derhalve beveelt de WHO aan dat butonitazeen wordt toegevoegd aan lijst I van het Verdrag inzake verdovende middelen. |
|
(14) |
Butonitazeen is in zeven lidstaten aangetroffen en in ten minste drie lidstaten aan controle onderworpen. Butonitazeen staat momenteel onder intensief toezicht van het EMCDDA. Eén lidstaat heeft melding gemaakt van één sterfgeval met bevestigde blootstelling aan butonitazeen. |
|
(15) |
De Unie moet daarom het standpunt innemen dat butonitazeen moet worden toegevoegd aan lijst I bij het Verdrag inzake verdovende middelen. |
|
(16) |
Volgens de beoordeling van het deskundigencomité is 3-chloormethcathinon (3-CMC; IUPAC-benaming: 1-(3-chlorophenyl)-2-(methylamino)propan-1-one) een synthetische stimulans die tot de cathinonen behoort. 3-CMC is een analoog voor de drug methcathinon, die onder lijst I bij het Verdrag inzake psychotrope stoffen onder controle staat. 3-CMC staat momenteel niet onder internationale controle, maar zijn isomeer 4-CMC werd in 2020 onder internationale controle gebracht. 3-CMC is niet eerder door het deskundigencomité beoordeeld. 3-CMC heeft geen bekende therapeutische toepassingen of vergunningen voor het in de handel brengen. Er is voldoende bewijs voorhanden dat 3-CMC wordt of kan worden misbruikt en een probleem voor de volksgezondheid en een sociaal probleem kan vormen, waardoor het gerechtvaardigd is het onder internationale controle te brengen. Derhalve beveelt de WHO aan dat 3-CMC wordt toegevoegd aan lijst II bij het Verdrag inzake psychotrope stoffen. |
|
(17) |
De risico’s van 3-CMC zijn beoordeeld door het wetenschappelijk comité van het EMCDDA, en het is bij Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2022/1326 van de Commissie (4) al opgenomen in de definitie van “drug” in Kaderbesluit 2004/757/JBZ. Het staat momenteel onder toezicht van het EMCDDA. Ten tijde van de risicobeoordeling, in november 2021, was in 23 lidstaten 3-CMC aangetroffen. Twee lidstaten hebben melding gemaakt van in totaal tien sterfgevallen met bevestigde blootstelling aan 3-CMC en één lidstaat heeft melding gemaakt van één acute vergiftiging met bevestigde blootstelling aan 3-CMC. |
|
(18) |
De Unie moet daarom het standpunt innemen dat 3-CMC moet worden toegevoegd aan lijst II bij het Verdrag inzake psychotrope stoffen. |
|
(19) |
Volgens de beoordeling van het deskundigencomité is dipentylon (IUPAC-benaming: 1-(1,3-benzodioxol-5-yl)-2-(dimethylamino)pentan-1-one) een synthetische stimulans die tot de cathinonen behoort. Het is chemisch-structureel en farmacologisch vergelijkbaar met andere synthetische cathinonen in lijst II bij het Verdrag inzake psychotrope stoffen. Dipentylon is niet eerder door het deskundigencomité beoordeeld. Dipentylon heeft geen bekende therapeutische toepassingen of vergunningen voor het in de handel brengen. Er is voldoende bewijs voorhanden dat dipentylon wordt of kan worden misbruikt en een probleem voor de volksgezondheid en een sociaal probleem kan vormen, waardoor het gerechtvaardigd is het onder internationale controle te brengen. Er is geen goedgekeurd medisch gebruik gerapporteerd. Derhalve beveelt de WHO aan dat dipentylon wordt toegevoegd aan lijst II bij het Verdrag inzake psychotrope stoffen. |
|
(20) |
Dipentylon is in 16 lidstaten aangetroffen en in ten minste vier lidstaten aan controle onderworpen. Dipentylon staat momenteel onder toezicht van het EMCDDA. |
|
(21) |
De Unie moet daarom het standpunt innemen dat dipentylon moet worden toegevoegd aan lijst II bij het Verdrag inzake psychotrope stoffen. |
|
(22) |
Volgens de beoordeling van het deskundigencomité behoort 2-fluordeschloorketamine (2-FDCK; IUPAC-benaming: 2-(2-fluorophenyl)-2-methylamino-cyclohexanone) tot de arylcyclohexylaminen en is het chemisch verwant aan het dissociatief anestheticum ketamine. 2-FDCK is niet eerder door het deskundigencomité beoordeeld. 2-FDCK heeft geen bekende therapeutische toepassingen of vergunningen voor het in de handel brengen. Er is voldoende bewijs voorhanden dat 2-FDCK wordt of kan worden misbruikt en een probleem voor de volksgezondheid en een sociaal probleem kan vormen, waardoor het gerechtvaardigd is het onder internationale controle te brengen. Derhalve beveelt de WHO aan dat 2-FDCK wordt toegevoegd aan lijst II bij het Verdrag inzake psychotrope stoffen. |
|
(23) |
2-FDCK is in 22 lidstaten aangetroffen en in ten minste 5 lidstaten aan controle onderworpen. 2-FDCK staat momenteel onder intensief toezicht van het EMCDDA. Twee lidstaten hebben in totaal twee sterfgevallen met bevestigde blootstelling aan 2-FDCK gemeld. Drie lidstaten hebben in totaal elf acute vergiftigingen met bevestigde blootstelling aan 2-FDCK gemeld. Eén lidstaat heeft ook melding gemaakt van één acute vergiftiging met vermoedelijke blootstelling aan 2-FDCK. |
|
(24) |
De Unie moet daarom het standpunt innemen dat 2-FDCK moet worden toegevoegd aan lijst II bij het Verdrag inzake psychotrope stoffen. |
|
(25) |
Het is wenselijk het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in de CND, aangezien de besluiten over de toevoeging van vijf nieuwe stoffen aan de lijsten een rechtstreekse invloed hebben op de inhoud van het Unierecht, te weten Kaderbesluit 2004/757/JBZ. |
|
(26) |
Het standpunt van de Unie wordt tot uitdrukking gebracht door de lidstaten die lid zijn van de CND, die daarbij gezamenlijk optreden in het belang van de Unie. |
|
(27) |
Denemarken is gebonden door Kaderbesluit 2004/757/JBZ en neemt derhalve deel aan de vaststelling en toepassing van dit besluit. |
|
(28) |
Ierland is gebonden door Kaderbesluit 2004/757/JBZ en neemt derhalve deel aan de vaststelling en toepassing van dit besluit, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het standpunt dat de lidstaten namens de Unie moeten innemen tijdens de 67e zitting van de Commissie voor verdovende middelen die van 14 tot en met 22 maart 2024 plaatsvindt, met betrekking tot de vaststelling van besluiten over de toevoeging van stoffen aan de lijsten bij het Enkelvoudig Verdrag van de Verenigde Naties inzake verdovende middelen van 1961, zoals gewijzigd bij het Protocol van 1972, en bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake psychotrope stoffen van 1971, is in overeenstemming met het standpunt in de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Het in artikel 1 bedoelde standpunt wordt tot uitdrukking gebracht door de gezamenlijk in het belang van de Unie optredende lidstaten die lid zijn van de Commissie Verdovende Middelen.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel, 4 maart 2024.
Voor de Raad
De voorzitter
A. VERLINDEN
(1) Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad van 25 oktober 2004 betreffende de vaststelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de bestanddelen van strafbare feiten en met betrekking tot straffen op het gebied van de illegale drugshandel (PB L 335 van 11.11.2004, blz. 8).
(2) België, Spanje, Frankrijk, Italië, Litouwen, Hongarije, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië en Finland.
(3) Verordening (EG) nr. 1920/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 1).
(4) Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2022/1326 van de Commissie van 18 maart 2022 tot wijziging van de bijlage bij Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad in verband met het opnemen van nieuwe psychoactieve stoffen in de definitie van “drug” (PB L 200 van 29.7.2022, blz. 148).
BIJLAGE
Standpunt dat op de 67e zitting van de Commissie Verdovende Middelen, van 14 tot en met 22 maart 2024, over de lijst van stoffen moet worden ingenomen door de lidstaten die lid zijn van de Commissie Verdovende Middelen en die gezamenlijk optreden in het belang van de Unie:
|
(1) |
Bromazolam moet worden toegevoegd aan lijst IV bij het Verdrag inzake psychotrope stoffen. |
|
(2) |
Butonitazeen moet worden toegevoegd aan lijst I bij het Verdrag inzake verdovende middelen. |
|
(3) |
3-chloormethcathinon (3-CMC) moet worden toegevoegd aan lijst II bij het Verdrag inzake psychotrope stoffen. |
|
(4) |
Dipentylon moet worden toegevoegd aan lijst II bij het Verdrag inzake psychotrope stoffen. |
|
(5) |
2-fluordeschloorketamine (2-FDCK) moet worden toegevoegd aan lijst II bij het Verdrag inzake psychotrope stoffen. |
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/832/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)