|
Publicatieblad |
NL Serie L |
|
2024/770 |
5.3.2024 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2024/770 VAN DE COMMISSIE
van 4 maart 2024
tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde gietijzeren producten van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (“de basisverordening”), en met name artikel 11, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
1. PROCEDURE
1.1. Voorafgaande onderzoeken en geldende maatregelen
|
(1) |
Bij Verordening (EU) 2018/140 van 29 januari 2018 (2) heeft de Europese Commissie antidumpingrechten ingesteld op bepaalde gietijzeren producten van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“de VRC”, “China” of “het betrokken land”) (“de oorspronkelijke maatregelen”). |
|
(2) |
Deze maatregelen zijn op 14 februari 2019 gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/261 van de Commissie (3). De thans geldende antidumpingrechten variëren van 15,5 % tot 38,1 %. |
1.2. Verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen
|
(3) |
Na de bekendmaking van een bericht dat de maatregelen op korte termijn zouden vervallen (4), heeft de Europese Commissie (“de Commissie”) een verzoek om een nieuw onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening ontvangen. |
|
(4) |
Het verzoek is op 28 oktober 2022 door Eurofonte (“de indiener van het verzoek”) ingediend namens zeven producenten in de Unie die meer dan 70 % van de bedrijfstak van de Unie voor bepaalde gietijzeren producten in de zin van artikel 5, lid 4, van de basisverordening vertegenwoordigen. De reden voor dit verzoek om een nieuw onderzoek was dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting van dumping en tot herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie. |
1.3. Opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen
|
(5) |
Daar de Commissie na raadpleging van het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde comité tot de conclusie was gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal was om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen te openen, heeft zij op 27 januari 2023 op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen geopend met betrekking tot de invoer in de Unie van bepaalde gietijzeren producten van oorsprong uit de Volksrepubliek China. Zij heeft daartoe een bericht van opening gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (5) (“het bericht van opening”). |
1.3.1. Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode
|
(6) |
Het onderzoek naar voortzetting of herhaling van dumping had betrekking op de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 (“het tijdvak van het nieuwe onderzoek” of “TNO”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade had betrekking op de periode van 1 januari 2019 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek (“de beoordelingsperiode”). |
1.3.2. Belanghebbenden
|
(7) |
In het bericht van opening is de belanghebbenden verzocht contact met de Commissie op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. De Commissie bracht de indiener van het verzoek, alle haar bekende producenten in de Unie, de haar bekende producenten in de Volksrepubliek China alsmede de autoriteiten van de Volksrepubliek China, en de haar bekende importeurs, gebruikers en handelaren specifiek op de hoogte van de opening van het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en verzocht hen aan het onderzoek mee te werken. |
|
(8) |
Een van de belanghebbenden die zich hebben gemeld, was de Chinese Kamer van Koophandel voor de in- en uitvoer van machines en elektronische producten (China Chamber of Commerce for Import and Export of Machinery and Electronic Products, “CCCME”). Na het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-478/21 P (6) besloot de Commissie op 6 november 2023 de CCCME te verzoeken een volmacht te verstrekken voor een of meer Chinese producenten-exporteurs die zij stelde te vertegenwoordigen, teneinde haar status van representatieve vereniging van exporteurs van het met dumping ingevoerde product te bevestigen. De CCCME heeft niet een dergelijke volmacht verstrekt, met als gevolg dat de Commissie haar de status van belanghebbende heeft ontzegd. De CCCME heeft evenmin opmerkingen ingediend over de ontzegging van haar status van belanghebbende. |
|
(9) |
De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken over de opening van het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en om een hoorzitting aan te vragen met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures. |
1.3.3. Steekproeven
|
(10) |
In het bericht van opening heeft de Commissie verklaard dat zij mogelijk een steekproef van de belanghebbenden zou samenstellen overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening. |
Steekproef van producenten in de Unie
|
(11) |
In het bericht van opening heeft de Commissie verklaard dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld. De Commissie heeft de steekproef samengesteld op basis van het volume van de productie en verkoop van het soortgelijke product in de Unie in 2022, alsmede de geografische dekking van de verkoop. Deze steekproef bestond uit drie producenten in de Unie. De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vertegenwoordigden 46 % van de totale productie in de Unie van het soortgelijke product. De Commissie heeft de belanghebbenden overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de basisverordening verzocht opmerkingen te maken over de voorlopige steekproef, maar heeft geen opmerkingen ontvangen. De Commissie bevestigde derhalve de voorlopige steekproef als de definitieve steekproef. |
Steekproef van importeurs
|
(12) |
Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, om deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie niet-verbonden importeurs verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. |
|
(13) |
Twee niet-verbonden importeurs hebben de gevraagde informatie geleverd en hebben ermee ingestemd om in de steekproef te worden opgenomen. |
Steekproef van producenten-exporteurs in de VRC
|
(14) |
Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, om deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie alle bekende producenten-exporteurs in de VRC verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. Bovendien heeft de Commissie de vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China bij de Europese Unie verzocht eventuele andere producenten-exporteurs die in deelname aan het onderzoek geïnteresseerd konden zijn te identificeren en/of contact met hen op te nemen. |
|
(15) |
Negen producenten-exporteurs uit het betrokken land hebben de verlangde informatie verstrekt en hebben ermee ingestemd in de steekproef te worden opgenomen. Overeenkomstig artikel 17, lid 1, van de basisverordening heeft de Commissie een steekproef van twee producenten-exporteurs samengesteld op basis van het grootste representatieve uitvoervolume naar de Unie dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kon worden onderzocht. Overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de basisverordening zijn alle bekende betrokken producenten-exporteurs en de autoriteiten van het betrokken land geraadpleegd over de samenstelling van de steekproef. De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen. |
|
(16) |
Na het verzoek om de vragenlijst voor producenten-exporteurs in te vullen, heeft een van de in de steekproef opgenomen ondernemingen de Commissie echter laten weten dat zij voornemens was geen medewerking te verlenen. Bijgevolg stelde de Commissie een nieuwe steekproef van producenten-exporteurs samen, maar opnieuw deelde een van de in de steekproef opgenomen ondernemingen de Commissie mee dat zij geen medewerking zou verlenen. De Commissie heeft de steekproef dus drie keer gewijzigd en in totaal vijf producenten-exporteurs uitgenodigd om de vragenlijst in te vullen. Geen van deze ondernemingen heeft een ingevulde vragenlijst ingediend. |
1.3.4. Antwoorden op de vragenlijst
|
(17) |
De Commissie heeft de overheid van de Volksrepubliek China (“Chinese overheid”) een vragenlijst toegezonden betreffende het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. |
|
(18) |
De Commissie heeft alle in de steekproef opgenomen ondernemingen, de Europese vereniging Eurofonte a.s.b.l. en vijf producenten-exporteurs een vragenlijst toegezonden. Dezelfde vragenlijsten waren op de dag van de opening van het onderzoek ook online (7) beschikbaar gesteld. |
|
(19) |
Antwoorden op de vragenlijst zijn ontvangen van de drie in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, van de Europese vereniging Eurofonte a.s.b.l. en van twee niet-verbonden importeurs, namelijk Fundición Dúctil para Obras Publicas SA en Capa — Engenharia e Construções Metalomecânicas SA Geen van de gebruikers diende een vragenlijst in of meldde zich tijdens het onderzoek. |
|
(20) |
Aangezien de Chinese producenten-exporteurs en de Chinese overheid geen medewerking verleenden, werden de bevindingen met betrekking tot de waarschijnlijkheid van dumping en schade overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebaseerd op de beschikbare gegevens. De vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China bij de Europese Unie is daarvan in kennis gesteld. Er werden geen opmerkingen ontvangen. |
1.3.5. Controle
|
(21) |
De Commissie verzamelde en controleerde de door de meewerkende partijen verstrekte informatie om vast te stellen of voortzetting of herhaling van dumping en schade waarschijnlijk was en om het belang van de Unie vast te stellen. |
|
(22) |
Krachtens artikel 16 van de basisverordening zijn controlebezoeken ter plaatse verricht bij de volgende ondernemingen:
|
1.3.6. Vervolg van de procedure
|
(23) |
Op 18 december 2023 heeft de Commissie de belangrijkste feiten en overwegingen meegedeeld op basis waarvan zij voornemens was de geldende antidumpingrechten te handhaven. Alle partijen konden binnen een bepaalde termijn opmerkingen indienen ten aanzien van de mededeling van feiten en overwegingen. |
|
(24) |
De Commissie heeft de opmerkingen van belanghebbenden overwogen en voor zover van toepassing in aanmerking genomen. Eurofonte was de enige partij die opmerkingen indiende die de bevindingen van de Commissie ondersteunden. Er werd niet om hoorzittingen verzocht. |
2. ONDERZOCHT PRODUCT, BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
2.1. Onderzocht product
|
(25) |
Dit nieuwe onderzoek heeft betrekking op bepaalde producten van gietijzer met bladvormig grafiet (grijs gietijzer) of gietijzer met bolgrafiet (ook bekend als nodulair gietijzer) en delen daarvan. Deze producten zijn van de soort die wordt gebruikt voor:
|
|
(26) |
De producten kunnen bewerkt, gecoat of geverfd zijn en/of zijn voorzien van andere materialen zoals (maar niet beperkt tot) beton, vloerplaten of tegels (“het onderzochte product”). |
|
(27) |
De volgende productsoorten vallen niet onder de productomschrijving van het onderzochte product:
|
2.2. Betrokken product
|
(28) |
Het betrokken product in dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen is het onderzochte product van oorsprong uit de VRC, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7325 10 00 en ex 7325 99 10 (Taric-codes 7325100031 en 7325991060). |
2.3. Soortgelijk product
|
(29) |
Dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen heeft bevestigd wat was vastgesteld in het oorspronkelijke onderzoek, namelijk dat de volgende producten dezelfde fysische, chemische en technische basiseigenschappen hebben en voor dezelfde basisdoeleinden worden gebruikt:
|
|
(30) |
Deze producten worden derhalve beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening. |
3. DUMPING
3.1. Opmerkingen vooraf
|
(31) |
Gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd de invoer van bepaalde gietijzeren producten uit de VRC voortgezet, maar op een lager niveau dan in het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek (d.w.z. van 1 oktober 2015 tot en met 30 september 2016). Volgens Eurostat maakte de invoer van gietijzeren producten uit de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek ongeveer 4,7 % van de markt van de Unie uit, vergeleken met een marktaandeel van 27,3 % tijdens het oorspronkelijke onderzoek. In absolute cijfers is de omvang van de invoer uit de VRC gedaald van 147 186 ton in het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek tot 22 146 ton in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
|
(32) |
Zoals vermeld in overweging 20, werkte geen van de producenten-exporteurs uit de VRC aan het onderzoek mee. Derhalve heeft de Commissie de autoriteiten van de VRC meegedeeld dat zij wegens gebrek aan medewerking mogelijk artikel 18 van de basisverordening zou toepassen voor de bevindingen met betrekking tot de VRC. De Commissie heeft ter zake geen opmerkingen ontvangen, noch verzoeken om de raadadviseur-auditeur in te schakelen. |
|
(33) |
Daarom werden in overeenstemming met artikel 18 van de basisverordening de bevindingen met betrekking tot de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping gebaseerd op de beschikbare gegevens, met name de in het verzoek om een nieuw onderzoek verstrekte informatie en de van de meewerkende partijen (d.w.z. de indiener van het verzoek en de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie) tijdens het nieuwe onderzoek verkregen informatie. |
3.2. Procedure voor de vaststelling van de normale waarde op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening voor de invoer van bepaalde gietijzeren producten van oorsprong uit de VRC
|
(34) |
Aangezien er ten tijde van de opening van het onderzoek voldoende bewijsmateriaal beschikbaar was dat met betrekking tot de VRC wees op het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, heeft de Commissie het onderzoek geopend op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. |
|
(35) |
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot de vermeende verstoringen van betekenis nodig achtte, heeft de Commissie de Chinese overheid een vragenlijst toegezonden. Bovendien heeft de Commissie in punt 5.3.2 van het bericht van opening alle belanghebbenden uitgenodigd om binnen 37 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie hun standpunt kenbaar te maken, informatie in te dienen en ondersteunend bewijs te verstrekken ten aanzien van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. De Chinese overheid heeft niet binnen de gestelde termijn gereageerd op de vragenlijst en heeft ook geenopmerkingen over de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening ingediend. Vervolgens heeft de Commissie de Chinese overheid ervan in kennis gesteld dat zij overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening de beschikbare gegevens zou gebruiken om het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC vast te stellen. |
|
(36) |
In punt 5.3.2 van het bericht van opening heeft de Commissie ook vermeld dat zij, gezien het beschikbare bewijsmateriaal, op grond van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening mogelijk een passend representatief land moest kiezen teneinde de normale waarde vast te stellen aan de hand van niet-verstoorde prijzen of benchmarks. De Commissie heeft verder opgemerkt dat zij mogelijke geschikte landen zou onderzoeken overeenkomstig de criteria als bedoeld in artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening. |
|
(37) |
Op 31 mei 2023 heeft de Commissie de belanghebbenden door middel van een mededeling in het dossier in kennis gesteld van de relevante bronnen die zij voornemens was te gebruiken om de normale waarde vast te stellen, met Turkije als het representatieve land. In die mededeling heeft de Commissie een lijst verstrekt van alle productiefactoren, zoals grondstoffen, arbeid en energie, die bij de productie van bepaalde gietijzeren producten een rol spelen. Daarnaast heeft de Commissie de belanghebbenden meegedeeld dat zij de verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten (“VAA-kosten”) en de winst zou vaststellen op basis van geaggregeerde jaarrekeningen uit de Company Accounts Statistics (8) voor 892 winstgevende ondernemingen die actief zijn in de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten (beter bekend als NACE), categorie 24.5 “Gieten van metalen”, producenten in het representatieve land, zoals samengesteld door de Centrale Bank van Turkije en het Turkse Bureau voor de Statistiek. Er werden geen opmerkingen ontvangen. |
3.3. Normale waarde
|
(38) |
Artikel 2, lid 1, van de basisverordening bepaalt, voor zover hier van belang, het volgende: “De normale waarde is normaal gebaseerd op de prijzen die door onafhankelijke afnemers in het land van uitvoer in het kader van normale handelstransacties worden betaald of dienen te worden betaald”. |
|
(39) |
Artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening bepaalt echter, voor zover hier van belang, het volgende: “Wanneer […] wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van punt b) in het land van uitvoer niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land, wordt de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen”, en “omvat [deze] een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst” (hierna worden “administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten” aangeduid als “VAA-kosten”). |
|
(40) |
Zoals hieronder nader wordt toegelicht, heeft de Commissie in het onderhavige onderzoek geconcludeerd dat het op basis van het beschikbare bewijsmateriaal, en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid en de producenten-exporteurs, juist was om artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen. |
3.3.1. Bestaan van verstoringen van betekenis
|
(41) |
In recente onderzoeken betreffende de staalsector in de VRC (9) heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake was van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. |
|
(42) |
In die onderzoeken heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake is van aanzienlijk overheidsingrijpen in de VRC, wat leidt tot een verstoring van de effectieve toewijzing van middelen overeenkomstig de marktbeginselen (10). De Commissie heeft met name geconcludeerd dat er in de sector staal — de belangrijkste grondstof voor de vervaardiging van het onderzochte product — niet alleen sprake blijft van een aanzienlijke mate van eigendom van de Chinese overheid in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste streepje, van de basisverordening (11), maar dat de Chinese overheid ook in de gelegenheid is zich te mengen in prijzen en kosten via overheidsaanwezigheid in bedrijven in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening (12). De Commissie heeft verder vastgesteld dat de aanwezigheid van de staat op de financiële markten en het ingrijpen door de staat op die markten, alsmede bij de verstrekking van grondstoffen en basisproducten, een aanvullend verstorend effect hebben op de markt. Het planningssysteem van de VRC leidt er over de gehele linie toe dat er middelen worden geconcentreerd in sectoren die door de Chinese overheid als strategisch of anderszins van politiek belang zijn bestempeld, in plaats van dat allocatie overeenkomstig marktwerking plaatsvindt (13). Bovendien heeft de Commissie geconcludeerd dat de Chinese faillissements- en eigendomswetgeving niet naar behoren functioneert in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening, en bijgevolg verstoringen veroorzaakt, met name wanneer in de VRC insolvente ondernemingen op de been worden gehouden en grondgebruiksrechten worden toegewezen (14). In dezelfde lijn stelde de Commissie vast dat er sprake is van verstoringen van loonkosten in de staalsector in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening (15), alsmede van verstoringen op de financiële markten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening, met name wat betreft de toegang tot kapitaal voor bedrijven in de VRC (16). |
|
(43) |
Net als in de voorafgaande onderzoeken met betrekking tot de ijzer- en staalsector in de VRC is de Commissie in het huidige onderzoek nagegaan of het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening al dan niet passend was om gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC. Daartoe heeft de Commissie gebruikgemaakt van het beschikbare bewijsmateriaal in het dossier, met inbegrip van het bewijsmateriaal in het verzoek en in het werkdocument van de diensten van de Commissie over verstoringen van betekenis in de economie van de Volksrepubliek China met het oog op handelsbeschermingsonderzoeken (17) (“het rapport”), dat is gebaseerd op openbaar beschikbare bronnen. In deze analyse is niet alleen gekeken naar het aanzienlijke overheidsingrijpen in de economie van de VRC in het algemeen, maar ook naar de specifieke marktsituatie in de sector die het onderzochte product omvat. De Commissie heeft deze bewijselementen verder aangevuld met haar eigen onderzoek naar de verschillende criteria die relevant zijn om het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC te bevestigen, zoals die ook in het kader van haar eerdere onderzoeken in dit verband zijn vastgesteld. |
|
(44) |
In het verzoek is aangevoerd dat de Chinese economie in haar geheel sterk wordt beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen, zodat in het onderhavige onderzoek geen gebruik kan worden gemaakt van de binnenlandse prijzen en kosten van de Chinese staalindustrie. |
|
(45) |
In het verzoek wordt meer specifiek opgemerkt dat de Chinese overheid op verschillende wijzen ingrijpt (op administratief, financieel en regelgevend gebied), gelet op de doctrine van de “socialistische markteconomie” zoals verankerd in de grondwet van de VRC, de alomtegenwoordigheid van de CCP en de invloed van de overheid op de economie door middel van strategische planningsinitiatieven. Dientengevolge is in het verzoek geconcludeerd dat niet alleen de binnenlandse verkoopprijzen van gietijzer ongeschikt zijn om te worden gebruikt in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, maar dat alle kosten voor basisproducten (waaronder grondstoffen, energie, grond, financiering, arbeid enz.) eveneens verstoord zijn, omdat de prijsvorming ervan door aanzienlijk overheidsingrijpen wordt beïnvloed. |
|
(46) |
Het verzoek bevat voorbeelden van elementen die duiden op het bestaan van verstoringen als bedoeld in artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste tot en met zesde streepje, van de basisverordening. Onder verwijzing naar een aantal openbaar toegankelijke informatiebronnen, zoals het rapport, eerdere onderzoeken van de Commissie in de staalsector, de Chinese wetgeving, en aanvullende bronnen, heeft de indiener van het verzoek met name het volgende aangevoerd:
|
|
(47) |
In het verzoek wordt kortom het standpunt ingenomen dat de prijzen of kosten, waaronder de kosten van grondstoffen, energie en arbeid, niet door vrije marktwerking tot stand zijn gekomen omdat zij worden beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. Op grond daarvan is het volgens het verzoek in dit geval niet passend is om voor de vaststelling van de normale waarde gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten. |
|
(48) |
De Chinese overheid heeft geen opmerkingen gemaakt of bewijsmateriaal verstrekt ter ondersteuning of weerlegging van het bestaande bewijsmateriaal in het dossier, waaronder het rapport en het door de indiener verstrekte aanvullende bewijsmateriaal, over de aanwezigheid van verstoringen van betekenis en/of de juistheid van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening in het onderhavige geval. |
|
(49) |
De sector van het onderzochte product — de staalsector — is nog steeds in sterke mate in handen van de Chinese overheid in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste streepje, van de basisverordening. Zowel staats- als particuliere ondernemingen in de sector zijn onderworpen aan beleidstoezicht en beleidsadvies. Voorbeelden hiervan zijn de Baowu Steel Group (een staatsonderneming die onder de centrale SASAC (18) valt) en haar dochterondernemingen Chongqing Iron & Steel Company Ltd (19), en Maanshan Iron & Steel Company Limited (20), de Baotou Steel Group (een staatsonderneming die in handen is van de overheid van Binnen-Mongolië (21)), de Angang Steel Group (een staatsonderneming die onder de centrale SASAC (22) valt), en de Shougang Group (een staatsonderneming die voor 100 % in handen is van Beijing State-Owned Asset Management Ltd (23)). Aangezien de Chinese exporteurs van het onderzochte product geen medewerking verleenden, kon de exacte verhouding tussen de producenten in particuliere en in overheidseigendom niet worden vastgesteld. Hoewel er mogelijk geen specifieke informatie beschikbaar is voor het onderzochte product, betreft het een subsector van de ijzer- en staalsector en worden de bevindingen met betrekking tot de ijzer- en staalindustrie derhalve geacht ook indicatief te zijn voor het onderzochte product. |
|
(50) |
De meest recente Chinese beleidsdocumenten met betrekking tot de ijzer- en staalsector bevestigen dat de Chinese overheid belang blijft hechten aan de sector en voornemens is in de sector in te grijpen om deze vorm te geven in overeenstemming met het overheidsbeleid. Dit kan worden geïllustreerd aan de hand van het richtsnoeradvies van het Ministerie van Industrie en Informatietechnologie over de bevordering van een hoogwaardige ontwikkeling van de staalindustrie, waarin wordt opgeroepen tot een verdere consolidatie van de industriële basis en tot aanzienlijke verbeteringen bij de modernisering van de industriële keten (24), het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie, waarin is verklaard dat de sector zal “vasthouden aan de combinatie van marktleiderschap en stimulering door de overheid” en “een groep leidende, ecologisch toonaangevende ondernemingen met een groot concurrentievermogen zal promoten” (25), of het werkplan 2023 voor de stabiele groei van de staalindustrie (26), waarin de volgende doelstellingen zijn opgenomen: “In 2023 houdt de investering in vaste activa in de gehele bedrijfstak een gestage groei in stand en worden de economische voordelen aanzienlijk verbeterd; de O & O-investeringen van de sector zullen uiteindelijk oplopen tot 1,5 %; de groei van de toegevoegde waarde van de industrie bedraagt ongeveer 3,5 %; in 2024 worden de ontwikkelingsomgeving en -structuur van de industrie verder geoptimaliseerd, wordt de overgang naar hoogwaardige, intelligente en groene producten voortgezet, en de groei van de toegevoegde waarde van de industrie bedraagt meer dan 4 %”, die voorziet in door de overheid voorgeschreven consolidatie van de staalsector: “[t]oonaangevende ondernemingen stimuleren om fusies en overnames door te voeren, zeer grote groepen ijzer- en staalondernemingen van wereldklasse te vormen en de optimale indeling van de nationale ijzer- en staalproductiecapaciteit te bevorderen. Gespecialiseerde ondernemingen met een leidende positie in bepaalde segmenten van de staalmarkt ondersteunen teneinde middelen verder te integreren en een ecosysteem voor de staalindustrie te creëren. IJzer- en staalondernemingen stimuleren om regio-overschrijdende […] fusies en reorganisaties door te voeren […]. Mogelijk meer beleidsondersteuning voor capaciteitsvervanging verlenen aan ijzer- en staalondernemingen die aanzienlijke fusies en reorganisaties hebben voltooid.” |
|
(51) |
Op provinciaal niveau zijn soortgelijke voorbeelden te vinden van het voornemen van de Chinese autoriteiten om toezicht te houden op en sturing te geven aan de ontwikkelingen in de sector, zoals in Hebei, waar het doel is om “geleidelijk over te gaan op de groepsontwikkeling van organisaties, de hervorming van de gemengde eigendom van staatsondernemingen te versnellen, zich te richten op het bevorderen van de regio-overschrijdende fusie en reorganisatie van particuliere ijzer- en staalbedrijven, en ernaar te streven één à twee grote concerns van wereldklasse op te richten, alsook drie tot vijf grote concerns met invloed in het binnenland ter ondersteuning” en “de recycling- en circulatiekanalen van staalschroot uit te breiden, en de screening en classificatie van staalschroot te versterken” (27). Het plan van Hebei voor de staalsector vermeldt voorts: “Vasthouden aan structurele aanpassing en benadrukken van productdiversificatie. Bevorderen van de structurele aanpassing en de optimalisering van de indeling van de ijzer- en staalsector, bevorderen van de consolidatie, reorganisatie, transformatie en verbetering van ondernemingen, en bevorderen van de ontwikkeling van de ijzer- en staalsector naar grootschalige ondernemingen, modernisering van technische apparatuur, diversificatie van productieprocessen en diversificatie van downstreamproducten”. |
|
(52) |
Evenzo voorziet het uitvoeringsplan van Henan voor de transformatie en modernisering van de staalindustrie tijdens het 14e vijfjarenplan in de “bouw van karakteristieke staalproductiebases […] om zes karakteristieke staalproductiebases in Anyang, Jiyuan, Pingdingshan, Xinyang, Shangqiu, Zhoukou enz. te bouwen, en de schaal, de intensivering en de specialisatie van de bedrijfstak te verbeteren. In 2025 zal de productiecapaciteit voor ruwijzer in Anyang onder de 14 miljoen ton worden gehouden en zal de productiecapaciteit van ruwstaal onder de 15 miljoen ton worden gehouden.” (28). |
|
(53) |
Verdere industriële beleidsdoelstellingen kunnen ook worden aangetroffen in de planningsdocumenten van andere provincies, zoals Jiangsu (29), Shandong (30), Shanxi (31), Liaoning (gemeente Dalian) (32) en Zhejiang (33). |
|
(54) |
Wat betreft de vraag of de Chinese overheid zich via de overheidsaanwezigheid in bedrijven kon mengen in de prijzen en kosten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening, was het door het gebrek aan medewerking van de kant van de producenten-exporteurs onmogelijk om systematisch persoonlijke banden tussen producenten van het onderzochte product en de CCP vast te stellen. Niettemin zijn er enkele specifieke voorbeelden beschikbaar met betrekking tot het onderzochte product. Aangezien het bij het onderzochte product om een subsector van de metaalsector gaat, is de beschikbare informatie met betrekking tot staalproducenten bovendien ook relevant voor het onderzochte product. |
|
(55) |
Zo is de voorzitter van de raad van bestuur van de Baotou Steel Union, die deel uitmaakt van de Baotou Steel Group, tevens de partijsecretaris van de onderneming, terwijl de voorzitter van de vakbond van de onderneming de plaatsvervangende partijsecretaris is (34). In diezelfde lijn is de voorzitter van de raad van bestuur van de Shougang Group de secretaris van het partijcomité, terwijl de plaatsvervangend uitvoerend directeur lid is van het partijcomité (35). Evenzo heeft een hooggeplaatste figuur van de Hongguang Handan Company publiekelijk verklaard dat de onderneming zonder hulp en steun niet zou staan waar nu ze staat, niet in de laatste plaats dankzij de garanties van de Chinese overheid en de CCP, die met meer dan twintig leden betrokken is bij Hongguang Casting Co. Ltd (36). Een ander voorbeeld van loyaliteit aan de CCP is te vinden in artikel 3 van statuten van de China Foundry Association, volgens welk artikel de China Foundry Association de zakelijke richtsnoeren, het toezicht en het beheer door de desbetreffende entiteiten, bv. de SASAC en het Ministerie van Civiele Zaken, aanvaardt en de noodzakelijke voorwaarden voor haar deelname schept (37). |
|
(56) |
Verder wordt in de sector van het onderzochte product een beleid gehanteerd dat discrimineert ten gunste van binnenlandse producenten of dat anderszins de markt beïnvloedt in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), derde streepje, van de basisverordening. Tijdens het onderzoek werden verdere documenten gevonden waaruit blijkt dat de bedrijfstak profiteert van richtsnoeren en ingrijpen van de overheid in de ijzer- en staalsector, aangezien het onderzochte product een van de subsectoren van deze sector is. |
|
(57) |
De Chinese overheid beschouwt de ijzer- en staalindustrie nog steeds als een sleutelindustrie (38). Dit wordt bevestigd in de talrijke op de sector gerichte plannen, richtlijnen en andere documenten die op nationaal, regionaal en stedelijk/gemeentelijk niveau worden gepubliceerd. In het kader van het 14e vijfjarenplan heeft de Chinese overheid de ijzer- en staalsector geoormerkt voor transformatie en modernisering, alsmede voor optimalisering en structurele aanpassing (39). Evenzo wordt de sector in het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie, dat ook van toepassing is op de ijzer- en staalsector, genoemd als “fundament van de reële economie” en “een sleutelgebied dat het internationale concurrentievoordeel van China vormgeeft”, en worden enkele doelstellingen en werkmethoden vastgesteld die de ontwikkeling van de sector in de periode 2021-2025 zouden stimuleren, zoals een technologische upgrade, de verbetering van de structuur van de sector (niet in de laatste plaats door verdere bedrijfsconcentraties) of een digitale transformatie (40). Bovendien blijkt uit het bovenvermelde (zie overweging 50) werkplan voor de stabiele groei van de staalindustrie hoe de aandacht van de Chinese autoriteiten voor de sector past in de bredere context van de sturing die de Chinese overheid aan de Chinese economie geeft: “Steun verlenen aan staalondernemingen teneinde de behoeften inzake nieuwe infrastructuur, nieuwe verstedelijking, revitalisering van het platteland en opkomende industrieën op de voet te volgen, aansluiting vinden bij grote technische projecten in het kader van de 14e vijfjarenplan in verschillende regio’s, en alles in het werk stellen om de staalvoorziening te garanderen. Ontwikkelen en verdiepen van stroomopwaartse en stroomafwaartse samenwerkingsmechanismen tussen de staalsector en belangrijke staalverbruikende sectoren zoals scheepsbouw, vervoer, bouw, energie, automobielindustrie, huishoudelijke apparaten, landbouwmachines en zware apparatuur; uitvoeren van activiteiten om de productie op de vraag af te stemmen, en actief uitbreiden van de toepassingsgebieden voor staal.” (41). |
|
(58) |
Wat betreft ijzererts — een grondstof die wordt gebruikt voor de productie van het onderzochte product — kan in het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie bovendien worden gelezen dat de staat voornemens is om “binnenlandse minerale hulpbronnen rationeel te ontwikkelen, de exploratie van ijzererts te versterken […], preferentiële fiscale behandelingen toe te passen en de omarming van geavanceerde technologie en uitrusting aan te moedigen om de productie van vast mijnafval terug te dringen” (42), hetgeen zal leiden tot het opzetten van een systeem voor het creëren van output uit ijzerertsreserves en minerale gronden dat “een belangrijke maatregel zal worden om de marktprijs van ijzererts te stabiliseren en de veiligheid van de industriële keten te waarborgen” (43). In provincies als Hebei voorzien de autoriteiten in het volgende voor de sector: “een subsidie in de vorm van kortingen voor investeringen in nieuwe projecten; financiële instellingen onderzoeken en begeleiden om leningen tegen lage rente te verstrekken aan ijzer- en staalondernemingen om over te stappen op nieuwe industrieën, terwijl de overheid tegelijkertijd kortingsubsidies zal verstrekken” (44). Samengevat heeft de Chinese overheid maatregelen getroffen om marktdeelnemers ertoe te bewegen zich aan de doelstellingen van het overheidsbeleid te houden met als doel om bevorderde bedrijfstakken te ondersteunen, waaronder de productie van de belangrijkste grondstoffen voor de vervaardiging van het onderzochte product. Dergelijke maatregelen belemmeren de vrije marktwerking. |
|
(59) |
Het onderzochte product wordt ook beïnvloed door verstoringen van loonkosten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening, zoals reeds vermeld in de overweging 42 en 46. Deze sector staat daarom zowel direct (bij het vervaardigen van het onderzochte product of de belangrijkste basisproducten) als indirect (bij het krijgen van toegang tot basisproducten van ondernemingen die in de VRC aan hetzelfde arbeidsrechtstelsel onderworpen zijn) bloot aan verstoringen (45). |
|
(60) |
Bovendien is in het onderhavige onderzoek geen bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat de sector van het onderzochte product niet wordt beïnvloed door overheidsingrijpen in het financiële stelsel in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening, zoals vermeld in de overwegingen 42 en 46. Het bovengenoemde (zie overweging 50) werkplan voor de stabiele groei is ook een goed voorbeeld van dit type overheidsingrijpen: “Financiële instellingen aanmoedigen om actief financiële diensten te verlenen aan staalondernemingen die fusies en reorganisaties, aanpassingen van de indeling, transformaties en moderniseringen doorvoeren in overeenstemming met de beginselen van risicobeheersing en duurzaamheid van bedrijven.”. Het aanzienlijke overheidsingrijpen in het financiële stelsel leidt er derhalve toe dat de marktomstandigheden op alle niveaus sterk worden beïnvloed. |
|
(61) |
Tot slot herinnert de Commissie eraan dat voor de productie van het onderzochte product een aantal basisproducten nodig is. Wanneer de producenten van het onderzochte product deze basisproducten inkopen of daarvoor contracten sluiten, zijn de prijzen die zij betalen (en die als hun kosten worden geregistreerd) duidelijk blootgesteld aan dezelfde systemische verstoringen als die welke hierboven zijn genoemd. Zo maken leveranciers van basisproducten gebruik van arbeid waarop de verstoringen van invloed zijn. Ook kunnen zij geld lenen op een wijze die onderhevig is aan de verstoringen in de financiële sector/kapitaaltoewijzing. Daarnaast zijn zij onderworpen aan het planningssysteem dat van toepassing is op alle overheidsniveaus en sectoren. |
|
(62) |
Dientengevolge zijn niet alleen de binnenlandse verkoopprijzen van het onderzochte product ongeschikt om te worden gebruikt in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, maar geldt dat ook voor alle kosten voor basisproducten (waaronder grondstoffen, energie, grond, financiering, arbeid enz.), omdat de prijsvorming ervan wordt beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen, zoals beschreven in de delen I en II van het rapport. Het overheidsingrijpen dat met betrekking tot de toewijzing van kapitaal, grond, arbeid, energie en grondstoffen is beschreven, vindt namelijk plaats in de gehele VRC. Dit betekent bijvoorbeeld dat een basisproduct dat zelf in de VRC is geproduceerd, door de combinatie van een reeks productiefactoren aan verstoringen van betekenis onderhevig is. Hetzelfde geldt voor het basisproduct van het basisproduct, en zo verder. |
|
(63) |
Samengevat is uit het beschikbare bewijsmateriaal gebleken dat de prijzen en kosten van het onderzochte product, waaronder de kosten van grondstoffen, energie en arbeid, niet door vrije marktwerking tot stand zijn gekomen, aangezien zij worden beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, zoals blijkt uit de daadwerkelijke of mogelijke gevolgen van een of meer van de daarin genoemde relevante factoren. Op grond daarvan, en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid, heeft de Commissie geconcludeerd dat het in dit geval niet passend is om voor het vaststellen van de normale waarde gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten. Bijgevolg heeft de Commissie de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen, dat wil zeggen in dit geval aan de hand van de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een passend representatief land in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, zoals beschreven in het volgende punt. |
|
(64) |
De Chinese overheid heeft in het kader van het onderhavige onderzoek geen bewijsmateriaal of argumenten van het tegendeel aangedragen. |
3.3.2. Representatief land
3.3.2.1. Algemene opmerkingen
|
(65) |
De keuze van het representatieve land is gemaakt op basis van de volgende criteria uit hoofde van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening:
|
|
(66) |
Zoals toegelicht in overweging 37, heeft de Commissie op 31 mei 2023 een mededeling aangaande de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde toegevoegd aan het dossier. In deze mededeling heeft de Commissie een beschrijving gegeven van de feiten en het bewijsmateriaal die ten grondslag liggen aan de relevante criteria en heeft zij de belanghebbenden in kennis gesteld van haar voornemen om Turkije in dit geval als een passend representatief land aan te merken indien het bestaan van verstoringen van betekenis in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening zou worden bevestigd. |
|
(67) |
Overeenkomstig de criteria van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening heeft de Commissie Turkije aangemerkt als een land met een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling als de VRC. Turkije wordt door de Wereldbank op basis van het bruto nationaal inkomen ingedeeld als “hogermiddeninkomensland”. Bovendien werd Turkije geïdentificeerd als een land waar het onderzochte product wordt geproduceerd en waar onmiddellijk relevante gegevens beschikbaar zijn. |
|
(68) |
Tot slot hoefde er — gezien het gebrek aan medewerking en aangezien was vastgesteld dat Turkije op grond van alle voornoemde factoren een passend representatief land was — geen beoordeling van het niveau van sociale en milieubescherming overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, laatste zin, van de basisverordening plaats te vinden. |
3.3.2.2. Conclusie
|
(69) |
Bij gebrek aan medewerking heeft de Commissie, zoals voorgesteld in het verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en gelet op het feit dat Turkije voldeed aan de criteria van artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening, Turkije als passend representatief land geselecteerd. |
3.3.3. Bronnen aan de hand waarvan de niet-verstoorde kosten worden vastgesteld
|
(70) |
In de mededeling over de bronnen die voor de vaststelling van de normale waarde moeten worden gebruikt, heeft de Commissie de door de producenten in de Unie bij de productie van het onderzochte product gebruikte productiefactoren (waaronder materialen, energie en arbeid) vermeld op basis van de informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen zoals naar behoren bijgewerkt wanneer nauwkeurigere informatie beschikbaar was. De Commissie heeft ook verklaard dat zij, voor de berekening van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, gebruik zou maken van de Global Trade Atlas (“GTA”) (48) om de niet-verstoorde kosten van de meeste productiefactoren, met name de grondstoffen, vast te stellen. Voorts merkte de Commissie op dat zij gebruik zou maken van informatie van: het Turkse Bureau voor de Statistiek (49) voor de vaststelling van de niet-verstoorde kosten van elektriciteit, gas en arbeid, het Investeringsagentschap van Turkije (50) voor water, en Türkiye Petrolleri (51) voor brandstof. Na de bekendmaking van de mededeling over de bronnen die voor de vaststelling van de normale waarde moeten worden gebruikt, heeft de Commissie geconstateerd dat de prijzen van elektriciteit en aardgas in Turkije sterker waren gestegen dan de inflatie in Turkije. Bovendien heeft het Turkse Bureau voor de Statistiek geen informatie gepubliceerd over de prijzen van elektriciteit en aardgas in de tweede helft van 2022. Daarom heeft de Commissie besloten de niet-verstoorde kosten van elektriciteit en aardgas in Maleisië te gebruiken, zoals uiteengezet in overweging 81. Maleisië is immers een land met een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC. Voorts is Maleisië in andere soortgelijke onderzoeken eveneens als representatief land gebruikt. |
|
(71) |
De Commissie verklaarde ook dat zij voor de vaststelling van de VAA-kosten en de winst gebruik zou maken van de financiële gegevens uit de Company Accounts Statistics voor 892 ondernemingen die actief zijn in NACE-categorie 24.5, zoals uiteengezet in overweging 37. |
|
(72) |
De Commissie heeft de belanghebbenden voorts meegedeeld dat een aantal productiefactoren (zoals verpakking, andere delen en toebehoren) elk afzonderlijk een klein aandeel, variërend van 1 tot 10 %, van de totale grondstoffenkosten in het tijdvak van het nieuwe onderzoek vertegenwoordigt. De Commissie was daarom voornemens om deze andere productiefactoren te behandelen als “verbruiksmaterialen” en heeft deze verbruiksmaterialen uitgedrukt als een percentage van de totale grondstoffenkosten. Deze productiefactoren waren goed voor 16 % en 7 % van de totale grondstoffenkosten voor respectievelijk producten van nodulair gietijzer en producten van grijs gietijzer. |
|
(73) |
Bovendien heeft de Commissie een waarde voor de vaste productiekosten opgenomen om de niet in bovengenoemde productiefactoren vervatte kosten te verrekenen. De Commissie heeft de verhouding tussen de vaste productiekosten en de directe productiekosten vastgesteld op basis van de gegevens van de producenten in de Unie die de indiener van het verzoek daartoe als specifieke informatie heeft verstrekt. |
3.4. Niet-verstoorde kosten en benchmarks
3.4.1. Productiefactoren
|
(74) |
Rekening houdend met alle op het verzoek gebaseerde informatie en later tijdens de procedure verzamelde informatie, werden de volgende productiefactoren en de bronnen ervan geïdentificeerd met het oog op de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening: Tabel 1 Productiefactoren van bepaalde gietijzeren producten
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
3.4.1.1. Grondstoffen
|
(75) |
De productieprocessen van bepaalde gietijzeren producten zijn over het algemeen vergelijkbaar, zonder significante verschillen tussen de productieprocessen in de VRC, de Unie en andere landen. Het productieproces en de productiefactoren verschilden enigszins naargelang het gietijzeren product van grijs of nodulair gietijzer was gemaakt. Beide soorten gietijzeren producten werden vanuit de VRC naar de Unie uitgevoerd. |
|
(76) |
Met het oog op de vaststelling van de niet-verstoorde prijs van grondstoffen als geleverd aan de fabriekspoort van een producent in het representatieve land, heeft de Commissie als basis gebruikgemaakt van de gewogen gemiddelde invoerprijs voor het representatieve land zoals vermeld in de GTA, waar invoerrechten bij werden opgeteld. Op basis daarvan werd een prijs bij invoer in het representatieve land vastgesteld als gewogen gemiddelde van de eenheidsprijzen van invoer uit alle derde landen met uitzondering van de VRC en de in bijlage I bij Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad (52) genoemde landen die geen lid zijn van de WTO. De Commissie heeft besloten de invoer uit de VRC in het representatieve land uit te sluiten, aangezien zij, in overweging 63, tot de conclusie is gekomen dat het niet passend was om de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC te gebruiken wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. Aangezien er geen bewijsmateriaal is waaruit blijkt dat dezelfde verstoringen niet gelijkelijk gevolgen hebben voor de voor de uitvoer bestemde producten, was de Commissie van mening dat die verstoringen ook gevolgen hebben gehad voor de uitvoerprijzen. Na de invoer uit de VRC in het representatieve land te hebben uitgesloten, bleef het volume van de invoer uit andere derde landen representatief. |
|
(77) |
Wat de productiefactoren kalksteen (goederencode 252100) en ferrolegeringen (overige) (goederencode 72029980) betreft, zijn er in het tijdvak van het nieuwe onderzoek volgens de GTA-statistieken geen of slechts onbeduidende hoeveelheden ingevoerd in Turkije, zodat de daaruit voortvloeiende definitieve gemiddelde invoerprijzen onvoldoende representatief waren. Omdat er geen andere gegevens beschikbaar waren, moest de Commissie zich baseren op de informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek. Tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek vertegenwoordigde kalksteen 2 % van de totale grondstofkosten voor producten van nodulair gietijzer en vertegenwoordigden ferrolegeringen (overige) 1 % van de totale grondstofkosten voor producten van grijs gietijzer. Aangezien de voor deze productiefactoren gebruikte waarde geen merkbare invloed had op de berekeningen van de dumpingmarge, ongeacht de gebruikte bron, besloot de Commissie deze kosten op te nemen in de verbruiksgoederen. |
|
(78) |
Gezien het gebrek aan medewerking en het ontbreken van andere elementen in het dossier heeft de Commissie op basis van de door de indiener van het verzoek verstrekte gegevens en rekening houdend met het feit dat bepaalde kosten tot verbruiksmaterialen worden gerekend, zoals uitgelegd in de overwegingen 74 en 79, de verhouding tussen verbruiksmaterialen en de totale grondstofkosten vastgesteld op 25 % voor producten van nodulair gietijzer en 16 % voor producten van grijs gietijzer. Deze percentages werden vervolgens toegepast op de niet-verstoorde waarde van de grondstoffen om de niet-verstoorde waarde van andere grondstoffen en verbruiksmaterialen te verkrijgen. |
|
(79) |
Normaliter moeten bij deze invoerprijzen ook de prijzen voor binnenlands vervoer worden opgeteld. Gezien het gebrek aan medewerking en de aard van dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, dat bedoeld is om vast te stellen of de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet of zich opnieuw zou kunnen voordoen, en niet om de exacte omvang daarvan te bepalen, heeft de Commissie echter besloten dat een correctie voor binnenlands vervoer niet nodig is. Dergelijke correcties zouden slechts leiden tot een verhoging van de normale waarde en derhalve van de dumpingmarge. |
3.4.1.2. Arbeid
|
(80) |
Het Turkse Bureau voor de Statistiek publiceert uitvoerige informatie over lonen in verschillende economische sectoren in Turkije (53). De Commissie heeft gebruikgemaakt van de statistieken van 2020, de meest recente die beschikbaar waren, voor de gemiddelde loonkosten voor de economische activiteit “Vervaardiging van metalen in primaire vorm” onder NACE-code 24 overeenkomstig de NACE Rev.2-classificatie. De aldus verkregen gemiddelde loonkosten per uur werden verder gecorrigeerd voor inflatie met behulp van de loonkostenindex (54) om de kosten voor het tijdvak van het nieuwe onderzoek weer te geven. |
3.4.1.3. Energie
|
(81) |
In Maleisië waren de elektriciteitsprijzen openbaar toegankelijk op de website van het elektriciteitsbedrijf TNB (55). De Commissie heeft tarieven gebruikt die van toepassing zijn op afnemers in de categorie “middenspanning”. De aardgasprijzen in Maleisië waren openbaar toegankelijk op de website van de Energy Commission (56). De Commissie heeft aardgastarieven gebruikt die in het vierde kwartaal van 2021 op industriële gebruikers van toepassing waren en heeft een verbruikscategorie geselecteerd die overeenstemt met het aardgasverbruik van de indiener van het verzoek. |
3.4.1.4. Brandstof
|
(82) |
Türkiye Petrolleri (Turkish Petroleum) publiceert de gemiddelde prijzen voor stookolie in de verschillende steden in Turkije. Overeenkomstig het verzoek om een nieuw onderzoek heeft de Commissie gebruikgemaakt van de gemiddelde brandstofprijzen voor Istanbul Anadolu voor de periode van januari 2022 tot december 2022 (57). Aangezien brandstofprijzen slechts marginaal fluctueren tussen steden, werd Istanbul Anadolu beschouwd als een geschikte maatstaf voor heel Turkije. |
3.4.1.5. Water
|
(83) |
Voor de waterprijs heeft de Commissie gebruikgemaakt van de gemiddelde toepasselijke prijzen in Turkije voor de kosten van water voor industrieel gebruik, zoals gepresenteerd door het voorzitterschap van het Investeringsagentschap van Turkije (58). |
3.4.1.6. Vaste productiekosten, VAA-kosten en winst
|
(84) |
Artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening bepaalt het volgende: “De door berekening vastgestelde normale waarde omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst.” Bovendien moet een waarde voor de vaste productiekosten worden vastgesteld om de kosten te bestrijken die niet in de bovengenoemde productiefactoren zijn opgenomen. |
|
(85) |
Om een niet-verstoorde waarde voor de vaste productiekosten vast te stellen, heeft de Commissie bij gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebruikgemaakt van de beschikbare gegevens. De Commissie heeft het aandeel van de vaste productiekosten in de totale productie- en loonkosten vastgesteld op basis van de door de indiener van het verzoek verstrekte gegevens. Vervolgens heeft zij hetzelfde percentage toegepast op de niet-verstoorde waarde van de productiekosten om de niet-verstoorde waarde van de vaste productiekosten te verkrijgen. |
|
(86) |
Om een niet-verstoord en redelijk bedrag voor VAA-kosten en winst te kunnen vaststellen, heeft de Commissie zich gebaseerd op de meest recente beschikbare financiële gegevens voor 892 Turkse ondernemingen die actief zijn in NACE-categorie 24.5, zoals uiteengezet in overweging 37. |
3.4.2. Berekening van de normale waarde
|
(87) |
Op grond van het bovenstaande heeft de Commissie de normale waarde per productsoort (producten van grijs gietijzer en producten van nodulair gietijzer) af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening. |
|
(88) |
Allereerst heeft de Commissie de niet-verstoorde productiekosten vastgesteld. Wegens het gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs heeft de Commissie zich gebaseerd op de informatie die de indiener in het verzoek om een nieuw onderzoek heeft verstrekt over het verbruik van elke productiefactor (grondstoffen, energie en arbeid) bij de productie van bepaalde gietijzeren producten. De Commissie heeft het verbruik van elke factor vermenigvuldigd met de niet-verstoorde kosten per eenheid zoals die zijn vastgesteld in het representatieve land Turkije. |
|
(89) |
Zodra de niet-verstoorde productiekosten waren vastgesteld, heeft de Commissie de vaste productiekosten, de VAA-kosten en de winst daarbij opgeteld, zoals vermeld in punt 3.4.1.6. De vaste productiekosten werden vastgesteld op basis van door de indiener van het verzoek verstrekte gegevens. De VAA-kosten en de winst werden bepaald op basis van het gemiddelde van de voor 2022 gerapporteerde waarden voor de 892 Turkse ondernemingen die actief zijn in NACE-categorie 24.5 (59). De Commissie heeft bij de niet-verstoorde productiekosten de volgende elementen opgeteld:
|
|
(90) |
Op basis daarvan heeft de Commissie de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening berekend in het stadium af fabriek. |
3.5. Uitvoerprijs
|
(91) |
Bij gebrek aan medewerking van producenten-exporteurs uit de VRC werd de uitvoerprijs vastgesteld aan de hand van de aan Eurostat-gegevens ontleende cif-prijzen, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek. De cif-prijs werd daarom verlaagd met de zeevervoer- en verzekeringskosten en de binnenlandse vervoerskosten. De binnenlandse Chinese en internationale vervoerskosten waren gebaseerd op informatie die de indiener van het verzoek in het verzoek om een nieuw onderzoek had verstrekt. |
3.6. Vergelijking
|
(92) |
De Commissie heeft per productsoort de normale waarde zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening vergeleken met de uitvoerprijs in het stadium af fabriek zoals hierboven vastgesteld. |
3.7. Dumpingmarge
|
(93) |
Op basis daarvan bleek het verschil tussen de uitvoerprijs en de door berekening vastgestelde normale waarde aanzienlijk te zijn (meer dan 60 %). Op basis daarvan werd geconcludeerd dat de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet. |
4. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING VAN DUMPING
|
(94) |
Na te hebben vastgesteld dat in het tijdvak van het nieuwe onderzoek dumping plaatsvond, is de Commissie, in overeenstemming met artikel 11, lid 2, van de basisverordening, nagegaan of voortzetting van dumping waarschijnlijk zou zijn indien de maatregelen zouden worden ingetrokken. De volgende bijkomende elementen zijn onderzocht: de productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC, de verhouding tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en het prijsniveau in de Unie, en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie. Opgemerkt zij dat de analyse vanwege de niet-medewerking van zowel de Chinese producenten-exporteurs als de Chinese overheid overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening werd gebaseerd op de beschikbare gegevens, met name het verzoek om een nieuw onderzoek, GTA-statistieken en andere beschikbare informatie. |
4.1. Productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC
|
(95) |
Bij gebrek aan medewerking van de Chinese overheid en de Chinese producenten-exporteurs heeft de Commissie haar bevindingen inzake de productiecapaciteit en de reservecapaciteit in de VRC gebaseerd op de informatie die de indiener van het verzoek heeft verstrekt in zijn verzoek om een nieuw onderzoek. |
|
(96) |
Uit het onderzoek is gebleken dat er in de beoordelingsperiode sprake was van een algemene overcapaciteit bij de productie van bepaalde gietijzeren producten in China. De productiecapaciteit (61) in China in deze periode werd geschat op 1 031 292 ton per jaar. Volgens het marktonderzoek van de indiener van het verzoek waren de werkelijke productie en verkoop in China goed voor 408 654 ton per jaar, hetgeen wees op een geschatte reservecapaciteit van 622 638 ton in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Deze reservecapaciteit, die groter was dan het totale verbruik in de Unie in dezelfde periode, zou naar de Unie kunnen worden verlegd indien de huidige maatregelen zouden vervallen. |
|
(97) |
Op grond van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de Chinese producenten-exporteurs beschikken over een aanzienlijke reservecapaciteit, die zou kunnen worden gebruikt om grote hoeveelheden van het onderzochte product tegen dumpingprijzen naar de Unie uit te voeren, indien de maatregelen zouden komen te vervallen. |
4.2. Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie
|
(98) |
Uit de informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen bleek dat de markt van de Unie voor bepaalde gietijzeren producten aantrekkelijk bleef voor Chinese exporteurs. Sinds het oorspronkelijke onderzoek is de invoer uit de VRC zowel in absolute als relatieve cijfers gedaald. Het vroegere marktaandeel van de VRC is gedeeltelijk ingenomen door andere derde landen, zoals India en Turkije, die sinds het vorige onderzoek grotere hoeveelheden van het onderzochte product naar de Unie hebben uitgevoerd. Tegelijkertijd was de VRC tijdens het onderzoektijdvak nog steeds de op twee na grootste exporteur van bepaalde gietijzeren producten naar de Unie. Hieruit blijkt dat de Unie een aantrekkelijke markt is voor exporteurs uit China. |
|
(99) |
De markt van de Unie voor bepaalde gietijzeren producten is een van de grootste ter wereld, met een verbruik van 467 544 ton in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Volgens het verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen hebben Chinese gieterijen in de loop van de vele jaren waarin naar de Unie is uitgevoerd, banden opgebouwd met importeurs en distributienetwerken. Uit het bewijsmateriaal dat de indiener van het verzoek in zijn verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen heeft verstrekt, bleek dat Chinese producenten tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek gietijzeren producten aanboden tegen lage prijzen. Bovendien wordt de Amerikaanse markt, een van de grootste markten qua omvang, beschermd door handelsbeschermingsmaatregelen tegen China ter hoogte van 25,52 % (62), waardoor de toegang van de Chinese producenten tot die markt wordt beperkt. Deze maatregelen zijn in maart 2022 met nog eens vijf jaar verlengd. Als gevolg hiervan zou de Chinese uitvoer naar de Unie waarschijnlijk verder toenemen, mochten de huidige maatregelen komen te vervallen. |
|
(100) |
Ondanks de geldende maatregelen werd de Chinese uitvoer naar de Unie voortgezet en heeft deze uitvoer een niet te verwaarlozen marktaandeel, waaruit blijkt dat de markt van de Unie aantrekkelijk blijft voor de Chinese producenten-exporteurs. |
|
(101) |
Daarom heeft de Commissie op basis van de aanzienlijke overcapaciteit in de VRC en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie geconcludeerd dat de Chinese producenten-exporteurs de uitvoer waarschijnlijk in grote hoeveelheden tegen dumpingprijzen naar de Unie zullen verleggen indien de huidige maatregelen zouden komen te vervallen. |
4.3. Conclusie
|
(102) |
Op basis van haar bevindingen met betrekking tot de voortzetting van dumping tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek en de waarschijnlijke ontwikkeling van de uitvoer indien de maatregelen zouden komen te vervallen, heeft de Commissie geconcludeerd dat het zeer waarschijnlijk is dat het vervallen van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer uit de VRC tot voortzetting van de dumping zal leiden. |
5. SCHADE
5.1. Omschrijving van de bedrijfstak van de Unie en productie in de Unie
|
(103) |
Het soortgelijke product werd in de beoordelingsperiode door 22 producenten in de Unie vervaardigd. Zij vormen de bedrijfstak van de Unie in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening. |
|
(104) |
De totale productie in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd vastgesteld op ongeveer 467 544 ton. De Commissie heeft dit cijfer vastgesteld op basis van alle beschikbare informatie met betrekking tot de bedrijfstak van de Unie, zoals de gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de producenten in de Unie en de antwoorden op de macrovragenlijst die zijn ingediend door Eurofonte. Zoals vermeld in overweging 11, werd een steekproef samengesteld van drie producenten in de Unie, die meer dan 46 % van de totale productie van het soortgelijke product in de Unie vertegenwoordigden. |
5.2. Verbruik in de Unie
|
(105) |
De Commissie heeft het verbruik in de Unie vastgesteld op basis van het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie en de invoergegevens van Eurostat. |
|
(106) |
Het verbruik in de Unie ontwikkelde zich als volgt: Tabel 2 Verbruik in de Unie (ton)
|
||||||||||||||||||||
|
(107) |
Over het geheel genomen is het verbruik in de Unie met 4 % gestegen. In feite fluctueert de markt voor gietijzeren producten, afhankelijk van de economische groei op de markt van de Unie en meer bepaald de uitvoering van infrastructuurprojecten in met name de water- en de vervoersectoren. In 2020 kromp de economie van de Europese Unie als gevolg van de pandemie en de daarmee gepaard gaande lockdowns, en datzelfde gold voor het verbruik van gietijzeren producten, dat met 4 % daalde. 2021 was een jaar van economische opleving, met een piek in het verbruik van + 12 %. In 2022 werden er minder openbare werken in de Unie uitgevoerd, waardoor het verbruik van gietijzeren producten daalde (– 3,5 % in vergelijking met 2021). |
5.3. Invoer uit het betrokken land
5.3.1. Volume en marktaandeel van de invoer uit het betrokken land
|
(108) |
De Commissie heeft de omvang van de invoer vastgesteld op basis van gegevens van Eurostat. Het marktaandeel van de invoer werd vastgesteld op basis van het verbruik in de Unie zoals uiteengezet in overweging 105. De invoer in de Unie uit het betrokken land heeft zich als volgt ontwikkeld: Tabel 3 Volume (ton) en marktaandeel van de invoer
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
(109) |
De invoer van het onderzochte product uit de VRC is in de beoordelingsperiode gestaag gedaald met 54 %. De invoer daalde eerst met 29 % tussen 2019 en 2020, vervolgens met 18 % tussen 2020 en 2021 en ten slotte met 22 % tussen 2021 en het TNO. Bijgevolg is het marktaandeel van deze invoer met meer dan de helft gedaald, van 10,7 % in 2019 tot 4,7 % in het TNO. |
5.3.2. Prijzen van de invoer uit het betrokken land en prijsverschil
|
(110) |
De Commissie heeft de prijzen van de invoer vastgesteld op basis van gegevens van Eurostat. |
|
(111) |
De gewogen gemiddelde prijzen van de invoer in de Unie vanuit het betrokken land hebben zich als volgt ontwikkeld: Tabel 4 Invoerprijzen (EUR/ton)
|
||||||||||||||||||||
|
(112) |
Over het geheel genomen is de gemiddelde prijs bij invoer uit de VRC met 44 % gestegen. De invoerprijs daalde eerst met 5 % van 2019 op 2020 en steeg vervolgens met 18 % van 2020 op 2021 en met 28 % tussen 2021 en het TNO. |
|
(113) |
Aangezien de Chinese producenten-exporteurs geen medewerking hebben verleend, heeft de Commissie de gewogen gemiddelde verkoopprijs die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in rekening brengen bij niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie, vergeleken met de gewogen gemiddelde prijs bij invoer van het onderzochte product uit de VRC zoals ontleend aan Eurostat, op cif-basis, het antidumpingrecht inbegrepen. |
|
(114) |
Uit deze prijsvergelijking bleek een verschil van 6 % tussen de gemiddelde uitvoerprijs en de gemiddelde verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie. Zonder de antidumpingrechten bedroeg het prijsverschil 25 %. |
5.4. Invoer uit andere derde landen dan de VRC
|
(115) |
Het geaggregeerde volume van de invoer in de Unie alsmede het marktaandeel en de prijzen van de invoer van gietijzeren producten uit andere derde landen hebben zich als volgt ontwikkeld: Tabel 5 Invoer uit derde landen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(116) |
In het TNO werd voor 136 925 ton aan gietijzeren producten ingevoerd uit derde landen, met uitzondering van China. Dit volume vertegenwoordigt 29 % van de markt van de Unie. In totaal is het marktaandeel van die derde landen toegenomen van 19 % in 2019 tot 29 % in het TNO. Waar China in 2019 nog een belangrijke exporteur van het onderzochte product naar de EU was, verloor het na de instelling van de rechten geleidelijk zijn marktaandeel ten gunste van India, en in mindere mate ten gunste van Turkije en Iran. Het volume van de invoer uit deze drie landen samen is tussen 2019 en het TNO met 63 % gestegen en bereikte in het TNO een marktaandeel van 27,3 %. |
|
(117) |
Zonder maatregelen lagen de invoerprijzen van India onder de Chinese prijzen. De invoerprijzen van gietijzeren producten uit Turkije en Iran lagen iets boven de Chinese prijzen zonder rechten (respectievelijk 4 % en 7 % hoger in het TNO), maar nog steeds veel lager dan de Chinese prijzen met antidumpingmaatregelen en de prijzen van de bedrijfstak van de Unie. In het TNO verkochten deze drie landen van invoer tegen prijzen die aanzienlijk lager waren dan die van de producenten in de Unie, namelijk 27 % voor India, 23 % voor Turkije en 22 % voor Iran. |
5.5. Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie
5.5.1. Algemene opmerkingen
|
(118) |
De beoordeling van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie omvatte een evaluatie van alle economische indicatoren die in de beoordelingsperiode van invloed waren op de situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(119) |
Zoals vermeld in overweging 11, is voor de beoordeling van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie gebruikgemaakt van een steekproef. |
|
(120) |
Voor de schadevaststelling maakte de Commissie onderscheid tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren. De Commissie heeft de macro-economische indicatoren beoordeeld op basis van gegevens uit de antwoorden van Eurofonte en vergeleken met de gegevens van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. Bij het beoordelen van de micro-economische indicatoren ging de Commissie uit van de gegevens die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hadden verstrekt in hun antwoorden op de vragenlijst. De gegevens met betrekking tot de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie zijn gecontroleerd. Beide gegevensreeksen bleken representatief te zijn voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(121) |
De macro-economische indicatoren zijn: productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoopvolume, marktaandeel, groei, werkgelegenheid, productiviteit, hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping. |
|
(122) |
De micro-economische indicatoren zijn: gemiddelde eenheidsprijzen, kosten per eenheid, loonkosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken. |
5.5.2. Macro-economische indicatoren
5.5.2.1. Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
|
(123) |
De totale productie, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 6 Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(124) |
Over het geheel genomen is de productiehoeveelheid van de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode met 5 % afgenomen. De productie hield min of meer gelijke tred met de fluctuaties in het verbruik. Als gevolg van de pandemie daalde de productie tussen 2019 en 2020 met 8 %. De productie steeg daarna weer van 2020 op 2021 (+ 4 %) en daalde vervolgens weer licht tussen 2021 en het TNO (– 1 %). |
|
(125) |
De productiecapaciteit van de bedrijfstak van de Unie bleef stabiel tussen 2019 en 2021 en daalde vervolgens licht tussen 2021 en het TNO (– 1 %). |
|
(126) |
De bezettingsgraad volgde dezelfde tendens als de productie en daalde tijdens de beoordelingsperiode met 4 %. Deze indicator daalde met 8 % in 2020, steeg vervolgens met 4 % in 2021 en stabiliseerde zich tijdens het TNO. Tijdens de beoordelingsperiode daalde de bezettingsgraad met 2,3 procentpunten, van ongeveer 55 % in 2019 tot 52,6 % tijdens het TNO. |
5.5.2.2. Verkoopvolume en marktaandeel
|
(127) |
Het verkoopvolume en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 7 Verkoopvolume en marktaandeel
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
(128) |
Ondanks de stijging van het verbruik heeft het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie zich negatief ontwikkeld en is het in de beoordelingsperiode met 3 % gedaald. Het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie daalde eerst met 7 % in 2020 en herstelde zich vervolgens in 2021 en 2022, maar bereikte in absolute cijfers niet het volume van het begin van de beoordelingsperiode. |
|
(129) |
Hoewel het verbruik licht was gegroeid, daalde het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie in de beoordelingsperiode met meer dan 5 procentpunten. Het verbruik daalde eerst met 2 procentpunten in 2020, nam verder af met 5 procentpunten in 2021 en steeg vervolgens licht met 2 procentpunten in het TNO. |
|
(130) |
Het marktaandeel dat de producenten in de Unie verloren, werd voornamelijk ingenomen door Indiase producenten-exporteurs, waarvan het marktaandeel steeg van 9,1 % in 2019 tot 16,5 % in het TNO, en door Turkije, de op een na grootste exporteur naar de Unie, waarvan het marktaandeel steeg van 7,6 % in 2019 tot 9 % in het TNO. |
5.5.2.3. Groei
|
(131) |
Tussen 2019 en het TNO is het verbruik in de Unie met 4 % toegenomen. Het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie daalde met 3 %, hetgeen zich vertaalde in een krimp van het marktaandeel met 5 procentpunten in de beoordelingsperiode. |
5.5.2.4. Werkgelegenheid en productiviteit
|
(132) |
De werkgelegenheid en de productiviteit hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 8 Werkgelegenheid en productiviteit
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
(133) |
De bedrijfstak van de Unie slaagde erin het aantal werknemers, uitgedrukt in voltijdequivalenten (“vte”), dat zich bezighield met de productie en de verkoop van het onderzochte product op peil te houden en zelfs (licht) te verhogen, namelijk met 1 % tussen 2019 en het TNO. |
|
(134) |
De productiviteit van de werknemers van de bedrijfstak van de Unie, gemeten als output in ton per vte, vertoonde in de beoordelingsperiode een neerwaartse trend (-6 %). Dit is het gevolg van de daling van het totale productievolume tijdens de beoordelingsperiode in vergelijking met het aantal werknemers dat stabiel bleef en zelfs marginaal steeg. |
5.5.2.5. Hoogte van dumpingmarge en herstel van eerdere dumping
|
(135) |
Zoals vermeld in overweging 93, lag het verschil tussen de uitvoerprijs en de door berekening vastgestelde normale waarde aanzienlijk boven het de-minimisniveau (meer dan 60 %). Deze marges hadden nog steeds materiële en aanzienlijke gevolgen voor de bedrijfstak van de Unie, aangezien gietijzeren producten van oorsprong uit China in grote hoeveelheden bleven binnenkomen in de Unie. |
|
(136) |
Bovendien vond deze invoer, ondanks de maatregelen, nog steeds plaats tegen prijzen die veel lager waren dan de prijzen van de producenten in de Unie, waardoor het voor de bedrijfstak van de Unie moeilijk was om zich te herstellen van de eerdere dumpingpraktijken. |
5.5.3. Micro-economische indicatoren
5.5.3.1. Prijzen en factoren die de prijzen beïnvloeden
|
(137) |
De gewogen gemiddelde verkoopprijzen per eenheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie voor verkoop aan niet-verbonden afnemers in de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 9 Verkoopprijzen en productiekosten in de Unie (EUR/ton)
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
(138) |
Tijdens de beoordelingsperiode steeg de gemiddelde verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie met 29 %. In 2020 werden grote stijgingen geregistreerd ten opzichte van 2021 (+ 6 %) en tussen 2021 en het TNO (+ 20 %). Deze stijgingen zijn het gevolg van de toegenomen gemiddelde kosten voor grondstoffen en energie. De kosten stegen met 15 % van 2019 tot 2021 en vervolgens met nog eens 15 % vanaf 2021. In totaal zijn de kosten in de beoordelingsperiode met 32 % toegenomen. |
|
(139) |
Als gevolg van de prijsdruk die werd uitgeoefend door de Chinese producenten-exporteurs en door de invoer uit India, Turkije en Iran, kon de bedrijfstak van de Unie de prijzen niet genoeg verhogen om de stijging van de kosten te dekken. |
|
(140) |
De gemiddelde loonkosten van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 10 Gemiddelde loonkosten per werknemer
|
||||||||||||||||||||
|
(141) |
De gemiddelde loonkosten per werknemer stegen voortdurend. In de beoordelingsperiode stegen deze kosten met 8 %. De loonkosten stegen met 5 % in 2020, bleven stabiel in 2021 en stegen vervolgens weer met ongeveer 4 % in het TNO. Dit is het gevolg van sectorale overeenkomsten met betrekking tot loonsverhogingen en toegekende speciale premies. |
5.5.3.2. Voorraden
|
(142) |
De voorraden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 11 Voorraden
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
(143) |
De eindvoorraden van de drie in de steekproef opgenomen producenten in de Unie zijn tijdens de beoordelingsperiode met 12 % toegenomen. De stijging vond voornamelijk plaats in 2021. |
|
(144) |
Zoals vermeld in overweging 106, is de markt voor gietijzeren producten nauw verbonden met de economische groei op de markt van de Unie. De prognose voor het jaar 2021 was goed, met een piek in het verbruik van + 12 % ten opzichte van het jaar 2020. De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben hun productie dan ook licht verhoogd. De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie konden echter niet volledig profiteren van het toegenomen verbruik, waardoor de voorraden toenamen. |
5.5.3.3. Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken
|
(145) |
De winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van investeringen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 12 Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(146) |
De Commissie heeft de winstgevendheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vastgesteld door de nettowinst vóór belastingen van de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als percentage van de aldus gerealiseerde omzet. |
|
(147) |
De winstgevendheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie is tijdens de beoordelingsperiode gedaald van 5,6 % in 2019 tot 3,4 % in het TNO. In de jaren 2019 en 2020 lag de winstgevendheid iets boven de streefwinst die in het oorspronkelijke onderzoek was vastgesteld (namelijk 5,3 %). De winstgevendheid verslechterde aanzienlijk in 2021 en daalde tot bijna nul. Deze negatieve trend werd veroorzaakt door het onvermogen van de bedrijfstak van de Unie om de prijzen voldoende te verhogen zodat de stijgende productiekosten konden worden gedekt. In het TNO steeg de winstgevendheid en werd een winstmarge van 3,4 % bereikt, ook al bleef deze onder de streefwinst van 5,3 %. |
|
(148) |
De nettokasstroom is het vermogen van de producenten in de Unie om hun activiteiten zelf te financieren. De kasstroom steeg licht in 2020 (+ 3 %). De situatie verslechterde aanzienlijk in 2021, waarbij deze indicator met 61 % daalde als gevolg van het verlies aan winstgevendheid. Met het herstel van de verbeterde winst steeg deze indicator in het TNO opnieuw met 127 % in vergelijking met het jaar daarvoor, waarmee een gezonder beeld van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie naar voren komt. |
|
(149) |
Het rendement van investeringen is de winst uitgedrukt als percentage van de nettoboekwaarde van de investeringen. Deze indicator volgde een vergelijkbare trend als de winstgevendheid. Hij was stabiel in 2019 en 2020, maar daalde aanzienlijk in 2021 en steeg weer in het TNO in overeenstemming met de ontwikkeling van de winstgevendheid. |
5.6. Conclusie inzake schade
|
(150) |
Hoewel de invoer van gietijzeren producten van oorsprong uit China in de beoordelingsperiode zowel in absolute als relatieve cijfers afnam, was de invoer in het TNO nog steeds aanzienlijk en goed voor een marktaandeel van 4,7 %. De hoogte van de dumpingmarge die in verband met deze invoer is vastgesteld, bleef eveneens aanzienlijk en bedroeg meer dan 60 %. Bovendien lag deze invoer nog steeds 6 % onder de gemiddelde verkoopprijzen in de EU (inclusief rechten). Zonder de antidumpingrechten bedroeg het prijsverschil 25 %. |
|
(151) |
Uit de ontwikkeling van de micro- en macro-indicatoren blijkt dat de financiële situatie van de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode is verslechterd. Ondanks een stijging van het verbruik met 4 % ontwikkelden de belangrijkste economische indicatoren zich tijdens de beoordelingsperiode negatief. Met name de verkoop en de productie van de producenten in de Unie daalden in de beoordelingsperiode, met respectievelijk 3 % en 5 %. Als gevolg daarvan nam het marktaandeel van de producenten van de Unie af van 71 % in 2019 tot 66 % in het TNO. Deze marktaandelen werden overgenomen door producenten-exporteurs in derde landen, in het bijzonder India, waarvan het marktaandeel met 7 procentpunten steeg tot 16,5 %, en Turkije, waarvan het marktaandeel eveneens steeg van 7,6 % in 2019 tot 9 % in het TNO. |
|
(152) |
Tijdens de beoordelingsperiode steeg de gemiddelde verkoopprijs van de producenten in de Unie met 29 %. De prijzen werden verhoogd in een poging de kosten van grondstoffen en energie te dekken, die tijdens de beoordelingsperiode met 32 % waren gestegen. De bedrijfstak van de Unie kon de prijzen echter niet genoeg verhogen om de gestegen kosten te dekken. Als gevolg daarvan daalde de winstgevendheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie tot 3,4 % in het TNO, wat minder is dan de streefwinst die in het oorspronkelijke onderzoek was vastgesteld (5,3 %). |
|
(153) |
Op grond van het voorgaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening. |
6. OORZAKELIJK VERBAND
|
(154) |
Overeenkomstig artikel 3, lid 6, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of de bedrijfstak van de Unie door de invoer met dumping uit het betrokken land aanmerkelijke schade heeft geleden. Overeenkomstig artikel 3, lid 7, van de basisverordening heeft de Commissie tevens onderzocht of de bedrijfstak van de Unie in dezelfde periode door andere gekende factoren schade had kunnen lijden. De Commissie heeft zich ervan verzekerd dat eventuele schade die werd veroorzaakt door andere factoren dan de invoer met dumping uit het betrokken land, niet aan de gevolgen van invoer met dumping werd toegeschreven. Deze factoren zijn de invoer uit andere derde landen en de uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie. |
6.1. Gevolgen van de invoer met dumping
|
(155) |
De invoer van gietijzeren producten uit de VRC daalde in de beoordelingsperiode gestaag met 54 % en bereikte in het TNO een marktaandeel van gemiddeld 4,7 % in de Unie. De gemiddelde prijs bij invoer uit de VRC is met 44 % gestegen. Ondanks deze stijging ligt de prijs nog steeds 6 % onder de gemiddelde verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie. Zonder de antidumpingrechten bedroeg het prijsverschil 25 % (zie overweging 113). |
|
(156) |
Op basis van het bovenstaande concludeerde de Commissie dat de invoer met dumping uit China nog steeds aanzienlijk was en een neerwaartse druk uitoefende op de prijzen en het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie, waardoor de invoer met dumping bijdroeg tot de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade. |
6.2. Gevolgen van andere factoren
6.2.1. Invoer uit derde landen
|
(157) |
Zoals blijkt uit punt 5.4, is het volume van de invoer uit andere derde landen tijdens de beoordelingsperiode aanzienlijk gestegen. Deze invoer was voornamelijk afkomstig uit India (marktaandeel van 16,5 % in het TNO), Turkije (marktaandeel van 9 % in het TNO) en Iran (marktaandeel van 1,8 % in het TNO). |
|
(158) |
Deze invoer vond plaats tegen prijzen die aanzienlijk onder de prijzen van de producenten in de Unie lagen. |
|
(159) |
Op basis van het bovenstaande concludeerde de Commissie dat de toename van de invoer uit derde landen en de zeer lage prijzen van deze invoer, die veel lager waren dan de gemiddelde prijzen van de bedrijfstak van de Unie, een neerwaartse druk uitoefenden op de prijzen en het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie en aldus bijdroegen tot de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade. |
6.2.2. Uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie
|
(160) |
De uitvoer van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie heeft zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 13 Uitvoerprestaties van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
(161) |
Het volume van de uitvoer van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie naar verbonden en niet-verbonden afnemers is in de beoordelingsperiode met 19 % gedaald. In het TNO was de uitvoer goed voor ongeveer 11 % van de totale verkoop van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. Aangezien het afgenomen verkoopvolume tot een daling van het productievolume leidde, werd geconcludeerd dat de uitvoerprestaties eveneens tot de geleden schade hadden bijgedragen. |
6.3. Conclusie inzake oorzakelijk verband
|
(162) |
Op basis van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade heeft geleden door de invoer met dumping van oorsprong uit de VRC. |
|
(163) |
De andere geconstateerde factoren, zoals de invoer uit andere derde landen en de uitvoerprestaties van de producenten in de Unie, afzonderlijk dan wel gezamenlijk beschouwd, hebben de bedrijfstak van de Unie eveneens schade berokkend, maar hebben het oorzakelijke verband tussen de invoer met dumping en de aanmerkelijke schade niet afgezwakt. |
7. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING VAN SCHADE
|
(164) |
Zoals de Commissie in overweging 153 heeft geconcludeerd, heeft de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanmerkelijke schade geleden. Daarom heeft de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening beoordeeld of voortzetting van door de invoer met dumping uit de VRC veroorzaakte schade waarschijnlijk is, mochten de maatregelen komen te vervallen. |
|
(165) |
In dat verband heeft de Commissie gekeken naar de reservecapaciteit in de VRC, maatregelen op markten van derde landen en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie in geval de maatregelen zouden komen te vervallen. |
7.1. Reservecapaciteit in de VRC
|
(166) |
Zoals vermeld in overweging 96, behoort de VRC tot de grootste producenten van gietijzeren producten ter wereld. De Chinese reservecapaciteit werd tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek geschat op 622 638 ton, ofwel 133 % van het verbruik in de Unie in dezelfde periode. De Chinese gietijzerbedrijfstak, die voor de afzet van zijn producten sterk afhankelijk is van buitenlandse markten, zou zijn uitvoer dus gemakkelijk met grote hoeveelheden tegen dumpingprijzen naar de Unie kunnen verhogen indien de antidumpingrechten zouden komen te vervallen. Dit zou de toch al kwetsbare economische situatie van de bedrijfstak van de Unie verder verslechteren. |
7.2. Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie
|
(167) |
De markt van de Unie blijft aantrekkelijk voor Chinese exporteurs, zoals blijkt uit het feit dat zij ondanks de geldende maatregelen aanzienlijke hoeveelheden van het onderzochte product naar de Unie zijn blijven uitvoeren. China was de op twee na grootste exporteur van bepaalde gietijzeren producten naar de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
|
(168) |
De markt van de Unie voor bepaalde gietijzeren producten is een van de grootste ter wereld, met een verbruik van 467 544 ton in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. De andere grote markt qua omvang is die van de Verenigde Staten. Die markt wordt momenteel beschermd door handelsbeschermingsmaatregelen tegen China ter hoogte van 25,52 % (63), waardoor de Chinese invoer aanzienlijk wordt teruggedrongen. Deze maatregelen werden in maart 2022 met vijf jaar verlengd. |
|
(169) |
De markt van de Unie is tevens aantrekkelijk wat de prijzen betreft. Uit het bewijsmateriaal dat de indiener van het verzoek in zijn verzoek om een nieuw onderzoek heeft verstrekt, blijkt dat de Chinese producenten-exporteurs hun producten aan afnemers overal ter wereld aanbieden (64) tegen prijzen die lager zijn dan de Chinese prijs bij uitvoer naar de Unie (gemiddeld 26 % lager), en aanzienlijk lager dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie. Bijgevolg is het waarschijnlijk dat de markt van de Unie nog aantrekkelijker wordt voor Chinese exporteurs indien de maatregelen zouden komen te vervallen. |
|
(170) |
Gezien het bovenstaande, heeft de Commissie geconcludeerd dat de intrekking van de maatregelen naar alle waarschijnlijkheid zou leiden tot een aanzienlijke toename van invoer met dumping uit China tegen schadeveroorzakende prijzen, waardoor de bedrijfstak van de Unie nog meer schade zou lijden. Derhalve is voortzetting van de schade zeer waarschijnlijk. |
8. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HERHALING VAN SCHADE
|
(171) |
Daarnaast heeft de Commissie vastgesteld dat de intrekking van de maatregelen naar alle waarschijnlijkheid zou leiden tot een herhaling van schade. Hoewel de voortdurende schade die de bedrijfstak van de Unie heeft geleden niet aan de betrokken invoer kon worden toegeschreven, heeft de Commissie namelijk vastgesteld dat herhaling van schade zeer waarschijnlijk is vanwege de aanzienlijke reservecapaciteit in de VRC en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie. |
9. BELANG VAN DE UNIE
|
(172) |
Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of handhaving van de bestaande antidumpingmaatregelen in strijd zou zijn met het belang van de Unie in haar geheel. Het belang van de Unie werd vastgesteld aan de hand van een afweging van alle betrokken belangen, met inbegrip van die van de bedrijfstak van de Unie, de importeurs/handelaren en gebruikers. |
9.1. Belang van de bedrijfstak van de Unie
|
(173) |
De ingestelde maatregelen zijn doeltreffend geweest omdat ze hebben geholpen de omvang van de Chinese invoer op de markt van de Unie terug te dringen. De omvang van de invoer van het betrokken product uit China bleef tijdens de beoordelingsperiode echter aanzienlijk (een marktaandeel van 4,6 % in het TNO). |
|
(174) |
Vastgesteld is dat de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanmerkelijke schade heeft geleden en zich in een kwetsbare situatie bevindt, hetgeen wordt bevestigd door de negatieve ontwikkelingen van diverse schade-indicatoren. |
|
(175) |
De intrekking van de maatregelen zou naar alle waarschijnlijkheid leiden tot een aanzienlijke toename van de invoer met dumping uit de VRC tegen schadeveroorzakende prijzen, waardoor de bedrijfstak van de Unie nog meer schade zou lijden en zijn voortbestaan zou worden bedreigd. |
|
(176) |
De Commissie is daarom tot de conclusie gekomen dat de handhaving van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de VRC in het belang van de bedrijfstak van de Unie is. |
9.2. Belang van niet-verbonden importeurs
|
(177) |
Twee niet-verbonden importeurs hebben de vragenlijst na de bekendmaking van het bericht van opening beantwoord en hebben hun volledige medewerking verleend aan het onderzoek door antwoorden te geven op de tijdens het onderzoek aan de orde gestelde kwesties. |
|
(178) |
Beide importeurs importeerden het onderzochte product tijdens het TNO uit verschillende bronnen (waaronder China). Het onderzochte product vertegenwoordigde voor een van de importeurs meer dan 90 % van de totale omzet, terwijl het voor de andere importeur minder dan 50 % van de totale activiteit uitmaakte. |
|
(179) |
Beide waren tegen de voortzetting van de maatregelen omdat zij van mening waren dat deze maatregelen de mededinging verstoorden en een extra belasting voor hen vormden. Zij voerden ook aan dat de bedrijfstak van de Unie een dergelijke bescherming niet nodig heeft. |
|
(180) |
De Commissie was van mening dat antidumpingmaatregelen niet louter een protectionistisch mechanisme zijn, maar een mechanisme om een gelijk speelveld tot stand te brengen. De antidumpingmaatregelen hebben niet tot doel om de markt van de Unie af te sluiten voor Chinese invoer, maar om eerlijke handel te herstellen door het effect van schadelijke dumping weg te nemen. Wat betreft het argument dat de bedrijfstak van de Unie geen bescherming nodig heeft, bleek uit het onderzoek precies het tegenovergestelde, aangezien de bedrijfstak van de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek schade bleek te hebben geleden en is vastgesteld dat de Chinese invoer had bijgedragen tot de door de producenten in de Unie geleden schade. |
|
(181) |
Uit het onderzoek bleek ook dat beide handelaren zeer winstgevend waren, ondanks de geldende maatregelen. De belasting die voor hen met de antidumpingmaatregelen gepaard gaat, lijkt daarom redelijk. |
|
(182) |
De Commissie concludeerde dat er vanuit het oogpunt van niet-verbonden handelaren geen dwingende redenen waren om de maatregelen niet te verlengen. |
9.3. Belang van gebruikers/verbruikers
|
(183) |
De Commissie heeft contact opgenomen met alle haar bekende gebruikers/verbruikers. Geen van hen beantwoordde de vragenlijst van de Commissie. |
|
(184) |
De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen waaruit blijkt dat de handhaving van de maatregelen voor de gebruikers aanzienlijke negatieve gevolgen zou hebben die zwaarder wegen dan de positieve gevolgen van de maatregelen voor de bedrijfstak van de Unie. Zoals in het oorspronkelijke onderzoek in overweging 254 is opgemerkt, heeft de Commissie in elk geval opnieuw bevestigd dat eindgebruikers niet kunnen uitgaan van dumpingprijzen ten koste van de bedrijfstak van de Unie. |
9.4. Conclusie inzake belang van de Unie
|
(185) |
Gezien het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat er, wat het belang van de Unie betreft, geen dwingende redenen waren om de bestaande maatregelen ten aanzien van invoer van bepaalde gietijzeren producten van oorsprong uit China niet te handhaven. De positieve gevolgen van de antidumpingmaatregelen voor de markt van de Unie, met name voor de bedrijfstak van de Unie, wegen zwaarder dan het mogelijke negatieve effect op de andere belangengroepen. |
10. ANTIDUMPINGMAATREGELEN
|
(186) |
Op basis van de conclusies van de Commissie inzake voortzetting van dumping, voortzetting van schade en het belang van de Unie moeten de antidumpingmaatregelen ten aanzien van bepaalde gietijzeren producten uit de VRC worden gehandhaafd. |
|
(187) |
Om het risico op ontwijking als gevolg van het verschil in rechten zo veel mogelijk te beperken, zijn speciale maatregelen nodig om de toepassing van de individuele antidumpingrechten te garanderen. De ondernemingen met individuele antidumpingrechten moeten een geldige handelsfactuur overleggen aan de douaneautoriteiten van de lidstaten. De factuur moet voldoen aan de in artikel 1, lid 3, van deze verordening vastgestelde vereisten. Invoer die niet van een dergelijke factuur vergezeld gaat, wordt onderworpen aan het antidumpingrecht dat van toepassing is op “alle andere ondernemingen”. |
|
(188) |
Hoewel de douaneautoriteiten van de lidstaten over deze factuur moeten beschikken om ten aanzien van de invoer de individuele antidumpingrechten te kunnen toepassen, is overlegging van die factuur niet de enige factor waarmee de douaneautoriteiten rekening moeten houden. Ook als aan hen een factuur wordt overgelegd die voldoet aan alle voorschriften van artikel 1, lid 3, van deze verordening, moeten de douaneautoriteiten van de lidstaten namelijk hun gebruikelijke controles uitvoeren en kunnen zij, net als in alle andere gevallen, aanvullende documenten (vervoersdocumenten enz.) verlangen om de juistheid van de gegevens in de aangifte te controleren en te waarborgen dat het lagere recht vervolgens terecht wordt toegepast, in overeenstemming met de douanewetgeving. |
|
(189) |
Indien het volume van de uitvoer door een van de ondernemingen die een lager individueel recht genieten na de instelling van de maatregelen in kwestie aanzienlijk toeneemt, kan dit op zichzelf worden beschouwd als een verandering in de structuur van het handelsverkeer als gevolg van de instelling van maatregelen in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening. In dergelijke omstandigheden kan, mits aan de voorwaarden is voldaan, een onderzoek naar ontwijking van maatregelen worden geopend. Hierbij kan onder meer worden onderzocht of het nodig is een individueel recht of individuele rechten in te trekken en in plaats daarvan het voor het gehele land geldende recht in te stellen. |
|
(190) |
De individuele antidumpingrechten voor ondernemingen die in deze verordening worden genoemd, zijn uitsluitend van toepassing op de invoer van het onderzochte product voor zover het van oorsprong uit China is en is geproduceerd door de genoemde rechtspersonen. Op de invoer van het onderzochte product dat is geproduceerd door andere ondernemingen die in het dispositief van deze verordening niet uitdrukkelijk worden genoemd, met inbegrip van entiteiten die met de specifiek genoemde ondernemingen zijn verbonden, is het recht dat voor “alle andere ondernemingen” geldt van toepassing. Die invoer mag niet worden onderworpen aan de individuele antidumpingrechten. |
|
(191) |
Een onderneming die een individueel antidumpingrecht geniet, kan om toepassing van dit recht verzoeken als zij later de naam van haar entiteit verandert. Dit verzoek moet worden ingediend bij de Commissie (65). Dit verzoek moet alle relevante informatie bevatten waaruit blijkt dat de wijziging geen invloed heeft op het recht van de onderneming om te genieten van het recht dat op haar van toepassing is. Als de naamswijziging van de onderneming niet van invloed is op haar recht om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is, zal een verordening over de naamswijziging worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
(192) |
Een exporteur of producent die het betrokken product niet naar de Unie heeft uitgevoerd in de periode die is gebruikt voor de vaststelling van de hoogte van het recht dat momenteel van toepassing is op zijn uitvoer, kan de Commissie verzoeken om toepassing van het antidumpingrecht voor niet in de steekproef opgenomen meewerkende ondernemingen. De Commissie moet een dergelijk verzoek inwilligen mits aan drie voorwaarden wordt voldaan. De nieuwe producent-exporteur zou moeten aantonen dat: i) hij het betrokken product niet naar de Unie heeft uitgevoerd in de periode die werd gebruikt voor de vaststelling van het niveau van het recht dat momenteel van toepassing is op zijn uitvoer; ii) hij niet verbonden is met een onderneming die dit wel deed en dus onderworpen is aan de antidumpingrechten; en iii) hij het betrokken product daarna heeft uitgevoerd of een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om dit in aanzienlijke hoeveelheden te doen. |
|
(193) |
Indien na een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie een bedrag moet worden terugbetaald, dan geldt als rentevoet, ingevolge artikel 109 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (66), de rente die de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties hanteert, zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie op de eerste kalenderdag van elke maand. |
|
(194) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op bepaalde producten van gietijzer met bladvormig grafiet (grijs gietijzer) of gietijzer met bolgrafiet (ook bekend als nodulair gietijzer) en delen daarvan, die momenteel zijn ingedeeld onder de GN-codes ex 7325 10 00 (Taric-code 7325100031) en ex 7325 99 10 (Taric-code 7325991060), van oorsprong uit de Volksrepubliek China.
Deze producten zijn van de soort die wordt gebruikt voor:
|
— |
het afdekken van installaties op of onder de grond en/of openingen tot installaties op of onder de grond, alsmede |
|
— |
het toegankelijk maken van installaties op of onder de grond en/of zicht mogelijk maken in installaties op of onder de grond. |
De producten kunnen bewerkt, gecoat of geverfd zijn en/of zijn voorzien van andere materialen zoals (maar niet beperkt tot) beton, vloerplaten of tegels.
De volgende productsoorten vallen niet onder de productomschrijving van het betrokken product:
|
— |
gegoten roosters en deksels voor afwateringsgoten die onder de norm EN 1433 vallen en die moeten worden gemonteerd als onderdeel van afwateringsgoten van polymeer, plastic, verzinkt staal of beton, en die ervoor zorgen dat oppervlaktewater in de goot stroomt; |
|
— |
vloer- en dakafvoerputten, inspectieputten en deksels voor inspectieputten, die onder de norm EN 1253 vallen; |
|
— |
klimbeugels, hijssleutels en brandkranen. |
2. De definitieve antidumpingrechten die van toepassing zijn op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van het in lid 1 omschreven en door onderstaande ondernemingen vervaardigde product, zijn als volgt:
|
Onderneming |
Antidumpingrecht |
Aanvullende Taric-code |
|
Botou City Wangwu Town Tianlong Casting Factory |
15,5 % |
C221 |
|
Botou Lisheng Casting Industry Co., Ltd. |
31,5 % |
C222 |
|
Fengtai (Handan) Alloy Casting Co., Ltd. |
38,1 % |
C223 |
|
Hong Guang Handan Cast Foundry Co., Ltd. |
21,3 % |
C224 |
|
Shijiazhuang Transun Metal Products Co., Ltd. |
25,0 % |
C225 |
|
Andere meewerkende ondernemingen, opgenomen in de bijlage |
25,4 % |
Zie bijlage |
|
Alle andere ondernemingen |
38,1 % |
C999 |
3. De individuele rechten die zijn vastgesteld voor de in lid 2 vermelde ondernemingen zijn uitsluitend van toepassing indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur wordt overgelegd die een verklaring bevat die is gedateerd en ondertekend door een met naam en functie geïdentificeerde medewerker van de entiteit die deze factuur heeft opgesteld, en die luidt als volgt: “Ondergetekende verklaart dat de [hoeveelheid] [onderzocht product] die naar de Europese Unie wordt uitgevoerd en waarop deze factuur betrekking heeft, is vervaardigd door [naam en adres van de onderneming] [aanvullende Taric-code] in [betrokken land]. Ondergetekende verklaart dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is.”. Als een dergelijke factuur niet wordt overgelegd, wordt het recht toegepast dat voor “alle andere ondernemingen” geldt.
4. Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.
Artikel 2
Wanneer een nieuwe producent-exporteur in de Volksrepubliek China de Commissie voldoende bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat:
|
— |
hij het in artikel 1, lid 1, beschreven product in het onderzoektijdvak (1 oktober 2015 tot en met 30 september 2016) niet naar de Unie heeft uitgevoerd; |
|
— |
hij niet verbonden is met een exporteur of producent in de Volksrepubliek China voor wie de bij deze verordening ingestelde maatregelen gelden; |
|
— |
hij het betrokken product na het onderzoektijdvak waarop de maatregelen zijn gebaseerd daadwerkelijk naar de Unie heeft uitgevoerd of een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om een aanzienlijke hoeveelheid van dit product naar de Unie uit te voeren; |
zal de bijlage bij deze verordening worden gewijzigd, na alle belanghebbenden in de gelegenheid te hebben gesteld te reageren, door toevoeging van de nieuwe producent-exporteur aan de meewerkende ondernemingen die niet in de steekproef zijn opgenomen en waarvoor bijgevolg het gewogen gemiddelde recht geldt.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 4 maart 2024.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/140 van de Commissie van 29 januari 2018 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaalde gietijzeren producten van oorsprong uit de Volksrepubliek China en tot beëindiging van het onderzoek naar de invoer van bepaalde gietijzeren producten van oorsprong uit India (PB L 25 van 30.1.2018, blz. 6).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/261 van de Commissie van 14 februari 2019 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/140 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaalde gietijzeren producten van oorsprong uit de Volksrepubliek China en tot beëindiging van het onderzoek naar de invoer van bepaalde gietijzeren producten van oorsprong uit India (PB L 44 van 15.2.2019, blz. 4).
(4) PB C 195 van 13.5.2022, blz. 23.
(5) PB C 30 van 27.1.2023, blz. 11.
(6) Arrest van het Hof van Justitie van 21 september 2023, China Chamber of Commerce for Import and Export of Machinery and Electronic Products e.a./Commissie, C-478/21 P, ECLI:EU:C:2023:685, met name de punten 73 en 74.
(7) https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-view?caseId=2648.
(8) Company Accounts Statistics, beschikbaar op https://www3.tcmb.gov.tr/sektor/#/en.
(9) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie van 11 juli 2023 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op platbulbstaal van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Turkije (PB L 177 van 12.7.2023, blz. 63); Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie van 11 januari 2023 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op navulbare vaten van roestvrij staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 10 van 12.1.2023, blz. 36); Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie van 26 oktober 2022 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde koudgewalste platte staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China en de Russische Federatie naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 277 van 27.10.2022, blz. 149); Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie van 16 februari 2022 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 36 van 17.2.2022, blz. 1); Uitvoeringsverordening (EU) 2022/95 van de Commissie van 24 januari 2022 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot bepaalde hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, verzonden vanuit Taiwan, Indonesië, Sri Lanka en de Filipijnen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit deze landen, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 16 van 25.1.2022, blz. 36).
(10) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 66; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 58; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 80; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overweging 208, Uitvoeringsverordening (EU) 2022/95, overweging 59.
(11) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 45; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 38; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 64; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overweging 192, Uitvoeringsverordening (EU) 2022/95, overweging 46.
(12) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 58; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 40; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 66; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overwegingen 193 en 194, Uitvoeringsverordening (EU) 2022/95, overweging 47. Het recht van overheidsinstanties om belangrijk leidinggevend personeel in staatsondernemingen te benoemen en te ontslaan, zoals bepaald in de Chinese wetgeving, kan worden beschouwd als afspiegeling van de corresponderende eigendomsrechten, maar daarnaast vormen de CCP-cellen in ondernemingen, niet alleen in staatsondernemingen maar ook in particuliere ondernemingen, ook een belangrijk kanaal waarlangs de staat zich in de besluitvorming van bedrijven kan mengen. Overeenkomstig het vennootschapsrecht van de VRC moet in elke onderneming een CCP-organisatie (met ten minste drie CCP-leden zoals bepaald in de statuten van de CCP) worden opgezet en moet de onderneming de noodzakelijke voorwaarden voor de activiteiten van de partijorganisatie scheppen. Deze eis lijkt in het verleden niet altijd te zijn gevolgd of strikt te zijn gehandhaafd. In elk geval sinds 2016 heeft de CCP haar aanspraken op zeggenschap bij zakelijke beslissingen in staatsondernemingen echter nadrukkelijk als politiek beginsel doen gelden. Ook zijn er berichten dat de CCP druk uitoefent op particuliere ondernemingen om “vaderlandslievendheid” voorop te stellen en zich naar de partijlijn te voegen. In 2017 werd bericht dat in 70 % van de circa 1,86 miljoen ondernemingen in particuliere eigendom partijcellen aanwezig waren, en dat er toenemende druk was om de CCP-organisaties het laatste woord te laten hebben in de zakelijke besluitvorming in de betrokken ondernemingen. Deze voorschriften zijn van algemene toepassing in de gehele Chinese economie, in alle sectoren, ook op producenten van het onderzochte product en de leveranciers van de grondstoffen ervan.
(13) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 59; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 43; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 68; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overwegingen 195-201, Uitvoeringsverordening (EU) 2022/95, overwegingen 48-52.
(14) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 62; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 52; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 74; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overweging 202, Uitvoeringsverordening (EU) 2022/95, overweging 53.
(15) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 45; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 33; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 75; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overweging 203, Uitvoeringsverordening (EU) 2022/95, overweging 54.
(16) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 64; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 54; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 76; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overweging 204, Uitvoeringsverordening (EU) 2022/95, overweging 55.
(17) Werkdocument van de diensten van de Commissie SWD(2017) 483 final/2 van 20.12.2017, beschikbaar op: https://ec.europa.eu/transparency/documents-register/detail?ref=SWD(2017)483&lang=nl.
(18) Zie http://wap.sasac.gov.cn/n2588045/n27271785/n27271792/c14159097/content.html (geraadpleegd op 13 september 2023).
(19) Zie www.cqgt.cn (geraadpleegd op 13 september 2023).
(20) Zie https://www.magang.com.cn/ (geraadpleegd op 13 september 2023).
(21) Zie https://www.qixin.com/company/ab02483a-5ed7-49fe-b6e6-8ea39dc4dc80 (geraadpleegd op 13 september 2023).).
(22) Zie http://www.ansteel.cn/about/company_profile/ (geraadpleegd op 13 september 2023).
(23) Zie https://www.qcc.com/firm/d620835aaae14e62fdc965fd41a51d8d.html (geraadpleegd op 13 september 2023).
(24) Zie: https://www.gov.cn/zhengce/zhengceku/2022-02/08/content_5672513.htm (geraadpleegd op 13 september 2023).
(25) Zie afdeling IV, onderafdeling 3, van het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie.
(26) Zie: https://www.miit.gov.cn/zwgk/zcwj/wjfb/tz/art/2023/art_2a4233d696984ab59610e7498e333920.html (geraadpleegd op 13 september 2023).
(27) Zie het driejarige actieplan voor clusterontwikkeling in de keten van de staalindustrie, hoofdstuk I, afdeling 3, van de provincie Hebei; beschikbaar op: https://huanbao.bjx.com.cn/news/20200717/1089773.shtml (geraadpleegd op 13 september 2023).
(28) Zie het uitvoeringsplan van Henan voor de transformatie en modernisering van de staalindustrie tijdens het 14e vijfjarenplan, hoofdstuk II, afdeling 3; beschikbaar op: https://huanbao.bjx.com.cn/news/20211210/1192881.shtml (geraadpleegd op 13 september 2023).
(29) Werkplan van de provincie Jiangsu voor de transformatie, modernisering en verbetering van de indeling van de staalsector 2019-2025; beschikbaar op: http://www.jiangsu.gov.cn/art/2019/5/5/art_46144_8322422.html (geraadpleegd op 13 september 2023).
(30) 14e vijfjarenplan van de provincie Shandong voor de ontwikkeling van de staalindustrie; beschikbaar op: http://gxt.shandong.gov.cn/art/2021/11/18/art_15681_10296246.html (geraadpleegd op 13 september 2023).
(31) Actieplan van de provincie Shanxi voor de transformatie en modernisering van de staalindustrie 2020; available at: http://gxt.shanxi.gov.cn/zfxxgk/zfxxgkml/cl/202110/t20211018_2708031.shtml (geraadpleegd op 13 september 2023).
(32) 14e vijfjarenplan van de gemeente Dalian, Liaoning, voor de ontwikkeling van de be- en verwerkende industrie: “Tegen 2025 zal de industriële outputwaarde van nieuwe materialen 15 miljoen yuan bereiken, en is het niveau van uitrusting en belangrijke materialen dat de capaciteit waarborgt duidelijk verbeterd.”; beschikbaar op: https://www.dl.gov.cn/art/2021/12/20/art_854_1995411.html (geraadpleegd op 5 december 2022).
(33) Actieplan van de provincie Zhejiang ter bevordering van een hoogwaardige ontwikkeling van de staalindustrie: “Fusies en reorganisaties van ondernemingen bevorderen, het concentratieproces versnellen, het aantal staalsmeltende ondernemingen terugbrengen tot ongeveer tien bedrijven”; beschikbaar op: https://www.dl.gov.cn/art/2021/12/20/art_854_1995411.html (geraadpleegd op 5 december 2022).
(34) Zie https://www.baoganggf.com/ggry (geraadpleegd op 13 september 2023).
(35) Zie https://www.shougang.com.cn/sgweb/html/gsld.html (geraadpleegd op 13 september 2023).
(36) Zie https://www.handannews.com.cn/news/content/2023-05/20/content_20113749.html (geraadpleegd op 9 oktober 2023).
(37) Zie: https://foundry.org.cn/%e5%8d%8f%e4%bc%9a%e7%ab%a0%e7%a8%8b (geraadpleegd op 9 oktober 2023).
(38) Rapport, deel III, hoofdstuk 14, blz. 346 e.v.
(39) Zie het 14e vijfjarenplan van de Volksrepubliek China voor nationale economische en sociale ontwikkeling en doelstellingen op lange termijn voor 2035, deel III, artikel VIII, beschikbaar op: https://cset.georgetown.edu/publication/china-14th-five-year-plan/ (geraadpleegd op 13 september 2023).
(40) Zie met name de afdelingen I en II van het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie.
(41) Zie: https://www.miit.gov.cn/zwgk/zcwj/wjfb/tz/art/2023/art_2a4233d696984ab59610e7498e333920.html (geraadpleegd op 13 september 2023).
(42) Zie het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie, blz. 22.
(43) Zie https://en.ndrc.gov.cn/news/mediarusources/202203/t20220325_1320408.html (geraadpleegd op 5 oktober 2023).
(44) Zie het actieplan 1 + 3 voor ijzer en staal 2022, hoofdstuk 4, afdeling 2, van de gemeente Tangshan, Hebei; beschikbaar op: http://www.chinaisa.org.cn/gxportal/xfgl/portal/content.html?articleId=e2bb5519aa49b566863081d57aea9dfdd59e1a4f482bb7acd243e3ae7657c70b&columnId=3683d857cc4577e4cb75f76522b7b82cda039ef70be46ee37f9385ed3198f68a (geraadpleegd op 13 september 2023).
(45) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 63, en Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 33.
(46) World Bank Open Data — Upper Middle Income, https://data.worldbank.org/income-level/upper-middle-income.
(47) Als het onderzochte product in geen enkel land met een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau wordt geproduceerd, kan de productie van een product in dezelfde algemene categorie en/of sector als die van het onderzochte product in aanmerking worden genomen.
(48) http://www.gtis.com/gta/secure/default.cfm.
(49) https://www.tuik.gov.tr/Home/Index.
(50) https://www.invest.gov.tr/en/investmentguide/pages/cost-of-doing-business.aspx.
(51) tppd.com.tr.
(52) Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33). Volgens artikel 2, lid 7, van de basisverordening kunnen de binnenlandse prijzen in die landen niet worden gebruikt voor de vaststelling van de normale waarde.
(53) https://data.tuik.gov.tr/Bulten/DownloadIstatistikselTablo?p=FsjYWs9udep3a8vd2aOEDJTGI/j4OMXQ7hW06NadVvxfqfqjMxKjxtm2wtRf4Xel.
(54) https://data.tuik.gov.tr/Kategori/GetKategori?p=Istihdam%2c-Issizlik-ve-Ucret-108.
(55) https://www.tnb.com.my/commercial-industrial/pricing-tariffs1 (laatstelijk geraadpleegd op 20 november 2023).
(56) https://www.st.gov.my/en/web/consumer/details/2/10 (laatstelijk geraadpleegd op 20 november 2023).
(57) tppd.com.tr.
(58) https://www.invest.gov.tr/en/investmentguide/pages/cost-of-doing-business.aspx.
(59) Company Accounts Statistics, beschikbaar op https://www3.tcmb.gov.tr/sektor/#/en.
(60) Om redenen van vertrouwelijkheid worden de cijfers in orden van grootte weergegeven, aangezien deze informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen is gebaseerd op de informatie van twee producenten in de Unie.
(61) Zoals gerapporteerd in bijlage C.05 bij het verzoek om een nieuw onderzoek.
(62) Federal Register: Certain Iron Construction Castings From Brazil, Canada and the People’s Republic of China: Final Results of Expedited Fifth Sunset Review of Antidumping Duty Orders.
(63) Federal Register: Certain Iron Construction Castings From Brazil, Canada and the People’s Republic of China: Final Results of Expedited Fifth Sunset Review of Antidumping Duty Orders, beschikbaar op: https://www.federalregister.gov/documents/2022/03/16/2022-05550/certain-iron-construction-castings-from-brazil-canada-and-the-peoples-republic-of-china-final (geraadpleegd op 13 december 2023).
(64) Fob-prijzen voor negen representatieve soorten van het betrokken product, waarvan er acht worden geadverteerd op een openbare website die is gericht op B2B-prijzen die worden aangeboden door producenten in de VRC. Uittreksels uit https://www.made-in-china.com/ in bijlage B.10 bij het verzoek om een nieuw onderzoek.
(65) Europese Commissie, directoraat-generaal Handel, directoraat G, Wetstraat 170, 1040 Brussel, België.
(66) Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).
BIJLAGE
Niet in de steekproef opgenomen medewerkende Chinese producenten-exporteurs:
|
Benaming |
Aanvullende Taric-code |
|
Baoding City Maikesaier Casting Ltd. |
C226 |
|
Baoding GB Metal Products Co., Ltd. |
C232 |
|
Baoding Hualong Casting Co., Ltd. |
C233 |
|
Baoding Shuanghu Casting Co., Ltd. |
C234 |
|
Bo Tou Chenfeng Casting Co., Ltd. |
C235 |
|
Botou City Minghang Casting Co., Ltd. |
C236 |
|
Botou City Qinghong Foundry Co., Ltd and the related company Cangzhou Qinghong Foundry Co., Ltd. |
C237 |
|
Botou City Simencun Town Bai Fo Tang Casting Factory |
C238 |
|
Botou Dongli Foundry Co., Ltd. |
C239 |
|
Botou GuangTai Precision Casting Factory |
C240 |
|
Botou Mancheng Foundry Co., Ltd. |
C241 |
|
Botou Okai Foundry Co., Ltd. |
C242 |
|
Botou Sanjiang Casting Co., Ltd. |
C243 |
|
Botou TongYang Casting Factory |
C244 |
|
Botou Weili Precision Casting Co., Ltd. |
C245 |
|
Botou Xinrong Foundry Co., Ltd. |
C246 |
|
Botou Zhengxin Foundry Co., Ltd. |
C247 |
|
Cangzhou Hongyuan Machinery & Foundry Co., Ltd. |
C248 |
|
Cangzhou Yadite Casting Machinery Co., Ltd. |
C249 |
|
Changsha Jinlong Foundry Industry Co., Ltd. |
C250 |
|
Changyi City ChangZhan Casting Co., Ltd. |
C251 |
|
China National Minerals Co., Ltd. |
C252 |
|
Dingxiang Sitong Forging and Casting Industrial |
C253 |
|
Dingzhou Dongyu Foundry Co., Ltd. |
C254 |
|
Handan City Jinzhu Foundry Co., Ltd. |
C255 |
|
Handan Haolin Casting Co., Ltd. |
C256 |
|
Handan Qunshan Foundry Co., Ltd. |
C257 |
|
Handan Yanyuan Machinery Foundry Co., Ltd. |
C258 |
|
Handan Yuanyang Foundry Co.,Ltd. |
C259 |
|
Handan Zhangshui Pump Manufacturing Co., Ltd. |
C260 |
|
Hebei Cheng'An Babel Casting Co., Ltd. |
C261 |
|
Hebei Feixiang East Foundry Products Co., Ltd. |
C262 |
|
Hebei Jinghua Casting Co., Ltd. |
C263 |
|
Hebei Shunda Foundry Co., Ltd |
C264 |
|
Hebei Tengfeng Metal Products Co., Ltd. |
C265 |
|
Hebei Zhonghe Foundry Co., Ltd. |
C266 |
|
Hengtong Valve Co.,LTD |
C267 |
|
Heping Cast Co., Ltd Yi County |
C268 |
|
Jiaocheng County Honglong Machinery Manufacturing Co., Ltd. |
C269 |
|
Jiaocheng County Xinlei Machinery Manufacturing Co., Ltd. |
C270 |
|
Jiaocheng County Xinxing Casting Co., Ltd. |
C271 |
|
Jinan Laiwu Haitian Machinery Manufacturing Co., Ltd. |
C272 |
|
Laiwu Xinlong Weiye Foundry Co., Ltd. |
C273 |
|
Lianyungang Ganyu Xingda Casting Foundry |
C274 |
|
Lingchuan County Rainbow Casting Co., Ltd. |
C275 |
|
Lingshou County Boyuan Foundry Co., Ltd. |
C276 |
|
Pingyao County Master Casting Co., Ltd. |
C277 |
|
Qingdao Jiatailong Industrial Co.,Ltd. |
C278 |
|
Qingdao Jinfengtaike Machinery Co., Ltd. |
C279 |
|
Qingdao Qitao Casting Co., Ltd. |
C280 |
|
Qingdao Shinshu Casting Co., Ltd. |
C281 |
|
Qingyuanxian Yueda Fountry Co., Ltd. |
C282 |
|
Rockhan Technology Co., Ltd. |
C283 |
|
Shahe City Fangyuan Casting Co., Ltd. |
C284 |
|
Shandong Heshengda Machinery Technology Co., Ltd. |
C298 |
|
Shandong Hongma Engineering Machinery Co., Ltd. |
C285 |
|
Shandong Lulong Group Co., Ltd. |
C286 |
|
Shanxi Ascent Industrial Co., Ltd. |
C310 |
|
Shanxi Associated Industrial Co., Ltd. |
C287 |
|
Shanxi Jiaocheng Xinglong Casting Co., Ltd. |
C288 |
|
Shanxi Solid Industrial Co., Ltd. |
C289 |
|
Shanxi Yuansheng Casting and Forging Industrial Co., Ltd. |
C290 |
|
Shaoshan Huanqiu Castings Foundry |
C291 |
|
Tang County Kaihua Metal Products Co., Ltd. |
C292 |
|
Tangxian Hongyue Machinery Accessory Foundry Co., Ltd. |
C293 |
|
Tianjin Jinghai Chaoyue Industrial and Commercial Co., Ltd. |
C294 |
|
Tianjin Yu Xing Da Casting Co., Ltd. |
C295 |
|
Wangdu Junrong Foundry Co., Limited |
C296 |
|
Weifang Nuolong Machinery Co., Ltd. |
C297 |
|
Weifang Weikai Casting Co., Ltd. |
C299 |
|
Wen Shui Hengli Nature of the Company |
C300 |
|
Wuhan RedStar Agro-Livestock Machinery Co. Ltd. |
C301 |
|
Zibo Joy’s Metal Co., Ltd. |
C302 |
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/770/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)