|
Publicatieblad |
NL Serie L |
|
2024/670 |
27.2.2024 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2024/670 VAN DE COMMISSIE
van 26 februari 2024
tot instelling van definitieve antidumpingrechten op de invoer van handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1), en met name artikel 11, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
1. PROCEDURE
1.1. Voorafgaande onderzoeken en geldende maatregelen
|
(1) |
In juli 2005 heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 1174/2005 van de Raad (2) een definitief antidumpingrecht ingesteld op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“de VRC”). De maatregelen hielden een ad-valorem-antidumpingrecht in dat varieerde van 7,6 % tot 46,7 % (“de oorspronkelijke maatregelen”). |
|
(2) |
In juli 2008 heeft de Raad, na een ambtshalve gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 3, van de antidumpingbasisverordening (“de basisverordening”), bij Verordening (EG) nr. 684/2008 van de Raad (3) het toepassingsgebied van de maatregelen verduidelijkt en bepaalde producten uitgesloten van de oorspronkelijke antidumpingmaatregelen, namelijk hoogheffende pallettrucks, stapelaars, schaarpallettrucks en weegpallettrucks, die zich op eigen kracht kunnen voortbewegen of manueel in beweging worden gebracht, en worden gebruikt om ladingen te verplaatsen en te heffen om ze hoger te plaatsen of te helpen opslaan, om pallets boven elkaar te stapelen, om ladingen tot een werkplatform te heffen of om ladingen te heffen en te wegen, die vanwege hun kenmerken, specifieke functies en eindgebruik verschillen van handpallettrucks. |
|
(3) |
Na een antiontwijkingsonderzoek overeenkomstig artikel 13 van de basisverordening heeft de Raad in juni 2009 bij Verordening (EG) nr. 499/2009 (4) het bij Verordening (EG) nr. 1174/2005 ingestelde definitieve antidumpingrecht dat voor “alle overige ondernemingen” geldt, uitgebreid tot handpallettrucks, verzonden vanuit Thailand, al dan niet aangegeven als zijnde van oorsprong uit Thailand. |
|
(4) |
Na een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening heeft de Raad in oktober 2011 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1008/2011 (5) de toepassing van het bestaande antidumpingrecht op handpallettrucks van oorsprong uit de VRC verlengd. |
|
(5) |
Na een tussentijds nieuw onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening heeft de Raad in april 2013 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 372/2013 (6) Verordening (EU) nr. 1008/2011 gewijzigd, de oorspronkelijke orde van grootte van de antidumpingrechten aangepast en een recht van 70,8 % ingesteld ten aanzien van de gehele invoer in de Unie van handpallettrucks van oorsprong uit de VRC. |
|
(6) |
Na een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur overeenkomstig artikel 11, lid 4, van de basisverordening heeft de Europese Commissie (“de Commissie”) in september 2014 bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 946/2014 (7) Verordening (EU) nr. 1008/2011 gewijzigd en een individueel recht van 54,1 % ingesteld op handpallettrucks van Ningbo Logitrans Handling Equipment Co. |
|
(7) |
Na een antiontwijkingsonderzoek overeenkomstig artikel 13 van de basisverordening heeft de Commissie in augustus 2016 bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1346 (8) het geldende definitieve antidumpingrecht uitgebreid tot de invoer van enigszins gewijzigde handpallettrucks voorzien van een niet in het chassis (de vorken) geïntegreerd gewichtindicatiesysteem, van oorsprong uit de VRC. |
|
(8) |
In november 2017 heeft de Commissie bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2206 (9) overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen de definitieve antidumpingmaatregelen ten aanzien van handpallettrucks van oorsprong uit de VRC opnieuw ingesteld (“het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen”). |
|
(9) |
De thans geldende antidumpingrechten zijn ad-valoremrechten van 70,8 %. Op Ningbo Logitrans Handling Equipment Co., Ltd is een individueel recht van 54,1 % van toepassing (10). |
1.2. Verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen
|
(10) |
Na de bekendmaking van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (11) dat de maatregelen op korte termijn zouden vervallen, heeft de Commissie een verzoek om een nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening ontvangen. Het verzoek om een nieuw onderzoek werd op 29 augustus 2022 ingediend door Toyota Material Handling Europe en PR Industrial S.r.l. (“de indieners van het verzoek”) namens de bedrijfstak van de Unie voor handpallettrucks in de zin van artikel 5, lid 4, van de basisverordening. |
|
(11) |
De reden voor dit verzoek om een nieuw onderzoek was dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting van dumping en tot herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie. |
1.3. Opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen
|
(12) |
Daar de Commissie, na raadpleging van het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde comité, tot de conclusie was gekomen dat er voldoende bewijs was om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen te openen, heeft zij op 29 november 2022 een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen geopend met betrekking tot de invoer in de Unie van handpallettrucks van oorsprong uit de Volksrepubliek China en het Koninkrijk Thailand op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening. Zij heeft daartoe een bericht van opening gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (“het bericht van opening”) (12). |
1.4. Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode
|
(13) |
Het onderzoek naar de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping had betrekking op de periode van 1 oktober 2021 tot en met 30 september 2022 (het “tijdvak van het nieuwe onderzoek” of “TNO”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade had betrekking op de periode van 1 januari 2019 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek (“de beoordelingsperiode”). |
1.5. Belanghebbenden
|
(14) |
In het bericht van opening werd de belanghebbenden verzocht contact met de Commissie op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. Daarnaast heeft de Commissie de indieners van het verzoek, andere haar bekende producenten in de Unie, de haar bekende producenten-exporteurs, de Chinese autoriteiten alsmede de haar bekende importeurs en gebruikers specifiek in kennis gesteld van de opening van het nieuwe onderzoek en hen uitgenodigd mee te werken. |
|
(15) |
De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken over de opening van het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures aan te vragen. |
1.6. Steekproeven
|
(16) |
In het bericht van opening deelde de Commissie mee dat zij mogelijk een steekproef van de belanghebbenden zou samenstellen in overeenstemming met artikel 17 van de basisverordening. |
1.6.1. Steekproef van producenten in de Unie
|
(17) |
In het bericht van opening kondigde de Commissie aan dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld. |
|
(18) |
Overeenkomstig artikel 17, lid 1, van de basisverordening heeft de Commissie een steekproef samengesteld op basis van het grootste representatieve productie- en verkoopvolume van handpallettrucks in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kan worden onderzocht. Deze steekproef bestond uit twee producenten in de Unie. |
|
(19) |
De twee in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vertegenwoordigden 75 % van de productie en meer dan 70 % van de productiecapaciteit van de bedrijfstak van de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie de belanghebbenden verzocht opmerkingen te maken over de voorlopige steekproef. |
|
(20) |
Er zijn geen opmerkingen ontvangen en de voorlopige steekproef werd derhalve bevestigd. De steekproef is representatief voor de bedrijfstak van de Unie. |
1.6.2. Steekproef van niet-verbonden importeurs
|
(21) |
Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was, en zo ja om deze te kunnen samenstellen, verzocht de Commissie alle haar bekende niet-verbonden importeurs de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. Er was geen niet-verbonden importeur die zich meldde en de gevraagde informatie verstrekte. |
1.6.3. Steekproef van producenten-exporteurs in China
|
(22) |
In het bericht van opening van het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen heeft de Commissie verklaard dat zij mogelijk een steekproef van producenten-exporteurs zou samenstellen overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de basisverordening. |
|
(23) |
Om vast te stellen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, heeft de Commissie alle bekende producenten-exporteurs in de VRC gevraagd om de in het bericht van opening vermelde informatie te verstrekken. Geen enkele producent-exporteur in het betrokken land heeft de gevraagde informatie echter binnen de in het bericht van opening vermelde termijn verstrekt. |
|
(24) |
Bovendien heeft de Commissie de vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China bij de Europese Unie verzocht eventuele andere producenten-exporteurs die geïnteresseerd zouden kunnen zijn in medewerking aan het onderzoek, te identificeren en/of contact met hen op te nemen. Er werd geen antwoord ontvangen. |
|
(25) |
Gezien het bovenstaande hebben de Chinese producenten geen medewerking verleend en heeft de Commissie besloten dat een steekproef niet noodzakelijk was en heeft zij de vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China bij de Europese Unie hiervan in kennis gesteld. Er zijn geen opmerkingen ontvangen. |
1.7. Antwoorden op de vragenlijsten
|
(26) |
De Commissie heeft de overheid van de Volksrepubliek China (“Chinese overheid”) een vragenlijst toegezonden over het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. Deze vragenlijst werd niet beantwoord. |
|
(27) |
De Commissie heeft vragenlijsten gestuurd naar de producenten-exporteurs, de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, de gebruikers en de importeurs. Dezelfde vragenlijsten waren op de dag van de opening van het onderzoek ook online beschikbaar gesteld (13). |
|
(28) |
Beide in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben de vragenlijsten beantwoord. Producenten-exporteurs, niet-verbonden importeurs en gebruikers hebben echter niet geantwoord. |
|
(29) |
Aangezien de Chinese producenten-exporteurs en de Chinese overheid geen medewerking verleenden, werden de bevindingen met betrekking tot dumping en schade overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebaseerd op de beschikbare gegevens. De vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China bij de Europese Unie is daarvan in kennis gesteld. Er werden geen opmerkingen ontvangen. |
1.8. Controlebezoeken
|
(30) |
De Commissie verzamelde en controleerde alle gegevens die zij nodig achtte om vast te stellen of voortzetting of herhaling van dumping en schade waarschijnlijk was, en om het belang van de Unie vast te stellen. |
|
(31) |
Overeenkomstig artikel 16 van de basisverordening zijn bij de volgende producenten in de Unie controles ter plaatse verricht:
|
|
(32) |
De Commissie heeft de door de bedrijfstak van de Unie verstrekte macro-economische gegevens gecontroleerd ten kantore van hun wettelijk vertegenwoordiger, White & Case, in Brussel. |
2. ONDERZOCHT PRODUCT, BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
2.1. Onderzocht product
|
(33) |
Het onderzochte product is hetzelfde als in het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, namelijk handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, d.w.z. het chassis en de hydraulische onderdelen, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8427 90 00 (Taric-codes 8427900011 en 8427900019) en ex 8431 20 00 (Taric-codes 8431200011 en 8431200019). |
|
(34) |
In 2008 heeft de Commissie een tussentijds nieuw onderzoek uitgevoerd en verduidelijkt dat de geldende maatregelen niet van toepassing zijn op bepaalde productcategorieën, namelijk hoogheffende pallettrucks, stapelaars, schaarpallettrucks en weegpallettrucks, die zich op eigen kracht kunnen voortbewegen of manueel in beweging worden gebracht, en worden gebruikt om ladingen te verplaatsen en te heffen om ze hoger te plaatsen of te helpen opslaan, om pallets boven elkaar te stapelen, om ladingen tot een werkplatform te heffen of om ladingen te heffen en te wegen. |
2.2. Betrokken product
|
(35) |
Het betrokken product in dit onderzoek is het onderzochte product van oorsprong uit de VRC. |
2.3. Soortgelijk product
|
(36) |
Zoals vastgesteld in het oorspronkelijke onderzoek en in het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, is met dit nieuwe onderzoek in verband het vervallen van de maatregelen bevestigd dat de volgende producten dezelfde fysische, chemische en technische basiskenmerken hebben en voor dezelfde basisdoeleinden worden gebruikt:
|
|
(37) |
Deze producten worden dan ook beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening. |
3. STATISTIEKEN VAN INVOERGEGEVENS
|
(38) |
Om de hoeveelheid en de prijs van in de Unie ingevoerde handpallettrucks te bepalen, baseert de Commissie zich op invoerstatistieken. De officiële gegevens voor deze invoer worden zowel in kilogram als in eenheden (stuks) geregistreerd. |
|
(39) |
Uit alle beschikbare statistische bronnen (Comext, Surveillance 3 en de databank op basis van artikel 14, lid 6, van de basisverordening) bleken echter inconsistente gegevens over het volume handpallettrucks dat in de Unie werd ingevoerd. |
|
(40) |
Het gewicht per ingevoerde handpallettruck vertoonde onverklaarbare schommelingen. Dit was niet in overeenstemming met zowel het bewijsmateriaal dat in het kader van dit onderzoek werd verzameld als met de invoerstatistieken die in het oorspronkelijke onderzoek en in eerdere nieuwe onderzoeken in verband met het vervallen van de maatregelen werden gebruikt, waaruit bleek dat het gewicht per handpallettruck in wezen constant is en niet varieert in de tijd of tussen de lidstaten. |
|
(41) |
De Commissie heeft daarom contact opgenomen met Eurostat, dat aangaf dat de gegevens over de omvang van de invoer in twee lidstaten niet correct lijken te zijn gerapporteerd en dat de gerapporteerde hoeveelheden in kilogram en stuks gezien de gerapporteerde waarde niet betrouwbaar werden geacht. De gegevens over de invoer in de Unie zonder de invoer in deze twee lidstaten bleken coherent te zijn tussen de lidstaten en in overeenstemming met eerdere statistieken. |
|
(42) |
Daarom heeft de Commissie de invoergegevensreeks van Eurostat voor de beoordelingsperiode gecorrigeerd door de prijs per stuk van alle andere invoer in de Unie dan die in de twee in overweging 41 genoemde lidstaten in aanmerking te nemen en die prijs per stuk toe te passen op de gerapporteerde waarde van de invoer in deze twee lidstaten om het gecorrigeerde volume van deze invoer in stuks te bepalen. |
|
(43) |
Deze aanpassing leverde vervolgens een gegevensreeks op voor de invoer in de Unie waarbij het aantal ingevoerde stuks en de waarde ervan per stuk in alle lidstaten coherent waren. |
|
(44) |
Deze aangepaste gegevensreeks is gebruikt om de dumping te berekenen bij gebrek aan medewerking van de Chinese producenten-exporteurs en ook voor verschillende schade-indicatoren, zoals hieronder uiteengezet in de tabellen 2, 3, 4 en 5. |
4. DUMPING
|
(45) |
Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of het waarschijnlijk is dat de dumping zou worden voortgezet indien de compenserende maatregelen zouden vervallen. |
4.1. Voorafgaande opmerkingen
|
(46) |
Zoals vermeld in overweging 25 heeft geen enkele producent-exporteur in de VRC aan het onderzoek meegewerkt. Daarom heeft de Commissie de Chinese overheid ervan in kennis gesteld dat zij wegens het gebrek aan medewerking mogelijk artikel 18 van de basisverordening zou toepassen. De Commissie heeft in dit verband geen opmerkingen ontvangen, noch verzoeken om de raadadviseur-auditeur in te schakelen. |
|
(47) |
Overeenkomstig artikel 18, lid 1, van de basisverordening zijn op basis daarvan de hieronder uiteengezette bevindingen met betrekking tot het bestaan van dumping en de waarschijnlijkheid van de voortzetting of herhaling van dumping gebaseerd op de beschikbare gegevens, in het bijzonder:
|
|
(48) |
Bovendien heeft de Commissie voor de berekening van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening gebruikgemaakt van de in het representatieve land beschikbare gegevens, zoals uiteengezet in punt 4.2.4. |
4.2. Procedure voor de vaststelling van de normale waarde op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening voor de invoer van handpallettrucks van oorsprong uit de VRC
|
(49) |
Aangezien er ten tijde van de opening van het onderzoek voldoende bewijsmateriaal beschikbaar was dat met betrekking tot de VRC wees op het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, heeft de Commissie het onderzoek geopend op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. |
|
(50) |
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot de vermeende verstoringen van betekenis nodig achtte, heeft de Commissie de Chinese overheid een vragenlijst toegezonden. Bovendien heeft de Commissie, zoals vermeld in punt 5.3.2 van het bericht van opening, alle belanghebbenden uitgenodigd om binnen 37 dagen na de datum van bekendmaking van dat bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie hun standpunt kenbaar te maken, informatie in te dienen en ondersteunend bewijsmateriaal te verstrekken ten aanzien van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. |
|
(51) |
De Chinese overheid reageerde niet binnen de daarvoor gestelde termijn op de vragenlijst en diende evenmin opmerkingen in over de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. |
|
(52) |
Vervolgens heeft de Commissie de Chinese overheid ervan in kennis gesteld dat zij overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening de beschikbare gegevens zou gebruiken om het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC vast te stellen. De Chinese overheid heeft in dit verband geen opmerkingen ingediend. |
|
(53) |
In punt 5.3.2 van het bericht van opening heeft de Commissie ook vermeld dat zij, gezien het beschikbare bewijsmateriaal, op grond van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening mogelijk een passend representatief land moest kiezen teneinde de normale waarde vast te stellen aan de hand van niet-verstoorde prijzen of benchmarks. Voorts heeft de Commissie aangegeven dat Brazilië in dit geval een mogelijk representatief derde land voor de VRC was, maar dat zij andere mogelijk geschikte landen zou onderzoeken overeenkomstig de criteria als bedoeld in artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening. |
|
(54) |
Op 3 april 2023 heeft de Commissie de belanghebbenden door middel van een mededeling op de hoogte gebracht van de relevante bronnen die zij voornemens was te gebruiken om de normale waarde vast te stellen (de “mededeling over de bronnen”). |
|
(55) |
In de mededeling over de bronnen heeft de Commissie de belanghebbenden meegedeeld dat zij zich bij gebrek aan medewerking overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening op de beschikbare gegevens zou moeten baseren. Derhalve was de Commissie voornemens gebruik te maken van de informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen in combinatie met andere informatiebronnen die volgens de desbetreffende criteria van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening passend werden geacht overeenkomstig artikel 18, lid 5, van de basisverordening. |
|
(56) |
In de mededeling over de bronnen heeft de Commissie de belanghebbenden ook op de hoogte gebracht van haar voornemen om Brazilië als representatief land te gebruiken en van de relevante bronnen die zij voornemens was te gebruiken voor de vaststelling van de normale waarde met Brazilië als representatief land. De Commissie heeft de belanghebbenden verzocht om opmerkingen te maken over de bronnen en de geschiktheid van Brazilië als representatief land en om andere landen voor te stellen, mits zij voldoende informatie over de relevante criteria zouden verstrekken. |
|
(57) |
Ook informeerde zij de belanghebbenden dat zij de verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten (“VAA-kosten”) en de winst zou vaststellen op basis van de beschikbare informatie over de onderneming Paletrans Equipamentos Ltda, een producent in het representatieve land. Er werden geen opmerkingen ontvangen. |
4.2.1. Normale waarde
|
(58) |
In artikel 2, lid 1, van de basisverordening is het volgende bepaald: “De normale waarde is normaal gebaseerd op de prijzen die door onafhankelijke afnemers in het land van uitvoer in het kader van normale handelstransacties worden betaald of dienen te worden betaald.”. |
|
(59) |
Artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening bepaalt echter het volgende: “Wanneer […] wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van punt b) in het land van uitvoer niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land, wordt de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen”, en “omvat [deze] een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst”. |
|
(60) |
Zoals hieronder verder wordt toegelicht, heeft de Commissie in dit onderzoek geconcludeerd dat het op basis van het beschikbare bewijs en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid en de producenten-exporteurs juist was artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen. |
4.2.2. Bestaan van verstoringen van betekenis
|
(61) |
In recente onderzoeken betreffende de staalsector in de VRC (14) heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake was van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. |
|
(62) |
In die onderzoeken heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake is van aanzienlijk overheidsingrijpen in de VRC, wat leidt tot een verstoring van de effectieve toewijzing van middelen overeenkomstig de marktbeginselen (15). De Commissie heeft met name geconcludeerd dat er in de staalsector — staal is de belangrijkste grondstof voor de vervaardiging van het onderzochte product — niet alleen sprake blijft van een aanzienlijke mate van eigendom van de Chinese overheid in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste streepje, van de basisverordening (16), maar dat de Chinese overheid ook in de gelegenheid is zich te mengen in prijzen en kosten door de overheidsaanwezigheid in bedrijven in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening (17). |
|
(63) |
De Commissie heeft verder vastgesteld dat de aanwezigheid van de staat op de financiële markten en het ingrijpen door de staat op die markten, alsmede bij de verstrekking van grondstoffen en basisproducten, een aanvullend verstorend effect hebben op de markt. Inderdaad leidt het planningssysteem van de VRC er over de gehele linie toe dat er middelen worden geconcentreerd in sectoren die door de Chinese overheid als strategisch of anderszins politiek belangrijk zijn bestempeld, in plaats van dat allocatie overeenkomstig marktwerking plaatsvindt (18). |
|
(64) |
Bovendien heeft de Commissie geconcludeerd dat de Chinese faillissements- en eigendomswetgeving niet naar behoren functioneert in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening, en dus verstoringen veroorzaakt, wanneer in de VRC insolvente ondernemingen op de been worden gehouden en grondgebruiksrechten worden toegewezen (19). |
|
(65) |
In dezelfde geest heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake was van verstoringen van loonkosten in de staalsector in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening (20), alsmede van verstoringen op de financiële markten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening, met name wat de toegang tot kapitaal voor ondernemingen in de VRC betreft (21). |
|
(66) |
Net als in de voorafgaande onderzoeken met betrekking tot de staalsector in de VRC is de Commissie in het huidige onderzoek nagegaan of het wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening al dan niet passend was om gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC. |
|
(67) |
Daartoe heeft de Commissie gebruikgemaakt van het beschikbare bewijsmateriaal in het dossier, met inbegrip van het bewijsmateriaal in het verzoek, alsmede in het werkdocument van de diensten van de Commissie over verstoringen van betekenis in de economie van de VRC met het oog op handelsbeschermingsonderzoeken (“het rapport”), dat op openbaar beschikbare bronnen is gebaseerd. Bij deze analyse is niet alleen gekeken naar het aanzienlijke overheidsingrijpen in de economie van de VRC in het algemeen, maar ook naar de specifieke marktsituatie in de relevante sector waar handpallettrucks onder vallen. |
|
(68) |
De Commissie heeft deze bewijselementen verder aangevuld met haar eigen onderzoek naar de verschillende criteria die relevant zijn om het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC te bevestigen, zoals die ook in het kader van haar eerdere onderzoeken in dit verband zijn vastgesteld. |
|
(69) |
In het verzoek om een nieuw onderzoek werd aangevoerd dat de Chinese economie sterk wordt beïnvloed door interventies van de Chinese overheid of andere overheidsinstanties. Deze interventies hebben gevolgen voor verschillende overheidsniveaus en voor de markt. Het verzoek bevatte een opsomming van de algemene verstoringen die van invloed zijn op de markt voor handpallettrucks, op basis van de bevindingen in het rapport, maar vermeldde ook een aantal andere gevallen van overheidsingrijpen in de staalsector. |
|
(70) |
Ten eerste werd in het verzoek gewezen op de subsidies die waren vastgesteld in het onderzoek van de Commissie naar de subsidies in de sector voor warmgewalste platte producten van staal (22), waarbij werd benadrukt dat dit de belangrijkste grondstof is voor de productie van handpallettrucks. In het verzoek wordt verder uitgelegd dat de Chinese staat, naast de rechtstreekse subsidies aan de ondernemingen, ook ingrijpt in de prijsstelling van de grondstoffen die in deze sector van cruciaal belang zijn, zoals ijzererts en steenkool. In het verzoek werd erop gewezen dat het veiligstellen van de grondstoffenvoorziening aan de binnenlandse staalindustrie een van de prioriteiten van het Chinese 14e vijfjarenplan is. |
|
(71) |
Om de grondstofprijzen te verlagen, beschikt de Chinese overheid over verschillende instrumenten: uitvoerquota, uitvoerheffingen, uitvoervergunningen. In het verzoek werd ook uitgelegd dat het departement Prijszetting van de Nationale Commissie voor Ontwikkeling en Hervorming en de overheidsbeheerder voor marktregulering in juni 2021 een peiling naar de spothandel in ijzererts hebben gelanceerd. Er vond ook een onderzoek plaats naar de steenkoolprijzen. Deze controles vormen een rechtstreeks ingrijpen van de Chinese staat in de prijsstelling van de grondstoffen die worden gebruikt voor de productie van handpallettrucks. |
|
(72) |
Naast de bovengenoemde interventies van de Chinese staat in de staalindustrie werd in het verzoek ook gesteld dat de overheid de staalsector op een andere manier indirecte steun heeft verleend door de regelgeving inzake milieubescherming niet strikt te handhaven, met name op lokaal niveau. |
|
(73) |
Ten slotte werd in het verzoek vermeld dat de Chinese overheid kapitaalinjecties en -omzettingen gebruikt om de staalproducerende ondernemingen te ondersteunen. Zo was de stadsregering van Tianjin van plan de schuld van 92 miljard RMB van de Bohai Steel Group te herstructureren door haar meest winstgevende activa in een nieuwe onderneming onder te brengen en een deel van de schulden om te zetten in obligaties. |
|
(74) |
De Chinese overheid heeft geen opmerkingen gemaakt of bewijsmateriaal verstrekt ter ondersteuning of weerlegging van het bestaande bewijsmateriaal in het dossier, waaronder het rapport en het door de indieners van het verzoek verstrekte aanvullende bewijsmateriaal, over de aanwezigheid van verstoringen van betekenis en/of de geschiktheid van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening in het onderhavige geval. |
|
(75) |
De staalsector — staal is de belangrijkste grondstof voor de vervaardiging van het onderzochte product (zie overweging110) — is nog steeds in sterke mate in handen van de Chinese overheid in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste streepje, van de basisverordening. Aangezien de Chinese exporteurs van het onderzochte product geen medewerking verleenden, kon de exacte verhouding tussen de producenten in particuliere en in overheidseigendom niet worden vastgesteld. Het onderzoek bevestigde dat de sector van de handpallettrucks zeer versnipperd is en er veel kleine producenten op de markt aanwezig zijn. |
|
(76) |
Aangezien bovendien de interventies van de CCP in de operationele besluitvorming ook in particuliere ondernemingen de norm zijn geworden, waarbij de CCP een leidende rol opeist ten aanzien van vrijwel elk aspect van de economie van het land, leidt de invloed van de staat door middel van CCP-structuren binnen ondernemingen er feitelijk toe dat marktdeelnemers onder zeggenschap en beleidstoezicht van de overheid staan, gezien de mate waarin de staats- en partijstructuren in de VRC samen zijn gegroeid. |
|
(77) |
De organisatie die de belangen van de producenten van handpallettrucks in de VRC vertegenwoordigt, is de China Industrial Truck Association (“CITA”) (23), een dochter van de China Construction Machinery Association (“CCMA”) (24). De bepalingen in de statuten van de CCMA wijzen duidelijk op een sterke partij-invloed. In artikel 2 van de statuten wordt haar rol als volgt beschreven: “ten dienste staan van de overheid, het bedrijfsleven, de leden en de gebruikers” en verder: “[d]e vereniging eerbiedigt de grondwet, wetten, regelgeving en het nationaal beleid, voert de kernwaarden van het socialisme uit, bevordert de geest van patriottisme, respecteert de sociale zeden en versterkt bewust de opbouw van integriteit en zelfdiscipline.”. |
|
(78) |
Artikel 3 van de statuten van de CCMA onderstreept de rol van de regering/partij in de organisatie: “De vereniging erkent het algemene leiderschap van de Communistische Partij van China. Overeenkomstig de bepalingen van de grondwet van de Communistische Partij van China richt zij een organisatie van de Communistische Partij van China op, voert zij partijactiviteiten uit en schept zij de nodige voorwaarden voor de activiteiten van de partijorganisatie. De met de registratie en het beheer van de vereniging belaste entiteit is het Ministerie van Burgerzaken van de Volksrepubliek China, en de entiteit die verantwoordelijk is voor partijopbouw is het partijcomité van de Commissie voor toezicht op en beheer van staatsactiva van de Staatsraad (SASAC). De vereniging aanvaardt de zakelijke begeleiding, het toezicht en het beheer door de entiteiten die verantwoordelijk zijn voor registratie en beheer, door de entiteiten die verantwoordelijk zijn voor partijopbouw, alsook door de desbetreffende administratieve afdelingen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de industrie.”. (25) |
|
(79) |
De aanwezigheid van de Communistische Partij is ook duidelijk op het niveau van de China Iron and Steel Association (“CISA”). Volgens artikel 3 van haar statuten geldt voor CISA dat zij “het algemene leiderschap van de Communistische Partij van China aanhangt” en “de zakelijke begeleiding, het toezicht en het beheer aanvaardt door de entiteiten die verantwoordelijk zijn voor registratie en beheer, door de entiteiten die verantwoordelijk zijn voor partijopbouw, alsook door de desbetreffende administratieve afdelingen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de industrie”. |
|
(80) |
Zowel publieke als particuliere ondernemingen in de staalsector zijn onderworpen aan beleidstoezicht en beleidsadvies. De meest recente Chinese beleidsdocumenten met betrekking tot de staalsector bevestigen dat de Chinese overheid belang blijft hechten aan de sector en voornemens is in de sector in te grijpen om die vorm te geven in overeenstemming met het overheidsbeleid. |
|
(81) |
Dit kan worden geïllustreerd aan de hand van het richtsnoeradvies van het Ministerie van Industrie en Informatietechnologie van 2022 over de bevordering van een hoogwaardige ontwikkeling van de ijzer- en staalindustrie (26), waarin wordt opgeroepen tot een verdere consolidatie van de industriële basis en tot aanzienlijke verbeteringen bij de modernisering van de industriële keten, het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie (27), waarin wordt gesteld dat de sector zal “vasthouden aan de combinatie van marktleiderschap en stimulering door de overheid” en “een groep leidende, ecologisch toonaangevende ondernemingen met een groot concurrentievermogen zal promoten” of het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de staalschrootindustrie, waarvan de belangrijkste doelstellingen zijn om “de toepassing van staalschroot voortdurend te vergroten, en het allesomvattende schrootpercentage van de nationale staalproductie tegen het einde van het 14e vijfjarenplan naar 30 % te brengen”. |
|
(82) |
Meer specifiek met betrekking tot het onderzochte product hebben de provincies Shandong en Jiangsu hun respectieve 14e vijfjarenplannen voor de ontwikkeling van de scheepsbouw en uitrusting voor de scheepsbouw uitgewerkt, waarin de scheepsbouw en de daarmee verband houdende staalproductie, zoals handpallettrucks, uitdrukkelijk worden bevorderd. |
|
(83) |
Ook in andere provincies kunnen vergelijkbare voorbeelden worden waargenomen van de voornemens van de Chinese autoriteiten om de ontwikkeling van de staalsector te controleren en aan te sturen, zoals in de provincie Hebei, die ernaar streeft “de groepsontwikkeling onder organisaties gestaag uit te voeren, de hervorming van de gemengde eigendomsstructuur van staatsondernemingen te versnellen, de nadruk te leggen op de bevordering van regio-overschrijdende fusies en reorganisaties van particuliere ijzer- en staalondernemingen en te streven naar één of twee grote groepen van wereldklasse en drie tot vijf grote groepen met binnenlandse invloed ter ondersteuning” en “de kanalen voor recycling en verspreiding van staalschroot verder uit te breiden en de controle en classificatie van staalschroot te versterken”. |
|
(84) |
De invloed van de overheid is ook te merken op gemeentelijk niveau, zoals in het actieplan 1 + 3 voor ijzer en staal 2022 van de gemeente Tangshan (Hebei), waarin verschillende gemeentelijke entiteiten de opdracht krijgen “allianties en de reorganisatie te bevorderen van ondernemingen met vergelijkbare producten in de regio”, zoals de twee grote staalgroepen Shougang (Jingtang, Qiangang) en Tangsteel New District, “financiële instellingen te zoeken en te begeleiden om leningen tegen lage rente te verstrekken aan ijzer- en staalbedrijven om hen in staat te stellen over te stappen op nieuwe industrieën, en tegelijkertijd […] subsidies in de vorm van rentekortingen te bieden” alsook “de verbetering van de structuur van de producten te steunen” door “respectievelijk 1 miljoen RMB en 500 000 RMB toe te kennen […] aan nieuwe op nationaal niveau toonaangevende productieondernemingen en toonaangevende producten, en respectievelijk 300 000 RMB en 100 000 RMB aan nieuwe op provinciaal niveau toonaangevende productieondernemingen en toonaangevende producten”. |
|
(85) |
Evenzo voorziet het uitvoeringsplan van Henan de transformatie en modernisering van de staalindustrie tijdens het 14e vijfjarenplan in de “bouw van specifieke staalproductiebases” om zes grote specifieke staalproductiebases te bouwen in Anyang, Jiyuan, Pingdingshan, Xinyang, Shangqiu, Zhoukou enz., en te zorgen voor uitbreiding, intensivering en specialisatie van de bedrijfstak. In 2025 zal de productiecapaciteit voor ruwijzer in Anyang onder de 14 miljoen ton worden gehouden en zal de productiecapaciteit van ruwstaal onder de 15 miljoen ton worden gehouden.”. |
|
(86) |
Het onderzoek heeft verder bevestigd dat de Chinese overheid zich mengt in de prijzen en kosten via overheidsaanwezigheid in ondernemingen als bedoeld in artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening, en daarmee het bestaan van persoonlijke banden tussen producenten van handpallettrucks en de CCP vastgesteld. Tijdens het onderzoek was het onmogelijk om informatie over individuele producenten te vinden, aangezien het meestal om zeer kleine ondernemingen gaat. Uit het onderzoek is echter gebleken dat de CCP een belangrijke rol speelt in de vereniging die de producenten van handpallettrucks vertegenwoordigt, namelijk de CCMA, die een actief partijcomité heeft (28). De voorzitter van de CITA is ook een CCP-lid (29). |
|
(87) |
Verder wordt in de sector van het onderzochte product een beleid gehanteerd dat discrimineert ten gunste van binnenlandse producenten of dat anderszins de markt beïnvloedt in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), derde streepje, van de basisverordening. In het onderzoek zijn beleidsdocumenten geïdentificeerd waaruit blijkt dat de bedrijfstak profiteert van de richtsnoeren voor en het ingrijpen door de overheid in het onderzochte product als onderdeel van de staalsector. |
|
(88) |
De Chinese overheid beschouwt de staalindustrie nog steeds als een sleutelindustrie. Dit wordt bevestigd in de talrijke plannen, richtlijnen en andere documenten die zijn toegespitst op staal en die op nationaal, regionaal en gemeentelijk niveau worden uitgegeven. In het kader van het 14e vijfjarenplan heeft de Chinese overheid de staalsector bestemd voor transformatie en modernisering, alsmede voor optimalisering en structurele aanpassing. Evenzo wordt de sector in het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie, dat ook van toepassing is op de staalsector, genoemd als het “fundament van de reële economie” en “een sleutelgebied dat het internationale concurrentievoordeel van China vormgeeft”, en worden een aantal doelstellingen en werkmethoden vastgesteld die de ontwikkeling van de staalsector in de periode 2021-2025 zouden stimuleren, zoals een technologische upgrade ter verbetering van de structuur van de sector (niet in de laatste plaats door verdere bedrijfsconcentraties) of een digitale transformatie. |
|
(89) |
De belangrijke grondstof die voor de vervaardiging van het onderzochte product wordt gebruikt, is ijzererts. IJzererts wordt ook genoemd in het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie, waarin de staat voornemens is “binnenlandse minerale hulpbronnen rationeel te ontwikkelen; de exploratie van ijzererts te versterken […], een preferentieel belastingbeleid uit te voeren en de invoering van geavanceerde technologie en apparatuur aan te moedigen om de productie van vast afval in de mijnbouw terug te dringen”. |
|
(90) |
In provincies als Hebei voorzien de autoriteiten het volgende voor de sector: “een subsidie in de vorm van kortingen voor investeringen in nieuwe projecten; financiële instellingen onderzoeken en begeleiden om leningen tegen lage rente te verstrekken aan ijzer- en staalondernemingen om over te stappen op nieuwe industrieën, en tegelijkertijd zal de overheid kortingsubsidies verstrekken.”. Samengevat heeft de Chinese overheid maatregelen getroffen om marktdeelnemers ertoe te bewegen zich aan de doelstellingen van het overheidsbeleid te houden, namelijk om aangemoedigde sectoren te ondersteunen, waaronder de productie van de belangrijkste grondstoffen voor de vervaardiging van handpallettrucks. Dergelijke maatregelen belemmeren de vrije marktwerking. |
|
(91) |
Uit het onderhavige onderzoek is niet gebleken dat de discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van de faillissements- en eigendomswetgeving overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening in de sector van het onderzochte product geen gevolgen zou hebben voor de producenten van het onderzochte product. |
|
(92) |
De sector van de handpallettrucks wordt ook beïnvloed door de verstoringen van loonkosten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening. Deze verstoringen beïnvloeden de sector zowel direct (bij het vervaardigen van handpallettrucks of de belangrijkste basisproducten) als indirect (bij het krijgen van toegang tot basisproducten van ondernemingen die in de VRC aan hetzelfde arbeidsrechtstelsel onderworpen zijn). |
|
(93) |
In het onderhavige onderzoek werd bovendien geen bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat de sector van het onderzochte product niet wordt beïnvloed door overheidsingrijpen in het financiële stelsel in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening. Daarom leidt het aanzienlijke overheidsingrijpen in het financiële stelsel ertoe dat de marktomstandigheden op alle niveaus sterk worden beïnvloed. |
|
(94) |
Tot slot zijn er verschillende basisproducten nodig om handpallettrucks te produceren. Wanneer de producenten van handpallettrucks deze basisproducten inkopen of daarvoor een contract sluiten, zijn de prijzen die zij betalen (en die als kosten worden geregistreerd) duidelijk blootgesteld aan dezelfde systemische verstoringen als hierboven genoemd. Zo zetten leveranciers van basisproducten bijvoorbeeld arbeidskrachten in die aan de verstoringen onderhevig zijn. Zij kunnen geld lenen dat onderhevig is aan de verstoringen in de financiële sector/kapitaaltoewijzing. Daarnaast zijn zij onderworpen aan het planningssysteem dat van toepassing is op alle overheidsniveaus en sectoren. |
|
(95) |
Derhalve zijn niet alleen de binnenlandse verkoopprijzen van handpallettrucks ongeschikt om te worden gebruikt in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, maar zijn alle kosten voor basisproducten (waaronder grondstoffen, energie, grond, financiering, arbeid enz.) eveneens beïnvloed omdat de prijsvorming ervan wordt beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen, zoals beschreven in de delen I en II van het rapport. Het overheidsingrijpen dat met betrekking tot de toewijzing van kapitaal, grond, arbeid, energie en grondstoffen is beschreven, vindt namelijk plaats in de gehele VRC. Dit betekent bijvoorbeeld dat een basisproduct dat in de VRC is geproduceerd door de combinatie van een reeks productiefactoren aan verstoringen van betekenis onderhevig is. Hetzelfde geldt voor het basisproduct van het basisproduct enz. |
|
(96) |
De Chinese overheid heeft in het kader van het onderhavige onderzoek geen bewijsmateriaal of argumenten van het tegendeel aangedragen. Samengevat is uit het beschikbare bewijsmateriaal gebleken dat de prijzen en kosten van het onderzochte product, waaronder de kosten van grondstoffen, energie en arbeid, niet door vrije marktwerking tot stand zijn gekomen omdat zij worden beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, zoals blijkt uit de daadwerkelijke of mogelijke gevolgen van een of meer van de daarin genoemde relevante factoren. |
|
(97) |
Op grond daarvan en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid heeft de Commissie geconcludeerd dat het in dit geval niet passend is om voor het vaststellen van de normale waarde gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten. Bijgevolg heeft de Commissie de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen, dat wil zeggen in dit geval aan de hand van de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een passend representatief land in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening en zoals wordt besproken in het volgende punt. |
4.2.3. Representatief land
|
(98) |
De keuze van het representatieve land overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening werd gebaseerd op de volgende criteria:
|
|
(99) |
Zoals toegelicht in overweging 54 heeft de Commissie op 3 april 2023 een mededeling over de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde bekendgemaakt. In die mededeling heeft de Commissie de beschikbare feiten en het bewijsmateriaal beschreven die ten grondslag liggen aan de relevante criteria, en de belanghebbenden in kennis gesteld van haar voornemen om Brazilië in dit geval als een passend representatief land aan te merken indien het bestaan van verstoringen van betekenis in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening zou worden bevestigd. |
|
(100) |
In de mededeling over de bronnen lichtte de Commissie toe dat zij zich, wegens het gebrek aan zinvolle medewerking, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening op de beschikbare gegevens zou baseren. Het representatieve land werd gekozen op basis van de informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen in combinatie met andere informatiebronnen die volgens de desbetreffende criteria van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening passend werden geacht overeenkomstig artikel 18, lid 5, van de basisverordening, met inbegrip van invoerstatistieken, nationale statistieken van het representatieve land, marktonderzoeksbronnen, vergoedingen die in rekening worden gebracht door aanbieders van nutsdiensten in het representatieve land en financiële informatie van producenten in het representatieve land. |
|
(101) |
Overeenkomstig de criteria van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening heeft de Commissie in de mededeling over de bronnen Brazilië aangemerkt als een land met een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC. Brazilië wordt door de Wereldbank op basis van het bruto nationaal inkomen ingedeeld als “hogermiddeninkomensland”. Voorts werd Brazilië aangemerkt als een land waar het onderzochte product in aanzienlijke hoeveelheden wordt geproduceerd op een zowel regionaal als mondiaal concurrerende markt en via een vergelijkbaar productieproces. Brazilië werd ook geïdentificeerd als land waar relevante gegevens onmiddellijk beschikbaar zijn. |
|
(102) |
De belanghebbenden hebben geen opmerkingen over de mededeling over de bronnen ingediend. |
|
(103) |
Ten slotte hoefde er gezien het gebrek aan medewerking en aangezien was vastgesteld dat Brazilië op grond van alle bovenstaande factoren een geschikt representatief land was, geen beoordeling van het niveau van sociale en milieubescherming plaats te vinden overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, laatste zin, van de basisverordening. |
|
(104) |
Bij gebrek aan medewerking, zoals aangevoerd in het verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, en aangezien Brazilië voldeed aan de criteria van artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening, heeft de Commissie Brazilië dus gekozen als geschikt representatief land. |
4.2.4. Bronnen aan de hand waarvan de niet-verstoorde kosten zijn vastgesteld
|
(105) |
In de mededeling over de bronnen heeft de Commissie de productiefactoren zoals grondstoffen, energie en arbeid vermeld die bij de productie van het onderzochte product door de producenten-exporteurs worden gebruikt. |
|
(106) |
De Commissie heeft ook verklaard dat zij, voor de berekening van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, gebruik zou maken van de Global Trade Atlas (“GTA”) om de niet-verstoorde kosten van de meeste productiefactoren, met name de grondstoffen, vast te stellen. Daarnaast verklaarde de Commissie dat zij de IAO, de gegevens van het Braziliaanse Ministerie van Mijnbouw en Energie en het Braziliaanse Instituut voor Geografie en Statistiek zou gebruiken om niet-verstoorde arbeids- en energiekosten vast te stellen. |
|
(107) |
Ten slotte verklaarde de Commissie dat zij voor de vaststelling van de VAA-kosten en winst gebruik zou maken van Orbis Bureau van Dijk en de financiële gegevens van één Braziliaanse producent van het betrokken product, zoals uiteengezet in overweging 54. |
4.2.5. Niet-verstoorde kosten en benchmarks
4.2.5.1. Productiefactoren
|
(108) |
In de twee mededelingen over productiefactoren heeft de Commissie getracht een lijst van productiefactoren en bronnen op te stellen met als doel deze te gebruiken om een volledige lijst op te stellen van basisproducten zoals grondstoffen, energie en arbeid, die door de producenten in de VRC bij de productie van het onderzochte product worden gebruikt. De Commissie heeft geen opmerkingen over de lijst van productiefactoren ontvangen. |
|
(109) |
Wegens het gebrek aan medewerking van de Chinese producenten-exporteurs heeft de Commissie zich gebaseerd op de door de indieners van het verzoek verstrekte informatie om de bij de productie van handpallettrucks gebruikte productiefactoren vast te stellen. |
|
(110) |
Rekening houdend met alle in het verzoek opgenomen informatie en later door de indiener van het verzoek ingediende informatie werden de volgende productiefactoren en hun bronnen geïdentificeerd met het oog op de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening: Tabel 1 Productiefactoren van handpallettrucks
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
4.2.5.2. Grondstoffen en afval
|
(111) |
Met het oog op de vaststelling van de niet-verstoorde prijs van grondstoffen als geleverd aan de fabriekspoort van een producent in het representatieve land, heeft de Commissie als basis de gewogen gemiddelde invoerprijs voor het representatieve land gebruikt, zoals vermeld in de GTA, waarbij invoerrechten en vervoerskosten werden opgeteld. Voor het representatieve land werd een invoerprijs vastgesteld als het gewogen gemiddelde van de eenheidsprijzen van de invoer uit alle derde landen, met uitzondering van China en de in bijlage 1 bij Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad genoemde landen die geen lid zijn van de WTO (33). |
|
(112) |
De Commissie heeft besloten de invoer uit China naar het representatieve land uit te sluiten, aangezien zij in punt 4.2.2 tot de conclusie is gekomen dat het niet passend is de binnenlandse prijzen en kosten in China te gebruiken wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. Aangezien er geen bewijsmateriaal is waaruit blijkt dat dezelfde verstoringen niet gelijkelijk gevolgen hebben voor de voor de uitvoer bestemde producten, was de Commissie van mening dat die verstoringen gevolgen hebben gehad voor de uitvoerprijzen. Na de invoer uit de VRC in het representatieve land te hebben uitgesloten, bleef het volume van de invoer uit andere derde landen representatief. |
|
(113) |
Normaliter moeten bij de benchmarkprijzen ook de kosten voor binnenlands vervoer worden opgeteld. Het doel van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen is echter vast te stellen of de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet of zich opnieuw zou kunnen voordoen, in plaats van de exacte omvang ervan vast te stellen. De Commissie heeft derhalve besloten dat correcties voor binnenlands vervoer niet nodig waren, aangezien zij alleen maar zouden leiden tot een verhoging van de normale waarde en dus van de dumpingmarge. |
4.2.5.3. Arbeid
|
(114) |
Om de benchmark voor arbeid vast te stellen, heeft de Commissie kostenstatistieken van het Braziliaans Instituut voor Geografie en Statistiek (“Instituto Brasileiro de Geografia e Estatística”) (34) gebruikt om de lonen in Brazilië te bepalen. De website van het Instituut bevat gedetailleerde informatie over de totale jaarlijkse loonkosten in verschillende economische sectoren en de Commissie heeft gebruikgemaakt van de wettelijke wekelijkse arbeidstijden van werknemers in de be- en verwerkende industrie en het gemiddelde wekelijkse aantal gewerkte uren in Brazilië voor 2021. Op basis hiervan werd een uurtarief van 61,32 CNY/uur berekend. |
4.2.5.4. Elektriciteit
|
(115) |
De elektriciteitsprijs voor bedrijven (industriële gebruikers) in Brazilië wordt gepubliceerd door het Ministerie van Mijnbouw en Energie (35). De Commissie heeft de gegevens over de industriële elektriciteitsprijzen van oktober 2021 tot en met september 2022 gebruikt en een prijs van 0,944 CNY/kWh vastgesteld (voor het tijdvak van het nieuwe onderzoek). |
4.2.5.5. Aardgas
|
(116) |
De prijs van aardgas voor bedrijven (industriële gebruikers) in Brazilië wordt gepubliceerd door de leverancier van marktgegevens globalpetrolprices.com (36). De Commissie heeft de overeenkomstige prijzen voor industriële gebruikers over het tijdvak van het nieuwe onderzoek gebruikt. |
4.2.5.6. VAA-kosten en winst
|
(117) |
Volgens artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening geldt het volgende: “De door berekening vastgestelde normale waarde omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst.” Bovendien moet een waarde voor de overhead-vervaardigingskosten worden vastgesteld om de kosten te dekken die niet in de bovengenoemde productiefactoren zijn opgenomen. |
|
(118) |
Om VAA-kosten en winst vast te stellen, heeft de Commissie gebruikgemaakt van de financiële gegevens van de Braziliaanse producent Paletrans Equipamentos Ltda, zoals gerapporteerd in de Orbis-databank voor 2021. De Commissie stelde eerst het percentage van de VAA-kosten en andere kosten van de onderneming vast, die 11,37 % van de kosten van de verkochte goederen vertegenwoordigden, en vervolgens berekende zij de winst van Paletrans Equipamentos Ltda, die 14,38 % van de kosten van de verkochte goederen vertegenwoordigde. |
4.2.6. Berekening van de normale waarde
|
(119) |
Op basis van het bovenstaande heeft de Commissie de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening berekend in het stadium af fabriek. |
|
(120) |
Ten eerste heeft de Commissie bepaald wat de niet-verstoorde productiekosten zijn. Bij gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs heeft de Commissie zich gebaseerd op de door de indieners van het verzoek in het verzoek om een nieuw onderzoek verstrekte informatie over het verbruik van elke factor (materialen en arbeid) voor de vervaardiging van het onderzochte product. Deze verbruiksvolumes werden vervolgens vermenigvuldigd met de niet-verstoorde kosten per eenheid die in Brazilië werden vastgesteld, zoals beschreven in punt 4.2.5. Evenzo heeft de Commissie volgens dezelfde methode de niet-verstoorde waarde van afval en schroot vastgesteld en deze in mindering gebracht op de hierboven vastgestelde niet-verstoorde productiekosten. |
|
(121) |
Nadat de grondstofkosten waren vastgesteld, heeft de Commissie de arbeidskosten hierbij opgeteld, zoals vermeld in overweging 114, en de kosten voor elektriciteit en aardgas, zoals vermeld in de overwegingen 115 en 116. De loonkosten omvatten ook een deel van de indirecte loonkosten, die volgens de indiener van het verzoek de vaste productiekosten vertegenwoordigden. |
|
(122) |
Vervolgens heeft de Commissie de VAA-kosten en de winst in Brazilië toegevoegd, die werd uitgedrukt als percentage van de kosten van de verkochte goederen en toegepast op de niet-verstoorde productiekosten; dit bedroeg respectievelijk 11,37 % en 14,38 %, zoals uiteengezet in overweging 118. |
|
(123) |
Op basis daarvan heeft de Commissie de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening berekend in het stadium af fabriek. |
4.2.7. Exportprijs
|
(124) |
Bij gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs uit de VRC werd de uitvoerprijs voor de invoer naar de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek vastgesteld overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, op basis van statistieken van Eurostat. De cif-prijs per handpallettruck werd verlaagd met de kosten van het vervoer over zee (31,79 EUR per handpallettruck) en de kosten van het vervoer over land (5,86 EUR per handpallettruck). Deze kosten waren gebaseerd op gegevens die de indieners in hun verzoek om een nieuw onderzoek hadden verstrekt (37). |
4.2.8. Vergelijking en dumpingmarges
|
(125) |
De Commissie heeft de overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening door berekening vastgestelde normale waarde vergeleken met de uitvoerprijs zoals hierboven vastgesteld. |
|
(126) |
Op grond hiervan bedroeg de dumpingmarge, in procenten van de cif-prijs grens Unie, vóór inklaring, 82,5 %. Derhalve werd geconcludeerd dat de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet. |
5. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING VAN DUMPING
|
(127) |
Na te hebben vastgesteld dat er in het tijdvak van het nieuwe onderzoek sprake was van dumping, is de Commissie, in overeenstemming met artikel 11, lid 2, van de basisverordening, nagegaan of voortzetting van dumping waarschijnlijk zou zijn indien de maatregelen zouden worden ingetrokken. De volgende bijkomende elementen zijn onderzocht: de productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC, de verhouding tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en naar de Unie, de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie en ontwijkingspraktijken. |
|
(128) |
Zoals vermeld in overweging 25 hebben noch de Chinese producenten-exporteurs, noch de Chinese overheid aan dit onderzoek meegewerkt. Derhalve heeft de Commissie de Chinese autoriteiten ervan in kennis gesteld dat overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening beschikbare gegevens kunnen worden gebruikt om vast te stellen of er op dit moment sprake is van dumping, en of de voortzetting of herhaling van dumping waarschijnlijk is. Meer bepaald:
|
|
(129) |
De Commissie heeft van de Chinese autoriteiten in dit verband geen opmerkingen ontvangen, noch verzoeken om de raadadviseur-auditeur in te schakelen. |
5.1. Productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC
|
(130) |
Wat betreft de productie en de productiecapaciteit in de VRC werd de analyse bij gebrek aan andere informatiebronnen gemaakt op basis van gegevens die werden ingediend tijdens het onderzoek door de indieners van het verzoek. |
|
(131) |
Uit het onderzoek is gebleken dat er in het tijdvak van het nieuwe onderzoek sprake is van algemene overcapaciteit van handpallettrucks in de VRC. |
|
(132) |
Volgens de marktanalyse van de indieners van het verzoek bedroeg de door de Chinese vereniging van handpallettrucks in 2021 opgegeven productiecapaciteit 3 miljoen stuks, met een werkelijke productie van 1,7 miljoen stuks. |
|
(133) |
Als gevolg daarvan werd de Chinese reservecapaciteit geschat op ongeveer 1,3 miljoen stuks, of meer dan 40 % (38). Dit is echter een voorzichtige schatting, aangezien volgens de indieners van het verzoek veel kleinere producenten van handpallettrucks in China geen deel uitmaken van de vereniging en de totale productie van handpallettrucks in China dus ten minste 10-15 % hoger is dan de gerapporteerde cijfers van de vereniging. |
|
(134) |
Op basis van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de Chinese producenten-exporteurs over een aanzienlijke reservecapaciteit beschikken, die ten minste 40 % van de productiecapaciteit bedraagt, die voor uitvoer naar de Unie zou kunnen worden gebruikt indien de maatregelen zouden komen te vervallen. |
5.2. Prijzen op de markt van de Unie
|
(135) |
Met betrekking tot de Chinese uitvoer naar andere derde landen zijn er geen statistieken beschikbaar over de uitvoerprijzen van het onderzochte product. De betrokken Chinese goederencodes bevatten ook andere producten, zoals “trucks met hef- of hanteerapparatuur, zonder aandrijving”, die een hogere eenheidsprijs hebben dan handpallettrucks, waardoor de gemiddelde uitvoerprijs toeneemt. Bovendien worden in het verzoek om een nieuw onderzoek geen gegevens verstrekt. |
|
(136) |
De GTA-databank kan worden gebruikt als maatstaf om een ruwe indicatie te geven van de trends in de uitvoervolumes. Om te bepalen hoe de invoer zich zou kunnen ontwikkelen indien de maatregelen worden ingetrokken, heeft de Commissie de prijzen van de Chinese uitvoer naar de markt van de Unie geanalyseerd. Vervolgens heeft de Commissie deze vergeleken met de wereldwijde uitvoergegevens uit de VRC tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
|
(137) |
Uit de GTA-gegevens bleek dat de markt van de Unie de op één na grootste bestemming is voor ingevoerde hoeveelheden handpallettrucks uit China. Uit de gegevens van Eurostat bleek ook dat de gemiddelde verkoopprijs aan de Unie 212 EUR per stuk bedroeg, terwijl uit de GTA-gegevens bleek dat deze slechts 168 EUR bedroeg voor de Verenigde Staten, de belangrijkste uitvoermarkt, en 179 EUR op de andere zes belangrijkste uitvoermarkten (Rusland, India, Turkije, Zuid-Korea, Mexico en Australië). |
|
(138) |
Om dezelfde redenen als beschreven in overweging 135 wordt derhalve geconcludeerd dat de prijs bij uitvoer naar andere derde landen nog lager is. |
|
(139) |
Uit de gegevens blijkt duidelijk dat de Chinese uitvoerprijzen voor handpallettrucks naar de markt van de Unie hoger waren dan voor andere partners, waaronder de Verenigde Staten. Dit wijst erop dat indien de maatregelen vervallen, de Chinese producenten hun uitvoer waarschijnlijk naar de markt van de Unie zouden verschuiven. |
5.3. Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie en ontwijkingspraktijken
|
(140) |
De indieners van het verzoek voerden aan dat de Chinese producenten-exporteurs de antidumpingrechten reeds gedeeltelijk absorberen om hun marktaandeel in de Unie te behouden. Dit wordt afgeleid uit een vergelijking van de Chinese prijzen bij uitvoer naar de Unie (39) met de prijzen van andere invoer in de Unie en met de Chinese prijzen bij uitvoer naar andere markten. Ondanks de in overweging 135 genoemde beperkingen betekent dit dat zonder maatregelen Chinese handpallettrucks de markt van de Unie tegen lage prijzen zouden overspoelen. |
|
(141) |
Evenzo werd, zoals uit het verzoek bleek, vastgesteld dat de Chinese exporteurs in het eerste decennium van de duur van de maatregelen verschillende manieren gebruikten om de geldende antidumpingrechten te ontwijken. Ten eerste zijn zij begonnen met het ontwijken van de rechten door overladingen en assemblageverrichtingen in Thailand (overweging 3). Vervolgens zijn de Chinese exporteurs begonnen de maatregelen te ontwijken door op hun handpallettrucks een weeginrichting te installeren en een onjuiste tariefindeling te gebruiken (overweging 7). Uit de ontwijkingspraktijken blijkt de belangstelling van de Chinese producenten-exporteurs voor onbeperkte toegang tot de markt van de Unie en daarmee de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie voor Chinese uitvoer. |
5.4. Conclusie
|
(142) |
Op basis van haar bevindingen met betrekking tot de voortzetting van dumping tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek en tot de waarschijnlijke ontwikkeling van de uitvoer indien de maatregelen zouden vervallen, heeft de Commissie geconcludeerd dat het zeer waarschijnlijk is dat het vervallen van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van het onderzochte product uit de VRC tot voortzetting van de dumping zal leiden. |
6. SCHADE
6.1. Omschrijving van de bedrijfstak van de Unie en productie in de Unie
|
(143) |
Het soortgelijke product werd tijdens de beoordelingsperiode vervaardigd door zeven bekende producenten in de Unie, waarvan er zes het verzoek steunden en aan het onderzoek meewerkten door macro-economische gegevens te verstrekken. Zij vormen de bedrijfstak van de Unie in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening. |
|
(144) |
De totale productie in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd vastgesteld op ongeveer 230 000 ton. De Commissie heeft het cijfer vastgesteld op basis van de antwoorden van de bedrijfstak van de Unie op de vragenlijst. Twee producenten in de Unie die voor de steekproef werden geselecteerd, vertegenwoordigden ongeveer 75 % van de totale geschatte productie van het soortgelijke product in de Unie. |
6.2. Verbruik in de Unie
|
(145) |
De Commissie heeft het verbruik in de Unie vastgesteld op basis van de verkoophoeveelheden van de producenten in de Unie en de invoergegevens van handpallettrucks in stuks van Eurostat. |
|
(146) |
Het verbruik in de Unie ontwikkelde zich als volgt: Tabel 2 Verbruik in de Unie voor handpallettrucks (stuks)
|
||||||||||||||||||||||
|
(147) |
Het verbruik in de Unie steeg van 2019 tot het eind van het TNO met 24 %, met een daling in 2020 tijdens de COVID-19-pandemie. Het verbruik in de Unie daalde in 2020, maar keerde in 2021 terug naar het niveau van vóór de pandemie en steeg tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
|
(148) |
Handpallettrucks zijn een actief en worden alleen gekocht voor de vervanging van bestaande activa of voor de uitbreiding van activiteiten. In 2020 werd de uitbreiding van de sectoren waarvoor handpallettrucks nodig waren als gevolg van de pandemie opgeschort, wat de tijdelijke daling van het verbruik in die periode verklaart. |
6.3. Invoer uit het betrokken land
6.3.1. Hoeveelheden en marktaandeel van de invoer uit het betrokken land
|
(149) |
De Commissie heeft de omvang van de invoer en het marktaandeel vastgesteld op basis van invoergegevens in euro en stuks. |
|
(150) |
De invoer in de Unie uit de VRC heeft zich als volgt ontwikkeld: Tabel 3 Invoerhoeveelheid (stuks) en marktaandeel
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
(151) |
De invoer uit de VRC is tijdens de beoordelingsperiode in wisselende hoeveelheden voortgezet, in een orde van grootte tussen 45 000 en 70 000 stuks. Over het geheel genomen is de invoer uit de VRC in de beoordelingsperiode met 31 % gedaald. |
|
(152) |
Het marktaandeel van de Chinese invoer bleef tussen 2019 en 2021 stabiel op 11-12 %, maar daalde in het TNO weer tot 6 %. |
6.3.2. Prijzen van de invoer uit het betrokken land en prijsonderbieding
|
(153) |
De Commissie heeft de prijzen van de invoer vastgesteld op basis van invoergegevens. De prijsonderbieding van de invoer werd vastgesteld op basis van een vergelijking van deze invoergegevens met de prijzen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. |
|
(154) |
De gewogen gemiddelde prijzen van de invoer in de Unie vanuit het betrokken land hebben zich als volgt ontwikkeld: Tabel 4 Invoerprijzen (EUR/stuk)
|
||||||||||||||||||||||
|
(155) |
De prijzen van de invoer van handpallettrucks uit de VRC stegen tussen 2021 en het eind van het TNO, met een stijging van 38 % in de beoordelingsperiode. Bij gebrek aan medewerking van de Chinese producenten-exporteurs konden de prijsstijgingen worden toegeschreven aan de economische omstandigheden, de stijgende grondstofprijzen en de wereldwijde inflatie na de pandemie in 2020. |
|
(156) |
De Commissie stelde de prijsonderbieding tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek vast aan de hand van een vergelijking van:
|
|
(157) |
Bij vergelijking van de invoerprijs van handpallettrucks uit de VRC, met inbegrip van de geldende rechten, met de prijzen van de bedrijfstak van de Unie, onderboden de invoerprijzen de prijzen van de bedrijfstak van de Unie niet. |
6.4. Invoer uit andere derde landen dan de VRC
|
(158) |
De invoer van handpallettrucks uit andere derde landen dan China was voornamelijk afkomstig uit Maleisië en Vietnam. |
|
(159) |
Het volume van de invoer in de Unie alsmede het marktaandeel en de prijzen van de invoer van handpallettrucks uit andere derde landen hebben zich als volgt ontwikkeld: Tabel 5 Invoer uit derde landen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(160) |
De invoer in de Unie, met uitzondering van de VRC, vond tijdens de beoordelingsperiode bijna uitsluitend plaats uit Maleisië en Vietnam. |
|
(161) |
De omvang van de invoer uit Maleisië bleef stabiel, terwijl het marktaandeel ervan op een groeiende markt met 8 procentpunten daalde. |
|
(162) |
De invoer uit Vietnam nam tijdens de beoordelingsperiode sterk toe, waarbij het volume aan het eind van het TNO toenam tot meer dan het dubbele van de hoeveelheid in 2019. Het marktaandeel van deze invoer steeg in het TNO met 15 procentpunten tot 35 %. |
|
(163) |
De totale prijs van de invoer steeg in de beoordelingsperiode ook met 30 %. |
6.5. Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie
6.5.1. Algemene opmerkingen
|
(164) |
De beoordeling van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie omvatte een evaluatie van alle economische indicatoren die in de beoordelingsperiode op de situatie van de bedrijfstak van de Unie van invloed waren. |
|
(165) |
Zoals vermeld in de overwegingen 17 en met 20, is voor de beoordeling van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie gebruikgemaakt van een steekproef. |
|
(166) |
Voor de schadevaststelling maakte de Commissie onderscheid tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren. De Commissie heeft de macro-economische indicatoren beoordeeld op basis van door de bedrijfstak van de Unie verstrekte gegevens. De gegevens hadden betrekking op alle producenten in de Unie. |
|
(167) |
Bij het beoordelen van de micro-economische indicatoren is de Commissie uitgegaan van de gegevens die door de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie zijn verstrekt in hun antwoorden op de vragenlijst. De gegevens hadden betrekking op de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. Beide reeksen gegevens bleken representatief te zijn voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(168) |
De macro-economische indicatoren zijn productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoopvolume, marktaandeel, groei, werkgelegenheid, productiviteit, hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping. |
|
(169) |
De micro-economische indicatoren zijn gemiddelde eenheidsprijzen, kosten per eenheid, loonkosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken. |
6.5.2. Macro-economische indicatoren
6.5.2.1. Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
|
(170) |
De totale productie, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 6 Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(171) |
Tussen 2019 en het eind van het TNO steeg de productie in de Unie met 9 % en de productiecapaciteit met 29 %. |
6.5.2.2. Verkoophoeveelheden en marktaandeel
|
(172) |
De verkoophoeveelheden en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 7 Verkoophoeveelheden en marktaandeel (stuks)
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
(173) |
Tijdens de beoordelingsperiode is het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie aan niet-verbonden afnemers in de Unie met 7 procentpunten gestegen. De verkoop daalde in 2020, maar herstelde zich na de pandemie. |
|
(174) |
De bedrijfstak van de Unie wist ook zijn marktaandeel tussen 2019 en 2021 relatief stabiel te houden, maar zijn marktaandeel daalde in het TNO. In totaal daalde het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie tussen 2019 en het eind van het TNO van 30 % tot 26 %. |
6.5.2.3. Groei
|
(175) |
Zoals hierboven uiteengezet, zijn zowel het verbruik in de Unie als het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie tussen 2019 en het einde van het TNO gestegen. Ongeacht deze stijgende trend verloor de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode 4 % van zijn marktaandeel. Hieruit blijkt dat de bedrijfstak van de Unie niet kon profiteren van een groeiende markt en zijn marktaandeel niet eens kon behouden. |
|
(176) |
De Commissie merkt ook op dat het marktaandeel van de invoer uit Vietnam tijdens de beoordelingsperiode is toegenomen ten koste van alle andere spelers op de markt van de Unie. |
6.5.2.4. Werkgelegenheid en productiviteit
|
(177) |
De werkgelegenheid en de productiviteit hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 8 Werkgelegenheid en productiviteit
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(178) |
Het aantal werknemers van de bedrijfstak van de Unie nam tijdens de beoordelingsperiode met 10 % toe. De productiviteit bleef van 2019 tot het einde van het TNO relatief stabiel. |
6.5.2.5. Omvang van de dumpingmarge en herstel van eerdere schade veroorzakende dumping
|
(179) |
Uit dit onderzoek bleek een dumpingmarge van 82,5 %. Het effect van de hoogte van de werkelijke dumpingmarge op de bedrijfstak van de Unie zou kunnen worden verminderd door de geldende antidumpingmaatregelen, maar de bedrijfstak van de Unie was nog steeds niet in staat zijn marktaandeel te behouden, dat met vier procentpunten daalde. |
|
(180) |
Hoewel de prijzen van de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode met 9 % stegen, stegen de overeenkomstige productiekosten per eenheid met 25 %. |
|
(181) |
De bedrijfstak van de Unie was niet in staat de prijzen verder te verhogen door de druk van de lage invoerprijzen en door de enorme stijgingen van de staal- en elektriciteitsprijzen en de inflatoire druk op andere kosten, waaronder arbeid. |
|
(182) |
In het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen kon de Commissie zien dat de bedrijfstak van de Unie zich was beginnen te herstellen van de gevolgen van eerdere schade veroorzakende dumping. Zowel de verkoopvolumes als het marktaandeel waren aanzienlijk toegenomen en de financiële situatie van de bedrijfstak van de Unie was aanzienlijk verbeterd. |
|
(183) |
Tijdens deze beoordelingsperiode verslechterde de situatie van de bedrijfstak van de Unie echter opnieuw tot het punt waarop de bedrijfstak opnieuw schade heeft geleden. |
6.5.3. Micro-economische indicatoren
|
(184) |
De micro-economische indicatoren worden hieronder weergegeven in indexen en ook in orden van grootte. Dit is gedaan om de vertrouwelijkheid van de twee in de steekproef opgenomen producenten in de Unie te beschermen, aangezien de bekendmaking van de exacte gegevens de gegevens van de ene producent aan de andere zou vrijgeven. |
|
(185) |
De indexen worden verstrekt om de trend van de indicator in de loop der tijd weer te geven, waarbij 2019 voor 100 staat. Er worden ook orden van grootte verstrekt om de grootte van de indicator weer te geven. |
6.5.3.1. Prijzen en factoren die prijzen beïnvloeden
|
(186) |
De gewogen gemiddelde verkoopprijzen per eenheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie voor verkoop aan niet-verbonden afnemers in de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 9 Verkoopprijzen en productiekosten in de Unie (EUR/stuk)
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(187) |
De verkoopprijzen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie op de markt van de Unie bleven tot het tijdvak van het nieuwe onderzoek relatief stabiel. Handpallettrucks zijn activa die na aankoop jaren of zelfs decennia in bedrijf kunnen blijven. Het product is noodzakelijkerwijs ook een standaardproduct, aangezien de pallettrucks aan hetzelfde ontwerp blijven beantwoorden om geschikt te zijn voor het werken met standaardpallets. Het is daarom niet ongebruikelijk dat de prijzen in de loop van de beoordelingsperiode stabiel zijn gebleven. |
|
(188) |
De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie zagen de prijzen tussen 2021 en het eind van het TNO echter met 10 procentpunten stijgen. |
|
(189) |
De productiekosten van een handpallettruck hangen in wezen af van twee dingen: de prijs van staal en de prijs van energie. Beide kosten stegen in 2021 en het TNO snel, waardoor de productiekosten aanzienlijk stegen, namelijk met 19 procentpunten tussen 2021 en het eind van het TNO. |
6.5.3.2. Loonkosten
|
(190) |
De gemiddelde loonkosten van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 10 Gemiddelde loonkosten per werknemer
|
||||||||||||||||||||||
|
(191) |
De arbeidskosten stegen tussen 2019 en het einde van de beoordelingsperiode met 32 %, in overeenstemming met de loonstijgingen in de hele economie van de Unie als reactie op de inflatoire druk. |
6.5.3.3. Voorraden
|
(192) |
De voorraden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 11 Voorraden
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
(193) |
Hoewel de eindvoorraden van de bedrijfstak van de Unie in de beoordelingsperiode met 38 % stegen, waren zij laag in vergelijking met de totale geproduceerde hoeveelheid en bleef de eindvoorraad als percentage van de productie in de beoordelingsperiode stabiel. |
6.5.3.4. Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken
|
(194) |
De winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van investeringen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 12 Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(195) |
De Commissie heeft de winstgevendheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vastgesteld door de nettowinst vóór belastingen van de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als percentage van de aldus gerealiseerde omzet. |
|
(196) |
Aangezien de productiekosten tussen 2019 en 2020 voor het eerst stegen en tussen 2021 en het einde van het TNO verder stegen, waren de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie niet in staat hun totale kosten terug te verdienen en was de winst die zij in 2019 maakten, in 2020 niet haalbaar. In 2021 en het TNO leed de bedrijfstak van de Unie verlies. |
|
(197) |
De nettokasstroom is het vermogen van de producenten in de Unie om hun activiteiten zelf te financieren. De ontwikkeling van de nettokasstroom ontwikkelde zich in overeenstemming met hun onvermogen om aan het einde van de beoordelingsperiode winst te maken. |
|
(198) |
Investeringen en het rendement van investeringen vertonen dezelfde trend, aangezien zij verband houden met de winstgevendheid van de ondernemingen en hun vermogen om kapitaal aan te trekken om investeringen te financieren. Het einde van de beoordelingsperiode liet ook een stijging zien van zowel de inflatie als de rente op leningen. |
6.6. Conclusie over schade
|
(199) |
Uit het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen bleek dat de bedrijfstak van de Unie een kwetsbaar herstel van eerdere dumping vertoonde. Het huidige onderzoek laat zien dat de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode, en met name in 2021 en het TNO, opnieuw schade heeft geleden. |
|
(200) |
Deze schade blijkt uit de verliezen van de bedrijfstak en uit de noodzaak om op basis van de prijs te concurreren met de invoer uit China, Vietnam en Maleisië, gezien de standaardkenmerken van het product zelf. |
|
(201) |
Op grond van het voorgaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 1, van de basisverordening. |
|
(202) |
De Commissie merkt echter op dat deze schade ontstaat op een moment waarop de Chinese invoer van handpallettrucks de prijzen van de bedrijfstak van de Unie niet onderbood. |
|
(203) |
De Commissie concludeerde bijgevolg dat de aanmerkelijke schade die de bedrijfstak van de Unie heeft geleden, niet kan zijn veroorzaakt door de invoer met dumping uit de VRC. |
7. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HERHALING VAN SCHADE DIE WORDT VEROORZAAKT DOOR DE INVOER MET DUMPING
|
(204) |
Zoals de Commissie in overweging 201 heeft geconcludeerd, heeft de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanmerkelijke schade geleden. De Commissie kon echter niet concluderen dat deze schade verband hield met de invoer met dumping uit China. |
|
(205) |
Daarom heeft de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening beoordeeld of herhaling van schade als gevolg van de invoer met dumping uit China waarschijnlijk was, mochten de maatregelen hiertegen komen te vervallen. |
|
(206) |
In dit verband heeft de Commissie de volgende elementen onderzocht:
|
7.1. Reservecapaciteit in China
|
(207) |
Zoals uiteengezet in de overwegingen 130 tot en met 134 is er in de VRC een aanzienlijke productiecapaciteit en reservecapaciteit om de uitvoer naar de markt van de Unie snel te verhogen indien de antidumpingmaatregelen zouden vervallen. Zoals vastgesteld in overweging 131 werd de reservecapaciteit geraamd op ongeveer 1,3 miljoen stuks, wat neerkomt op bijna tweemaal het verbruik in de Unie. Geen enkele andere partij heeft deze gegevens betwist of andere opmerkingen verstrekt. |
|
(208) |
De bezettingsgraad bedroeg ongeveer 60 %, zoals uiteengezet in overweging 131, wat erop wijst dat de Chinese capaciteit veel groter is dan de binnenlandse behoefte. De Chinese markt is gezien de redelijkerwijs te verwachten groei daarvan niet in staat de reservecapaciteit in de VRC te absorberen. Er zijn dan ook sterke prikkels voor Chinese producenten om te exporteren, met name naar de markt van de Unie, zeker indien de maatregelen zouden komen te vervallen. |
7.2. Prijzen bij uitvoer uit de VRC naar derde landen
|
(209) |
Het verzoek om een nieuw onderzoek bevatte gegevens over de prijzen bij uitvoer van handpallettrucks uit de VRC naar andere landen, met name de grote uitvoermarkt van de Verenigde Staten. Uit die gegevens blijkt dat de uitvoer in grote hoeveelheden wordt voortgezet, tegen lagere prijzen dan die van de uitvoer naar de Unie. |
|
(210) |
Deze gegevens werden bevestigd door de eigen analyse van de Commissie, die in de overwegingen 135 tot en met 139 is uiteengezet. |
7.3. Waarschijnlijke prijsniveaus uit China zonder geldende maatregelen
|
(211) |
De Commissie heeft rekening gehouden met de gegevens in het verzoek om een nieuw onderzoek en haar eigen analyse waaruit de prijzen blijken waartegen de VRC naar grote markten van derde landen, waaronder de Verenigde Staten, kan uitvoeren. |
|
(212) |
Deze lage prijzen wijzen erop dat, indien de maatregelen komen te vervallen, de prijzen van de invoer uit China in de EU tot dat niveau zouden dalen. Zoals tabel 4 laat zien, bedroegen de prijzen van de invoer uit de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek 204 EUR/stuk, wat aanzienlijk lager is dan de gemiddelde verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie — [310-330] EUR/stuk zoals weergegeven in tabel 9 — en ook onder de productiekosten van die bedrijfstak ligt [340-370] EUR/stuk. |
|
(213) |
Daarom is het waarschijnlijk dat de invoer uit de VRC zonder antidumpingrechten de prijzen in de Unie aanzienlijk zou onderbieden. |
7.4. Ontwijking
|
(214) |
De Commissie merkt in overweging 141 op dat uit eerdere onderzoeken is gebleken dat de geldende maatregelen werden ontweken. |
|
(215) |
Ten eerste werd vastgesteld dat de maatregelen werden ontweken via het Koninkrijk Thailand en blijven de maatregelen uitgebreid tot de invoer verzonden vanuit Thailand, al dan niet van oorsprong uit Thailand. |
|
(216) |
Ten tweede ontweken de Chinese exporteurs de maatregelen ook door op hun handpallettrucks een zogenaamd “gewichtindicatiesysteem” te monteren — dat echter niet in het chassis is geïntegreerd — en aldus de producten zodanig in te delen dat er geen rechten hoeven te worden betaald. |
|
(217) |
Uit dit bewijs van ontwijking blijkt dat de Chinese producenten bereid waren de maatregelen te ontwijken om toegang te krijgen tot de markt van de Unie zonder betaling van rechten, waaruit blijkt dat de markt van de Unie aantrekkelijk is voor deze Chinese producenten. |
7.5. Conclusie betreffende de waarschijnlijkheid van herhaling van de schade
|
(218) |
Gezien het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot een aanzienlijke toename van invoer met dumping uit de VRC tegen schadeveroorzakende prijzen, waardoor de bedrijfstak van de Unie nog meer schade zou lijden. |
8. BELANG VAN DE UNIE
|
(219) |
Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of handhaving van de bestaande antidumpingmaatregelen in strijd zou zijn met het belang van de Unie in haar geheel. Het belang van de Unie werd vastgesteld aan de hand van een afweging van alle betrokken belangen, met inbegrip van die van de bedrijfstak van de Unie, de importeurs en de eindgebruikers. |
8.1. Belang van de bedrijfstak van de Unie
|
(220) |
Alle bekende producenten van handpallettrucks hebben aan het onderzoek meegewerkt. Tijdens het onderzoek werden twee ondernemingen in de steekproef opgenomen en bezocht en verstrekten de overige ondernemingen informatie over de macro-economische indicatoren via de advocaten die namens de bedrijfstak van de Unie optreden. |
|
(221) |
De Commissie concludeert dat, gezien de schade die de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode heeft geleden, deze schade zou voortduren indien de maatregelen vervallen en de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie verder zou verslechteren. |
|
(222) |
De maatregelen zijn duidelijk in het belang van de bedrijfstak van de Unie. |
8.2. Belang van de niet-verbonden importeurs en de gebruikers
|
(223) |
Geen enkele importeur of gebruiker heeft aan het onderzoek medewerking verleend. |
|
(224) |
In alle eerdere onderzoeken heeft de Commissie geconcludeerd dat de maatregelen geen ernstige gevolgen hebben gehad voor de importeurs of gebruikers van handpallettrucks. |
|
(225) |
Bij gebrek aan nieuw bewijsmateriaal heeft de Commissie derhalve geconcludeerd dat de voortzetting van de maatregelen geen significante gevolgen voor de importeurs of gebruikers zal hebben. |
8.3. Conclusie inzake belang van de Unie
|
(226) |
Op basis van het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er, wat het belang van de Unie betreft, geen dwingende redenen zijn om de bestaande maatregelen ten aanzien van de invoer van handpallettrucks van oorsprong uit de VRC niet te handhaven. |
9. ANTIDUMPINGMAATREGELEN
|
(227) |
Alle belanghebbenden zijn in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan het voornemen bestond om handhaving van de bestaande maatregelen aan te bevelen. Ook konden zij hierover binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken. |
|
(228) |
Er werden geen opmerkingen ontvangen. |
|
(229) |
Gezien de conclusies van de Commissie inzake de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping, de waarschijnlijkheid van herhaling van schade en het belang van de Unie, moeten de antidumpingmaatregelen ten aanzien van handpallettrucks van oorsprong uit de VRC worden gehandhaafd. |
|
(230) |
De individuele antidumpingrechten voor ondernemingen die in deze verordening worden genoemd, zijn uitsluitend van toepassing op de invoer van het onderzochte product voor zover het van oorsprong is uit de VRC en is geproduceerd door de genoemde rechtspersonen. Op de invoer van het onderzochte product dat is geproduceerd door andere ondernemingen die in het dispositief van deze verordening niet uitdrukkelijk worden genoemd, met inbegrip van entiteiten die met de specifiek genoemde ondernemingen verbonden zijn, is het recht van toepassing dat geldt voor “alle andere ondernemingen”. Deze invoer mag niet worden onderworpen aan de individuele antidumpingrechten. |
|
(231) |
Een onderneming die haar naam wijzigt, mag vragen deze individuele antidumpingrechten te blijven toepassen. Dit verzoek moet worden ingediend bij de Commissie (40). Dit verzoek moet alle relevante informatie bevatten waaruit blijkt dat de wijziging geen invloed heeft op het recht van de onderneming om te genieten van het recht dat op haar van toepassing is. Als de naamswijziging van de onderneming niet van invloed is op haar recht om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is, zal een verordening over de naamswijziging worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
(232) |
Indien een bedrag moet worden terugbetaald naar aanleiding van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, geldt ingevolge artikel 109 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (41) als rentevoet de rente die de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties hanteert, zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie op de eerste kalenderdag van elke maand. |
|
(233) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, d.w.z. het chassis en de hydraulische onderdelen, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8427 90 00 (Taric-code 8427900019) en ex 8431 20 00 (Taric-code 8431200019), van oorsprong uit de Volksrepubliek China.
2. In deze verordening worden onder handpallettrucks toestellen verstaan met een door wielen ondersteunde hefvork die gebruikt worden om pallets te verplaatsen en die door een persoon te voet met behulp van een beweegbare dissel manueel geduwd, getrokken en gestuurd worden op een glad, vlak en hard oppervlak. De handpallettrucks zijn uitsluitend bestemd om ladingen met behulp van de als pomp gebruikte dissel hoog genoeg op te heffen om ze te kunnen verplaatsen, en hebben geen andere extra functies of gebruiksdoeleinden, zoals i) ladingen verplaatsen en heffen om ze hoger te plaatsen of te helpen opslaan (hoogheffende pallettrucks); ii) pallets boven elkaar stapelen (stapelaars); iii) ladingen tot een werkplatform heffen (schaarpallettrucks); of iv) ladingen heffen en wegen (weegpallettrucks).
3. De definitieve antidumpingrechten die van toepassing zijn op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van het in lid 1 omschreven en door onderstaande ondernemingen vervaardigde product, zijn als volgt:
|
Onderneming |
Antidumpingrecht |
Aanvullende Taric-code |
|
Zhejiang Noblelift Equipment Joint Stock Co. Ltd |
70,8 % |
A603 |
|
Ningbo Logitrans Handling Equipment Co., Ltd |
54,1 % |
A070 |
|
Alle andere ondernemingen |
70,8 % |
A999 |
4. Tenzij anders vermeld zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.
Artikel 2
1. Het in artikel 1, lid 3, vastgestelde definitieve antidumpingrecht wordt uitgebreid tot hetzelfde product dat bij invoer wordt aangeboden met een zogenaamd “gewichtindicatiesysteem” bestaande uit een niet in het chassis geïntegreerd weegmechanisme, dat wil zeggen niet in de vorken geïntegreerd, momenteel ingedeeld onder de Taric-codes 8427900030 en 8431200050.
2. Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op “alle andere ondernemingen” als bedoeld in artikel 1, lid 3, wordt uitgebreid tot de invoer van dezelfde handpallettrucks verzonden vanuit Thailand, momenteel ingedeeld onder de Taric-codes 8427900011 en 8431200011, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Thailand.
Artikel 3
1. Verzoeken om vrijstelling van het bij artikel 2 uitgebreide recht moeten schriftelijk worden ingediend in een van de officiële talen van de Europese Unie en zijn ondertekend door een persoon die bevoegd is de indiener van het verzoek te vertegenwoordigen. Het verzoek moet aan het onderstaande adres worden gestuurd:
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Handel |
|
Directoraat G |
|
Wetstraat 170, Kamer CHAR 04/034 |
|
1049 Brussel |
|
BELGIË |
|
E-mail: TRADE-TDI-INFORMATION@ec.europa.eu |
2. Overeenkomstig artikel 13, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1036 kan de Commissie, na raadpleging van het Raadgevend Comité, de invoer van producten van ondernemingen die de bij artikel 1 ingestelde antidumpingmaatregelen niet ontwijken, bij besluit vrijstellen van het bij artikel 2 uitgebreide recht.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 26 februari 2024.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.
(2) Verordening (EG) nr. 1174/2005 van de Raad van 18 juli 2005 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op handpallettrucks en essentiële delen daarvan, van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 189 van 21.7.2005, blz. 1).
(3) Verordening (EG) nr. 684/2008 van de Raad van 17 juli 2008 tot verduidelijking van het toepassingsgebied van de antidumpingmaatregelen die bij Verordening (EG) nr. 1174/2005 zijn ingesteld op de invoer van handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 192 van 19.7.2008, blz. 1).
(4) Verordening (EG) nr. 499/2009 van de Raad van 11 juni 2009 tot uitbreiding van het bij Verordening (EG) nr. 1174/2005 ingestelde definitieve antidumpingrecht op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot hetzelfde product verzonden vanuit Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Thailand (PB L 151 van 16.6.2009, blz. 1).
(5) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1008/2011 van de Raad van 10 oktober 2011 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan verzonden uit Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Thailand, na een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 (PB L 268 van 13.10.2011, blz. 1).
(6) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 372/2013 van de Raad van 22 april 2013 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1008/2011 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, naar aanleiding van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 (PB L 112 van 24.4.2013, blz. 1).
(7) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 946/2014 van de Commissie van 4 september 2014 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1008/2011 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op handpallettrucks en essentiële delen daarvan, van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek ten behoeve van een “nieuwe exporteur” op grond van artikel 11, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (PB L 265 van 5.9.2014, blz. 7).
(8) Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1346 van de Commissie van 8 augustus 2016 tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht dat bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1008/2011 van de Raad, als gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 372/2013 van de Raad, is ingesteld op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, tot enigszins gewijzigde handpallettrucks van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 214 van 9.8.2016, blz. 1).
(9) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2206 van de Commissie van 29 november 2017 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 314 van 30.11.2017, blz. 12).
(10) PB L 265 van 5.9.2014, blz. 7.
(11) PB C 104 van 4.3.2022, blz. 10.
(12) PB C 452 van 29.11.2022, blz. 26.
(13) https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-view?caseId=2635.
(14) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie van 11 juli 2023 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op platbulbstaal van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Turkije (PB L 177 van 12.7.2023, blz. 63); Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie van 11 januari 2023 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op navulbare vaten van roestvrij staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 10 van 12.1.2023, blz. 36); Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie van 26 oktober 2022 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde koudgewalste platte staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China en de Russische Federatie naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 277 van 27.10.2022, blz. 149); Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie van 16 februari 2022 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 36 van 17.2.2022, blz. 1); Uitvoeringsverordening (EU) 2022/95 van de Commissie van 24 januari 2022 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot bepaalde hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, verzonden vanuit Taiwan, Indonesië, Sri Lanka en de Filipijnen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit deze landen, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 16 van 25.1.2022, blz. 36).
(15) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 66; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 58; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 80; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overweging 208, en Uitvoeringsverordening (EU) 2022/95, overweging 59.
(16) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 45; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 38; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 64; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overweging 192, en Uitvoeringsverordening (EU) 2022/95, overweging 46.
(17) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 58; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 40; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 66; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overwegingen 193 en 194, en Uitvoeringsverordening (EU) 2022/95, overweging 47. Het recht van overheidsinstanties om belangrijk leidinggevend personeel in staatsondernemingen te benoemen en te ontslaan, zoals bepaald in de Chinese wetgeving, kan worden beschouwd als afspiegeling van de corresponderende eigendomsrechten, maar daarnaast vormen de cellen van de Chinese Communistische Partij (“CCP”) in ondernemingen, niet alleen in staatsondernemingen maar ook in particuliere ondernemingen, een ander kanaal door middel waarvan de staat zich in de besluitvorming van bedrijven kan mengen. Volgens het vennootschapsrecht van de VRC moet in elke onderneming een CCP-organisatie in het leven worden geroepen (met ten minste drie CCP-leden zoals bepaald in de statuten van de CCP) en moet de onderneming de nodige voorwaarden scheppen voor de activiteiten van de partijorganisatie. Deze eis lijkt in het verleden niet altijd te zijn gevolgd of strikt te zijn gehandhaafd. In elk geval sinds 2016 heeft de CCP haar aanspraken op zeggenschap bij zakelijke beslissingen in staatsondernemingen echter nadrukkelijk als politiek beginsel doen gelden. Ook zijn er berichten dat de CCP druk uitoefent op particuliere ondernemingen om “vaderlandslievendheid” voorop te stellen en zich naar de partijlijn te voegen. In 2017 werd bericht dat in 70 % van de circa 1,86 miljoen ondernemingen in particuliere eigendom partijcellen aanwezig waren, en dat er toenemende druk was om de CCP-organisaties het laatste woord te laten hebben bij de zakelijke besluitvorming in de betrokken ondernemingen. Deze voorschriften zijn van algemene toepassing in de gehele Chinese economie, in alle sectoren, ook op producenten van het onderzochte product en de leveranciers van de basisproducten ervan.
(18) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 59; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 43; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 68; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overwegingen 195 tot en met 201, en Uitvoeringsverordening (EU) 2022/95, overwegingen 48 tot en met 52.
(19) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 62; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 52; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 74; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overweging 202, en Uitvoeringsverordening (EU) 2022/95, overweging 53.
(20) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 45; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 33; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 75; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overweging 203, en Uitvoeringsverordening (EU) 2022/95, overweging 54.
(21) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 64; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 54; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 76; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overweging 204, en Uitvoeringsverordening (EU) 2022/95, overweging 55.
(22) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/969 van de Commissie van 8 juni 2017 tot instelling van een definitief compenserend recht op bepaalde warmgewalste platte producten van ijzer, van niet-gelegeerd staal of van ander gelegeerd staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/649 van de Commissie tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde warmgewalste platte producten van ijzer, van niet-gelegeerd staal of van ander gelegeerd staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 146 van 9.6.2017, blz. 17).
(23) China Industry Truck Association http://www.cncma.org/col/gyclfh/fenhuijieshao. Lijst van vertegenwoordigde bedrijfstakken met handpallettrucks die in de 8e categorie vallen: http://www.cncma.org/article/gyclfh/12957.
(24) China Construction Machinery Association http://www.cncma.org/.
(25) Zie de statuten van de CCMA: http://www.cncma.org/article/472.
(26) Document beschikbaar op: https://www.gov.cn/zhengce/zhengceku/2022-02/08/content_5672513.htm (geraadpleegd op 14 juli 2023).
(27) Document beschikbaar op: https://www.miit.gov.cn/zwgk/zcwj/wjfb/tz/art/2021/art_2960538d19e34c66a5eb8d01b74cbb20.html (geraadpleegd op 14 juli 2023).
(28) Zie voor meer informatie de website van de CCMA: http://www.cncma.org/article/16231 en http://www.cncma.org/article/16893 (geraadpleegd op 14 juli 2023).
(29) Zie de website van de CCMA: http://www.cncma.org/article/gyclfh/15525 (geraadpleegd op 14 juli 2023).
(30) World Bank Open Data — Upper Middle Income, https://data.worldbank.org/income-level/upper-middle-income
(31) Als het onderzochte product in geen enkel land met een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau wordt geproduceerd, kan de productie van een product in dezelfde algemene categorie en/of sector als van het onderzochte product in aanmerking worden genomen.
(32) https://www.globalpetrolprices.com/Brazil/.
(33) Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33). Volgens artikel 2, lid 7, van de basisverordening kunnen de binnenlandse prijzen in die landen niet worden gebruikt voor de vaststelling van de normale waarde.
(34) https://www.ibge.gov.br/estatisticas/economicas/industria/9042-pesquisa-industrial-anual.html?=&t=destaques.
(35) https://www.gov.br/mme/pt-br/assuntos/secretarias/spe/publicacoes/boletins-mensais-de-energia.
(36) https://www.globalpetrolprices.com.
(37) Verzoek om een nieuw onderzoek, blz. 25, bijlage 7.
(38) Verzoek om een nieuw onderzoek, bijlage 12.
(39) De indiener van het verzoek verwijst naar ramingen van de Trade Data Monitor (https://www.tradedatamonitor.com) die overeenstemmen met de gegevens uit de GTA-databank, rekening houdend met de in overweging 135 uiteengezette beperkingen.
(40) Europese Commissie, directoraat-generaal Handel, directoraat G, Wetstraat 170, 1040 Brussel, België.
(41) Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/670/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)