|
Publicatieblad |
NL Serie L |
|
2024/651 |
14.3.2024 |
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. 386/2021
van 10 december 2021
tot wijziging van bijlage IX (Financiële diensten) bij de EER-overeenkomst [2024/651]
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/356 van de Commissie van 13 december 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de aan transactieregisters te rapporteren gegevens over effectenfinancieringstransacties (SFT’s) (1) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(2) |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/357 van de Commissie van 13 december 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft technische reguleringsnormen betreffende toegang tot gegevens over bij transactieregisters bewaarde effectenfinancieringstransacties (SFT’s) (2), moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(3) |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/358 van de Commissie van 13 december 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende de verzameling, verificatie, aggregatie, vergelijking en publicatie van gegevens over effectenfinancieringstransacties door transactieregisters (3) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(4) |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/359 van de Commissie van 13 december 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van technische reguleringsnormen tot specificatie van de gegevens van de aanvraag tot registratie en uitbreiding van registratie als transactieregister (4) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(5) |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/360 van de Commissie van 13 december 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot door de Europese Autoriteit voor effecten en markten aan transactieregisters aangerekende vergoedingen (5) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(6) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363 van de Commissie van 13 december 2018 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot het formaat en de frequentie van de rapportage over de nadere gegevens over effectenfinancieringstransacties (SFT’s) aan transactieregisters overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1247/2012 van de Commissie met betrekking tot het gebruik van rapportagecodes in de rapportage over derivatencontracten (6) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(7) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/364 van de Commissie van 13 december 2018 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot het formaat van aanvragen tot registratie en uitbreiding van registratie van transactieregisters overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad (7) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(8) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/365 van de Commissie van 13 december 2018 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de procedures en formulieren voor de uitwisseling van informatie over sancties, maatregelen en onderzoeken overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad (8) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(9) |
Bijlage IX bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage IX bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:
|
1. |
In punt 31bcb (Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1247/2012 van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:
|
|
2. |
Na punt 31bh (Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad) wordt het volgende ingevoegd:
|
Artikel 2
De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van de Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2019/356, (EU) 2019/357, (EU) 2019/358, (EU) 2019/359 en (EU) 2019/360 en de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2019/363, (EU) 2019/364 en (EU) 2019/365 zijn authentiek.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op 11 december 2021, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1), of op de dag van inwerkingtreding van Besluit nr. 385/2021 van het Gemengd Comité van de EER van 10 december 2021 (9), indien dat later is.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 10 december 2021.
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
Rolf Einar FIFE
(1) PB L 81 van 22.3.2019, blz. 1.
(2) PB L 81 van 22.3.2019, blz. 22.
(3) PB L 81 van 22.3.2019, blz. 30.
(4) PB L 81 van 22.3.2019, blz. 45.
(5) PB L 81 van 22.3.2019, blz. 58.
(6) PB L 81 van 22.3.2019, blz. 85.
(7) PB L 81 van 22.3.2019, blz. 125.
(8) PB L 81 van 22.3.2019, blz. 128.
(*1) Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.
(9) PB L, 2024/650, 14.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/650/oj.
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/651/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)